Aantekening Aci algemeen



Dovnload 19.32 Kb.
Datum27.08.2016
Grootte19.32 Kb.
Aantekening AcI
Algemeen

In het Nederlands krijgen we na verschillende werkwoorden een zogenoemde ‘dat-zin’:



  • wij hebben gehoord, dat de buren gaan verhuizen.

  • jij weet, dat die jongen een goede vriend van mij was.

Een Nederlandse ‘dat-zin’ is in het Latijn een ‘quod-zin’: audimus, quod servus in periculo est: ‘wij horen, dat de slaaf in gevaar is’. In het Latijn kiest men er echter meestal voor om een ‘quod-zin’ weer te geven met een AcI. AcI is de afkorting van accusativus cum infinitivo. Dit betekent natuurlijk ‘een accusativus met een infinitivus’. Een AcI bevat dan ook altijd een accusativus en een infinitivus.
Gebruik

De AcI moet je zien als een ‘dat-zin’, ofwel als een zin met een subject en een persoonsvorm. Het eigenaardige van een AcI is echter dat het subject nu niet in de nominativus staat en de persoonsvorm nu niet in de indicativus. Bij de AcI geldt het volgende:



  • het subj. van de AcI staat in de accusativus

  • het (eventuele) obj. van de AcI staat ook in de accusativus

  • de persoonsvorm van de AcI staat in de infinitivus

Een voorbeeld zal dit duidelijk maken:

┌ pv → inf.



  • Wij horen, dat de slaaf in gevaar is (hoofdwerkwoord: ‘Audimus’)

└ subj. → acc. (AcI: ‘servum in periculo esse’)

Lat.: Audimus servum in periculo esse (A = ‘servum’, I = ‘esse’)

┌ pv → inf.



  • Wij horen, dat de slaaf een vriendin heeft (hoofdwerkwoord: ‘Audimus’)

└ subj. → acc. (AcI: ‘servum amicam habere’)

Lat.: Audimus servum amicam habere


Verschil tussen een inf. prs. en een inf. perf. in een AcI

De infinitivus van de AcI heeft niets te maken met tegenwoordige of verleden tijd. Het kan bijvoorbeeld gebeuren dat je een inf. prs. moet vertalen met een verleden tijd. Hoe zit dat dan?

De tijd waarin de infinitivus staat (prs. of perf.) zegt iets over de relatie tussen dit werkwoord en het hoofdwerkwoord dat in het Nederlands vóór de ‘dat-zin’ komt:


  • inf. prs.: de inf. van de AcI is gelijktijdig aan het hoofdwerkwoord

    • M.a.w.: de gebeurtenis in de AcI vindt op hetzelfde moment plaats als de gebeurtenis van het hoofdwerkwoord

  • inf. perf.: de inf. van de AcI is voortijdig aan het hoofdwerkwoord

    • M.a.w.: de gebeurtenis in de AcI gaat vooraf aan de gebeurtenis van het hoofdwerkwoord


Subjectsaccusativus en objectsaccusativus

Als je de vorige pagina goed hebt bestudeerd, is je opgevallen dat een AcI soms een dubbele accusativus heeft. Want het subject van de AcI staat in de accusativus en het eventuele object ook. Daarom spreken we van:



  • subjectsaccusativus, als de accusativus het subject van de AcI is

  • objectsaccusativus, als de accusativus het object van de AcI is.

Als er één accusativus in de AcI staat, dan is dit altijd de subjectsaccusativus. Als er meerdere accusativi in de AcI staan, dan bepaalt de context welke de subjects- en welke de objectsaccusativus is.
Oefeningen

  1. Vertaal de volgende zinnen die een AcI bevatten

    1. Titus puellam venire videt.

    2. Amicus dicit servum vocare

    3. Amicus dicit servum vocavisse

    4. Amicus dicit servum vocatum esse

    5. Constat puellam venisse

    6. Laocoon se insidias Graecorum timere dixit

    7. Troiani se periculis carere putabant

    8. Faustulus pueros expositos esse videt

    9. Sinon affirmat Ulixem Troianis saepe insidias paravisse

    10. Troiani Laocoontem a deis ipsis punitum esse putabant




  1. Vertaal de volgende zinnen in het Latijn met een AcI – let op de tijd van de infinitivus!

    1. Ik zag dat de Trojanen de Grieken niet geloofden. (geloven = credere + dat.)

    2. Ik hoorde dat de Trojanen de Grieken niet hebben geloofd.

    3. Wij zien dat het meisje komt.

    4. Wij zien dat het meisje kwam / is gekomen.

    5. Wij zagen dat het meisje kwam.

    6. Wij zagen dat het meisje was gekomen.

    7. Wij zagen dat aan hem de overwinning gegeven is.

    8. Wij hebben gehoord dat de slaven jongens riepen.

    9. Wij hebben gehoord dat de slaven de jongens hebben / hadden geroepen.

    10. Wij hebben gehoord dat de jongens de slaven hebben / hadden geroepen.




  1. Zet de zinnen uit oef. A om in zinnen met een goede ‘quod-zin’




  1. Vertaal de volgende zinnen en zet de ‘quod-zinen’ om in een goede AcI

  1. Troiani putabant, quod equus ligneus donum Graecorum erat.

  2. Laocoon sacerdos frustra dixit, quod insidias Graecorum timebat.

  3. Multi homines nesciebant, quod Ulixes Troianis insidias paraverat.

Oefeningen – Antwoorden

  1. Vertaal de volgende zinnen die een AcI bevatten

    1. Titus ziet dat het meisje komt / Titus ziet het meisje komen

    2. De vriend zegt dat de slaaf roept

    3. De vriend zegt dat de slaaf heeft geroepen

    4. De vriend zegt dat de slaaf geroepen is

    5. Het staat vast dat het meisje is gekomen

    6. Laocoon heeft gezegd dat hij de hinderlaag van de Grieken vreesde

    7. De Trojanen meenden dat zij vrij waren van gevaren

    8. Faustulus ziet dat de jongens te vondeling gelegd zijn

    9. Sinon bevestigt dat Odysseus vaak een hinderlaag voor de Trojanen heeft voorbereid

    10. De Trojanen meenden dat Laocoon door de goden zelf was gestraft




  1. Vertaal de volgende zinnen in het Latijn met een AcI – let op de tijd van de infinitivus!

    1. Videbam Troianos Graecis non credere

    2. Troianos Graecis non credidisse audiebam

    3. Videmus puellam venire

    4. Videmus puellam venisse

    5. Videbamus puellam venire

    6. Videbamus puellam venisse

    7. Videbamus victoriam ei datam esse

    8. Audivimus servos pueros vocare

    9. Audivimus servos pueros vocavisse

    10. Audivimus pueros servos vocavisse




  1. Zet de zinnen uit oef. A om in zinnen met een goede ‘quod-zin’

    1. Titus videt quod puella venit

    2. Amicus dicit quod servus vocat

    3. Amicus dicit quod servus vocavit

    4. Amicus dicit quod servus vocatus est

    5. Constat quod puella venit

    6. Laocoon dixit quod insidias Graecorum timebant / timuerunt

    7. Troiani putabant quod periculis carebant / caruerunt

    8. Faustulus videt quod pueri expositi sunt

    9. Sinon affirmat quod Ulixes Troianis saepe insidias paravit

    10. Troiani putabant quod Laocoon a deis ipsis punitus est / erat




  1. Vertaal de volgende zinnen en zet de ‘quod-zinen’ om in een goede AcI

  1. Troiani putabant equum ligneum donum Graecorum esse.

  2. Laocoon sacerdos frustra dixit se insidias Graecorum timere.

  3. Multi homines nesciebant Ulixem Troianis insidias paravisse.








De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina