9 jan 2001 B&W dd. 9-1-2001 Besloten wordt



Dovnload 10.18 Kb.
Datum24.08.2016
Grootte10.18 Kb.


NOTA voor burgemeester en wethouders
Onderwerp: afsluiten contract uitvoering bovenwettelijke werkloosheidsuitkering aan USZO
Notanr.: 2000.22050

SB/PO

11 december 2000
Akkoordstukken

9 JAN 2001
B&W dd. 9-1-2001

Besloten wordt:


  1. de uitvoering van de bovenwettelijke werkloosheidsuitkering gemeente Deventer onder te brengen bij de USZO met ingang van 1 januari 2001 tot en met 31 december 2002;

  2. het hoofd P&O te machtigen het contract te ondertekenen en alle pagina’s af te paraferen;

  3. de USZO te machtigen om via automatisch incasso de verschuldigde uitkeringskosten en uitvoeringskosten van de rekening van de gemeente af te schrijven;

  4. de uitvoeringskosten, die hiermee gepaard gaan, door te berekenen via de afz. loonsombudgetten van de sectoren;

  5. de commissie voor Georganiseerd Overleg en de medewerkers hiervan op de hoogte te stellen.


OPENBAARMAKING:

dit besluit openbaar te maken


COMMUNICATIE:

INTERN: email


FINANCIELE ASPECTEN:

financiële gevolgen voor de gemeente?

ja

gevolgen worden opgevangen door:



- binnen het desbetreffende productbudget


toelichting/overwegingen:

Per 1 januari 2001 komt het overheidspersoneel onder de WW te vallen, tenminste voor de uitkeringen die op of na 1 januari 2001 ingaan, de lopende uitkeringen vallen niet eerder dan 1 januari 2003 onder de WW. De uitvoering van de WW is opgedragen aan de Uitvoeringsinstellingen (UVI’s) via het LISV, voor de overheid is dat de USZO.

Per overheidssector zijn echter om de overgang van wachtgeld naar WW-uitkering te versoepelen een aantal bovenwettelijke maatregelen afgesproken, zodat materieel gezien de werkloosheidsuitkering in normale omstandigheden weinig afwijkt van het wachtgeld, dat men voor 1 januari 2001 zou ontvangen. De bovenwettelijke maatregelen vallen uiteen in een aanvullende uitkering zolang er een WW-loongerelateerde uitkering is, die de WW aanvult tot 80% van de bezoldiging gedurende de eerste 15 maanden en daarna tot 70% van de bezoldiging (basis WW is 70% van het gemaximeerde dagloon) en een aansluitende uitkering die wordt verleend zodra de WW-uitkering is vervallen, in het geval op grond van de oude wachtgeldduurberekening er nog wel een wachtgeld zou zijn. Ook deze uitkering bedraagt 70% van de bezoldiging (is beter dan het oude wachtgeld, waarbij er een terugval was naar 70% van minimumloon of naar 40% van pensioengrondslag).

Omdat de USZO de WW moet uitvoeren en gemeenten dat dus niet mogen is tussen het College voor Arbeidszaken en de USZO onderhandeld over een standaardcontract om de uitvoering van de bovenwettelijke uitkering ook over te dragen aan de USZO.

Op dit moment zijn er de nodige onduidelijkheden met betrekking tot het contract. Met name zijn zaken niet duidelijk over de onvrijwilligheid van het ontslag indien er sprake is onverenigbaarheid van karakters, de begeleiding van het

USZO tijdens de aansluitende uitkeringsperiode en de informatie over de uitkeringsgerechtigde tijdens de uitkeringsperiode (bv. bij bezwaar of beroep). In het rechtspositie-overleg NO-Nederland zijn hierover vragen gesteld, die door de medewerker van het CvA, die het overleg altijd bijwoont zijn doorgespeeld hetzij naar CvA-zijde om te verduidelijken in een ledenbrief, hetzij om als bespreekpunt mee te nemen naar USZO.

Wel is aangeraden om ondanks deze vraagpunten het contract te tekenen.

Daarnaast spelen de ervaringen, die we hebben met de USZO inzake de uitvoering van de WAO, ook een rol en staan we niet echt te juichen om dit onderdeel onder te brengen bij de USZO.

Echter we zien wel in dat het zelf blijven uitvoeren van de bovenwettelijke regelingen gezien de verwevenheid tussen de WW en de bovenwettelijke uitkering, geen reële optie is.
eigen risicodragerschap overheid

Het wachtgeld evenals de uitkering op basis van de uitkeringsregeling is altijd voor rekening gekomen van de overheidswerkgever. Alhoewel het overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen wordt gebracht, blijft dit ook in de nieuwe situatie van een combinatie van WW en bovenwettelijke uitkering bestaan. Dus zowel het WW-gedeelte van de uitkering als het bovenwettelijke deel (uiteenvallend in een aanvullende uitkering zolang er ook een WW-uitkering is, en een aansluitende uitkering, die volgt zodra de WW-uitkering door het aflopen van de uitkeringsduur wegvalt, doch op basis van de oude wachtgeldregeling er nog wel een uitkering zou zijn) blijven voor rekening komen van de overheidswerkgever.


uitvoeringskosten

Aan het uitrekenen, betaalbaarstellen van de uitkering en het begeleiden van de werkloze naar een nieuwe baan zijn uitvoeringskosten verbonden, die door de USZO in rekening gebracht zullen worden bij de werkgever, die de werkloze aanbrengt.

Indien wordt uitgegaan van 5 lopende wachtgelduitkeringen per jaar, zullen de kosten 12,4 maal fl. 97,69 = fl. 1211,36 maal 5 = fl. 6056,80 bedragen in totaal voor de gemeente.

De kosten van de uitkering worden in principe gedragen door de sector, waar de uitkeringsgerechtigde het laatst werkzaam was en dit geldt ook voor de uitvoeringskosten. Voorts zijn er kosten voor aanvullende diensten, zoals de claimbeoordeling loonsuppletie of reïntegratietoeslag, claim verhuisregeling, reïntegratiepremie etc. Ook deze kosten komen als ze zich voordoen voor rekening van de werkgever en specifiek de sector. De uitvoeringskosten zullen centraal worden geraamd in de begroting van P&O en zullen worden doorberekend op dezelfde manier als nu de uitkeringskosten.


Geadviseerd wordt om het contract aan te gaan en het hoofd P&O op te dragen dit contract te tekenen en af te paraferen en de machtiging tot incasso te laten tekenen.





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina