Aanbevolen dagelijkse voedingshoeveelheid



Dovnload 45.22 Kb.
Datum23.08.2016
Grootte45.22 Kb.
Opdracht 1: Voedingsaanbevelingen
Maak gebruik van de cursus p. 1.9 – 1.15 en van de bijlage bij deze opdracht op BB voor het oplossen van deze opdracht: voedingsaanbevelingen voor België, herziene versie november 2009.



  1. Wat betekenen volgende afkortingen en geef de Nederlandse vertaling:

ADH = aanbevolen dagelijkse hoeveelheid


RDA = Recommended daily allowances = Aanbevolen dagelijkse hoeveelheden

OF Recommended dietary allowances aanbevolen voedingshoeveelheden


AR = average requirement
BMR = basal metabolic rate
QI = Quetelet index
BMI = Body mass index
PAL = physical activity level

2. Leg uit hoe men de aanbevolen dagelijkse voedingshoeveelheid voor een bepaald nutriënt heeft bepaald. Maak hiervoor gebruik van de onderstaande curve.

  Frequentieverdeling van de individuele behoeften aan een gegeven nutriënt (Gauss-curve)



A

B

C

-2SD

+2SD

Een nuttige en veilige aanbeveling voor de hele bevolking komt niet tegemoet aan de gemiddelde behoefte, maar aan de behoefte van een zo groot mogelijk aantal individuen.

Hiervoor is van volgend principe uitgegaan: de individuele behoeften, berekend volgens gegeven methodologie, verdelen zich voor de meeste nutriënten… (zie p1.9-1.10)

Met welke behoefte komt het punt A, B en C overeen?

Punt A is de opname waaronder de meeste individuen hun normale stofwisseling niet in stand kunnen houden. = laagste opnamedrempel

Punt B is de gemiddelde behoefte

Punt C is de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid



  1. ADH geldt voor alle nutriënten maar niet voor aanbevelingen betreffende energie. De energiebehoefte (EN) is afhankelijk van het energieverbruik. Met welke formule kan men de totale energiebehoefte berekenen?

Energie-inname (EI) – energieverbruik (EV) = △(Energievoorraad) (△E)

  • Leg uit in eigen woorden wat er bedoeld wordt met BMR? Van welke factoren is de BMR afhankelijk?

De energie die verbruikt wordt om de minimale basisfuncties van het lichaam in stand te houden.

QI = gewicht (kg) / lengte2 (m2)

Wat het streefgewicht is voor een persoon met een bepaalde lengte



  • In onderstaande tabel staat het optimaal gewicht vermeld in functie van de lengte. Opvallend is de grote spreiding van het streefgewicht bv. het gewicht van een persoon die 1,65 m groot is mag variëren tussen 54,5 kg en 68,1 kg.

Lengte (m)

QI = 20

Gewicht (kg)



QI = 25

Gewicht (kg)



1,45

42,1

52,7

1,50

45,0

56,7

1,55

48,1

60,1

1,60

51,2

64,0

1,65

54,5

68,1

1,70

57,8

72,3

1,75

61,3

76,6

1,80

64,8

81,0

1,85

68,5

85,6

1,90

72,2

90,3

1,95

76,1

95,1

2,00

80,0

100,0

Hoe komt het dat er zo’n grote spreiding mogelijk is, welke factor speelt een rol en welke indeling maakt men?

Een factor die dit sterk beïnvloed is het aandeel van het gebeente in het lichaamsgewicht. Dit kan geschat worden door de kniebreedtes te meten. Op deze manier wordt een indeling gemaakt in fijn, normaal en grof gebeente. Uit de lengte en de aard van het gebeente kan dan het streefgewicht afgeleid worden.


Structuur van het gebeente

Kniebreedtes (links + rechts in cm)

Kniebreedtes (links + rechts in cm)

Fijn gebeente

< 17,0

> 19,0

Normaal gebeente

17,9 - 19,5

19,5 - 20,5

Grof gebeente

> 20,0

>21,0




  • Wat drukt de PAL-waarde uit? Welke indeling wordt gemaakt en geef voor elke klasse een professionele en een vrije-tijdsactiviteit.

Deze waarde geeft de verhouding van het totale energieverbruik over de energiebehoefte voor het basaal metabolisme.

Het activiteitenpatroon op jaarbasis kan ingedeeld worden in lichte, middelmatige en zware activiteiten.



Professionele: Bedienden (licht), verkopers (middelmatig), arbeiders (zwaar)

Vrije tijd: ?

  • Uitgaande van het streefgewicht werd volgende tabel opgesteld omtrent energiebehoeften ifv leeftijd en fysieke activiteit.

leeftijd

PAL
gemiddeld

PAL
lichte activiteit

PAL
middelmatige activiteit

PAL
zware activiteit




1,81

1,67

1,55

1,56

1,78

1,64

2,10

1,82




M

V

M

V

M

V

M

V

18-59 jaar

3000

2150

2600

2100

2950

2200

3500

2450

60-74 jaar

2150

1850

2150

1850













>75 jaar

2000

1850

2000

1850















  • In een menu is energie afkomstig van eiwitten, vetten en koolhydraten. Wat moet het aandeel zijn van deze nutriënten opdat men van een evenwichtig menu kan spreken?

In een goed evenwichtig dagmenu moet:

Minstens 55% van de energie moet afkomstig zijn van koolhydraten

30-35% van de energie moet afkomstig zijn van vetten



9-11% van de energie moet afkomstig zijn van proteïnen



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina