Adventszondag c lucas 3,10-18 johannes de doper en welzijnszorg



Dovnload 8.63 Kb.
Datum25.08.2016
Grootte8.63 Kb.


Preek – 3e adventszondag – C - Lucas 3,10-18

JOHANNES de DOPER en WELZIJNSZORG

De omstanders vroegen aan Johannes de Doper:”Wat moeten we dan doen?” Dat is natuurlijk ook onze vraag vandaag aan de profeet:”Wat kan ik doen?” En het antwoord luidt: “als je dubbele kleding hebt of voldoende voedsel, deel er dan van.”

Op het eerste zicht is dit niet voor ons, denken we, want veel zaken hebben we niet dubbel, en we kunnen zelfs veel mensen opnoemen die veel luxueuzer en talrijker zaken hebben dan wij. Wij zijn tenslotte hardwerkende mensen en we moeten wat vooruitziend zijn en zorgen voor een appeltje tegen de dorst voor later in onze oude dag. Zo horen we vaak mensen reageren.

Toch kan men zich niet van de indruk ontdoen dat Johannes ons juist uit deze vanzelfsprekendheid wil halen. Hij wil verhinderen dat we een bepaalde plooi in ons leven krijgen, die er niet meer uit te strijken is. Johannes zegt ons vandaag: “Een doopsel van bekering breng ik u, een ommekeer. Leer kijken met een andere bril, leef met een open oog voor al datgene wat afbreuk doet aan het echte leven van mensen.”

En ieder van ons kan verhalen vertellen van mensen die nooit zo verstandig waren als op school of thuis van hen verwacht werd, van jongeren die nooit een thuis kenden en daardoor een heel onzekere toekomst voor zich weten, van gastarbeiders die zwaar in discrediet geraken omdat er grote werkloosheid is en “economische crisis”. Iedereen kent verhalen van oudere mensen die als versleten gebrandmerkt staan en nergens hun inbreng meer kunnen doen. We kennen verhalen van mensen die te kwetsbaar zijn om in deze samenleving staande te blijven.

We kennen verhalen van politieke vluchtelingen die vergeten onder ons eenzaam verblijven, vergeten als ze geen aandacht krijgen van de journalisten.

Deze wereld moet omgekeerd worden. Daaruit kunnen we niet ontvluchten. Een ommekeer en een inzet in het dagelijkse leven, in de kleine kring rondom ons omdat hun lot met het onze verbonden is.

Moge de H. Geest onze ogen openen en ons doen zien hoeveel mensen er rondom ons zijn die geen naam hebben en geen gezicht. Het zijn de armen, de werklozen, de gehandicapten, de bejaarden, de eenzame en langdurige zieken, zij die bedrogen zijn in hun liefdesrelatie, zij die ontgoocheld zijn in het leven, de mensen die diep gekwetst zijn, de ontroostbare weduwen, de kinderen die aan hun lot zijn overgelaten, de overlevenden van terreuraanvallen en zovele anderen. Allemaal ongekende, onvermoede mensen in nood. Wij spreken misschien wel over die gevallen zoals men over dossiers spreekt in de administratie. Wanneer zullen wij echter die mensen aankijken, een poging doen om hen van binnenuit te verstaan, om ons in te voelen in hun situatie ?

We kunnen hen een beetje levensmoed inspreken, hun lot ter harte nemen, het voor hen opnemen, voor hen ijveren bij de juiste sociale dienst. Natuurlijk riskeren wij dan een beetje onszelf. We stellen ons kwetsbaar op. Is dat juist niet christen zijn? Roept Johannes de Doper ons vandaag niet op een beetje “voorloper” te zijn? We hebben hier een kans om voor te gaan, om miseriemensen een stuk verder te dragen in hun leven. Voorbeelden van voorlopers in onze tijd zijn ongetwijfeld: Bisschop Jacques Gaillot, priester Guy Gilbert, abbé Pierre in Frankrijk, zuster Emmanuelle in Caïro, de mensen van opvangtehuizen zoals o.a. Poverello, san Egidio, de mensen van de vrouwenvluchthuizen, de mensen die ex-gedetineerden opvangen…

En als je misschien onmachtig staat voor het onoplosbare van een bepaalde noodsituatie, zeg dan zonder schroom: “Lieve mens, ik zal nu en dan voor u bidden.” –“Ik zal op u peinzen” of “’k Ga eens een kaars ontsteken voor Onze Lieve Vrouw. Die zal het wel begrijpen, want ze heeft ook zelf zoveel tegengekomen.”

Durven wij genoeg aan mensen beloven voor hen te zullen bidden? Wees ervan overtuigd dat ze daar dankbaar zullen voor zijn, dat ze zich gedragen zullen weten…en misschien weer naar Jezus op zijn kruis zullen opkijken met een traan in het oog en zeggen: “Gegroet, o kruis, onze enige hoop.”

Maar naast die individuele hulp moet er ook groeien een GEMEENSCHAPPELIJKE SOLIDARITEIT omwille van de grote noden die groepen van mensen ondervinden. Een actie zoals Welzijnszorg is zo’n georganiseerde vorm van solidariteit. Vele mensen slaan de handen in elkaar om onrechtvaardigheden en schrijnende noden aan te klagen, maar ook om er acties voor te ondernemen.

Het wordt een BEKERING, een “ommekeer omwille van mekaar”. We kiezen voor een maatschappij waar ieder de mogelijkheid heeft om zichzelf te ontplooien. Dan is er ook plaats voor de zwaksten. Dan hebben ook zij een stem.



“Ik doop u met water, zei Johannes, maar na mij komt Hij die u zal dopen met de H. Geest en met vuur.” Misschien kan deze vurigheid ons meer en meer doordringen om de paden van onze samenleving recht te trekken. Dan kunnen we verheugd zijn omdat in de inzet van velen, in de verscheidenheid van de initiatieven voor het welzijn van de mensen de Heer in ons midden is. Want er zijn mensen bij wie het goed is terecht te komen, mensen die liefde concreet maken, mensen die doordrongen zijn van mildheid en die hoop doen herleven.





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina