Aanpassingen aan de toelichtende tekst van de korfbalspelregels 2010



Dovnload 33.48 Kb.
Datum23.07.2016
Grootte33.48 Kb.
Aanpassingen aan de toelichtende tekst van de korfbalspelregels 2010

Oude tekst

Nieuwe tekst

§1.4 Korven
Een hardgele kleur voor de korf verdient de voorkeur.
Een wedstrijdreglement kan het gebruik van korven van kunststof voorschrijven of toelaten. In dat geval is voor dit type korf de goedkeuring van de IKF nodig.


§1.4 Korven
Bij kunststof korven is de goedgekeurde hardgele kleur voor de korf kleur Ral 1023.
Als deze gele kleur niet voldoende contrasteert met de achtergrond, kan het wedstrijdreglement een andere kleur voorschrijven of toestaan.
Het wedstrijdreglement kan reclame op de korven toestaan. Dergelijke reclame moet in overeenstemming zijn met de IKF Korf Regulations.
Als goedgekeurde kunststof korven niet beschikbaar zijn, kan het wedstrijdreglement rotan korven voorschrijven of toestaan.
Als rotan korven bevestigd zijn met een metalen ondersteuning mag deze ondersteuning niet meer dan het kwart van de omtrek van de korf het dichtst bij de paal beslaan; als metalen strips aan de buitenkant bevestigd zijn, mogen ze alleen een derde van de omtrek beslaan; er mogen zowel aan de binnenkant als aan de buitenkant geen bevestigingen meer dan 1,0 cm uitsteken.


§1.7 Schotklok
Nieuwe regel

§1.7 Schotklok
Het wedstrijdreglement kan voorschrijven in welke wedstrijden dit apparaat gebruikt moet worden.


§2.3 c Scheidsrechter
Nieuwe tekst


§2.3 c Scheidsrechter
Nadat de scheidsrechter gefloten heeft voor een overtreding zal hij normaal gesproken eerst aangeven of het een vrije worp of een spelhervatting is, vervolgens zal hij aangeven in wiens voordeel deze is, door de kant aan te geven waar deze partij aanvalt.


§3.6 Spelovertredingen
Nieuwe tekst

§3.6 Spelovertredingen
Als een nationale organisatie niet wenst onderscheid te maken tussen zware en lichte overtredingen door verdedigers, worden alle overtredingen beschouwd als zware overtredingen en zal de vrije worp genomen worden op de plaats van overtreding. Als de overtreding begaan wordt tegen een zeker persoon (§ 3.6 h, I, j, k, l en soms m), dan wordt de vrije worp genomen op de plaats waar deze persoon zich bevond.


§3.6 g het spel op te houden
Nieuwe tekst

§3.6 g het spel op te houden
8. Het klemmen van de bal tussen de bovenbenen.

§3.6 n in verdedigde positie schieten
Het verbod tot verdedigd schieten is gebaseerd op de wens om succes in de aanval niet de beloning te laten zijn van handige hand- en armbewegingen om de hinderende tegenstander heen, maar van snelle combinaties, die nodig zijn om een schotkans te verkrijgen.
Uit de regel volt dat er geen sprake kan zijn van verdedigd schieten, wanneer:


  1. de verdediger met zijn lichaam verder van de paal is dan de aanvaller; het is niet voldoende als de verdediger slechts een hand of arm dichter bij de paal heeft;

  2. de verdediger zich op een grotere afstand dan armlengte bevindt;

  3. de verdediger met de rug naar de aanvaller is gekeerd en niet met het gezicht;

  4. de verdediger zich er niet van bewust is, dat de aanvaller de bal in zijn bezit heeft (razend vlug schot, tikken) of niet daadwerkelijk tracht te hinderen (alleen het opheffen van de armen is niet voldoende).

Aan alle voorwaarden voldoen .................

................. in verdedigde positie.


Gewezen wordt nog op de volgende spelsituaties.

• Een aanvaller ontvangt de bal, terwijl hij met de rug naar de korf is gekeerd. De verdediger bevindt zich achter hem en is dus dichter bij de paal. Een achterover gelost schot moet in deze situatie als

verdedigd worden beschouwd, aangenomen dat de verdediger aan alle voorwaarden van § 3.6n voldoet.

• Bij een onderhands schot tegen een lange verdediger bestaat de kans dat de verdediger de bal aanraakt. Dit aanraken kan door de verdediger ook nog worden bereikt door hoog te springen Het aanraken van de bal door de verdediger is op zichzelf geen reden om een schot als verdedigd te beschouwen. Bepalend is slechts of de verdediger zich binnen armlengte van de aanvaller bevindt op het moment van het schot.

• Een aanvaller schiet in een ren naar de paal, waarbij de verdediger zich achter hem bevindt. Van verdedigd schieten is in deze situatie geen sprake. De verdediger mag proberen door van achteren te hinderen het schot te blokkeren, doch zal daarbij dikwijls een overtreding begaan van § 3.6j (een tegenstander te zwaar te

hinderen) Er zal dan een strafworp moeten volgen.

• Een aanvaller bevindt zich in verdedigde positie. Als de aanvaller achteruit of opzij stapt of springt (zonder het verbod om met de bal te lopen - § 3.6d - te overtreden) en schiet, en de verdediger volgt de

beweging van de aanvaller, waarbij hij daadwerkelijk tracht het schot te blokkeren, moet het schot als verdedigd worden beschouwd, zelfs als de aanvaller zich een korte tijd buiten armlengte bevindt.



§3.6 n in verdedigde positie schieten
Het verbod tot verdedigd schieten is gebaseerd op de wens om succes in de aanval niet de beloning te laten zijn van handige hand- en armbewegingen om de hinderende tegenstander heen, maar van snelle combinaties, die nodig zijn om een schotkans te verkrijgen.
Uit de regel volt dat er geen sprake kan zijn van verdedigd schieten, wanneer:


  1. De verdediger niet daadwerkelijk probeert het schot te blokkeren (het slechts opheffen van één of twee armen is dus niet voldoende)

  2. de verdediger met zijn lichaam verder van de paal is dan de aanvaller; het is niet voldoende als de verdediger slechts een hand of arm dichter bij de paal heeft;

  3. de verdediger zich op een grotere afstand dan armlengte bevindt;

  4. de verdediger heeft zijn rug naar de aanvaller en kijkt hem niet aan;

  5. de verdediger is zich er niet van bewust dat de aanvaller de bal in zijn bezit heeft (snel schot, tikken).

Aan alle voorwaarden voldoen .................

................. in verdedigde positie.
Gewezen wordt nog op de volgende spelsituaties.
• Een aanvaller ontvangt de bal, terwijl hij met de rug naar de korf is gekeerd. De verdediger bevindt zich achter hem en is dus dichter bij de paal. Een achterover gelost schot moet in deze situatie als

verdedigd worden beschouwd, aangenomen dat de verdediger aan alle voorwaarden van § 3.6n voldoet.


• Bij een onderhands schot tegen een lange verdediger bestaat de kans dat de verdediger de bal aanraakt. Dit aanraken kan door de verdediger ook nog worden bereikt door hoog te springen Het aanraken van de bal door de verdediger is op zichzelf geen reden om een schot als verdedigd te beschouwen. Bepalend is slechts of de verdediger zich binnen armlengte van de aanvaller bevindt op het moment van het schot en ook aan de andere voorwaarden is voldaan.
• Een aanvaller schiet in een ren naar de paal, waarbij de verdediger zich achter hem bevindt. Van verdedigd schieten is in deze situatie geen sprake. De verdediger mag proberen door van achteren te hinderen het schot te blokkeren, doch zal daarbij dikwijls een overtreding begaan van § 3.6j (een tegenstander te zwaar te

hinderen) Er zal dan een strafworp moeten volgen als de overtreding ervoor zorgt dat het schot faalt.


• Een aanvaller bevindt zich in verdedigde positie. Als de aanvaller achteruit of opzij stapt of springt (zonder het verbod om met de bal te lopen - § 3.6d - te overtreden) en schiet, en de verdediger volgt de

beweging van de aanvaller, waarbij hij daadwerkelijk tracht het schot te blokkeren, moet het schot als verdedigd worden beschouwd, zelfs als de aanvaller zich een korte tijd buiten armlengte bevindt.




§3.6 r een schot te beïnvloeden door de paal te bewegen
Indien na het ............. voor de verdediging
Er wordt niet .......... bewegen van de paal

§3.6 r een schot te beïnvloeden door de paal te bewegen
Indien na het ............. voor de verdediging
Als de paal bewust wordt bewogen door de verdediger zonder dat er mogelijk een doelpunt voorkomen wordt en de bal komt daardoor tegen de paal of korf en komt in het bezit van een verdediger, dan krijgt de aanval een spelhervatting krijgen.
Er wordt niet .......... bewegen van de paal


§3.6 t bij het nemen van een vrije worp of strafworp de daarvoor gesteelde bepalingen te overtreden
Het kan gaan om een overtreding van:
• de nemer van de worp (te lang wachten bij het nemen; het aanraken van de vloer tussen paal en strafworppunt bij het nemen van een strafworp);

• één van zijn ploeggenoten (binnen de voorgeschreven afstand komen);

• een tegenstander (binnen de voorgeschreven afstand komen; beïnvloeden van het nemen van een strafworp.



§3.6 t bij het nemen van een vrije worp of strafworp de daarvoor gesteelde bepalingen te overtreden
Het kan gaan om een overtreding van:
• de nemer van de worp die het strafworppunt of het donker beschaduwde gebied aanraakt (zie illustratie §1.2)

• De nemer terwijl hij de worp neemt (te lang wachten bij het nemen).



• Door een van zijn teamgenoten (binnen de voorgeschreven afstand komen).

    • Door een tegenstander (binnen de voorgeschreven afstand komen of het beïnvloeden van het resultaat van een strafworp).

§3.6 w in de aanval de toegestane tijdslimiet te overschrijden
Huidige tekst komt te vervallen


§3.6 w in de aanval de toegestane tijdslimiet te overschrijden

§3.10 c het nemen van de vrije worp
Tweede paragraaf
De scheidsrechter kan ook gedurende de vier seconden voorbereidingstijd een overtreding bestraffen. Als de overtreding wordt gemaakt door een verdediger, kan hij de aanvallende ploeg een nieuwe vrije worp toekennen. Als de overtreding wordt gemaakt door een aanvaller, kan hij een spelhervatting toekennen aan de verdediging. De scheidsrechter dient contact tussen de spelers, die positie innemen bij het nemen van de vrije worp - met name ter weerszijden van de paal - te voorkomen. Geen enkele speler mag met één voet aan één kant van de paal staan en met de andere voet aan de andere kant van de paal. De spelers moeten kiezen ....


§3.10 c het nemen van de vrije worp
Tweede paragraaf
De scheidsrechter kan ook gedurende de vier seconden voorbereidingstijd een overtreding bestraffen. Als de overtreding wordt gemaakt door een verdediger, kan hij de aanvallende ploeg een nieuwe vrije worp toekennen. Als de overtreding wordt gemaakt door een aanvaller, kan hij een spelhervatting toekennen aan de verdediging. De scheidsrechter dient contact tussen de spelers, die positie innemen bij het nemen van de vrije worp - met name ter weerszijden van de paal in de buurt van de paal en de vrijeworplijn- te voorkomen. Geen enkele speler mag met één voet aan één kant van de paal staan en met de andere voet aan de andere kant van de paal. De spelers moeten kiezen ....


§3.12 in de aanval de toegestane tijdslimiet te overschrijden
Nieuwe tekst

§3.12 in de aanval de toegestane tijdslimiet te overschrijden
Het wedstrijdreglement kan voorschrijven in welke wedstrijden deze spelregel gebruikt wordt.
De scheidsrechter zal een doelpunt toekennen als de bal de korf raakt net voordat de zoemer klinkt en vlak daarna door de korf heen valt net na de zoemer omdat de schotklok niet zo snel gereset kan worden.
Als het niet duidelijk is dat de bal de korf geraakt heeft binnen de toegestane tijd, moet de scheidsrechter aangeven dat hij gezien heeft dat de bal de korf geraakt heeft door een arm met gebalde vuist te heffen.




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina