Achter de komma!



Dovnload 30.99 Kb.
Datum17.08.2016
Grootte30.99 Kb.

Achter de komma!


Groepsopdracht

Nodig: meetspullen


Hoe lang ben jij?

1. Meet je eigen lengte. Bedenk een handige manier om dat te doen.


Vul in: Ik ben ______________ lang.

2. Hier zie je een getallenlijn. Zet je eigen lengte zo precies mogelijk op deze lijn. Laat zien hoe je dat hebt gedaan.



3. Zet ook de lengtes van de andere leerlingen in jouw groepje op jouw getallenlijn.

Schrijf drie zinnen op die passen bij jullie lengtes.

Zin 1: Onze lengtes zijn ……………………..…………..

Zin 2: ………………….. is …………………. langer dan …………….


Zin 3: ……………………………………………..


4. Misschien is een andere getallenlijn handiger om jullie lengtes op te zetten.

Probeer het eens op deze.



Hoe lang zijn zij?


Er bestaan hele grote en hele kleine mensen. Hier zie je een paar mensen uit het Guinness book of records.





5. Schrijf getallen bij de getallenlijn en zet de lengtes van deze vijf personen op de goede plaats erop.




6. Schrijf vier zinnen over de lengtes van deze mensen

1. De grootste en de kleinste persoon ………… ……

2. Ik ben …………. ….. langer dan ………….


3. Sandy Allen is ……… ……cm ……….

dan Radhouane Charbib ………...

4. …………………………………..




Meters, centimeters en komma’s


Dit stukje komt ook uit het Guinness book of records. Het gaat over de groei van Sandy Allen.

Tallest Living Woman

Sandy Allen was a 2.95-kg (6.5-lb) baby, and her abnormal growth began soon after her birth in June 1955. By the age of 10 she stood 1.905 m (6 ft 3 in) tall, and was 2.16 m (7 ft 1 in) by 16 years old.



In het stukje kun je lezen dat zij op haar tiende jaar al 1,905 m lang was.

Op haar zestiende was ze 2,16 m.


Tim zegt: ‘zij is meer dan 25 centimeter gegroeid tussen haar 10e en 16e.’

Karima heeft op haar rekenmachine 2,16 – 1,905 uitgerekend, zij krijgt als antwoord 0,255.

7. Leg uit dat Tom en Karima allebei het goede antwoord hebben gevonden.

8. Welke lengtes zijn hetzelfde? Verbind ze met een lijntje. Er kunnen lengtes overblijven. Schrijf die zelf op een andere manier.




Handleiding

Deze les gaat over kommagetallen. De context is lichaamslengte.


Lengtes worden meestal aangegeven in meters:

Je zegt: ‘Ik ben 1 meter 71 lang’ en bedoelt dan: 1 meter en 71 centimeter, maar je schrijft: ‘Ik ben 1,71 m.’

Het kan ook in centimeters. Je schrijft wel: ‘ik ben 171 centimeter lang’, maar je zegt dat meestal niet zo. Hierover gaat het in deze les.
Reken-wiskunde doelen:


  • Lengtes meten, noteren, lezen en uitspreken in centimeters en meters (met kommagetallen).

  • Een getallenlijn handig onderverdelen om gegeven lengtes erop te kunnen aangeven, daarbij ook kommagetallen gebruiken.

  • Lengtes, ook in kommagetallen, ordenen op een getallenlijn.

  • Verschil tussen twee lengtes berekenen.

  • Informeel, in context, omzetten van lengtes in centimeters naar lengtes in meters en andersom.

Taal- en communicatiedoelen:

  • Lengtes correct uitspreken en daarbij de maateenheid niet vergeten.

  • Kommagetallen op verschillende manieren uitspreken: 1 komma 71; 1 meter en 71 centimeter; 1 en 71 honderdsten.

  • Vergelijkingswoorden correct gebruiken: langer dan - korter dan - groter dan kleiner dan - even groot als - op volgorde - etc.


Introductie


Houd een kort klassikaal gesprek over lengtes vraag bijvoorbeeld leerlingen om uw lengte te schatten. Besteed summier aandacht aan de wijze waarop de lengtes worden uitgesproken en de eenheden waarin lengtes worden uitgedrukt.

Vraag vervolgens aan leerlingen hoe ze nauwkeurig hun eigen lengte of die van elkaar kunnen meten. Als dit voor leerlingen moeilijk is meet dan bijvoorbeeld uw eigen lengte samen met een leerling voor de klas om duidelijke te maken hoe ze te werk kunnen gaan. Maak groepjes van vier leerlingen en deel meetinstrumenten uit.

Bijvoorbeeld: papieren meetlinten (gratis bij ikea of bouwmarkten); rolmaat of centimeter/meetlint; eventueel bordliniaal of kleinere linialen en touwtjes.


Deel 1 Hoe lang ben jij?


Laat leerlingen in groepjes werken aan de opdrachten 1 tot en met 4.

Bespreek aan het eind vervolgens klassikaal de antwoorden. Het is handig om op het bord of een overhead sheet een aantal lege getallenlijnen beschikbaar te hebben.


Opdracht 1.

Laat toe dat leerlingen lengtes op verschillende manieren noteren in meters of centimeters of een combinatie, met getallen of met woorden. Dat maakt het plaatsen op de getallenlijn interessanter.



Opdracht 2


In plaats van de getallenlijn van 1 m naar 2 m kan ook een getallenlijn van 100 cm naar 200 cm gegeven worden, gebruik deze echter uitsluitend als hulpmiddel. Anders komen er geen kommagetallen voor. Ga bij na het nabespreken in op de manier waarop leerlingen de lengets op de lijn hebben geplaatst. Hebben ze een beetje gegokt, hebben ze de lijn grofweg verdeeld met behulp van halven en kwarten of hebben ze de getallenlijn preciezer ingedeeld (vergelijk dit met de manier die ze bij opgave 4 hebben gebruikt.) Probeer bij het nauwkeurig plaatsen een onderverdeling in tienen aan de orde stellen.


Opdracht 3


De zinnen kunnen op allerlei manieren worden afgemaakt. Bespreek de afgemaakte zinnen.

Bij zin 1 kan van alles, er hoeven zelfs geen getallen in voor te komen.



  • onze lengtes zijn verschillend

  • onze lengtes zijn 1,44 en 1,54 en 1,61

  • onze lengtes zijn allemaal over de helft.

Vraag leerlingen om toelichting als een zin niet duidelijk is (zoals de laatste hierboven).
Zin 2.
Hier ligt het voor de hand om twee lengtes van leerlingen uit het groepje te vergelijken. In plaats van een getalsmatig verschil in centimeters kunnen leerlingen ook woorden als ‘veel’ of ‘een beetje’ gebruiken. Vraag steeds om uitleg als de zin niet duidelijk is.
Zin 3 is helemaal open. Er kan een zin als zin 2 worden gemaakt, maar leerlingen kunnen ook helemaal zelf iets bedenken. Als dit te moeilijk is geef dan zelf een zin met open plekken.

Opdracht 4


Het gaat erom dat leerlingen bewust kommagetallen gebruiken en daarbij een onderverdeling kunnen maken. Bespreek opnieuw de zaken die bij opdracht 1 worden genoemd en vergelijk nu ook de twee getallenlijnen en de manier waarop ze samenhangen en waarop ze onder te verdelen zijn.

Deel 2 Hoe lang zijn zij?


Opdracht 5 en 6 kunnen ook weer in groepjes worden gedaan. Ze zijn vergelijkbaar met de opdrachten in deel 1 maar iets lastiger. Leerlingen krijgen nu de lengtes, ze hoeven niet zelf te meten. De lengtes zijn echter op verschillende manieren gegeven. Namelijk: 272 cm; 90 cm; 93 cm; 2.31 m en 2 m 35.9 cm.
Een extra moeilijkheid is dat leerlingen zelf de ‘grens’getallen bij de getallenlijn moeten kiezen.
Afhankelijk van wat de leerlingen aan kunnen kan dit gedeelte begonnen worden met een klassengesprek waarbij alvast over de gegeven lengtes wordt gepraat. Daarbij kunnen ook de Engelse woorden en maten die in de stukjes staan kort aandacht krijgen. Bespreek eventueel van te voren met de leerlingen op welke manieren ze de getallenlijn kunnen indelen, als verwacht wordt dat leerlingen dat niet zelf aankunnen.
Bespreek de opdrachten in ieder geval weer klassikaal na.

Opdracht 5


Waarschijnlijk is een indeling van 1 meter tot 3 meter het handigst. De twee kleinste lengtes komen dan links van de 1 meter streep. Ga bij na het nabespreken in op het globaal of nauwkeurig plaatsen van maten. Probeer opnieuw bij het nauwkeurig plaatsen een onderverdeling in tienen aan de orde stellen, (zie ook de opmerkingen bij opdrachten 1 en 4).

Opdracht 6


Bij zin 2 en 3 ligt het voor de hand dat leerlingen verschillen uitrekenen. Stimuleer dat ook.

Deel 3 Meters centimeters en komma’s


In dit deel worden de twee notaties in centimeters (hele getallen) en in meters met decimalen met elkaar in verband gebracht.

Bespreek eventueel het stukje Engelse tekst klassikaal. De informatie die de leerlingen nodig hebben staat ook in de zin direct na het stukje.


Opdracht 7

Waarschijnlijk vinden leerlingen het moeilijk dit uit te leggen. Laat ze het wel opschrijven en vervolgens kunnen enkele leerlingen hun uitleg voorlezen.


Opdracht 8

Laat leerlingen deze opdracht individueel maken, en vervolgens in tweetallen vergelijken. Bespreek vervolgens klassikaal. Eventueel kunnen de leerlingen als extra opdracht deze getallen op een getallenlijn ordenen.



Vervolgactiviteiten


- Voor oefenen in het plaatsen van kommagetallen op de getallenlijn kan de applet plofsommen met de variant voor kommagetallen gebruikt worden.

- De gebruikelijke kommagetal activiteiten uit het boek kunnen op deze les volgen.









De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina