Al Dente 2006 WareNar Lesbrief



Dovnload 55.61 Kb.
Datum22.07.2016
Grootte55.61 Kb.

Al Dente 2006 WareNar - Lesbrief
LESBRIEF

Toneelgroep Al Dente speelt


WareNar



een onwaarschijnlijk relaas over een echte dwaas

INHOUD


  • Toneelgroep Al Dente

  • P.C. Hooft– leven en werk

  • Inhoud van het stuk

  • Hooft, Rembrandt en Al Dente

  • De bewerking: een fragment
  • Voorbereiding – vóór de voorstelling
  • Verwerking (1) – nà de voorstelling
  • Verwerking (2) – recensie schrijven
VOOR DE DOCENT



Lesbrief kopiëren


De bijgaande bladen kunt u des­gewenst geheel of gedeeltelijk kopiëren en in de klas gebruiken ter voorbereiding op een bezoek aan de voorstelling WareNar.

Lesbrief downloaden


Via www.aldente.nl / Educatie en Pers is de lesbrief ook te downloaden.

Meer lesmateriaal


Lia van Gemert en Marijke Meijer Drees (samenstelling), P.C. Hooft - Warenar
Geld en liefde in de Gouden Eeuw
, Amsterdam University Press, Amsterdam 2004 (Tekst in context 6)

ISBN 90 5356 555 8


Deze uitgave bevat naast de oorspronke­lijke tekst een vertaling in modern Nederlands en is voorzien van een uitvoerige toelichting en vele illustraties. De huwelijks­gewoonten en het sociale vraagstuk van rijkdom en armoede in de jonge Nederlandse Republiek krijgen ruim aandacht, evenals de bloeiende theatercultuur in de tijd van Hooft. Bij het boek is ook een docenten­handleiding beschikbaar.

Voorstellingen


Theater De Ware Liefde, Kagerstraat 1 Leiden; aanvang 20.30 uur:


  • do 16 november try-out

  • vr 17 november try-out

  • za 18 november première

  • wo 22 november

  • do 23 november

  • vr 24 november

  • za 25 november



De Waag, Aalmarkt 21 Leiden; aanvang 20.30 uur:


  • do 7 december

  • vr 8 december

  • za 9 december



Reserveren


www.aldente.nl

of


06-10614663

ma - za van 17.00 tot 19.00 uur


Toegang

€ 10,-


€ 7,- (cjp / ckv / pas 65+)

€ 5,- (try-out)


CONTACT

Toneelgroep Al Dente

Zoeterwoudsesingel 1c

2313 AX Leiden

tel 06-10614663

(ma - za van 17.00 tot 19.00 uur)

web www.aldente.nl

mail info@aldente.nl




TONEELGROEP AL DENTE
Toneelgroep Al Dente is in 1993 opgericht door oud-leerlingen van het Visser 't Hooft Ly­ceum te Leiden. Al Den­te heeft de afgelopen jaren toneelklassiekers gespeeld (Hamlet, Alkestis) naast minder bekende stukken (De moeder van Icarus, De zondags­wandeling). Bij Al Dente zie je altijd een directe, confronterende manier van acteren, waarbij de acteurs zich niet verstoppen achter hun persona­ge, en waarbij het proces - theater maken - zichtbaar blijft in het pro­duct - de voorstelling. Probeer het niet te zijn, probeer het te spelen is dan ook het motto van regisseur Jos Nijhof. Al Dente is de vaste bespeler van het kleine theater De Wa­re Liefde aan de Kager­straat 1 te Leiden (Visser ’t Hooft Lyceum). De voorstelling WareNar wordt behalve in De Ware Liefde ook gespeeld in De Waag in Leiden.
P.C. HOOFT - LEVEN EN WERK

Pieter Corne­lis­zoon Hooft werd geboren in Am­sterdam in 1581 en overleed in Den Haag in 1647. Zijn vader was zaken­man èn burge­mees­ter van Amsterdam. P.C. Hooft behoort samen met Joost van den Vondel, Constantijn Huyghens en Gerbrand Adriaanszoon Bredero tot de belangrijkste dichters / schrijvers van de zeventiende (de Gouden) eeuw. Na zijn studie aan de Latijnse school maakt Hooft een grote reis door Europa. In Italië maakte hij kennis met de Renais­sance, de 'weder­geboorte' van de kunst uit de klas­sieke oudheid. Na zijn terugkeer in Nederland, ging hij rechten studeren in Leiden. Daarna kreeg hij een functie als drost (een soort rech­terlijk ambtenaar) van Muiden en vestigde zich in het Muider­slot. Met zijn vrienden (onder wie Vondel, Huyghens en Brederode) richtte hij daar de Muiderkring op: een soort studiecentrum voor kunste­naars. Hooft trouwde tweemaal. In 1610 met Christina van Erp. Drie jaar na haar dood in 1624 trouwde hij opnieuw, met Leonora Hellemans.



Klassiekers

Hooft schreef veel poëzie, vooral liefdes­gedichten in sonnetvorm. In 1628 maakte hij een begin met zijn Nederlandsche Historiën een zeer omvangrijke vader­landse geschiedenis, waarin hij onder meer de opstand tegen de Spanjaarden vastlegde. Zo schreef hij gedetailleerd over het beleg en het ontzet van Leiden. Hier­onder volgt een kort frag­ment, in de oorspronke­lijke taal van Hooft:


De Spanjaardts van Leyderdorp vervoeghden zich by de Zeylbrugh, om hun de roof t'ontjaaghen, oft, zoo dat niet gelukken wilde, eenigh vee wegh te dryven. Maar 't een en 't ander werd hun belet, door eenen harden uitval ter Hooghwoerdsche poorte: zulx beide, buit en beesten, onverkort in stadt raakten. Een ingebooren ooverlooper met naamen Peerken Quaatgelaat, werd op deezen toght gevangen, daat­lyk gevierendeelt, en de stukken ter poorten uitgehangen.
Voordat hij aan de Nederlandsche Historiën begon, had Hooft al een aantal toneel­stukken geschreven, waaronder in 1605 Granida. Vooral zijn latere toneelwerk is sterk beïnvloed door zijn kennismaking met de schrijvers uit de klassieke oudheid en door zijn humanis­tische idealen. Als humanist stelde hij de waardigheid van de mens boven alles, zelfs boven de gods­dienst. Zijn levensvisie en zijn politieke ideeën komen naar voren in treurspelen als Geeraerdt van Velzen uit 1613, en Baeto uit 1617. Beide stukken zijn belangrijk geweest voor onze latere visie op de geschiedenis van Nederland.

Warenar

Het enige blijspel dat Hooft schreef, is Ware­nar. Hij maakte het in 1617, in negen dagen naar hij zelf beweerde, met behulp van zijn vriend, de stadsarts Samuel Coster. Het stuk is een creatieve bewerking van het blijspel Aulularia van de Romeinse schrijver Titus Maccius Plautus (ca. 200 v. Chr.), maar Hooft heeft zijn voor­beeld 'nae 's Landts ghele­ghent­heyt verduytschet'. Het werd een ècht Amster­dams stuk, met de taal, de menta­liteit en de gewoonten van de Amsterdam­mers erin verwerkt. In 1617 werd Warenar voor het eerst opgevoerd, in de theaterzaal van de pas opgerichte Eerste Nederduytsche Academie (een instelling voor toneel en onderwijs) aan de Keizers­gracht in Amsterdam.

INHOUD VAN HET STUK

Hieronder volgt een samenvatting van de oorspronkelijke tekst van P.C. Hooft. De versie van Al Dente volgt de gebeurtenisen op de voet en wijkt alleen in een paar scènes enigszins af van het origineel. Dat Warenar een blijspel is, blijkt niet alleen uit de karikaturale personages en uit de komische misverstanden, maar ook uit het 'happy end'. Een oude toneelwet zegt, dat een treurspel (tra­ge­die) moet eindigen met de dood en een blijspel (komedie) met een huwelijk. De dood is immers het einde, een huwelijk is een begin. Aan het slot van Warenar vindt inderdaad een trouwerij plaats, en dat niet alleen: er wordt ook nog eens een kindje geboren. En bovendien krijgt Milt­heyt uit de Voor-reden gelijk: Gierigheydt wordt voor altijd uit het huis van Warenar verdreven!



Voor-reden
De Voor-reden, of de proloog waarmee Warenar begint, is een klein toneelstukje dat aan de eigenlijke tekst voorafgaat. In die proloog wordt het verhaal van Warenar bij de toeschouwers ingeleid. We zien twee personages. Een vrouw, Miltheyt (goed­gevig­heid), vertelt, dat zij is gekomen om eindelijk de macht over te nemen in het huis van Warenar. Want een andere vrouw, Gierigheydt (gierigheid), speelt daar al veel te lang de baas. In de tijd van Warenars grootvader was dat al begonnen: die had bij de haard een pot met goud begraven en toen hij doodging, wist niemand daar iets van. Later ontdekte zijn kleinzoon Warenar de pot bij toeval, toen hij de vloer bij de haard repareerde, en ook Warenar is een vrek: hij geeft het goud niet uit, maar houdt zijn schat voor iedereen verborgen. Verblind door zijn vrekkigheid ziet hij zelfs niet dat zijn dochter Klaartje hoogzwanger is. Miltheyt doet een voorspelling: pas als Klaartje trouwt met de man die haar zwanger heeft gemaakt, zal Gierigheydt voor altijd uit het huis van Warenar verjaagd worden.
Eerste bedrijf
De achterdochtige Warenar ranselt zijn dienstmeid Reym de deur uit, omdat hij bang is dat ze zal merken dat hij een pot met goud in huis heeft. Reym snapt er niets van: tien keer per dag wordt ze het huis uitgejaagd en 's nachts staat Warenar wel vijftig keer op. Ze maakt zich zorgen, omdat Klaartje, Warenars ongetrouwde dochter, een kind verwacht. In het huis van Warenars buren hebben Rijkert en Geertrui een intiem gesprek: Geertrui vindt dat haar broer Rijkert maar eens moet trouwen, en zij noemt de naam van een rijke weduwvrouw. Maar Rijkert wil daar niets van weten en lijkt meer geïn­teres­seerd te zijn in het jonge buur­meisje Klaartje. Geertrui vindt haar geen goede partij, maar Rijkert knoopt toch een gesprek aan met Warenar, die hij om de hand van Klaartje vraagt. Na enig aarzelen stemt Warenar toe. Hij zegt dat hij te arm is om zijn dochter een bruids­schat mee te geven, maar dat is voor Rijkert geen probleem. Warenar geeft Reym opdracht het huis in orde te maken, want 's avonds zal er ter gelegenheid van het huwelijk een maaltijd gehouden worden, op kosten van Rijkert. Reym maakt zich steeds meer zorgen over Klaartje, omdat de baby elk moment geboren kan worden.
Tweede bedrijf
Rijkert stuurt zijn knecht Lekker erop uit om alles voor de bruiloft in gereedheid te brengen. Met een heleboel geld verleidt hij Teeuwes de kok en Casper de hofmeester het bruiloftsmaal te verzorgen. Lekker neemt hen mee hen naar Warenars huis. Warenar zelf is naar de vismarkt en de vleeshal gegaan om inkopen te doen, maar alles is hem veel te duur. Als hij thuis komt, hoort hij Teeuwes praten over een pot. Onmiddellijk verdenkt hij de kok en de hofmeester ervan de pot met goud te hebben gevonden en jaagt de zogenaamde dieven met een stuk hout de deur uit.
Derde bedrijf
Warenar komt erachter dat hij Casper en Teeuwes ten onrechte heeft verdacht en laat hen weer toe in zijn huis. Dan ver­schijnt Rijkert, die uitvoerig de zuinigheid van de gewone mensen prijst en een hard oordeel uitspreekt over pronkende en verkwistende vrouwen. Warenar luistert stiekem naar wat hij te vertellen heeft en is zeer ingenomen met zijn aan­staande schoonzoon. Maar zodra Rijkert vragen stelt over de bruiloftskleding die Warenar denkt te gaan dragen en voorstelt 's avonds lekker met hem te gaan drinken, keert de argwaan van Ware­nar terug: Rijkert weet natuurlijk waar de pot is, zal hem dronken voeren en de pot pro­beren te stelen! Warenar besluit dan de pot te gaan verstoppen op het 'ellendig kerkhof', een begraafplaats voor misdadigers.

Vierde bedrijf
Lekker heeft Ritsert, de zoon van Geertrui, op de hoogte gesteld van het aanstaande huwelijk van zijn oom en Klaartje. Ritsert weet zich geen raad, want hij is degene Klaartje na een feest zwanger heeft gemaakt. Bij het kerkhof ziet Lekker Ware­nar op een verdachte manier bezig. Warenar ontdekt Lekker en vermoedt dat hij de pot al gevonden heeft. Hij scheldt hem uit voor dief en fouilleert hem. Lekker doet of hij wegloopt, maar volgt Warenar op de voet. Als Warenar ergens geld heeft verstopt, zou Lekker daarmee de kas van z’n baas kunnen aanzuiveren, waaruit hij zo’n vijfhonderd gulden heeft gepikt. Geer­trui roept haar zoon Ritsert ter verant­woording, die onmiddellijk bereid is met Klaartje te trouwen. Geertrui had liever een meisje met geld gezien en vraagt zich bovendien af hoe de zaak met oom Rijkert geregeld moet worden. Intussen heeft Lekkers achtervolging succes: hij vindt de pot met goud. Als Warenar ontdekt dat zijn geld verdwenen is, begint hij luid te jammeren. Ritsert hoort dat en denkt dat Warenar zo tekeer gaat vanwege Klaartje. Ritsert bekent dat hij schuldig is, wat Warenar opvat als een bekentenis van de diefstal. De kwestie wordt opgehelderd en Ritsert vraagt om de hand van Klaartje; zijn oom Rijkert wil van het huwelijk afzien. Ritsert belooft te helpen zoeken naar de pot en gaat een straatje om.
Vijfde bedrijf
Ritsert ontmoet Lekker, die tevergeefs probeert de pot te verbergen. Ritsert zegt dat het geld van Warenar is, licht hem in over het aanstaande huwelijk en dwingt hem mee te gaan naar Warenar. Reym moet snel Geertrui gaan halen om bij de bevalling van Klaartje te assisteren. Meteen daarna komen Ritsert en Lekker bij Warenar. Lekker geeft de pot met geld terug en dan blijkt dat Warenar tot een ander inzicht is gekomen: hij geeft het geld als huwelijksgeschenk aan Ritsert. Reym en Geertrui komen naar buiten met de pasgeboren zoon. Lekker maakt van de prettige sfeer gebruik door vijfhonderd gulden uit de pot te vragen om het kastekort aan te vullen. Ritsert gaat naar de kraamvrouw en Lekker besluit het stuk met een verzoek om applaus.
HOOFT, REMBRANDT EN AL DENTE
Twee grootheden

Zoals iedereen weet, is 2006 het jaar waar­in we de vierhonderdste verjaardag vieren van Rembrandt. In Leiden, waar hij geboren is, en in Amsterdam, waar hij het grootste deel van zijn leven gewoond en gewerkt heeft, wordt die verjaardag opge­luisterd met tal van activiteiten. Logisch, want niemand zal ontkennen dat Rem­brandt onze grootste schilder is uit de Gouden Eeuw en misschien wel uit de hele geschiedenis. In diezelfde Gouden Eeuw geldt Hooft - naast Vondel, Huyghens en Bredero - als onze grootste dichter en schrijver. Voor Al Dente was dat al reden genoeg om in het Rembrandtjaar WareNar te gaan spelen - maar dan wèl in een moderne bewerking en met een ver­plaat­sing van de handeling van Amsterdam naar Leiden.
De Rijke Dwaas

Maar er is meer: in 1627 schilderde Rem­brandt De Rijke Dwaas (ook De Rijke Man genoemd), een schilderij naar aanleiding van een bijbeltekst (Lucas 12,16-21). Die dwaas uit de bijbel is een soort Warenar: hij bewaart en bewaakt zijn bezit, maar laat het verder ongebruikt. Overigens: de gemeente Leiden besloot een enorme vergroting van De Rijke Dwaas op de achtergevel van het gebouw van V&D te hangen. Daarmee was de link tussen



Hooft, Rembrandt, en de Leidse Toneel­groep Al Dente compleet.
De Waag

Tot slot: naast V&D vind je aan de Aal­markt in Leiden De Waag: een prachtig gebouw, daterend uit de tijd van Hooft en Rembrandt. Op de ochtend van 3 oktober wordt er haring en wittebrood uitgereikt. Op die 'typisch Leidse' plek besloot Al Dente de laatste opvoeringen van zijn 'typisch Leidse' WareNar te plannen.



DE BEWERKING: EEN FRAGMENT
Hieronder zie je naast elkaar een fragment (uit het vierde bedrijf) in de oorspronke­lijke, zeventiende-eeuw­se taal van Hooft en in de moderne bewerking van Al Dente. De knecht van Rijkert, Lekker, ziet hoe Warenar de pot met goud begraaft in de buurt van het kerkhof.

Lecker

Wel, hy wroet inde aerd', wat of dit wesen mach?

Ick deynck immer niet dat hyer yet het verloren,

Ten waer yemant van zijn voor-Ouders daer hy uyt is eboren.

Dit moet ick nae sporen, wat dat het be­duyt.

Ick souwer wel haest in wesen, waer hyer maer uyt.

Wat blinde Gerrits grepen zijn dit! hy maeckten 't noyt grover!

Hy stamp-voet of hy turf trat. Daer klimt hy over.

Deur is hy; nu ist mijn beurt. Soo de luy my hier sien,

Sy meughen deyncken dat ick erghens by ien tovenaer dien.

Den ouwen en ick bey dunckme dat we zin mal.

Warnar

O mijn hert begint te popelen, daer krijch ick ien in-val,

Offer yemant mocht hebben staen kijcken deur ien glas.

Het hert dreunt inme lijf oft ien dans-kamer was.

Jy schelm! wat doeje op de muur? de kop sel ickje breken.

Fluckx! segickje, gheef over!

Lecker

Wat hebje opme te spreken?

Wat brabbeldme dese geck! wie doetje te kort?

Warnar

Ick seghje, stuckediefs, geeft over!

Lecker

Ick weet niet watje schort.

Warnar

Flucx, segh ick je, gheeft weer! ten sinnen gien leuren!

Lecker

Wat hebje te trecken, te stooten, te scheu­ren?

Ick seghje, by gans honden! je selt me laten gaen!


Lekker

(terzijde) Wat doet-ie nou? Da’s raar. Zou-die wat verlore zijn? Maar wàt dan? Hij heb niks, dus ken-ie ook niks kwijt rake. Hoog­uit een van ze voorouders, daar achter die muur, op ’t kerkhof. Wat een krankjorum gedoe. Ik wist wel dat er een stekie an ‘m los zat, maar dit. Allemachtig. ’s Effe kijke… ’t Lijkt verdorie wel een hond die naar een bot loopt te zoeke. As ’t kerkhof nie an de andere kant van de muur was, dan zou je zowat denken dat-ie een lijk opgroef. Die vent is echt zo leip as een looie deur. En voor het encore danst-ie de horlepiep. Of zou ‘t de polka weze?

(Warenar sluipt weg van de begraven pot en komt Lekker tegen)
Warenar

(kijkt van de begraafplek naar Lekker en terug) Hu! Hi! Ha! Ja! Wat mot dat hier? Wat sta jij daar te…? Heb je…? Ik… Geef terug! En gauw een beetje!
Lekker

Wat wil je van me?


Warenar

Geef terug zeg ik je!


Lekker

Wàt?
Warenar

Dàt!
Lekker

Wàt?
Warenar

Dàt! Je zit me gewoon te bedondere. Geef het terug jij, smerige dief.
Lekker

Dief?
Warenar



Laat je grijpstuivers zien en trek je jassie uit en rol je broekspijpe op. Zeg op: wat heb je daar in je broek?
Lekker

(wijst naar zijn kruis) Daar? Wat jij daar óók heb. Teminste… dat hoop ik voor je.

VOORBEREIDING

Vóór de voorstelling

Toneelgroep Al Dente





  1. a. Leg uit wat jij je voorstelt bij de volgende zin:


Bij Al Dente zie je altijd een directe, confronterende manier van acteren, waarbij de acteurs zich niet verstop­pen achter hun persona­ge, en waarbij het proces - theater maken - zichtbaar blijft in het pro­duct - de voorstelling.
b. Leg uit wat volgens jou de regisseur bedoelt met zijn motto Probeer het niet te zijn, probeer het te spelen.
c. Een andere regisseur zou misschien als motto kunnen hebben: Probeer het niet te spelen, probeer het te zijn. Leg uit wat volgens jou dìe regisseur zou kunnen bedoelen.
P.C. Hooft – leven en werk


  1. Zoek tenminste drie kenmerken van de Renaissance in de Neder­landse litera­tuur en ga na of die kenmerken van toepassing zijn op het blijspel Warenar.




  1. Zoek op wat de Muiderkring en De Eerste Neder­duytsche Academie waren en leg kort uit wat de betekenis was die deze instellingen hebben gehad voor de ont­wikkeling van de kunst in de Gouden Eeuw.


Inhoud van het stuk


  1. Ga na wat de functie zou kunnen zijn van de Voor-reden. Met andere woor­den: met welke bedoeling(en) laat Hooft deze proloog aan het eigenlijke toneelstuk voorafgaan?




  1. Probeer in de inhoud van het stuk twee voorbeelden van een misverstand te vinden en leg uit waarom zo’n mis­verstand vaak een komisch effect heeft.




  1. Aan het eind van het stuk geeft Warenar de pot met goud weg: een opval­lende omslag in zijn gedrag. Beredeneer wat er met Warenar gebeurd zou kunnen zijn.


Hooft, Rembrandt en Al Dente


  1. Zoek in de bijbel tekst van Lucas 12, 16-21 en noteer wat daar precies staat. Welke overeenkomst(en) zie je tussen de dwaas uit de bijbel en Warenar?


De bewerking: een fragment


    1. De zeventiende-eeuwse taal van Hooft is niet gemakkelijk te lezen. Kijk eens of het je lukt een letterlijke vertaling te geven van het fragment in de linker kolom. Welke woorden of zinsgedeelten leveren de grootste problemen op?


VERWERKING (1)
Nà de voorstelling


  1. Bezoek de website van Al Dente (www.aldente.nl) en bekijk de foto van de spelers in WareNar. Kies één speler uit van wie je denkt: die is het, dat is een èchte toneelspeler. Hou deze speler tijdens het kijken naar de voorstelling in de gaten en noteer naderhand:




    • In welk opzicht hij/zij zich in zijn/haar spel onderscheidde van de andere spelers.

    • Of hij/zij zich in het algemeen hield aan het motto van de regisseur: Probeer het niet te zijn, probeer het te spelen.

    • In welke scène hij/zij er het best in slaagde ‘het te spelen’ en in welke scène het minst.




  1. a. Bij de inleiding op de samenvatting van het stuk staat:


De versie van Al Dente volgt de gebeurtenisen op de voet en wijkt alleen in een paar scènes enigszins af van het origineel.
Probeer na afloop te achterhalen in welke scènes Al Dente enigszins afwijkt van de handeling zoals die in de samenvatting beschreven staat.
b. Welke scène uit de voorstelling vond je het meest humoristisch en welke scène het meest serieus? Licht je keuze toe!
VERWERKING (2)
Recensie schrijven
Over de voorstelling WareNar van Al Dente ga je een recensie schrijven. Een recen­sie is een kritische beschouwing van een kunstuiting, in dit geval dus van een theatervoorstelling. Belangrijk is, dat je jezelf zowel tijdens het kijken als na afloop een mening vormt over de voorstelling: 'Wat vind ik er nou eigenlijk van?'
De volgende aspecten komen in een theaterrecensie vrijwel altijd aan bod:


    1. De feiten (titel van de voorstelling, naam van de schrijver, (evt.) naam van de vertaler/bewerker, naam van het gezelschap, naam van de regisseur, namen van de speler(s), datum waarop de voor­stelling is bijgewoond, plaats waar de voorstelling is bijgewoond)

    2. De inhoud (waar de voorstelling over gaat)

    3. Het thema (waar het in de voorstelling om gaat)

    4. De regie (hoe de regisseur is omgegaan met de tekst, welke keuzes hij heeft gemaakt)

    5. De enscenering (decor, kleding, belichting, muziek)

    6. Het spel van de individuele acteurs (levendigheid, mimiek, geloofwaar­digheid)

    7. Een algemeen eindoordeel over de voorstelling

Ook in de recensie die jij gaat schrijven moeten deze aspecten worden behandeld. Om je op weg te helpen volgen hier enkele deelvragen met betrekking tot het thema (3) en de regie (4) van de voorstel­ling:




  1. Wat was - volgens de makers / volgens mij - het thema van de voor­stelling? Vond ik dat thema interessant genoeg?

  2. In hoeverre was het thema herkenbaar in mijn eigen belevingswereld? En, voor zover ik dat kan beoordelen, in de belevingswereld van andere (jonge) mensen?

  3. Heeft de voorstelling me aan het denken gezet door de manier waarop de regie het thema heeft uitgewerkt?

  4. Wat waren de meest opvallende keuzes van de regie en waren dat naar mijn mening goede keuzes?

De mening die je hebt over al die aspecten van de voorstelling probeer je natuurlijk zoveel mogelijk te onderbouwen. Met andere woorden: door middel van argumenten geef je aan waarom je bepaalde dingen goed, minder goed of zelfs slecht vindt. Ga er vanuit dat je recensie geplaatst wordt in een jongerentijdschrift; je doelgroep wordt dus gevormd door mensen van ongeveer jouw leeftijd.


De opbouw van je recensie is aldus:
Titel ('Kop')


  1. Eerste alinea: inleiding

Hierin: de feiten (1) en de inhoud (2)

  1. Tweede alinea: beoordeling

Hierin: je mening over thema (3) en regie (4)

  1. Derde alinea: beoordeling

Hierin: je mening over enscenering (5) en spel (6)

  1. Vierde alinea: beoordeling

Hierin: je eindoordeeel (7)
Je recensie wordt beoordeeld op basis van de volgende criteria:


  1. Heldere alinea-indeling (binnen de alinea regels volmaken; tussen de alinea’s en na de titel een regel over­slaan)

  2. Inhoud (alle aspecten worden afdoende besproken)

  3. Kwaliteit van de argumentatie

  4. Correcte spelling

  5. Rekening gehouden met de doelgroep

Tot slot nog een paar tips: lees de komende dagen af en toe een recensie op de kunstpagina van een dagblad. En: laat je inspireren door www.moose.nl, een website waarop bezoekers van toneelvoor­stellingen mini-recensies plaatsen.









De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina