Afstudeerscriptie voor de opleiding Psychologie, Universiteit Twente, Enschede



Dovnload 271.89 Kb.
Pagina2/5
Datum22.07.2016
Grootte271.89 Kb.
1   2   3   4   5

1.8. Probleemstelling

Tijdens interviews met acht preventiemedewerkers van Tactus Verslavingszorg werden ten aanzien van preventieactiviteiten vooral drie belangrijke punten genoemd. De eerste punt is de lage opkomst van ouders tijdens preventieactiviteiten. Het blijkt dat meestal ongeveer 5 % van de uitgenodigde ouders verschijnt. Een tweede punt zijn de behoeften van ouders. De vraag is welke specifieke behoeften ouders hebben ten aanzien van preventieactiviteiten. Als derde punt werd de positionering van de preventieactiviteit genoemd. Welk product aangeboden wordt, welke persoon voorlichting geeft en waar de activiteit plaats vindt kunnen de deelname van ouders sterk beïnvloeden. Niet alleen de positionering maar ook de manier van communicatie en de marketing strategie van een preventieactiviteit kan invloed hebben op de deelname. Het blijft onduidelijk in hoeverre de positionering en de behoeften van ouders van invloed zijn op hun deelname aan preventieactiviteiten.

De probleemstelling die hieruit voorvloeit is dan ook: Welke behoeften hebben ouders ten aanzien van preventieactiviteiten en hoe moet een preventieactiviteiten gepositioneerd worden om beter op de individuele behoeften van ouders af te stemmen?

De vraag is of de opkomst door het inspelen op deze variabelen verhoogd kan worden. Het eerst gestelde doel van dit onderzoek is daarom te kijken welke behoeften en wensen ouders hebben wat betreft preventieactiviteiten. Als tweede doel werd de positionering van het preventieprogramma onderzocht die mogelijkerwijs van invloed is op de deelname van ouders. Op basis van de bevindingen kunnen concrete aanbevelingen worden gegeven om de positionering te verbeteren en af te stemmen op de behoeften van ouders. Om de behoeften van ouders in beeld te brengen is gebruik gemaakt van de Protection Motivation Theory. Voor de positionering is gekozen voor de sociale marketing benadering.



2. De sociale marketing benadering

2.1. De sociale marketing benadering
Sociale marketing is het ontwerpen, uitvoeren en reguleren van een programma om een sociaal idee, doel of praktijk voor een doelgroep aanvaardbaar te maken (Kotler & Armstrong, 1993). Sociale ideeën zijn bijvoorbeeld gezondheidscampagnes tegen roken, alcoholisme of drugsverslaving. De campagne Alcohol en Opvoeding is een sociaal idee dat het onderwerp van marketing kan zijn. De sociale marketing kan verschillende doelen nastreven. In het geval van de campagne Alcohol en Opvoeding zijn de doelen voornamelijk inzicht in gevaren en gevolgen van alcoholgebruik te verhogen en concreet gedrag teweeg te brengen zoals regels stellen met betrekking tot alcoholgebruik door kinderen (Graaf et al. 2007). Om maatschappelijke veranderingen te bereiken en doeltreffende strategieën te formuleren wordt in de sociale marketing het algemene planningsproces van marketing aangehouden (Kotler & Armstrong, 1993). Ten eerste wordt het doel of de gewenste maatschappelijke verandering bepaald. In dit geval is het hoofddoel van de campagne het beïnvloeden van gedrag van ouders om alcoholgebruik bij kinderen op jonge leeftijd te voorkomen (Schulten, 2008). De tweede stap is het de houding, waarden en gedrag van ouders te bestuderen en factoren te herkennen die een rol spelen om niet te gaan deelnemen aan een preventieactiviteit. Hierin worden de communicatiemiddelen en communicatiekanalen overwogen. Als derde stap wordt een marketingplan geformuleerd en uitgevoerd. Deze wordt tenslotte geëvalueerd en eventueel aangepast. Een aantal maatschappelijke marketingcampagnes zijn op basis van dit gestructureerde planningsproces uitgevoerd. Sommige campagnes zijn echter mislukt omdat te nadruk te sterk op reclame werd gelegd en de andere bestanddelen van de marketingmix over het hoofd werden gezien (Kotler & Armstrong, 1993). Met een marketingmix wordt een aantal variabelen bedoeld die in de juiste verhouding moeten staan om een gewenste respons te bereiken. Deze variabelen zijn de vier p’s: Plaats, prijs, product en promotie. Plaats staat voor de locatie of de kanaal waar de preventieactiviteit plaats kan vinden. Voorbeelden zijn buurthuis, school of sportvereniging. Prijs staat voor barrières om niet te gaan deelnemen aan een preventieactiviteit. Hier valt te denken aan tijdsgebrek, reisafstand of andere afspraken. Met product worden opties en stijl van preventieactiviteiten bedoeld. In dit geval worden de producten DVD, folder, internet en ouderavond aangeboden. Ook de persoon die voorlichting geeft zoals een Tactus Verslavingszorg Preventiemedewerker, een expert of een andere ouder hoort bij product. De laatste p staat voor promotie en heeft betrekking op de reclame en werving. Hier valt bijvoorbeeld te denken aan de manier van uitnodigen voor een preventieactiviteit. Het wordt verwacht dat niet alle p’s even belangrijk zijn. Daarom zal dit onderzoek de nadruk leggen op twee p’s: Product en plaats. Promotie en prijs worden niet meegenomen.

De filosofische ondergrond van sociale marketing wordt gevormd door ‘uitwisseling theorie’ (Kotler & Zaltman, 1971). Volgens deze theorie hebben individuen, groepen en organisaties middelen die zij willen ruilen tegen waargenomen voordelen. Voor de kwalificatie als een sociaal marketing transactie moeten in een ruil ideeën of diensten geïntroduceerd worden (Lefebvre, 1998). Sociale marketing faciliteert dit soort transacties tussen groepen. Daarom is het belangrijk dat experts zich bewust zijn van de uitwisseling van ‘middelen’ die plaatsvindt tijdens het interventieproces tussen henzelf en de doelgroep. Deze middelen uiten zich als kosten voor de doelgroep, zoals barrières om deel te nemen, en baten voor de doelgroep zoals waargenomen voordelen van deelnemen.

In de late jaren 80 van de vorige eeuw is men begonnen met marketing principes toe te passen op gezondheidsproblemen. Vroege voorbeelden van deze aanpak zijn studies die werden ontwikkeld door de ‘Victoria Cancer Council’ in Australië. Zij kwamen in 1988 met een campagne gericht op het stoppen met roken genaamd ‘Quit’ en in hetzelfde jaar met de campagne ‘Slip! Slap! Slop!’ Die was gericht op de bescherming tegen de zon om huidkanker te voorkomen (Pearce, 2004). Bij deze campagne werden ook middelen uitgewisseld. Kostenmiddel was geld en tijd en als baat werd vooral de gezondheid onder de aandacht gebracht. Een van de meest grootschalige sociale marketing inspanningen was de campagne ‘Truth’ die op de markt werd gebracht door ‘the American Legacy Foundation’. Deze campagne die gericht was op jongeren slaagde er in om jongeren er van te weerhouden om te beginnen met roken en om te voorkomen dat de overgang gemaakt werd van af en toe roken naar regelmatig roken. Nog steeds wordt de sociale marketing theorie vaak toegepast ter ontwikkeling of testing van interventies. Palmer et al. (2006) maakten gebruik van sociale marketing om de aandacht voor een alcohol programma voor studenten te verhogen. Zij vonden dat segmentatie van verschillende groepen op basis van de vier p’s een belangrijke rol speelt bij de ontwikkeling van effectieve alcoholprogramma’s. Lock en Kaner (2000) wilden wetenschappelijke inzichten met betrekking tot onder andere alcohol overdragen naar het ‘gewone publiek’. In hun marketing onderzoek hebben zij de effectiviteit van twee verschillende promotie strategieën ten aanzien van alcohol interventies getest en geëvalueerd. Zij vonden dat de doelgroep door gebruik te maken van een marketing strategie zoals sociale marketing veel sneller en effectiever bereikt kon worden.

Binnen de marketing kan een onderscheid worden gemaakt tussen ‘push’ en ‘pull’ marketing. Bij push marketing staat de producent van het product centraal en is de insteek om zoveel mogelijk behoefte (en dus afzet) te creëren voor het product. Bij de pull marketing, die tegenwoordig veel wordt toegepast, staan de behoeften en interesses van de cliënt centraal en wordt het product hierop afgestemd (Fine, 1981). De pull invalshoek vormt het uitgangspunt van de sociale marketing benadering, doordat voorafgaand aan het opzetten van campagnes een uitgebreide needs assessment word uitgevoerd. Ook voor dit onderzoek werd gebruik gemaakt van sociale marketing en daarmee pull marketing. De positionering van de preventieactiviteit is belangrijk. Daardoor wordt bepaalt hoe mensen tegen de preventieactiviteit aankijken (Weinreich, 1995). De positionering moet daarom op de behoeften van ouders afgestemd worden. De behoeften van de ouders staan in dit onderzoek centraal. Om deze in beeld te brengen werd gebruik gemaakt van de Protection Motivation Theory.



2.2. De sociaal cognitieve factoren

Om preventief gezondheidsgedrag en behoefte aan voorlichting te verklaren wordt gebruik gemaakt van verschillende sociaal cognitieve gedragsverklaringsmodellen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen attributie modellen zoals het “Self Regulation Model”( Leventhal en Cameron, 1998) en modellen ter voorspelling van gezondheidsgedrag aan de hand van individuele cognities. Dat zijn bijvoorbeeld het “Health Belief Model”(Becker, 1974), de “Protection Motivation theory” (Rogers, 1983), de “Theory of Reasoned Action” ( Fishbein en Ajzen, 1975), de „Theory of Planned Behavior“ (Ajzen, 1991), de „Social Cognitive Theory (Bandura, 1982) en de “Health locus of control”(Norman en Bennett, 1998).

Deze sociaal cognitieve modellen veronderstellen dat individueel gedrag begrepen moet worden als perceptie van de sociale omgeving van het individu. Cognitieve factoren die sociaal gedrag produceren zijn bijvoorbeeld behoefte aan het stellen van regels, behoefte aan informatie of behoefte om een preventieactiviteit te bezoeken. Om gezondheidsgedrag te veranderen moeten deze cognitieve factoren gemanipuleerd en veranderd worden. (Conner en Norman, 2005). Naast cognitieve factoren spelen ook demografische, sociale, emotionele, persoonlijke factoren een rol. Ook de waarnemingen van symptomen en factoren met betrekking op medische verzorging zijn van belang (Rosenstock et al. 1974). Ter verklaring van preventief gedrag is gebruik gemaakt van het Protection Motivation Model (Rogers, 1975).

Het is een geschikt model omdat het ingrijpt op de cognitieve factoren die invloed hebben op de deelname aan een preventieactiviteit. In termen van de sociale marketing benadering kan dit model worden gebruikt voor de push marketing. In deze marketing strategie staat de producent centraal en moeten zoveel mogelijk behoeften ontwikkeld worden. De behoeften van ouders spelen voor dit onderzoek een belangrijke rol. Door de Protection Motivation Theory kunnen de cognitieve factoren in dit geval de behoeften in beeld gebracht worden.



2.3. Protection Motivation Theory


Figuur 2.3. Protection Motivation Theory
De Protection Motivation Theory (PMT) werd oorspronkelijk door Rogers (1975) voor inzichten en verklaringen van angst gedrag ontwikkeld. Deze theorie heeft hij later aangepast en het fungeert nu als een meer algemene theorie voor evaluatie van persuasieve communicatie en als sociaal cognitief model ter verklaring van gezondheidsgedrag (Rogers, 1983). De Protection Motivation Theory is gedeeltelijk gebaseerd op het werk van Lazarus (1966) en Leventhal (1970) en beschrijft maladaptieve en adaptieve vormen van omgaan met gezondheidsrisico’s. Maladaptieve coping reacties op een gezondheidsrisico brengen de gezondheid van een individu in gevaar. Het gaat hier vooral om het vermijden van gezondheidsbeschermend gedrag. Ouders vermijden bijvoorbeeld het stellen van regels omdat zij vinden dat zij een slechte band te hebben met hun kinderen en niet weten hoe zij regels moeten stellen. Hieruit mag geconcludeerd worden dat ouders behoefte hebben aan het stellen van regels. Adaptieve coping reacties zijn reacties, die gezond gedrag bevorderen of beschermen. Deze reactie veronderstelt dat ouders juist wel regels stellen met betrekking tot het alcoholgebruik van hun kinderen. Wat alcoholspecifiek regels betreft passen ouders meestal maladaptief coping toe.

Rogers (1983) gaat ervan uit dat omgevingscomponenten (bv. angst waarneming) en intrapersoonlijke componenten (bv. persoonlijkheid) twee onafhankelijke processen kunnen oproepen: Evaluatie van de dreiging en evaluatie van de copingsstrategieën. Evaluatie van de dreiging bestaat uit de constructen ernst, kwetsbaarheid en intrinsieke of extrinsieke beloningen. Het heeft betrekking op de oorzaak van een bedreiging en de factoren, die invloed hebben op de waarschijnlijkheid dat maladaptieve coping toegepast wordt (bv. vermijding of verhindering). De waarneming van individuen met betrekking tot de ernst en kwetsbaarheid ten opzichte van een bedreiging bepalen de toepassing van maladaptieve coping. Als de dreiging dus door middel van deze twee constructen als hoog ingeschat wordt, is men meer gemotiveerd beschermd gedrag toe te passen zoals het stellen van regels aan hun kinderen. Intrinsieke of extrinsieke beloningen daarentegen stimuleren maladaptieve coping en verhinderen dat ouders regels stellen.

Evaluatie van copingstrategie richt zich op het evalueren van het aanbevolen gezondheidsgedrag. Het construct coping bestaat uit respons effectiviteit, zelf effectiviteit en barrières. Respons effectiviteit is de verwachting van een individu, dat het aanbevolen gedrag bescherming biedt tegen het gezondheidsrisico. Ouders vragen zich af of het stellen van regels effectief is om hun kinderen voor gevolgen van overmatig alcoholgebruik te beschermen. Zelf effectiviteit is de overtuiging van de eigen vaardigheden om het aanbevolen gedrag daadwerkelijk en succesvol uit te voeren. Ouders moeten beoordelen in hoeverre zij zelf in staat zijn regels te stellen. Als deze componenten hoog ingeschat worden is de kans groter dat adaptieve coping toegepast wordt. Barrières zoals tijdgebrek, reisafstand of andere afspraken kunnen de kracht van adaptieve coping verminderen.

Protection Motivation is de laatste variabele van gedrag en wordt gedetermineerd door de positieve invloed van coping en de negatieve invloed van de dreiging. Het opereert als mediator variabele tussen evaluatie van dreiging en coping en het uitvoeren van gezondheidsgedrag. Protection Motivation is gelijk te stellen met gedragsintentie en kan beschermend gezondheidsgedrag oproepen en bevestigen (Boer & Seydel, 1996). Deze variabele bepaalt de behoefte om daadwerkelijk te gaan deelnemen aan een preventieactiviteit. Ook de anderen behoeften van ouders kunnen door de PMT variabelen in beeld worden gebracht.


2.4. Onderzoeksvragen

Het doel van deze studie is om te onderzoeken welke behoeften ouders hebben op het gebied van preventieactiviteiten. Voor de positionering van een preventieactiviteit wordt gebruik gemaakt van het sociale marketing benadering. Ook wordt onderzocht hoe de behoeften van ouders met de variabelen uit de sociale marketing samenhangen. De eventuele samenhang kan worden gebruikt om de communicatie naar de doelgroep beter af te stemmen en aanbevelingen te doen voor aanpassingen van de preventieactiviteiten. Dit leidt tot de volgende onderzoeksvragen:




  1. Welke behoeften hebben ouders op het gebied van alcoholvoorlichting voor hun kinderen?




  1. In welke mate heeft de positionering van de preventieactiviteit, in het kader van de sociale marketing invloed, op de voorkeur voor:

a. het product?

b. de plaats?

c. de persoon?


  1. Hoe hangen de behoeften van ouders samen met de drie variabelen?




  1. Welke concrete aanbevelingen voor preventieactiviteiten kunnen op basis van de eerder gevonden samenhang worden gegeven?


3. Methode
3.1. Respondenten

Dit onderzoek werd gehouden onder ouders van schoolgaande kinderen van klas een tot zes en in de leeftijdsgroep van twaalf tot zestien jaar. Deelnemers aan het onderzoek werden geworven op scholen van het voorgezet onderwijs die deelnemen aan een ouderavond in het kader van de massamediacampagne Alcohol en Opvoeding. Daarnaast werden ook ouders van scholen meegenomen waar geen ouderavond plaats vond, maar die bijvoorbeeld in het verleden een ouderavond hadden bezocht of aan een oudercursus hadden deel genomen. Preventiemedewerkers van Tactus Verslavingszorg hebben dertig scholen in de regio Zwolle, Enschede en Deventer benaderd. Acht scholen hebben in totaal meegedaan. Redenen om niet deel te nemen waren andere onderzoeken, tijdsgebrek of herhaling van het thema.

Er is een brief opgesteld waarin ouders werden ingelicht over het onderzoek Een digitale versie van de brief werd naar de scholen gestuurd. De scholen hebben de brieven vervolgens aan de ouders gestuurd. In totaal zijn er 4000 brieven via de post verstuurd. Naast de werving via scholen werd de link op twee websites geplaatst en werden ouders persoonlijk via email adressen benaderd. In totaal hebben 230 ouders de vragenlijst volledig ingevuld. Dat waren ongeveer 5% van de benaderde ouders. Van alle ingevulde vragenlijsten bleken er twintig onbruikbaar te zijn omdat minder dan de helft van de vragen waren ingevuld.
3.2. Procedure

In de brief werden ouders verzocht om naar de website www.tactus.nl te gaan, waar onder de rubriek advies en hulp de link behoefteonderzoek ouders was geplaatst. Na een korte introductie leidde deze link direct naar de vragenlijst die online kon worden ingevuld. De ingevulde vragenlijst konden de ouders naar Tactus Verslavingszorg sturen. Onder de deelnemers werd aan het eind een waardebon van vijftig euro verloot. Als mensen aan de loting wilden deelnemen moesten zij aan het eind hun e-mail en naamgegevens invullen.




3.3. Meetinstrument

De vragenlijst werd voor dit onderzoek volledig nieuw ontwikkeld. Als uitkomstmaten voor dit onderzoek werden de behoeften van ouders gehanteerd. Om deze behoeften in beeld te brengen werden er interviews gehouden met tien aselect gekozen ouders. Uit de interviews bleek dat ouders vooral behoefte hebben aan informatie over gevolgen en werking van alcohol bij jonge kinderen. Verder hebben zij behoefte aan het stellen van regels met betrekking tot het alcoholgebruik van hun kinderen. Ook bleek dat ouders de praten met andere ouders belangrijk vinden en behoefte hebben om daadwerkelijk naar een preventieactiviteit te gaan. Voor elke uitkomstmaat zijn vragen ontwikkeld op basis van de interviews. De vragen voor de p’s uit de sociale marketing zijn op basis van literatuur nieuw ontwikkeld en in de vragenlijst opgenomen.

Als maat van de interne consistentie werd de Cronbach’s α coëfficiënten gehanteerd. Van elke subschaal is volgens de richtlijnen van COTAN (2004) een Cronbach’s α coëfficiënten bepaald. Alleen als deze alfa boven .6 lag zijn de items van de schalen samengevoegd en deze resultaten voor een verdere analyse gebruikt
3.3.1. Vragen vanuit de sociale marketing benadering
Plaats

Om de voorkeur voor een locatie te meten moesten ouders de geschiktheid van vier locaties beoordelen om een preventieactiviteit plaats te laten vinden. De locaties waren: Bij hen of bij vrienden thuis, op school, bij de sportvereniging of in een buurthuis. De schaal bestond uit vier vragen. Respondenten konden een locatie als (1) geschikt of als (2) ongeschikt beoordelen. Daarnaast werd er een open vraag opgenomen, zodat ouders ook hun eigen ideeën konden inbrengen.



Product

Om de voorkeur voor een product te meten moesten respondenten aangeven of zij gebruik zouden maken van de volgende vier producten: internet, dvd, ouderavond en folder. Deze schaal werd met vier vragen gemeten. De antwoorden werden gescoord op een vijf puntsschaal lopend van (1) zeker niet tot (5) zeker wel.



Prijs

Deze schaal had betrekking op de barrières die ouders zien om niet naar een informatieavond te gaan. De schaal werd met vier vragen gemeten. De vragen konden worden beantwoord op een vijf-punts-schaal met de alternatieven variërend van (1) helemaal mee oneens tot (5) helemaal mee eens. Een voorbeeldvraag was: Als ik een informatiebijeenkomst bezoek dan kom ik niet meer aan mijn andere bezigheden toe. De interne consistentie van deze schaal was hoog (α=.80).


Persoon

Om te peilen hoe ouders denken over de geschiktheid van verschillende personen om een ouderavond te leiden werd gebruikt gemaakt van zes zeven-punts-bipolaire schalen. Er werd zowel naar instrumentele houding (bijvoorbeeld: niet nuttig – nuttig) gevraagd als naar affectieve houding (bijvoorbeeld: slecht – goed). Respondenten moesten de geschiktheid drie personen beoordelen: Een Tactus Verslavingszorg Preventiemedewerker, een expert en een andere (daarvoor getrainde) ouder. De interne consistentie van alle schalen was zeer hoog (α=. 93)


3.3.2. Vragen over de behoeften van ouders
Behoefte aan Informatie

Om te peilen in hoeverre ouders überhaupt behoefte hebben aan de informatie die tijdens ouderavonden wordt overgebracht is ouders gevraagd naar hoe zij staan tegenover de programmadoelen van een ouderavond. Doel is het bijbrengen van nieuwe informatie over negatieve gevolgen van alcoholgebruik door jongeren. Voor dit doel werden drie vragen meegenomen in het onderzoek. Een voorbeeld vraag voor houding ten opzichte van het leren over negatieve effecten van alcoholgebruik door kinderen was: Ik vind het interessant om nieuwe informatie over alcohol en opvoeding te horen. De interne consistentie van deze vragen was hoog (α=.90).


Behoefte aan het stellen van regels

De behoefte aan het stellen van regels werd met drie vragen gemeten. Doel is het te bereiken dat ouders positief tegenover het maken van duidelijke afspraken met hun kinderen staan en deze toepassen. Een voorbeeld vraag voor houding ten opzichte van het stellen van regels was: Ik vind het belangrijk om te voorkomen dat mijn kind gaat drinken voordat het 16 is. De interne consistentie was redelijk (α=.57).


De vragen uit beide schalen konden worden beantwoord op een vijf-punts-schaal met de alternatieven variërend van (1) helemaal mee oneens tot (5) helemaal mee eens.
Praten met andere ouders

Deze schaal peilde hoe ouders aankijken tegen het bezoeken van een informatiebijeenkomst met andere ouders. De schaal werd met drie vragen gemeten. Een voorbeeldvraag was: Ik zou het fijn vinden om ervaringen, ideeën en tips uit te wisselen met andere ouders over opvoeding van mijn kind met betrekking tot alcoholgebruik. De vragen konden worden beantwoord op een vijf-punts-schaal met de alternatieven variërend van (1) helemaal mee oneens tot (5) helemaal mee eens. De interne consistentie was zeer hoog (α=.96).


Behoefte om een ouderavond te bezoeken

Behoefte om een ouderavond te bezoeken werd gemeten met drie vragen. De eerste vraag peilde of ouders deel zouden nemen aan de ouderavond. De twee daaropvolgende vragen peilde of ouders zouden deelnemen als zij, respectievelijk, een andere afspraak hadden of als zij dachten dat hun kind nog niets te maken zou hebben met alcoholgebruik. Antwoordmogelijkheden varieerden op een vijf-punts- schaal met de alternatieven van (1) zeker niet tot (5) zeker wel. De interne consistentie was hoog (α=.90).


3.3.3. De situatiegebonden variabelen
Situatiegebonden variabelen van het kind

Respondenten werden gevraagd naar het geslacht van hun kind, de leeftijd van hun kind, de school die hun kind bezoekt, het opleidingsniveau van hun kind, in welke klas hun kind zit en het hoeveelste kind het betreft in de geboortevolgorde. Ouders werden aangehouden om steeds maar één kind in gedachten te houden.


Persoonlijke gegevens van respondenten

Ouders werden gevraagd naar de gezinsgrootte, hun eigen opleidingsniveau en hun woonplaats.


Alcoholgebruik

Ouders werden gevraagd om hun eigen drankgebruik en het drankgebruik van zowel het betreffende kind als de vrienden van het betreffende kind in te schatten. Zij konden antwoorden op een vijf puntschaal die liep van (1) nooit tot (5) (bijna) elke dag.



1   2   3   4   5


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina