Aan leden mg van Hans Schoonbrood



Dovnload 46.41 Kb.
Datum23.07.2016
Grootte46.41 Kb.
Aan leden MG

Van Hans Schoonbrood

Datum 09 september 2005

Betreft functionaliteit ten behoeve van definiëren en beheren Metis gebruikers




Inleiding

Na de laatste patch (juli 2005) hebben verschillende universiteiten vraagtekens geplaatst bij de gewijzigde functionaliteit van de programma’s voor het definiëren en verder beheren van Metis gebruikers. Dit is voor ons reden geweest deze functionaliteit en de bijbehorende programma’s nogmaals te herzien. Blijkbaar was deze functionaliteit minder eenvoudig dan gedacht.

In deze notitie worden de functies voor het aanmaken en beheren van Metis gebruikers, inclusief de wijzigingen die na patch 4 zijn aangebracht, uitgebreid toegelicht. We hopen dat alle opmerkingen en verbetervoorstellen die door jullie zijn ingebracht door ons in voldoende mate zijn gehonoreerd en verwerkt.
Menu optie ‘Metis gebruikers’
(1) algemeen

Metis gebruikers kan men aanmaken, verwijderen en wijzigen via de Data Entry & Control module, menu optie: ‘Beheer-centraal – Overig – ‘Metis gebruikers’. Men kan deze optie voor elke gebruiker wel dan niet afschermen. Hoe dit kan wordt beschreven in de paragraaf ‘profielen’.

Als men het betreffende programma opstart heeft men in eerste instantie twee mogelijkheden.

(1) Men kan, via de button ‘Uitvoeren’, bestaande Metis gebruikers opvragen en vervolgens indien gewenst wijzigen;

(2) Men kan via de button ‘Toevoegen’ nieuwe gebruikers aanmaken.
Bij het opvragen kan men de gegevens van alle gebruikers waarvoor men geautoriseerd is zien en bewerken! Wie is waarvoor geautoriseerd? Metis kent 5 hiërarchische autorisatie lagen. Het hoogste niveau is het niveau van de centrale Metis beheerder. Deze centrale beheerder heeft twee kenmerken: hij/zij is direct verbonden aan de instelling en hij/zij heeft de beschikking over de menu optie: ‘Beheer centraal - overig - optie: profielen’. Op beide kenmerken kom ik nog terug.

Deze centrale beheerder heeft toegang tot alle Metis gebruikers! Het volgende niveau is het niveau van de beheerder van een faculteit of zelfstandige eenheid. De centrale beheerder kan facultaire beheerders verbinden aan een of meer faculteiten of zelfstandige eenheden. Facultaire beheerders hebben toegang tot alle gebruikers verbonden aan organisatiedelen onderliggend aan de faculteit(en) waarvoor ze geautoriseerd zijn.



voorbeeld

De facultaire gebruiker Obdam is verbonden aan de faculteiten Filosofie (code 15000000) en Theologie (code 14000000). De gebruikers Tiensassen, Peters, Matthieu en Bosman zijn verbonden aan respectievelijk: Centrum voor Ethiek (code 15010900), Metafysica en kernleer (code 15010800), Cluster praktische filosofie (code 15020000) en Nijmeegs Instituut voor Missiologie (code 14000202).

Als Obdam via de button ‘Uitvoeren’ gebruikers opvraagt worden de bovenstaande gebruikers geselecteerd. Deze gebruikers zijn verbonden aan organisaties onderliggend aan de organisaties waarvoor Obdam geautoriseerd is.

Het derde niveau is het niveau direct onder de faculteit. Vaak het niveau van de subfaculteit, cluster of instituut. Beheerders verbonden aan dit niveau hebben toegang tot alle gebruikers verbonden aan organisaties onderliggend aan de organisatie(s) waarvoor zij geautoriseerd zijn. Dat geldt ook voor het vierde niveau.


Het beschikbaar stellen van de menu optie ‘Metis gebruikers’ aan gebruikers op het laagste, het vijfde niveau, is niet zinvol. Er is immers geen onderliggend niveau en deze gebruikers kunnen dus geen gebruikers opvragen en ook geen nieuwe gebruikers verbinden aan een organisatie.

Gebruikers die (nog) niet verbonden zijn aan een of meerdere organisaties zijn door gebruikers van alle niveaus op te vragen en te wijzigen! Het is dus zaak bij het aanmaken van een nieuwe gebruiker deze meteen te verbinden aan een organisatie!


Het kan zijn dat meerdere gebruikers toegang hebben tot de gegevens van één en dezelfde gebruiker. Als er in het eerdere voorbeeld naast Obdam een tweede facultaire beheerder is die verbonden is aan de faculteit Theologie dan heeft ook deze beheerder toegang tot de gegevens van de gebruiker ‘Bosman’.
Als men een gebruiker heeft geselecteerd kan men vervolgens de volgende gegevens registreren dan wel wijzigen:

- ID gebruiker Unieke identificatie van de gebruiker, elke gebruiker heeft een uniek ID.

- naam De naam van de gebruiker.

- e-mail adres E-mail adres, met name van belang voor gebruikers van de Personal Module omdat bij deze module de mogelijkheid bestaat via e-mail het wachtwoord op te vragen.

- bijzonderheid De specifieke instellingen en mogelijkheden worden bepaald door de waarden opgenomen in dit veld.

- wachtwoord Wachtwoord van de gebruiker.

- onderzoeker nr. Alleen van belang voor gebruikers van de Personal Module, voor deze gebruikers moet men hier het unieke Metis nummer opnemen. Voor alle andere gebruikers moet dit veld leeg blijven! Als dit veld is ingevuld geldt voor de betreffende gebruiker een andere autorisatie!

- telefoon Telefoonnummer van de gebruiker.

- taalvoorkeur Mogelijkheden NL (Nederlands) en EN (engels). De taalvoorkeur bepaalt de taal van de online interface (kopjes, hints, foutboodschappen, etc…) bij de DE&C en PM modules.
En vervolgens de ‘overige gegevens’

- rapportserver De naam van de report server die door de gebruiker wordt aangesproken bij het genereren van uitvoer (o.a. rtf-bestanden).

- virtuele ODS De waarden in de velden ‘virtuele en fysieke ODS’ worden gebruikt voor het bepalen van de directory waar Metis de uitvoer plaatst.

- fysieke ODS Zie ‘virtuele ODS’.

- browser Plaats v/d browser, bijvoorbeeld:

C:\Program Files\Internet\Explorer\Iexplorer.exe

Op een aantal plaatsen binnen de DE&C en PM module, onder andere het veld URL in het detailscherm van publicaties, kan men direct de URL opstarten. De browser zoals beschreven in dit veld wordt daarvoor gebruikt.

- font Font zoals dat bij titels en abstracts van publicaties en onderzoek wordt gebruikt, mogelijke waarden zijn: 0 Standaard (=Arial) en 2 Arial Unicode MS, dit laatste font moet men kiezen als men gebruik wil maken van bijzondere tekens.

- versie De versie die men gebruikt.

- datum Datum waarop gebruiker is gedefinieerd.

- geldig tm Datum tot wanneer ID geldig is.
Afbeelding Online scherm voor het definiëren en wijzigen van Metis gebruikers


De waarden van de ‘overige’ gegevens worden bij het aanmaken van een nieuwe gebruiker automatisch gekopieerd van de waarden zoals opgenomen bij de gebruiker METIS_17250705.

De onderliggende veronderstelling is dat deze overige gegevens voor de meeste Metis gebruikers gelijk zijn en dat niet iedereen weet wat de waarden voor deze overige velden moeten zijn. Daarom is gekozen voor een werkwijze waarbij deze waarden gekopieerd worden. Het beste kan de centrale beheerder een gebruiker met het id METIS_17250704 aanmaken. De waarde voor het wachtwoord moet een dummy waarde zijn en zeker niet gelijk zijn aan het echte wachtwoord van deze gebruiker! De waarden voor de ‘overige’ velden moeten overeenkomen met de waarden zoals die voor de instelling gelden. Tot slot kan men deze gebruiker het beste verbinden aan de organisatie ‘99000000’. Op deze manier voorkomt men dat andere dan de centrale beheerder bij de gegevens van deze gebruiker kunnen komen. Het toekennen van menu opties is voor deze gebruiker niet nodig.


(2) verbinden gebruiker aan organisatie(s)

Men kan een Metis gebruiker verbinden aan een of meerdere organisaties. Ook nu weer geldt dat men alleen gebruikers kan verbinden aan organisaties waarvoor men geautoriseerd is. Dit betekent:

- De centrale beheerder (hiërarchisch niveau 1 en organisatieniveau 0) kan gebruikers verbinden aan alle niveaus en alle organisaties.

- De facultaire beheerder (hiërarchisch niveau 2 en organisatieniveau 1) kan gebruikers alleen verbinden aan onderliggende organisatieniveaus (niveaus 2, 3 en 4) en alleen aan organisaties waarvoor hij /zij geautoriseerd is. In het voorbeeld van ‘Obdam’ alleen aan organisaties onderliggend aan de faculteiten Filosofie en Theologie.

- Overige beheerders / gebruikers (hiërarchisch niveau 3 en 4 en organisatieniveau 2 en 3) kunnen, evenals de facultaire beheerders, gebruikers alleen verbinden aan onderliggende organisatieniveaus en alleen aan organisaties waarvoor zij geautoriseerd zijn.
Men kan een gebruiker verbinden aan meerdere organisaties daarbij geldt wel dat dit organisaties moeten zijn van eenzelfde organisatieniveau. Na de keuze voor ‘organisaties’ kan men via de button ‘Toevoegen’ kiezen uit een hulplijst met daarin opgenomen alle organisaties van een onderliggend niveau zoals aanwezig bij de organisatie(s) waarvoor men geautoriseerd is. Als men hier nu kiest voor bijvoorbeeld een organisatie van niveau 4 krijgt men de volgende keer dat men de gebruiker wil verbinden aan een tweede of derde organisatie een lijst aangeboden met organisaties van alleen niveau 4!
Het kan voor de centrale Metis beheerder bijzonder handig zijn als er een facultaire gebruiker is, bijvoorbeeld de gebruiker METIS_ALGEMEEN, verbonden aan alle faculteiten en alle zelfstandige eenheden van organisatieniveau 1. De centrale beheerder heeft dan via dit ID op dezelfde manier als de faculteiten toegang tot alle facultaire gegevens. Voor de ondersteuning van de andere Metis beheerders en gebruikers binnen een instelling kan dit bijzonder handig zijn.


(3) verbinden gebruiker aan menu opties

Elke gebruiker kan toegang krijgen tot de volledige set menu opties. Welke opties daadwerkelijk beschikbaar komen hangt voor een groot deel af van de inhoud van de profielen zoals die door de centrale beheerder zijn vastgesteld (zie hiervoor paragraaf ‘profielen’). Het niveau van de (ingelogde) gebruiker bepaalt vervolgens welk profiel toegekend kan worden. De centrale beheerder kan alle profielen toekennen, de facultaire beheerder alle profielen behalve het profiel van de ‘centrale beheerder’1 en alle overige beheerders/gebruikers hebben toegang tot alle profielen met uitzondering van het profiel van de ‘centrale beheerder en het profiel van de ‘facultaire beheerder’.

Voor het initieel verbinden van menu’s aan een nieuwe Metis gebruiker moet men gebruik maken van een van de beschikbare profielen. Als men een profiel kiest worden alle menu-opties die behoren tot dat profiel toegekend aan de gebruiker. Men heeft dan vervolgens nog de mogelijkheid een of meerdere menu’s uit te vinken. Als men vergeet menu’s te selecteren worden automatisch twee menu’s aan de gebruiker toegekend. De menu’s ‘Acties’ (hoofdmenu ) en ‘Exit’.
Daarnaast bestaat de mogelijkheid – en dat is nieuw - menu’s die men beschikbaar heeft gesteld aan een gebruiker te kopiëren naar alle andere gebruikers van hetzelfde niveau. Dit kopiëren beperkt zich tot die gebruikers waarvoor men geautoriseerd is. Deze kopieer functie kan men activeren via de button ‘overerven’.
(4) kolom ‘bijzonderheid’

In deze kolom kan men met behulp van A’tjes en B’tjes voor een (beperkt) aantal functies aangeven of men deze wel of niet wil gebruiken.

Overzicht

1e positie

A = In programma's t.b.v. bijdragen individuele medewerkers wordt MJE opgenomen.

B = In programma's t.b.v. bijdragen individuele medewerkers wordt FTE(r) opgenomen.

2e positie

A = In hulplijst tijdschriften (registeren of raadplegen resultaten) is de mogelijkheid tijdschriften toe te voegen.

B = In hulplijst tijdschriften (registeren of raadplegen resultaten) is geen mogelijkheid tijdschriften toe te voegen.
3e positie

A = Bij het registreren van publicaties worden de soort (output), de externe (klas_in) en

de interne classificatie (klas_in) afzonderlijk aangeboden.'
B = Bij het registreren van publicaties worden de soort (output), de externe (klas_in)

en de interne classificatie (klas_in) als eenheid, als geheel aangeboden.

4e positie

A = Bij de detail gegevens van publicaties wordt per soort (artikel, boek, rapport, etc.) een apart scherm aangeboden.

B = Bij de detail gegevens van publicaties wordt een detail scherm aangeboden waarbij een deel van het scherm dynamisch wijzigt als het soort resultaat wijzigt.

5e positie

A = Bij het registreren van publicaties (menu optie: registreren volledig) is er de mogelijkheid aan te geven of het een wel of niet "openbare" publicatie is.

B = Bij het registreren van publicaties (menu optie: registreren volledig) is er geen mogelijkheid aan te geven of het een wel of niet "openbare" publicatie is.

6e positie

A = De betreffende gebruiker is geautoriseerd voor het gebruik van de "Management" module.

B = De betreffende gebruiker is niet geautoriseerd voor het gebruik van de "Management" module.

7e positie

A = Bij het registreren van publicaties (menu optie: publicatie - registreren) is er geen mogelijkheid extra gegevens toe te voegen (zie ook B).

B = Bij het registreren van publicaties (menu optie: publicatie - registreren) kan men extra gegevens toevoegen. Als "extra" zijn opgenomen:

- onderzoek, men kan dan een publicatie verbinden aan een of meerdere onderzoeken

- informatiedrager, men kan dan aangeven wat de informatiedrager (medium) is waarin / waarop het betreffende resultaat verschenen is;'

- classificaties en kenmerk, men kan dan nog een extra kenmerk en een interne classificatie toevoegen.

8e positie

A = Bij het raadplegen van publicaties kan men - mits geautoriseerd voor de betreffende publicatie - de detailgegevens van de auteurs raadplegen, de tekst bij de button "hulplijst" veranderd dan in "detail".

B = Bij het raadplegen van publicaties kan men niet de detailgegevens van auteurs raadplegen.

9e positie

A = Bij de PM module is de alias functionaliteit niet expliciet aanwezig. D.w.z. dat in de betreffende hulplijst "Medewerkers" geen onderscheid wordt gemaakt tussen aliassen en de voorkeursnaam.

B = Bij de PM module wordt de alias functionaliteit expliciet in de hulplijst "Medewerkers" getoond en kan men kiezen of men een lijst inclusief of exclusief aliassen wil hebben.

10e positie

A = Bij het registreren / wijzigen van publicaties wordt een jaar aangeboden, waarbij dit jaar wordt gebruikt voor zowel verslagjaar als publicatiejaar.

B = Het verslagjaar en het jaar van uitgave worden als aparte velden aangeboden.

11e positie

A = Bij het registreren / wijzigen van publicaties is men verplicht de publicatie te verbinden aan tenminste een onderzoek.

B = Men kan publicaties registreren / wijzigen zonder deze aan een onderzoek te verbinden.

Als men het verplicht wil stellen dat publicaties verbonden zijn aan een onderzoek moet men op positie 7 een B invullen!

12e positie

A = Bij het registreren van publicaties (menu optie: publicatie - registreren) is er geen mogelijkheid de publicatie direct aan een organisatie te verbinden (zie ook B).

B = Bij het registreren van publicaties (menu optie: publicatie - registreren) kan men de publicatie direct aan een organisatie verbinden.

13e positie

A = Men kan publicaties registreren / wijzigen zonder de verplichting deze aan een organisatie te verbinden.

B = Bij het registreren / wijzigen van publicaties is men verplicht de publicatie te verbinden aan tenminste een organisatie.

Als men het verplicht wil stellen dat publicaties verbonden zijn aan een organisatie moet men op positie 12 een B invullen!

14e positie

A = Bij het registreren / wijzigen van publicaties wordt de "Upload IR" functionaliteit actief.

B = Bij het registreren / wijzigen van publicaties is de "Upload IR" functionaliteit

uitgeschakeld.
Het toekennen van A’tjes of B’tjes gaat via de hulplijst. Als de cursor op het veld ‘bijzonderheid’ staat wordt de button ‘hulplijst’ actief. Men kan dan vervolgens via het aan- en uitvinken van voorkeuren een eigen ‘profiel’ samenstellen. Via de buttons ‘Selecteren’ en ‘Vastleggen’ kan men het (gewijzigde) profiel aan de betreffende gebruiker toekennen. Daarnaast bestaat de mogelijkheid het profiel toe te kennen aan alle gebruikers verbonden aan organisaties onderliggend aan de organisatie(s) waarvoor men zelf geautoriseerd is. Het toekennen van een profiel aan de groep gebruikers waarvoor men geautoriseerd is gaat via de button ‘Overnemen als profiel’.

voorbeeld

De facultaire gebruiker Obdam is verbonden aan de faculteiten Filosofie (code 15000000) en Theologie (code 14000000). De gebruikers Tiensassen, Peters, Matthieu en Bosman zijn verbonden aan respectievelijk: Centrum voor Ethiek (code 15010900), Metafysica en kernleer (code 15010800), Cluster praktische filosofie (code 15020000) en Nijmeegs Instituut voor Missiologie (code 14000202).

Als Obdam nu de button ‘Overnemen als profiel’ activeert wordt het betreffende profiel toegekend aan alle gebruikers verbonden aan organisaties onderliggend aan de organisaties waarvoor Obdam geautoriseerd is. In dit voorbeeld de gebruikers: Tiensassen, Peters, Matthieu en Bosman.

Het profiel wordt dus niet alleen toegekend aan gebruikers verbonden aan organisaties onderliggend aan de voorkeursorganisatie van degene die op dat moment is ingelogd.


Afbeelding Online scherm voor het wijzigen en overerven van profielen


Als men op deze wijze een profiel heeft toegekend aan een gebruikersgroep en men terugkomt op het hoofdscherm is daar de wijziging nog niet zichtbaar. Via de buttons ‘Opnieuw’ en ‘Uitvoeren’ kan men de inhoud van het scherm verversen zodat de wijziging ook daadwerkelijk zichtbaar wordt.
Centrale Beheerder

In Metis wordt de centrale beheerder, zoals al gezegd, gekenmerkt door twee eigenschappen. Op de eerste plaats is de centrale beheerder als enige verbonden aan de organisatie met als code 00000000, dat is de universiteit. Op de tweede plaats heeft alleen de centrale beheerder toegang tot de menu optie: ‘Beheer centraal - overig - optie: profielen’.


In de tabel MENU_OPTIE is dit menu opgenomen met als nummer 179. In de tabel MENU_GEBRUIKER moet men voor de centrale beheerder de volgende waarden registreren.

kolom waarde

ID_GEBRUIKER CENTRALE _BEHEERDER (= ID centrale beheerder)

MENU_OPTIE BEHEERC_OVERIG_MENU.PROFIELEN

IND_ENABLED J
Bij alle overige gebruikers moet de kolom IND_ENABLED de waarde N hebben!
Op deze manier kan alleen de centrale beheerder bepalen welke menu opties wel en welke niet toegankelijk zijn voor de overige gebruikers. Menu’s die toegang geven tot centraal gebruikte tabellen (veel hulplijsten) kunnen zo afgeschermd worden voor alle overige gebruikers.
Naast het beheer van profielen en hulplijsten heeft degene die op het centrale universitaire niveau verantwoordelijk is voor Metis (in de regel de MG leden) ook een ondersteunende functie. Hij of zij is het eerste aanspreekpunt voor de facultaire beheerders. In deze rol is het handig als er toegang is tot alle facultaire gegevens. Voor deze toegang kan men een tweede userid definiëren (zie blz. 4 laatste paragraaf).
Profielen

In de tabel MENU_PROFIEL is vastgelegd welke menu’s verbonden zijn aan de vier profielen. De tabel is initieel gevuld bij de overgang naar versie 2.0 (zie BSCW server, directory: swdmetis / METIS / METIS200 en bestand metis2.0.0.14.zip. In dit ZIP bestand is het bestand ‘v120.sql’ aanwezig. Via de stappen 11 en 12 in dit bestand is de tabel MENU_PROFIEL gevuld.



Als men de inhoud van deze tabel wil wijzigen kan dat via het menu ‘Beheer centraal - overig - optie: profielen’. (Men kan contract opnemen met het MCC als men een groot deel van de inhoud wil wijzigen of herzien. Via een SQL script kunnen grotere wijzigingen eenvoudig worden doorgevoerd.)
De opgenomen profielen hebben als belangrijkste doel een nieuwe gebruiker snel en makkelijk te voorzien van de voor hem of haar noodzakelijke menu’s. Er zijn 4 en geen 6 of 2 profielen opgenomen omdat gebleken is dat Metis in de regel op vier niveaus gebruikt wordt. Voor elk van deze niveaus kan een default profiel worden gemaakt en beschikbaar gesteld.

1 De vier beschikbare profielen zijn: ‘centraal beheerder’,’ facultair beheerder’,’cap groep beheerder’ en ‘onderzoeksmedewerker’. De naam van de profielen kan in overleg met het MCC gewijzigd worden. Het is niet zo dat elke cap groep beheerder persé het profiel ‘cap groep beheerder’ moet krijgen. Het belangrijkste doel van een profiel is dat daarmee een nieuwe gebruiker snel aan een vooraf bepaalde maximale set menu opties geholpen kan worden. Vervolgens kan men alsnog opties blokkeren.







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina