9. Waterverontreiniging 3 Inleiding 3


Factoren die de zelfreiniging beïnvloeden



Dovnload 203.39 Kb.
Pagina3/10
Datum27.08.2016
Grootte203.39 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10

15.1.Factoren die de zelfreiniging beïnvloeden

15.1.1.Fysische factoren

15.1.1.1. Sedimentatie


Bij afname van de stroomsnelheid slaan onoplosbare in suspensie verkerende stoffen neer. Ook colloïden kunnen uitvlokken. Gedurende de sedimentatie vindt een biochemische afbraak plaats. De oxidatie van het slib kan lange tijd doorgaan en ten gevolge van zijn hoge BZV-waarde, kan het de zelfreiniging tegen gaan.

Tijdens perioden van hoge stroomsnelheid door hevige regenval, kan dispersie van het slib plaatsgrijpen en dat kan een gevoelige daling van de opgeloste zuurstof opwekken.



15.1.1.2. Viscositeit


De viscositeit neemt af bij stijgend temperatuur. Maar bij stijgende zoutgehalte stijgt de viscositeit.

15.1.1.3 Zonlicht en zonnewarmte


De snelheid van afbraak door bacteriën en andere micro-organismen is groter bij hoge dan bij lage temperatuur. De oxidatiesnelheid is daarom groter tijdens de zomer dan in de wintermaanden.

Er moet nochtans op gewezen worden dat, aangezien zuurstof minder oplost bij hogere dan bij lagere temperatuur, een zware verontreiniging in de zomer de zuurstof sneller en meer zal verbruiken dan in de winter en dat daarbij sneller anaërobe voorwaarden zullen worden geschapen.


De anaërobe afbraak wordt eveneens duidelijk beïnvloed door temperatuurverschillen. Waters die afbreekbaar organisch slib bevatten, zullen waarschijnlijk meer aanleiding geven tot geurproblemen en drijvende massa’s ontbindend slib wanneer de temperatuur van het water stijgt, hetzij in de zomermaanden hetzij door toevoer van grotere hoeveelheden warm afvalwater (thermische pollutie).

15.1.1.4. Fysiografische eigenschappen van de stroom


Fysiografische kenmerken als de stroomsnelheid, de diepte, de dwarsdoorsnede van de stroom en de aard van het stroombed zijn belangrijke factoren die een uitgesproken effect hebben op de zuurstofaanvoer en –overdracht en derhalve op de snelheid van zelfreiniging. Een snelle, ondiepe rivier zal zich sneller reinigen dan een diepe, traag stromende rivier.

15.1.1.5. Atmosferische omstandigheden


Wind is belangrijk daar hij het contactoppervlak met de lucht verhoogt en stroming verwekt waardoor zuurstofrijk water aan de oppervlakte met zuurstofarm dieper gelegen water wordt vermengd.

De grootste problemen in verband met zelfreiniging ontstaan in perioden van droog, kalm en warm weer. Een plotselinge verlaging van de barometrische druk verwekt een uitzetting van de gassen in de sliblaag waardoor het slib naar de oppervlakte stijgt, de BZV van het water verhoogt en het gehalte aan opgeloste zuurstof daalt (gasbellen in rivier, CH4, H2S).




15.1.2. Scheikundige factoren

15.1.2.1. Opgeloste zuurstof


De zelfreiniging van een stroom is afhankelijk van de aanwezigheid van een voldoende hoeveelheid opgeloste zuurstof. Zolang de zuurstof niet te snel wordt verbruikt voor de oxydatie van de organische stoffen, blijft het zelfreinigend vermogen behouden. Indien echter het verbruik van zuurstof groter is dan de toename ervan (door opname uit de atmosfeer, door toevoer van zuiver water, door fotosynthese) zal de toestand van de stroom verslechten.

In extreme gevallen, nl. wanneer alle opgeloste zuurstof is verbruikt, houdt de zelfreiniging op en heersen anaërobe omstandigheden. Vervuiling door olie vertraagt de zelfreiniging ten gevolge van de invloed op de zuurstofopname.



15.1.2.2. Aard van de organische stof


Sommige organische stoffen zijn zeer weerstandbiedend aan afbraak (vb. ligine, cellulose), andere daarentegen worden snel afgebroken. Uiteindelijk vormt zich een donkerbruin tot zwart organisch complex, humus genoemd, dat bezinkt en deel uitmaakt van het slib. Het is zeer weerstandbiedend aan verdere afbraak.

15.1.3. Biologische factoren


De aërobe afbraak gebeurt zowel door bacteriën, protozoën (ééncelligen), planten en hogere dieren.

De rol van de protozoën bestaat er vooral in dat zij de afbraak van de organische stof samen met de bacteriën versnellen. De oxidatie van opgeloste organische stoffen gebeurt door bacteriën; hierop hebben de protozoën geen noemenswaardige invloed. Daarentegen is de uitvlokking en adsorptie van de colloïden aan de aanwezigheid van protozoën gebonden. Die regenereren de slibdeeltjes, dat wil zeggen: herstellen hun adsorptiekrachten en versnellen aldus het adsorptieproces. Ontbreken de protozoën, dan kan de adsorptie alleen door de bacteriën geschieden. Die kunnen doorgaans de onopgeloste bestanddelen niet rechtstreeks opnemen doch moeten ze eerst enzymatisch omvormen. Dit proces duurt langer zodat de afscheiding van de colloïden langere tijd in beslag neemt. De invloed van protozoën is het sterkst met betrekking tot de helderheid van het water.

Voor de afbraak van de organische stof zijn vele bacteriënsoorten, doch weinig protozoënsoorten noodzakelijk.

Door de stofwisseling van de chlorofylhoudende organismen wordt de zelfreiniging sterk beïnvloed. Alle algen, ook kiezelwieren, kunnen opgeloste organische verbindingen opnemen. Verder werken algen door hun zuurstofproductie tijdens de dag deoxigenatie tegen, zodat zij door hun zuurstofproductie een grote rol spelen bij de afvalwaterzuivering.



Ook hogere planten kunnen in een rivier de zelfreiniging gunstig beïnvloeden.

X. Biologische waterzuivering


Het open bedrijfsterrein gelegen in de landbouwzone heeft een oppervlakte van 2 ha, oftewel 20.000 m². Er is geen aparte afscheiding voor het hemelwater van de compost hopen. Het gevolg hiervan is dat er bij regen zeer veel hemelwater vervuild wordt.
Gemiddeld valt er per jaar 370 L/m². Dit resulteert in 13.400.000 L per jaar voor het totale bedrijfsterrein. Gemiddeld is dit dus 36.712 L per dag. Door de grote composthoop en o.a. hopen van boomschors wordt deze hoeveelheid bijna niet bereikt, want zij nemen immers ook een grote hoeveelheden water op. Er is tevens ook geen voorziening om zoveel mogelijk hemelwater af te scheiden van de composthopen, zodat dit water niet vervuild wordt en ook niet gezuiverd dient te worden.



1   2   3   4   5   6   7   8   9   10


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina