Afvalbeheersplan voor de zeevaart 2016-2018 Inhoudsopgave Inleiding 5



Dovnload 184.06 Kb.
Pagina2/9
Datum20.08.2016
Grootte184.06 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9

Algemeen beleidskader


De Internationale Conventie ter voorkoming van verontreiniging door Schepen van 1973 en haar Protocol van 1978 (MARPOL) tracht de pollutie van zeegaande vaartuigen op zee te reguleren en terug te dringen. MARPOL bevat 6 specifieke annexen.

MARPOL onderscheidt volgende categorieën afvalstoffen afkomstig van zeegaande vaartuigen: Annex I (oliehoudend: bilgeswater en slibs (sludge)), Annex II (chemicaliën), Annex III (gevaarlijke producten), Annex IV (sanitair afvalwater), Annex V (scheepsvuilnis) en Annex VI (ozon afbrekende stoffen, waswaters en scrubber afval). Annex V en haar richtlijnen en Annex VI ondergingen bovendien zeer recentelijk grondige wijzigingen. Deze werden bij de opmaak van dit plan reeds in rekening genomen, in zoverre ze reeds van toepassing zijn bij goedkeuring.

Daarnaast zijn er regionale conventies (Helsinki Conventie HELCOM) en andere Europese of nationale wetgeving en reglementeringen die invloed kunnen hebben op de afgifte, de inzameling en de verwerking van scheepsafval. In dit kader kan bovendien verwezen worden naar de bepalingen van de Europese Verordening 1774/2002 tot vaststelling van de gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten. Deze Verordening is van kracht sinds 1 mei 2003, en is van toepassing op keukenafval en etensresten afkomstig van internationaal opererende middelen van vervoer.

Ook belangrijk is het IMO Verdrag inzake het beheer van ballastwater (inclusief de verplichtingen voor het oprichten van havenontvangstvoorzieningen voor sediment) dat mogelijk in de toekomst in werking zal treden.

De EU-richtlijn 2000/59 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2000 inzake havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingresiduen heeft hetzelfde oogmerk als MARPOL, namelijk de bescherming van het mariene milieu. De belangrijkste krachtlijnen van deze richtlijn zijn:


  • Iedere haven zorgt ervoor dat er adequate ontvangstvoorzieningen zijn voor het afval afkomstig van schepen die deze haven gewoonlijk aanlopen. Havenontvangstvoorzieningen kunnen ofwel vaste installaties zijn ofwel bestaan uit mobiele eenheden, behorende tot een dienstverlener.

  • Iedere haven dient, in overleg met alle betrokken partijen, in het bijzonder de havengebruikers of hun vertegenwoordigers, een afvalbeheersplan op te stellen.

  • Elk schip moet het soort en de hoeveelheid scheepsafval en ladingsresiduen met inbegrip van opslagcapaciteit en af te geven scheepsafval tijdig melden.

  • Alle schepen die een haven aanlopen moeten hun scheepsafval afgeven, tenzij men voldoende opslagcapaciteit heeft om een volgende haven aan te lopen en het afval daar af te geven aan een vergunde havenontvangstvoorziening.

  • Alle schepen moeten substantieel bijdragen in de kosten van de havenontvangstvoorziening, met inbegrip van de behandeling en verwerking van het scheepsafval, ongeacht het gebruik van deze voorzieningen. De hoogte van deze bijdrage dient transparant en niet discriminerend te zijn en een weerspiegeling van de kosten van het gebruik van de havenontvangstvoorziening en de geleverde diensten.

  • Betrokken partijen wisselen informatie uit over het afgiftegedrag van schepen zodat gerichte handhaving mogelijk wordt.

Op federaal niveau werd in België de EU-richtlijn 2000/59 omgezet via het Koninklijk Besluit tot instelling van inspecties van schepen met betrekking tot de afgifte van hun scheepsafval en ladingresiduen en tot wijziging van het Koninklijk Besluit van 20 juli 1973 houdende zeevaartinspectiereglement.

Op regionaal niveau werd in Vlaanderen de richtlijn omgezet in het Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van het Vlaams Reglement betreffende het duurzaam beheer van Materiaalkringlopen en Afvalstoffen (VLAREMA). De reglementering m.b.t. scheepsafval, onder andere inzake het gebruik van de havenontvangstvoorzieningen, het opmaken van afvalbeheersplannen en de structuur van het kostendekkingsysteem, werd opgenomen in onderafdeling 5.2.10 van het VLAREMA en in de bijlagen 5.2.10.A. (aanmeldingsformulier) en 5.2.10.B. (berekeningswijze bijdrage kostendekkingsysteem).



met onderhavig afvalbeheersplan wordt uitvoering gegeven aan artikel 5.2.10.3 van het VLAREMA en wordt tegemoetgekomen aan de nood om een havenontvangsvoorziening voor scheepsafval en ladingresiduen voor de zeevaart te voorzien.

1.Definities gehanteerd in dit afvalbeheersplan


      • Marpol: de Internationale Conventie ter voorkoming van Pollutie door schepen van 1973, als gewijzigd bij het Protocol van 1978, met als doel de verontreiniging door zeegaande vaartuigen te reguleren en te minimaliseren.

      • Scheepsafval: afval, met inbegrip van sanitair afval, en residuen, exclusief ladingresiduen, dat ontstaat tijdens de bedrijfsvoering van een schip en valt onder het toepassingsgebied van de bijlagen I, IV en V van MARPOL en ladinggebonden afval zoals omschreven in de IMO-richtlijnen voor de uitvoering van annex V van MARPOL.

      • Ladingresiduen: de restanten van lading in ruimen of tanks aan boord die na het lossen en schoonmaken achterblijven, met inbegrip van restanten na lading of lossing en morsingen.

      • Scheepsvuilnis: (MARPOL annex V): omvat onder meer voedselafval van de bemanning, met huishoudelijk afval gelijkgesteld afval (zoals o.a. plastiek, karton, papier), onderhoudsafval uit de machinekamer zoals roet, machineonderdelen, verfresten en poetslappen met uitzondering van ladinggeassocieerd afval zoals stuwhout, verpakkingsmateriaal, bandijzer, … .

      • Oliehoudend afval: (MARPOL annex I): omvat sludge, bilgewater en afgewerkte smeerolie. Dit omvat niet het vuil ballastwater en het verontreinigd waswater afkomstig van het reinigen van ladingruimen en tanks.

      • Schip: Een zeegaand vaartuig, ongeacht het type, dat in het mariene milieu opereert, met inbegrip van draagvleugelboten, luchtkussenvaartuigen, onderwatervaartuigen en drijvende vaartuigen.

      • Haven: Plaats of geografisch gebied met verbeteringswerkzaamheden en voorzieningen die voornamelijk dienen voor de ontvangst van schepen, met inbegrip van vissersvaartuigen en pleziervaartuigen.

      • Havenontvangstvoorziening: vaste, drijvende of mobiele voorziening die geschikt is voor de ontvangst van scheepsafval of ladingresiduen.

      • OVAM: Openbare Vlaamse Afvalstoffen Maatschappij

      • Afvalbijdrage voor scheepsafval: is de bijdrage die een schip dat het Albertkanaal of het Zeekanaal Brussel-Schelde aanloopt dient te betalen.

      • Scheepsagent: degene die namens de rederij of de kapitein van een zeeschip optreedt.

      • Financiële tussenkomst: vergoeding die aan zeegaande vaartuigen wordt gegeven zodanig dat de kosten voor de inzameling en verwerking van het oliehoudend afval dalen. Deze tussenkomst is afhankelijk van de aard en het afgegeven volume.

      • APICS: Antwerp Port Information and Control System


1   2   3   4   5   6   7   8   9


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina