Afstudeerscriptie voor de opleiding Psychologie, Universiteit Twente, Enschede



Dovnload 271.89 Kb.
Pagina3/5
Datum22.07.2016
Grootte271.89 Kb.
1   2   3   4   5

3.4. Statistische analyse

De demografische gegeven zijn in frequentietabellen weergegeven. Als afhankelijke variabelen werd in dit onderzoek de variabelen uit de sociale marketing gehanteerd. Dat waren plaats (bijv. school), product (bijv. Internet) en persoon (bijv. Tactus Verslavingszorg preventiemedewerker). De onafhankelijke variabelen in dit onderzoek waren de behoeften van ouders: De behoefte aan informatie, behoefte aan het stellen van regels, behoefte aan praten met andere ouders en de behoefte om een preventieactiviteit te bezoeken. Om de samenhang vast te stellen tussen de behoeften van ouders aan de ene kant en de variabelen uit de sociale marketing aan de andere kant werden drie aparte correlatiematrices opgesteld. De met de betreffende afhankelijke variabele significant samenhangende variabelen zijn in de regressieanalysen opgenomen. Om te toetsen welke behoeften van ouders het meest voorspellend zijn werden voor de variabelen product en persoon afzonderlijke lineaire regressieanalyses uitgevoerd. Voor regressieanalyse is eerst een model toetsing verricht en naar de F-waarde gekeken. Vervolgens is onderzocht welke bijdrage elke onafhankelijke variabele aan het model levert.



4. Resultaten

4.1. Situatiegebonden gegevens van de deelnemende ouders
Van 234 ouders die aan dit onderzoek deelnemen zijn de situatiegebonden gegevens in tabel 4.1. weergegeven.
Tabel 4.1.

Situatiegebonden gegevens van de deelnemende ouders

N=230 %

Aantal kinderen gezin

1 20 9%


2 105 46%

3 72 31%


4> 33 14%

Onderwijs

mbo 88 38%

hbo 99 43%

wo 21 9%


anders 23 10%
Bijna de helft van de deelnemende ouders geeft aan twee kinderen te hebben, een derde heeft drie kinderen. Rond een derde van de respondenten heeft een mbo opleiding gevolgd en een nog groter aantal heeft een hbo opleiding gedaan. Wetenschappelijk onderwijs of een andere vorm van onderwijs komt weinig voor.

4.2. Situatiegebonden gegevens van de kinderen van de deelnemende ouders
Tabel 4.2. geeft de situatiegebonden gegevens van de kinderen van de deelnemende ouders weer.

Tabel 4.2.

Situatiegebonden gegevens van de kinderen van de deelnemende ouders

N=230 %

Geslacht

Jongen 133 58%

Meisje 97 42%

Leeftijd

10-12 38 16%

13-14 120 52%

15-16 72 31%



Geboorterang

1 130 57%

2 61 26%

3 29 13%


4 10 4%

Opleidingsniveau

Praktijonderwijs 20 9%

Vmbo 97 42%

Havo 40 17%

Vwo 74 32%

Klas middelbare school

1-2 146 63%

3-4 76 33%

5-6 9 4%
Meer dan de helft van de ouders die het geslacht van hun kind hebben aangegeven jongens zijn. Ongeveer een kwart van de kinderen bestaat uit meisjes. De gemiddelde leeftijd van de kinderen is 13.78 (SD= 1.35). Iets meer dan de helft van de kinderen is tussen dertien en veertien jaar oud. Een derde is tussen vijftien en zestien jaar oud. Deze leeftijden zijn ook in de klassen terug te vinden die ouders hebben aangegeven. Iets meer dan twee derde van de kinderen zit in klas een of twee, gevolgd van respectievelijk een derde van de kinderen die in de derde of vierde klas zit.

Relevant voor dit onderzoek is dat meer dan de helft van de kinderen van de respondenten het eerstgeboren kind is in de familie. Ouders hebben of nog meer jongere kinderen of maar een kind in de familie. Ongeveer een kwart van de kinderen is verder als tweede kind geboren. Over het opleidingsniveau valt te zeggen dat de meeste kinderen een vmbo opleiding volgen. Een relatief groot aantal volgt vwo onderwijs. Een kleiner gedeelte van de groep volgt havo onderwijs. De oververtegenwoordiging van wetenschappelijk onderwijs treedt op omdat een van de grootste scholen die voor dit onderzoek zijn benaderd een gymnasium is.




4.3 Alcoholgebruik van de deelnemende ouders, hun kinderen en de vrienden van hun

kinderen
In tabel 4.3. wordt het alcoholgebruik van de ouders zelf, het geschatte alcoholgebruik van hun eigen kinderen en de vrienden van hun kinderen weergegeven.
Tabel 4.3.

Alcoholgebruik van ouders en kinderen

N=230 %

Alcoholgebruik Ouder

Nooit 50 22%

Af en toe 118 51% (bijna)elk weekend 43 19%

(bijna) elke dag 20 8%



Alcoholgebruik Kind

Nooit 162 70%

Af en toe 61 27%

(bijna)elk weekend 6 3%

(bijna) elke dag 1 0%

Alcoholgebruik Vrienden Kind

Nooit 87 37%

Af en toe 121 53%

(bijna)elk weekend 22 10%



(bijna) elke dag 1 0 %
De helft van de deelnemende ouders geeft aan af en toe alcohol te drinken. Een klein gedeelte van de ouders drink nooit tegen een bijna even groot gedeelte dat bijna elk weekend alcohol drinkt. Het alcoholgebruik van hun eigen kinderen schatten ouders opvallend laag in. Bijna drie kwart van de ouders denkt dat hun kinderen nooit alcohol drinken. Een kwart neemt aan dat hun kinderen af en toe drinken en geen enkele ouder denkt dat hun kinderen elk weekend alcohol drinken. Opvallend is dat ze wel aannemen dat de vrienden van hun kinderen drinken. De helft van de ouders denkt dat de vrienden van hun kinderen af en toe drinken en maar iets meer dan een derde denkt dat de vrienden van hun kinderen nooit drinken vergeleken met bijna twee derde van de ouders die denken dat hun eigen kinderen nooit drinken.

4.4. De behoeften van ouders ten aanzien van preventieactiviteiten

Tabel 4.4. geeft de behoeften ten aanzien van preventieactiviteiten van ouders weer.




Tabel 4.4.

Behoeften van ouders ten aanzien van preventieactiviteiten
M SD

Informatiebehoefte 4.2 .70


Behoefte aan regels stellen 3.9 .79
Praten andere ouders 3.5 .91
Behoefte ouderavond te bezoeken 3.4 .98
Ouders geven aan veel behoefte te hebben aan informatie over het alcoholgebruik van hun kinderen. Ook de behoefte aan het stellen van regels blijkt zeer relevant te zijn. Opvallend is dat de gemiddelde score op de behoefte aan een daadwerkelijke deelname aan preventieactiviteiten lager is dan de scores op de overige behoeften. De score voor een daadwerkelijke deelname ligt net vier tiende boven het middenpunt van de schaal. De behoefte aan praten met andere ouders ligt vijf tiende boven het middenpunt van de schaal. Ouders hebben meer behoefte aan informatie en het stellen van regels en minder behoefte aan het praten met andere ouders en de daadwerkelijke deelname aan een preventieactiviteit.

4.5. Voorkeur voor een voorlichtingsproduct en een voorlichtinggevende instantie
Tabel 4.5. geeft de voorkeuren van ouders wat betreft het voorlichtingsproduct en een voorlichtinggevende instantie weer.
Tabel 4.5.

Voorkeuren van ouders wat betreft het voorlichtingsproduct en een voorlichtinggevende instantie
M SD

Voorlichtingsproduct

Internet 3.8 1.1

DVD 2.9 1.2

Folder 3.8 1.0

Ouderavond 3.9 .98

Voorlichtinggevende Instanties

Tactus 4.3 .79

Expert* 4.2 .79



Ouder 3.6 .81

*Expert= kinderarts, deskundige of wetenschapper op het gebied van alcohol


Ouders vinden een ouderavond gemiddeld het meest geschikte voorlichtingsproduct. Ook de score voor folder en internet is gemiddeld redelijk hoog. DVD heeft de laagste score. Ouders vinden een DVD het minst geschikt voor voorlichting.

De scores op de schaal voor de voorkeur voor een Tactus Verslavingszorg preventiemedewerker en ook voor een expert zijn hoog. De score op de schaal voor een voorkeur voor een getrainde ouder is beduidend lager. Vergeleken met een expert of een Tactus Verslavingszorg preventiemedewerker vinden ouders een getrainde ouder veel minder geschikt om voorlichting te geven.


4.6. Geschiktheid van een plaats voor preventieactiviteiten
Tabel 4.6. laat zien welke voorkeuren ouders voor een plaats voor preventieactiviteiten hebben.
Tabel 4.6.

Geschiktheid van een plaats voor preventieactiviteiten

Plaats

Geschikt Niet geschikt

N % N %

Bij u of vrienden thuis 40 16% 190 77%


Sportvereniging 128 52% 102 41%
School 222 90% 8 3%
Buurthuis 177 71% 53 21%

Tabel 4.6. laat zien dat iets meer dan drie kwart van de ouders thuis of bij vrienden thuis geen geschikte locatie vindt voor een preventieactiviteit. School en buurthuizen zijn volgens de deelnemende ouders echter wel geschikte plaatsen om voorlichting te geven. Vooral school vindt een opvallend groot gedeelte van de ouders een geschikte locatie. Over een sportvereniging zijn de meningen verdeeld. De helft van de respondenten vind een sportvereniging een geschikte plaats en iets minder dan de helft vind deze locatie niet geschikt.



4.7. Samenhangen tussen de behoeften van ouders en hun voorkeur voor een plaats
Tabel 4.7. geeft samenhangen tussen de behoeften van ouders en hun voorkeur voor een plaats weer.

Tabel 4.7.

Samenhangen tussen behoeften van ouders en hun voorkeur voor een plaats
Behoefte informatie Behoefte regels Praten andere ouders Behoefte ouderavond
Thuis .10 -.02 .18** .08
Sport .04 .19** .16* .05
School .13 .19** .20** .14*
Buurthuis .07 .06 .27** .24**

** significantie bij p < 0.001 (2-zijdig)

* significantie bij p < 0.05 (2-zijdig)
Ouders die behoefte hebben aan praten met andere ouders vinden vooral thuis of bij vrienden thuis (r=.18, p<0.05), school (r=.20, p<0.05 ) of buurthuis (r=.27, p<0.001) een geschiktere locatie voor een preventieactiviteit dan ouders met een lage behoefte aan praten met andere ouders. Ouders die behoefte hebben aan het stellen van regels vinden zowel school (r=.19, p<0.001) als ook sportverenigingen (r=.19, p<0.05) een geschiktere plaats dan ouders die minder behoefte hebben aan het stellen van regels. Ouders die eerder geneigd zijn om te komen vinden vooral een buurthuis (r=.24, p<0.001) een geschiktere locatie dan ouders met weinig behoefte aan een daadwerkelijke deelname. De behoefte aan praten met andere ouders is van alle behoeften het meest van invloed op de voorkeur voor een locatie.

4.7.1. Geschiktheid van thuis of bij vrienden als locatie voor een preventieactiviteit afhankelijk van de behoeften van de ouders
In tabel 4.7.1. staan de verschillen in behoeften tussen de groep ouders die thuis of bij vrienden thuis geschikt vindt en de groep ouders die dat niet vindt.
Tabel 4.7.1.

Geschiktheid van thuis of bij vrienden afhankelijk van de behoeften van ouders

Thuis of bij vrienden thuis

Geschikt Niet geschikt F p

Behoefte aan Informatie 4.3 4.2 2.3 .1


Behoefte aan regels stellen 1.9 2.0 .1 .8
Praten andere ouders 3.9 3.5 7.7 <.01
Behoefte ouderavond te bezoeken 3.5 3.3 1.6 .2
Uit de univariate variantieanalyse blijkt dat het verschil tussen de groepen alleen bij praten met andere ouders significant is (F(1,230)=7.7, p= <.01). Het verschil tussen alle andere variabelen blijkt niet significant te zijn. Dat betekent dat ouders die thuis of bij vrienden een geschikte locatie vinden meer behoefte hebben aan het praten met andere ouders. Overige verschillen worden niet gevonden.

4.7.2. Geschiktheid van een sportvereniging als locatie voor een preventieactiviteit afhankelijk van de behoeften van de ouders
In tabel 4.7.2. staan de verschillen in behoeften tussen de groep ouders die een sportvereniging geschikt vindt en de groep ouders die dat niet vindt.
Tabel 4.7.2.

Geschiktheid van een sportvereniging afhankelijk van de behoeften van ouders sportvereniging

Geschikt Niet geschikt F p

Behoefte aan Informatie 4.2 4.1 .3 .6


Behoefte aan regels stellen 2.1 1.8 7.4 <.01
Praten andere ouders 3.7 3.4 5.8 .02
Behoefte ouderavond te bezoeken 3.4 3.3 .6 .4

Uit de univariate variantieanalyse komt naar voren dat het verschil tussen de groepen bij behoefte aan het stellen van regels (F(1,228)=7.4, p= <.01) en bij praten met andere ouders significant is (F(1,230)=5.8, p=.02). Ouders die een sportvereniging geschikter vinden hebben meer behoefte aan praten met andere ouders dan de groep ouders die minder behoefte hebben aan praten met andere ouders. Ook hebben ouders die een sportvereniging geschikt vinden meer behoefte aan het stellen van regels dan ouders die een sportvereniging niet geschikt vinden.



4.7.3. Geschiktheid van school als locatie voor een preventieactiviteit afhankelijk van de behoeften van de ouders
In tabel 4.7.3. staan de verschillen in behoeften tussen de groep ouders die een school geschikt vindt en de groep ouders die dat niet vindt.

Tabel 4.7.3.

Geschiktheid van een school afhankelijk van behoeften van ouders

School

Geschikt Niet geschikt F p

Behoefte aan Informatie 4.2 3.7 3.5 .06


Behoefte aan regels stellen 2.6 1.9 7.9 .05

Praten andere ouders 3.5 3.1 9.7 <.01


Behoefte ouderavond te bezoeken 3.4 3.2 4.8 .03
Uit de univariate variantieanalyse komt naar voren dat het verschil tussen de groepen voor alle behoeften ten aanzien van preventieactiviteiten significant is behalve voor de behoefte aan informatie (F(1,223)=3.5, p= .06). Voor de behoefte aan het stellen van regels (F(1,204)=7.9, p= .05), de behoefte aan praten met andere ouders (F(1,228)=9.7, p= <.01) en de behoefte aan het bezoeken van een ouderavond (F(1,228)=4.8, p= .03). Ouders die behoefte hebben aan het stellen van regels, aan praten met andere ouders en aan het bezoeken van een ouderavond vinden school geschikter dan ouders die hieraan minder behoefte hebben.

4.7.4. Geschiktheid van een buurthuis als locatie voor een preventieactiviteit afhankelijk van de behoeften van de ouders
In tabel 4.7.4. staan de verschillen in behoeften tussen de groep ouders die een buurthuis geschikt vindt en de groep ouders die dat niet vindt.
Tabel 4.7.4.

Geschiktheid van een buurthuis afhankelijk van de behoeften van ouders

Buurthuis

Geschikt Niet geschikt F p

Informatiebehoefte 4.2 4.1 .9 .35


Behoefte aan regels stellen 2.0 1.9 .9 .33

Praten andere ouders 3.7 3.1 17.0 <.01


Behoefte ouderavond te bezoeken 3.5 2.9 13.4 <.01
Uit de univariate variantieanalyse komt naar voren dat het verschil tussen de groepen bij behoefte aan praten met andere ouders (F(1,224)=17.0, p= <.01) en de behoefte om een ouderavond te bezoeken (F(1,224)=13.4, p= <.01) significant is. Ouders die een buurthuis geschikt vinden hebben meer behoefte aan praten met andere ouders en meer behoefte aan het daadwerkelijk bezoeken van een ouderavond dan ouders die een buurthuis niet geschikt vinden.


4.8. Samenhangen tussen behoeften van ouders en hun voorkeur voor

voorlichtingsproducten
In tabel 4.8. zijn de samenhangen tussen de behoeften van ouders en hun voorkeuren voor producten weergegeven.
Tabel 4.8.

Samenhang tussen de behoeften van ouders en hun voorkeur voor producten
Behoefte Informatie Behoefte regels Praten andere ouders Behoefte ouderavond
Internet .32** .22** .17** .21**
DVD .15* .09 .17* .21**

Folder .23** .14* .19** .22**



Ouderavond .41** .25** .66** .69**

** significantie bij p < 0.001 (2-zijdig)

* significantie bij p < 0.05 (2-zijdig)

Naarmate ouders meer behoefte hebben aan informatie vinden zij een ouderavond (r=.41, p= <0.001), internet (r=.32, p= <0.001) en een folder (r=.23, p= <0.001) geschikter dan ouders die weinig behoefte hebben aan informatie. Als ze behoefte hebben aan informatie zullen ze vooral een van deze voorlichtingsproducten kiezen. De samenhang tussen DVD en behoeften aan informatie is niet sterk (r=.15, p=<0.05). Ouders vinden een DVD geen geschikt product om over alcohol geïnformeerd te worden.

Ouders die meer behoefte hebben aan het stellen van regels vinden internet (r=.22, p=<0.001) en ouderavond (r=.25, p=<0.001) geschiktere voorlichtingsproducten dan ouders die minder behoefte hebben aan het stellen van regels. De samenhang tussen DVD en behoeften aan informatie is niet significant. (r=.09, p=.3). Ouders vinden een DVD geen geschikt voorlichtingsproduct als ze behoefte hebben aan het stellen van regels.

Ouders die met andere ouders willen praten hebben een sterkere voorkeur voor internet (r=.17, p= <0.001), folder (r=.19, p= <0.001) of voor een ouderavond (r=.66, p= <0.001) vergeleken met ouders die geen behoefte hebben aan praten met andere ouders. Een DVD vindt deze groep ouders minder geschikt (r=.17, p= <0.05) vergeleken met ouders die minder behoefte hebben aan praten met anderen.

Ouders die behoefte hebben aan het bezoeken van een ouderavond vinden alle voorlichtingsproducten geschikt vergeleken met de ouders die weinig behoeften hebben ten aanzien van preventieactiviteiten. Hun voorkeur gaat vooral uit naar de ouderavond (r=.69, p= <0.001). De ouderavond hangt het sterkst samen met alle behoeften van ouders wat betreft alcoholvoorlichting. Het aanbieden van een ouderavond zou daarmee de beste manier zijn om te bereiken dat ouders daadwerkelijk komen. De samenhang tussen DVD en de behoeften van ouders wat betreft preventieactiviteiten is het minst sterk. Een DVD is daarmee geen geschikt voorlichtingsproduct. Samenvattend kan worden gezegd dat de voorkeur voor een voorlichtingsproduct goed voorspeld kan worden door de behoeften van ouders.


4.8.1. Voorkeuren voor producten afhankelijk van de behoeften van ouders
Tabel 4.8.1. geeft de voorkeuren voor de aangeboden producten afhankelijk van de behoeften van de ouders met betrekking tot alcoholvoorlichting weer.
Tabel 4.8.1.

Voorkeuren voor producten afhankelijk van de behoeften van ouders
Internet Folder DVD Ouderavond
Construct β p β p β p β p
Informatiebehoefte .29 .001** .18 .02* .05 .53 .10 .06

Behoefte aan regels .13 .06 -.07 .33 -.05 .54 -.07 .19


Praten andere ouders -.03 .68 .01 .94 .04 .65 .32 .001**
Behoefte aan avond .07 .39 .09 .27 .09 .29 .44 .001**

R .37 .27 .17 .74



R² .14 .07 .03 .55

** significantie bij p < 0.001 (2-zijdig)

* significantie bij p < 0.05 (2-zijdig)
De regressie van de behoefte van ouders op de voorkeur voor het product internet kan een matig gedeelte van de variantie kan verklaren (F(4,226)=7.8, p=<0.001). 14 % van de variantie in voorkeur voor internet kan worden verklaard door de regressie van de behoeften van ouders op de voorkeur voor internet. De behoefte aan informatie is de enige significante voorspeller voor de voorkeur voor het product internet (β=.29, p=.00).

De regressie van de behoeften van ouders op de voorkeur voor een folder kan maar een klein significant gedeelte van de variantie verklaren. (F(4,226)=3.9, p=.01). 7% van de variantie in voorkeur voor een folder kan worden verklaard door de regressieanalyse. Ook voor een folder is behoefte aan informatie de enige significante voorspeller voor de voorkeur voor een folder (β=.18, p=.02).

Bij de regressie van de behoeften van ouders op de voorkeur voor een DVD blijkt het model niet in staat te zijn een significant gedeelte van de variantie in voorkeur voor een DVD te verklaren (F(4,226)=1.4, p=.24).

De regressie van de behoeften van ouders op de voorkeur voor een ouderavond kan wel een significant gedeelte van de variantie verklaren (F(4.226)=60.6, p=.00). Maar liefst 55% van de variantie in voorkeur voor een ouderavond kan worden verklaard door de regressie van de behoeften op de voorkeur voor een ouderavond. Het blijkt dat vooral praten met andere ouders (β=.32, p=.00) en behoefte aan een ouderavond (β=.44, p=.00) belangrijke variabelen zijn die de voorkeur voor een ouderavond voorspellen. Ook blijkt de behoefte aan informatie een redelijk goede voorspeller te zijn (β=.10, p=.06). Alleen de behoefte aan het stellen van regels blijkt niet significant bij te dragen aan de voorspellende waarde van het model (β=-.07, p=.19). Samenvattend valt te zeggen dat de behoeften van ouders de voorkeur voor een voorlichtingsproduct duidelijk kunnen voorspellen. Vooral de voorkeur voor een ouderavond kan door de behoeften van ouders goed worden verklaard.



4.9. Samenhangen tussen behoeften van ouders en voorkeur voor voorlichtinggevende instanties
Tabel 4.9. geeft de samenhangen weer tussen de behoeften van ouders en hun voorkeur voor voorlichtinggevende instanties.

Tabel 4.9.

Samenhangen tussen de behoeften van ouders en hun voorkeur voor voorlichtingsgevende instanties
Behoefte Informatie Behoefte Regels Praten andere ouders Behoefte Ouderavond

Tactus .33** .22** .37** .38**


Expert .33** .14* .29** .24**

Ouder .19** .05 .27** .23** ** significantie bij p < 0.001 (2-zijdig)

* significantie bij p < 0.05 (2-zijdig)


Naarmate ouders meer behoefte hebben aan informatie vinden zij een Tactus Verslavingszorg preventiemedewerker (r=.33, p=<0.001) of een expert (r=.33, p=<0.001) geschikter dan ouders die minder behoefte hebben aan informatie. Een getrainde ouder die voorlichting geeft vinden ouders minder geschikt (r=.19, p=<0.001) dan een expert of een Tactus Verslavingszorg preventiemedewerker.

Ouders met een sterke behoefte aan het stellen van regels vinden een Tactus Verslavingszorg preventiemedewerker (r=.22, p=<0.001) geschikter dan ouders die minder behoefte hebben aan het stellen van regels. Een expert vinden ouders minder geschikt (r=.14, p=<0.05). De samenhang tussen de behoefte aan het stellen van regels en de voorkeur voor een ouder die voorlichting geeft is als enige variabele niet significant (r=.05, p=.52).



De voorkeur van ouders die behoefte hebben aan het praten met andere ouders gaat uit naar een Tactus Verslavingszorg preventiemedewerker (r=.37, p=<0.001). Een expert (r=.29, p=<0.001) of een getrainde ouder (r=.27, p=<0.001) vinden ouders die veel behoefte hebben aan praten met andere ouders minder geschikt dan ouders die weinig behoefte hebben aan praten met andere ouders.

Naarmate ouders meer behoefte hebben aan het bezoeken van een ouderavond vinden zij een Tactus Verslavingszorg preventiemedewerker geschikter (r=.38, p=<0.001). Ook hebben ouders een expert (r=.24, p=<0.001) en een andere getrainde ouder (r=.23, p=<0.001) als minder geschikt beoordeeld. Opvallend is dat ouders vooral een voorkeur hebben voor een Tactus Verslavingszorg preventiemedewerker. Als ze vooral behoefte hebben aan informatie vinden zij een expert geschikt. Een andere getrainde ouder die alcoholvoorlichting geeft vinden ouders niet geschikt.




1   2   3   4   5


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina