7 – Gemeentebestuur Roosendaal en Nispen, 1936-1975 inhoud: inleiding en verantwoording van de inventarisatie



Dovnload 5.28 Mb.
Pagina1/30
Datum22.07.2016
Grootte5.28 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   30
7 – Gemeentebestuur Roosendaal en Nispen, 1936-1975
INHOUD:
INLEIDING en VERANTWOORDING VAN DE INVENTARISATIE

INVENTARIS

INLEIDING EN VERANTWOORDING VAN DE INVENTARISATIE VAN GEMEENTELIJKE ARCHIEVEN ROOSENDAAL EN NISPEN




0. INLEIDING

1. GESCHIEDENIS VAN DE GEMEENTE ROOSENDAAL EN NISPEN

A. Sociaal-economische ontwikkeling

B. Ontwikkeling van de ruimte en de infrastructuur

2. GESCHIEDENIS VAN DE AMBTELIJKE ORGANISATIE,

2.1 ALGEMEEN 1936-1975

2.2 ONTWIKKELING VAN DE AFZONDERLIJKE DIENSTEN

2.2.1 Gemeentesecretarie 1936 – 1975

2.2.2 Openbare Werken / Gemeentewerken 1906 - 1990

2.2.3 Gemeentelijke Brandweer 1932 - 1996

2.2.4 Gemeentelijk Woningbedrijf (GWB) 1943 - 1991

2.2.5 Bureau Wederopbouw 1939 - 1956

2.2.6 Gemeentebedrijven / Gemeentelijk Energie- En Waterleidingbedrijf (GEWB) 1919 - 1987

2.2.7 Gemeentepolitie 1912 - 1996

2.2.8 Gemeentelijke Sociale Dienst 1928 - 1990

2.2.9 Gemeentearchief 1952 - 2000

2.2.10 Slachthuisarchieven 1922 - 1993

2.2.11 Gemeentelijke Tekenkamer 1912 - 1992

3. VERANTWOORDING VAN DE INVENTARISATIE

3.1 ALGEMEEN

3.2 AFZONDERLIJKE DIENSTEN

3.2.1 Gemeentesecretarie 1936-1975

3.2.2 Openbare Werken / Gemeentewerken

3.2.3 Gemeentelijke Brandweer

3.2.4 Gemeentelijk Woningbedrijf (GWB)

3.2.5 Bureau Wederopbouw

3.2.6 Gemeentelijk Energie- en Waterleidingbedrijf (GEWB)

3.2.7 Gemeentepolitie

3.2.8 Gemeentelijke Sociale Dienst

3.2.9 Gemeentearchief

3.2.10 Slachthuis Archieven

3.2.11 Gemeentelijke Tekenkamer


0. INLEIDING


In de periode 2001 – 2007 zijn de archieven van de secretarie en de meeste gemeentelijke diensten en raadscommissies bewerkt.

Het gehele project omvatte de bewerking van de volgende archieven:

Secretarie (circa 18.000 nummers) 1936-1975 240 m

GEWB: Energie en waterleidingbedrijf 1919-1987 39 m

Commissie voor gemeentebedrijven / GEWB 1918-1989 3,6 m.

OW/GW: Openbare Werken/Gemeentewerken (1880) 1906-1990 27,3 m

Commissie voor Openbare Werken 1907-1983 1,2 m

Gemeentepolitie 1912-1996 16,75 m

GWB: Gemeentelijk Woningbedrijf (1931) 1943-1991 30,3 m

Gemeentelijke Brandweer Roosendaal en Nispen (1900) 1932-1996 3,25 m

GSD: Gemeentelijke Sociale Dienst 1952-1990 3,8 m.

Gemeentearchief 1952-2000 6,36 m

OS: Gemeentelijk Openbaar Slachthuis (1936) 1953-1993  13,5 m.

Vleeskeuringsdienst Kring Roosendaal 1922-1985  3,2 m.

Vereniging Coöperatieve Centrale Slachtplaats Roosendaal G.A. 1923-1953  0,1 m.

Vleeskeuringscommissie en Commissie voor het

Openbaar slachthuis 1925-1984 0,6 m.

Bureau wederopbouw Roosendaal en Nispen 1939-1956  0,8 m.

Gemeentelijke Tekenkamer Roosendaal en Nispen 1912-1992 21 m
Totaal 410,76 m.
Buiten de bewerking vielen de archieven van de dienst Stadsontwikkeling, de dienst Lichamelijke Opvoeding, Sport en Recreatie (LOSR) en een aantal series, zoals ‘Eigendommen’, Bouwvergunningen en Hinderwetvergunningen.


1. GESCHIEDENIS VAN DE GEMEENTE ROOSENDAAL EN NISPEN1

A. Sociaal-economische ontwikkeling

Vanaf het laatste kwart van de negentiende eeuw verdrong wetenschap de godsdienst als bron van ‘kennis’ en waarheid. De wetenschap werd steeds maatgevender. De oude normen en waarden werden verdrongen door positivisme en materialisme.

De vanzelfsprekende band tussen de kerk en haar sociale taken – de zorg voor onderwijs, armen, zieken [en ouden] – kwam ter discussie te staan. De combinatie van een toenemende professionalisering en een geweldig uitdijend beroep op deze sectoren door de sterke bevolkingstoename, kostte meer geld dan kerkelijke organisaties ter beschikking hadden. Daardoor konden zij deze groeiende taak nauwelijks meer aan.

De overheid trok steeds meer taken naar zich toe en ontwikkelde daarvoor wetgeving. Enkele voorbeelden: veiligheidswet 1895, arbeidswet 1889 herzien 1911, ongevallenwet 1901, woningwet 1901, leerplichtwet 1901, wet op de CAO 1907, invaliditeitswet 1913.


Van groot belang voor de ontwikkeling van Roosendaal was de aanleg van de spoorlijn Breda-Antwerpen. Roosendaal werd het grensstation met douanekantoor.

Het douanekantoor betekende een krachtige injectie voor de plaatselijke werkgelegenheid. De goederenstroom leidde tot het ontstaan van bedrijven en werkgelegenheid in de logistieke sfeer en het werkte als een magneet voor het aantrekken van nieuwe bedrijven en industrieën.


Op sociaal-cultureel terrein was er in Roosendaal iets aan het gisten. De machtspositie van de 19e eeuwse notabelen was nog redelijk onaangetast, maar stond onder sterke druk. Ook gingen enkele vreemdelingen een rol van importantie spelen. [vooral Arend-Jan Heerma van Voss] Hun ideeën waren niet altijd conform de gedachten van de gevestigde orde /notabelen.

De minderenstand was in opkomst en vroeg om meer politieke en sociaal-culturele medezeggenschap. De oude elite concentreerde zich op het onveranderd behoud van de situatie.


Vanuit Breda kwam in 1904 de RK Volksbond overwaaien. Hierin trokken werklieden en patroons gezamenlijk op. De Volksbond werd in Roosendaal geen succes. Eind 1913 ontstond daaruit de RK Gildenbond, een standsorganisatie voor de rooms-katholieke arbeider.

De winkeliers en middenstanders kregen hun eigen organisaties vóór 1914 niet van de grond.


Invloed van Wereldoorlog I

De Eerste Wereldoorlog had een geweldige invloed op Roosendaal. Een grote stroom vluchtelingen uit België kwam veelal via Roosendaal ons land binnen.

Naast de eigen bevolking kende Roosendaal in die tijd 4.000 militairen en 200.000 Belgische vluchtelingen.

Onder de oppervlakte van de Roosendaalse bevolking broeide het. De werkgelegenheid en de huisvestingsmogelijkheden hielden geen gelijke tred met de toename van de bevolking. Arbeiders lieten zich op bescheiden schaal horen; de boeren hadden zich georganiseerd; de kerk probeerde RK-organisaties van de grond te krijgen; en het socialisme bleef ook in Roosendaal niet onopgemerkt.

De golf vluchtelingen die Roosendaal overspoelde, ontwrichtte het oude evenwicht en de bestaande verhoudingen nog verder. De schaarste die in 1917 distributiemaatregelen nodig maakte, deed de rest.

Standsorganisaties ontstonden of groeiden uit tot organisaties van belang.


1940-1945

Aan de opbouw van het economisch apparaat kwam bij de Tweede Wereldoorlog vrij abrupt een einde. De Duitsers probeerden de Nederlandse economie dienstbaar te maken aan de Duitse oorlogseconomie. Aanvankelijk met zachte, later met harde hand. Via de Arbeitseinsatz werden eerst werklozen, maar na 1942 ook veel andere arbeiders verplicht in Duitsland te gaan werken.

Bij de bevrijding liep Roosendaal flink schade op. Begin oktober 1944 begonnen – bij het naderen van de geallieerde troepen – de Duitsers met het leegroven van fabrieken en winkels. Bij Nispen werd hevig gevochten. De elektriciteitscentrale en het station waren doelwitten van de artillerie en de luchtmacht.
1945-1970, de uitbouw van de verzorgingsstaat

In Roosendaal had men na de Tweede Wereldoorlog het gevoel dat zaken anders moesten worden aangepakt. Over het hoe verschilde men van mening. De scheidslijn lag tussen de conservatief-clericalen en de iets progressievere katholieken.

De strijd werd gewonnen door de conservatief-clericalen. Daarmee bleven de standsorganisaties in deze periode de dominante kern van de Roosendaalse sociaal-culturele politieke structuur vormen.

Plaatselijke leidende figuren op industrieel en financieel gebied waren er niet meer. Belangrijke toonaangevende figuren op cultureel terrein kwamen niet meer voor. Het cultuur- en amusementsaanbod was inmiddels zowel geprofessionaliseerd als nationaal van karakter geworden. De leidende posities werden overgenomen door sleutelfiguren in de standsorganisaties.





  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   30


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina