Afstudeerscriptie Analyse over voor- en naschoolse opvang binnen de gemeente Den Haag



Dovnload 467.61 Kb.
Pagina15/18
Datum20.08.2016
Grootte467.61 Kb.
1   ...   10   11   12   13   14   15   16   17   18

5.8 Conclusie


Met het in werking treden van de wet op de kinderopvang in 2005, heeft de gemeente Den Haag zich niet wettelijk verantwoordelijk gevoeld met betrekking tot de uitbreiding van de BSO en kinderopvang. Dit heeft het gemeente ook laten merken door te besluiten om niet meer gemeentepanden aan kinderopvang te verhuren en kinderopvang niet meer te subsidiëren.

De gemeente Den Haag vond dat de markt de BSO moest oppakken. De afwachtende en afzijdige houding van de gemeente werd haar niet in dank afgenomen door de basisschoolbesturen. De basisschoolbesturen begrepen de afzijdige houding niet, wat leidde tot frustratie. Basisschoolbesturen waren welwillend om BSO uit te voeren maar er was sprake van onvermogen. De basisscholen en kinderopvanginstellingen hadden behoefte aan BSO-ruimten, een overlegstructuur en mankracht om de samenwerking tussen de basisscholen en kinderopvanginstellingen te bevorderen. De kinderopvanginstellingen probeerden zo veel mogelijk aan de vraag naar BSO te voldoen. Er vond uiteindelijk van 2005 tot eind 2007, 30% groei van de BSO plaats, wat lang niet voldoende was voor de alsmaar toenemende vraag. Hierdoor bleven de wachtlijsten toenemen.

De gemeente Den Haag koos er in de periode 2005-2006 voor om een informerende en onderzoekende rol te vervullen. Dit zien we terug in het besluit om eind 2006 de Haagse pilot en taskforce BSO te starten. Beide waren opgericht om na te gaan op welke wijze BSO zou moeten worden aangepakt.

De taskforce BSO (waarin de kinderopvanginstellingen en de gemeente vertegenwoordigd waren) komt met adviezen over BSO. De aanbevelingen vanuit de pilot zijn meegenomen en gedeeld met anderen via de onderwijsportaal.

Door een aantal ontwikkelingen in de omgeving is de perceptie van de gemeente Den Haag ten opzichte van BSO veranderd. De ontwikkelingen zijn als volgt verlopen. Vanwege de alsmaar toenemende wachtlijsten (ondanks de groei van het aantal BSO-plaatsen met 30% door de marktwerking) hebben de basisscholen aangegeven de BSO niet te kunnen realiseren vanaf 1 januari 2007. Hierop is de datum verschoven naar 1 augustus 2007. Daarnaast heeft de gemeente Den Haag opdracht gekregen van het ministerie van OCW om de uitvoering van BSO te ondersteunen. De taskforce BSO heeft de gemeente geadviseerd om het BSO-proces te ondersteunen. De adviezen van de taskforce heeft de gemeente Den Haag overgenomen. De gemeente is zich ervan bewust geworden dat de BSO van groot maatschappelijk belang is. Hierop heeft de gemeente een overlegstructuur gecreëerd waarin basisschoolbesturen, kinderopvanginstellingen en de gemeente Den Haag bij elkaar komen en overleggen.

Deze perceptieverandering bracht met zich mee dat de strategie van de gemeente van vermijdende strategie is gewijzigd in faciliterende strategie. Dit komt tot uiting doordat de gemeente financiële bronnen, materiële bronnen en organiserende bronnen gebruikt, waar de andere actoren afhankelijk van zijn ten behoeve van BSO. Dit doet de weerstand in de vorm van onvermogen op de aspecten BSO-ruimten, coördinatie en overlegstructuur afnemen. De gemeente besluit weer gemeentelijke panden te verhuren en 18 miljoen beschikbaar te stellen voor toekomstige bouw van BSO-ruimten teneinde de capaciteit van de BSO te vergroten. De gemeente heeft een projectleider aangesteld om de samenwerking tussen de basisscholen en kinderopvanginstellingen te verbeteren. De gemeente Den Haag heeft een netwerkoverlegstructuur opgezet met Haagse basisschoolbesturen en kinderopvanginstellingen. In deze overlegstructuur zijn de bevindingen van de Haagse pilot en taskforce BSO meegenomen en besproken. Een en ander heeft geresulteerd in ondertekening van het convenant kinderopvang ‘Een plek voor ieder kind’.

Door intensief met elkaar in gesprek te gaan en een gedragen perceptie te formuleren zijn de actoren tot dit convenant gekomen. Op basis van de in het convenant gemaakte afspraken wordt er gewerkt aan het uitbreiden van de BSO. De gemeente Den Haag vervult hierbij nog steeds de facilliterende rol.

Vanuit de theorie bezien heeft de gemeente Den Haag zich van 2005 tot 2007 afzijdig gehouden, waarbij de basisscholen dit gedrag hebben overgenomen. Dit heeft geresulteerd in een tegenvallende groei van het aantal BSO-plaatsen.

Na 2007 heeft de gemeente Den Haag een faciliterende rol opgepakt en een netwerkoverleg opgezet waarin de basisschoolbesturen en kinderopvanginstellingen zijn vertegenwoordigd. Zichtbaar is dat de basisschoolbesturen hebben gereageerd op de perceptie- en strategieverandering van de gemeente Den Haag door hun eigen perceptie en strategie mee te veranderen naar een coöperatieve strategie.

De gemeente Den Haag heeft besloten om gemeentepanden weer te verhuren en actief mee te zoeken naar geschikte ruimten voor BSO. Deze verandering in perceptie en acties heeft in 2007 geleid tot een verdubbeling van het groeiende aantal BSO-plaatsen ten opzichte van 2006. Alle partijen die deelnemen aan het netwerk zijn afhankelijk van elkaar en hebben een gezamenlijke doelstelling, namelijk het wegwerken van de wachtlijst BSO. De toegepaste netwerktheorie is goed bruikbaar. Dit is ook te zien als we naar de periode 2005 tot 2007 kijken, toen er geen netwerkoverleg bestond en de groei van het aantal BSO plaatsen ver achterbleef bij de vraag.

Opvallend is dat de gemeente Den Haag kansen ziet binnen de BSO voor andere beleidsproblemen zoals taalachterstand, burgerschap en ‘van probleemwijken naar prachtwijken’, door de brede school in te voeren. Kinderopvanginstellingen vinden dat eerst de capaciteit van de BSO op peil moet komen, voordat de aandacht op andere onderwerpen gevestigd kan worden. Kinderopvanginstellingen hebben meer tijd nodig om gekwalificeerd personeel aan te kunnen trekken voor de brede school. Het is ook duidelijk te zien dat alle basisscholen de keuze hebben voor een makelaarsmodel waarbij de BSO wordt uitbesteed aan de kinderopvanginstellingen. De basisscholen voelen er weinig voor om schoollokalen beschikbaar te stellen voor de BSO. Hier dient een cultuuromslag te komen. Dit kan goede samenwerking op te bouwen tussen de basisscholen en kinderopvanginstellingen. Als de gemeente Den Haag al in de eerste periode (2005-2007) de coöperatieve strategie had toegepast, dan waren de betrokken actoren nu vermoedelijk al bezig geweest met het implementeren van de brede scholen.



1   ...   10   11   12   13   14   15   16   17   18


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina