Aartsbisdom mechelen-brussel



Dovnload 15.08 Kb.
Datum25.08.2016
Grootte15.08 Kb.

AARTSBISDOM MECHELEN-BRUSSEL






AANVRAAG VAN HET KERKELIJK MANDAAT

VOOR HET GEVEN VAN ROOMS-KATHOLIEKE GODSDIENST

IN HET SECUNDAIR ONDERWIJS

Naam:      

Geboorteplaats en -datum:      

Adres:      

     

Telefoon / Fax:       gsm: E-mailadres:



Ik verlang rooms-katholiek godsdienstonderricht te geven als medewerker van de aartsbisschop.

Ik verklaar dat ik door het sacrament van het doopsel tot de rooms-katholieke kerk behoor.

1) Ik ben houder van de volgende voor het godsdienstonderwijs relevante diploma’s:

Diploma’s na secundair onderwijs


Behaald aan


Jaartal










Ik voeg een kopie van het diploma en van het diplomasupplement bij deze aanvraag.


  1. Ik beschik niet over de vereiste of voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen om godsdienst te geven, maar ben houder van een getuigschrift of bijscholing om het vak godsdienst te onderwijzen of te doceren.



* getuigschrift Hoger Instituut Godsdienstwetenschappen (kopie bijvoegen)

* bijscholing godsdienstwetenschappen K.U.Leuven (kopie bijvoegen)






* andere getuigschriften




ENGAGEMENTSVERKLARING

Ik engageer mij om het geldende leerplan te volgen en zijn doelen zo goed mogelijk te realiseren.

Plaats en datum:      

Handtekening:



Kerkelijk mandaat

door de bevoegde kerkelijke overheid

toege­kend onder het nummer:


Datum:
Naam:

Handtekening:





Toelichting




Bij de aanvraag van het mandaat voor het geven van rooms-katholieke godsdienst

Het mandaat tot het geven van onderricht in de rooms-katholieke godsdienst gebeurt volledig in overeenstemming met de bepalingen van het wetboek van canoniek recht:


“Aan het gezag van de kerk zijn onderworpen het katholiek godsdienstonderricht en de katholieke godsdienstige opvoeding die in welke scholen ook gegeven worden…”

“Het is de taak van de bisschoppenconferentie voor dit werkterrein algemene normen uit te vaardigen, en van de diocesane bisschop dit werkveld te ordenen en erop toe te zien.” (Canon 804,§1, al.2)

“De plaatselijke ordinarius (de bisschop) dient ervoor te zorgen dat degenen die als leerkracht aangesteld worden voor het godsdienstonderricht op scholen, ook niet-katholieke scholen, zich onderscheiden door rechtzinnigheid in de leer, door hun getuigenis van christelijk leven en door hun pedagogische bekwaamheid.” (Canon 804,§2)
Het kerkelijk mandaat door de bevoegde kerkelijke is een noodzakelijke voorwaarde tot het geven van rooms-katholiek godsdienstonderricht.
Het recht van de bevoegde kerkelijke overheid om een godsdienstleerkracht voor te dragen evenals het recht om deze voordracht in te trekken is door de Vlaamse overheid decretaal vastgelegd, zowel in het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs als in het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde CLB’s.

Werkwijze


Dit document is persoonlijk en dient bewaard te worden door de aanvrager. In het katholiek onderwijs dient bij elke aanwerving in een ambt waarbij de betrokkene ook godsdienst zal geven het nummer van het kerkelijk mandaat aan de directie meegedeeld te worden. Dit nummer wordt dan op de aanwervingovereenkomst vermeld.


Formulier goedgekeurd door de Bevoegde Instantie rooms-katholieke godsdienst








De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina