Aandelenvermogen is permanent (eigen vermogen)



Dovnload 25.23 Kb.
Datum22.08.2016
Grootte25.23 Kb.
H11
Aandelenvermogen is permanent (eigen vermogen)

Het eigen vermogen vormt een buffer om mogelijke verliezen op te vangen. Zo vervult het eigen vermogen een garantiefunctie.

Aandelen uitgeven = emitteren.
Een aandeelbewijs (waardepapier) bestaat uit twee gedeelten: een mantel en een dividendblad.

De mantel is het eigenlijke aandeel. Hierop staan deze gegevens vermeld:

- de naam van de nv

- de nominale waarde van het aandeel

- de plaats van vestiging

- het maatschappelijk aandelenvermogen

- het nummer van het aandeel
Bij een aandeel maken we onderscheid tussen de nominale waarde en de koerswaarde.

Nominale waarde is het bedrag dat op het aandeel staat vermeld.

De koerswaarde is het bedrag dat voor een aandeel moet worden betaald als je het wil kopen.

Het gedeelte van de winst dat je krijgt uitgekeerd is dividend (aan de aandeelhouders).


Aandelenvermogen uitbreiden = emissie van aandelen.

De prijs waartegen ze de aandelen kunnen kopen is emissiekoers.


Het maatschappelijk aandelenvermogen is het totaalbedrag dat de onderneming aan nominaal aandelenvermogen nodig denkt te hebben.
Statuten zijn voorschriften voor de bv/nv.
Het geplaatst aandelenvermogen is het maatschappelijk aandelenvermogen verminderd met het bedrag van de niet-uitgegeven aandelen (aandelen in portefeuille of ongeplaatst aandelenvermogen bij een bv).
Dividend = bepaald bedrag per aandeel.

Tantième = winstuitkering voor directie.

Optie = recht om aandelen te kopen.
Prospectus:

- Doel van de emissie

- Overzicht resultaten en verwachtingen

- Winstverdeling

- De prijs (koers) waartegen de uit te geven aandelen geplaatst worden

- Datum waarop de aandelen moeten worden betaald of afgehaald

Emissiekoers van de nieuwe aandelen moet lager zijn dan de prijs op de effectenbeurs.
Voor het vaststellen van de emissiekoers zijn er 3 mogelijkheden:

1. A pari

De aandelen worden geplaatst met de nominale waarde.

2. Boven pari

Ze worden geplaatst met een hogere prijs dan de nominale waarde.

3. Beneden pari

Een minimumkoers bijv. 94% van de nominale waarde.
Het verschil tussen de emissiekoers en de nominale waarde is het agio.
De reserves zijn gelijk aan dat deel van het eigen vermogen dat aanwezig is boven het geplaatste aandelenvermogen en het winstsaldo.
De reserves zijn naar hun ontstaanswijze als volgt in te delen:

1. Winstreserve: ontstaat door het inhouden van winsten.

2. Agioreserve: ontstaat door het uitgeven van aandelen boven pari.

3. Herwaarderingsreserve: ontstaat door het herwaarderen van activa.


Er worden binnen een onderneming reserves gevormd om de volgende redenen:

- Het vergroten van het weerstandsvermogen van de onderneming.

- Het vervangen van vreemd vermogen door eigen vermogen.

- Dividendstabilisatie.

- Uitbreiding.
Bonusaandelen = gratis uitgekeerd ofwel agiobonus.
2 manieren om de intrinsieke waarde te berekenen.
1. intrinsieke waarde is gelijk aan bezittingen – vreemd vermogen.

2. intrinsieke waarde is gelijk aan het eigen vermogen.


Intrinsieke waarde per aandeel = totale intrinsieke waarde van de onderneming gedeeld door het aantal geplaatste aandelen.
Intrinsieke waarde per aandeel = eigen vermogen : aantal geplaatste aandelen

H12
Een onderhandse lening is een lening op lange termijn die door één geldgever wordt verstrekt.

Voordelen onderhandse lening:

- Er kan worden onderhandeld over de leningsvoorwaarden.

- Er zijn geen emissiekosten zoals bij uitgifte van aandelen en obligaties.

- De administratiekosten zijn lager dan bijvoorbeeld bij de obligatielening.
Een obligatie is een bewijs van deelneming in een geldlening (obligatielening).
Een obligatie bestaat uit een mantel en een couponblad.

Het couponblad bestaat uit een aantal coupons en een talon. De coupons dienen voor de interestbelasting.


Een obligatielening is een geldlening op lange termijn die in kleine bedragen is opgesplitst.

Een nadeel van de obligatielening ten opzichte van de onderhandse lening is dat er emissiekosten (kosten die verbonden zijn aan het uitgeven van obligaties) en administratiekosten zijn.


Aflossen obligatielening:

- aflossen in 1 keer aan het einde van de looptijd van de lening.

- aflossing in gedeelten gedurende een aantal jaren door middel van uitloting.

- inkopen van de eigen obligaties.


Overeenkomsten aandelen en obligaties:

- Voor de onderneming is de obligatielening evenals het aandelenvermogen een manier om aan lang vreemd vermogen te komen.

- Voor de belegger zijn aandelen en obligaties alternatieve beleggingspapieren (waardepapieren).

- Zowel obligaties als aandelen kun je via de effectenbeurs kopen en verkopen.


Verschillen tussen aandelen en obligaties:


Aandelen

Obligaties

Bewijs van mede-eigendom in een nv of bv

Schuldbewijs van een nv of bv

Deel van het eigen vermogen

Deel van het vreemd vermogen

Permanent vermogen

Tijdelijk vermogen (wordt afgelost)

Medezeggenschap (stemrecht) in de AVA

Geen zeggenschap

Groot risico bij slechte resultaten

Minder risico bij slechte resultaten

Koers onstabiel, afhankelijk van de winstverwachting

Koers stabieler, voornamelijk afhankelijk van de rentestand

Dividend als beloning (afhankelijk van de winst)

Vast interestpercentage

Een hypothecaire lening is een geldlening op onderpand van een onroerende zaak (grond en gebouwen).


We onderscheiden de volgende hypothecaire leningen:



1. de lineaire hypotheek;

Elke periode een gelijk bedrag aan aflossing betalen.

Voordelen:

- de interestkosten worden snel lager.

- de schuld wordt steeds kleiner.

Nadelen:


- Doordat de interestkosten steeds lager worden, neemt ook het belastingsvoordeel snel af.

- De uitgaven wegens interest en aflossing zijn in de eerste jaren het hoogst, terwijl het inkomen dan meestal nog lang niet het hoogste niveau heeft bereikt.



2. de spaarhypotheek;

Gedurende de looptijd los je niks af. In plaats daarvan betaal je elk jaar (of elke maand) een spaarpremie.

Voordelen:

- Het fiscale voordeel is groot: elk jaar maximale interestaftrek.

- Over de interest van het spaarbedrag hoef je onder bepaalde voorwaarde geen belasting te betalen.

- De maandlasten blijven elk jaar even hoog, zodat je precies weet waar je aan toe bent.

Nadelen:

- De interestlasten zijn hoog: je betaalt elk jaar interest over het geleende bedrag.

- Het percentage interest dat je over het spaarbedrag vergoed krijgt, is vaak lager dan het percentage dat je zelf moet betalen.

3. de annuïteitenhypotheek;

Een annuïteit is een periodiek (gelijkblijvend) bedrag aan interest en aflossing samen.

Voordelen:

- Doordat er in de eerste jaren weinig wordt afgelost, is er in die jaren sprake van een groot belastingvoordeel.

- De lasten per maand zijn de eerste jaren lager dan aan het einde van de looptijd, wat gunstig is als je inkomen in de loop van de tijd stijgt.

Nadelen:


- Gedurende de looptijd wordt het belastingvoordeel steeds kleiner.

- De lasten per maand zijn aan het eind van de looptijd relatief hoog, wat ongunstig is als je inkomsten in de loop van de tijd dalen, bijvoorbeeld als gevolg van pensionering.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina