Achter een schijnbaar eenvoudige gevel Kerkstraat 12 te Monnickendam



Dovnload 19.49 Kb.
Datum07.10.2016
Grootte19.49 Kb.

Achter een schijnbaar eenvoudige gevel

Kerkstraat 12 te Monnickendam

Vanaf de straat gezien is Kerkstraat 12 ogenschijnlijk een eenvoudig huis. Het heeft een sobere bakstenen tuitgevel met een weinig opvallende winkelpui (afb. 1). Wie het pand beter bekijkt zal echter rijke details ontdekken. Zo is boven de deur een fijn geprofileerd deurkalf te zien en wordt de entree geflankeerd door pilasters op geprofileerde basementen. Deze onderdelen moeten behoord hebben tot een vermoedelijk laatachttiende-eeuwse entreepartij. Deze entreepartij is nog te zien op een bouwtekening van mei 1944 (afb. 2a) van de architect Jan Plas uit Purmerend. Op de tekening zijn rechts van de ingang twee vensters onder een strek getekend. Deze vensters moeten gelijktijdig met de klassieke entree zijn geplaatst, zij het dat de ramen toen een andere roedenverdeling moeten hebben gehad. De architect Plas heeft op de tekening duidelijk aangegeven dat deze twee vensters verzakt en zeer slecht waren. Ook de toestand van de kroonlijst boven het bovenlicht van de entree liet te wensen over. Het is daarom begrijpelijk dat de eigenaar, Leo Hordijk, destijds een nieuwe onderpui wilde. De groentehandelaar Hordijk woonde sinds 1935 met zijn gezin in Kerkstraat 12 en had op de begane grond zijn groentewinkel.

Op 27 juni 1946 kreeg Leo Hordijk toestemming van de gemeente Monnickendam om zijn onderpui te vernieuwen, naar ontwerp van de reeds genoemde architect Jan Plas (afb. 2b).1 Plas maakte gebruik van een reeds bestaand winkelvenster uit het tweede kwart van de twintigste eeuw. Boven dit grote winkelvenster kwam in gietijzeren letters de tekst ‘GROENTEN & FRUIT’, als verwijzing naar de handel van Leo Hordijk. Onder en aan weerszijden van het winkelvenster werden natuurstenen banden aangebracht. Verder werd de ingang gewijzigd. Hierbij verdween de vervallen kroonlijst, werden de pilasters ingekort en kreeg de entree een gebogen bekroning van kunststeen en een minder hoog bovenlicht. De verbouwing van de onderpui in opdracht van Leo Hordijk is nu nog grotendeels terug te vinden in de voorgevel van Kerkstraat 12.

Aardig detail is dat in het ontwerp van Plas uit 1944 reeds een gevelsteen is getekend. De tekst is nog niet te lezen, maar kennelijk was Leo Hordijk toen al van plan om na de oorlog een gevelsteen te plaatsen, als blijvende herinnering aan de vijf Joodse landgenoten, aan wie hij tijdens de oorlog een veilig onderkomen verschafte in Kerkstraat 12 (afb. 3). Door deze moedige daad van Leo Hordijk neemt Kerkstraat 12 een bijzondere plaats in de geschiedenis van Monnickendam in.

Na de verbouwing bleef het negenruits schuifvenster in de topgevel gehandhaafd. Later in de twintigste eeuw is dit venster, dat vermoedelijk ook uit de late achttiende eeuw stamt, vervangen. Rond het huidige topgevelvenster bevinden zich nog steeds, net als op de bouwtekening, muurankers. Enkele muurankers hebben fraaie bloemmotieven. Vermoedelijk duiden deze op een houten kap uit de zeventiende eeuw. Is er daadwerkelijk een kap uit de zeventiende eeuw in Kerkstraat 12? En zijn er nog andere interessante bouwsporen uit voorgaande eeuwen aan te treffen in dit pand?

Achter de winkelpui: de begane grond

Vanaf de late negentiende eeuw tot in 2005 heeft Kerkstraat 12 een winkelfunctie gehad.2 De laatste winkel was de textielhandel van Karmelk, die vanaf 1965 in Kerkstraat 12 gevestigd was. In de zomer van 2005 stopte Karmelk met de winkel. De hierop volgende verbouwing van winkel tot woonhuis bood vervolgens een uitstekende kans om het interieur van Kerkstraat 12 nader te kunnen bestuderen. Bij de verwijdering van het verlaagde plafond op de begane grond, kwam meteen de eerste verrassing in zicht: een bijzonder balkenplafond met afwisselend brede en smalle balken die rusten op de bakstenen zijmuren van het pand. Onder de balken zitten versierde sleutelstukken. De smalle balken hebben sleutelstukken met een acanthusblad en een halve rozet (afb. 4a). De sleutelstukken van de brede balken zijn eveneens gesierd met een gesneden acanthusblad, maar deze hebben onderaan een zogenaamd kwabornament, met oorschelpachtige vormen en in het midden een soort roggekop (afb. 4b). De kwabstijl kenmerkt zich door plooiende, opzwellende massa’s en maakt veelal gebruik van bekken- en oorschelpachtige vormen.3 Deze opmerkelijke stijl was in de zeventiende eeuw bijzonder geliefd. Het balkenplafond van Kerkstraat 12, met afwisselend smalle en brede balken en dit type sleutelstukken, dateert vermoedelijk van het begin van de zeventiende eeuw.4

De rijk versierde sleutelstukken met acanthusbladen zijn voor Monnickendam zeldzaam. De enige andere plaats waar een sleutelstuk met acanthusbladmotief – voor zover bekend – is aan te treffen is het rijksmonument Kerkstraat 9 (afb. 5). Een belangrijk verschil is dat de balk met dit sleutelstuk in Kerkstraat 9 op houten stijlen rust – en niet op de bouwmuren – en dat onder het sleutelstuk een zwanenhalskorbeel is aangebracht. Het balkenplafond van Kerkstraat 9 dateert uit dezelfde periode als die van Kerkstraat 12.

Het balkenplafond met de fijn gesneden sleutelstukken was niet de enige verrassende vondst in het pand Kerkstraat 12, die tijdens de verbouwing in 2005 werd gedaan. Na het weghalen van voorzetwanden op de begane grond kwam een houten constructie tevoorschijn halverwege het huis (afb. 6). Bij nadere beschouwing bleek het om een achterpuikozijn te gaan, met mooie vlakke profielen, dat evenals het balkenplafond vermoedelijk uit het begin van de zeventiende eeuw stamt. De positie van het achterpuikozijn en bouwsporen op het balkenplafond wijzen erop dat het huis in de bouwtijd op de begane grond enkel een voor- en een achterkamer heeft gehad. Later, vermoedelijk aan het eind van de zeventiende eeuw, werd Kerkstraat 12 naar achteren toe uitgebreid met een achterhuis. Tussen voor- en achterhuis werd een kleine ruimte, een lichthofje, opengelaten. Dit lichthofje is later, vermoedelijk rond 1700, dichtgezet door het doortrekken van de kap van het voorhuis tot over het achterhuis.

Op afb. 7 is een reconstructietekening van het achterpuikozijn te zien. Vanuit het achtererf gezien heeft rechts een deur gezeten, die vermoedelijk bekroond werd door een toogje. Boven de deur was een bovenlicht met twee glas-in-loodpanelen. Links van de deur was een vierlicht, dat eveneens glas-in-loodramen heeft gehad. Uiterst links was een bakstenen muur.

De reconstructietekening van het achterpuikozijn roept meteen de vraag op hoe de voorpui eruit gezien zou kunnen hebben in het begin van de zeventiende eeuw. Gelukkig bleek de oorspronkelijke puibalk nog achter de latere voorgevel aanwezig te zijn. Deze vertoont onderaan sporen van de indeling van de zeventiende-eeuwse onderpui. Aan de hand van deze sporen is de reconstructietekening op afb. 8 gemaakt, waarbij gemeld moet worden dat de invulling van de onderpui niet meer exact te achterhalen is en dat de reconstructietekening deels is gebaseerd op de indeling van het achterpuikozijn, waarmee het voorpuikozijn vaak in evenwichtige verhouding stond. Op afb. 8 is te zien dat de voordeur in het midden van de pui is gesitueerd, tussen twee stijlen, waarvan de sporen nog te zien waren op de puibalk. Links van de deur heeft vermoedelijk een kruiskozijn gezeten, rechts van de deur een drielicht. De bovenlichten van de deur en de kozijnen zullen glas-in-loodramen hebben gehad, de openingen onderin het kozijn werden ofwel afgesloten door luiken ofwel opgevuld door glas-in-loodramen.

Achter het drielicht aan de rechterzijde van de voordeur was waarschijnlijk een zijkamertje, een vast onderdeel van een voorhuis in de zeventiende eeuw. Op basis van sporen op het balkenplafond, de puibalk uit de voorgevel en het achterpuikozijn kon tevens een reconstructie gemaakt worden van de begane grond in de zeventiende eeuw (afb. 9). Deze toont voorin de voorkamer met rechts het genoemde zijkamertje en links achter een deur naar een lange gang die naar de achterkamer en het achterhuis liep. In het eigenlijke woonvertrek, de achterkamer, was een schouw. Dicht bij deze warmtebron moeten de bedsteden hebben gezeten. Vermoedelijk bevonden deze zich tegen de wand die voor- en achterkamer van elkaar scheidde. Links van deze bedsteden was vermoedelijk een steektrapje naar de verdieping. De achterkamer werd achterin afgesloten door het reeds genoemde zeventiende-eeuwse achterpuikozijn.

Zoals reeds genoemd kreeg Kerkstraat 12 vermoedelijk aan het eind van de zeventiende eeuw een achterhuis. Op de kaart van F. de Wit uit circa 1680 is dit achterhuis te zien (afb. 10). De voorste balk van het achterhuis heeft aan de linker zijde een breed sleutelstuk met acanthusbladmotief (afb. 11) en moet een puibalk zijn geweest van een reeds gesloopt huis uit het begin van de zeventiende eeuw. Omdat onderaan de buibalk geen sporen zijn aangetroffen van een kozijnverdeling, was de voorgevel van het achterhuis vermoedelijk in baksteen opgetrokken. Achter deze voormalige puibalk is een plafond met ongeveer even brede balken. In het achterhuis was eveneens een schouw.

Precies ter plaatse van de lichthof tussen voor- en achterhuis is een trap naar een kelder. De kelder kan hier pas zijn aangelegd op het moment dat de kap van het voorhuis werd doorgetrokken over het achterhuis, waardoor het lichthofje werd overdekt. Vermoedelijk geschiedde dit rond 1700. Het bestaan van de kelder was reeds voor de verbouwing in 2005 bekend. De meeste wanden van de kelder zijn bedekt met Delftsblauwe tegeltjes, die onder meer dieren, landschappen en bloemenvazen tonen (afb. 12). De vloer van de kelder is evenals een deel van de wanden bedekt met oranje en groene plavuizen.

De kapverdieping

Na bestudering van de begane grond die nog veel onderdelen blijkt te hebben uit de zeventiende eeuw, doet meteen de vraag zich voor hoe de kapverdieping er uit ziet. Heeft deze, zoals de voorgevel met muurankers doet vermoeden, nog steeds een zeventiende-eeuwse kap? Jazeker en deze blijkt nog in zeer goede staat te zijn! Tijdens de verbouwing in 2005-2006, is de kapverdieping ontdaan van voorzetwanden en kon deze mooi bestudeerd worden. De kapconstructie van het voorhuis bestaat uit een aantal eiken en grenen spanten en vierkant gehakte sporen die samen het pannen dak dragen (afb. 13). Het achterhuis heeft duidelijk een jongere kap die vermoedelijk rond 1700 is opgetrokken, gezien de vorm van de spanten (afb. 14).

Aan de hand van de bouwsporen in de kap van Kerkstraat 12 kan de bouwgeschiedenis van dit onderdeel herleid worden. In eerste instantie was er enkel het voorhuis met een zadeldak. Later, vermoedelijk aan het eind van de zeventiende eeuw, kwam achter het voorhuis een achterhuis met hiertussen een lichthof. Om te zorgen dat er nog voldoende licht door de ramen van het achterpuikozijn kon schijnen, kreeg het achterhuis aan de voorzijde een schuin dakvlak, een afgewolfd dak. Een paar schuine ribben in het achterhuis wijzen op deze constructie (afb. 15). Hierna, vermoedelijk rond 1700, moet de kap van het voorhuis zijn doorgetrokken over het achterhuis. Hierdoor kreeg Kerkstraat 12 een groot zadeldak met achterin een schuin dakschild.

Kerkstraat 12 moet met zijn zeventiende-eeuwse balkenplafond en zijn goed bewaarde zeventiende-eeuwse kap een andere topgevel hebben gehad. De huidige topgevel met tuit is vermoedelijk een versobering uit de negentiende eeuw. Het is goed mogelijk dat het woonhuis tijdens de bouw in de vroege zeventiende eeuw werd voorzien van een trapgevel, in de destijds modieuze stijl van het Maniërisme. Een voorbeeld van zo’n trapgevel is te zien bij het woonhuis Noordeinde 10 (afb. 16). De natuurstenen dekplaten op de huidige tuitgevel van Kerkstraat 12 zijn vermoedelijk overblijfselen van een trapgevel. Alhoewel dit natuurlijk geen garantie is, is Kerkstraat 12 op de plattegrond van F. de Wit uit circa 1680 (afb. 10) ook voorzien van een trapgevel.

In ieder geval heeft het huis net als Noordeinde 10 een gevelsteen uit de zeventiende eeuw gehad. In 1693 wordt in een verkoopakte namelijk melding gemaakt van een ‘Kadt in de gevel’.5 In dat jaar verkocht Liewtje Jans het huis aan Jan Jansz. van Neck. Liewtje was de weduwe van Jan Jacobsz. Kat, die raad van de stad Monnickendam was geweest. De afgebeelde kat verwees derhalve naar de bewoners van het pand, wat een gebruikelijke functie voor een gevelsteen was. Het is niet bekend vanaf wanneer het echtpaar Kat in het huis heeft gewoond en vanaf wanneer derhalve de gevelsteen de voorgevel van het vroeg-zeventiende-eeuwse huis kan hebben gesierd.

Heden heeft Kerkstraat 12, zoals reeds vermeld, weer een markante gevelsteen, nu als verwijzing naar de vijf Joodse onderduikers, die dankzij de moedige Leo Hordijk een veilig onderkomen in het pand kregen en zo de oorlog konden overleven. Vanwege haar bijzondere geschiedenis en haar zeldzame onderdelen is Kerkstraat 12 op de gemeentelijke monumentenlijst geplaatst. Zo kan dit belangrijke pand voor het nageslacht bewaard blijven.




Tekst en reconstructietekeningen: Anne van Rooij-van Wijngaarden


maart 2008

Voetnoten:
Archief gemeente Monnickendam, bouwvergunning voor het vernieuwen van de onderpui, Kerkstraat 12 te Monnickendam, 46/23 en bouwvergunning voor het herstellen van de onderpui, Kerkstraat 12 te Monnickendam, 47/2. Beide bouwvergunningen betreffen dezelfde ingreep. De in 1947 afgegeven bouwvergunning is reeds op 7 mei 1944 aangevraagd. Vermoedelijk is door het verloop van de Tweede Wereldoorlog geen verder vervolg gegeven aan deze aanvraag en heeft Leo Hordijk daarom op 25 mei 1946 opnieuw een bouwvergunning aangevraagd voor dezelfde werkzaamheden. Voor deze laatste aanvraag kreeg hij op 27 juni 1946 een bouwvergunning. Vervolgens werd aan hem op 21 februari 1947 toch ook nog een bouwvergunning verleend naar aanleiding van zijn eerdere verzoek van 7 mei 1944. Vermoedelijk is dit gebeurd om het bouwdossier, dat kennelijk na de oorlog weer is opgedoken, af te kunnen sluiten.

2 L. Appel, Joden in Monnickendam, in: Jaarverslag 1996 Vereniging Oud Monnickendam, p. 94.

3 F. van Burkom, K. Gaillard, E. Koldeweij, T. Schulte en J. Willink, Leven in Toen, Zwolle 2001, p. 294.

4 H.J. Zantkuijl, Bouwen in Amsterdam, Amsterdam 1997, p. 39.

5 L. Appel, Waar woonde toch ds. F.J. Domela Nieuwenhuis?, in: Jaarverslag 1995 Vereniging Oud Monnickendam, p. 105.
Met dank aan de heer dr.ing. H.J. Zantkuijl en de heer S. Koerse.




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina