Afscheid van Amerika, maar niet van Ayaan Twan Huys verruilt dezer maanden niet alleen New York voor het Hilversumse Mediapark. Hij schreef ook een boek en leidt



Dovnload 31.04 Kb.
Datum22.08.2016
Grootte31.04 Kb.
Afscheid van Amerika, maar niet van Ayaan
Twan Huys verruilt dezer maanden niet alleen New York voor het Hilversumse Mediapark. Hij schreef ook een boek en leidt zaterdagavond bij NOVA zijn eigen documentaire in over zijn jaar in de Amerikaanse voetstappen van Ayaan.
New Yorker-af
De titel van zijn boek Ik ben een New Yorker verwijst naar een uitspraak van William de Kooning, die tachtig jaar geleden in Amerika was aangeland na de oversteek uit Rotterdam te hebben gemaakt als verstekeling op een vrachtschip. Zijn relatie tot zijn nieuwe vaderland had het schildergenie in later jaren samengevat in het statement: ‘It’s not so much that I’m an American; I’m a New Yorker.’
NOVA-correspondent Twan Huys (1964) is overigens de eerste om, tijdens onze korte visite aan de stad die nog even als zijn verzengend vochtig-hete uitvalsbasis dient, toe te geven dat het nogal pedant is om je anders voor te doen dan wat je bent, namelijk Nederlander — of in zijn geval dus: (Noord-)Limburger.
Huys’ schier onbegrensde liefde ten aanzien van New York dateert van een eerste bezoek dat hij er vijftien jaar geleden als middentwintiger bracht. En die gaat zo ver dat hij zélfs toen hij in 1999 naar Washington mocht om daar te gaan participeren in een nieuw opgezet correspondentencollectief, bij zijn Hilversumse bazen gedaan probeerde te krijgen dat hij het zo veel saaiere, aangeharkte regeringscentrum Washington mocht verruilen voor het zo veel swingerder New York. Daar kon toen geen sprake van zijn door de voor de deur staande verkiezingscampagne van 2000. Maar na die dramatische dinsdag de 11de September, nu bijna vijf jaar geleden, lag New York als vestigingsplek weer wel voor de hand.
Washington was voor hem synoniem geweest met het fenomeen van de White House Press Card, die een correspondent pas na een eindeloze screening door fbi en Secret Service deelachtig wordt. Wanneer je er eenmaal een hebt, mag je overal in de buurt van de president gewoon doorlopen, gaan de hekken van het Witte Huis voor je open en is er die dagelijkse persbriefing van de woordvoerder van de president. Maar wat draagt je eventuele aanwezigheid bij zo’n ritueel, dat trouwens op kabelnet C-Span ook integraal te volgen valt, nu helemaal bij? En los van zijn eigen New York-verslaving, die stad vormt ook nog eens een ideaal decor om wereldwijde nieuwsontwikkelingen te illustreren. Zo kon hij toen de bommen op Bagdad vielen dicht bij huis een aantal dilemma’s inzichtelijk maken aan de hand van iemand wier familie onder vuur lag in haar land van herkomst.


Hij kan niet ontkennen dat die nadrukkelijk beleden voorkeur voor een eenmanspost — op afstand van het territoir van de nogal dominante NOS-Journaal-correspondent Charles Groenhuijsen — aan de wieg heeft gestaan van een slepende controverse tussen hen beiden.
Waarbij de oorlogsverklaringen via interviews werden afgegeven door Groenhuijsen, en Huys zich altijd, diplomatiek als hij is, op de vlakte heeft weten te houden. En ook nu nog geeft hij er de voorkeur aan in die opstelling te volharden, alle pogingen van het bezoek om hem bij een biertje tot andere gedachten te brengen ten spijt.
Zelfs bij opmerkingen van onze kant, waarin het bestseller-succes van zijn seniore oud-collega uit Washington flink wordt aangezet, slaagt hij erin in de plooi te blijven. Die good looking plooi zoals we die kennen van zijn stand-ups op het dak aan de 57ste straat van omroepmaatschappij cbs (een dak dat hij overigens deelt met zijn collega van rtl). En een plooi die nu dus de voorplaat van zijn boek siert. Televisieroem vertaalt zich op die manier kennelijk in oplagecijfers: de covers van de boeken van de al eerder gememoreerde Charles Groenhuijsen vertonen datzelfde beeld. En dat Huys het voor het kiezen had uit een aantal uitgevers die naar zijn manuscript dongen, mag ook typerend heten.


Het had niet veel gescheeld of er zou nooit sprake zijn geweest van zijn New Yorkse memoires. Zijn New Yorkse correspondentschap was bijna in de knop gebroken geweest toen hem in mei 2002, temidden van het uitpakken der dozen, de vraag van de toenmalige NOVA-aanvoerder Rik Rensen had bereikt of hij voelde voor een presentatorenrol. Nog los van het gegeven dat Kees Driehuis, Margriet Vroomans en Rob Trip bruusk waren afgevoerd van de presentatieset (Matthijs van Nieuwkerk en Felix Rottenberg zouden niet lang daarna tot een spectaculaire vorm van zelfverbranding overgaan), was het zijn gevoel alsnog de absolute hoofdprijs in de journalistieke pikorde te hebben gewonnen die hem nee deed zeggen.
Was er toen dus sprake van an offer he could refuse, dat ligt nu dus anders. Bij gelegenheid van het nieuwe televisieseizoen wordt NOVA gepresenteerd door Twan Huys, Clairy Polak en (iets minder frequent) Joost Karhof. Zijn manifeste aanwezigheid op het Hilversumse Mediapark in deze laatste augustusweek zweemt trouwens naar kijkersbedrog: de definitieve transfer naar Hilversum (en die van NOVA-verslaggever Willem Lust naar New York) voltrekt zich pas rond de jaarwisseling. Een van de verklaringen daarvoor is gelegen in het moederschap van Huys’ echtgenote Cheryl (geboren Franks) dat iedere dag denkbaar is.
Als lezing van Huys’ boek, waarmee hij zijn correspondentenbestaan vooralsnog afrondt, één ding duidelijk maakt, dan is dat zijn verslingerdheid aan de avontuurlijke onvoorspelbaarheid van wat nog een paar maanden zijn huidige functie is. Of de verhalen nu gaan over de Clintons, Nine Eleven, de orkaan Katrina of over de wereld van Lynndie England (een militaire mishandelaarster in de Abu Ghraib-gevangenis), ze lijken allemaal doortrokken van die wens om ‘erbij’ te zijn (dan wel er soms een ‘rol’ in te spelen). Een van de opmerkelijkste stukken wat dat betreft is dat over de tot op de dag van vandaag geruchtmakende verdwijning op Aruba van de uit de Amerikaanse staat Alabama afkomstige scholiere Natalee Holloway (zie voor een exclusieve voorpublicatie elders op deze pagina’s).
Hoe kijkt hij in dat verband aan tegen zijn op handen zijnde, met zo veel meer bureaucratische beslommeringen omgeven, Mediapark-bestaan als NOVA-presentator van dienst, aan wie (met het oog op het verplichte, altijd voorgeproduceerde, gesprek van de dag) het ene na het andere sprekende hoofd voorbijtrekt? In hoeverre heeft een presentator van dienst eigenlijk invloed op een uitzending? En hoe leuk vindt hij het eigenlijk om NOVA te gaan presenteren? Zijn antwoord op de eerste vraag is dat de mate van invloed van een presentator in hoge mate afhankelijk is van diens eigen mate van geïnvolveerdheid en inbreng. En wat dat tweede punt betreft: hij is niet het type om het over een ‘uitdaging’ te hebben, maar dat neemt niet weg dat dat woord niettemin aardig in de buurt komt.
Nee, nogmaals, dat moeten we echt van hem aannemen, het is niet zo dat hij met de pest in zijn lijf rondloopt nu het er bijna opzit. Allereerst is het zo dat hem meer tijd vergund is geweest dan waar hij aanvankelijk op had gerekend. En daar komt dan nog eens bij, hij had het daar pas een keer over met een ex-correspondent, wie kan er überhaupt zeggen dat hij dit al die tijd vanaf deze locatie heeft mogen doen?
Al ver voor zijn transfer daar is heeft hij trouwens een aantal suggesties gedaan om het soort Mediapark-sleur, zoals hierboven gechargeerd omschreven, het hoofd te kunnen bieden. Hij mag zich dan niet bekeerd hebben tot de Amerikaanse televisiejournalistiek (zoals ook blijkt uit zijn boek), hij ziet wel iets in de Amerikaanse beroepspraktijk om gezichtsbepalende anchors af te vaardigen naar een verre locatie die de nieuwsagenda domineert. Zo zou volgens hem bij voorbeeld ook de aanwezigheid van een NOVA-uithangbord in Libanon hebben kunnen bijdragen aan een nog grotere betrokkenheid van de kijker.
Maar hij realiseert zich uiteraard dat, bij alle instemming voor zijn suggestie vanuit de rubrieksleiding, de crux bij dit soort afwegingen vaak in de kosten zit. Maar met de opkomst van steeds hanteerbaarder en handzamer techniek lijken die, zo weet hij uit eigen ervaring opgedaan op zijn eenmanspost, in toenemende mate te behappen. Hoewel er van hem nog nooit een reportage-idee is afgewezen op grond van geld, is hij somber over de allesoverheersende bezuinigingstendens bij de publieke omroep. Die gaat in zijn optiek voorbij aan het gegeven dat nieuws en actualiteiten een U(nique) S(elling) P(roposition) vormen van de publieke omroep. Als het aan hem lag kwam er dus eerder geld bij dan dat het eraf ging.
Het zijn een paar passages over de vroegste geschiedenis van Nieuw Amsterdam uit zijn boek die hem tot leidraad dienen bij de korte excursie die hij voor het bezoek heeft uitgestippeld. De wandeling begint te zijnen huize in Franklin Street, Tribeca, een buurt waar allerlei industriële bedrijvigheid heeft plaatsgemaakt voor almaar onbetaalbaarder woongenot. Na maar een paar honderd meter houden we halt bij een gedenkplaat die memoreert dat onze landgenoten Roeloff en Anneke Jans hier anno 1638 vele hectares grond bezaten. Verre nazaten van de familie Jans houden, tot op de dag van vandaag, vergeefs vol dat de latere eigenaren bij hen in het krijt staan.
Via Ground Zero lopen we naar de zuidelijkste punt van Manhattan, waar een eet- en drinkgelegenheid uitzicht biedt op Vrijheidsbeeld en Ellis Island, de plek waar de meeste nieuwkomers een eerste confrontatie met Amerika ondergingen en die het Amerikaanse idee van de immigrantensamenleving symboliseert. De horecagelegenheid Gigino (Italiaans gedacht, maar dan met Oost-Europese bediening) werd opgetrokken op grond die begin jaren 70 vrijkwam uit de bouwput van de torens van het World Trade Center. Daarnaast ligt, zoals hij dat in zijn boek noemt een gedenkteken voor ‘het Ground Zero van de kolonie Nieuw Amsterdam’, de plek waar in 1613, vier jaar nadat een Engelsman deze locatie ontdekt had, de Nederlandse kapitein Adriaen Block de kolonisatie van dit gebied ter hand nam.
Onze gids is geïntrigeerd door de geschiedenis van New York als spiegel van Nederland. In zijn boek legt hij uit dat die belangstelling nog maar dateert van twee jaar geleden. Toen verscheen Russell Shorto’s boek The Island at the Center of the World (vertaald als Nieuw Amsterdam, eiland in het hart van de wereld). In die reconstructie stelt hij dat het Amsterdam was, ‘Europa’s meest liberale stad, met een ongebruikelijk tolerant beleid, een multiculturele samenleving en vrije handel’, die model stond voor Nieuw Amsterdam. En daarmee voor die hele succesvolle smeltkroessamenleving die Amerika heet.
Ons land als de historische richtinggever van het multiculturalisme in New York: het thema was aanvankelijk gedoemd tot de historisch-hobbyistische marge. Tot de moord op Theo van Gogh, in datzelfde jaar dat Shorto’s geschiedenis verscheen, het onderwerp niet alleen prominent op de Amerikaanse opiniepagina deed belanden. En daarmee uiteraard ook hoog op dat van een Nederlandse correspondent in New York. Die actualiteit is niet meer geweken. Dan kan het bij voorbeeld gaan over de bijrol die Imad, de vriend van het (in de Almeerse Hema ontdekte) Nederlandse topmodel Yfke Storm, in die discussie speelt. In de marge van het hoofdstuk over haar doet hij uit de doeken hoe onthutsend openlijk racistisch hij als ondernemer van Marokkaanse komaf in Nederland wordt bejegend. Maar de verpersoonlijking van die Nederlands-Amerikaanse integratie-discussie is uiteraard almaar meer Ayaan Hirsi Ali gaan heten.
Maar voor een NOVA-afscheidsreportage gaan zijn gedachten toch uit naar een andere icoon. Het mooist lijkt hem een zeiltochtje rond Manhattan met de levende cbs-televisielegende Walter Cronkite (90) aan het roer van diens naar een Nederlandse voorouder vernoemde kits Wyntje.
In de eerste scènes van zijn hoofdstuk over Ayaan (net als zijn Ayaan-documentaire De gelukzoeker getiteld) is een hoofdrol weggelegd voor een van Ayaans beveiligers, de met een Rotterdamse tongval sprekende en van Marokkaanse komaf zijnde Mo(hammed). De verslaggever werd voor de eerste keer met hem en zijn beveiligingsobject geconfronteerd tijdens het avondlijke gala in New York ter gelegenheid van de selectie onder auspiciën van Time Magazine van een top-100 van invloedrijke wereldburgers.
Het viel hem toen op dat Ayaan de avond als een relatief onbekende in dit gezelschap was begonnen, maar er aan het eind ervan definitief (en met stip) tot was toegetreden. Het was vooral dat ‘A star is born’-schouwspel dat hem ertoe bracht om haar te vragen of ze niet beter af zou zijn met Amerika als woonplaats. Hij zette zijn argumentatie kracht bij door haar het boekje Here is New York mee te geven, een anno 1948 door E.B. White verwoorde ode aan de stad. In dat mini-meesterwerk beredeneert White ondermeer dat er voor New York niet anders op zit dan tolerant te zijn, omdat er zonder inschikkelijkheid over en weer een explosief mengsel zou kunnen ontstaan: ‘In New York smeult ieder mogelijk rassenconflict (—) maar opmerkelijker is het ongeschonden bestand.’
Een andere vraag die hij het vvd-Kamerlid vervolgens stelde was of ze zou willen meewerken in een fly on the wall-achtige NOVA-documentaire, waarin ondermeer haar verovering van Amerika te zien zou moeten zijn. Het was in die context (waarover was overeengekomen dat er tussentijds niets naar buiten zou worden gebracht) dat hij al snel van haar te horen kreeg dat ze het begin 2007 voor gezien hield in de Kamer.
‘Uitgekotst in Nederland, uitverkoren in Amerika’, luidt een tussentijdse samenvatting in het Ayaan-hoofdstuk uit Huys’ boek. Als waarnemer in New York had de auteur van die tekst zich een bij uitstek unieke waarnemerspositie verworven in wat zich zou ontwikkelen tot het Ayaan-drama.
Daartoe was op 11 mei een startschot gegeven door de Zembla-documentaire De heilige Ayaan. De daaruit voortgekomen discussie in kabinet en Kamer zou het landsbestuur een week of zes zo ongeveer verlammen. Tenslotte zou de regering (of beter gezegd: de vvd) zich dermate in de affaire verslikken dat het kabinet sneuvelde. Huys is als waarnemer op afstand nog altijd niet bekomen van een affaire die in zijn optiek op niet veel meer neerkomt dan een catfight tussen twee vvd-vrouwen. Voor zijn New Yorkse vrienden, zo is zijn ervaring, is het een zoveelste onbegrijpelijke kwestie waarmee Nederland de voorpagina haalde; daarvoor waren er de moorden op Fortuyn en Van Gogh, daarna de pedofielenpartij in wording.
Hij was er getuige van hoe Ayaan aangeslagen in New York arriveerde nadat ze indringend door Zembla was ondervraagd. Tegenover hem vroeg ze zich af wat men nu eigenlijk van haar wilde: ‘Moet ik soms mijn broek laten zakken om het bewijs (van mijn besnijdenis, red.) te leveren?’
Hij was er ook bij toen d66-aanvoerster Lousewies van der Laan Ayaan een sms’je stuurde met het advies (inzake de door Rita Verdonk in de paspoort-zaak afgedwongen ‘eigen schuld’-verklaring): ‘Dit ga je toch niet ondertekenen? Lousewies’. Tot op heden heeft ze dat overigens altijd keihard ontkend. Op dat soort momenten waarop de camera afwezig was — dat gold uiteraard ook voor min of meer in beslotenheid gevoerde telefonades — bewezen zijn notitieblok en vervolgens zijn boek dus goede diensten.
Zo noteert hij over een overleg inzake Verdonks ramkoers ten kantore van Gerrit Zalm dat die zijn partijgenote-collega als ‘takkenwijf’ betitelt. Voor autorisatie van de tekst door Ayaan had er abusievelijk ‘kutwijf’ in de tekst gestaan (in navolging van de allerwegen aan collega Hoogervorst toegeschreven term ‘K.U.T.-wijf’.)
Oók interessant is Rita Verdonk, die het bestaat om na alles wat er is gebeurd telefonisch aan Ayaan te laten weten (die zit in een vliegtuig dat zich opmaakt op te stijgen: ‘Ik kon mijn oren niet geloven, alle haartjes op mijn arm stonden recht omhoog’) dat zij het ‘persoonlijke steeds van het politieke heeft weten te scheiden’. Ze rondt het gesprek af met de suggestie ‘laten we binnenkort als je weer in het land bent een glas wijn drinken’. Verdonk bleek niet te verleiden tot een vorm van reflectie in de documentaire, tot verdriet van de maker.
Huys heeft zich voorgenomen Ayaan ook na uitzending van deze documentaire te blijven volgen. Het is nu namelijk nog te vroeg om de vraag te beantwoorden of ze, nadat ze op 1 september voor een salaris van een ton in dollars is begonnen bij het American Enterprise Institute, in Amerika zal doorbreken op een manier (maar dan anders) zoals dat haar in Nederland lukte. Maar haar autobiografie (geschreven door een ghostwriter volgens het as told to-procedé) komt begin volgend jaar uit bij Free Press (en in Nederland dezer dagen bij uitgeverij Augustus). En waarom zou iemand met een autobiografie die ze The Infidel (De ongelovige) heeft getiteld eigenlijk niet worden geïnviteerd om aan te schuiven bij de man met de bretellen, Larry King, of beter nog, die andere zwarte vrouw, Oprah?
NOVA, zaterdag, Nederland 3,
22:10–23:00 uur

NB. Dit artikel is verschenen in VARA TV Magazine in augustus 2006.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina