Afstudeerscriptie voor de opleiding Psychologie, Universiteit Twente, Enschede



Dovnload 271.89 Kb.
Pagina4/5
Datum22.07.2016
Grootte271.89 Kb.
1   2   3   4   5

4.9.1. Voorkeuren voor verschillende voorlichtinggevende instanties afhankelijk van de

behoeften van ouders
Tabel 4.9.1. laat de verschillen in de beoordeling van voorlichtinggevende instanties zien afhankelijk van de behoeften van ouders.
Tabel 4.9.1.

Voorkeuren voor voorlichtinggevende instanties
Expert Ouder Tactus

Construct β p β p β p
Informatiebehoefte .28 .00** .12 .12 .23 .00**
Behoefte aan regels .20 .00** .07 .34 -.05 .50
Praten andere ouders .19 .02* .19 .03* .17 .03*
Behoefte aan avond .02 .83 .16 .06 .15 .06

R .39 .36 .45



R2 .16 .13 .20

** significantie bij p < 0.001 (2-zijdig)

* significantie bij p < 0.05 (2-zijdig)

De regressie van de behoeften van ouders op de voorkeur voor een expert kan een matig gedeelte van de variantie verklaren (F(4,226)=9.0, p=.00).16 % van de variantie in voorkeur voor een expert kan worden verklaard door de regressie van de behoeften van ouders op de voorkeur voor een expert. Het blijkt dat de behoefte aan informatie (β=.28, p=.00), behoefte aan regels (β=.02, p=.00) en behoefte aan praten met andere ouders (β=.19, p=.02) significante voorspellers zijn voor de voorkeur voor een expert.

De regressie van de behoeften van ouders op de voorkeur voor een andere getrainde ouder kan maar een klein significant gedeelte van de variantie verklaren. (F(4,226)=7.1, p=.00). 13% van de variantie in voorkeur voor een ouder kan worden verklaard door de regressieanalyse. Praten met andere ouders is de enige significante voorspeller voor de voorkeur voor een andere ouder die voorlichting geeft (β=.19, p=.03).

De regressie van de behoeften van ouders op de voorkeur voor een Tactus Verslavingszorg preventiemedewerker kan vergeleken met de andere voorlichtinggevende instanties het grootste gedeelte van de variantie verklaren (F(4,226)=12.4, p=.00). 20% van de variantie in voorkeur voor een Tactus Verslavingszorg preventiemedewerker kan worden verklaard door de regressie van de behoeften op de voorkeur voor een Tactus Verslavingszorg preventiemedewerker. Het blijkt dat vooral de behoefte aan informatie (β=.23, p=.00) een belangrijke variabele is die de voorkeur voor een Tactus Verslavingszorg preventiemedewerker kan voorspellen. Ook de behoefte aan informatie is een redelijk goede voorspeller (β=.17, p=.03) Alleen de behoefte aan het bezoeken van een ouderavond blijkt niet significant bij te dragen aan de voorspellende waarde van het model. Er mag geconcludeerd worden dat ouders die behoefte hebben aan informatie een expert of een Tactus Verslavingszorg preventiemedewerker geschikt vinden als voorlichter. Bij behoefte aan het stellen van regels geven zij een voorkeur aan voor een expert. Geen van de ouders heeft een voorkeur voor een andere ouder die voorlichting geeft.



5. Conclusie

5.1. Behoeften van ouders wat betreft preventieactiviteiten

Met vier onderzoeksvragen wordt in beeld gebracht wat bij ouders speelt en hoe preventieactiviteiten beter op hun behoeften kunnen worden afgestemd. De eerste onderzoeksvraag heeft betrekking op de behoeften van ouders: Welke behoeften hebben ouders op het gebied alcoholvoorlichting voor hun kinderen?Uit de resultaten komt naar voren dat ouders vooral veel behoefte hebben aan informatie over negatieve gevolgen van alcoholgebruik van hun kinderen. Uit dit onderzoek blijkt dus dat ouders behoefte hebben aan meer en aanvullende informatie. Om in beeld te brengen welke informatie ouders precies willen is verder onderzoek nodig.

Verder hebben ouders behoefte aan het stellen van regels voor het alcoholgebruik van hun kinderen. Hieruit kan geconcludeerd worden dat ouders een duidelijk belang hebben bij het stellen van regels voor hun kinderen en grenzen willen stellen. Het probleem bij het stellen van regels is dat ouders vaak niet weten hoe zij dat moeten aanpakken. Ook Graaf et al. (2007) stelden dat voor ouders de manier waarop regels gesteld dienen te worden niet duidelijk is. De resultaten uit dit onderzoek bevestigen deze stelling. Waarschijnlijk vinden ouders het moeilijk om regels toe te passen wat hun behoefte aan het stellen van regels kan verklaren. Op de manier van regels stellen wordt in sectie 5.3. nog verder ingegaan.

Praten met andere ouders vinden de meeste ouders eveneens belangrijk. De uitwisseling van ervaringen, tips en ideeën over het alcoholgebruik van hun kinderen vinden ouders een reden om een preventieactiviteit te bezoeken. Voor andere ouders is dit echter juist een barrière om niet te komen. De uitwisseling met anderen kunnen zij als stigmatisering ervaren. Ze zijn bang dat hun manier van opvoeden of hun eigen gedrag ten aanzien van alcoholgebruik bekritiseerd wordt (Cohen en Linton, 1995). De sociale invloed van andere ouders kan zeer hoog zijn

De laatste behoefte die uit dit onderzoek naar voren kwam was de daadwerkelijke deelname aan een preventieactiviteit. Deze behoefte was niet zo sterk vergeleken met de andere behoeften. Dit duidt erop dat ouders ook al hebben zij behoefte aan de drie eerst genoemden punten niet per se een preventieactiviteit gaan bezoeken.

Samenvattend valt te zeggen dat ouders vooral behoefte aan informatie en aan het stellen van regels hebben. De preventieactiviteiten moeten zich inhoudelijk sterker op deze behoeften richten.


5.2. Positionering van de preventieactiviteiten – een sociale marketing benadering

Om de positionering van de preventieactiviteiten in beeld te brengen is gebruik gemaakt van variabelen uit de sociale marketing benadering. De volgende twee onderzoeksvragen hebben betrekking op dit gedeelte van het onderzoek: In welke mate heeft de positionering van de preventieactiviteit in het kader van de sociale marketing invloed op de voorkeur voor product, plaats en prijs?Hoe hangen de behoeften van ouders met deze variabelen samen?

Er is gebleken dat ouders die vooral behoefte hadden aan informatie gebruik zullen maken van het voorlichtingsproduct internet. Het voorlichtingsproduct internet vraagt eigen initiatief, ouders moeten zelf op zoek gaan en een website doornemen. Men kan dus aannemen dat ouders die gebruik maken van internet interesse hebben en waarschijnlijk ook betrokken zijn bij dit onderwerp. Aan de andere kant is internet ook vrij anoniem. In dit onderzoek is geen samenhang gevonden tussen praten met andere ouders en internet. Ouders die behoefte hadden aan praten kiezen een ander voorlichtingsproduct. Ook vonden ouders die behoefte hadden aan informatie een folder een geschikt product om geïnformeerd te worden. Het kan zijn dat ouders verwachten dat een folder nuttige en uitsluitend de belangrijkste informatie bevat. Ook kunnen ouders een folder vaker lezen en op een zelf gekozen moment. Zij hoeven zich niet zoals bij een ouderavond twee uur op een onderwerp concentreren en met andere ouders praten. Met anderen te moeten praten, kan voor sommige ouders ook een barrière zijn om niet te komen. Een DVD als voorlichtingsproduct vonden ouders niet geschikt om geïnformeerd te worden.

Voor ouders die veel behoeften hebben ten aanzien van preventieactiviteiten is een ouderavond het meest geschikt voorlichtingsproduct. Ouders met behoefte aan informatie, aan praten met andere ouders en aan een daadwerkelijke deelname vonden een ouderavond een geschikt product. Tijdens een ouderavond staat naast het overdragen van informatie vooral het gesprek met anderen centraal. Logischerwijs vinden ouders de uitwisseling dan ook belangrijk. Ouders die dus vooral gesprek en discussie zoeken kiezen een ouderavond. Deze ouders zijn niet bang voor een confrontatie en sterk betrokken bij de opvoeding en de ontwikkeling van hun kinderen. Zij vinden het delen van ervaringen juist positief en willen misschien ook zelf tips aan andere ouders geven.

Over plaats valt te zeggen dat vooral ouders die behoefte hebben aan het stellen van regels school geschikt vinden als locatie voor een preventieactiviteit. Op scholen worden meestal ouderavonden gehouden. Van een ouderavond op school hebben ouders meestal en bepaald beeld. Ze verwachten van een ouderavond dat ze nieuwe informatie horen en tips krijgen over regels voor alcoholgebruik van hun kinderen. Dat zijn juist de doelen van de campagne Alcohol en Opvoeding nastreeft. De behoeften van ouders komen dus overeen met de doelen van de campagne. Een school is daarmee een geschikte plaats om ouders te bereiken die behoefte hebben aan informatie en aan het stellen van regels.

Thuis of bij vrienden thuis als locatie voor voorlichting vonden ouders geschikt die vooral behoefte hadden aan praten met andere ouders. Thuis of bij vrienden thuis is veel persoonlijker en overzichtelijker dan bijvoorbeeld een ouderavond op school. Ouders verwachten meer persoonlijke gesprekken tijdens een preventieactiviteit bij iemand thuis omdat de groep kleiner is. Een ouderavond kan dit misschien niet bieden.

Een sportvereniging vinden ouders die veel behoefte hebben aan het stellen van regels een geschikte locatie. Dat duidt erop dat ouders denken op een sportvereniging makkelijk en ongedwongen in contact te komen met andere ouders en te kunnen praten over alcohol en opvoeding. Ook de ervaringen ten aanzien van het stellen van regels kunnen worden besproken.

Over een buurthuis valt te zeggen dat vooral ouders met behoefte aan praten met anderen een buurthuis geschikt vonden. Ouders verwachten blijkbaar van alcoholvoorlichting in een buurthuis dat ze veel kunnen praten met anderen. Hierbij kan het sociale netwerk een kenmerkende rol spelen. Afhankelijk van de regio waar ouders wonen, kan een preventieactiviteit ook een “sociaal gebeurtenis” worden.

Wat betreft de personen die voorlichting geven valt te zeggen dat ouders die behoefte hebben aan informatie en aan het stellen van regels voorkeur hebben voor een expert op het gebied alcohol en opvoeding. Zij verwachten dat een expert de nodige deskundige achtergrond heeft en vinden zijn kennis geloofwaardig. Ook denken zij misschien dat deze expert goede tips kan geven voor het stellen van regels. Ouders die behoefte hebben aan informatie maar ook aan praten met andere ouders vinden een Tactus Verslavingszorg preventiemedewerker een geschikt persoon voor voorlichting. Bij voorlichting van een Tactus Verslavingszorg preventiemedewerker verwachten ouders meer gesprekken met anderen dan bij de voorlichting van een expert. Toch denken zij ook veel nieuwe informatie te horen tijdens een preventieactiviteit door een Tactus Verslavingszorg preventiemedewerker. Een getrainde ouder die voorlichting geeft vinden ouders veel minder geschikt. Ook al is de ouder getraind dan nog hebben ouders minder vertrouwen in zijn of haar vaardigheden.

Samenvattend kan worden gezegd dat als voorlichtingsproduct vooral een ouderavond geschikt is. Een DVD vindt geen van de ouders een geschikt voorlichtingsproduct. Als meest geschikte plaats kan de school of een buurthuis worden genoemd. Een Tactus Verslavingszorg preventiemedewerker of een expert op het gebied alcohol moet voorlichting geven. Een andere ouder hebben ouders als minder geschikt beoordeelt.

Verder kan uit de onderzoeksvragen geconcludeerd worden dat de sociale marketing een geschikte benadering is om de positionering van een preventieactiviteit te onderzoeken. De voorkeuren voor voorlichtingsproduct, locatie en voorlichter zijn van de behoeften van ouders afhankelijk en kunnen door deze worden verklaard. De positionering van een preventieactiviteit dient daarom veel meer op de individuele behoeften van ouders te worden afgestemd. Dit leidt tot de vierde onderzoeksvraag: Welke concrete aanbevelingen voor preventieactiviteiten kunnen op basis van de eerder gevonden samenhangen worden gegeven?

5.3. Concrete aanbevelingen wat betreft de specifieke behoeften van ouders
Tabel 5.3. geeft de positionering van de preventieactiviteit afgestemd op de behoeften van ouders weer.
Tabel 5.3.

Positionering van de preventieactiviteiten afgestemd op de behoeften van ouders

Behoeften Product Plaats Persoon

Behoefte aan informatie Internet School Expert

Folder Tactus
Behoefte aan het stellen van regels Ouderavond School Expert

sportvereniging


Praten met andere ouders Ouderavond Thuis Tactus

Buurthuis

sportvereniging
Behoefte aan deelname ouderavond Ouderavond Buurthuis

Tabel 5 laat zien hoe de positionering van de preventieactiviteit het beste op de behoeften van ouders kan worden afgestemd om de opkomst te verhogen. Opvallend is dat een ouderavond drie verschillende behoeften van de ouders afdekt. Er mag dus geconcludeerd worden dat een ouderavond een zeer geschikte manier is om voorlichting te geven ten aanzien van de individuele behoeften van ouders.

Om nog concreter op de behoefte aan informatie in te kunnen gaan moet met behulp van interviews of vragenlijsten de gewenste informatie in beeld gebracht worden. Willen ouders informatie over de ernst van alcoholgebruik,de kwetsbaarheid van hun kind of over de gezondheidsrisico’s? Het programma van een ouderavond kan dan nog beter op deze specifieke informatie afgestemd worden om de opkomst te verhogen. Ook kan de positieve beoordeling van een ouderavond erop duiden dat ouders behoefte hebben aan normen en waarden wat betreft alcoholgebruik van hun kinderen. De vergelijking met anderen geeft hun zekerheid en schept gelijkwaardigheid. Smith en Louis (2007) deden onderzoek naar de invloed van “in-groepen” op het nemen van beslissingen. Zij vonden dat er een sterke invloed is die bepaalt wat gezegd en gedaan wordt. Ook ouders bevinden zich tijdens een ouderavond in een in-groep en kunnen beïnvloed worden ten aanzien van regels stellen of gedrag van andere kinderen. Uit de resultaten blijkt dat ouders denken dat de vrienden van hun kinderen meer drinken dan de eigen kinderen. Misschien willen zij weten of deze veronderstelling klopt.

Verder moeten nog meer tips en concrete voorbeelden voor het stellen van regels worden gegeven. Het bleek dat ouders vaak niet weten hoe en welke regels zij kunnen toepassen. De behoefte voor het stellen van regels is er wel maar de uitvoering blijft lastig. Uit onderzoek bleek dat het stellen van regels ten aanzien van alcoholgebruik het meest preventief werkt om alcoholgebruik van jongeren op lange termijn te beperken (Vorst et al. 2006). Daarom is belangrijk dat ouders concreet weten wat zij kunnen doen en regels succesvol kunnen toepassen. Als theoretische uitgangspunt van programma’s voor opvoedingsondersteuning wordt vaak gebruik gemaakt van de sociaal cognitieve leertheorie. Nieuw gedrag wordt door versterking, verzwakking en model leren door vooral de sociale omgeving geleerd (Bandura, 1986). Op deze manier kunnen regels gesteld en toepast worden.

Welke locatie voor een preventieactiviteit geschikt is was afhankelijk van de behoeften van ouders. Opvallend was dat geen enkele locatie als niet geschikt beoordeelt werd. Dat betekent dat de variabele plaats uit de sociale marketing in dit onderzoek geen kenmerkende rol speelt. Zoals al eerder verwacht zij niet alle p’s uit de sociale marketing even belangrijk. In dit onderzoek bleken vooral product en persoon belangrijk te zijn. In termen van de sociale marketing benadering is het belangrijk de pull strategie toe te passen. Ouders moeten meer betrokken worden bij de keuze van voorlichting. Ouders moeten persoonlijk aangesproken worden. Zij zouden bijvoorbeeld persoonlijk gebeld kunnen worden en hun behoeften aangeven. Op basis van de resultaten uit dit onderzoek zou dan een preventieactiviteit gekozen kunnen worden. Een voordeel van deze aanpak is dat ouders al vroegtijdig betrokken worden en het idee krijgen zelf te kunnen kiezen en niet naar een “kant-en-klare” preventieactiviteit hoeven gaan. Palmer et al. (2006) vonden in hun onderzoek dat het aanbieden van pizza en soda tijdens preventieactiviteiten de opkomst enorm verhoogde. Voor Tactus Verslavingszorg zou dat misschien ook een idee zijn. Als ouders iets aangeboden zouden krijgen verhoogt dat de kans op deelname aan een preventieactiviteit
5.4. Discussiepunten

De vragenlijst voor dit onderzoek is volledig nieuw ontwikkeld. Het was een grootschalig onderzoek met 4000 brieven die werden verstuurd. De respons was zoals ook bij preventieactiviteiten 5%. De werving werd via verschillende kanalen gedaan zoals school, websites en email adressen. De scholen werden willkeurig benaderd en hebben vrijwillig deelgenomen.

Er kunnen een aantal kanttekeningen worden geplaatst bij de manier waarop de constructen in dit onderzoek zijn gemeten. Situatiegebonden variabelen zoals geslacht, etniciteit of leeftijd zijn niet meegenomen. Deze data waren wellicht nog interessant geweest voor de analyse van de respondentengroep.

Ook de woonplaats van de respondenten werd op een onhandige manier gevraagd en ouders hebben deze vraag vaak helemaal niet of niet duidelijk ingevuld. Het aantal respondenten per groep was dan te klein om analyses uit te kunnen voeren. Regionale verschillen werden daarom niet gevonden. De vraag had anders gesteld moeten worden om grotere groepen te hebben voor verdere analyse. Misschien waren er dan ook regionale verschillen opgetreden.

Verder is de p variabele promotie niet meegenomen in dit onderzoek. Het kan zijn dat de manier van uitnodigen en de reclame voor een product een belangrijk deel uitmaakt voor de deelname aan een preventieactiviteit. Deze veronderstelling kan door dit onderzoek niet worden beantwoord.


5.5. Suggesties voor verder onderzoek
Voor verder onderzoek zou het interessant zijn te kijken aan welke specifieke informatie ouders behoefte hebben. Uit dit onderzoek kwam naar voren dat ouders behoefte hebben aan informatie maar het is niet duidelijk geworden aan welke informatie precies. Als de informatie duidelijk is kan dan de samenhang tussen behoefte aan informatie en preventieactiviteit en tussen preventieactiviteitien en daadwerkelijk deelname berekend worden.

Ook het stellen van regels zou verder onderzocht kunnen worden. Ouders hebben behoefte aan het stellen van regels maar kennen geen geschikte regels of kunnen deze niet toepassen. De effectiviteit van de door Tactus Verslavingszorg aangeboden regels ten aanzien alcoholgebruik kunnen worden onderzocht en geevalueert worden. Het aanbieden van concrete regels tijdens een preventieactiviteit zou ouders motiveren om te komen.

Als laatste punt kan de manier van uitnodigen nader onderzocht worden. Het zou interessant zijn te kijken in welke mate de manier van uitnodigen invloed heeft op de delname aan preventieactiviteiten.

Referenties

Abbey, A. et al., (2002). Alcohol-related sexual assault. A common problem among college students. Journal of Studies on Alcohol, 14, 118-128.


Ajzen, I., (1991) The theory of planned behaviour, Organizational behaviour and human

decision processes, 50, 179- 211.

Bandura, A. (1982) Self efficacy: toward a Unifying Theory of Behavioural Change,



Psychological Revieuw, 84, 191- 215.
Bandura, A. (1986). Social foundations of thought and action: a social cognitive theory. Englewood Cliffs, New Jersey: Prentice-Hall.
Becker, M. H. (1974). The Health Belief Model and Personal Health Behavior. Health Education Monographs. Vol. 2, No. 4.
Boer, I. and Seydel, E.R. (1995) Protection Motivation Theory. In M. Conner and P. Norman (eds) Predicting Health Behaviour. Buckingham: Open University Press, 95-120.
Bonomo, Y., Coffey, C., Wolfe, R., Lynskey, M., Bowes, G., & Patton, G. (2001). Adverse

Outcomes of Alcohol Use in Adolescents. Addiction, 96(10), 1485-1496.


Boelema, S., ter Bogt , T., van den Eijnden, R. & Verdurmen, J., (2009). Fysieke, Functionele en Gedragsmatige Effecten van Alcoholgebruik op de Ontwikkeling van 16-18 jarigen. Universiteit Utrecht, Trimbos-instituut.
Cooper, E.,(1994). Substance Use and Sexual Risk taking among black Adolescents and white Adolescents. Health & Psychology, Vol. 13. Nr. 3, pp. 251-265.

Cohen, D.A. en Linton, K.L.P. (1995). Parent Participation in an Adolescent Drug Abuse Prevention Programm. Journal of Drug Education, 25, 159-169.


Commissie Testaangelegenheden Nederland beoordelingssysteem voor tests (COTAN), 2004. Op 22 juni 2009 ontleend aan:

www.psynip.nl/default.asp?URL2=subpage.asp&topmenuID=2&submenuID=11.


Dawson, D. A. (2000). The Link between Family History and early Onset Alcoholism: earlier

Initiation of Drinking or more rapid Development of Dependence?Journal of Studies on Alcohol, 61, 637-646.


van Dorsselaer, S., Zeijl, E., van den Eeckhout, S., ter Borgt ,T., & Vollebergh W.(2007). HBSC 2005: Gezondheid en Welzijn van Jongeren in Nederland. Utrecht: Trimbos Instituut.
Ellickson, S. L., Tucker, J. S., & Klein, D.J. (2003). Ten-year Prospective Study of Public Health Problems associated with early Drinking. Pediatrics, 111, 949-955.
Fine, S. (1981). The marketing of social issues. New York, Praeger.
Fishbein, M. and Ajzen, I., (1975) Belief, Attitude, Intention and Behaviour. New York,

Wiley.
Graaf, I., Smit, E. & Verdurmen, J. (2007). Uitstellen van Alcoholgebruik door Jongeren: Hoe stel je Regels in de Opvoeding?Studie in het kader van het project Alcohol & Opvoeding. Trimbos- instituut Utrecht.


Grunbaum, J. A. et al. (2002) Youth Risk Behavior Surveillance: United States, 2001. Morbidity and Mortality, Nr. 51, pp. 1-62.
Hiller- Sturmhoefel S. and Swartzwelder, H. S. (2004). Alcohol’s Effects on the Adolescent

Brain: What Can Be Learned From Animal Models. Alcohol, Research and Health. Focus on Young Adult Drinking, 28, Nr. 4.


Hibell, B., Guttormsson, U., Ahlström, S., Balakireva, O., Bjarnason, T., Kokkevi, A. & Kraus, L. (2009): The 2007 ESPAD Report - Substance Use Among Students in 35 European Countries. The Swedish Council for Information on Alcohol and Other Drugs (CAN). Stockholm: Sweden.

Kotler, P. and Armstrong, G. (1999). Principles of Marketing. Eighth Edition. Prentice-Hall,Inc. Upper Saddle River, New Jersey.


Kotler, P. and Armstrong, G. (1993). Marketing: An Introduction-third edition. Original Prentice Hall, Inc., Englewood Cliffs, NJ, USA.
Kotler, P. and Zaltman, G.(1971). Social marketing: An approach to planned social change. Journal of Marketing, Vol. 35, 3-12.
Koutakis, N., Stattin, H. & Kerr, M., (2007). Reducing Youth Alcohol Drinking through a Parent-Targeted Intervention: the Örebro Prevention Programm. Center for Developmental Research, Örebro University, Örebro, Sweden.
Lazarus, R. S. (1966). Progress on a Cognitive-Motivational-Relational-Theory of Emotion. American Psychology, 46, 819-34.
Lefebvre, R., C. and Flora, J.A., (1998). Social Marketing and Public Health Intervention. Health Education Quarterly, Vol. 15(3), 299-316.
Leventhal, H. (1970). Findings and theory in the study of fear communications. In L. Berkowitz (ed.) Advances in Experimental Social Psychology, Vol. 5. New York: Academic Press, 119-86.
Leventhal, H. and Cameron, L.,D., (1998). The Self Regulation of Health and Illness Behaviour.
Lemmers, L. (2001). Alcohol en de Hersenen. Woerden: NIGZ.
Lock, C. A. and Kaner E., F.,S., (2000). Use of Marketing to disseminate brief Alcohol Intervention to general Practitioners: Promoting Health Care Interventions to Health Promoters. Department of Primary Health Care, School of Health Sciences, Newcastle upon Tyne, UK.
Monshouwer, K., van Dorsselaer, S., Gorter, A., Verdurmen, J. & Vollebergh, W.(2004). Jeugd en riskant gedrag. Kerngegevens uit het peilstationsonderzoek 2003. Utrecht:Trimbos-instituut.
Mrazek, P.J. and Haggerty R. J. (1994). Reducing Risks for Mental Disorders: Frontiers for Preventive Intervention Research. National Academy Press, Washington DC.
Norman, P., Bennett, P., (1998). Health Locus of Control and Health Behaviour. Journal of Health Psychology, Vol.3, No. 2, 171-180.
Palmer, R, S., Kilmer, R. J. & Larimer, M. E., (2006). If You Feed Them, Will They Come? The Use of Social Marketing to Increase Interest in Attending a College Alcohol Programm. Journal of American College Health , Vol. 55, No 1.
Pearce, J., Barnett, R . & Kingham, S. (2004). Slip! Slap! Slop! Cutaneous malignant melanoma Incident and social Status in New Zealand, 1995-2000. Health & place, Vol 12.
Poppelier, A. et al. (2002). Een inventarisatie van de lichamelijke gevolgen van sociaal geaccepteerd alcoholgebruik en bingedrinken. Rotterdam: IVO.
Prins, M., (2008). De deugd van tegenwoordig: Onderzoek naar jongeren en hun grenzen, Radboud Universiteit Nijmegen.
Rogers, R. W. (1975). A Protection Motivation Theory of Fear Appeals and Attitude Change, Journal of Psychology, 91, 93-114.
Rogers, R.W. (1983). Cognitive and physiological processes in fear appeals and attitude change: a revised theory of protection motivation. J. T. Cacioppo and R. E. Petty (eds) Social Psychophysiology: A Source Book. New York: Guilford Press, 153-76.
Rosenstock, I.M. (1974) Historical Origins of the Health Belief Model. Health Education Monographs, 2, 328-335.
Schulten, I., Eggen, L. & Hoek, I., (2008). Campagneplan Alcohol en Opvoeding 2008. Kinderen alcohol?Het antwoord is nee. Trimbos-instituut.
Smith, J. R. and Louis, W. R., (2007). Do as we say and as we do: The Interplay of descriptive and injunctive Group Norms in the Attitude–Behaviour Relationship. British Journal of social Psychology, 47, 647-666.
Verdurmen, J., Smit, E., Dorsselaer, S.van, Monshouwer, K. & Schulten, I. (2007). Ouders over alcohol-, roken-, en drugspecifieke opvoeding 2007. Kerngegevens uit het Peilstationsonderzoek ouders. Utrecht: Trimbos-instituut.
Van der Vorst, H., Engels, R.C. M. E., Dekovic, M., Meeus, W., & Vermulst, A. A. (2007). Alcohol-specific rules, personality and adolescents’ alcohol use: A longitudinal person-environment study. Society for the Study of Addiction, 102, 1064-1075.
Wood, M.D., Read, J.P., Mitchell, R.E., & Brand, N.H.( 2004). Do parents still matter? Parent

and peer influences on alcohol involvement among recent high school graduates. Psychology of Addictive Behaviors, 18, 19-30.


Weinreich, N. K., (1995). Building Social Marketing Into Your Programme. Social Marketing Quarterly.
White, A.M., Truesdale M., Bae, J., Ahmad, S., Wilson,W., Best, P. & Swartzwelder, H. S. (2002a). Differential adolescence prevents normal developmental changes in sensitivity to ethanol- induced motor impairments. Alcoholism: Clinical and Experimental Research, 26, 960-968.
Zeigler D. W., Wang, C. C. Yoast, R. A., Dickinson, B. D., et al. (2005). The neurocognitive effects of alcohol and college students. Preventive medicine, 40, 23-32.

1   2   3   4   5


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina