Aardrijkskunde voor de tweede fase



Dovnload 167.13 Kb.
Pagina1/3
Datum03.10.2016
Grootte167.13 Kb.
  1   2   3






De Geo

vwo

Aardrijkskunde voor de tweede fase




Arm en rijk




Antwoorden hoofdstuk 1


www.degeo-online.nl
vierde druk



1 Genoeg voor iedereen?



Opdracht 1


Opdracht 2 Voedsel in de atlas  K

a - GB 199 (voedingsgewassen en handel),

- GB 210B (voedselvoorziening),

- GB 210E (eiwitconsumptie),

- GB 212A (werken in landbouw),

- GB 217D (verwachte verandering in maïsopbrengst, etc.).

b Antwoord verschilt per leerling.

Voorbeelden natuurlijke oorzaak:

- droogte,

- verwoestijning,

- overstromingen.

Voorbeelden menselijke oorzaak:

- oorlogen,

- te duur voedsel,

- armoede,

- overbevolking,

- ongelijke verdeling van eten.

c Antwoorden verschillen per groepje leerlingen.
Opdracht 3 Honger  K

a Antwoord varieert per leerling.

b Een conclusie kan zijn dat een aantal klasgenoten in de buurt komt van de minimaal benodigde dagelijkse hoeveelheid energie en een aantal leerlingen hier ver overheen komt. Van belang is dat je ziet dat vooral de samenstelling van je menu ertoe doet. Over het algemeen krijgt men in een rijk land als Nederland meer dan genoeg eiwitten en vetten binnen.

In gebieden waar honger wordt geleden, krijgen veel mensen voor lange tijd aanzienlijk minder energie binnen dan 1.690 kcal per dag en daar is de samenstelling van het menu erg eenzijdig, met tekorten aan eiwitten en vetten.


Opdracht 4 Topografie  K

a Zie GB 164-165. Addis Abeba is de hoofdstad: 38 OL, 9 NB.


b W3 Topografie van Ethiopië en de omliggende gebieden


Landen

Wateren

Steden

A Ethiopië

a Rode Zee

1 Addis Abeba

B Jemen

b Golf van Aden

2 Khartoum

C Djibouti

c Indische Oceaan

3 Sana

D Somalia

d Turkanameer

4 Muqdisho

E Kenia

e Blauwe Nijl

5 Dire Dawa

F Uganda

f Tanameer

6 Asmara

G Sudan

g Omo

7 Aden

H Eritrea

h Awash

8 Harar




9 Dessie

Hoogste top

10 Gondar

Ras Dasjan (hoogte: + 4.231 m)

11 Jimma




12 Makalle




13 Djibouti

c Zie de natuurkundige overzichtskaart van Afrika in de atlas, GB 163.

d Zie de staatkundige overzichtskaart van Afrika in de atlas, GB 165.
e Ethiopië grenst niet aan open zee. Dat betekent dat het land bij import en export van goederen over zee is aangewezen op buurlanden. Wanneer de relatie met zo’n buurland verstoord is, komt de doorvoer van goederen in gevaar.



1.1 Leven in Ethiopië


Opdracht 5 Een geografisch beeld  V

a –


b - de ligging(skenmerken),

- gebiedskenmerken,

- bevolkingskenmerken,

- Interne en externe relaties.

c - de ligging,

- De bevolking: demografie, De bevolking: cultuur, De bevolking: politiek, De bevolking: economie.


Opdracht 6 Liggingskenmerken  K

a GB 165E vluchtelingen.

b Van een positief saldo.

c Het kan in Ethiopië toen politiek veilig zijn geweest, veiliger dan in buurlanden en/of de voedselsituatie was er betrekkelijk gunstig.


Opdracht 7 Isolement en dichtheid  I

a Door het reliëf waren contacten tussen bevolkingsgroepen erg moeilijk. Door het grote isolement vond er weinig vermenging tussen de volken plaats.

b De meeste mensen wonen in het hoogst gelegen gebied/het gebied met het meeste reliëf.
Opdracht 8 Bevolkingskenmerken  I
a W4 De leeftijdspiramide van het Ethiopische district Butajira, in 1999.

b Het gevolg van de dalende kindersterfte is een zeer snelle (exponentiële) toename van de bevolking. Wanneer die groep in de vruchtbare leeftijd komt zullen de vrouwen weer veel kinderen krijgen. Waarschijnlijk zal het land niet al deze mensen kunnen voeden. De afhankelijkheid van voedselhulp zal groot blijven.
c Door:

- betere hygiëne,

- schoon drinkwater,

- voldoende en goed voedsel,

- betere voorlichting over zuigelingenzorg.

d Vooral aan de mannenkant van het diagram is er een insnoering te zien (snelle afname) in de leeftijdsgroepen van 25 - 45 jaar. Bij de vrouwen is dit van 25 - 35 jaar en minder diep.

- Geboorte-uitval en hoge kindersterfte 25 jaar geleden als gevolg van oorlog en honger.

- Omgekomen in de oorlogen die gevoerd zijn.


Opdracht 9 Natuurlijke groei  I

a Afrika.

Te vinden op GB 202D.

b In de EU is er sprake van een sterke vergrijzing. In deze grote groep ouderen is het sterftecijfer vanwege de hoge leeftijd hoog. In Ethiopië komt het hoge sterftecijfer door de grote kinder- en zuigelingensterfte .


Opdracht 10 Urbanisatie  /I

a Naarmate het BBP per inwoner hoger is, zal het percentage mensen dat in steden woont ook hoger zijn.


b W5 Spreidingsdiagram van de relatie BBP/inwoner en urbanisatiegraad.

c De hypothese is juist. Verstedelijking hangt samen met welvaart: hoe hoger het gemiddelde inkomen is, des te groter is het aandeel van de bevolking dat is verstedelijkt.
Opdracht 11 Veranderende leeftijdsopbouw  K/I

a Om absolute leeftijdsdiagrammen.

b Een sterke toename in aantal.

c De groep mensen tussen 5 jaar tot 65 jaar is toegenomen in verhouding tot de kinderen onder de 5 jaar en de ouderen boven de 65 jaar / het aandeel mensen van 5 jaar tot 65 jaar is toegenomen.

d De reden is dat men voorspelt dat het sterftecijfer zal afnemen.
Opdracht 12 Stad en platteland  K/I

a Ja of nee.

b Ja: Van 1990 tot 2015 zal de stedelijke bevolking verdrievoudigd zijn, terwijl de rurale bevolking in diezelfde periode nog niet eens verdubbeld is.

Nee: Absoluut gezien zal van 1990 tot 2015 de plattelandsbevolking gegroeid zijn met bijna 33 miljoen mensen. Dat is veel meer dan bijna 13 miljoen mensen erbij in de steden.

c Het geboortecijfer op het platteland is hoog.
Opdracht 13 Volksverhuizing  K

Die provincies zijn al overbevolkt. Nog meer mensen erbij betekende dat de eigen bevolking in die provincies banen moesten delen of land moesten afstaan. Daardoor werd het gemiddelde inkomen nog lager.


Opdracht 14 Ontwikkelingscriteria  K
a W7 Culturele ontwikkelingscriteria.

b Ethiopië blijft in alle opzichten ver achter bij de andere drie landen, vooral bij Nederland.
Opdracht 15 Communicatie  I

a 7 / 1000 inwoners.

b In Ethiopië is het mobiele netwerk belangrijker, omdat de aanleg van een vast netwerk in dit bergachtige land kostbaar is en bovendien kwetsbaar.

c TV is een belangrijk middel om informatie over te brengen over bijvoorbeeld:

- de bereikbaarheid van wegen,

- onderwijs- en ontwikkelingprogramma’s,

- landbouw- / marktgegevens en

- de politieke koers / voorlichting van de regering.


Opdracht 16 Ligging en politiek  K

a Daardoor kreeg Ethiopië een kortere uitweg naar zee. Een eigen toegang tot zee ontbrak. Voor die tijd: geen makkelijke aanvoer en afvoer van handelsproducten. Daarna wel.

b Die verslechterde, doordat de vrije doorgang naar zee werd belemmerd.

c Op de 9e plaats.

Zij behoorden tot het volk dat dictator Mengistu had verdreven.
Opdracht 17 Good governance  K

a Burgerrechten, rechtssysteem, stabiliteit en geweld, regelgeving, corruptie.

b Het land scoort op alle fronten beneden de middelmaat tot slecht.

c Bad governance staat investeringen door buitenlandse bedrijven in de weg, omdat het onzeker is of er blijvend winst kan worden gemaakt, voor welke extra kosten een bedrijf zich gesteld ziet en of er veilig kan worden gewerkt.


Opdracht 18 Arbeidsproductiviteit K/I

a Die is laag.

Viervijfde van de werkenden draagt nog niet bij aan de helft van het BBP.

b De vele werklozen proberen iets (bij) te verdienen in de vluchtsector of informele sector, met uiterst lage lonen.


Opdracht 19 Economische groei?  K

a 2,0 (Ethiopië) en 2,1 (VS)

b Wanneer de omvang van het BBP erg laag is (zoals in Ethiopië), is een verdubbeling van de groei al snel bereikt, terwijl het in absolute zin niets voorstelt.

c De inflatie is veel groter (17% in 2003 !) dan de economische groei (2%). Een hoger gezinsinkomen wordt dus tenietgedaan door de veel hogere kosten van levensonderhoud.





1.2 Ethiopië, een paradijs boven de evenaar?


Opdracht 20 Degradatie  I

a Ooit bedekt met bomen: de kaart GB 63B Natuurlijke plantengroei, laat zien dat er lang niet overal bomen groeiden. Er waren grote gebieden met grassteppen, droge savannen en hooggebergtevegetatie. Daar groeien weinig of geen bomen.



Ontbossing: Het kaartje GB 220D Ontbossing, laat een jaarlijkse afname van bos zien.

Overstromingen en bodemerosie: Kaartje GB 219 C Bodemaantasting: kwalitatief, laat zien dat de bodems in Ethiopië vooral worden aangetast door afstromend water.

Zal … een woestijn zijn: GB 219 A, Uitbreiding van de woestijn, laat zien dat tegen die tijd waarschijnlijk niet heel Ethiopië woestijn zal zijn.

b Dan ziet het er inderdaad slecht uit. De kaartjes 219 D en 219 B geven niet veel hoop op verbetering.

c 220B Houtproductie: minder kappen, houdt de bodem beter vast.

220C Bosbranden: minder platbranden, houdt de bodembeter vast.

220F Herbebossing: meer nieuwe bomen planten, vooral op hellingen.

220G Brandhout: minder brandhout betekent minder bomen kappen.


Opdracht 21 Bodems  I

a –


b Er komen vulkanen en vulkanische gesteenten voor. Wanneer dit vulkanische gesteente verweert, wordt het samen met de as een vruchtbare bodem.
Opdracht 22 Hoogteverschillen  K
a/b W12 Dwarsdoorsnede van Ethiopië.

c >In de nummering (van de eerste oplage) ontbreekt c.<

c/d Blauwe Nijl  Sudan, Egypte

Atbara  Sudan

Awash  blijft in Ethiopië

Shabeelle  Somalia

Juba  Somalia

Omo  Kenia

Sobat  Sudan, Egypte

d/e De Awash stroomt naar een laag gelegen gebied (depressie) in de woestijn. Het water verdampt daar.

De Atbara is een wadi: een rivier die alleen zo nu en dan water afvoert.


Opdracht 23 Ruimtelijk neerslagpatroon  K

a - reliëf / bergen, loefzijde, lijzijde / regenschaduw,

- de windrichting: van zee of land,

- de hoogteligging: hoe hoger hoe kouder.

b - Ras Dasjan, 4.620 m,

- Goena, 4.231 m,

- Talo, 4.154 m,

- Batu, 4.307 m.

c - de aride zone,

- de semi-aride zone,

- de subhumide zone,

- de humide zone.

d De neerslagzones komen overeen met figuur 1.2.2, te beginnen bij A, achtereenvolgens: semi-aride zone – humide zone – subhumide zone – aride zone.

e In de aride en semi-aride zones komt vooral nomadische veeteelt voor.

In de subhumide en humide zone vind je voornamelijk zelfvoorzienende gemengde bedrijfjes.

f In het dichtstbevolkte deel van het land is het wel bergachtig, maar het klimaat is vochtiger. Er is zelfvoorzienende akkerbouw mogelijk. Dit wijst op betere leefomstandigheden dan in het vlakke, lage gebied met extensieve veeteelt, waar het te droog is en de bevolkingsdichtheid dus laag zal zijn.



Opdracht 24 Neerslag  K

a Door de hoge zonnestand wordt het aardoppervlak flink verwarmd en stijgt de lucht op.

b Savanneklimaten kennen een droge winter en een natte zomer.

c Leg uit waarom in Addis Abeba in de zomer de meeste neerslag valt.

Op het noordelijk halfrond ligt het tropisch minimum in de maand juli ten noorden van de evenaar en zorgt dan voor grote neerslag (zoals te zien is in het klimaatdiagram van Addis Abeba.)
Opdracht 25 Een atlaskaartje   I

2 Beide uitspraken zijn onjuist.

De kaart houdt geen rekening met de hoogteligging: gereduceerd / teruggerekend op zeeniveau.
Opdracht 26 Regen en BBP  K/I

a Naarmate de neerslaghoeveelheid meer afwijkt van het (klimaat)gemiddelde, wijkt de groei van het BBP meer af van de gemiddelde groei van het BBP.

b In Ethiopië is de bijdrage van de landbouw aan de economie erg groot. Daardoor is het effect op het BBP duidelijk zichtbaar.
Opdracht 27 Stuwdammen  I

a Een groot deel van het land wordt door nomaden gebruikt voor de extensieve veehouderij.

b Slechts drie.

c De bouw van stuwdammen is kostbaar en Ethiopië heeft daarvoor geen geld.

d Als Ethiopië meer water gaat verbruiken, zal Sudan minder water ontvangen uit de Blauwe Nijl.
Opdracht 28 Relationele kenmerken  V

Liggingskenmerken:

- Bijvoorbeeld: op lage breedte en moeilijk bereikbaar door reliëf en slechte infrastructuur.
Gebiedskenmerken of landschappelijke kenmerken:

- Bijvoorbeeld: bergachtig en droog, vochtige bossen.


Bevolkingskenmerken:

- Bijvoorbeeld: veel volken en talen. Veel inwoners, waarvan de meeste op het platteland, en een snelle bevolkingsgroei. Arm en weinig ontwikkeld, met de meeste mensen in de landbouw. Oorlogen en conflicten remmen de vooruitgang.


Relationele kenmerken:

- Bijvoorbeeld: grensconflicten en oorlogen met buurlanden, retourmigratie uit Sudan, verbindingen met het buitenland, buitenlandse hulp, buitenlandse toeristen, directe buitenlandse investeringen, bloemen naar Nederlandse veilingen, lage koffieprijzen op de wereldmarkt.


Opdracht 29 Buitenlandse relaties  K

a - De ACP-landen,

- Afrikaanse Unie.

b 214B, 215C, 215G.

c 215B, 215D
Opdracht 30 Mondiale markt   K/I

a - De gemiddelde temperatuurstijging zal in Ethiopië 0,5 C tot 1,5 C bedragen.

- De neerslag zal in het grootste deel van het land iets toenemen.

De maïsopbrengst zal afnemen.

b Globalisering en sterke consumptie doen de uitstoot van CO2 toenemen, waardoor de temperatuur zal stijgen.

c Dit zou leiden tot een lagere groei van het BBP.

d Door temperatuurstijging zal de verdamping toenemen en de hoeveelheid nuttige neerslag (neerslag die overblijft na verdamping) afnemen.
Opdracht 31 Landbouwmechanisatie  I

a - Hij heeft zelf geen geld om dure machines aan te schaffen.

- Hij kan geen geld van de bank lenen bij gebrek aan onderpand.

- Hij verdient de investering niet terug op zijn kleine bedrijfje.

- De technische kennis ontbreekt en als machines stukgaan zijn er geen onderdelen te krijgen.

b De volgende positieve punten kunnen worden genoemd:

- De beleidsmakers in Addis Abeba hopen dat de achtergebleven Ethiopische landbouw daardoor ook zal gaan moderniseren. / De Ethiopische regering verwacht dat de buitenlandse investeerders nieuwe technologieën zullen meebrengen.

- De voedselproductie zal toenemen, zodat de hongersnoden voorbijraken.

- Op deze manier komt Ethiopië aan kapitaal voor investeringen in de landbouw dat het zelf niet heeft.
De volgende tegenargumenten kunnen worden genoemd:

- De graanschuur van Ethiopië wordt erg intensief benut. Gemechaniseerde landbouw betekent dat honderdduizenden kleine boeren moeten vertrekken uit hun woongebied.

- Mechanisatie kan de bodemerosie versterken.

- Buitenlandse investeerders willen winst maken. Ze gebruiken misschien veel schadelijke meststoffen en bestrijdingsmiddelen, wat ten koste gaat van bodemkwaliteit en waterhuishouding, gezondheid en milieu.

- Grootschaliger gemechaniseerde landbouw heeft veel water nodig voor kunstmatige bevloeiing / irrigatie. Misschien blijft er te weinig over voor de bevolking zelf of leidt het tot verdroging en dalende grondwaterspiegel.
Opdracht 32 Rozen kweken of voedsel?  I

a - We geven veel werk aan mensen die anders nauwelijks iets zouden verdienen. Daarvan kunnen ze een gezin onderhouden. Ze geven geld uit, wat goed is voor de economie van het land.

- De export van rozen levert Ethiopië veel geld op, waardoor de handelsbalans positiever wordt. Daarmee heeft de regering meer geld om voedsel te kopen.

- We leren onze werknemers moderne technieken, die ze kunnen overnemen.

b Een van onderstaande vestigingsplaatsen:

- In de nabijheid van een (internationaal) vliegveld.

- Op een plaats waarvandaan een (internationaal) vliegveld snel bereikbaar is.

(Uitleg: een gunstige ligging ten opzichte van een (internationaal) vliegveld is van groot belang omdat tuinbouwproducten snel naar de afzetgebieden in Europa vervoerd moeten kunnen worden.)





1.3 Globalisering en het voedselvraagstuk


Opdracht 33 Voedselzekerheid  I

a –


b Als iemand gedurende langere tijd minder dan 1.690 calorieën per dag binnenkrijgt.

c Met 7.071,1 kJ. (Dit is op de volgende manier berekend: 1.000 / 239 = 4,184.

Vervolgens: 1.690  4,184 = 7.071,1)

d - Figuur 1.26 kijkt naar het percentage mensen in een land dat ondervoed is. Ondervoeding is een breder begrip dan alleen maar een minimum aantal kiloJoules dat iemand binnenkrijgt over langere tijd, het betreft ook de eenzijdigheid (de kwalitatieve kant) van het dagelijkse menu.

- Deze kaart geeft ook niet duidelijk aan welke groep landen precies in een noodsituatie verkeert: alleen de rood gekleurde, of ook de landen die in oranje zijn aangegeven, of zelfs in geel?

- De atlaskaart let strikt op het aantal kiloJoules, maar dan gemiddeld per inwoner in een land. Deze kaart zegt niets over de verdeling van voedsel over de inwoners in het land.

e Voorbeeld van een beslissing:

- Een land bevindt zich in een noodsituatie wat betreft voedselzekerheid wanneer meer dan 35% van de totale bevolking ondervoed is.

- Als meer dan een derde van de inwoners ondervoed is, zal een betere verdeling niet helpen en is dat land aangewezen op hulp uit het buitenland. De oranje gebieden bevinden zich in de gevarenzone, maar kunnen zich wellicht gemakkelijker zelf redden dan landen in de bruine gebieden.
Opdracht 34 Ruimtelijk patroon van ondervoeding  K

a Azië
b/c W17 Aantal en percentage inwoners per macroregio en aantal percentage ondervoede



mensen per macroregio 1980 en 2005.





Aantal inwoners x mln

Aantal mensen dat ondervoed is in de macroregio (x mln) en

percentage ondervoede inwoners in die regio






Macroregio’s

1980

Aantal


%

2005

Aantal


%

1980

Aantal


%(±)

2005

Aantal


% (±)

Sub-Sahara Afrika

350

8%

656

10%

130

13%

230

23%

Azië (ged.) en Pacific

2.500

56%

3.600

55%

800

80%

612

61%

Latijns Amerika en Caribisch gebied

360

8%

543

8%

47

5%

59


6%

Noord-Afrika en West-Azië

418

9%

756

12%

38

4%

76

8%

Wereld

4.500

= 100%

6.500

= 100%

ca 1.000




ca 1.000






  1   2   3


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina