Aafke (26): “Eten zal altijd een valkuil voor mij blijven”



Dovnload 9.62 Kb.
Datum23.08.2016
Grootte9.62 Kb.
Aafke (26): “Eten zal altijd een valkuil voor mij blijven”
Een jaar of zeventien was ik. Ik zat in de vijfde klas van het vwo. In een hele korte periode maakte ik een aantal ingrijpende dingen mee: mijn opa overleed, mijn vriend maakte onze verkering uit, er verongelukte een vroegere klasgenoot, een meisje uit de kerk pleegde zelfmoord… Ik voelde me leeg. Alles ging verkeerd, alles kwam tegelijk en ik had er geen controle over. Mijn troost zocht ik in eten.”
“Lekker een koekje, nog een koekje, de hele rol… Op het moment van het eten zelf gaf het bevrediging, maar bijna meteen erna baalde ik enorm. Wat was ik zwak! Een heel pak koekjes opgegeten, een hele reep chocola… Ik was erg bang om dik te worden, en daarbij toch al zo onzeker over mijn uiterlijk. Omdat ik mezelf te dik vond, begon ik aan de lijn te doen. Het probleem was, dat ik daarin doorsloeg. Ik at een paar dagen zo goed als niets, maar op een gegeven moment werd de verleiding dan weer te groot en kreeg ik een eetbui waardoor ik het idee had dat ik weer helemaal van voor af aan moest beginnen met lijnen.
Vinger in je keel

Ergens had ik wel eens gehoord dat je door een vinger in je keel te steken alles wat je gegeten had, kon overgeven. Dat idee werd steeds verleidelijker en op een bepaald moment heb ik het geprobeerd. Het was het begin van een periode die anderhalf jaar zou duren. Als je begint met overgeven, denk je dat je het in de hand hebt. Het lijkt een makkelijke oplossing. In werkelijkheid speel je met vuur! Je kunt niet meer stoppen, het krijgt steeds meer macht over je: je raakt eraan verslaafd. Toen ik dat merkte, vond ik mezelf nog een grotere mislukkeling.


Geïsoleerd

In mijn omgeving had niemand in de gaten waar ik mee worstelde. Ik schaamde me heel erg voor wat ik deed en durfde het aan niemand te vertellen. Daarbij kon ik heel goed de schijn ophouden. ‘Aafke? Dat is een hele vrolijke, extraverte meid!’, zei men. Ze hadden werkelijk geen idee hoe ik mij voelde.


In de tijd dat het bergafwaarts ging, ging het ook met mijn relatie met God steeds slechter. Op den duur durfde ik zelfs niet meer in de Bijbel te lezen. Ik was bang voor een terechtwijzing van de Here God en voelde me schuldig naar de Hem toe. Je lichaam is immers de tempel van de Heilige Geest? Ik verknalde mijn lichaam…
opdat gij genezing ontvangt

Toen ik heel diep zat, dacht ik: nú moet ik een keuze maken. Terugkijkend is daarna het keerpunt gekomen. Ik bad de Heere om duidelijkheid wat ik moest doen, ik wist het echt niet meer. Toen sloeg ik mijn Bijbel open op Openbaringen 3: 1, de brief aan Sardes: ‘Ik weet uw werken, dat gij den naam hebt, dat gij leeft, maar gij zijt dood.’ Ik schrok gigantisch en sloeg meteen mijn Bijbel weer dicht. Maar ik las later toch verder: er stond ook dat God genadig zou zijn als ik me zou bekeren. Ik ben toen verder gaan lezen om aanwijzingen te kunnen vinden wat ik zou kunnen doen. Naar aanleiding van Jacobus 5: 16a: ‘Belijdt daarom elkander uw zonden en bidt voor elkander, opdat gij genezing ontvangt’, heb ik mijn eetprobleem aan vrienden verteld –hoewel ik me heel erg schaamde. We hebben samen gebeden om vergeving en genezing. De negatieve spiraal was daarmee doorbroken, en ik heb daarna een aantal jaar niet meer overgegeven.


Alert op terugval

Eten is een zwak punt van mij en dat zal het altijd blijven, vooral na een periode van tegenslag, of als ik stress heb. Drie jaar geleden kwam er bijvoorbeeld een terugval, die vijf maanden duurde. Ik probeerde discipline op te brengen om niet weer in de greep van de boulimia te komen, maar het lukte me niet. Ik focuste me weer op mijn uiterlijk, op mijn zelfbeeld én op lijnen. Ik kreeg weer eetbuien, en gaf ook weer over. Naar God en de mensen om mij heen voelde ik mij heel erg schuldig. Ik verachtte mezelf omdat ik blijkbaar niet genoeg zelfdiscipline had te stoppen met mijn zondige gewoonte.


Op eigen kracht?

God had me een paar jaar geleden niet voor niets gewaarschuwd, met de tekst uit openbaring 3. Ik moest me bekeren, anders zou mijn weg zeker naar de dood leiden. Die manier van denken trok me steeds verder de diepte in. Ik was er van overtuigd dat ik te dik was, stelde mezelf ten doel om me aan mijn dieet te houden en eiste van mijzelf dat ik niet in de valkuil mocht vallen om weer te gaan overgeven. Dat lukte alleen helemaal niet. Ik gaf steeds over en als gevolg daarvan beschuldigde ik mezelf en praatte ik mezelf de grond in.


Vernieuwing van je denken

Weer was het Gods genade die mij eroverheen hielp. Ik las Romeinen 12:1, waar staat dat we ‘ons lichaam moeten stellen als een levend, heilig en Gode welgevallig offer’. Ik kende deze tekst maar al te goed: ik gebruikte hem als beschuldiging naar mezelf toe. Ik las de tekst alleen niet in de goede context. Pas toen ik dat deed, zag ik dat er een belangrijke opmerking bij de tekst staat, namelijk dat we alleen aan deze opdracht kunnen voldoen ‘met een beroep op de barmhartigheden Gods’. Een paar hoofdstukken eerder wordt dit ook duidelijk gemaakt. Mensen kunnen zich nooit verlossen van hun zondige gewoonten, de enige die dit kan doen is Jezus Christus (Romeinen 7 en 8). Toen ik vervolgens vroeg hóe ik dan gered zou kunnen worden uit deze neerwaartse spiraal, werd ik gewezen op het volgende vers van Romeinen 12. “…Wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt erkennen wat de wil van God is, het goede, welgevallene en volkomene.”


Wonderbaar toebereid

Mijn eigen manier van denken was negatief, beschuldigend. Ik liet me aanklagen door de duivel en richtte me op mijn eigen zwakte in plaats van op God. Wat God van me verlangt, is dat ik Hem vraag om mijn denken te vernieuwen. Dat is niet iets wat van de ene op de andere dag gebeurt, het is een proces. Langzaam maar zeker worden mijn negatieve gedachten over mijn uiterlijk, vervangen door Gods bevestiging dat Hij mij wonderbaar heeft toebereid (Psalm 139). Ik besef nog steeds dat ik zwak ben, maar nu is dat geen eindvonnis meer. Het is juist een nieuw begin, omdat Gods kracht zich pas ten volle openbaart in zwakheid, en Zijn genade mij genoeg is (2 Kor. 12:9).”


De naam Aafke is om privacyredenen gefingeerd.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina