Aadres. ItsClean is geintegreerd met het relatiebeheersysteem AaRelatie



Dovnload 0.76 Mb.
Pagina10/11
Datum20.08.2016
Grootte0.76 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11

Importeren projecten 2

Met deze programmafunctie kunnen vanuit een spreadsheet of een CSV-bestand semi-automatisch relaties en projecten aangemaakt worden. De gewenste importinformatie kan door de gebruiker zelf worden gedefinieerd en worden onderhouden in importprofielen. Het venster met de te importeren informatie ziet er als volgt uit:




Bij het onderhoud van de profielen zijn de gebruikelijke onderhouds- en navigatiefuncties van toepassing, inclusief die van dupliceren. De toegangssleutel tot een profiel is de complete omschrijving van het profiel. Bij het profiel wordt ook het soort project-conversie ingesteld. Deze keuze bepaalt de betekenis van de pseudo-velden welke aangeduid worden met een $-teken in de lijst met beschikbare velden.


De velden bij de relatie kunnen gekozen worden uit een lijst met alle velden welke beschikbaar zijn bij een relatie. De vaste en variabele keuzelijsten betreffen de keuzelijsten zoals vastgelegd bij “Onderhoud tabellen”. De veldnaam-synoniemen van de variabele keuzelijsten en vrije velden worden automatisch in de lijst met velden en de in header van de importgrid vertolkt.


De breedte betreft de breedte van de kolommen in het werkblad in pixels. Indien geen breedte wordt gespecificeerd dan geldt de waarde 50.


Bij het afsluiten van de transactie wordt gecontroleerd of de verplichte velden “”RelKey”, “Naam” en “Plaats” gedefinieerd zijn. Zoniet dan wordt een foutmelding gegeven en wordt de transactie niet afgesloten.

De “Maak RelKey”- en “Converteer”-buttons kunnen niet gebruikt worden indien er een transactie geopend is.

De volgende conversies zijn mogelijk:



  • 00: Uitsluitend relaties

  • 50: Relaties/jobs per wijk met looproute

  • 51: Relaties/projecten met meervoudige details

50: Relaties/jobs per wijk met looproute

De betekenis van de $-velden is hierbij de volgende:




  • $1=Huisnummer: het importveld betreft het huisnummer dat toegevoegd wordt aan het standaard adres; een reeks etages b.v. “3.2.1.hs” is opgeslagen in de vrije rubriek “Txt01” en wordt toegevoegd aan zowel de project-omschrijving als de projectdetail-omschrijving; het laatste segment (“hs” in het voorbeeld) wordt toegevoegd aan het adres (na het huisnummer)

  • $2=Betaling: de standaard betaalwijze is “2” (contant); indien in het importveld de waarde “fac” voorkomt dan wordt de betaalwijze “0” (factuur)

  • $3=Frequentie: het aantal beurten per jaar

  • $4=Prijs: de prijs per beurt

  • $5=Tekst: de importtekst wordt toegevoegd aan de omschrijving van het projectdetail

Bij de conversie worden verder de volgende defaults gehanteerd:




  • order- en ingangsdatum zijn de dagdatum van de import

  • code verlengen 1 (elk jaar automatisch verlengen)

  • code factuurwijze 1 (gereedmelding)

  • jaar is lopend jaar

  • looptijd is geheel jaar

  • startweek is 1

  • codes infacturing en inplanning zijn beiden 1 (aan)

  • de code soort project/werk wordt vastgelegd in parameter “im22”

  • in parameter “im23” wordt de deler van de geimporteerde prijs vastgelegd (default 1, “1,19” indien een consumentenprijs wordt geimporteerd)

51: Relaties/projecten met meervoudige details

De betekenis van de $-velden is hierbij de volgende:



  • $1 = Groep: de regiocode behorende bij de relatie

  • $2 = KP: de code van de “kostenplaats” zoals vastgelegd in de eerste variabele keuzelijst; voorafgegaan door “kp” is dit tevens de toegangssleutel tot de relatie waarin de kostplaats wordt vastgelegd

  • $3 = Jobs: een tekststring met coderingen voor het genereren van projectdetails

  • $4 = PersNr: de toegangssleutel tot de medewerker (zoals geregistreerd in AaPersoneel) welke aan de relatie gekoppeld is

  • $5= Jobs1 / $6 = Persnr1 t/m $17= Jobs7 / $18 = Persnr7 voor maximaal 7 combinaties van werknemer/medewerker en jobstring; het PersNr wordt in dit geval vastgelegd in de rubriek “Extra01” van het werknemersrecord (“salmain”)

Bij de import van de relaties kunnen de volgende foutmeldingen optreden:



  • foutieve code groep/regio

  • foutieve code kostenplaats

  • kostenplaats onbekend als relatie

  • onbekende medewerker

  • foutief BSN/Sofinummer

Per geimporteerde relatie worden een project en detail aangemaakt met:



  • sleutel (“RelKey”) van relatierecord wordt in eerste vrije tekst gedupliceerd (“Txt01”)

  • automatisch gegenereerd projectnummer

  • klantid volgens relatie “kostenplaats”

  • jobid (werkadres) volgens ingelezen relatie

  • projectgroep is regio van de relatie

  • order- en ingangsdatum volgens vastgelegde datum in vrij tekstveld met nummer zoals geparametriseerd in “im25”

  • code verlengen 0 (niet automatisch verlengen)

  • code factuurwijze 1 (gereedmelding)

  • projectsoort zoals vastgelegd in parameter “im22” (reeks codes)

  • jaar zoals vastgelegd in parameter “im24”

  • looptijd is geheel jaar

  • codes infacturing en inplanning zijn beiden 1 (aan)

  • vaste medewerker zoals ingelezen (optioneel)

  • detailgegevens volgens jobstring

De jobstring kan als volgt samengesteld zijn:





Deze string mag, gescheiden door comma's, herhaald worden. De soortcode kan “a” t/m “z” zijn en verwijst naar de projectsoorten zoals vastgelegd in parameter “im22”. De uren mogen met decimale punt gecodeerd worden, de weekdag kan zijn “ma” t/m “zo”. Het tijdstip mag ook met decimale punt gecodeerd worden. Het interval is optioneel en wordt tussen haakjes gecodeerd. Het interval start met een “o” voor de oneven weken en een “e” voor de even weken, gevolgd door een geheel getal.


Voorbeeld 1:

a3di10,a3vr14 (eerste soort, 3 uren, dinsdag om 10 uur en vrijdag om 14 uur)

Voorbeeld 2:

b3.5wo14.15(e2) (tweede soort, 3,5 uren, woensdag 14:15 uur, even weken)

Als het werkblad geladen is kunnen nog individuele wijzigingen wordt uitgevoerd en kunnen automatisch de toegangssleutels worden gevuld. Als uitgangspunt bij de bepaling van de sleutel geldt dat de eerste drie letters van de naam en de eerste drie letters van de plaats gebruikt worden. Indien in de parameter “im21=1” is vastgelegd dan wordt het laatste woord van de geimporteerde naam als achternaam verondersteld en als sleutel toegepast.





Na het commando “Converteer” wordt gecontroleerd of bij alle records de toegangssleutel en de naam is ingevuld. Zoniet en bij andere invoerfouten wordt het commando geweigerd en worden de fouten in een grid gepresenteerd. Indien er geen problemen zijn worden alle gegevens in één transactie geplaatst en worden eventuele dubbele toegangssleutels van een volgnummer voorzien. Tot slot wordt gevraagd of de relaties en projecten daadwerkelijk in de database opgenomen moeten worden:


Door de databasemanager “root” kunnen achteraf nog diverse nabewerkingen worden uitgevoerd via de record-menukeuze “Nabewerken conversie 51”:



  1. Update roepnaam werknemers.

    Als de achternaam van de werknemer ingevuld is en niet voorkomt in de actuele roepnaam dan wordt de roepnaam samengesteld uit de actuele roepnaam plus de achternaam (en daartussen eventueel het tussenvoegsel).






  2. Update roepnaam medewerkers.

    Zie update roepnaam werknemers.




  3. Aanbrengen relatie client/KP (kostenplaats).

    Relaties met “RelType=1” (clienten) kunnen gelinkt worden aan de “relatie” van de kostenplaats. Conventie hierbij is dat de toegangssleutel tot de kostenplaats gecodeerd is als “kp” plus de code van de kostenplaats in het clientrecord. Indien de kostenplaats niet gevonden kan worden of de link reeds aanwezig is dan wordt de koppeling niet aangebracht.




  4. Update projectgroep per project.

    Alle projecten worden vanuit de clienten (werkadressen) voorzien van de code projectgroep welke bij de client is vastgelegd in de rubriek “Txt06” op voorwaarde dat de rubriek nog niet gevuld is.




  5. Update afdeling per werknemer en medewerker.

    Alle werknemers (“salmain”) en medewerkers (“permain”) worden vanuit de code projectgroep van de projecten (“clnproject”) behorende bij de projectdetails (“clnprojdetail”) bijgewerkt met de code afdeling op voorwaarde dat de rubrieken nog niet zijn ingevuld.



Importeren projecten 3

Met deze programmafunctie kunnen vanuit een andere ItsClean-database relaties, medewerkers, projecten en overige daaraan gerelateerde tabellen geimporteerd en geconverteerd worden. De importdatabase wordt gestuurd via ODBC (Open DataBase Connectivity), zodat in principe meerdere merken databases benaderd kunnen worden. De functie kan gezien worden als een algemeen raamwerk voor een importfaciliteit. De huidige implementatie is gericht op gebruik in de thuiszorg.





Met een aantal parameters worden met name de te selecteren gegevens gefilterd. De parameters worden op de gebruikelijke wijze in de tabellen vastgelegd, het onderhoud van de tabellen gebeurt impliciet in deze programmafunctie. De parameters zijn:

“im30”: ODBC-verbindingsparameters

“im31”: filter voor medewerkerselectie (tabel “permain”)

“im32”: filter voor relatieselectie (tabel “relmain”)

“im33”: datum en tijd van de meest recente run (t.b.v. verwijderen import)

“im34”: datum in dienst welke in alle medewerkers geplaatst moet worden

“im35”: filter voor projectselectie (tabel “clnproject”)

“im36”: filter voor projectdetailselectie (tabel “clnprojdetail”)

“im37”: filter voor werkopdrachtselectie (tabel “clnjob”)

“im38”: filter voor werktijdselectie (tabel “perwerktijd”)

“im39”: filter voor urenregistratieselectie (tabel “perdaguur”)

Let op: de datums in “im33” en “im34” hebben een normale notatie, die in de filters een ODBC-notatie (formaat jaar-maand-dag tussen enkele quotes).

De ODBC-parameter betreft de DSN (Data Source Name) zoals gedefinieerd door de ODBC Data Source Manager (MS Windows Control Panel, Administrative Tools, ODBC Data Sources). Met dit Windows-programma worden de te koppelen databases vastgelegd zoals in onderstaand voorbeeld:



Voorafgaand aan het gebruik van dit programma moet het bij de database behorende ODBC-stuurprogramma geinstalleerd worden.

Bij het draaien van deze importfunctie is het van belang dat de database exclusief gebruikt kan worden. Deze exclusiviteit is van belang voor het verwijderen van een ongewenste import. Het verwijderen (knop “Clear vorige”) wordt uitgevoerd op basis van de datum en tijd van de “Laatste start”. Indien er gedurende de import door andere functies ook databasemutaties uitgevoerd worden lopen deze het risico om ongewenst verwijderd te worden. De gewenste exclusiviteit wordt niet door het programma zelf geregeld.


De voortgang van het importproces wordt permanent getoond en er wordt een logboek bijgehouden met vermelding van geimporteerde gegevens (medewerkers, projecten en projectdetails), foutsituaties en aantallen records. Het is van groot belang om na afloop van een geslaagde import een lijst van het logboek af te drukken waarop later nog kan worden teruggekeken.


De gehele import wordt als één transactie uitgevoerd. Als er ontoelaatbare fouten zijn geconstateerd dan wordt de gehele transactie teruggedraaid met de melding “Import kan niet worden voltooid” als laatste regel in het logboek.


Een geslaagde import eindigt met de regel “Einde import”. Indien de geimporteerde gegevens alsnog worden verwijderd dan moet de inmiddels gewijzigde projectnummernumerator handmatig teruggezet worden !

Het importproces loopt als volgt:


  1. Medewerkers (“permain”)

    - selectie volgens filter “im31”


    - controle op dubbele sleutel (“perkey”)
    - speciale conversie, zie verderop
    - datum in dienst (“indienst”) wordt bewaard in “extra39”
    - “id” wordt bewaard in “extra40”
    - “indienst” krijgt de waarde van “im34”




  2. Relaties (“relmain”)

    - selectie volgens filter “im32”


    - aan sleutel wordt “~~~” als prefix toegevoegd
    - controle op dubbele sleutel (“relkey”)
    - oorspronkelijke sleutel wordt bewaard in “txt12”
    - “id” wordt bewaard in “txt11”




  3. Projecten (“clnproject”)

    - selectie volgens filter “im35”


    - oorspronkelijk projectnummer (“projectnr”) wordt bewaard in “extra10”
    - “id” wordt bewaard in “extra09”
    - speciale conversie relaties, zie verderop
    - bestaand werkadres wordt gerespecteerd
    - niet bestaand werkadres krijgt sleutel zonder “~~~”
    - koppelingen met klant en werkadres worden gelegd
    - nieuw projectnummer wordt bepaald
    - alle geimporteerde relaties met “~~~” in sleutel worden opgeruimd




  4. Projectdetails (“clnprojdetail”)

    - selectie volgens filter “im36”


    - “id” wordt bewaard in “extref”
    - project wordt opgezocht volgens voormalig projectnummer (“extra10”)
    - medewerker wordt opgezocht volgens voormalige “id” (“extra40”)
    - speciale conversie projectdetails, zie verderop
    - koppelingen met klant, project en medewerker worden gelegd




  5. Werkroosters (“clnjobrooster”)

    - projectdetail wordt opgezocht volgens voormalige “id” (“extref”)


    - koppeling met projectdetail wordt gelegd




  6. Werkopdrachten (“clnjob”)

    - selectie volgens filter “im37”


    - “id” wordt bewaard in “debiteurid”
    - project wordt opgezocht volgens voormalig projectnummer (“extra10”)
    - projectdetail wordt opgezocht volgens huidig projectnummer en regelnummer
    - medewerker wordt opgezocht volgens voormalige “id” (“extra40”)
    - speciale conversie werkopdrachten, zie verderop
    - koppelingen met klant, project en medewerker worden gelegd






  7. Urenregistratie (“perdaguur”)

    - medewerker wordt opgezocht volgens voormalige “id” (“extra40”)


    - werkopdracht wordt opgezocht via voormalige “id” (“debiteurid”)
    - koppelingen met klant, project, detail, werkopdracht en medewerker worden gelegd




  8. Verzuimregistratie (“perverzuim”)

    - medewerker wordt opgezocht volgens voormalige “id” (“extra40”)


    - koppelingen met medewerker wordt gelegd




  9. Werkweekregistratie (“perwerkweek”)

    - medewerker wordt opgezocht volgens voormalige “id” (“extra40”)


    - koppelingen met medewerker wordt gelegd




  10. Werktijdregistratie (“perwerktijd”)

    - medewerker wordt opgezocht volgens voormalige “id” (“extra40”)


    - koppelingen met medewerker wordt gelegd



Speciale conversies:



  1. Medewerkers

    - afdelingen:


    “N” wordt “52”, “Z” wordt “53”, “BAR” wordt “59”




  2. Relaties (bij import projecten)

    - aan de hand van de postcode van het werkadres wordt de klantcode bepaald:


    5210: PC 3011, 3012, 3013, 3014, 3015, 3016, 3021, 3022
    5220: PC 3023, 3024, 3025, 3026, 3027, 3028, 3029
    5230: PC 3031, 3032, 3033, 3034, 3035, 3036
    5240: PC 3037, 3039, 3042, 3043, 3051, 3052
    5250: PC 3053, 3054, 3055, 3056, 3059
    5260: PC 3061, 3062, 3063, 3064, 3065
    5270: PC 3066, 3067, 3068, 3069
    5310: PC 3071, 3072, 3073, 3074, 3075
    5320: PC 3076, 3077, 3078, 3079, 3081, 3082
    5330: PC 3083, 3084, 3085, 3086, 3089
    5340: PC 3191, 3192, 3193, 3195
    5410: PC 2981
    5420: PC 2982
    5430: PC 2983
    5440: PC 2984
    5450: PC 2985
    5460: PC 2986
    5470: PC 2987
    5480: PC 2988
    5490: PC 2989
    5510: PC 2991
    5520: PC 2992
    5530: PC 2993
    5540: PC 2994
    5610: PC 3161
    5620: PC 3162
    5630: PC 3171
    5640: PC 3172
    5650: PC 3176
    9999: rest (ongeldig)
    - de klantcode (kostenplaats) wordt opgeslagen in “div01”
    - de regiocode (“regio” in “relmain”) wordt bepaald door de eerste twee cijfers
    - de projectgroep (“groepid” in “clnproject”) idem
    - de rubriek “div02” wordt geconverteerd:
    “1” wordt ”HH1”, “2” wordt “HH2”, “3” wordt “OG”, “4” wordt “OV”
    - de sleutel van de kostenplaats wordt de klantcode voorafgegaan door “kp”
    - er wordt een verbinding tussen klant en werkadres gelegd (tabel “rellink”)




  3. Projectdetails

    - de projectsoort (“soortid”) wordt geconverteerd:


    “OV” bij regio “52” en “53”, “HH1” bij de overige regio's




  4. Werkopdrachten

    - zie projectdetails



Importeren projecten 4

Met deze programmafunctie kan vanuit een tekstbestand met standaard layout een ItsClean database gevoed worden met relaties, projecten en projectdetails. De ingelezen gegevens worden in een grid gepresenteerd. Vanuit de grid kan, voor controle na verwerking, doorgeklikt worden naar relatie- en projectbeheer.

Het tekstbestand moet de volgende velden aanleveren (gescheiden door “^”) :



  1. debiteurid

  2. naam opdrachtgever (voor visuele controle)

  3. sleutel werkadres

  4. naam werkadres

  5. adres werkadres

  6. postcode werkadres

  7. plaats werkadres

  8. taak (clnproject|ProjectNr)

  9. afdeling (clnproject|GroepId)

  10. soort (clnproject|Extra02)

  11. ingangsdatum (clnproject|IngangsDatum en clnproject|OrderDatum)

  12. termijn (clnproject|Extra03)

  13. controleur (clnproject|Extra04)

  14. opdrachtbon (clnproject|Omschrijving en clnprojdetail|BonTekst)

  15. werkbonomschrijving (clnprojdetail|BonTekst)

  16. factuurtekst (clnprojdetail|FacTekst)

  17. bedrag (clnprojdetail|Prijs)

  18. n.v.t.

  19. n.v.t.

  20. projectsoort (clnprojdetail|SoortId)

  21. startweek (clnprojdetail|StartWeek)

  22. frequentie (clnprojdetail|Frequentie)

  23. dag

  24. omschrijving detail (clnprojdetail|Omschrijving)

  25. n.v.t.

  26. personeelsnummer (clnprojdetail|PerId)

  27. n.v.t.

  28. voorcalculatie (clnprojdetail|VoorCalc)

  29. factuurcode (clnprojdetail|FactuurCode)

  30. code werkbon (clnprojdetail|Werkbon)

Voorafgaand aan de verwerking moeten de volgende gegevens in de database bekend zijn:

  • debiteuren (vastgelegd in AaRelatie, relaties gekenmerkt als klant met debiteurid)

  • werknemers (vastgelegd in AaSalaris)

  • projectgroepen

  • projectsoorten

Bij de verwerking worden diverse controles uitgevoerd. Indien een fout optreedt wordt een melding gegeven en wordt de verwerking gestaakt. De volgende meldingen kunnen optreden:



  • Debiteurid niet numeriek

  • Debiteurid niet gevonden

  • Geen RelKey opgenomen

  • Personeellid niet gevonden

  • Afdeling onbekend

  • Ingangsdatum lengte is onjuist

  • Ingangsdatum maand is onjuist

  • Projectsoort is onjuist

  • Dagnotatie is onjuist

  • Projectnr reeds bekend

De volgende conversieregels zijn van toepassing:



  • het personeelsnummer mag voorafgegaan worden door “hw”

  • het werkadres wordt in relatiebeheer aan de debiteur gekoppeld

  • het taaknummer (projectnummer) mag voorafgegaan worden door “TK-”

  • de ingangsdatum is gecodeerd als dd-mmm-jj (mmm “jan”, “feb” etc.)

  • de oorspronkelijke taakcodering wordt opgeslagen in Extra01

  • de code werkbon moet gecodeerd worden als “ja” (of leeg)

  • de code termijn kan zijn: “1m”, “1k”, “1j” of “1w” voor resp. maand, kwartaal, jaar of week

  • aan de hand van de code termijn worden de frequentie en de startweek aangepast

  • bij code “1k” wordt het rooster “evdm1”, “evdm4”, “evdm7” en “evdm10” ingesteld

  • bij code “1m” wordt het rooster “2vdm” ingesteld

Financieel overzicht projecten

Met deze programmafunctie kan een overzicht van de opbrengsten en kosten van de projecten van een bepaald tijdvak op basis van diverse selectiecriteria worden vervaardigd. Het selectiescherm ziet er als volgt uit:





De selecties "van" - "t/m" werken gecombineerd met elkaar. Indien de selectie geen resultaat oplevert wordt de lijst niet daadwerkelijk gestart (lege selectie !). De volgorde van presenteren is op basis van sleutel van de relatie en daarbinnen op volgorde van projectnummer. Per project wordt een nieuwe bladzijde geopend.

De opbouw van de financiele gegevens is op basis van:



  • de gefactureerde werkopdrachten

  • de geregistreerde werkuren

  • de in het grootboek vastgelegde projectkosten

De volgorde van de lijst kan worden beinvloed met de parameter “lp23” welke de standaardwaarde “relmain.relkey,clnproject.projectnr” heeft. Alle velden van de tabellen “relmain” en “clnproject” kunnen hiervoor worden gebruikt.


Met “lege” projecten worden hier bedoeld die projecten waarvoor in de geselecteerde periode geen activiteiten zijn gepland (werkopdachten), geen uren (dagstaten) zijn geboekt en geen financiële transacties in het grootboek zijn geregistreerd.


De keuze “Compacte projectlijst” is bedoeld om een lijst met uitsluitend totalen per project op te maken. Via de documentdefinitie kunnen dan tellingen worden gerealiseerd.



Het opmaken van het overzicht wordt uitgevoerd via de standaard Aadres-faciliteit "Flexibele Documenten". In de parameter "lp22" kan een reeks sleutels van document definities worden vastgelegd (van elkaar gescheiden door komma's). De programmatuur verwijst initieel automatisch naar het document "cleanfinprolist".

In de parameter "lp21" wordt de toegangssleutel tot een record uit de relatie-tabel vastgelegd waarin een logo is geregistreerd dat als logo van het eigen bedrijf afgedrukt kan worden (zie "Systeemdocumentatie AaRelatie").


Alle velden uit de tabellen "relmain" (relatierecord klant), "relmainclone" (relatierecord werkadres en contactpersoon), ”clnproject" (projectheader), "clnprojdetail" (detailregel), "clnjob" (werkopdracht), "clnprojsoort" (projectsoort), "clnprojgroep" (projectgroep), "permain" (medewerker), “finrekening” (grootboekrekening), “finmutatie” (grootboekmutatie), "perdaguur" (urenregistratie) en “peractiviteit” (activiteitcode) zijn beschikbaar voor opmaken.


De volgende extra velden zijn beschikbaar:



w_cln|logo (voor de adressering van het eigen logo)

__work1|date1 (datum van)

__work1|date2 (datum t/m)

__work1|tot1 (totaal facturen projectdetail)

__work1|tot2 (totaal uren projectdetail)

__work1|tot3 (totaal kosten projectdetail)

__work1|tot4 (totaal facturen project)

__work1|tot5 (totaal uren project)

__work1|tot6 (totaal kosten project)

__work1|tot7 (totaal generaal facturen)

__work1|tot8 (totaal generaal uren)

__work1|tot9 (totaal generaal kosten)

__work1|bedrag1 (regelbedrag of resultaat)

Ten behoeve van het opmaken van het overzicht zijn de volgende groepen gedefinieerd:




Groep

Omschrijving en bijzonderheden

h

Header algemeen

h1

Header voor werkadres

h2

Header voor contactpersoon

hp

Header voor project

hz

Header afsluiting (met setmargins)

d1

Detailregel met projectdetails

d2

Details met gegevens werkopdracht

t2

Totaal groep opbrengsten

d3

Details met gegevens urenregistratie

t3

Totaal groep urenregistratie

d4

Details met gegevens grootboekmutatie

t4

Totaal groep kosten

t5

Totaal projectdetail

t1

Totaal project

t0

Totaal generaal

Bij het genereren van een compacte projectlijst worden de groepen “h” en “hz” gebruikt om de header van de lijst op te maken en de margins te zetten, wordt de groep “hp” gebruikt om de tellingen van een project te initialiseren (via pascal-script) en de groep “t1” om de project­totalen te presenteren en eventueel door te tellen naar totaal generaal. De groepen “d2” (werkopdracht), “d3” (urenregistratie) en “d4” (grootboekmutatie) worden niet gebruikt om op te maken maar om door te tellen.



De lijstindeling behorende bij het onderstaande voorbeeld wordt standaard geleverd bij de installatie van Aadres en ItsClean.




Bovenstaand document is tot stand gekomen m.b.v. de onderstaande Document Definitie:








1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina