Aadres. ItsClean is geintegreerd met het relatiebeheersysteem AaRelatie



Dovnload 0.76 Mb.
Pagina3/11
Datum20.08.2016
Grootte0.76 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11

Projectstatus

Het vijfde tabblad biedt de mogelijkheid om de status van het project (= status van de werkopdrachten) te presenteren:




De primaire selectie betreft de datum, vervolgens kunnen de indicaties “in planning”, “in facturering”, “gereed”, “gefactureerd” en “geannuleerd” zowel positief als negatief getest worden. Indien een indicatie zowel positief als negatief geselecteerd wordt is er sprake van een non-selectie, een selectie die er niet toe doet.


Met een rechtermuisklik kan een popupmenu geactiveerd worden:





Door het plaatsen van de muisaanwijzer in de kolom “Fw” (factuurweek) wordt een zogenaamde “balloonhint” geactiveerd met daarin het factuurnummer en de factuurdatum:



Een dubbelklik in de grid met werkopdrachten verzorgt een link naar de aangewezen werk­opdracht op tabblad 4.



Flexibele grids

Projectselectie (alle projecten)

Deze selectiegrid wordt gevuld met gegevens uit de relatietabel en de projecttabel. Om een zo goed mogelijke response te realiseren worden per definitie slechts een beperkt aantal velden uit beide tabellen geselecteerd. De velden zijn geparametriseerd via “cp10” voor de relaties (“relmainclone”) en “cp11” voor de projecten (“clnproject”).


Basetable: “clnproject”

Samengestelde en speciale velden:

t1 vertolkte projectstatus
t2 samengestelde naam van de klant
t3 samengestelde naam van het werkadres
t4 sleutel van het werkadres


Projectselectie (alle projecten van een klant)

Alle velden van het werkadres (“relmainclone”) en het project (“clnproject”) zijn beschikbaar.


Basetable: “clnproject”

Samengestelde en speciale velden:

t1 vertolkte projectstatus


t3 samengestelde naam van het werkadres

Projectdetailselectie (alle detailregels van een project)

Alle velden van de detailregel (“clnprojdetail”) en de projectsoort (“clnprojsoort”) zijn beschikbaar.


Basetable: “clnprojdetail”

Samengestelde en speciale velden:

t1 samenstelling van code projectsoort en omschrijving daarvan



Bevoegdheden

Bepaalde bevoegdheden van een gebruiker kunnen beperkt worden. De daarvoor bestemde parameters worden door ItsClean gedefinieerd en geinterpreteerd, maar worden bij "Onderhoud gebruikers" van Aadres vastgelegd.

De volgende parameters zijn van toepassing:




  1. cln1=x: hiermee worden de mutatie-mogelijkheden van werkopdrachten beperkt; “cln1=0” betekent dat werkopdrachten in het geheel niet gemuteerd mogen worden, met “cln1=9” mag alles; bij “cln1=1” mogen alleen werkopdrachten gewijzigd, aangemaakt of verwijderd worden als ze betrekking hebben op een datum groter of gelijk aan de datum zoals vastgelegd in parameter “cp14”; als deze parameter niet is ingevuld gelden de beperkingen in het geheel niet; deze bevoegdheid is van toepassing op alle programmafuncties welke werkopdrachten kunnen manipuleren

  2. cln4=x: hiermee wordt het soort relatie beperkt, b.v. "cln4=1" wil zeggen alleen particulieren (personen)

  3. cln5=x: hiermee wordt bij het onderhoud het type relatie beperkt, b.v. "cln5=10 or 15" (of "cln5=10,15") indien er twee soorten particulieren gedefinieerd zijn en andere types geblokkeerd moeten worden

  4. cln8=1: het is uitsluitend toegestaan om projectgegevens op te vragen, elke vorm van aanpassing (aanmaken, wijzigen verwijderen, dupliceren) wordt uitgesloten

  5. rel1=1: bij het algemeen relatiebeheer kunnen alle gegevens van alle relaties ingezien worden maar niet gewijzigd; wel kunnen relatiegegevens beperkt worden onderhouden voorzover het onderhoud via "Onderhoud projecten" is geïnitieerd

Bij juiste instelling van deze parameters behoeft aan een gebruiker alleen de programma-functie "Onderhoud projecten" ter beschikking worden gesteld. De ingebouwde functionaliteit m.b.t. het (beperkte) onderhoud van de relaties is voldoende om de taak uit te oefenen.

Bovendien is een koppeling met het factureringsprogramma gemaakt om van een werkopdracht direct een factuur te vervaardigen. Met de volgende extra button in de knoppenbalk kan het actuele project gefactureerd worden:




De factureringsfunctie wordt gestart, het actuele project wordt geselecteerd indien er iets te factureren is en er kan een proeffactuur en/of een definitieve factuur vervaardigd worden welke via de ADF Reader gepresenteerd wordt.

Bijzonderheid: bij het starten van de functie "Onderhoud projecten" wordt standaard het tweede tabblad geopend (projectdetails). Met de parameter "cp04" kan een ander standaard tabblad worden ingesteld (waarde één lager dan nummer van tabblad).

Voorzieningen voor de thuiszorg

Ten behoeve van de thuiszorg zijn speciale voorzieningen m.b.t. initialisatie van data en de controle op ingevoerde data ingebouwd. Deze voorzieningen worden geactiveerd met parameter “cp13=1”.


De volgende initialisaties zijn geimplementeerd:



  • de projectgroep van het project wordt afgeleid van de regiocode uit het relatierecord van de klant (de kostenplaats)

  • de projectsoort van het projectdetail wordt gevuld met de rubriek “Div02” uit het relatierecord van het werkadres (de client)

De volgende controles zijn geimplementeerd:

  • als de projectgroep van het project niet gelijk is aan de regio van de klant volgt de melding: “Projectgroep niet toegestaan !”

  • bij de parameters van de projectgroepen kan de subparameter “prc” ingesteld worden met een reeks projectsoorten (productcodes) welke toegestaan zijn (specificatie van de reeks gescheiden door semicolons); indien de gekozen projectsoort niet voorkomt in deze reeks volgt de melding: “Soort werk (tabel projectsoorten) hier niet toegestaan !”

Compact onderhoud projecten

Met deze programmafunctie kunnen de meest voorkomende bewerkingen voor de ItsClean projectenadministratie worden uitgevoerd. Alle bewerkingen vinden plaats binnen een venster zonder tabbladen, onderverdeeld in 4 panels.



De hoofdfunctie van dit programma betreft het aanmaken van één nieuwe relatie met één project en één projectdetail. Deze functie wordt geïnitieerd door de gebruikelijke button () in de knoppenbalk. De standaard navigatiebuttons hebben betrekking op het relatiebestand (klanten). Met de wijzigingsknop () wordt de onderhoudsfunctie voor zowel de aangewezen relatie als voor het project als voor het projectdetail gestart.


Het venster beschikt over een eigen knoppenbalk, onderverdeeld in 3 secties voor resp. de relatie, het project en het projectdetail. Elke sectie voorziet in een “previous”- en “next”-navigatieknop en een “+”-knop om een individueel record (relatie, project en detail) toe te voegen. De relatie kan op de gebruikelijke wijze worden ingetoetst of opgezocht, de “find”-functie () is ook actief. Een project kan met een speciale dialoog (zoals bij regulier onderhoud) worden opgezocht.
Bij het toevoegen van een nieuwe klant wordt automatisch het debiteurnummer uitgereikt, zie documentatie AaRelatie. Het toevoegen van een nieuw project heeft betrekking op de aangewezen relatie, het projectnummer wordt automatisch bepaald. Het toevoegen van een nieuw projectdetail heeft betrekking op het aangewezen project, het regelnummer wordt automatisch bepaald.
Het vooruit en achteruit bladeren op projectdetailnivo vindt plaats binnen het geselecteerde project. Het bladeren op projectnivo vindt plaats binnen de geselecteerde relatie.

De blauwe “P”- en “R”-knoppen hebben betrekking op een automatische doorverwijzing naar het reguliere relatie- resp. project-onderhoud. Afhankelijk van de aangewezen relatie- en projectgegevens worden de bijbehorende gegevens bij de reguliere onderhoudsfuncties automatisch opgezocht.


Met de “W”-knop kunnen werkopdrachten voor de betreffende projectregel worden aangemaakt. Indien er reeds werkopdrachten voor de betreffende periode aanwezig zijn wordt om een bevestiging van de actie gevraagd. Indien er roosterinformatie voor de betreffende detailregel is vastgelegd kunnen de werkopdrachten niet worden aangemaakt:



De rubrieken in het panel met klantgegevens (linksboven) en het panel met detail-gegevens (rechtsonder) zijn gefixeerd.


De rubrieken in het project-panel zijn gefixeerd t/m “projectgroep”. Daarna is ruimte gereserveerd voor de vrije velden “Extra01” t/m “Extra10”. In de parametertabel worden deze geadresseerd met de parameters “qpp1” t/m “qpp9” voor (“Extra01” t/m “Extra09”) en “qpp0” (voor “Extra10”). Voor positionering en overige instellingen zie “Onderhoud projecten”.
In het panel linksonder kunnen aanvullende klantgegevens geplaatst worden. De werkwijze hierbij is hetzelfde als bij de projectgegevens met de volgende afwijkingen:



  • de rubrieken worden in de parametertabel geadresseerd via de parameters “qpr0” t/m “qpr9”

  • alle velden van het relatierecord (“relmain”) kunnen geadresseerd worden via het attribuut “field”

  • naast de editbox, memobox en richtextbox kan ook de combobox geactiveerd worden (t.b.v. van zowel de vaste als de variabele keuzelijsten)

  • er kunnen geen default values worden vastgelegd (attribuut “xvalue” is niet in gebruik)

Bij het aanmaken van een projectdetail worden de volgende defaults gehanteerd:




  • code soort project/werk zoals vastgelegd in parameter “qpd1“

  • jaar is lopend jaar

  • looptijd is geheel jaar

  • startweek is 1

  • frequentie via parameter “qpd2”

  • code verlengen via parameter “qpd3”

  • code werkbon via parameter “qpd4”

Afdrukken werkbonnen

Met deze programmafunctie kunnen de werkbonnen batchmatig worden geproduceerd. De primaire selectie bestaat uit het jaar en het weeknummer, welke door het programma automatisch bepaald worden maar door de gebruiker alsnog aangepast kunnen worden met de knop "Instellen jaar en week". De lijst wordt gepresenteerd op volgorde van projectnummer en kan op eenvoudige wijze via de grid omgesorteerd worden. De lijst wordt als flexibele grid opgebouwd.



Indien er geen werkopdrachten zijn die aan het jaar- en week-criterium voldoen wordt een foutmelding gegeven:




De lijst met af te drukken werkbonnen wordt gegroepeerd per klant en gesorteerd op projectnummer, regelnummer, jaar en week. Deze volgorde staat los van de volgorde van afdrukken welke ingesteld kan worden met parameter “cb08” (zie verderop).

Met de keuze “Toon uitsluitend nog niet afgedrukte werkopdrachten” kan voorkomen worden dat reeds eerder voor afdrukken geselecteerde jobs in de lijst opgenomen worden. Deze keuze kan via de parameter “cb10=1” gefixeerd worden. Gefactureerde en geannuleerde werk­opdrachten worden nooit getoond. Met “cb14=1” worden alleen werkopdrachten met code werkbon “aan” in de lijst opgenomen.

Met de opdracht "extra selecties" (button rechtsonder) wordt een alternatieve wijze van selecteren mogelijk gemaakt. Het venster ziet er als volgt uit:


Er kan gekozen worden voor een individuele klant óf een projectgroep óf geen van beiden. Bovendien kan gekozen worden voor een datumreeks en/of een postcodereeks. De gekozen datums worden automatisch “afgerond” op het begin resp. einde van een week. Bij het instellen van de “van”-datum en “van”-postcode worden automatisch de “t/m”-datum resp. “t/m”-postcode ingesteld.


De selectie op basis van postcode heeft betrekking op de postcode van de werkadressen of, indien niet expliciet benoemd, de klantadressen.


Na accoordverklaring wordt de standaardgrid gevuld aan de hand van de selecties. Vanaf dat moment geldt weer de standaard procedure voor muteren en afwerken. Na annuleren wordt de grid op de gebruikelijke wijze gevuld.


Indien deze wijze van selecteren de voorkeur geniet boven de standaard methode dan kan met de parameter "cb09=1" het extra selectievenster als startscherm worden ingesteld.


Het maximum aantal te selecteren werkopdrachten kan ingesteld worden met de parameter “cb11”. Indien hier de waarde 0 is ingevuld (standaard) bestaat er geen limiet.


De barcode welke afgedrukt kan worden (veld “w_cln|barcode) kan op twee manieren opgemaakt worden. Bij parameter “cb12=0” wordt de code opgemaakt als combinatie van projectnummer, regelnummer en weeknummer. Bij parameter “cb12=1” als identificatie van de werkopdracht (“clnjob|Id”).

Indien gekozen wordt voor "Start selecteren/bewerken" (eerste venster) wordt de gehele lijst in de wijzigingsmodus geplaatst en kunnen desgewenst alle gemaakte wijzigingen met één klik ongedaan gemaakt worden: "Annuleer selecteren/bewerken".

Indien één van de geselecteerde projecten door een andere gebruiker of functie voor wijziging geopend is volgt een foutmelding (onder vermelding van het projectnummer) en wordt de opdracht geweigerd:





Bij het openen voor wijziging zal het programma de volgende mutaties automatisch doorvoeren:

  • bij werkopdrachten met de code "werkbon" = "aan" zal de code "afdrukken" worden aangezet

  • bij werkopdrachten met de code "werkbon" = "uit" zal de code "afgedrukt" worden aangezet, zodat geen bon afgedrukt wordt en ze toch in aanmerking komen voor facturering

Daarna kunnen de rubrieken "werkbon", "afdrukken", "afgedrukt" en "bontekst" naar eigen inzicht gewijzigd worden. Bij de bontekst geldt dat indien deze geopend wordt voor wijziging de richtext-editor getoond wordt. De aan/uit keuzes kunnen ook over de gehele kolom gedaan worden via een popupmenu:





Met een dubbelklik op een cell in de klantkolom worden de gegevens van de desbetreffende relatie getoond, met een dubbelklik in de kolommen 2 t/m 6 worden de projectgegevens getoond.

De functie kan op 3 manieren worden afgesloten:



  1. "Annuleer selecteren/bewerken", zie hierboven

  2. "Maak werkbonnen", de mutaties worden geaccepteerd en in de database opgeslagen en de bonnen worden afgedrukt

  3. "Gereed", de mutaties worden geaccepteerd en in de database opgeslagen, het afdrukken van de bonnen kan later worden uitgevoerd

Het opmaken van de werkbonnen wordt uitgevoerd via de standaard Aadres-faciliteit "Flexibele Documenten". In de parameter "cb04" kan de toegangssleutel tot een document-definitie worden vastgelegd. Indien de faciliteit "extra info" wordt gebruikt kan de document-definitie bij met desbetreffende objectmodel worden vastgelegd (optioneel). In “cb13” wordt de sleutel tot de documentdefinitie van de verzamelwerkbon vastgelegd.

In de parameter "cb03" wordt de toegangssleutel tot een record uit de relatie-tabel vastgelegd waarin een logo is geregistreerd dat als logo van het eigen bedrijf afgedrukt kan worden (zie "Systeemdocumentatie AaRelatie").


Via de parameter “cb08” kan de gewenste sorteervolgorde van de werkbonnen worden bepaald. De velden welke hiervoor in aanmerking komen zijn: “relkey”, “naam”, “postcode”, “plaats”, “adres”, “projectnr”, “jaar”, “week”, “dag”, “detailid” “groepid” en “jobid”. Deze velden hebben betrekking op de werkadressen of, indien niet expliciet benoemd, de klantadressen.


Alle velden uit de tabellen "relmain" (relatierecord klant), "relmainclone" (relatierecord werkadres en contactpersoon), "clnproject" (projectheader), "clnprojdetail" (detailregel) en "clnjob" (werkopdracht) zijn beschikbaar voor afdrukken. Indien de faciliteit "extra info" gebruikt wordt zijn bovendien de tabellen "rntobject1" en "rntobjmodel" beschikbaar. De toegangssleutel tot de document-definitie wordt dan bepaald door het objectmodel. Bij de verzamelbon zijn ook de gegevens van de medewerkers (“permain”) beschikbaar.


De volgende extra velden zijn beschikbaar:



w_cln|logo (voor de adressering van het eigen logo)

w_cln|facdatum (de dagdatum)

w_cln|facadres (samengesteld adres van de klant)

w_cln|jobadres (samengesteld werkadres)

w_cln|contactstr (samengestelling van naam contactpersoon met telefoonnummers)

w_cln|jobstr (samenstelling van projectnummer, regelnummer en projectsoort)

w_cln|barcode (9 cijfers projectnummer, 5 regelnummer en 2 weeknummer)

w_cln|periode (weeknummer en dagaanduiding)

w_cln|jobdate (datum van de werkopdracht)


Ten behoeve van het afdrukken van de werkbonnen zijn de volgende groepen gedefinieerd:

Groep

Omschrijving en bijzonderheden

h

Header algemeen

h1

Header voor project zonder werkadres

h2

Header voor project met werkadres

h3

Header contactpersoon

h9

Header laatste deel met margins (verzamelbon)

d

Details

"modkey"

"modkey" is de toegangssleutel van het objectmodel (optioneel)

f

Footer voor verzamelbon

De onderstaande voorbeelden worden standaard geleverd bij de installatie van Aadres en ItsClean.




Het voorbeeld van een werkbon bij "Onderhoud projecten" is vervaardigd op basis van de bovenstaande document-definitie.

De documentdefinitie van een werkzamelbon:



Voorbeeld van een verzamelbon:





E-werkbon

Met ItsClean kan een electronische werkbon geimplementeerd worden waarbij het frontend bestaat uit een Windows-tablet met pen-input voor het plaatsen van een fysieke handtekening.
Het tablet wordt verder voorzien van speciale software van
AaRiverside voor het presenteren van de werkbon, het plaatsen van de handtekening en eventuele opmerkingen van de klant en het verzenden van de afgetekende werkbon naar de backoffice. Van daaruit wordt automatisch een email naar de klant en de interne klantbeheerder verzonden en wordt de werkopdracht als zijnde “gereed” gemarkeerd en in het electronische archief opgeslagen.

De opmaak van de E-werkbon gebeurt via het standaard mechanisme van flexibele documenten. In principe kan zelfs de “gewone” layout van de werkbon gebruikt worden, mits voorzien van twee extra elementen: een “InputPainter” voor de handtekening en een “InputMemo” voor de opmerkingen van de klant. Voor de verdere verwerking moet de “InputPainter” voorzien zijn van het kenmerk “caption=handklant” en het “InputMemo” van “caption=opmklant”.


Bij het voorbereiden van de werkbonnen wordt een E-werkbon gemaakt als bij het project de rubriek “Email-adres E-werkbon” is ingevuld. Verder moeten de volgende parameters van geldige waarden worden voorzien:



  • “cb15” : onderwerp (subject) van de email

  • “cb16” : inhoud (body) van de email

  • “cb17” : bestandnaam van de werkbon in het frontend

  • “cb18” : BCC van de email (interne kopie)

De geproduceerde en afgetekende E-werkbon kan met “Onderhoud projecten” worden opgevraagd.


Speciale printers

Het gebruik van klassieke naaldprinters t.b.v. kettingformulieren hoeft bij het gebruik van ItsClean geen probleem te zijn dank zij de integrale koppeling met het Windows printsysteem. In het Windows printsysteem moet t.b.v. de werkbon een kettingformulier met de juiste dimensies eenmalig worden ingesteld.

Kies vanuit het Windows startmenu:



  • Instellingen

  • Printers en Faxapparaten

  • Kies de gewenste (naald)printer

  • Menukeuze Bestand

  • Eigenschappen voor server

  • Tab Formulieren

  • Nieuw formulier maken

Het aangemaakte formulier moet bij de ADF-reader worden gekozen voordat de opdracht tot afdrukken wordt gegeven.

De werkbonnen kunnen ook direct, zonder zichtbare activering van de ADF-Reader worden afgedrukt. E.e.a. wordt gestuurd door de parameters "cb05", "cb06" en "cb07" waarin resp. moeten worden vastgelegd:



  • of er direct afgedrukt moet worden (cb05: 1)

  • de Windows- of netwerknaam van de printer (b.v. cb06: \\pserver\epson 1050)

  • het papierformaat in tienden van millimeters (b.v. cb07: height=1524,width=2100)

Indien direct afdrukken is ingesteld dan geldt dit niet alleen voor het batchmatig afdrukken van de werkbonnen maar ook voor het projectmatig afdrukken via de programmafunctie "Onderhoud projecten".

Indien direct afgedrukte documenten opnieuw moeten worden afgedrukt via de ADF-reader dan is de gebruiker zelf verantwoordelijk voor een juiste keuze van de printer en het papierformaat.



Flexibele grid

De selectiegrid wordt primair gevuld met de gegevens van de werkopdrachten (“clnjob”). Daarnaast zijn de naam- en plaatsvelden van de klant (“relmain”) en het werkadres (“relmainclone”) beschikbaar.

Basetable: “clnjob”

Samengestelde en speciale velden:

t1 naam en plaats klant
t2 projectnummer en regelnummer projectdetail
t3 naam en plaats werkadres



1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina