Afvalbeheersplan voor de zeevaart 2016-2018 Inhoudsopgave Inleiding 5



Dovnload 184.06 Kb.
Pagina5/9
Datum20.08.2016
Grootte184.06 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9

Vrijstelling van de aanmelding


Volgende schepen zijn vrijgesteld van aanmelding:

  • Vissersvaartuigen of pleziervaartuigen, waarmee ten hoogste 12 passagiers mogen worden vervoerd.

  • Oorlogsschepen, marinehulpschepen en andere schepen in eigendom of onder beheer van een staat die uitsluitend voor een niet-commerciële overheidsdienst worden gebruikt.

  • Elk vaartuig zonder een eigen voortstuwing zoals een ponton.

  • Schepen die beschikken over een vrijstelling van de OVAM (zie ook 7.3. in dit plan).

4.de havenontvangstvoorzieningen

4.1De toepasselijke wetgeving en formaliteiten voor de afgifte


De Vlaamse regelgeving inzake de inzameling en verwerking van afvalstoffen is gebundeld in het decreet betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen ent het Vlaams Reglement betreffende het duurzaam beheer van Materiaalkringlopen en Afvalstoffen (VLAREMA).

4.1.1Decreet betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen


Dit decreet vormt de juridische basis voor alle afvalstoffenwetgeving in Vlaanderen.

Het bevat o.m. een overzicht van definities, de indeling in huishoudelijke- en bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke- en bijzondere afvalstoffen, en de algemene doelstellingen en principes van het Vlaamse afvalstoffenbeleid.

De grondslag van het kostendekkingsysteem werd verankerd in Hoofdstuk 5 milieubijdragen, milieuheffingen en retributies, afdeling 1 Milieubijdragen, artikel 41.

4.1.2Vlaams Reglement betreffende het duurzaam beheer van Materiaalkringlopen en Afvalstoffen


Het VLAREMA geeft uitvoering aan tal van bepalingen van het decreet. Ook de bepalingen inzake scheepsafval werden hierin opgenomen:

Onderafdeling 5.2.10. afval van de zeevaart



  • art. 5.2.10.1.: toepassingsgebied

  • art. 5.2.10.2.: toereikendheid havenontvangstvoorzieningen

  • art. 5.2.10.3.: plan voor ontvangst en verwerking van scheepsafval

  • art. 5.2.10.4.: procedure goedkeuring plan voor ontvangst en verwerking van scheepsafval

  • art. 5.2.10.5.: informatieverstrekking

  • art. 5.2.10.6.: aanmelding

  • art. 5.2.10.7.: afgifteplicht scheepsafval

  • art. 5.2.10.8.: kostendekkingsysteem

  • art. 5.2.10.9.: vrijstellingen

Bijlage 5.2.10.A: aanmeldingsformulier voor scheepsafval en ladingresiduen

4.2Overzicht van de havenontvangstvoorzieningen

4.2.1Vaste havenontvangstvoorziening voor scheepsvuilnis


Vermits alle zeegaande vaartuigen die het Albertkanaal en het zeekanaal Brussel-Schelde aanlopen, respectievelijk de sluis van Wijnegem of de zeesluis te Wintam binnenvaren, werd voor scheepsvuilnis (Annex V) door de waterwegbeheer een vaste havenontvangstvoorziening ingericht en geëxploiteerd. Aan de sluis van Wijnegem bestaat deze havenontvangstvoorziening uit 1 container voor afval Annex V (restafval). Op de zeesluis te Wintam staan 3 containers (5m³) voor de inzameling van afval Annex V. In beide gevallen worden de containers wekelijks geledigd.

Naast bovenstaande containers werden ook inzamelrecipiënten voor glas-, papier/karton- en plastic geplaatst zodat de door de zeevaart gescheiden aangeboden fracties afzonderlijk ingezameld kunnen worden.


4.2.2Mobiele havenontvangstvoorzieningen voor oliehoudend afval


Zeeschepen op het Albertkanaal/ zeekanaal Brussel-Schelde dienen voor de afgifte van hun oliehoudend afval (Marpol Annex I) beroep te doen op geregistreerde en/of vergunde mobiele havenontvangstvoorzieningen.

Een havenontvangstvoorziening kan bijgevolg slechts scheepsafval ontvangen indien zij beschikt over:



EN

  • een schriftelijke toelating (die steeds herroepbaar is) die wordt uitgereikt door de gedelegeerd bestuurder(s) van nv De Scheepvaart / Waterwegen en Zeekanaal NV of zijn vervanger.

De havenontvangstvoorziening bezorgt bij haar schriftelijke aanvraag voor de toelating aan de waterwegbeheerders in kopie de milieuvergunning en/of de registratie van de OVAM. Tevens bezorgt zij een overzicht van de inzetbare middelen. Bij eventuele wijziging brengt zij de waterwegbeheerders hiervan op de hoogte.

In bijlage 1 bevindt zich een link naar de website van de betreffende waterwegbeheerder met de actuele lijsten van geregistreerde, tot het kostendekkingsysteem toegelaten mobiele havenontvangstvoorzieningen, gesitueerd binnen het ambtsgebied van nv De Scheepvaart/Waterwegen en Zeekanaal NV.


4.3Procedures voor inzameling van scheepsafval en ladingresiduen

4.3.1Verantwoordelijkheden schip


De kapitein van een schip, dat het Albertkanaal/zeekanaal Brussel-Schelde aandoet, geeft, alvorens het schip weer vertrekt, het scheepsafval en/of de ladingresiduen af bij een daartoe geregistreerde en/of vergunde havenontvangstvoorziening. De kapitein of zijn agent neemt zelf contact op met een havenontvangstvoorziening. Deze havenontvangstvoorziening moet tijdig op de hoogte zijn van de hoeveelheden en soorten scheepsafval, om het zo efficiënt mogelijk te kunnen inzamelen. Een kapitein kan uitsluitend van afgifte afzien of slechts een deel van de afvalstoffen afgeven, overeenkomstig de bepalingen van artikel 5.2.10.7.van het VLAREMA.

4.3.2Verantwoordelijkheden havenontvangstvoorziening


De havenontvangstvoorziening is verantwoordelijk voor de snelle en verantwoorde wijze van de inzameling van de scheepsafvalstoffen en/of ladingresiduen aan boord van het schip.

Tevens dienen de havenvoorschriften en de reglementeringen inzake de registratie, de inzameling en de verwerking van scheepsafvalstoffen en ladingresiduen steeds te worden nageleefd.

Het RIS-centrum Hasselt of Evergem (afhankelijk van de locatie van de afvalinzameling/-ophaling) moet bij elke bevuiling die het gevolg is van het ophalen of vervoeren van de scheepsafvalstoffen onmiddellijk worden ingelicht. In geval van calamiteiten worden alle nodige maatregelen genomen ter voorkoming van verontreiniging van grond- en/of oppervlaktewater.

De havenontvangstvoorziening kan scheepsafval weigeren omwille van een grondige afwijking van de eerder aangemelde samenstelling van het afval bijvoorbeeld. In dat geval dient de havenontvangstvoorziening OVAM, RIS-centrum Hasselt of Evergem (afhankelijk van de locatie van de afvalinzameling/-ophaling) en de dienst Scheepvaartcontrole hiervan op de hoogte te brengen.


4.3.2.1Procedure bij de vaste havenontvangstvoorziening


Na ontscheping van het afval stelt de sluisbediende te Wijnegem/Wintam de effectief afgegeven aantal m³ afval Annex V vast. De sluisbediende voert de effectief afgegeven hoeveelheid in, in het FLARIS2-systeem. Via FLARIS2 wordt dan automatisch de te betalen afvalverwijderingsbijdrage berekend en de overeenkomstige factuur gegenereerd. De sluisbediende vervolledigt het afgiftebewijs (bijlage 2), drukt het af en ondertekent het. Vervolgens overhandigt hij het aan de kapitein. Het afgiftebewijs bewijst dat de schipper voldaan heeft aan de EU-richtlijn 2000/59/EG.
De sluisbediende bewaart een kopie van de afgeleverde afgiftebewijzen in het afvalstoffenregister(artikel 7.2.1.1. van VLAREMA).

Dit afvalstoffenregister wordt gedurende vijf jaar bijgehouden. Het register ligt ter inzage op de exploitatiezetel.


4.3.2.2Procedure bij mobiele havenontvangstvoorzieningen


Na inzameling bezorgt de verantwoordelijke van de havenontvangstvoorziening de kapitein van het schip een kopie van het afgiftebewijs overeenkomstig de bepalingen van artikel 6.1.1.2. van het VLAREMA (identificatieformulier gebaseerd op het model in bijlage 2). Het afgiftebewijs bewijst dat de schipper voldaan heeft aan de EU-richtlijn 2000/59/EG.

De havenontvangstvoorziening factureert rechtstreeks aan de schipper, en geeft hierop onmiddellijk een korting ten bedrage van de voorziene tussenkomst, uitgekeerd door waterwegbeheerder aan de havenontvangstvoorziening.

Bovendien meldt de verantwoordelijke van de havenontvangstvoorziening de ingezamelde hoeveelheden oliehoudend afval op het Albertkanaal aan de Dienst Milieucoördinatie en voor het zeekanaal Brussel-Schelde aan de havenkapiteindienst via een kopie van het afgeleverde afgiftebewijs (bijlage 3) per mail ten laatste 14 dagen na de inzameling.

Overeenkomstig artikel 7.2.1.2. van het VLAREMA dient elke mobiele havenontvangstvoorziening van afvalstoffen een afvalstoffenregister bij te houden. Het register van ingezamelde, verhandelde of gemakelde afvalstoffen wordt ten minste elke werkdag aangevuld met de meest recente gegevens.

Deze afvalstoffenregisters worden gedurende vijf jaar bijgehouden. Het register ligt ter inzage bij de mobiele havenontvangstvoorziening.

6.3.3. Verantwoordelijkheden waterwegbeheerder

De waterwegbeheerders zorgen voor de beschikbaarheid van havenontvangstvoorzieningen die toereikend zijn voor de behoeften van de schepen die de haven gewoonlijk aandoen, zonder daarbij onnodig oponthoud van de schepen te veroorzaken.

Ze controleren de meldingen die aangeleverd zijn door de kapitein, reder of scheepsagent. Tevens verlenen ze inzagerecht in deze gegevens aan de dienst Scheepvaartcontrole en de OVAM.

nv De Scheepvaart/ Waterwegen en Zeekanaal NV voorzien in een afvalstoffenregister, waarin de hoeveelheden scheepsafval, ingezameld door de havenontvangstvoorzieningen (vaste en mobiele), worden opgenomen.

Ter stimuli van afgifte van Marpol Annex I-afval aan een mobiele havenontvangstinrichting die beschikt over een toelating van de betrokken waterwegbeheerder, zal de waterwegbeheerder een financiële tussenkomst aan het schip uitkeren onder de vorm van een korting op de factuur voor inzameling en verwerking van Marpol Annex I-afval. De hoogte van deze tussenkomst wordt vastgelegd bij besluit van de Raden van Bestuur.




1   2   3   4   5   6   7   8   9


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina