Afdeling Land- en Tuinbouwvorming



Dovnload 223.74 Kb.
Pagina3/7
Datum22.07.2016
Grootte223.74 Kb.
1   2   3   4   5   6   7

6. Opbouw van de rotatie

De rotatie :


4 ha graan

4 ha prei

4 ha wortelen

4 ha aardappelen

4 ha bloemkool
Hier wordt nader ingegaan op de volgorde van de teelten en de overgang van de ene teelt naar de andere. Wat de specifieke teeltzorgen betreft, wordt meer in detail gegaan in punt 7.

GRAAN


Afhankelijk van de marktevolutie kunt u kiezen voor baktarwe of voedergranen, de voorvrucht stelt hier geen beperkingen. Door het inzaaien van klaver enkele weken voor het sluiten van het gewas kan na de graanoogst deze vlinderbloemige uitgroeien en door zijn stikstofbindend vermogen zal zo het perceel voorbereid worden op de volgende teelt (prei) die dankbaar gebruik zal maken van deze stikstofnalevering.

PREI


Met het onderwerken van de klaverzode (samen met de mest) in het voorjaar wordt een hoog stikstofleverend vermogen bereikt waar de prei dankbaar gebruik van zal maken. Vanaf half april kan dan prei geplant worden. Daar de prei op tijd het veld moet ruimen voor de wortelen, wordt geen late winterprei geteeld.

Onkruidbestrijding en gewasbescherming (rassenkeuze!) moeten de nodige aandacht krijgen. Om met weinig structuurschade te kunnen oogsten in de winter kan het wenselijk zijn om de prei op ruggen te planten. De ruggen worden dan enkele weken voor het planten getrokken en vlak voor het planten van de prei afgebrand en geponst.


WORTELEN


Om voor half mei de wortelen te kunnen inzaaien, moeten de ruggen eind april al getrokken worden. 1 of 2 dagen voor de opkomst (± 5 dagen na zaai) worden de ruggen afgebrand.

De onkruidbestrijding vraagt veel aandacht en de bemesting gebeurt met gecomposteerde stalmest om de wortelkwaliteit niet te schaden.


AARDAPPELEN


Omwille van Phytophtora moet de biologische teelt van aardappelen vervroegd worden door het pootgoed te laten voorkiemen en door zo vroeg mogelijk te poten. Ook de rassenkeuze zal hier zeer belangrijk zijn.

Na de aardappelteelt blijft een stikstofrijke bodem achter, er kan best een vanggewas ingezaaid worden, zodat deze voedingsstoffen niet verloren gaan voor de volgende teelt, bvb. Alexandrijnse klaver, die snel van start gaat, stikstof bindt uit de lucht en afsterft in de winter bij de eerste vorst, zodat vòòr de bloemkolen het inwerken geen probleem vormt.


BLOEMKOOL


Na bemesting en inwerken van de groenbemester kunnen de bloemkolen geplant worden vanaf eind maart. Vanwege de vaak tegenvallende mineralisatie in het vroege voorjaar (vaak koud en nat) moeten winterbloemkolen afgeraden worden.

Waar de vroegste bloemkolen stonden, kan 1 ha opnieuw geplant worden, eventueel met een lichte bijbemesting. Daar de laatste bloemkolen tegen half november het veld geruimd hebben, kan eventueel wintergraan gezaaid worden.

De plaagbestrijding vraagt de nodige aandacht in de bloemkoolteelt.
Wanneer we de volledige rotatie beschouwen, zien we :
- Met de klaver, die ingezaaid wordt in het graan, en Alexandrijnse klaver na de aardappelen wordt er stikstof gebonden zodat de bemesting met dierlijke mest wat kan gemilderd worden en de fosfaatdruk verlaagd wordt.
- Door het onderwerken van de klaver na graan en de groenbemester na aardappelen, samen met het gebruik van gecomposteerde stalmest, wordt het organische stof-gehalte op het bedrijf op peil gehouden. Bodemanalyses moeten uitwijzen of het op peil houden voldoende is, eventueel moet eerst een periode van opbouw ingepast worden (bvb. door enkele malen zuivere compost aan te voeren).
- Naar ingrijpende bodembewerkingen vergen zowel de graan- als de bloemkoolteelt weinig van de bodem, dit geeft een buffer naar eventuele structuurschade die kan opgelopen worden bij de oogst van aardappelen en wortelen. Omwille van de wortelteelt moet de structuurschade bij het preirooien strikt beperkt worden.

7. Specifieke teeltzorgen

7.1. Wintergranen, tarwe, triticale, gerst

Rassen :


Bij de rassenkeuze moet vooral gelet op de roestgevoeligheid en de legergevoeligheid.

Bemesting :


Een bemesting met stalmest naar 125-150 (voor bakkwaliteit) kg N/ha, zal voldoende nutriënten geven voor de granen. Een lichte drijfmestgift zodra de bodem het toelaat in het voorjaar, zal de groei op gang brengen en de uitstoeling bevorderen.

Zaai :


Een relatief late zaai half november van wintergraan geniet de voorkeur omdat op die manier de herfstkiemende onkruiden vermeden worden. Door de iets later zaai vermijdt men ook de migratie van parasitairen (oa. bladluizen) vanop de suikerbieten en de maïs die na de oogst hiervan een nieuwe voedingsbron zoeken.

Om verliezen door wiedeggen te compenseren en omdat de uitstoeling kan tegenvallen (bij een koud en nat voorjaar is er weinig mineralisatie en kan er te weinig N aanwezig zijn om de uitstoeling vlot te laten gebeuren) kan best iets meer zaad gebruiken: 350 à 450 zaden per m2 afhankelijk van de zaaiomstandigheden (hoe moeilijker, hoe meer zaad).

Omrekening naar kg/ha : kg/ha = (duizendkorrelgewicht x aantal zaden/m2) / 100

Onkruidbestrijding :


In het voorjaar is het aangewezen om met de wiedeg het alsnog kiemende onkruid te bestrijden.

Op slempgevoelige grond kan het eventueel nodig zijn de grondkorst na de winter te breken met een schoffel. In juni-juli moeten dan nog enkel de grote onkruiden die dreigen te zaaien (distels!) verwijderd worden.

Arbeid : 10 - 25 uur.

Gewasbescherming :


Door de mindere uitstoeling heeft biologisch graan veelal een ijlere stand dan gangbaar. Hierdoor is de ziektedruk (van schimmelziekten) ook lager, indien ze toch voor komen, dan is curatief optreden niet mogelijk. Rassenkeuze zal hier een belangrijk middel zijn om de opbrengstderving door ziekte te beperken.

Oogst en opbrengst :


De opbrengst kan sterk variëren : tussen 4.500 en 7.500 kg. Gemiddeld kan men 5.500 à 6.000 kg verwachten.

Nazorg voor de bodem :


Na de graanteelt kan men best een groenbemester zaaien, zodat er bodembedekking is tijdens de winter en om het perceel voor te bereiden op de volgende teelt. Is dit een N-behoeftige, dan kiest men best een vlinderbloemige groenbemester. Gaat het enkel om een vanggewas dan zijn de mogelijkheden legio.

De groenbemester kan reeds gezaaid worden in het graan, vlak voor het sluiten van het gewas.

Bij het inwerken van de graanstoppel is het aangewezen een lichte drijfmestgift uit te voeren om een evenwichtige vertering van de C-rijke stoppel te bevorderen.



1   2   3   4   5   6   7


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina