Akkoordstukken dd. 29 Feb 2000



Dovnload 129.98 Kb.
Pagina1/3
Datum20.08.2016
Grootte129.98 Kb.
  1   2   3


ABC
a
Akkoordstukken
dd. 29 FEB 2000
kk

NOTA voor burgemeester en wethouders

SEC/AFD




BB/JZ

Onderwerp :

Bezwaarschrift van BBB uitzendorganisatie inzake de geweigerde vrijstelling t.b.v. het gebruik van Achter de Broederen 10 als uitzendbureau, en inzake de opgelegde dwangsom 
















Notanr. :

Opsteller :

Telefoon :

Datum. :

Portef.h. :

2000.3361

Vermaas

3807

21 februari 2000

Scholten


bestuursorgaan

uiterste datum

besluitenlijst

par. secr.




 B&W


     

 agenda







 Raad

     




 akkoordstukken







 Cie

     




 ...

     




 vertrouwelijk







 O.R.

     










Routing

par. dd.




par. dd.




par. dd.




 afd.hfd. :

     

 burgemeester :

     

 adj. secr. :

     

 sect.hfd. :

     

 weth. Scholten :

     

 gem. secr. :

     

 SB/FIN :

     

 weth. Knol :

     




       :

     

 weth. Doornebos :

     

BIS  (te paraferen door de adjunct-secretaris)

       :

     

 weth. de Jager-Stegeman :

     

       :

     

 weth. Hiemstra :

     




Bijlagen: Advies no. 3495 van de Algemene commissie voor de beroep-, bezwaar- en verzoekschriften + stukken




Extracten:      




ONTWERP-BESLUIT: B&W dd. 29-2-2000

Besloten wordt:


  1. Het bestreden besluit d.d. 20 augustus 1999, kenmerk 99.1010247 onder overneming van advies no. 3495 van de Algemene commissie voor de beroep-, bezwaar- en verzoekschriften te wijzigen in dier voege, dat de daarin opgenomen begunstigingstermijn wordt verlengd tot 27 augustus 2002, en het bezwaarschrift van BBB uitzendorganisatie voor het overige ongegrond te verklaren

  2. Betrokkenen hiervan schriftelijk op de hoogte te stellen en daarbij te wijzen op de beroepsmogelijkheid bij de arrondissementsrechtbank te Zwolle;

  3. Dit besluit openbaar te maken, nadat betrokkenen er schriftelijk over zijn geïnformeerd.






Voorstel openbaarmaking

dit besluit openbaar te maken nadat betrokken schriftelijk zijn geinformeerd

 ... (andere stukken, zoals nota, raadsvoorstel en – besluit, rapporten, brieven e.d. ... openbaar te maken

 dit besluit niet openbaar te maken vanwege ...

 ... (andere stukken) niet openbaar te maken vanwege ...







Communicatie:

 INTERN:

 EXTERN




 e-mail

 verpl. publicatie/bekendmaking

 DevNu

 persbericht

 nieuwsnet

 folder

 kabelkrant

 persconferentie

 interkom

 huis-aan-huis-brief

 teletekst

 informatiebijeenkomst




 hoorzitting

 toelichting op wekelijkse persconferentie

 Zie bijgevoegd communicatieplan







Financiële aspecten:

In te vullen door de initiërende dienst:

financiële gevolgen voor de gemeente?

 ja

 nee

Zo ja, gevolgen worden opgevangen:

 binnen het desbetreffende productbudget

 via herschikking tussen eigen sectorproducten

 via taakstelling binnen eigen sector

 reserves/voorzieningen van de sector

 tarieven burgers

 bijdrage andere sectoren

 concern

      





toelichting/overwegingen:
Bijgevoegd treft u aan het advies dat de Algemene commissie voor de beroep-, bezwaar- en verzoekschriften op 15februari 2000, onder no. 3495, heeft uitgebracht over het bezwaarschrift van BBB Uitzendorganisatie inzake de geweigerde vrijstelling voor het gebruik van het pand Achter de Broederen 10 t.b.v. een uitzendbureau, en inzake de last tot staken van dit gebruik onder oplegging van een dwangsom. De commissie is op grond van het gelijkheidsbeginsel van mening dat de in het bestreden besluit opgenomen begunstigingstermijn – eindigend op

1 juni 2000 – dient te worden verlengd tot 27 augustus 2002. Voor het overige acht de commissie het bezwaarschrift ongegrond. Voor de motivering van het commissie-advies wordt u verwezen naar m.n. de bladzijden 12 t/m 15. Ik stel u voor dit advies over te nemen.



ALGEMENE COMMISSIE VOOR DE BEROEP , BEZWAAR  EN VERZOEKSCHRIFTEN

Betreft: bezwaarschrift van BBB Uitzendorganisatie inzake

de geweigerde vrijstelling voorhet gebruik van het pand Achter

de Broederen 10 t.b.v. een uitzendbureau, en inzake de last

tot staken van dit gebruik onder oplegging van een dwangsom.

Aan burge­meester en wethouders

van DEVEN­TER.
2000, no. 3495 Deventer, 15 februari 2000
De Algemene commissie voor de beroep-, bezwaar- en verzoekschriften heeft behandeld een op 8 oktober 1999 ingekomen bezwaarschrift – gemotiveerd bij op 22 november 1999 ingekomen schrijven - inzake het besluit van uw college d.d. 20 augustus 1999, verzonden 26 augustus 1999 onder kenmerk 99.1010247, inhoudend de weigering van de gevraagde vrijstellingen op grond van het geldende bestemmingsplan “Kernzone Binnenstad” voor de ingebruikname van het pand Achter de Broederen 10 ten dienste van een uitzendbureau, en de last tot staken van dit gebruik uiterlijk 1 juni 2000 onder oplegging van een dwangsom ad f. 5000, - per week met een maximum van
f. 150.000, -
Ten aanzien van de ontvankelijkheid overweegt de commissie dat voldaan is aan het daaromtrent bepaalde in de Algemene Wet Bestuursrecht, zodat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Aanwezig waren ter hoorzitting d.d. 16 december 1999: de heer J.C.M. van Merriënboer, namens reclamante, bijgestaan door heer mr. H. Hoogendijk; de heer Klein Klauwenberg, verhuurder van het pand Achter de Broederen 10; de heren G. Lebbink, ambtenaar bij de sector Ruimte, Milieu en Wonen, en C. van Heck, ambtenaar bij de sector Werken en Vastgoed, in deze zaak advi­seurs van de commissie; de heer J.K. Muntinga, plv. voorzitter, alsmede de leden de dames F.M. Balk-Westen en J.F. van Harsse­laar-Timmer; de heer mr. B. Ver­maas, secre­taris.
Ten aanzien van de zaak zelf wordt het volgende overwogen. Het bestreden besluit d.d. 20 augustus 1999 heeft de navolgende inhoud.
Inleiding

Bij brief van 29 april 1999, kenmerk 99.7460/bwtfh, hebben wij BBB Uitzendorganisatie B.V., gevestigd aan Achter de Broederen 10, 7411 PS Deventer (hierna :”BBB”) medegedeeld dat het pand Achter de Broederen 10 als uitzendbureau in strijd met het geldende bestemmingsplan “Kernzone Binnenstad” in gebruik is genomen. Daarbij werd eveneens ons voornemen kenbaar gemaakt om BBB te zullen gelasten -onder oplegging van een dwangsom van f.5000, - per week met een maximum van f.150.000, -- het gebruik van dit pand als uitzendbureau te staken en gestaakt te houden. Alvorens daarover een definitief besluit te nemen heeft er op 27 mei 1999 een hoorzitting plaatsgevonden in het kader van art.4:8 Awb, waarbij het standpunt van BBB en de gemeente nader werd toegelicht. Daar is een verslag van gemaakt dat van diezelfde datum dateert.


Gewezen is op een principiële vrijstellingsmogelijkheid o.g.v. het bestemmingsplan. Met instemming van gemeentezijde werd BBB in de gelegenheid gesteld om uiterlijk 17 juni 1999 alsnog een gemotiveerd verzoek tot vrijstelling in te dienen, respectievelijk nader schriftelijk te reageren op de brief van 29 april 1999 en het verslag van de hoorzitting. Overeenkomstig die afspraak heeft u namens BBB een vrijstellingsverzoek resp, een zienswijze ingediend d.d.15 juni 1999,uw ref.740/mi/63.32.697. Later werd dit verzoek door u aangevuld met een informatief faxbericht en bevestigd bij brief van 13 juli 1999.
Met inachtneming van het vorengaande merken wij het volgende op;

1.Bestemming:

1.1.Op grond van het geldende bestemmingsplan “Kernzone Binnenstad” heeft het pand Achter de Broederen 10 de bestemming stedelijke bebouwing, resp. de gewenste functie winkels voor het begane grondgedeelte daarvan (zie art.4.1 en de ontwikkeling- en beheersregeling 4.2.,4.2.1 en 4.2.5.)

1.2 Als uitgangspunt geldt dat gestreefd wordt naar de realisering van de meest gewenste functieverdeling als aangegeven op plankaart 1 (winkels b.g.g.). In het gehele plangebied is de woonfunctie op de bovenverdieping(en) toegestaan.
1.3 Op grond van de begripsbepalingen ingevolge artikel 1 van het bestemmingsplan wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen een winkel en een dienstverlenend bedrijf,

1.4 In de begripsbepalingen wordt een uitzendbureau ook als een voorbeeld genoemd van een dienstverlenend bedrijf. Deze van elkaar verschillende functies zijn gedefinieerd in art.1, onder h resp. onder ad.

1.5 Op grond van artikel 4.4. jo. 4.4.5 onder c t/m f kunnen wij onder bepaalde randvoorwaarden van onze bevoegdheid gebruik maken om vrijstelling te verlenen voor de nieuwsvestiging van een ambachtelijk dan wel dienstverlenend bedrijf.

Daarbij dienen in elk geval ook de procedureregels als bepaald in artikel 14 in acht te worden genomen.


2. Feitelijke ingebruikname door BBB en de bestemmingsplanregeling;

2.1. Aan deze genoemde bestemmingsregeling kon BBB niet het gerechtvaardigde vertrouwen ontlenen om –zonder meer - een uitzendbureau in het pand te vestigen waarmee dus aan die bestemmingsplanregeling voorbij zou worden gegaan.

2.2. De feitelijke vestiging/ingebruikname van een uitzendbureau door BBB wordt overigens ook niet gerechtvaardigd door -de onbevestigd geziene en als klaarblijkelijk onjuist te kwalificeren – ‘telefonische informatie zijdens de gemeente aan de verhuurder/eigenaar’ dat ‘de vestiging van een uitzendbureau geen enkel bezwaar was’.

2.3. In de vrijblijvende projectinformatie die eveneens door DTZ Zadelhoff aan BBB werd verstrekt wordt ook geen enkele valide mededeling gedaan omtrent de bestemming en/of het vereiste procedure(-verloop) die de vestiging van een uitzendbureau in het pand Achter de Broederen 10 zou kunnen rechtvaardigen.

2.4 De door DTZ Zadelhof ter beschikking gestelde informatie heeft overigens ook geen betrekking op het pand Achter de Broederen 10, maar op Broederenstraat 26 (het zgn. “Pand Resink” schuin - tegenover de voormalige C&A-vestiging).

2.5.Bedoelde projectinformatie blijkt overigens van algemene aard te zijn geweest en was niet meer dan een uitnodiging om in onderhandeling te treden. Aan de inhoud van die informatie konden volgens DTZ Zadelhoff ook geen rechten worden ontleend.

Tegen deze achtergrond behoorde een ‘aanvaarding per direct’ in elk geval niet tot de reële mogelijkheden, alleen al gelet op de relevantie van de bestemmingsplanregeling met betrekking tot de (eventuele )vestiging van een uitzendbureau in de betreffende panden.

2.6 Dit leidt tot onze conclusie dat BBB een ondeugdelijke grondslag had voor de vestiging van een uitzendbureau. BBB dient te worden tegengeworpen dat zij dit uitzendbureau niettemin in het pand Achter de Broederen 10 heeft gevestigd in strijd met het bestemmingsplan.
3. Uw verzoek om vrijstelling en zienswijze ;

Bij meergenoemde brief van 15 juni 1999 heeft u namens BBB om vrijstelling van het geldende bestemmingsplan verzocht. Voor zover noodzakelijk op grond van art. 4.4, jo. art.4.4.5 onder c, artikel 6 (de algemene vrijstellingsbevoegdheid) en/of artikel 7 (“Toverformule”).


4. Gemeentelijk beleid:

4.1 Het geldende bestemmingsplan “Kernzone Binnenstad” is een ruimtelijk, functioneel en juridisch kader voor het realiseren van het in het structuurplan en in diverse beleidsnota’s neergelegde gemeentelijke beleid. Dat gemeentelijk beleid wordt voortdurend geactualiseerd en heeft onder meer geleid tot vaststelling van de Nota Deventer Binnenstadsperspectief (“Een ruggengraat voor de stad”), vastgesteld door de raad op 23 maart 1998.


4.2 Het geldende bestemmingsplan geeft concrete toetsingscriteria aan met betrekking tot het gebruik van panden op basis van plantoelichting en geformuleerde beleidsuitgangspunten.

4.3 Voor zover er in voorkomende gevallen van het bestemmingsplan wordt afgeweken –bijvoorbeeld door gebruikmaking van onze vrijstellingsbevoegdheid – vindt er een belangenafweging plaats.

4.4 In het kader van die vrijstellingsbevoegdheid wordt in belangrijke mate maar niet uitsluitend rekening gehouden met het bestemmingsplan als toetsingskader. Wij hebben (ook) de beleidsvrijheid om rekening te houden met recent en relevant gemeentelijk beleid, naast eventuele inspraakresultaten m.b.t. de vrijstellingsprocedure ex artikel 14.

4.5 In de algemene beschrijving in hoofdlijnen (art.3) van het bestemmingsplan is o.m. bepaald dat het gemeentelijk beleid is gericht op behoud en versterking van de centrale winkelfunctie van de Binnenstad in Deventer. Deze centrale winkelfunctie wordt versterkt door het – binnen het historisch kader- streven naar samenhangende winkelcircuits, het strategisch situeren van “ trekkers” en het stimuleren van het winkelklimaat in de naar hun aard onderscheiden winkelstraten. Met name het scheppen van kwalitatief hoogwaardige en aantrekkelijke bewinkeling en aanvullende functies in het winkelgebied wordt van groot belang geacht.

4.6 Langs de in het bestemmingsplan aangegeven “winkelcircuits” en “aanlooproutes” is het beleid gericht op realisering van een aaneengesloten winkelfront op de begane grond met incidenteel horecavestigingen en opgangen naar bovenwoningen.

4.7 Omdat er met name in de aanloopstraten frequent sprake is van functiewisselingen en hiermee ook gepaard gaande leegstand wordt gestreefd naar een dominante positie voor de winkelfunctie en limitering van het aandeel niet-winkelfuncties.


4.8 Vanuit de nota “Deventer Binnenstadsperspectief” moeten deze doelstellingen nog eens benadrukt worden gezien met een beleidsontwikkelingkader en investeringsstrategie die gericht zijn op versterking van de economische functie van het kernwinkelapparaat en tot doel hebben om de Deventer binnenstad attractiever en beter bereikbaar te maken.

Met genoemde Nota wordt nadrukkelijk beoogd om de bestemmingsplancriteria aan te scherpen.


4.9 Op grond hiervan ligt het in de rede dat wij handhaving voorstaan van de bestemmingsplanregeling en een uiterst terughoudend beleid voeren om in voorkomende gevallen van het bestemmingsplan af te wijken. Voor zover zich (ongewenste) ontwikkelingen voordoen welke de effectuering van de beleidsdoelstellingen zouden frustreren behoort een vrijstellingverlening daarvoor uiteraard achterwege te blijven.
5. Overwegingen ten aanzien van het verzoek om vrijstelling;

5.1 Uitgangspunt is en blijft dat overeenkomstig art. 4.2 gestreefd wordt naar realisering van de meest gewenste functieverdeling (winkels). Behoudens vrijstelling is geen functiewijziging in een minder gewenste functie toegestaan.

5.2 Het pand Achter de Broederen 10 maakt onderdeel uit van het Kernwinkelapparaat en is gelegen aan het zgn.”winkelcircuit” waar de winkelfunctie versterkt dient te worden.

5.3 Reeds voorafgaand aan de totstandkoming van het bestemmingsplan “Kernzone Binnenstad” was het pand Achter de Broederen 10 in gebruik als horecabedrijf met de daarvoor vereiste exploitatie vergunningen. In planologische zin derhalve een minder gewenste functie.

5.4 Bij een daarop volgende gebruiksverandering dient er derhalve zoveel mogelijk naar te worden gestreefd om tot een invulling overeenkomstig het bestemmingsplan te komen( een omzetting in de hoofdfunctie winkel).

5.5 De gemeente is benaderd door verschillende marktpartijen inzake een herontwikkeling van het Broederenplein, al of niet in combinatie met het Sijzenbaanplein. Daarbij wordt o.a. de mogelijkheid onderzocht van kleinschalige detailhandelsvoorzieningen en een versterking van de winkelrouting. E.e.a. voorzoveel mogelijk in overeenstemming met het bestemmingsplan resp. het gemeentelijk beleid. Naar verwachting zullen deze plannen in september aan ons worden voorgelegd en ook op de haalbaarheid kunnen worden beoordeeld. Redenen waarom geen afwijkingen en/of wijzigingen van het bestemmingsplan op of nabij die locatie(s) worden voorgestaan. Dat zou immers de genoemde ontwikkelingsplannen kunnen frustreren.

5.6 Wij wensen derhalve niet van onze vrijstellingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 4.4.5 onder c t/m f gebruik te maken om het gebruik van het pand Achter de Broederen 10 ten dienste van een uitzendbureau te legaliseren.
6.Geen toepassing van art. 6, de algemene vrijstellingsbevoegdheid;

De vestiging van BBB betreft naar onze mening niet een uitzonderlijke en een van zwaarwegend belang zijnde functie die bijdraagt aan het binnen het centrum gewenste voorzieningenpakket.

Voor zover de zgn. dienstverlenende functies al aanwezig zijn worden deze limitatief toegelaten in de zgn. ’aanlooproutes’ en niet naar de ‘winkelcircuits’ gedirigeerd.

De werking van de omliggende meest gewenste functies (winkels)wordt door ons ook verstoord gezien door de vestiging van achtereenvolgens 3 uitzendbureaus. In al die gevallen is er sprake van strijd met het geldende bestemmingsplan. Reden waarom wij geen termen aanwezig zien om gebruik te maken van onze algemene vrijstellingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 6.


7.Rechtsgelijkheid;

Mede uit overwegingen van rechtsgelijkheid zullen wij ons er nader over beraden in welke mate er handhavend door ons zal worden opgetreden tegen soortgelijke (zakelijke dienstverlenende) bedrijven “Vedior” en “Unique” welke tegenover BBB zijn gevestigd.


8.Geen toepassing van art. 7.2 (“Toverformule”);

8.1 Zoals hiervoor reeds is opgemerkt wordt een strikte toepassing van het bestemmingsplan in deze gerechtvaardigd gezien door het beleidsontwikkelingkader en de investeringsstrategie zoals die ook in de Nota “Deventer Binnenstadsperspectief” tot uitdrukking is gebracht.

8.2 De nieuwe planontwikkeling geeft eveneens aan dat een zinvol gebruik overeenkomstig de bestemming –in objectieve zin- nog steeds tot de mogelijkheden behoort

8.3.Dit onverlet de opgetreden leegstand van grootschalige panden in de omgeving. Een “nieuwe invulling “ daarvoor vergt relatief meer (voorbereidings-)tijd als gevolg waarvan “tijdelijke” leegstand onvermijdelijk blijkt. Dit impliceert geenszins dat de betreffende panden daar feitelijk hun bestemming mee hebben verloren.

8.4 Het betreffende pand Achter de Broederen 10 wordt op zichzelf geschikt geacht voor een winkelvestiging –het meest doelmatige gebruik overeenkomstig de bestemming- en daarvoor worden dus ook nieuwe en betere condities gecreëerd,

8.5 Het bestreden gebruik als uitzendbureau staat de daadwerkelijke realisering van de bestemming en effectuering van de verdere planontwikkeling in de weg.

8.6 Wij zien daarom geen gegronde reden aanwezig om te besluiten tot een vrijstelling als bedoeld in artikel 7.2.
9, Besluiten



  1   2   3


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina