Afstudeerscriptie Analyse over voor- en naschoolse opvang binnen de gemeente Den Haag



Dovnload 467.61 Kb.
Pagina17/18
Datum20.08.2016
Grootte467.61 Kb.
1   ...   10   11   12   13   14   15   16   17   18

6.2 Conclusie en aanbevelingen


De belangrijkste conclusie is dat op het gebied van de realisatie van buitenschoolse opvang de gemeente Den Haag uiteindelijk door te opereren volgens de netwerkbenadering en de juiste instrumenten in te zetten de aspecten van onvermogen bij basisscholen en kinderopvanginstellingen heeft kunnen wegnemen.

De gemeente Den Haag heeft met andere partijen in een netwerkomgeving geparticipeerd. Dit heeft geleid tot voldoende BSO-plaatsen en korte wachtlijsten. Er is een duidelijk verschil tussen twee perioden. Hieronder wordt dit toegelicht.

Uit ons onderzoek blijkt dat de gemeente Den Haag in de periode van 2005 tot eind 2006 niet volgens de netwerktheorie heeft geopereerd. De gemeente ging ervan uit dat de kinderopvanginstellingen als particuliere organisaties de uitvoering van BSO zouden oppakken. De gemeente Den Haag zag voor zichzelf geen rol weggelegd. Deze opvatting kwam mede tot stand omdat sinds de invoering van de Wet Kinderopvang in 2005 er geen wettelijke verantwoordelijkheid voor gemeenten meer was op dit terrein. Het gevolg was dat de gemeente Den Haag ervoor koos om zich afzijdig te houden. Dit kan ook worden omschreven als een vermijdende strategie. De rol die de gemeente wel heeft opgepakt was onderzoeken en informeren, door middel van een pilotproject, begeleid door een taskforce BSO.

De gemeente Den Haag heeft na verloop van tijd moeten constateren dat het aantal BSO-plaatsen laag bleef, terwijl de vraag ernaar sterk toenam. Daarbij kwam nog de noodkreet van de basisscholen die de BSO op 1 januari 2007 niet konden realiseren. Hierop heeft het ministerie van OCW de gemeente Den Haag opdracht gegeven om het proces te ondersteunen. Ook de adviesgroep taskforce BSO (waarin de kinderopvanginstellingen en de gemeente Den Haag vertegenwoordigd waren) adviseerde de gemeente om het BSO-proces te ondersteunen, door een achttal actiepunten te realiseren. De gemeente Den Haag heeft deze acht actiepunten overgenomen.

De gemeente Den Haag werd gewaar dat marktwerking niet voldeed om BSO te realiseren. De basisscholen en kinderopvanginstellingen beschikten niet over alle benodigde instrumenten. Zij hadden instrumenten nodig, waarover de gemeente beschikte. De aspecten van onvermogen bij de basisscholen en kinderopvanginstellingen waren: het vinden van BSO-ruimten, financiële middelen om een structurele oplossing voor BSO-ruimten te realiseren, tekort aan mankracht en beleidskennis om een overlegstructuur te creëren, tekort aan mankracht om een samenwerkingsverband tussen de kinderopvang en de basisscholen op te bouwen en de bureaucratie rond bouwvergunningen.

Een en ander bracht de gemeente Den Haag tot nieuwe inzichten. Er is sprake van een keerpunt. De gemeente Den Haag heeft ingezien dat de marktpartijen afhankelijk waren van bovengenoemde instrumenten waarover de gemeente beschikt. De gemeente is zich ervan bewust geworden dat de aanwezigheid van voldoende voorzieningen voor kinderopvang van groot maatschappelijke belang is en daarnaast Den Haag aantrekkelijk maakt voor ouders en bedrijven. Deze nieuwe opvattingen hebben ertoe geleid dat de gemeente een ondersteunende rol op zich heeft genomen ten behoeve van BSO.

Na 2007 heeft de gemeente besloten om materiële hulpbronnen beschikbaar te stellen door weer gemeentepanden te verhuren aan kinderopvanginstellingen en naar bestemmingsplannen te kijken voor mogelijke BSO-ruimten. Hiermee is een van de aspecten van onvermogen bij de basisscholen en kinderopvanginstellingen verholpen.

Het financiële instrument is ook ingezet door 18 miljoen euro vrij te maken om bij toekomstige bouw van basisscholen de BSO-ruimte mee te financieren.

Daarnaast zijn projectleiders aangenomen door de gemeente om de samenwerking tussen de basisscholen en de gemeente te bevorderen.

De gemeente heeft het instrument kennis gebruikt om volgens de netwerktheorie te opereren; zij heeft een netwerkomgeving gecreëerd met partijen als basisschoolbesturen en kinderopvanginstellingen.

Dit heeft geleid tot constructieve gesprekken waaruit afspraken zijn voortgevloeid. Deze afspraken werden vastgelegd in het convenant kinderopvang ‘Een plek voor ieder kind’. Aan dit convenant hebben de betrokken actoren zoals kinderopvanginstellingen en schoolbesturen zich gecommitteerd en de overeengekomen afspraken zijn gezamenlijk uitgevoerd.

Er worden 2 fases beschreven in het convenant. In de eerste fase staat de doelstelling centraal om het aantal BSO-plaatsen uit te breiden. Deze doelstelling is reeds bereikt. Zonder al te lange wachttijden kan elk kind rekenen op een BSO-plaats65. De tweede fase houdt in dat de kwaliteit van brede scholen met leerprofielen verbeterd dient te worden. Deze fase dient in 2012 afgerond te worden.



Op basis van de resultaten van dit onderzoek worden de volgende concrete aanbevelingen gedaan:


  • Gemeentelijke beleidsproblemen die alleen opgelost kunnen worden met de samenwerking en inzet van andere partijen dienen met een netwerkbenadering aangepakt te worden en opgelost te worden door een netwerkomgeving te creëren.

  • De gemeente Den Haag zal in een netwerkomgeving haar rol duidelijker moeten definiëren en invulling aan haar rol dienen te geven. Daarnaast is het van belang dat ook de verwachtingen van diverse partijen duidelijker naar elkaar gecommuniceerd worden.

  • Alle betrokken partijen in de netwerkomgeving dienen de ruimte te krijgen om hun perceptie uit te wisselen binnen het netwerk. Door middel van framing en re-framing kan men tot een gemeenschappelijke, gedragen perceptie komen.

  • Door partijen in het netwerk te betrekken die meerwaarde hebben voor het oplossen van het gemeenschappelijke probleem, kunnen snelle en goede oplossingen aangedragen worden voor BSO-plaatsen.

  • Door intensief met elkaar te communiceren zullen basisscholen en kinderopvanginstellingen naar elkaar toegroeien. Hierdoor zal de samenwerking verbeterd worden. Met intensieve communicatie en samenwerking ontstaat er wederzijds begrip. Er zal sprake zijn van kruisbestuiving tussen de twee verschillende disciplines onderwijs en pedagogie (men leert van elkaar en begrijpt elkaar beter).

  • Het gebruik van basisschoollokalen voor BSO is nog steeds een lastige kwestie, omdat leraren liever niet willen dat hun klaslokaal gebruikt wordt als BSO-ruimte. Op dit punt dient een cultuuromslag plaats te vinden bij basisscholen. Dit kan alleen door intensieve gesprekken tussen de projectleider vanuit de gemeente, de kinderopvanginstellingen en de basisscholen. Naarmate de samenwerking vordert, zal de wederzijdse tevredenheid groeien. Hiermee komt het doel dat basisscholen hun klaslokalen beschikbaar stellen aan kinderen voor BSO, dichterbij. Een dergelijke cultuurverandering kost enige tijd.

  • De weerstand bij scholen had in het begin aanzienlijk verminderd kunnen worden, als de gemeente betere voorlichting had gegeven aan de scholen over de maatregelen die scholen kunnen nemen ten aanzien van de realisatie van BSO.

  • De weerstand in de vorm van onvermogen bij basisscholen zou ook in hoge mate afgenomen zijn als de gemeente vanaf het begin interventie had gepleegd door middel van het opzetten van een overlegstructuur met de betrokken partijen.

  • Er zijn bepaalde hulpbronnen/instrumenten zoals financiën, kennis (in beleid en organiseren van overleg) en materiaal (gemeentepanden verhuren en bestemmingsplannen herzien ten behoeve van BSO) van de gemeente Den Haag waar de basisscholen en kinderopvanginstellingen van afhankelijk zijn om de BSO te kunnen realiseren. Door deze bronnen beschikbaar te stellen, zullen aspecten van onvermogen verholpen worden. Hiermee kan de gemeente de realisatie van BSO vooruithelpen.

  • Tot slot is het in het algemeen aan te bevelen om in een netwerkomgeving volgens een faciliterende strategie te opereren in plaats van een vermijdende strategie.


1   ...   10   11   12   13   14   15   16   17   18


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina