Afvalbeheersplan voor de zeevaart 2016-2018 Inhoudsopgave Inleiding 5



Dovnload 184.06 Kb.
Pagina7/9
Datum20.08.2016
Grootte184.06 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9

Toetsing toereikendheid havenontvangstvoorzieningen


De toepassing van de EG-richtlijn inzake havenontvangstvoorzieningen is in Vlaanderen gebaseerd op het vrijemarktprincipe. Dit betekent dat elke inzamelaar, makelaar en/of handelaar van scheepsafvalstoffen in Vlaanderen in principe kan fungeren als havenontvangstvoorziening, mits ze beschikken over een registratie door OVAM en/of milieuvergunning.

In Vlaanderen zijn er voor alle scheepsafvalstoffen havenontvangstvoorzieningen beschikbaar.

Alle vaartuigen produceren Marpol V-afval (huishoudelijk afval). Langdurige opslag aan boord leidt vaak tot onhygiënische toestanden. De schepen die het Albertkanaal/ zeekanaal Brussel-Schelde aanlopen zijn voornamelijk kustvaarders die korte zeereizen achter de rug hebben. Op basis van statistische gegevens, kan er van worden uitgegaan dat gezien het type schepen en de soort reizen die deze vaartuigen maken, de zeegaande vaartuigen die het Albertkanaal/zeekanaal aanlopen gemiddeld 1 m³ Marpol V-afval genereren per reis. Elke supplementaire m³ wordt aanzien als meerproduktie van Marpol V-afval bovenop het normaal gemiddelde. Voor deze bijkomende m³ wordt dan ook de reële kost aangerekend.

Met het oog op de concretisering van de goedgekeurde wijziging in Vlarema (nieuw artikel 4.3.4) m.b.t. tot de opsplitsing van Marpol Annex V, zullen nv De Scheepvaart en Waterwegen en Zeekanaal NV, tijdens de looptijd van onderhavig afvalbeheersplan, het afgiftegedrag van de zeevaart m.b.t. de gescheiden afgifte van Marpol Annex V monitoren.

De resultaten van deze monitoring zullen op regelmatige basis, in nauw overleg met de OVAM, geëvalueerd worden en onderwerp uitmaken van interne discussie, zodanig dat bij afzonderlijke aanbieding van de deelafvalstromen van Marpol Annex V, deze fracties ook afzonderlijk zullen worden ingezameld.

Daarnaast ontstaat er tijdens het varen Marpol I-afval (oliehoudend afval) aan boord. Aangezien het tot de verplichtingen behoort van elke lidstaat om maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat schepen al het scheepsafval kunnen afgeven in overeenstemming met de richtlijn 2000/59/EG en elke haven hiertoe zijn verantwoordelijkheid dient te nemen, werd in overleg met de OVAM, overeenstemming bereikt dat nv De Scheepvaart/Waterwegen en Zeekanaal zich enkel concentreren op de bepalingen van Richtlijn 2000/59/EG met betrekking tot Marpol-I en -V. Gelet op de grootte van de schepen die het Albertkanaal of zeekanaal Brussel – Schelde aanlopen en de aard en duur van de reis wordt de afgifte scheepsafval MARPOL Annex I beperkt tot maximaal 6 m³ per schip.

Voor uitzonderlijke occasionele behoeften aan ontscheping van Marpol IV-afval wordt verwezen naar de door OVAM geregistreerde inzamelaars, handelaars of makelaars die door de kapitein of agent zelf dienen te worden gecontacteerd en tegen betaling van de ophaal-, analyse- en verwerkingskost het gevraagde afval kunnen ophalen en verwerken. De up-to-date lijsten van de erkende ophalers van scheepsafval, evenals voor alle andere types afval, kunnen geraadpleegd worden op de website van OVAM http://www.ovam.be/.

Niettegenstaande de stijgende afgifte is er bij de waterwegbeheerders nog geen gegronde klacht geweest inzake een vermeende ontoereikendheid van havenontvangstvoorzieningen.

Rekening houdend met de verwachtingen voor de toekomst kan er momenteel geconcludeerd worden dat de huidige havenontvangstvoorzieningen bij nv De Scheepvaart / Waterwegen en Zeekanaal NV toereikend zijn voor het inzamelen van scheepsafval voor de zeevaart.

5.Kostendekkingsysteem

5.1Principe


Elk zeegaand vaartuig dat het Albertkanaal/zeekanaal Brussel – Schelde aanloopt draagt substantieel bij in de kosten van de havenontvangstvoorziening, met inbegrip van de behandeling en verwerking van het scheepsafval, ongeacht het feitelijk gebruik van de voorzieningen, door het betalen van een bijdrage.

De afvalbijdrage stemt overeen met minstens één derde van de gemiddelde kosten die een schip moet betalen voor het gebruik van en havenontvangstvoorziening, met inbegrip van de behandeling en verwijdering van het scheepsafval.


5.2Berekening afvalbijdrage


De afvalbijdrage wordt berekend op basis van de gemiddelde kosten van de inzameling, met inbegrip van behandeling en verwerking van het scheepsafval en stemt overeen met minstens een derde van de gemiddelde kosten.

De gemiddelde kosten in de Vlaamse havens worden berekend door de totale ingezamelde hoeveelheid scheepsafval te vermenigvuldigen met de gemiddelde prijs van inzameling en verwerking (van MARPOL Annex I en V) en dit vervolgens te delen over het totale aantal aanlopen.

De afvalbijdrage evenals de reële kostprijs per supplementaire m³ MARPOL Annex V zal ten minste éénmaal per kalenderjaar door de waterwegbeheerders worden geëvalueerd en eventueel worden herberekend, rekening houdend met de bepalingen van artikel 5.2.10.8 van het VLAREMA, en voor schriftelijke goedkeuring aan de OVAM worden voorgelegd.

Volgende elementen zullen hierbij in rekening worden gebracht:



  • evolutie van de kostprijs voor inzameling, behandeling en verwerking van het scheepsafval;

  • evolutie van het afvalafgiftegedrag van de zeevaart;

  • evolutie van de behoeften aan afvalafgifte van de zeegaande vaartuigen die het Albertkanaal/Zeekanaal Brussel – Schelde aanlopen.
    1. Vrijstelling van afvalbijdrage, aanmeldings- en afgifteplicht

      1. Principe


Volgende schepen zijn vrijgesteld van aanmeldingsplicht, afvalbijdrage en afgifteplicht:

  • Oorlogsschepen, marinehulpschepen en andere schepen in eigendom of onder beheer van een staat die uitsluitend voor een niet-commerciële overheidsdienst wordt gebruikt.

  • Elk vaartuig zonder een eigen voortstuwing zoals een ponton.

  • Een schip die voldoet aan de door de OVAM gegeven vrijstelling in kader van artikel 5.2.10.9. van het VLAREMA.
      1. Procedure voor aanvraag tot vrijstelling van afvalbijdrage, aanmeldings- en afgifteplicht


Schepen hebben recht op een vrijstelling van de aanmeldingsplicht, de afgifteplicht en de betaling van financiële afvalbijdrage conform artikel 5.2.10.9.van het VLAREMA en artikel 9 van richtlijn 2000/59/EG, indien ze voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • het schip loopt volgens een dienstregeling frequent én regelmatig (minimum 1 maal per 14 kalenderdagen) de haven aan;

  • er wordt aangetoond dat voor het schip een regeling is getroffen voor de afgifte van scheepsafval;

  • er aangetoond wordt dat voor het schip een regeling is getroffen voor de betaling van bijdragen in een op de route van het schip gelegen haven.


Schepen die menen in aanmerking te komen voor een vrijstelling kunnen hiertoe een aanvraag indienen bij:

OVAM – Afdeling Afvalstoffen- en Materialenbeheer

Dienst Ketenbeheer en Bedrijven

Stationsstraat 110

B-2800 Mechelen

Scheepsafval@ovam.be

Bij de aanvraag dienen ten minste de volgende bewijsstukken te worden ingesloten:



  • formele aanvraag tot vrijstelling;

  • vaarrooster, waaruit blijkt dat het schip minimum éénmaal per 14 kalenderdagen de haven aanloopt;

  • kopie van een contract met een havenontvangstvoorziening (in België of een andere lidstaat van de EU/Europese Economische Ruimte of HELCOM) of andere documenten (bv. afgifteattesten) die voldoende aantonen dat het schip op regelmatige basis aan eenzelfde havenontvangstvoorziening scheepsafvalstoffen afgeeft.
      1. Modaliteiten


De OVAM verleent de vrijstelling binnen de 45 kalenderdagen na ontvangst van het volledig bevonden dossier, en na subadvies van de Administratie Waterwegen en Zeewezen (afdeling Scheepvaartbegeleiding) en Port State Control. Een vrijstelling kan met terugwerkende kracht worden verleend vanaf de dag van ontvangst door de OVAM van het volledig bevonden aanvraagdossier. Vrijstellingen kunnen niet worden overgedragen aan een ander schip, tenzij na schriftelijke goedkeuring door de OVAM. Wanneer de afvalbijdrage werd gefactureerd vooraleer nv De Scheepvaart / Waterwegen en Zeekanaal NV op de hoogte werd gebracht van de vrijstelling, zal deze worden gecrediteerd rekening houdend met de ingangsdatum van de vrijstelling.

Een vrijstelling kan door de OVAM worden ingetrokken als er door wijzigingen in de route van het schip of in de regelingen voor de afgifte van het scheepsafval niet meer voldaan wordt aan de voorwaarden De vrijstelling blijft geldig in de volgende situaties:



  • Als het schip uitzonderlijk een andere Vlaamse haven aanloopt dan die welke bepaald is in de vastgelegde route en dit wegens overmacht, veiligheid, noodzakelijk technisch onderhoud of het noodzakelijk aanlopen in een noodhaven. De OVAM moet hiervan schriftelijk op de hoogte gebracht worden.

  • Als een schip tijdelijk gedurende een periode van maximaal één maand vervangen wordt door een ander vaartuig wegens een ongeval, technisch defect of gepland onderhoud, wordt de verleende vrijstelling gedurende die periode overgedragen op het vervangende schip voor die route. In dergelijk geval moet de OVAM hiervan schriftelijk op de hoogte worden gebracht. Als het oorspronkelijke schip niet binnen de periode van een maand opnieuw in dienst wordt genomen, vervalt de vrijstelling, zowel voor het oorspronkelijke als voor het vervangende schip, tenzij na schriftelijke goedkeuring van de OVAM.

  • Een vrijstelling kan door de OVAM worden herroepen wanneer er door wijzigingen in de route van het schip of in de regelingen voor de afgifte van het scheepsafval niet meer voldaan wordt aan de voorwaarden. De vrijstelling kan worden ingeroepen de eerste dag na de laatste “frequente en regelmatige” aanloop. Bij herroeping van een vrijstelling worden naast de aanvrager ook de beheerder van de haven, de met de scheepvaart- controle belaste dienst van het federaal Directoraat-generaal Maritiem Vervoer en de afdeling Scheepvaartbegeleiding van het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust op de hoogte gebracht.


1   2   3   4   5   6   7   8   9


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina