Aanpassingsvermogen



Dovnload 83.58 Kb.
Datum24.08.2016
Grootte83.58 Kb.

Aanpassingsvermogen


Definitie: Indien zich problemen of kansen voordoen, doelmatig blijven handelen door zich aan te passen aan veranderende omgeving, taken, verantwoordelijkheden en/of mensen.

Deze persoon:  



  1. Accepteert behoefte aan aanpassing, past zich op verzoek aan: Is bereid ideeën of percepties te veranderen op basis van nieuwe informatie of gegronde redenen. Begrijpt gezichtspunten van anderen. Toont zich bereid tot verandering in taken en verantwoordelijkheden. Past op verzoek de manier van werken aan veranderende omstandigheden aan.

  2. Past zich uit eigen beweging aan: Laat het oude gemakkelijk los en stelt zich nieuwsgierig op naar nieuwe manieren van werken. Heeft korte tijd nodig om effectief te werken wanneer de werkprocessen zijn veranderd. Onderneemt acties om zich zo snel mogelijk aan te passen aan nieuwe omstandigheden.

  3. Verlegt de focus, kiest nieuw doel: Onderneemt actie om aan te sluiten bij een bepaalde situatie of persoon. Stelt aanpak tijdig bij, teneinde effectief te kunnen blijven opereren. Stelt het eigen doel bij als blijkt dat het oorspronkelijke doel niet haalbaar is. Reageert direct en adequaat op onverwachte, maar urgente en nieuwe zaken.

  4. Speelt in op nieuwe zaken: Verandert het algemene plan, doel of project om aan te sluiten bij de situatie. Stelt oorspronkelijke doel bij om een effectieve bijdrage te kunnen blijven leveren. Voorziet de consequenties van externe veranderingen en past de koers in een vroeg stadium aan. Komt met ideeën om effectief op veranderende doelen in te spelen.



Ambitie


Definitie: Ernaar streven hogerop te komen in de organisatie; gedrag vertonen dat erop is gericht carrière te maken en succes te boeken. Zich moeite geven zichzelf te ontwikkelen om dit te bereiken.

 

Deze persoon:  



  1. Toont zich bereid te investeren: Toont bereidheid om te investeren in de eigen ontwikkeling maar onderneemt nog geen acties op eigen initiatief. Spreekt de wens uit in de toekomst meer verantwoordelijkheden te willen.

  2. Accepteert extra taken en verantwoordelijkheden: Accepteert extra taken en verantwoordelijkheden die leiden tot ontwikkeling en het verbreden van de eigen rol. Reageert enthousiast op relevante leermogelijkheden die door de organisatie worden aangeboden.

  3. Vraagt om meer verantwoordelijkheden: Vraagt om meer verantwoordelijkheden en legt daarbij claims op bepaalde verantwoordelijkheden. Vraagt naar mogelijkheden tot leerervaringen om de eigen loopbaankansen te vergroten.

Onderneemt gericht acties: Maakt een stappenplan en onderneemt gerichte acties om op een bepaalde positie te komen (bijvoorbeeld: training, meedoen aan specifieke projecten om ervaring op te doen en dergelijke)  

Besluitvaardigheid


Definitie: Beslissingen nemen door middel van het ondernemen van acties of zich vastleggen door middel van het uitspreken van meningen.  

Deze persoon:  



  1. Neemt een standpunt in: Durft een standpunt in te nemen en spreekt dit uit. Geeft snel aan wanneer iets wel of niet kan. Neemt een besluit als anderen hem/haar hierom vragen.

  2. Neemt tijdig een besluit bij voldoende informatie: Neemt tijdig een besluit bij voldoende informatie, zonder overleg met of goedkeuring van anderen. Benut bij het nemen van beslissingen de eigen beslissingsruimte optimaal.

  3. Neemt beslissingen op basis van beperkte gegevens: Stelt beslissingen niet onnodig lang uit. Neemt beslissingen waarvoor wel de belangrijkste informatie, maar nog niet alle informatie voorhanden is.

  4. Neemt lastige beslissingen: Neemt snel en effectief lastige beslissingen. Neemt besluiten waarvan de gevolgen nog niet voor honderd procent te overzien zijn. Neemt de juiste beslissingen in het geval van tegenstrijdige belangen, ook wanneer anderen het er niet mee eens zijn.

 

Creativiteit


Definitie: Met oorspronkelijke oplossingen komen voor problemen die met de functie verband houden. Nieuwe werkwijzen bedenken ter vervanging van bestaande.  

 

Deze persoon:  



  1. Staat open voor nieuwe ideeën: Reageert enthousiast op nieuwe en/of ongebruikelijke ideeën. Toont belangstelling voor andere benaderingswijzen. Gaat in op een nieuwe zienswijze van de ander. Heeft bij problemen meerdere suggesties voor een aanpak.

  2. Treedt buiten het eigen denkkader: Herkent goede ideeën (van anderen) en bouwt hierop voort. Associeert gemakkelijk, legt snel relaties vanuit één gegeven naar een ander. Stelt aannames en vanzelfsprekendheden ter discussie om nieuwe ideeën te kunnen genereren. Bekijkt zaken vanuit ongebruikelijke invalshoeken. Gebruikt hulpmiddelen om buiten het eigen denkkader te treden, bijvoorbeeld mind mappen.

  3. Combineert en bouwt op andermans ideeën: Past aangeleerde concepten of methoden goed toe en wijzigt deze. Combineert bestaande oplossingen of ideeën tot een oplossing die uniek is. Herformuleert andermans ideeën op een aansprekende manier. Experimenteert met het voortbouwen op andermans oorspronkelijke ideeën, probeert aanpakken uit.

  4. Komt op eigen kracht op nieuwe ideeën of oplossingen in complexe situaties: Komt snel met verschillende oplossingsrichtingen voor complexe problemen. Komt met ongebruikelijke oplossingen en/of met nieuwe concepten. Komt snel met nieuwe scenario's als de omstandigheden of gegevens wijzigen. Verbindt concepten uit andere vakgebieden met het eigen werk tot iets nieuws en past deze toe.



Durf en zelfvertrouwen


Definitie: Vertrouwen in eigen kunnen om taken te volbrengen en risico's te nemen. Risico's aangaan om uiteindelijk een bepaald herkenbaar voordeel te behalen.

 

Deze persoon:  



  1. Staat stevig in zijn schoenen: Heeft geen toezicht nodig bij de uitvoering van het werk, brengt eigen standpunten krachtig naar voren, toont zelfvertrouwen.

  2. Spreekt vertrouwen uit in eigen kunnen: Beschrijft zichzelf als kundig, iemand die iets voor elkaar kan krijgen. Spreekt in positieve bewoordingen over eigen resultaten. Toont niet bang te zijn om te falen.

  3. Kiest voor uitdagingen en gaat conflicten niet uit de weg: Houdt van uitdagende opdrachten en raakt hierdoor geënthousiasmeerd. Zoekt naar en krijgt nieuwe verantwoordelijkheden. Komt met een gedurfd voorstel met risico van afwijzing. Komt met een zienswijze die haaks staat op de status-quo.

  4. Kiest voor extreem uitdagende situaties: Confronteert management en klanten openlijk. Pareert weerstanden. Komt met voorstellen met kans op een hoge opbrengst, maar ook met kans op mislukking.



Energie


Definitie: Gedurende een lange periode in hoge mate actief zijn wanneer de functie dat vraagt. Hard werken en uithoudingsvermogen hebben.

 

Deze persoon:  



  1. Werkt hard: Blijft doorgaan totdat de klus geklaard is.

  2. Werkt met enthousiasme: Blijft enthousiasme en kracht uitstralen, ondanks hard en veel werken. Reageert op meerwerk met enthousiasme en optimisme.

  3. Doet extra werk: Neemt het voortouw in het oppakken van zaken die blijven liggen. Levert meer of beter werk dan is gevraagd.

  4. Draagt enthousiasme over: Weet anderen op te peppen om de gewenste extra prestatie te leveren en bindt anderen door zijn enthousiasme en energie aan zijn doelen.  



Flexibiliteit


Definitie: Verschillende gedragsstijlen laten zien ten einde effectief te blijven functioneren en gestelde doelen te bereiken. Doelen via verschillende wegen bereiken.

 

Deze persoon:  



  1. Erkent behoefte aan flexibiliteit: Pikt signalen op die duiden op weerstand bij de ander. Begrijpt dat een andere aanpak en/of gedragsstijl gewenst is. Benoemt in het werk kansen die via een andere aanpak benut kunnen worden.

  2. Laat verschillende gedragsstijlen zien: Hanteert verschillende gedragsstijlen, bijvoorbeeld verschillende communicatiestijlen. Laat bij weerstand of conflicten verschillende stijlen zien. Geeft verschillende manieren van aanpak aan voor het oplossen van een probleem.

  3. Past aanpak aan, zoekt doelgericht verschillende wegen: Bereikt zijn doel via verschillende 'wegen' (niet voor één gat te vangen). Gaat over op een andere aanpak om het doel eerder te bereiken. Past de regels aan of procedures zodanig toe om in een specifieke situatie het werk gedaan te krijgen en/of om doelen te bereiken. Stelt aanpak tijdig bij teneinde effectief te kunnen blijven opereren. Schakelt bij weerstand over op een aanpak die wel tot het doel leidt.

  4. Voorziet kansen en belemmeringen, bereidt zich voor: Herkent het moment waarop van gedragsstijl gewisseld moet worden in een vroeg stadium en reageert met de juiste stijl. Voorziet situaties waarin weerstand kan optreden en bereidt deze voor. Ziet in een toekomstige situatie verschillende kansen en bereidt verschillende aanpakken voor om deze te benutten.

 

Groepsgericht leiderschap


Definitie: Richting en sturing geven aan een groep en samenwerkingsverbanden tot stand brengen en handhaven om een beoogd doel te bereiken.

 

Deze persoon:  



  1. Leidt bijeenkomsten goed: Stelt agenda en doelstellingen op, controleert de tijd, deelt taken toe en dergelijke.

  2. Houdt mensen op de hoogte: Houdt mensen op de hoogte van beslissingen en de consequenties daarvan, ook wanneer dit niet per se vereist is. Zorgt ervoor dat de groep alle nodige informatie heeft. Geeft aan waarom een verandering in de strategie van de organisatie of afdeling is ingezet. Legt redenatie achter besluiten uit.

  3. Stimuleert samenwerking: Stimuleert sfeer en samenwerking; legt accent op doelen, kansen en successen. Communiceert over doelstellingen en toetst bij medewerkers in hoeverre zij daarachter staan. Betrekt anderen bij planning en besluitvorming (vraagt om inbreng). Werkt aan het tot stand komen en behouden van goede onderlinge betrekkingen binnen de groep.

  4. Legt accent op gezamenlijk doel/belang: Schept randvoorwaarden (voldoende personeel, middelen, informatie voor de groep en dergelijke), verdeelt verantwoordelijkheden en creëert synergie. Legt accent op gezamenlijke doelen, is er niet op uit zelf te scoren. Organiseert besluitvorming zodanig dat iedereen zijn bijdrage kan/moet leveren en er een goed draagvlak ontstaat. Organiseert effectieve samenwerking binnen het team en neutraliseert eventuele wrijving tijdig en effectief.

  5. Vertaalt missie, strategie en beleid: Communiceert missie, doelen en strategie op zodanige wijze dat anderen enthousiast worden. Zorgt ervoor dat anderen meedenken en geloven in de missie, doelstellingen, beleid en dergelijke, en dit ook begrijpen. Verzekert dat aan de juiste randvoorwaarden is voldaan om de strategie te realiseren en dat groepstaken worden uitgevoerd. Is een geloofwaardig en onbetwist 'leider'.



Individugericht leiderschap en delegeren


Definitie: Op effectieve wijze richting en sturing geven aan medewerkers en verantwoordelijkheden op duidelijke wijze toedelen, in het kader van de taakvervulling van de medewerker.

 

Deze persoon:  



  1. Geeft instructies: Geeft duidelijke opdrachten en instructies aan medewerkers. Delegeert routinematig operationele kortetermijnzaken en bijbehorende beslissingsbevoegdheid.

  2. Geeft grenzen aan: Zegt 'nee' tegen onredelijke verzoeken. Stelt grenzen aan het gedrag van medewerkers waar nodig. Geeft duidelijk de ruimte aan waarbinnen men zelfstandig tot een keuze mag komen. Delegeert verantwoordelijkheden zo laag mogelijk binnen de organisatie.

  3. Stelt duidelijke en hoge eisen aan prestaties: Delegeert opdrachten die passen bij het niveau en de omstandigheden van de desbetreffende medewerker. Laat stijl van leidinggeven aansluiten op de behoefte bij de medewerker en de eisen van de situatie. Spreekt duidelijke verwachtingen uit over gewenst functioneren en te bereiken resultaten.

  4. Heeft zichtbare normen voor prestaties: Zet individuele prestaties tegen duidelijke normen af. Maakt resultaatafspraken en afspraken over gewenst gedrag aan de hand van normen (bijvoorbeeld prestatie-indicatoren en niveau per competentie). Evalueert opgeleverde resultaten en de weg daar naartoe in het licht van, van tevoren vastgestelde, criteria. Geeft (tussentijds) feedback op het functioneren en de bereikte resultaten.

  5. Houdt medewerkers verantwoordelijk voor functioneren en prestaties: Zet op consistente wijze prestaties en functioneren af tegen normen en geeft hierop tijdig feedback aan de medewerkers. Spreekt met medewerkers af dat zij zelf eigen prestaties en functioneren monitoren en aan de bel trekken als te bereiken resultaten in gevaar komen. Spreekt consequenties uit (bij het niet behalen van normen) en confronteert medewerkers op open en directe wijze over functionerings- en prestatieproblemen

Initiatief


Definitie: Kansen signaleren en ernaar handelen. Liever uit zichzelf beginnen dan passief afwachten.

 

Deze persoon:  



  1. Benut kansen: Herkent en benut kansen die zich voordoen om doelstellingen te bereiken. Haalt barrières weg om tot een oplossing te komen. Overziet de situatie, ziet wat er moet gebeuren en onderneemt acties uit zichzelf.

  2. Zet problemen om in kansen: Handelt snel en resoluut in geval van problemen. Benut de kansen die in een nieuwe situatie zitten. Neemt het voortouw en onderneemt extra acties buiten hetgeen oorspronkelijk gevraagd was. Draagt uit eigen beweging ideeën of oplossingen aan.

  3. Creëert kansen en mogelijkheden: Creëert kansen en minimaliseert potentiële problemen door unieke extra moeite of acties te ondernemen (ontwerp van een nieuw programma). Onderneemt acties om processen, programma's te verbeteren of te versnellen.

  4. Anticipeert op kansen en bedreigingen in de nabije toekomst: Anticipeert en bereidt zich voor op specifieke kansen en bedreigingen in de nabije toekomst (3 - 12 maanden). Onderneemt actie om een kans te creëren of een toekomstige calamiteit te voorkomen die niet zichtbaar is voor anderen.

  5. Anticipeert op kansen en bedreigingen in de toekomst: Anticipeert op situaties in de toekomst (1 - 2 jaar vooruit) en onderneemt actie om een kans te creëren of een toekomstige crisis te voorkomen die niet zichtbaar is voor anderen. Onderneemt acties hierop of zet anderen hiertoe aan



Integriteit


Definitie: Handhaven van algemeen aanvaarde sociale en ethische normen in activiteiten die met de functie te maken hebben.

 

Deze persoon:  



  1. Spreekt open en eerlijk: Spreekt eerlijk over activiteiten die moeten worden ondernomen en de hoeveelheid moeite die hiervoor nodig is. Communiceert over verwachtingen en bedoelingen, in niet tegenstrijdige boodschappen. Komt beloftes en verplichtingen na.

  2. Benadert de ander op een open en duidelijke wijze: Bespreekt verwachtingen, problemen, irritaties en dergelijke met de desbetreffende persoon zelf, zelfs wanneer het makkelijker is dit niet te doen. Komt openlijk uit voor zelfgemaakte fouten en neemt hiervoor de verantwoordelijkheid.

  3. Behandelt anderen met respect: Blijft consistent in zijn handelwijze, ook als hij onder druk wordt gezet. Laat iedereen te allen tijde in zijn waarde. Brengt anderen niet in situaties die door hen niet zijn te hanteren. Neemt het naar buiten toe op voor collega's.

  4. Treedt onpartijdig op: Overziet bij machtsconflicten het geheel en handelt daarnaar; kiest niet automatisch partij. Weegt belangen en verschillende zienswijzen zorgvuldig tegen elkaar af en geeft volledige duidelijkheid over de situatie. Voorkomt belangenverstrengeling door het openlijk bespreken van de verschillende belangen.



Klantgerichtheid


Definitie: Onderzoeken van wensen en behoeften van de klant/gebruiker en ernaar handelen.

 

Deze persoon:  



  1. Volgt op: Volgt op na vragen of klachten van klanten. Doet dat wat afgesproken is voor de klant. Houdt de klant op de hoogte van de voortgang van projecten (vraagt niet door op onderliggende problemen of vraagstukken).

  2. Onderhoudt duidelijke communicatie: Onderhoudt duidelijke communicatie met de klant met betrekking tot wederzijdse verwachtingen. Vraagt naar wensen en behoeften van de klant. Let op klanttevredenheid. Geeft behulpzame informatie aan klanten op vriendelijke wijze. Maakt duidelijke afspraken over te leveren producten en diensten met de klant.

  3. Neemt persoonlijke verantwoordelijkheid: Neemt persoonlijke verantwoordelijkheid voor het corrigeren van problemen bij klanten. Corrigeert problemen snel en is niet defensief ten opzichte van de klant. Vraagt door op wensen en behoeften van de klant. Stelt zichzelf beschikbaar op voor de klant, met name wanneer deze in een kritieke periode zit (bijvoorbeeld: noodsituaties). Biedt ongevraagd extra service.

  4. Adresseert mogelijke behoeften van klant: Kent de business van de klant en/of gaat op zoek naar informatie over de (mogelijke) behoeften van de klant. Denkt met de klant mee, vraagt door om het probleem of de behoefte helder te krijgen. Komt met voorstellen die inspelen op de belangen van de klant, levert maatwerk.

  5. Heeft een langetermijnperspectief: Werkt met een langetermijnperspectief aan het oplossen van klantproblemen. Onderzoekt mogelijke toekomstige behoefte van de klant. Doet investeringen met het oog op de langetermijnrelatie. Zoekt naar langetermijnopbrengsten voor de klant



Luisteren en sensitiviteit


Definitie: Zich bewust tonen van andere mensen en de omgeving, alsmede de eigen invloed hierop. Belangrijke informatie oppikken uit mededelingen. Onderkent de gevoelens en behoeften van anderen.

 

Deze persoon:  



  1. Luistert en stelt vragen: Luistert naar wat de ander zegt en haakt hierop in. Komt terug op wat eerder in een gesprek is gezegd. Vraagt door op onduidelijke uitspraken.

  2. Vraagt door en gaat in op reacties: Pakt onduidelijke uitspraken of signalen over gevoelens en bedoelingen van anderen gemakkelijk op. Stelt vragen om te achterhalen of de gemaakte inschatting van de ander goed is begrepen. Vat de boodschap van de ander correct samen.

  3. Stelt zichzelf beschikbaar voor anderen: Is toegankelijk en probeert begrip te verkrijgen van de ander. Begrijpt zowel de inhoud als het onderliggende aspect in een boodschap (bijvoorbeeld: emotie, problemen en dergelijke). Laat anderen in hun waarde en laat dit blijken. Is makkelijk om mee te praten over persoonlijke (niet-technische) zaken. Geeft de ander aandacht en biedt hulp.

  4. Begrijpt bedoelingen en voorspelt reacties van anderen: Begrijpt huidige onuitgesproken of slecht uitgesproken bedoelingen; begrijpt onuitgesproken gedachten, zorgen of gevoelens. Herkent misverstanden en maakt deze bespreekbaar. Gebruikt kennis en begrip van andere mensen (gedrag, eigenschappen enz.) om op reacties van hen te anticiperen (met het oog op beïnvloeding, ontwikkeling of hulp bieden).

  5. Begrijpt onderliggende gedachten/gevoelens/problemen: Begrijpt en verwoordt onderliggende gevoelens en problemen van anderen en houdt daar rekening mee. Begrijpt de onderliggende reden voor gevoelens, gedachten of zorgen van iemand op de lange termijn. Spreekt begrip voor de gevoelens of gedachten van de ander uit. Presenteert een gebalanceerd beeld van specifieke sterke en zwakke punten



Management-identificatie en discipline (loyaliteit)


Definitie: De bereidheid om eigen gedrag te liëren aan de behoeften, prioriteiten en doelen van de organisatie. Bij veranderingen bevestiging zoeken bij de juiste autoriteit.

 

Deze persoon:  



  1. Past zich aan: Sluit aan bij de manier waarop dingen worden gedaan in de organisatie, doet wat van hem verwacht wordt. Houdt zich aan afgesproken procedures, afspraken en verwachtingen (bijvoorbeeld met betrekking tot taal, kleding en omgang met anderen).

  2. Committeert zich aan afspraken: Houdt zich aan afgesproken regels en procedures ook indien dit negatieve reacties bij anderen oproept. Zoekt bij onduidelijkheden bevestiging bij de juiste autoriteit. Handelt snel en adequaat op vragen van het management.

  3. Toont zich loyaal: Stelt zich loyaal op ten aanzien van de gemaakte managementkeuzen. Is op de hoogte van beleidskeuzen en plannen die door het management zijn geformuleerd en respecteert en accepteert deze keuzen. Houdt zich aan gemaakte afspraken ondanks tegenspel ('afspraak is afspraak').

  4. Ondersteunt de organisatie: Neemt actie om de doelen van de organisatie te ondersteunen. Maakt keuzes, stelt prioriteiten en werkt met anderen samen om de doelen van de organisatie te behalen. Stemt eigen handelen af op missie en doelen van de organisatie.

  5. Is kritisch en constructief: Is kritisch op voornemens en plannen van het management en brengt dit op een wijze waarop het management er baat bij heeft. Laat het belang van de organisatie prevaleren boven eigen belang. Staat achter beslissingen die voor de gehele organisatie goed zijn, zelfs als ze op de korte termijn een minder goed effect hebben.



Mondelinge uitdrukkingsvaardigheid en presentatie


Definitie: Ideeën, feiten en meningen in begrijpelijke taal en op heldere wijze aan anderen duidelijk maken, gebruikmakend van terzake doende middelen.

 

Deze persoon:  



  1. Spreekt goed verstaanbaar, is goed te volgen: Formuleert in goedlopende, vloeiende zinnen. Praat rustig en duidelijk, articuleert goed.

  2. Heeft een heldere opbouw en structuur: Drukt zich helder uit, de boodschap wordt goed begrepen. Houdt een samenhangend en helder betoog, waarin hoofd- en bijzaken gescheiden zijn. Beantwoordt inhoudelijke vragen afdoende.

  3. Vat besprokene helder en to-the-point samen: Verheldert de eigen boodschap met aansprekende vergelijkingen, voorbeelden of metaforen. Vat het eigen betoog op gezette tijden goed samen.

  4. Legt zaken begrijpelijk en stapsgewijs uit: Hanteert een goed evenwicht tussen het ingaan op reacties van de toehoorders enerzijds en het vasthouden van de structuur van zijn betoog anderzijds. Legt complexe zaken stapsgewijs en in simpele bewoordingen uit. Verkrijgt hiermee begrip voor (on)mogelijkheden.  



Omgang met details (accuratesse)


Definitie: Langdurig en effectief kunnen omgaan met detailinformatie.  

 

Deze persoon:  



  1. Werkt nauwkeurig: Werkt zorgvuldig met oog voor detail. Kan over een langere periode met details werken zonder fouten te maken.

  2. Controleert eigen werk: Bekijkt het eigen werk op correctheid en volledigheid. Checkt nauwkeurigheid en juistheid van de gebruikte informatie. Gebruikt hulpmiddelen om het eigen werk te controleren.

  3. Controleert werk van anderen: Herkent onvolledigheden/inconsistenties in werk van anderen. Geeft uit eigen beweging, in korte tijd aan waar het in het werk van anderen aan schort.

  4. Benoemt relevante details uit complexe gegevens: Haalt de meest relevante details naar boven uit een grote hoeveelheid en/of complexe



Onafhankelijkheid


Definitie: Acties ondernemen die meer gebaseerd zijn op eigen overtuigingen dan op de wens anderen een plezier te doen. Een eigen koers varen.

 

Deze persoon:  



  1. Spreekt zich uit over eigen normen en waarden: Komt met een geheel eigen mening. Spreekt uit wat hij denkt, zonder dat dit vereist is, zelfs wanneer het makkelijker is erover te zwijgen.

  2. Onderneemt acties die consistent zijn met eigen normen en waarden: Handelt volgens eigen normen en waarden. Trekt zijn eigen plan en handelt ernaar. Bepaalt zelf de speelruimte die nodig is om het werk naar eigen inzicht te kunnen uitvoeren.

  3. Houdt vast aan principes ondanks druk van anderen: Houdt vast aan zijn (professionele) principes ondanks druk van anderen om deze opzij te zetten. Volgt een aanpak waarin hij gelooft, ook als anderen bezwaren maken. Brengt voorstellen in, ook wanneer hier nog geen draagvlak voor is of wanneer er onzekerheid is over draagvlak.

  4. Handelt op basis van eigen overtuigingen, ook wanneer hier risico's aan zijn verbonden: Gaat weloverwogen risico's aan, ook wanneer anderen dit afraden of hem onder druk zetten. Is altijd open en eerlijk in onderhandelingen, noemt zowel kosten als opbrengsten, voor- en nadelen. Houdt vast aan de eigen uitgangspunten, doet alleen concessies als dat uiteindelijk voordeel oplevert.

 

Ondernemerschap


Definitie: Signaleren van kansen in de markt, zowel voor bestaande als nieuwe producten/diensten, ernaar handelen en daarbij risico's durven nemen.

 

Deze persoon:  



  1. Volgt de markt: Toont zich op de hoogte van relevante producten en diensten van de eigen organisatie en hoe deze zich verhouden tot behoeften in de markt.

  2. Reageert op commerciële kansen: Signaleert kansen in de markt en geeft aan welke investeringen nodig zijn om hierop in te kunnen spelen. Brengt investeringen en opbrengsten nauwgezet in kaart en neemt op basis hiervan beslissingen. Stelt prioriteiten of kiest doelen op basis van het afwegen van input en output. Maakt duidelijke afwegingen van mogelijke winst of opbrengst door middel van kosten-batenanalyses.

  3. Creëert commerciële kansen: Maakt verborgen behoeften manifest. Bepaalt op eigen kracht uitdagende commerciële doelen, op basis van eigen verbeeldingskracht en inzicht. Komt met voorstellen die gericht zijn op het vergroten van de marktgerichtheid of het marktaandeel.

  4. Neemt weloverwogen ondernemingsrisico's: Maakt een significante hoeveelheid aan tijd en/of middelen beschikbaar om de winstgevendheid te vergroten (bijvoorbeeld: prestaties verbeteren, een uitdagend doel bereiken enz.). Combineert visie met actiegerichtheid. Neemt weloverwogen risico's om een bepaald voordeel voor de organisatie en/of de klant te behalen.  



Onderzoeksvermogen (leervermogen)


Definitie: Nieuwe informatie vergaren en in zich opnemen en deze effectief toepassen.

 

Deze persoon:  



  1. Stelt vragen: Stelt directe vragen aan de betrokken personen of aan de personen die normaliter dergelijke vragen moeten beantwoorden. Raadpleegt beschikbare bronnen. Gebruikt beschikbare informatie.

  2. Toepassen van kennis: Gaat er persoonlijk op uit om een probleem of situatie te onderzoeken. Vraagt aan de personen die met het probleem te maken hebben, wat er is gebeurd. Integreert nieuwe kennis in bestaande kennis. Neemt nieuwe feiten/gegevens snel op en past deze correct toe.

  3. Graaft dieper: Stelt vragen om tot de kern van een probleem/situatie te komen of zoekt naar mogelijke kansen. Vraagt anderen die niet persoonlijk betrokken zijn, om hun mening of ervaring en dergelijke. Stopt niet bij het eerste antwoord, zoekt uit waarom iets is gebeurd. Toont zich nieuwsgierig/leergierig om huidige kennis te verbreden en/of te verdiepen.

  4. Doet onderzoek en gebruikt eigen systemen: Onderneemt gedurende een lange periode zelf actie om benodigde gegevens of feedback te krijgen. Voert grondig onderzoek uit. Probeert nieuwe aanpakken uit en evalueert deze adequaat. Gebruikt systematisch eigen netwerken en persoonlijke methoden om aan bruikbare informatie te komen. Laat regelmatig anderen informatie verzamelen voor hem of haar.



Ontwikkelen van medewerkers


Definitie: Analyseren van ontwikkelbehoeften en het (laten) uitvoeren van ontwikkelingsactiviteiten.

 

Deze persoon:  



  1. Uit positieve verwachtingen over een persoon: Maakt positieve opmerkingen met betrekking tot de toekomst van een medewerker: huidige en verwachte mogelijkheden en/of leerpotentieel. Gelooft erin dat anderen willen en kunnen leren, of hun prestaties verbeteren.

  2. Geeft directe ontwikkelpunten aan: Geeft aan waar iemands ontwikkel-/verbeterpunten liggen. Geeft gedetailleerde instructies en/of demonstraties over deze ontwikkel-/verbeterpunten, vertelt hoe een taak moet worden uitgevoerd, geeft specifieke behulpzame suggesties.

  3. Geeft ruimte en steun: Brengt medewerkers in situaties die voor hen uitdagend en leerzaam zijn. Geeft ruimte en steun aan degene die nieuwe dingen wil oppakken. Zet mensen aan tot het leveren van een betere prestatie. Creëert situaties waarvan men kan leren.

  4. Geeft feedback om te stimuleren: Geeft specifieke of afgewogen positieve en negatieve feedback met het oog op ontwikkeling. Geeft steun na een mislukking of tegenslag. Geeft duidelijke en opbouwende feedback op geleverde prestatie. Is kritisch naar geleverde prestaties, maar spreekt ook vertrouwen uit in de mogelijkheden van de medewerker.

  5. Doet aan langetermijncoaching of -training: Zorgt voor de juiste en ontwikkelingsgerichte taken, training of andere ontwikkelervaringen met het doel de ontwikkeling van een medewerker te realiseren. Laat mensen zelf de antwoorden op problemen vinden in plaats van zelf het antwoord te geven zodat zij het echt begrijpen. Onderzoekt op welke wijze men zich verder kan ontwikkelen.



Organisatiesensitiviteit


Definitie: Onderkennen van invloed en gevolgen van eigen beslissingen of activiteiten op andere onderdelen van de organisatie.

 

Deze persoon:  



  1. Begrijpt de formele structuur: Herkent of gebruikt de formele structuur binnen de organisatie. Kent de regels en procedures en handelt hiernaar. Kent en handelt naar de formele regels van het spel.

  2. Begrijpt de informele structuren: Schat verhoudingen, relaties binnen de organisatie goed in en gebruikt deze (machtsverhoudingen, sleutelfiguren en dergelijke). Betrekt diverse partijen in de oordeelsvorming over een bepaald voorstel.

  3. Begrijpt klimaat en cultuur: Herkent onuitgesproken grenzen binnen de eigen organisatie en/of klantorganisatie - wat mogelijk is en wat niet op bepaalde posities. Past de organisatiecultuur en -taal toe om de juiste respons te krijgen. Heeft een plan van aanpak waarbij rekening is gehouden met de gevoeligheden en acceptatie in de organisatie.

  4. Begrijpt politieke relaties binnen de organisatie: Begrijpt, beschrijft en/of gebruikt politieke relaties binnen de eigen organisatie en klantorganisatie (allianties, coalities en dergelijke). Weet wie hij moet benaderen ten behoeve van besluitvorming. Toetst bij de juiste partijen of er voldoende draagvlak is voor een bepaald voorstel.

  5. Begrijpt onderliggende problematiek van de organisatie: Begrijpt waarom de organisatie zich op de gekozen manier positioneert. Begrijpt onderliggende problemen, kansen en politieke 'krachten' die de organisatie aangaan en houdt hier bij het doen van voorstellen en/of nemen van besluiten terdege rekening mee. Toont zich op de hoogte van de politieke verhoudingen en informele circuits binnen klantorganisaties en houdt hier rekening mee.



Overtuigingskracht


Definitie: Anderen overtuigen van een bepaald standpunt gericht op het verkrijgen van instemming met bepaalde plannen, ideeën of producten.

 

Deze persoon:  



  1. Onderneemt een enkele actie om te overtuigen: Gebruikt directe overtuiging in een discussie, vergadering of gesprek (bijvoorbeeld: gebruikt concrete voorbeelden, visuele hulpmiddelen bij presentaties en dergelijke). Doet geen duidelijke poging om aan te sluiten bij interesse of niveau van de ander.

  2. Onderneemt meerdere acties om te overtuigen: Neemt meerdere stappen om te overtuigen zonder zich aan te passen aan interesse of niveau van de ander. Hieronder valt ook zorgvuldige voorbereiding van gegevens voor een presentatie, vergadering of gesprek. Brengt zijn voorstellen met enthousiasme en beslistheid. Heeft er plezier in de ander te winnen voor zijn opvattingen.

  3. Berekent de impact van eigen woorden of acties: Sluit in een gesprek of discussie aan bij interesse of niveau van de ander. Presenteert en bouwt met name voort op punten waar de ander gevoelig voor blijkt te zijn. Anticipeert op wat het effect kan zijn van een bepaalde actie of uitspraak. Hanteert argumenten die de ander aanspreken.

  4. Gebruikt indirecte invloed: Onderneemt twee of meer stappen om te beïnvloeden, waarbij elke stap is aangepast aan de ander. Beïnvloedt stapsgewijs; creëert bijvoorbeeld eerst draagvlak bij collega's en gaat vervolgens een stap verder. Gebruikt experts of andere derde partijen om te beïnvloeden. Doseert zijn argumenten/standpunten op beslissende momenten.

  5. Gebruikt complexe beïnvloedingsstrategieën: Bouwt politieke coalities, bouwt 'achter de schermen' aan steun voor ideeën. Geeft informatie op strategisch juiste momenten om beoogde doelen te bereiken. Benoemt weerstand, maakt deze bespreekbaar en buigt deze om. Presenteert naast eigen standpunt ook tegenwerpingen van de andere partij en ontkracht deze één voor één.  



Plannen en organiseren


Definitie: Op effectieve wijze doelen en prioriteiten bepalen en benodigde acties, tijd en middelen aangeven om de bepaalde doelen te kunnen bereiken.  

 

Deze persoon:  



  1. Werkt ordelijk en systematisch: Werkt ordelijk en systematisch en zorgt dat benodigde middelen tijdig beschikbaar zijn.

  2. Combineert verschillende werkzaamheden: Combineert verschillende soorten werkzaamheden op een effectieve en efficiënte manier en weet hiermee optimaal gebruik te maken van de beschikbare middelen.

  3. Komt met plan van aanpak: Brengt activiteiten/te verrichten taken in kaart die tot het gewenste doel leiden. Komt met plan van aanpak om gesteld doel te bereiken. Werkt stap voor stap naar zijn doel toe, ook over een langere periode.

  4. Stelt prioriteiten: Stelt prioriteiten in een plan van aanpak, stelt concrete doelen zowel voor zichzelf als voor anderen.

  5. Anticipeert: Anticipeert op wijzigingen en ontwikkelingen, realiseert doelen. Coördineert, stemt doelen van diverse teams/afdelingen/activiteiten op elkaar af.



Prestatiemotivatie


Definitie: Gedrag dat getuigt van het stellen van hoge eisen aan eigen werk. Laten zien niet tevreden te zijn met een gemiddelde prestatie.

 

Deze persoon:  



  1. Toont het werk goed te willen doen: Probeert het werk goed of juist te doen. Geeft aan te streven naar efficiency. Neemt geen genoegen met bijvoorbeeld verloren tijd en wil dingen beter doen. Brengt in het werk verbeteringen aan op aanwijzing van een ander of signaleert verbetermogelijkheden.

  2. Creëert eigen maatstaven voor uitstekende prestaties: Stelt hoge eisen aan het eigen functioneren en probeert hieraan te voldoen. Zet prestaties af tegen die van anderen en werkt zelfstandig aan verbeteringen in het werk en/of het gedrag. Vraagt om feedback over het eigen functioneren.

  3. Verbetert prestaties: Brengt specifieke veranderingen aan in systemen of in eigen werkmethode (bijvoorbeeld: doet iets beter, sneller, tegen lagere kosten, efficiënter, verbetert kwaliteit). Tracht continu tot verbetering in bestaande werksituaties en tot verbetering van bestaande werkpraktijken te komen, komt met voorstellen ter verbetering. Werkt gericht naar verbeterdoelen toe, bewandelt geen zijpaden.

  4. Zoekt uitdagingen voor zichzelf en anderen: Is continu bezig zijn grenzen te verleggen. Zoekt actief naar mogelijkheden om zich te ontwikkelen en zwakke punten te verbeteren. Werkt met een duidelijk plan aan verbetering van eigen prestaties. Daagt ook anderen uit om tot hogere prestaties te komen.  



Probleemanalyse en oordeelsvorming


Definitie: Signaleren van problemen; herkennen van belangrijke informatie; verbanden leggen tussen gegevens. Opsporen van mogelijke oorzaken van problemen; zoeken van terzake doende gegevens. Gegevens en mogelijke handelswijzen in het licht van relevante criteria tegen elkaar afwegen en tot realistische beoordeling komen.

 

Deze persoon:  



  1. Herkent en identificeert problemen: Herkent welke problemen veel voorkomen. Benoemt inconsistenties in informatie die bij probleemanalyse betrokken wordt. Geeft aan welke informatie ontbreekt. Vindt terzake doende informatie. Stelt gerichte vragen om problemen helder in kaart te brengen en een oordeel te kunnen vormen. Deelt problemen op: scheidt hoofd- van bijzaken.

  2. Legt verbanden: Signaleert trends en samenhangen in informatie en onderscheidt deze van incidenten. Legt verbanden tussen afzonderlijke kwesties en zaken. Deelt problemen op. Legt relatie tussen twee delen: A leidt tot B, kan opdelen in voors en tegens. Stelt vragen in de diepte (één aspect), maar ook in de breedte (verscheidene aspecten), teneinde een zo volledig mogelijk beeld te verkrijgen. Geeft aan welke informatie vereist is voor een goede beeldvorming. Ziet de kern van problemen en mogelijke oplossingen.

  3. Trekt het probleem breder: Plaatst problemen in een breder kader en bekijkt problemen vanuit diverse invalshoeken. Lost problemen op door zaken grondig uit te zoeken. Analyseert relaties tussen meerdere delen van een probleem of situatie. Legt meervoudige causale relaties: meerdere mogelijke oorzaken en meerdere consequenties bij het nemen van actie of meerdere kettingreacties (A leidt tot B leidt tot C leidt tot D). Anticipeert op hindernissen en denkt vooruit over mogelijke stappen. Onderscheidt feiten van veronderstellingen.

  4. Maakt complexe analyses: Gebruikt verscheidene analysetechnieken om complexe problemen door te lichten. Gebruikt verscheidene analysetechnieken om meerdere oplossingen te identificeren en weegt de waarde van elke oplossing. Maakt bijvoorbeeld lijsten met criteria en toetst de oplossingen daaraan. Toetst voorstellen vanuit verschillende invalshoeken. Schat haalbaarheden realistisch in. Benoemt de voor- en nadelen van de verschillende oplossingen voor een probleem. Gebruikt scenario's waarin 'als-dan' veronderstellingen zijn uitgewerkt.



Relatienetwerken


Definitie: Het bouwen aan langetermijnrelaties en deze effectief benutten voor de eigen functie of organisatie. Gemakkelijk naar anderen toe stappen en zich gemakkelijk in gezelschap mengen.

 

Deze persoon:  



  1. Gebruikt bestaande netwerken: Maakt gebruik van bestaand netwerk. Stapt gemakkelijk op anderen, buiten de eigen afdeling, af indien dit gewenst is voor een goede uitvoering van de eigen taak of in het algemeen belang. Levert een bijdrage aan het gewenste imago van de organisatie in de markt.

  2. Ontwikkelt netwerken: Ontwikkelt en onderhoudt netwerken van de, voor de organisatie belangrijke, (markt)partijen. Beweegt zich gemakkelijk in een onbekende sociale omgeving. Spreekt mensen aan en legt gemakkelijk contact met anderen binnen en/of buiten de organisatie. Weet hen op hun gemak te stellen, respectievelijk hun interesse op te wekken en de relatie te onderhouden.

  3. Creëert mogelijkheden door netwerken: Denkt na over mogelijke ontwikkelingen en de rol van de eigen organisatie daarin en handelt daarnaar. Benut netwerken voor het realiseren van zakelijke voordelen. Treedt zodanig naar buiten dat hiermee het gewenste imago van de organisatie tot stand wordt gebracht.

  4. Begrijpt en optimaliseert interactie van de organisatie en haar omgeving: Begrijpt hoe de interactie van de organisatie met de omgeving in elkaar zit, relaties met de politiek, stakeholders, concurrentie en partnerships. Ontwikkelt deze kennis en contacten ten behoeve van het vergroten van de resultaten van de organisatie.



Samenwerken


Definitie: Bijdragen aan een gezamenlijk resultaat, ook wanneer de samenwerking een onderwerp betreft dat niet van direct persoonlijk belang is.

 

Deze persoon:  



  1. Werkt samen: Participeert en ondersteunt waar groepsbesluiten genomen worden, doet zijn of haar deel van het werk. Houdt als lid van de groep andere groepsleden op de hoogte; deelt alle relevante of bruikbare informatie met de groep of groepsleden. Speelt informatie die voor anderen van belang is, tijdig door.

  2. Uit positieve verwachtingen over de groep: Spreekt positieve verwachtingen over anderen uit in termen van hun mogelijkheden/kunnen. Spreekt in positieve zin over anderen. Toont respect voor anderen. Betrekt anderen actief bij het gesprek.

  3. Vraagt om input: Waardeert input en ervaring van anderen, is bereid van anderen te leren (ook van medewerkers en collega's). Vraagt om ideeën en/of meningen van anderen om besluiten te nemen of plannen te maken. Houdt rekening met de (mogelijke) inbreng van een ander. Laat het eigen standpunt/belang los als hiermee het gezamenlijke doel gediend wordt.

  4. Moedigt anderen aan: Geeft openlijk krediet aan anderen die goed hebben gepresteerd. Moedigt anderen aan en geeft ze het gevoel dat ze belangrijk zijn. Reageert actief en op een constructieve wijze op de ideeën van anderen, zowel binnen als buiten het eigen bedrijfsonderdeel en/of de eigen afdeling. Draagt actief bij aan het bevorderen van onderlinge bekendheid met elkaars werk.

  5. Zorgt voor 'team spirit': Probeert een goede sfeer te creëren, samenwerking binnen de groep (het team) te bevorderen en de moraal hoog te houden. Lost problemen binnen de groep (het team) op en spreekt positief over groepsleden tegen buitenstaanders. Kijkt over de grenzen van het eigen verantwoordelijkheidsgebied heen en heeft oog voor het gezamenlijk belang. Stimuleert acties/projecten waarbij samengewerkt wordt met medewerkers van andere onderdelen om win-winsituaties te creëren.



Schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid


Definitie: Ideeën en meningen in begrijpelijke en correcte taal op schrift stellen.

 

Deze persoon:  



  1. Maakt correct gebruik van taal: Maakt geen taalfouten en maakt op de juiste wijze gebruik van de grammatica.

  2. Gebruikt een heldere opbouw: Hanteert in teksten een heldere opbouw en structuur (in notities, presentatiemateriaal, brochures en dergelijke).

  3. Maakt samenvattingen: Schrijft duidelijk en op heldere wijze een samenvatting van de tekst, boek, conferentie, enz.

  4. Maakt aansprekende teksten: Maakt heldere, aansprekende en bondige teksten die voor een breed publiek leesbaar zijn.



Stressbestendigheid


Definitie: Effectief blijven presteren ingeval van tegenslag, ingeval van vijandigheid van anderen of ingeval van grote druk.

 

Deze persoon:  



  1. Bedwingt zijn emoties: Bedwingt, met enige moeite, zijn eerste (re)actie en houdt zijn emoties onder controle. Maar kan moeilijk de werkzaamheden afronden.

  2. Blijft beheerst: Blijft beheerst reageren bij spanningen en emoties. Laat zich er niet te erg door afleiden. Is goed in staat af te maken waar hij mee bezig was.

  3. Gaat effectief met stress om: Blijft bij grote problemen/tijdsdruk en/of hevige emoties naar een mogelijke oplossing zoeken om deze te reguleren en het werk te blijven uitvoeren. Blijft onder druk constante prestaties leveren. Herstelt snel na een tegenslag of teleurstelling.

  4. Gaat pro-actief met stress om: Onderkent tijdig oplopende spanningen, ziet grote tijdsdruk of problemen aankomen en onderneemt acties om deze terug te brengen. Heeft speciale manieren of plannen op voorhand om met heftige emoties of stress om te gaan.



Vakkundigheid/marktgerichtheid


Definitie: Het ontwikkelen van de eigen kennis over de markt en het vakgebied en deze kennis effectief benutten voor de eigen functie of organisatie.

 

Deze persoon:  



  1. Toont interesse in eigen vakgebied: Is nieuwsgierig naar recente trends en ontwikkelingen op het eigen vakgebied. Herkent trends op het eigen vakgebied in een vroeg stadium.

  2. Blijft op de hoogte van ontwikkelingen in het eigen vakgebied: Neemt het initiatief om op de hoogte te blijven van de nieuwe trends en van ontwikkelingen in het eigen vakgebied door erover te lezen, congressen te bezoeken, cursussen te volgen en dergelijke.

  3. Vertaalt de kennis over het vakgebied en de markt naar de juiste aanpak: Kent de trends en ontwikkelingen in het eigen vakgebied en de markt. Weet wie de belangrijkste concurrenten zijn en ziet de betekenis hiervan voor de organisatie. Houdt bij beslissingen rekening met toekomstige ontwikkelingen in de markt.

  4. Past kennis toe op marktbehoefte: Heeft continu een volledig begrip van de markt en het vakgebied. Heeft zicht op de mogelijkheden in de toepassing van de huidige of toekomstige technologie/benaderingen die aansluiten op de behoeften in de markt. Houdt bij een aanpak rekening met de huidige en toekomstige behoeften in de markt, alsmede de sterkten en zwakten van de concurrenten.



Vasthoudendheid


Definitie: Bij een bepaald actieplan of een bepaalde opvatting blijven, totdat het beoogde doel is bereikt of ophoudt redelijkerwijze bereikbaar te zijn.

 

Deze persoon:  



  1. Toont zich optimistisch: Ziet ook in negatieve omstandigheden mogelijkheden om tot een oplossing te komen. Laat merken zich in een project of andere taak vast te willen bijten.

  2. Toont zich op korte termijn volhardend: Staat achter een ingenomen standpunt en draagt dit ook uit als anderen het er niet mee eens zijn. Komt in actie om tegenwerpingen het hoofd te bieden.

  3. Blijft volhardend ook op langere termijn: Blijft consequent op zijn standpunt staan, ook bij tegenstand of tegenwerking, zonder te vervallen in een dogmatische of rigide opstelling. Is op lange termijn gericht op het bereiken van het doel, blijft bij zijn standpunt tot anderen het erkennen of er rekening mee houden.

  4. Onderneemt meerdere verschillende acties: Onderneemt verschillende acties om tegenstanders te overtuigen. Gaat omzichtig en voorzichtig te werk om zijn doel te bereiken, en slaagt daar in.



Visie


Definitie: Het vermogen om afstand te nemen van de dagelijkse praktijk; zich te concentreren op de hoofdlijnen en het langetermijnbeleid en dit te vertalen naar kortetermijnbeleid.

 

Deze persoon:  



  1. Begrijpt bedrijfsstrategieën: Is in staat om reeds bestaande strategieën te begrijpen en te analyseren, maar heeft zelf nog geen effectieve strategie ontwikkeld. Licht toe waarom een verandering in de strategie van de organisatie of afdeling is ingezet. Geeft de consequenties van dagelijkse gebeurtenissen voor te nemen besluiten aan.

  2. Legt een link tussen huidige acties en strategische doelen: Beschrijft hoe de kloof tussen de gewenste situatie van de eigen organisatie en de huidige situatie overbrugd kan worden. Houdt bij het inplannen van activiteiten rekening met de bedrijfsdoelstellingen. Geeft aan hoe de eigen activiteiten zijn afgeleid van de bedrijfsstrategie. Brengt op basis van bedrijfsdoelstellingen prioriteiten aan in het werk, handelt in overeenkomst met de strategie en doelen.

  3. Denkt in strategische (toekomstgerichte) termen: Praat over langetermijndoelen van de eigen afdeling of het eigen organisatieonderdeel en benoemt eventuele problemen of kansen (zonder daarbij rekening te houden met externe ontwikkelingen en zonder daarbij actie te ondernemen). Draagt zijn/haar mening uit over hoe kansen en mogelijkheden op de langere termijn gerealiseerd kunnen worden.

  4. Legt de relatie tussen huidige gebeurtenissen en bedrijfsstrategie of een langere termijn visie: Meet en relateert kortetermijntaken in de context van lange termijn businessstrategieën of langetermijndoelstellingen; overweegt of kortetermijndoelen voldoen aan langetermijndoelstellingen. Plaatst kortetermijnplannen in het langere termijn perspectief. Heeft een duidelijk langetermijndoel en een scenario om hiertoe te komen.

  5. Begrijpt externe invloeden op interne strategie: Praat over relevante trends en ontwikkelingen buiten de eigen organisatie en geeft aan wat de mogelijke consequenties zijn voor de eigen organisatie. Overweegt hoe het huidige beleid, processen en methoden, kunnen worden beïnvloed door toekomstige externe ontwikkelingen en trends. Wijst anderen op nieuwe problemen of nieuwe situaties die voor hen nog niet duidelijk zijn.

  6. Plant acties om de strategie te realiseren en te voldoen aan externe ontwikkelingen: Vertaalt externe ontwikkelingen in doelstellingen en strategie. Bereidt voor en herziet alternatieve scenario's of plannen voor problemen en situaties die zich kunnen voordoen, zoals herontwerp van de afdeling of organisatie om beter te voldoen aan langetermijndoelen: ontwikkelt een hoeveelheid acties om langetermijndoel of langetermijnvisie te bereiken en/of deelt met anderen het beeld van de gewenste toekomstige staat van de business, afdeling of organisatie.



Voortgangscontrole


Definitie: Opstellen en uitvoeren van procedures om de voortgang van processen, taken of activiteiten van medewerkers, alsook de voortgang van eigen functieactiviteiten en verantwoordelijkheden te bewaken en te controleren.

 

Deze persoon:  



  1. Creëert duidelijkheid: Spreekt van tevoren duidelijke mijlpalen of meetpunten af. Stuurt aan op een duidelijke rol-/taakverdeling en zet dit op schrift.

  2. Controleert de voortgang van eigen werk: Controleert de uitvoering van het eigen werk tussentijds. Vraagt aan anderen of afspraken volledig zijn nagekomen.

  3. Controleert de voortgang van het werk van anderen: Creëert voor zichzelf en voor anderen inzicht in de gang van zaken. Houdt gedetailleerd de voortgang van het werk van anderen bij.

  4. Controleert de voortgang van processen/projecten: Houdt deadlines en mijlpalen van processen/projecten in de gaten. Signaleert snel afwijkingen op een gemaakt plan en komt met voorstellen om dit bij te sturen.

  5. Bewaakt de samenhang van meerdere processen/projecten: Houdt deadlines en mijlpalen van meerdere samenhangende processen/projecten in de gaten. Signaleert snel afwijkingen op gemaakte plannen en de consequenties daarvan op meerdere processen/projecten en komt met voorstellen om dit bij te sturen.




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina