A abändern wijzigen, veranderen, amenderen, muteren Abänderung (F.)



Dovnload 2.83 Mb.
Pagina1/28
Datum16.08.2016
Grootte2.83 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   28
A
abändern wijzigen, veranderen, amenderen, muteren

Abänderung (F.) wijziging (F.), verandering (F.), amendement (N.)

Abänderungsantrag (M.) amendement wijzigingsvoorstel (N.)

Abandon (M.) abandonnement (N.), afstand (M.) overgave

abandonnieren abandonneren, afstand doen van

abberufen terugroepen, wegroepen, ontslaan, overlijden

Abberufung (F.) terugroepen (N.), ontslag (N.)

abbrechen afbreken, afbreuk doen

Abbruch (M.) afbraak (F.), afbreuk (F.), schade (F.), nadeel (N.)

Abbruch (M.) der Schwangerschaft abortus (M.), abortus (M.) provocatus

abbuchen afboeken

Abbuchung (F.) afboeking (F.)

ABC-Waffe (F.) A.B.C.-wapen (N.)

ABC-Waffen (F.Pl.) A.B.C.-wapens (N.Pl.)

abdanken ontslaan, ontslag nemen, abdiceren, aftreden, afstand nemen

Abdankung (F.) ontslag (N.), abdicatie (F.)

abdingbar afdingbaar

abdingen afdingen

aberkennen ontzeggen, ontzetten uit, weigeren, afwijzen

Aberkennung (F.) ontzegging (F.), ontneming (F.)

aberratio (F.) ictus (lat.) (Abirrung des Geschosses) aberratie (F.), afwijking (F.)

Abfall (M.) afval (N.), daling (M.), vermindering (F.)

Abfallbeseitigung (F.) verwijdering (F.) van afval, afvalverwerking (F.)

Abfallentsorgung (F.) afvalverwerking (F.), opslag (M.) van afval, ontdoen (N.) van afval, vuilnisophaal (M.)

abfertigen verzenden, behandelen, afdoen, controleren, bedienen

Abfertigung (F.) verzending (F.), behandeling (F.), grenscontrole (F.), controle (F.)

abfinden uitkopen, gedeeltelijk schadeloos stellen, tevreden stellen

Abfindung (F.) schadeloosstelling (F.)

Abfindungsguthaben (N.) tegoed (N.) van een afkoopsom, tegoed (N.) van een schadeloosstelling

Abgabe (F.) afgifte (F.), belasting (F.), heffing (F.)

Abgabenordnung (F.) belastingstelsel (N.)

Abgabenüberhebung (F.) belastingontheffing (F.)

Abgas (N.) uitgifte (F.), emissie (F.), uitstoot (M.), uitlaatgas (N.)

Abgasuntersuchung (F.) uitgifteonderzoek (N.), emissieonderzoek (N.)

abgeleitet afgeleid (Adj.)

Abgeordnete (F.) afgevaardigde (F.), gedeputeerde (F.), kamerlid (N.) van het parlement

Abgeordnetenbestechung (F.) omkoping (F.) van afgevaardigde, omkoping (F.) van gedeputeerde

Abgeordneter (M.) afgevaardigde (M.), gedeputeerde (M.), kamerlid (N.) van het parlement, parlementslid (N.)

abgeschlossen afgesloten

abhandenkommen zoek raken, kwijt raken

abhängig afhankelijk

Abhängigkeit (F.) afhankelijkheid (F.)

Abhängigkeitsverhältnis (N.) ondergeschiktheidsrelatie (N.)

abheben opnemen

Abhebung (F.) opname (F.)

abhelfen uitkomst (F.) brengen

Abhilfe (F.) uitkomst (F.)

abholen afhalen

Abhören (N.) verhoor (N.), afluisteren (N.)

abhören afluisteren

Abhörgerät (N.) afluisterapparaat (N.)

Abitur (N.) V.W.O. eindexamen (N.)

Abkommen (N.) overeenkomst (F.), akkoord (N.), verdrag (N.)

Abkömmling (M.) afstammeling (M.), nakomeling (M.)

Abkömmlinge (M.Pl. bzw. F.Pl.) afstammelingen (M.F.Pl.), nakomelingen (M.F.Pl.)

Abkunft (F.) oorsprong (M.), afkomst (F.)

abkürzen afkorten, verkorten, bekorten

Abkürzung (F.) afkorting (F.), verkorting (F.), bekorting (F.)

Ablass (M.) aflaat (N.)

Ablauf (M.) afloop (M.), expiratie (F.), verjaring (F.)

ablaufen aflopen, expireren, verjaren

ablehnen afwijzen, weigeren, afslaan

Ablehnung (F.) afwijzing (F.), verweigering (F.)

ableiten afleiden

Ableitung (F.) afleiding (F.)

abliefern afleveren, leveren

Ablieferung (F.) aflevering (F.), levering (F.)

ablösen aflossen

Ablösung (F.) aflossing (F.), afbetaling (F.)

Ablösungsrecht (N.) afbetalingsrecht (N.)

abmachen afdoen, afnemen, overeenkomen

Abmachung (F.) regeling (F.), schikking (F.), overeenkomst (F.)

abmahnen ernstig vermanen, ernstig waarschuwen

Abmahnung (F.) ernstige vermaning (F.), ernstige waarschuwing (F.)

Abmahnungsschreiben (N.) schriftelijke vermaning (F.), schriftelijke waarschuwing (F.)

abmarken markeren, afgrenzen

Abmarkung (F.) markering (F.), afgrenzing (F.)

Abnahme (F.) afname (F.), afneming (F.), aankoop (M.)

abnehmen afnemen, afhalen, verwijderen, in beslag nemen

Abnehmer (M.) afnemer (M.), koper (M.), ontvangende partij (F.)

Abnehmerin (F.) afneemster (F.), koopster (F.), ontvangende partij (F.)

abnorm abnormaal (Adj.)

abnutzen slijten

Abnutzung (F.) afslijten (N.), slijtage (F.)

Abolition (F.) abolitie (F.), afschaffing (F.), opheffing (F.), kwijtschelding (F.)

Abonnement (N.) abonnement (N.)

abonnieren abonneren

abordnen afvaardigen, deputeren, delegeren

Abordnung (F.) afvaardiging (F.), deputatie (F.), delegatie (F.)

abrechnen afrekenen

Abrechnung (F.) afrekening (F.), aftrek (M.), vereffening (F.), liquidatie (F.), clearing (N.), verrekening (F.)

Abrechnungsstelle (F.) liquidatiebureau (N.), clearinginstituut (N.), verrekenbureau (N.)

Abrede (F.) afspraak (F.), overeenkomst (F.)

abreden afspreken, overeenkomen

Abrogation (F.) abrogatie (F.)

abrogieren abrogeren, afschaffen, opheffen, ongeldig verklaren, intrekken, herroepen

Abruf (M.) afroeping (F.), terugroeping (F.), afkondiging (F.)

abrufen afroepen, terugroepen, afkondigen

Absage (F.) afzegging (F.)

absagen afzeggen

Absatz (M.) alinea (F.), paragraaf (M.), afdeling (F.), omzet (M.), debiet (N.)

abschaffen afschaffen, opheffen, ontslaan

Abschaffung (F.) afschaffing (F.), opheffing (F.)

abschieben afschuiven, over de landgrens (F.) zetten, uitwijzen, uitzetten

Abschiebung (F.) uitzetting (F.), uitwijzing (F.)

Abschlag (M.) korting (F.), prijsverlaging (F.), handgeld (N.)

Abschlagszahlung (F.) gedeeltelijke afbetaling (F.), termijnbetaling (F.)

abschließen sluiten, afsluiten, beëindigen

abschließend afsluitend, beëindigend

Abschluss (M.) transactie (F.), balans (F.), einde (N.)

Abschlussfreiheit (F.) transactievrijheid (F.)

Abschlussprüfung (F.) eindexamen (N.)

Abschlussvertreter (M.) contractvertegenwoordiger (M.)

Abschlussvertreterin (F.) contractvertegenwoordigster (F.)

Abschlussvollmacht (F.) volmacht (F.) tot transactie

Abschlusszwang (M.) contractvering (F.), contractplicht (F.)

abschneiden afsnijden (V.)

Abschnitt (M.) gedeelte (N.), hoofdstuk (N.), paragraaf (M.)

abschöpfen inhouden, heffen

Abschöpfung (F.) inhouding (F.), heffing (F.)

abschrecken afschrikken

Abschreckung (F.) afschrikking (F.)

abschreiben afschrijven, overschrijven, kopiëren

Abschreibung (F.) afschrijving (F.), overschrijving (F.)

Abschrift (F.) afschrift (N.), kopie (F.)

absenden afzenden, verzenden

Absender (M.) afzender (M.)

Absenderin (F.) afzendster (F.)

absetzen afzetten, schrappen, aftrekken, onderbreken

Absetzung (F.) afzetting (F.), ontheffing (F.), onderbreking (F.)

absichern beveiligen

Absicherung (F.) beveiliging (F.)

Absicht (F.) bedoeling (F.), doel (N.), plan (N.), intentie (F.)

absichtlich opzettelijk

Absichtserklärung (F.) intentieverklaring (F.)

Absichtsprovokation (F.) opzettelijke provocatie (F.)

absolut absoluut

absolute Fahruntüchtigkeit (F.) absolute rijonvaardigheid (F.)

absolute Mehrheit (F.) absolute meerderheid (F.)

absoluter Revisionsgrund (M.) voorziening (F.) in cassatie met absoluut karakter, beroep (N.) in cassatie met absoluut karakter

absolutes Fixgeschäft (N.) fixe-affaire (F.) met absoluut karakter

absolutes Recht (N.) absolute recht (N.)

Absolution (F.) absolutie (F.), vergiffenis (F.), kwijtschelding (F.)

Absolutismus (M.) absolutisme (M.), alleenheerschappij (F.)

absolvieren kwijtschelden, vrijspreken

absondern afzonderen, afscheiden, separeren

Absonderung (F.) afzondering (F.)

absorbieren absorberen, opslurpen

Absorption (F.) absorptie (F.), opslorping (F.)

Absorptionsprinzip (N.) absorptieprincipe (N.)

absperren afsluiten, versperren

Absperrung (F.) afsluiting (F.), versperring (F.)

Absprache (F.) afspraak (F.)

abstammen afstammen

Abstammung (F.) afstamming (F.), afkomst (F.)

Abstand (M.) afstand (M.), afkoopsom (F.)

abstellen afzetten, wegzetten

abstimmen stemmen, collationeren, rekening (F.) houden met, vergelijken

Abstimmung (F.) stemming (F.)

abstrahieren abstraheren

abstrakt abstract

abstrakte Normenkontrolle (F.) abstracte normencontrole (F.)

Abstraktion (F.) abstractie (F.)

Abstraktionsprinzip (N.) abstractieprincipe (N.)

abstreiten betwisten, loochnen, desavoueren

Abt (M.) abt (M.)

Abtei (F.) abdij (F.)

abteilen indelen, afscheiden

Abteilung (F.) afdeling (F.), sectie (F.)

Äbtissin (F.) abdis (F.)

abtreiben afdrijven, aborteren, abortus plegen

Abtreibung (F.) abortus (M.), abortus (M.) provocatus, afdrijving (F.)

Abtreibungsmittel (N.) abortusmiddel (N.), afdrijvingsmiddel (N.)

abtrennbar afscheidbaar (Adj.)

abtrennen afscheiden, afzonderlijk behandelen

abtretbar vervreembaar, overdraagbaar

abtreten afslaan, overdoen, cederen, abandonneren

Abtretende (F.) cedente (F.), overdraagster (F.)

Abtretender (M.) cedent (M.), overdrager (M.)

Abtretung (F.) afstand (M.), overdracht (F.), cessie (F.), abandon (N.)

Abtretungserklärung (F.) akte (F.) van cessie

Abtretungsurkunde (F.) akte (F.) van afstand, akte (F.) van cessie

Abtretungsverbot (N.) afstandsverbot (N.), cessieverbot (N.)

Abwasser (N.) afvalwater (N.)

abwegig verkeerd, onjuist, vreemd

Abwehr (F.) afweer (F.), weerstand (M.), verdediging (F.), contra-inlichtingendienst (N.)

abwehren afweren, afslaan

abweichen afwijken, derogeren

abweichend afwijkend

abweichende Meinung (F.) (abweichende Meinung eines Richters) afwijkende beslissing (F.)

abweichendes Verhalten (N.) afwijkend gedrag (N.)

Abweichung afwijking (F.), derogatie (F.), deviatie (F.)

abweisen afwijzen, afslaan

Abweisung (F.) afwijzing (F.), weigering (F.), ontzegging (F.)

abwerben wegkopen, ronselen

abwerten devalueren

Abwertung (F.) devaluatie (F.)

abwesend afwezig (Adj.)

Abwesende (F.) afwezige (F.)

Abwesender (M.) afwezige (M.)

Abwesenheit (F.) afwezigheid (F.)

Abwesenheitspfleger beheerder (M.) van het vermogen van een afwezige

Abwesenheitspflegschaft (F.) bewindvoering (F.) over vermogen van een afwezige

abwickeln afwikkelen

Abwicklung (F.) afwikkeling (F.)

abzahlen afbetalen

Abzahlung (F.) afbetaling (F.), betaling (F.) op rekening

Abzahlungskauf (M.) huurkoop (M.), koop (M.) op afbetaling

Abzahlungskredit (M.) afbetaalkrediet (N.)

abzeichnen ondertekenen, paraferen, aftekenen

abziehen aftrekken, uittrekken

Abzug (M.) aftrek (M.), aftrekking (F.), korting (F.)

Acht (F.) (1) ban (M.)

Acht (F.) (2) aandacht (M.), respect (M.), eerbied (M.)

achten achten, eerbiedigen, schatten

ächten veroordelen, uitstoten

achtlos achteloos

Achtung (F.) oplettendheid (F.), achting (F.), aanzien (N.), eerbied (M.)

ad hoc (lat.) (zu dem bzw. bis jetzt) ad hoc (Adj.)

Adäquanz (F.) adequantie (F.)

adäquat adequaat

Adel (M.) adel (M.)

adeln adelen, in de adelstand verheffen

Adelsstand (M.) adelstand (M.)

Adhäsion (F.) adhesie (F.)

Adjutant (M.) adjudant (M.)

Adjutantin (F.) adjudante (F.)

Administration (F.) administratie (F.)

administrativ administratief

Admiral (M.) admiraal (M.)

Admiralin (F.) vrouwelijke admiraal (F.)

adoptieren adopteren, aannemen

Adoption (F.) adoptie (F.)

Adoptivelter (M. bzw. F.) adoptieouder (M. bzw. F.)

Adoptiveltern (Pl.) adoptieouders (Pl.)

Adoptivkind (N.) adoptiekind (N.)

Adressat (M.) (Angebotsempfänger) geadresseerde (M.)

Adressatin (F.) geadresseerde (F.)

Adresse (F.) adres (N.)

adressieren adresseren

Advokat (M.) advocaat (M.)

Advokatin (F.) advocate (F.)

Affekt (M.) affect (F.)

Affektion (F.) affectie (F.)

Affektionswert (M.) affectiewaarde (F.)

Affidavit (N.) affidavit (N.), beëdigde gerechtelijke verklaring (F.)

affirmativ affirmatief, bevestigend

Affront (M.) affront (N.), belediging (F.), smaad (M.), krenking (F.)

Afrika (N.) Afrika (N.)

Agende (F.) rituaal (N.)

Agent (M.) agent (M.), vertegenwoordiger (M.)

Agentin (F.) agente (F.)

Agentur (F.) agentuur (F.), agentschap (N.)

Aggression (F.) agressie (F.)

aggressiv agressief (Adj.)

agieren ageren, werken

Agio (N.) agio (N.), opgeld (N.)

Agnat (M.) agnaat (M.)

Agrarrecht (N.) agrarisch recht (N.)

Agrément (N.) agrement (N.)

Ahn (M.) stamvader (M.)

ahnden berechten, vergelden, straffen, wreken

Ahndung (F.) vergelding (F.), strafoplegging (F.)

Ahne (F.) stammoeder (F.)

Ahnfrau (F.) stammoeder (F.)

Aids (N.) aids

Akademie (F.) academie (F.)

akademisch academisch

akademischer Grad (M.) academische graad (M.)

Akklamation (F.) acclamatie (F.)

Akkord (M.) akkoord (N.), overeenstemming (F.), overeenkomst (F.), stukgeld (N.)

Akkordlohn (M.) stukloon (N.)

akkreditieren accrediteren

Akkreditierung (F.) accrediteren (N.)

Akkreditiv (N.) geloosbrief (M.), accreditief (N.)

Akt (M.) daad (F.), handeling (F.), procedure (F.)

Akte (F.) akte (F.), dossier (N.), processtuk (N.), dokument (N.)

Akteneinsicht (F.) inzage (F.) in de akte

aktenkundig geregistreerd

Aktenvermerk (M.) aantekening (F.)

Aktenvortrag (M.) voorlezing (F.) van de akte

Aktenzeichen (N.) dossiernummer (N.), rolnummer (N.)

Aktie (F.) aandeel (N.), aandeelbewijs (N.)

Aktienbuch (N.) aandeelhoudersregister (N.)

Aktiengesellschaft (F.) maatschappij (F.) op aandelen, naamloze vennootschap (F.)

Aktiengesetz (N.) aandelenwet (F.)

Aktieninhaber (M.) aandeelhouder (M.)

Aktieninhaberin (F.) aandeelhoudster (F.)

Aktienrecht (N.) aandelenrecht (N.)

Aktion (F.) actie (F.)

Aktionär (M.) aandeelhouder (M.)

aktiv actief, bedrijvend, werkzaam, daadwerkelijk

Aktiva (N.Pl.) actief vermogen (N.Pl.), aktiva (N.Pl.)

aktives Wahlrecht (N.) aktief kiesrecht (N.)

Aktivschuld (F.) inschuld (F.)

Aktivum actief vermogen (N.), actief belangen (N.)

aktuell actueel

Akzept (N.) accept (N.), acceptatie (F.), aanneming (F.)

akzeptabel acceptabel

Akzeptant (M.) acceptant (M.)

Akzeptanz (F.) acceptatie (F.), aanvaarding (F.)

akzeptieren accepteren

Akzessorietät (F.) accessoiriteit (F.)

akzessorisch accessoir, bijkomstig

akzidentiell accidenteel

Akzise (F.) accijns (M.), belasting (F.)

Alarm (M.) alarm (N.)

Alarmanlage (F.) alarminstallatie (F.)

Albanien (N.) Albanië

aleatorisch aleatoir, onzeker, wisselvallig

alias alias

Alibi (N.) alibi (N.)

Aliment (N.) alimentatie (F.), onderhoudsbijdrage (F.)

Alimentation (F.) alimentatie (F.)

Alimentationstheorie (F.) alimentatietheorie (F.)

Alimente (N.Pl.) alimentatie (F.Pl.)

aliud aliud

Alkohol (M.) alcohol (M.)

Alkoholdelikt (N.) alcoholdelict (N.), alcoholmisdrijf (N.)

allein alleen

Alleineigentum (N.) alleeneigendom (N.)

Alleinvertriebsvereinbarung (F.) alleenverkoopcontract (N.)

allgemein algemeen, algeheel

allgemeine Geschäftsbedingung (F.) algemene ondernemingsvoorwaarde (F.), algemene handelsvoorwaarde (F.)

allgemeine Gütergemeinschaft (F.) algemene gemeenschap (F.) van goederen

allgemeine Handlungsfreiheit (F.) algemene vrijheid (F.) van handelen

allgemeine Staatslehre (F.) algemene staatswetenschap (F.)

allgemeine Wahl (F.) algemene verkiezingen (F.Pl.)

allgemeiner Rechtsgrundsatz (M.) algemene rechtsbeginsel (N.)

allgemeiner Schaden (N.) algemene schade (F.)

allgemeiner Studentenausschuss (M.) algemene studentenraad (M.)

allgemeiner Teil (M.) algemene deel (N.)

Allgemeines Abkommen (N.) über den Handel mit Dienstleistungen (GATS) algemene overeenkomst (F.) over handel met dienstverlening (GATS)

allgemeines Gesetz (N.) algememe wet (F.)

allgemeinverbindlich algemeen bindend

Allgemeinverbindlichkeit (F.) algemene verbintenis (F.), algemene verplichting (F.), algemene bindende kracht (F.)

Allgemeinverfügung (F.) beschikking (F.)

Allgemeinwohl (N.) algemeen welzijn (N.), algemene welzijn (N.)

Allianz (F.) alliantie (F.), bondgenootschap (N.)

alliiert geallieerd

Alliierte (M.Pl.) geallieerden (M.Pl.)

Alliierter (M.) geallieerde (M.)

Allmende (F.) gemeenteweide (F.)

Allod (N.) allodium (M.)

Allonge (F.) allonge (F.)

alltäglich alledaags

allzuständig bevoegd, competent

Allzuständigkeit (F.) bevoegdheid (F.), allgemene bevoegdheid (F.), competentie (F.)

Alm (F.) bergweide (F.)

Almosen (N.) aalmoes (N.)

Alpe (F.) alp (F.)

Altenteil (M.) aandeel (N.) in de opbrengst van het boerenbedrijf dat de boer nog behoudt na overdracht van zijn bezittingen aan zijn opvolger

Alter (N.) leeftijd (M.)

alternativ alternatief (Adj.)

Alternative (F.) alternatief (N.)

Altersgrenze (F.) leeftijdsgrens (F.)


  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   28


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina