Akkoordstukken dd. 29 Feb 2000



Dovnload 129.98 Kb.
Pagina2/3
Datum20.08.2016
Grootte129.98 Kb.
1   2   3

Het vorenstaande in overweging nemende hebben wij besloten u hierbij:


  1. De gevraagde vrijstellingen op grond van het geldende bestemmingsplan

Kernzone Binnenstad” voor de ingebruikname van het pand Achter de

Broederen 10 ten dienste van een uitzendbureau te weigeren.

  1. Op grond van artikel 125 van de Gemeentewet en artikel 5:32 van de Algemene Wet Bestuursrecht te gelasten het gebruik van het pand Achter de Broederen 10 als uitzendbureau zo spoedig mogelijk doch uiterlijk 1 juni 2000 te staken en gestaakt te houden en te bepalen dat op overtreding van deze last ingaande 2 juni 2000 een dwangsom wordt verbeurd van f. 5000,- per week met een maximum van f.150.000,-


Deze brief dient dan ook te worden beschouwd als de formele oplegging van een dwangsom als bedoeld in artikel 125 van de Gemeentewet en artikel 5:32 van de Algemene Wet Bestuursrecht.
Binnen zes weken na verzending van dit schrijven kan bij ons college tegen deze besluiten (tot weigering van de vrijstellingen en de oplegging van een dwangsom een (gemotiveerd) bezwaarschrift worden ingediend. De indiening van een bezwaarschrift schorst niet de tenuitvoerlegging van dit besluit. Aan de president van de rechtbank te Zwolle, sector Bestuurszaken, Postbus 10067, 8000 GB Zwolle kan worden verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
11. Begunstigingstermijn:

Uw verzoek tot het opnemen van een ruime begunstigingstermijn is dezerzijds ingewilligd met dien verstande dat tot 1 juni 2000 een vervangende locatie kan worden gevonden.”


In het hiertegen ingediende bezwaarschrift en de daarbij behorende aanvulling wordt samengevat naar voren gebracht dat ten onrechte vrijstelling onder 4.4.5 onder c tot en met f van het vigerende bestemmingsplan is geweigerd. Bestreden wordt dat de door de gemeente gewenste versterking van het winkelcircuit een grond zou kunnen zijn tot weigering van vrijstelling. In de nota Deventer Binnenstadsperspectief wordt het Broederenplein omschreven als een woon- of verpozingsplein, rustig achteraf, net buiten de drukste winkelstraten. Volgens reclamante is Achter de Broederen een aanpalend straatje met een vergelijkbaar karakter. Voorts voert de gemeente naar de mening van reclamante ten onrechte de plannen tot herontwikkeling van het Broederenplein e.o. aan als weigeringgrond omdat deze plannen nog in een pril stadium verkeren, niet openbaar zijn, en derhalve voor BBB niet te beoordelen in het kader van de bezwaarschriftprocedure. Voorts is het, gelet op de momenteel bestaande leegstand, twijfelachtig of die plannen zullen slagen. Verder voert reclamante aan dat ten aanzien van de algemene vrijstellingsmogelijkheid ten onrechte is getoetst of de vestiging van BBB een uitzonderlijke en een van zwaarwegend belang zijnde functie betreft die bijdraagt aan het binnen het centrum gewenste voorzieningenpakket. Beoordeeld zou slechts moeten worden of de vestiging bijdraagt aan het gewenste voorzieningenpakket en geen afbreuk doet aan de omliggende meest gewenste functies. Aan deze criteria voldoet BBB. Ten onrechte is voorts niet ingegaan op het feit dat de vestiging van BBB dicht bij een aanloopgebied ligt waar de criteria voor verlening van vrijstelling aanmerkelijk soepeler zijn, en waar ook al enkele andere uitzendbureaus zijn gelegen. Ten onrechte is ook niet getoetst aan de criteria in artikel 4.4.5 van het bestemmingsplan. Ten aanzien van de opgelegde dwangsom ontbreekt volgens reclamante een redelijke belangenafweging. De belangen van BBB bij de huidige locatie zijn groot, gelet op de bekendheid die inmiddels is ontstaan bij het publiek en de forse investeringen. Er zijn geen derden bekend die bezwaren hebben tegen de huidige locatie. Andere locaties zijn in Deventer niet eenvoudig te vinden. De drie nu aan Achter de Broederen aanwezige uitzendbureaus sluiten goed aan bij de vestigingen van uitzendbureaus aan de Sijzenbaan. Verder voert reclamante aan dat tegen een ander uitzendbureau aan Achter de Broederen jarenlang niet is opgetreden. Ook tegen de hiervoor in het pand gevestigd geweest zijnde horecavestigingen is nimmer opgetreden. Tenslotte wordt in het bezwaarschrift subsidiair verzocht om een tijdelijke vrijstelling dan wel een gedoogbeschikking.
Naar aanleiding van de ingediende bezwaren heeft de commissie het hoofd sector Ruimte, Milieu en Wonen om advies verzocht. Namens deze adviseert het hoofd afdeling Ruimtelijke Ordening op 2 december 1999 als volgt aan de commissie.

“Ter voldoening aan het verzoek van uw secretaris om advies inzake bovenvermeld onderwerp deel ik u het volgende mede.


Inleiding:

Namens BBB Uitzendorganisatie B.V., Achter de Broederen 10, 7411 PS Deventer (hierna “BBB”) heeft Mr.L.M. Tuinhout een bezwaarschrift ingediend tegen het besluit van B&W d.d. 20 augustus 1999, verzonden op 26 augustus 1999 met kenmerknummer 99.1010247, inzake de geweigerde vrijstelling voor de ingebruikname van het pand Achter de Broederen 10 ten dienste van een uitzendbureau resp. de last dat gebruik zo spoedig mogelijk doch uiterlijk 1 juni 2000 te staken en gestaakt te houden onder oplegging van een dwangsom op overtreding van deze last.


Dit bezwaarschrift d.d.7 oktober 1999 is op 8 oktober 1999 bij de gemeente ingekomen.

Vanwege intern beraad over deze kwestie heeft Mr. L.M. Tuinhout daarbij verzocht om een termijn van enkele weken te geven om de gronden nader aan te vullen. Zijdens de gemeente is aan dit verzoek van Mr. L.M. Tuinhout voldaan waarbij hem nader uitstel is verleend voor het aanvullen van de gronden van voornoemd bezwaarschrift en de begunstigingstermijn daarvoor is verlengd tot 20 november 1999. Vervolgens heeft Mr. L.M. Tuinhout –tijdig- de gronden van het bezwaarschrift nader aangevuld bij brief van 19 november 1999, ingekomen op 22 november 1999. met kenmerknummer 99.19000.


Opmerkingen m.b.t. de ingediende bezwaren;

Het bezwaarschrift geeft mij aanleiding tot de volgende opmerkingen, waarbij verwezen wordt naar de nummering van de brief van 19 november 1999 van Mr. L.M. Tuinhout;


Ad. 5.2:

Mr.L.M. Tuinhout haalt hier -slechts - een 2-tal argumenten aan van B&W .

Overeenkomstig het primaire besluit van B&W dd. 20 aug.’99 wordt daarentegen nogmaals gewezen op het daarin onder punt 4-1 t/m 4-9 uiteengezette gemeentelijke beleid en de onder

punt 5.1 t/m 5.5 genoemde overwegingen ten aanzien van het verzoek om vrijstelling. Uitgangspunt is en blijft dat overeenkomstig art.4.2 van de bestemmingsplanvoorschriften gestreefd wordt naar realisering van de meest gewenste functieverdeling (winkels). Er is geen functiewijziging toegestaan in een minder gewenste functie, tenzij B&W daarvoor tot vrijstellingverlening besluiten, naar aanleiding van een daartoe gemotiveerd verzoek. Voor zover er zich een gebruiksverandering zou aandienen behoort er derhalve zo veel mogelijk naar te worden gestreefd om tot een invulling overeenkomstig het bestemmingsplan te komen. De gemeente is daarentegen door BBB voor een voldongen feit geplaatst. Dienaangaande wordt nog eens nadrukkelijk gewezen op de gemotiveerde conclusie van B&W zoals gesteld onder punt 2.6., die door Mr.L.M. Tuinhout niet is bestreden. BBB wordt daarbij tegengeworpen dat zij geen deugdelijke grondslag had voor de feitelijke ingebruikname c.q. de vestiging van een uitzendbureau in het betreffende pand.

Gegeven de huidige –met het bestemmingsplan strijdige -situatie staat BBB de realisering van de (meest) gewenste functie in de weg.


Ad 5.3: (ad i)

De nota “Deventer Binnenstadsperspectief” dient met name te worden gezien als een beleidsontwikkelingkader en investeringsstrategie die gericht is op versterking van de economische functie van het kernwinkelapparaat. Daarmee wordt o.m. beoogd de geldende bestemmingscriteria aan te scherpen. Realisering van de meest gewenste functie (in casu winkels) staat hierbij dus voorop.



Niet weersproken wordt dat het Broederenplein In genoemde Nota op blz. 25 wordt gekenschetst als “woonplein of verpozingsplein; ‘rustig achteraf’, net buiten de drukste winkelstraten.

Daarbij dient dan wel het volgende te worden opgemerkt. Overeenkomstig de feitelijke situatie maakt de straat Achter de Broederen deel uit van het winkelcircuit zoals dit ook in het bestemmingsplan –op plankaart 2- tot uitdrukking is gebracht. Dit in tegenstelling tot het overgrote gedeelte van het “Broederenplein” dat niet tot het zgn. “winkelcircuit” kan worden gerekend, maar overigens wel grenst aan het hier bedoelde woonplein en verpozingplein dat als zodanig ook die functie dient toe te komen gelet op de aangrenzende woon- en winkelfuncties. Ter plekke kan worden gesproken van een vloeiende overgang van het winkelcircuit naar het Broederenplein.

Onweersproken wordt dat de vestiging van BBB dichtbij een zgn. “aanloopgebied” ligt met betrekking waartoe de criteria voor het verlenen van vrijstelling aanmerkelijk soepeler zijn.

De straat Achter de Broederen resp. het desbetreffende pand op nr. 10 maakt niettemin feitelijk onderdeel uit van het kernwinkelapparaat waar de winkelfunctie dient te worden versterkt.

In tegenstelling tot de mening van Mr. L.M. Tuinhout wordt onder die gegeven omstandigheden geen gegronde aanleiding gezien om van het bestemmingsplan af te wijken,
Ad 5.3. (ad ii);

B&W hebben BBB medegedeeld dat zij door marktpartijen zijn benaderd inzake een herontwikkeling van het Broederenplein, al of niet in combinatie met het Sijzenbaanplein.

Daarbij wordt o.a. de mogelijkheid onderzocht van kleinschalige detailhandelsvoorzieningen en een versterking van de winkelroute. E.e.a. voor zoveel mogelijk in overeenstemming met het bestemmingsplan en het gemeentelijk beleid. Deze plannen zijn nog niet in de openbaarheid gebracht.

Mr.L.M. Tuinhout merkt terecht op dat aan het Sijzenbaanplein meerdere uitzendbureaus zijn gevestigd in overeenstemming met het bestemmingsplan. Deze situatie blijft echter ongewijzigd.

Het behoeft in die zin echter geen verbazing te wekken dat het daar reeds gevestigde aantal dienstverlenende bedrijven wordt gehandhaafd maar ook niet wordt uitgebreid of “wegbestemd”.

De planontwikkeling heeft wel betrekking op een uitbreiding/versterking van de winkelfunctie aan het Sijzenbaanplein aan de zijde van de Parkeergarage maar dus ook aan Achter de Broederen en het Broederenplein.
BBB wenst schriftelijke stukken te ontvangen die op de planontwikkeling betrekking hebben.

Dat om in staat te worden gesteld hierop te kunnen reageren in het kader van de bezwaarprocedure.

Naar mijn opvatting kan dat verzoek –op dit moment- niet zonder meer worden gehonoreerd.

Eerst voor zover de bedoelde ontwikkelingsplannen onderdeel uit zullen maken van openbare gemeentelijke besluitvorming zal dat verzoek kunnen worden gehonoreerd. Ter zitting kan daar zo mogelijk een nadere toelichting op worden gegeven. Vooralsnog verwijs ik naar de mededelingen daarover van het Hoofd van de Afdeling Sociaal-Economische Zaken in zijn bijgevoegd advies.


Overeenkomstig het gestelde in een eerdere zienswijze van 15 juni kampt de omgeving van het Broederenplein en Achter de Broederen met leegstand. Gelet op de ervaring van de afgelopen jaren spreekt BBB het vermoeden uit dat de herontwikkelingsplannen niet zullen leiden tot het door de gemeente gewenste resultaat. Daarbij wordt aangevoerd dat 800 m2 winkeloppervlakte aan het Broederenplein (het “pand Resink”) alsmede het pand Achter de Broederen 10 al ruim 2 jaar hebben leeggestaan. In het onderhavige pand waren verschillende horeca-inrichtingen gevestigd waarna het ook geruime tijd heeft leeggestaan alvorens BBB zich vestigde. Gelet op blinde muur van de Broederenkerk aan de straatwandzijde van BBB worden de ontwikkelingsmogelijkheden ook beperkt gezien.
Daarover wordt het volgende opgemerkt. In het (grootschalige)pand Resink was zowel op de beganegrond als op de verdiepingen van dat pand een meubelzaak c.a. resp. een winkel gevestigd . Dat in overeenstemming met het bestemmingsplan. Als gevolg van het vertrek van Resink heeft dit pand weliswaar enige tijd leeggestaan maar dit pand is inmiddels voor het overgrote gedeelte weer ingevuld met een winkel (modezaak Eugene) op de beganegrond en met woningen op de verdieping. E.e.a. conform het bestemmingsplan.
In Achter de Broederen 10 was ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan (overgangsrechtelijk) reeds een horecabedrijf gevestigd,, terwijl voor een –betrekkelijk geringe – functiewijziging (omzetting van een alcoholvrije zaak c.q. een horeca-inrichting in de categorie III-b in een eetcafe c.q. een horeca-inrichting in de categorie II) wel vrijstelling is verleend voor omzetting van de exploitatievorm. Daartoe zijn de vereiste procedures gevolgd die ertoe hebben geleid dat daar een aantal verschillende maar vergunde horecabedrijven in gevestigd zijn geweest. E.e.a. met behoud van de bestemming resp. de gewenste functie winkels.
De Broederenkerk en daarmee de “blinde muur” daarvan aan de zijde Achter de Broederen heeft de functie bijzondere doeleinden. Vorenbedoelde invullingen geven geen aanleiding tot bestemmingwijziging en leveren ook geen strijd op met het bestemmingsplan. Dit in tegenstelling tot de vestiging van het uitzendbureau BBB en overigens die van de daar tegenover gevestigde uitzendbureaus Unique en Vedior, alle in strijd met het bestemmingsplan. De herontwikkelingsplannen beogen overigens ook een invulling met winkels overeenkomstig het bestemmingsplan. Voornoemde vestigingen staan die voorgestane ontwikkeling in de weg.

Een daadwerkelijke invulling overeenkomstig het bestemmingsplan zal echter de nodige voorbereidingstijd vergen waarbij tijdelijke leegstandssituaties onvermijdelijk zijn.


Ad 5.4. en 5.5:

Bij de beoordeling omtrent vrijstelling staat in de eerste plaats ter beoordeling of B&W van hun vrijstellingsbevoegdheid als bedoeld in art. 4.4. gebruik wensen te maken en pas vervolgens of daarbij zou kunnen worden voldaan aan de criteria van art. 4.4.5. onder c t/m f. Gelet op de gewenste functie winkels , het aangescherpte gemeentelijke beleid tot versterking van de winkelfunctie ter plekke en de daarop betrekking hebbende herontwikkelingsplannen staan B&W echter een ontwikkeling overeenkomstig het bestemmingsplan voor. Dat betekent dat het college niet bereid is om medewerking te verlenen aan een ongewenste ontwikkeling of in de verplichting staat om vrijstelling van het bestemmingsplan te verlenen. Op grond van artikel 4.4. juncto artikel 4.4.5 onder c t/m f van het bestemmingsplan betreft het hier een vrijstellingsbevoegdheid en geen vrijstellingsverplichting. Het pand Achter de Broederen 10 is gelegen in het kernwinkelapparaat resp. het winkelcircuit. Aangevuld dient te worden dat de BBB-vestiging op zichzelf voldoet aan het vrijstellingscriterium als bedoeld in artikel 4.4.5 onder c. (De BBB-vestiging –ca.7 m.breed- beslaat nl. niet meer dan 10 % van de betreffende straatwand van Achter de Broederen met een lengte van ca.75 m.)


Met de BBB-vestiging wordt afbreuk gedaan aan de gewenste realisering van het bestemmingsplan. De werking van de daar gewenste winkelfuncties wordt nadrukkelijker verstoord gezien nu dit de vestiging van achtereenvolgens het derde uitzendbureau betreft. Voor de goede orde zij overigens opgemerkt dat B&W de uitzendorganisaties Unique en Vedior. inmiddels ook hebben gelast de exploitatie van hun bedrijven op korte termijn te beëindigen
Overeenkomstig het gemeentelijk beleid en het bestemmingsplan worden de dienstverlenende bedrijven binnen het centrum weliswaar gerekend tot het daar gewenste voorzieningenpakket maar deze worden daarbij beperkt toegelaten in het winkelcircuit en voor het overige gedirigeerd naar het aanloopgebied. Gelet op de bestaande situatie waarbij er reeds diverse uitzendbureaus in het centrum zijn gevestigd overeenkomstig het bestemmingsplan en op daarvoor geschikte locaties , bestaat er geen aanleiding en/of gegronde reden voor toepassing van de algemene vrijstellingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 6.
Ad 6.3

Legalisering van de BBB-vestiging wordt verworpen. Voordat BBB zich vestigde diende deze zich –zoals verwacht mocht worden- te laten informeren omtrent de bestemming resp. het gemeentelijke beleid. De huidige -met het bestemmingsplan strijdige – situatie belemmert de realisering van het bestemmingsplan resp. de herontwikkelingsplannen.

Uitsluitend tot het risico voor BBB gelden de door Mr. L.M. Tuinhout gemaakte opmerkingen dat:


  • de BBB-vestiging inmiddels bekend is bij het publiek;

  • er forse investeringen zijn gedaan;

  • het niet eenvoudig is om een vergelijkbare locatie te vinden binnen Deventer.


Ad 6.4

Zoals reeds eerder onder Ad 5.4 en 5.5. is opgemerkt hebben B&W de uitzendorganisaties Unique en Vedior eveneens gelast de exploitatie van hun bedrijven op de korte termijn te beëindigen



Met betrekking tot de bestaande vestigingen van uitzendbureaus aan het Sijzenbaanplein en Achter de Broederen dient op een belangrijk verschil te worden gewezen. Dat verschil is erin gelegen dat de vestigingen aan het Sijzenbaanplein in overeenstemming zijn met het bestemmingsplan , dit in tegenstelling tot de vestigingen aan Achter de Broederen. Het feit dat verschillende horecabedrijven elkaar hebben opgevolgd in het betreffende pand Achter de Broederen 10 heeft nimmer een moverende en/of gegronde reden opgeleverd om daartegen op te treden op grond van het bestemmingsplan. Daarbij in aanmerking genomen dat er voor de totstandkoming van het bestemmingsplan reeds een horecabedrijf gevestigd was. Het huidige bestemmingsplan geeft als gewenste functie winkels aan. Daarmede is voor belanghebbenden kenbaar ( gemaakt) dat het bestemmingsplan is gericht op verandering. Bij de totstandkoming van het bestemmingsplan is dat ook niet bestreden.
Resumerende,

concludeer ik dat BBB het nodige risico dient te aanvaarden met betrekking tot de betreffende bedrijfsvestiging in strijd met het geldende bestemmingsplan. Niettemin blijkt mij aan BBB een redelijke begunstigingstermijn gegund (tot 1 juni 2000) om een vervangende locatie te vinden.

Aangezien de BBB-vestiging de realisering van het bestemmingsplan resp. de herontwikkelingsplannen in de weg staat wordt er geen aanvaardbare en/of gegronde reden

aanwezig geacht om deze vestiging alsnog te legaliseren hetzij langer te gedogen of daarvoor tijdelijke vrijstelling te verlenen. De inmiddels aanzienlijk teruggedrongen “tijdelijke” leegstand en de actuele plannen om op zo kort mogelijke termijn tot een daadwerkelijke invulling conform het bestemmingsplan te komen zijn van overwegende betekenis om tot die conclusie te komen. Voor het overige verwijs ik u naar het ter zake uitgebrachte advies van het Hoofd van de afdeling Sociaal-Economische Zaken dat u hierbij gelijktijdig wordt aangeboden.


Redenen waarom,

Ik uw commissie op grond van het vorengaande adviseer om te bevorderen dat:

de ingediende bezwaren door Mr. L.M. Tuinhout, namens BBB Uitzendorganisatie B.V. ongegrond worden verklaard.”
De reactie op het bezwaarschrift van het hoofd van de afdeling Sociaal Economische Zaken heeft de navolgende inhoud.
“Naar aanleiding van het bezwaarschift van BBB geef ik u hierbij een aanvullende reactie op het verweer van BBB tegen het besluit tot handhaving van het vigerende bestemmingsplan Kernzone Binnenstad voor het pand Achter de Broederen 10. In deze aanvullende reactie zal met name ingegaan worden op het belang van handhaving vanuit economisch perspectief, en wel met name gericht op de versterking van de winkelfunctie in het Kernwinkel Apparaat (hierna KWA).

In de nota “Een ruggengraat voor de stad, Deventer Binnenstadsperspectief” zijn de contouren geschetst en de eerste stappen gezet voor een beleids- en investeringsstrategie voor Deventer. Hierin is aangegeven waar zich het Kernwinkelapparaat bevindt ofwel waar de winkelfunctie is gesitueerd. Achter de Broederen is heel nadrukkelijk onderdeel van dit KWA. De plannen van de gemeente zijn erop gericht deze winkelfunctie te versterken. Algemeen kan gesteld worden dat de herontwikkeling van het Broederenplein, Sijzenbaanplein en de Brink in samenhang met hun directe omgeving een omvangrijke en ingrijpende stedelijke investeringsopgave is. De locaties vormen de grenzen van het KWA. Voorkomen dient te worden dat een nieuwe invulling van genoemde locaties tot op zichzelf staande ontwikkelingen leiden, waardoor de hier gevestigde voorzieningen solitair functioneren ten opzicht van de rest van het centrumgebied. Bij de herontwikkeling van de drie locaties zal gewerkt moeten worden aan een goede aansluiting op het bestaande kernwinkelgebied.


Met betrekking tot het besluit tot handhaving van het vigerende bestemmingsplan Kernzone Binnenstad voor het pand Achter de Broederen 10 en de overige panden aan de overzijde ligt de volgende gedachte ten grondslag; In maart 1998 heeft de gemeenteraad de nota “Deventer Binnenstadsperspectief” vastgesteld. In deze nota is het kernprobleem van de binnenstad van Deventer gedefinieerd als “ Het kernwinkelapparaat van Deventer blijft in ontwikkeling achter bij de omgeving en de achterstand blijft groeien”. In de daarop volgende periode is veel energie gestoken in het verder ontwikkelen van gedachten, zoals die in de visie zijn neergelegd. Dit heeft onder meer geresulteerd in:

  • de herinrichtingvisie openbare ruimte binnenstad Deventer

  • locatiestudie parkeergarages Deventer

  • een intentie - overeenkomst en een concept - samenwerkingsovereenkomst

Hiermee staan de inhoudelijke kaders vast waarbinnen de herinrichting van de binnenstad ter hand zal worden genomen. Een vervolg vormt het Plan van Aanpak “Verder met de Binnenstad”, dat in december door de gemeenteraad zal worden behandeld. Door het Broederenplein (Achter de Broederen) meer te profileren als belangrijk “hoekpunt” binnen het kernwinkelgebied, kan deze zwakke schakel binnen het voetgangerscircuit sterk verbeterd worden. Om de oriëntatie en de beleving van de winkelrouting via Achter de Broederen te verbeteren is het belangrijk om de oorspronkelijke rooilijn langs Achter de Broederen terug te brengen. Bij nieuwbouw zal langs Achter de Broederen op de begane grond sprake moeten zijn van een voorzetting van het winkelfront door de komst van kleinschalige detailhandelsvoorzieningen. Tegen de Broederenkerk zijn in de 17de eeuw kleine huisjes aangebouwd. Een deel daarvan is gehandhaafd en doen nu dienst als winkeltjes. Om het winkelcircuit via Achter de Broederen verder te stimuleren zou overwogen kunnen worden om de afgebroken “huisjes” terug te brengen en het winkelfront aan beide zijden van de straat zo te sluiten. Hiertoe heeft Wilma en Matser een studie gepresenteerd naar onder meer opwaardering van het Broederenplein en Sijzenbaangarage. De plannen vormen een onderdeel van de totale aanpak van het KWA. Deze plannen zijn onlangs aan de stuurgroep Deventer Binnenstadsperspectief aangeboden.


In het Plan van Aanpak oktober 1999 tot december 2000 worden de Sijzenbaanlocatie, het Broederenplein en Lamme van Diesenplein als relevante ontwikkelingslocaties genoemd. Voor wat betreft Achter de Broederen is het beleid er op gericht de winkelfunctie te handhaven en de straat qua karakter aan te laten sluiten bij de overige delen van het KWA.
Het moge, tot slot, duidelijk zijn dat het gemeentelijk beleid, - zoals verwoord in de nota Deventer Binnenstadsperspectief, het Plan van Aanpak “Verder met de Binnenstad” en de studie naar de herontwikkeling van de Sijzenbaanlocatie, het Broederenplein en de Brink -, is gericht op versterking van de detailhandelsfunctie van het kernwinkelapparaat. Handhaving en eventueel verscherping van het Bestemmingsplan kernzone binnenstad is hiertoe een belangrijk instrument.

Vestiging van zakelijke dienstverlening op deze locatie is niet alleen in strijd met het bestemmingsplan, het gemeentelijk beleid aangaande de herontwikkeling van de stad maar bemoeilijkt de verdere gewenste ontwikkeling van het Broederenplein. Derhalve wordt voorgesteld over te gaan tot handhaving van het vigerende bestemmingsplan Kernzone Binnenstad.



Uiteraard is de gemeente bereid, voor zover mogelijk, haar medewerking te verlenen bij het vinden van een geschikte andere locatie.”

1   2   3


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina