Abram vertrekt uit zijn land omdat hij…



Dovnload 131.28 Kb.
Datum26.08.2016
Grootte131.28 Kb.




Een van de nakomelingen van Noach is Abram, die met zijn familie in Haran in Mesopotamië woont. Daar wordt hij door God geroepen. Hij staat vooral bekend als Abraham, de naam die hij later van God krijgt.


God zei tegen Abram: “Ga weg uit het land waar je geboren bent en weg bij je familie. Ga naar het land dat ik je zal wijzen. Ik zal een groot volk van je maken. Ik zal je zegenen en beroemd maken. Ik zal zegenen wie jou zegent, maar ik zal vervloeken wie jou vervloekt.” Abram ging weg uit Haran, zoals God hem had gevraagd. Hij was toen 75 jaar. Abram nam zijn vrouw Sarai mee en zijn neef Lot. Zo gingen ze op weg naar Kanaän. Toen ze in Kanaän waren, trokken ze naar een heilige plaats in de buurt van Sichem. Daar liet God zich aan Abram zien en Hij zei: “Aan jouw nakomelingen zal ik dit land geven.” Abram bouwde daar toen een altaar. Hierna trok Abram naar het bergland bij Betel en sloeg daar zijn tenten op. Ook hier bouwde hij een altaar en vereerde er God. Toen kwam er hongersnood in Kanaän. Daarom trok Abram helemaal naar Egypte, waar genoeg te eten was. Maar na verloop van tijd, zette de farao Abram het land uit.


Abram vertrekt uit zijn land omdat hij…



  • zin heeft in een nieuw avontuur.

  • uitgekeken is op zijn oude land.

  • de weg wil inslaan die God hem aanwijst.

Abram gaat naar Egypte omdat …



  • hij daar nog een oude kennis wil bezoeken.

  • er hongersnood is.

  • hij Sara daar ten huwelijk wil vragen.


De neef van Abram heet…



  • Lot

  • Haran

  • Sichem




Zo verliet Abram Egypte. Hij ging met zijn vrouw en alles wat hij had, terug naar de Negebwoestijn. Ook Lot was erbij. Beide mannen waren rijk want ze hadden veel zilver, goud en vee. Maar omdat er te weinig land was voor zoveel dieren, konden ze daar niet allebei wonen. Daarom zei Abram tegen Lot: “Kies jij maar waar je heen wil. Als jij naar het noorden gaat, ga ik naar het zuiden. Ga jij naar het zuiden, dan ga ik naar het noorden.” Toen keek Lot goed om zich heen en hij zag dat er overal in de Jordaanstreek water vloeide. Daarom koos Lot de hele Jordaanstreek. Hij brak zijn tentenkamp op en trok naar het oosten. Zo gingen Lot en Abram uit elkaar. Abram bleef in Kanaän wonen en Lot zette zijn tenten op tot vlak bij Sodom. Maar de burgers van Sodom waren slecht en deden dingen die God heel erg vond. Toen sprak God tot Abram: “Kijk eens goed om je heen vanaf de plek waar je nu staat. Kijk naar het noorden en het zuiden, het oosten en het westen. Want al het land dat je ziet, zal ik voor altijd aan jou en je nakomelingen geven. Ook zal ik jou zo veel nakomelingen geven dat ze niet te tellen zullen zijn. Alleen iemand die het zand op de aarde kan tellen, zal uw nakomelingen kunnen tellen. Ga op weg en trek het land in alle richtingen door, want aan jou zal ik het land geven.” En Abram zwierf door het land en ging tenslotte wonen bij de eiken van Mamre bij de stad Hebron. Daar bouwde hij een altaar voor God.

Abram krijgt een droom waarin God…


  • hem belooft hem een groot volk te schenken.

  • belooft dat hij in dit land geen problemen zal hebben.

  • vertelt dat Abram zich altijd met geweld moet verdedigen.

Abram…


  • kiest als eerste een deel van het land.

  • laat Lot eerst een deel van het land kiezen.

  • wil geen enkel deel van het land hebben.


Sarai en Abram hadden geen kinderen gekregen. Sarai had een Egyptische slavin, die Hagar heette. Abram woonde al tien jaar in Kanaän, toen Sarai hem zei: “God heeft ij geen kinderen gegeven. Daarom wil ik je vragen met mijn slavin te slapen. Misschien krijgt zij een kind voor mij.” Abram vond het goed.

Sarai gaf Hagar aan Abram. Hij sliep met Hagar en ze raakte zwanger. Toen Hagr merkte dat ze in verwachting was, begon ze op Sarai neer te kijken. Daarom behandelde Sarai vanaf dat moment haar slavin zo slecht dat ze wegliep. Maar een engel van God zag Hagar in de woestijn en zei beval haar terug te gaan naar Sarai. De engel zei: “Je zult een zoon krijgen en je moet hem Ismaël noemen. Dat betekent: God hoort.” Hagar en Abram kregen een zoon. Abram noemde hem Ismaël. Abram was 86 jaar toen Ismaël geboren werd.

Abram krijgt een kind met…



  • Hagar en ze noemen hem Isaak.

  • Sara en ze noemen hem Ismaël.

  • Hagar en ze noemen hem Ismaël.



God geeft Abram en Sarai vanaf dit moment een nieuwe naam. Abram wordt Abraham en Sarai wordt Sara. Abraham en Sara zullen de vader en de moeder van veel volken worden. Op een dag liet God zich aan Abraham zien bij de eiken van Mamre. Abraham zat op het heetst van de dag bij de ingang van zijn tent. Opeens zag hij drie mannen staan. Hij liep vlug naar hen toe, maakte een diepe buiging en zei: “U doet mij een groot plezier als u mijn gast wilt zijn. Ik zal water laten halen. Dan kunt u uw voeten wassen en daarna onder deze boom uitrusten. U bent mijn gast. Daarom zal ik ook wat brood voor u halen. Zo kunt u op krachten komen voor u weer verder gaat.” De mannen vonden het goed.

Vlug ging Abraham de tent binnen en zei tegen Sara: “Pak gauw een zak met het beste meel, kneed het en bak er broodjes van.” Daarna liep hij vlug naar de kudde en zocht een mals en vet kalf uit. Hij gat dat aan een knecht, die het meteen ging klaarmaken. Toen het vlees klaar was, zette Abraham het met boter en melk voor de mannen neer. Terwijl zij aten, bleef Abraham bij hen onder de boom staan. Toen zei een van de mannen: “Volgend jaar rond deze tijd kom ik terug. Sara zal dan een zoon hebben.” Sara stond te luisteren bij de ingang van de tent, vlak achter hem. Abraham en Sara waren allebei al heel oud. Sara werd al lang niet meer ongesteld. Daarom bezon ze in zichzelf te lachen. Ze dacht: “Een kind krijgen? Dat kan nu toch niet meer? We zijn allebei zo oud!”

“Waarom lacht Sara?” zei de man. “Volgend jaar om deze tijd kom ik terug en dan heeft Sara een zoon” Toen vertrokken de mannen en gingen op weg naar Sodom. En Abraham liep een eind met hen mee.



Wanneer Abraham bezoek krijgt, …



  • is hij heel gastvrij.

  • doet hij alsof hij zijn gasten niet ziet.

  • laat hij Sara al het werk doen.

Sara lacht, omdat ze…



  • blij is dat God haar een kind zal schenken.

  • niet gelooft dat God haar nog een kind kan schenken.

  • het grappig vindt dat God zich als een vreemdeling vermomt.





verteller:

Terwijl de begeleiders verder liepen, bleef de vreemde man bij Abraham staan. Beneden in het dal lagen de steden Sodom en Gomorra.



vreemdeling:

De mensen van Sodom en Gomorra doen erg veel kwaad. Ik ben van plan deze twee steden te verwoesten. Abraham dacht aan de mensen en de dieren die daar woonden. Hij dacht ook aan Lot en zijn gezin.



Abraham:

Heer, misschien zijn er in Sodom en Gomorra ook goede mensen. Zult u de schuldigen met de onschuldigen ten onder laten gaan? Als er 50 mensen in Sodom zijn die niets verkeerds gedaan hebben, wilt u dan de stad sparen?



vreemdeling:

Als ik in Sodom 50 onschuldige mensen vind, zal ik de stad niet verwoesten.



Abraham:

Maar misschien zijn er in Sodom niet meer dan 45 mensen die geen kwaad gedaan hebben. Zult u, als er vijf aan die 50 ontbreken, de hele stad vernietigen?



vreemdeling:

Neen, als er in Sodom 45 onschuldigen wonen, zal ik de stad met rust laten.



Abraham:

En als het er maar 40 zijn?



vreemdeling: Ook als het er maar 40 zijn, zal ik de stad sparen.

Abraham:

U moet niet boos zijn, Heer, als ik nog eens aandring. Maar wat gebeurt er als het er maar 30 zijn?



vreemdeling:

Dan laat ik de stad met rust, omwille van die 30 goede mensen.



Abraham:

Maar stel nu dat het er maar 20 zijn…



vreemdeling: Ook dan spaar ik de stad.

verteller:

Abraham verzamelde al zijn moed en stelde nog één laatste vraag.



Abraham:

Stel dat er maar tien rechtvaardige mensen in Sodom zijn?



vreemdeling:

Als er tien rechtvaardigen in Sodom zijn, zal ik de stad niet verwoesten.



verteller:

De vreemde man brak het gesprek af en ging in de richting van het dal. Abraham keerde terug naar zijn tent.


God wil Sodom en Gomorra…

  • straffen omdat de bewoners er op een verkeerde manier leven.

  • aan Lot schenken.

  • bedanken voor hun inzet.

Abraham probeert…



  • enkel de goede mensen in Sodom en Gomorra te redden.

  • zowel de goede als de slechte mensen te redden.

  • enkel Lot en zijn familie te redden.





Lot zat in de doorgang van de stadspoort toen hij de wandelaars zag aankomen. Hij stond op en liep ze tegemoet. Hij maakte een diepe buiging en zei: “Wees mijn gasten. Fris je op in mijn huis. Eet met mij en breng bij mij de nacht door.” Lot drong zo lang aan tot ze met hem meegingen.

Na het eten, toen het donker begon te worden in Sodom, ontstond voor de deur een geweldig rumoer. De mannen van de stad hadden Lots huis omsingeld. Ze riepen: “Lot! Lot! Waar zijn de twee vreemdelingen die bij jou binnengegaan zijn? Breng ze naar buiten!”

Lot ging naar buiten en trok de deur achter zich dicht. “Jullie hebben boze plannen”, zei hij. “De vreemdelingen zijn mijn gasten. Ze staan onder mijn bescherming.”

Maar de mannen van Sodom luisterden niet naar Lot. “Jij hebt ons niet te bevelen!” riep een van hen. “Jij bent niet van onze streek. Jij bent ook een vreemde!” De mannen die vooraan stonden, stortten zich op Lot. Anderen probeerden de deur open te breken.

Toen werd de deur half geopend, Lot werd naar binnen getrokken en de grendel werd op de deur geschoven.

Net op dat ogenblik werd het pikdonker. De mannen van Sodom tastten als blinden om zich heen. Ze konden Lots deur niet meer vinden. Vloekend zochten ze hun weg naar huis.

Toen maakten de mannen Lot duidelijk dat God, morgen bij zonsopgang, Sodom en Gomorro zou verwoesten, alles en iedereen, behalve het gezin van Lot. Toen de opgaande zon strepen begon te trekken door de lucht, brachten de twee boodschappers Lot en zijn familie buiten de stad. Lot kreeg de opdracht naar Soar te vluchten. “Maar kijk onderweg niet achterom!” voegden ze er nog aan toe.

De vrouw van Lot keek toch om en vernaderde in een zoutrots. Toen Lot en zijn dochters in Soar aangekomen waren, vielen vuur en zwavel uit de hemel neer. Sodom en Gomorra gingen in vlammen op. De hele vallei werd verwoest.

De vrouw van Lot verandert in een zoutrots, omdat ze…



  • met God lacht.

  • nieuwsgierig is wat er zal gebeuren.

  • de stad Sodom eigenlijk nog altijd aantrekkelijk vindt.






Wat God aan Sara beloofd had, gebeurde. Sara werd zwanger en kreeg een zoon. Abraham was toen al oud. Het kind werd geboren in de maand die God genoemd had. Abraham noemde hun zoon Isaak. Toen Isaak acht dagen oud was, besneed Abraham hem. God had gezegd dat hij dat moest doen. Abraham was 100 jaar toen Isaak werd geboren. Sara zei: “God heeft er voor gezorgd dat ik kan lachen. Iedereen die het hoort, zal net zo vrolijk lachen als ik. Want wie had kunnen denken dat ik nog een kind zou krijgen?”







Op een dag wou God te weten komen hoeveel Abraham voor hem over had. Hij riep Abraham en zei: “Ga met je enige zoon Isaak, van wie je zoveel houdt, naar het land Moria. Offer hem daar op een berg die ik je zal wijzen.”

De volgende ochtend stond Abraham vroeg op, hakte hout voor het offer en zadelde zijn ezel. Samen met Isaak en twee knechten ging hij op weg. Op de derde dag zag Abraham in de verte de plaats liggen, die God genoemd had. Toen zei hij tegen de knechten: “Blijven jullie hier met de ezel. Dan ga ik met de jongen naar die berg daar om God te vereren. Daarna komen we bij jullie terug.”

Abraham liet Isaak het hout dragen. Zelf nam hij de vuursteen en het mes. Zo liepen ze samen verder.

“Vader”, zei Isaak.

“Ja, jongen, wat is er?” antwoordde Abraham.

“Vader, we hebben een vuursteen en hout, maar waar is het lam voor het offer?” Abraham antwoordde: “God zal zelf voor een lam zorgen, jongen.” En ze liepen samen verder.

Ze kwamen op de plaats die God had aangewezen en Abraham bouwde daar een altaar. Hij legde het hout op het altaar, bond Isaak vast en legde hem op het hout.

Abraham pakte zijn mes om zijn zoon te doden. Maar toen riep een engel van de Heer uit de hemel: “Abraham! Raak de jongen niet aan, doe hem niets. Nu weet ik hoeveel je voor God over hebt. Want je wou je eigen zoon niet voor jezelf houden.”

Toen zag Abraham een ram die met zijn horens vastzat in de struiken. Hij liep op het dier toe, greep het en offerde het in de plaats van zijn zoon.

God beloofde Abraham te zegenen omdat hij gedaan had wat God hem vroeg. Hij zou hem net zoveel nakomelingen geven als er sterren aan de hemel en zandkorrels bij de zee zijn. Toen ging Abraham terug naar zijn knechten en vertrok met hen naar Berseba. Daar ging hij wonen.

God laat Abraham zijn zoon offeren, omdat Hij…



  • Abraham een lesje wil leren.

  • Abraham wil testen in zijn geloof.

  • wil aantonen dat Hij geen mensenoffers wil.








Naam:

Nr.:

Datum:

Klas: 1B

Leerkracht: Heidi Bulté

Vak: godsdienst

Taak…: Abraham.

Een levend schilderij


Punten

/10

Vorm een groepje.

Schrijf hieronder de namen van je groepsleden.
……………………………………………………………………………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………………………………………………………………………
Kies een moment uit het levensverhaal van Abraham.

Waarover gaat het verhaal?


……………………………………………………………………………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………………………………………………………………………
Welke personages kunnen jullie uitbeelden?
……………………………………………………………………………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………………………………………………………………………
Bereid je voor op het maken van een levend schilderij.

Bij dit levend schilderij beeldt jouw groep de gevoelens en gedachten van de personages uit. Als ieder groepslid de juiste houding heeft aangenomen, beweeg je niet meer.


Welk personage ga jij uitbeelden? ……………………………………………………………………………………
Hoe voelt mijn personage zich? …………………………………………………………………………………………
Hoe ga ik dat duidelijk maken? …………………………………………………………………………………………





Naam:

Nr.:

Datum:

Klas: 1B

Leerkracht: Heidi Bulté

Vak: godsdienst

Taak…: Abraham:

creatieve opdrachten


Punten

/20




  1. Ontwerp een omslagtekening voor een boek over Abraham.




  1. Maak een elfje over één deel van het verhaal van Abraham.

Een elfje is een gedicht dat uit elf woorden in vijf regels bestaat.

De elf woorden zijn zo vereeld:

regel 1: één woord

regel 2: twee woorden

regel 3: drie woorden

regel 4: vier woorden

regel 5: één slotwoord

………………………………………………


…………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………………………………………………………………………
………………………………………………




Naam:

Nr.:

Datum:

Klas: 1B

Leerkracht: Heidi Bulté

Vak: godsdienst

GO…: Abraham


Punten

/20

1. Vul het kruiswoordraadsel aan.







1.





































2.




































































































7.
































































10.



































































8.







9.

























5.
















e

n


























































4.






































































































































































6.

































































































3.









/10


  1. De vrouw van Lot veranderde erin omdat ze toch achterom keek.

  2. Oorspronkelijke naam van Abraham

  3. Neef van Abraham

  4. Eerste zoon van Abraham

  5. Steden die door God verwoest werden

  6. Slavin van Sara

  7. Zoon van Abraham die bijna geofferd werd

  8. Aantal mannen die bij Abraham op bezoek komen

  9. Naar dit land trekt Abraham wanneer er in Kanaän hongersnood uitbreekt

  10. Dit dier zendt God zodat Abraham zijn zoon niet hoeft te offeren

2. Duid het juiste antwoord aan.

/5

Abrah am vertrekt uit zijn land omdat hij…



  • zin heeft in een nieuw avontuur.

  • uitgekeken is op zijn oude land.

  • de weg wil inslaan die God hem aanwijst.

Abraham…


  • kiest als eerste een deel van het land.

  • laat Lot eerst een deel van het land kiezen.

  • wil geen enkel deel van het land hebben.

Wanneer Abraham bezoek krijgt, …



  • is hij heel gastvrij.

  • doet hij alsof hij zijn gasten niet ziet.

  • laat hij Sara al het werk doen.

Sara lacht, omdat ze…



  • blij is dat God haar een kind zal schenken.

  • niet gelooft dat God haar nog een kind kan schenken.

  • het grappig vindt dat God zich als een vreemdeling vermomt.

God laat Abraham zijn zoon offeren, omdat Hij…



  • Abraham een lesje wil leren.

  • Abraham wil testen in zijn geloof.

  • wil aantonen dat Hij geen mensenoffers wil.




  1. Schrijf een briefje aan één van de personages uit het verhaal van Abraham.

Schrijf wat je goed/verkeerd vond aan zijn/haar optreden.

/5

Beste…………………………………………………………………………………………………………………………………………


……………………………………………………………………………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………………………………………………………



Oude verhalen : Abraham O


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2016
stuur bericht

    Hoofdpagina