Achtergrondinformatie Herperduin Algemeen, geschiedenis



Dovnload 19.25 Kb.
Datum22.07.2016
Grootte19.25 Kb.

5 vwo praktisch onderzoek, veldwerk 2006-2007


Achtergrondinformatie Herperduin

Algemeen, geschiedenis
Herperduin is een bosgebied dat ligt tussen Ravenstein en Oss, ten noorden van de A-50 en is ruim 400 hectare groot. Het gebied heeft belangrijke natuurwaarden als leefgebied voor veel planten en dieren.
Herperduin is een voormalig stuifzandgebied. De verstuiving werd veroorzaakt door overbeweiding met schapen en door overmatige plaggenwinning. In het begin van de 20 eeuw is het gebied ontgonnen in het kader van de ‘werkverschaffing’. Op deze droge en arme gronden werd vooral de grove den aangeplant op grote rechthoekige percelen. Het bos werd ontsloten door brede boswegen. (www. toerismeravenstein.nl)

(A)biotische kenmerken Herperduin
Bodem, relief en geomorfologie

In de huidige structuur van Herperduin is de ontstaanswijze nog goed herkenbaar. De geomorfologische kaart van Nederland geeft voor Herperduin weer: lage stuifduinen met bijbehorende vlakten en laagten. In het overgrote deel van het terrein is de macrostructuur van bodem en relief nog redelijk intact. De structuur van duinruggen in de richting van de overheersende winden en tussengelegen dalen is goed herkenbaar. De in potentie aanwezige ecologische variatie (tussen noord- en zuidhelling, kale open hellingen en beboste hellingen, droge hogere kopen en lagere natte dalen) is nagenoeg afwezig, aangezien nagenoeg alle duintjes en hellingen met bos begroeid zijn.

Op een lager schaalniveau bekeken is er echter soms aanzienlijk ingegrepen in de bodemstructuur en relief. Dat geldt met name voor de vaak diep insnijdende (tot 2m of soms nog dieper) sloten in het terrein. De sloten zijn soms dwars door duinruggetjes heen gegraven.
Waterhuishouding

Door de aanwezigheid van diepe sloten en greppels vindt er in Herperduin een vrij sterke ontwatering plaats. Desondanks zijn er nog enkele gedeelten waar – waarschijnlijk dankzij oppervlakkig aanwezige ondoorlatende lagen – in natte perioden stagnatie van regenwater plaatsvindt. Door de aanwezigheid van diepe sloten aan weerszijden van deze natte gebieden vertonen echter ook deze terreinen kernmerken van een verdroging langs de randen.

Het groot Ganzenven heeft niet zozeer een kwantitatief als wel een kwalitatief hydrologisch probleem. Het gebied ontbeert de noodzakelijke invloed van (basenrijk) grondwater, waardoor het water verzuurt en de vegetatiedoelstellingen niet gehaald worden.

Het Munven heeft sterker te leiden onder de verdroging en valt ´s zomers soms droog.

De recreatieve vijvers zijn gegraven waterpartijen die ook in droge zomers water houden. Dit water wordt recreatief benut als zwemwater.
Vegetatie

Het bosbeheer heeft geleid tot een gevarieerd bosgebied. Percelen met oud grove dennenbos, loofbos en percelen met gemengd bos leveren voor de wandelaar een gemengd bosbeeld op. De vegetatie wordt hieronder kort beschreven op drie niveau´s: ecotoopniveau (de verschillende natuurtypen), op soortniveau ( met name de aanwezigheid van indicatieve soorten en rode lijstsoorten) en op het niveau van bosstructuur (een indicatie voor de natuurlijkheid van het bos)


Ecotoopniveau:

  • Open Zand (niet actief stuivend)

  • Vennen: Het Munven is een soms droogvallend, verzuurd ven. Het Groot Ganzenven houdt nagenoeg altijd water, maar is –in tegenstelling tot vroeger – niet meer gebufferd door grondwater. In het Klompven worden langs de oevers lokaal kwelverschijnselen waargenomen (duiden op grondwatervoeding). De hoge recreatieve druk maakt dat hier niet de volledige natuurlijke potenties kunnen worden gehaald.

  • Natte heide: De weinige natte heide die aanwezig is wordt bedreigd door verdroging, vergrassing en dichtgroeien met opslag van grove den. Dopheide, als indicator voor natte heide, komt maar weinig voor. In sommige percelen komen ook ander indicatoren voor en neigt de ontwikkeling naar het begin van hoogveenvorming (veenmossen en veenpluis)

  • Oevers: oevervegetaties zijn slecht ontwikkeld. Op de oevers van het Ganzenven komen wel moeras- een oevervegetateis voor, zij het dat deze vrij sterk verzuren. Door plaggen en begrazen wordt getracht het voor zwak gebufferde vennen typerende oeverkruidverbond duurzaam in stand te houden.

  • Grazige vegetaties. Deze zijn in te delen in twee typen: droge,schrale graslandvegetaties en voedselrijkere graslandvegetaties. De droge schralere typen komen dominant in het hele gebied voor.

  • Struikvegetaties (Struweel-, mantel- en zoombegroeiing): Alhoewel deze begroeiing van ecologische groot belang is ontbreekt deze veelal. Het ontbreken van struweelranden heeft te maken met het bosbeheer (bomen veelal tot op de padgrens) en de vrij voedselarme bodemomstandigheden en nog jonge boshistorie.

  • Bos:

    • inheems loofbos(± 15 ha): zomereiken-berkenbos en delen met veel beuk

    • gemengd bos (±364 ha): Het overgrote deel van Herperduin bestaat uit vroeger als naaldbos aangeplant bos(grove den en corsicaanse den) waarin geleidelijk door natuurlijke opslag en bosbeheer het aandeel inheemse loofboomsoorten is toegenomen

    • Naaldbos (±35 ha): grove den of corsicaanse den met wat Europese en japanse larix en douglasspar

    • Andere bostypen: lokaal komt er in Herperduin (oud) hakhout van Zomereik voor. Lokaal komen laanbeplantingen voor die uit afwijkende boomsoorten bestaan.

Plantensoorten



  • Rode lijst soorten: Moerashertshooi, Dwergzeggen, Moeraswolfsklauw en Bruine snavelbies.

  • Andere bijzondere soorten: (Kleine zonnedauw, Veelstengelige waterbies, Veenpluis, Blauwe bosbes, Buntgras

  • Indicatieve soorten:

    • Rankende helmbloem: indicatief voor verdroging en verhoogde stikstoftoevoer

    • Dopheide: indicatief voor potenties voor natte heide

    • Bochtige smele: Indicatief voor vergrassing van heide

    • Pijpestrootje: Indicatief voor veranderingen in grondwaterstand

Bosstructuur

De verdeling tussen open gebied en gesloten bos is vrij strak. Natuurlijke verjonging van het bos is nergens zeer uitbundig en ontbreekt zelfs nagenoeg in enkele gedeelten., Het hele bos is zeer ‘netjes’ onderhouden. De bosstructuur van de oudere grove dennenpercelen is het meest gevarieerd, De structuur van de percelen met ‘exoten’ als Douglasspar en Corsicaase den is zeer uniform. Een struiklaag ontbreekt meestal evenals verjonging met ander boomsoorten.


Fauna

In 1999 werden er 45 broedvogelsoorten (waarvan 5 rode lijstsoorten) gevonden en in de omgeving van het Munven een hagedissensoort. Verder komen ook als grotere zoogdieren vossen, reeen en dassen voor in het gebied.

(Goderie, 1999)

De toekomst van Herperduin: de Bosvisie, streefbeeld en speerpunten beleid
In 1997 heeft de gemeenteraad van Ravenstein de Bosvisie Herperduin vastgesteld als leidraad voor de toekomstige ontwikkelingsrichting van het bos. De bosvisie is het produkt van een geleidelijke verandering in het denken over de Herpense bossen, waarin de recreatie- en natuurfunctie, naast de houtproduktie, een steeds belangrijker rol zijn gaan spelen. (Goderie, 1999)
Hieronder is de Hoofddoelstelling van de bosvisie weergegeven (Goderie, 1999):

Herperduin is er primair voor de natuur en voor de mensen. De doelstellingen natuur(ontwikkeling) en recreatie voor Herperduin als geheel zijn gelijkwaardig. Door een zonering van het gebied zijn er gedeelten met het accent op (intensieve) recreatie en gedeelten waar de natuur(ontwikkeling) voorop staat. Voor het bos wordt gestreefd naar een zichzelf instandhoudend bos bestaand uit inheemse ter plekke thuishorende soorten. Dit beeld wordt via een – geleidelijke – bosomvorming bereikt. Het streven is erop gericht de beheerskosten te minimaliseren. Op (middel-)lange termijn wordt gestreefd naar een verdere (ecologische) aansluiting op het bosgebied van Oss.

In 1999 is de streefbeeldsituatie voor 2030 als volgt omschreven (Goderie, 1999):



Streefbeeld Herperduin 2030

Het streefbeeld voor Herperduin is een half-natuurlijk boslandschap waarin naast een gevarieerd eiken-berkenbos ook droge heide, natte heide en voedselarm vennen met oevervegetaties voorkomen. Het centrale gedeelte van het gebied wordt extensief begraasd met runderen en pony´s. Het aandeel naaldbomen is ten opzichte van de huidige situatie sterk afgenomen. Het bos is voor het overgrote deel zelfregulerend, dat wil zeggen dat er geen bosbeheer meer plaatsvindt behalve pad- en wegonderhoud. In de voor intensieve recreatie bedoelde gedeelten kan het beheer- en onderhoudsniveau hoger liggen. De veelal strakke grenzen tussen de percelen zijn vervaagd en natuurlijker overgangen geworden. Door hydrologische maatregelen is de verdroging van het bos sterk teruggedrongen. Daarmee is de oppervlakte natte heide en vochtig grasland toegenomen.



In Natuur- en Landschapsvisie Oss zijn de speerpunten van het beleid omtrent Herperduin recentelijk in verschillende projecten gedefinieerd. Enkele projecten die van belang voor de natuur in Herperduin zijn:



  • Ontwikkeling van een parkachtig boslandschap bestaande uit loofbos, heide, vennen, en grazige vegetaties. Om dit te verwezenlijken is bosomvorming, extensieve begrazing, het herstel van heide, vennen en stuifzanden door natuurbouw nodig.

  • Het herstellen van het watersysteem waardoor vochtige milieutypes en -zones en de daarmee samenhangende oorspronkelijk flora en fauna zich kan herstellen. Door een op maat gesneden waterbeheer zal de natuurwaarde van Herperduin worden verhoogd.

  • Verbeteren vestigings- en foerageermogelijkheden voor de das rondom Herperduin door het extensiveren van het grondgebruik en de aanleg van kleine landschapselementen

(Brinkhof, 2005)
In de praktijk komt het er op neer dat de gemeente Oss wil dat het gebied Herperduin een meer natuurlijk karakter krijgt. Daarvoor wordt het naaldbos geleidelijk omgevormd naar een gemengd bos met loofbomen en naaldbomen. Het bos wordt gedund zodat er meer licht op de bodem komt en andere bomen en planten de kans krijgen om zich te ontwikkelen. Rond het Ganzenven zijn gedeelten vrijgemaakt van bomen en struiken om de heiden en de daarop levende diersoorten terug te laten komen. Het Ganzenven is deels afgegraven om het weer natter te maken en in oude staat te herstellen. Naast deze omvorming neemt begrazing met Schotse hooglandrunderen en Exmoore-pony’s een belangrijke rol in. Door hun gedrag en eetgewoonten hebben de grazers een positieve invloed op het bos. Komende jaren vindt het laatste deel van de bosomvorming plaats; er worden o.a. nieuwe open plekken in het bos gecreëerd en dood hout wordt niet meer massaal opgeruimd.

(www. toerismeravenstein.nl)



Tot slot
Al met al is Herperduin een mooi natuurgebied in ontwikkeling in de omgeving van Oss. Voor grootschalige veranderingen in de natuur moet men geduld hebben en moet men een planning maken op de lange termijn. Maar op korte termijn zijn al veel dingen verbeterd en wordt de natuurwaarde steeds beter.
Tenminste?!...

Nu de opdracht aan jullie:

Wat is de situatie op dit moment in Herperduin?

Het wordt tijd voor onderzoek in het veld…



Literatuur


  • Goderie, R., 1999. Bosbeheerplan Herperduin 1999-2009. Adviesbureau Goderie, Nijmegen.

  • Brinkhof, R., 2005. Natuur- en landschapsvisie Oss Uitvoeringsprogramma. “over bossen, beesten en boerenland”. Gemeente Oss. Grontmij Nederland bv. Eindhoven.

  • www.toerismeravenstein.nl/tekst/herperduin




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina