Al te goed is buurmans gek



Dovnload 108.62 Kb.
Datum07.10.2016
Grootte108.62 Kb.

AL TE GOED IS BUURMANS GEK



Herinneringen aan onze jeugd

door J.A. van Haaster
Leidschendam, 4 maart 2006


Produktie: Ton van Haaster | Jan Helderman

Leidschendam, december 2003
Herinneringen aan onze jeugd
Ons ouderlijk gezin bestond uit negen kinderen; vier meisjes en vijf jongens.

Dora de oudste, geboren 13 juni 1913 en Marie op 11 februari 1915.

Jas de oudste zoon werd geboren op 2 januari 1917. En ik zelf Koos op 4 maart 1918.

Rinus 25 mei 1920 en Corrie 8 oktober 1921.

Annie 9 januari 1923 en Jantje op 13 september 1924.

De jongste zoon Bertus werd geboren 14 september 1926. Hiermee was het gezin compleet.


Vader van Haaster heb ik niet anders gekend als met een zwakke gezondheid. Ik was pas 10 jaar oud, toen hij op 48 jarige leeftijd overleed.

Reeds in 1915 toen mijn vader voor herhaling in militaire dienst was, openbaarde zich de ziekte die later tuberculose bleek te zijn.

Tot twee maal toe is Vader verpleegd geweest in een Sanatorium te Groesbeek bij Nijmegen. Van daaruit ontvingen wij, bij gelegenheid van verjaardagen, mooie kaarten van de H. Landstichting.

Ogenschijnlijk kwam hij daarna weer gezond naar huis maar dat bleek niet van lange duur en in de maand mei 1928 is hij overleden.


Moeder bleef achter met negen kleine kinderen, waarvan de oudste amper 15 en de jongste nog twee jaar moest worden.
Het was crisistijd en onmogelijk om het boerenbedrijf financieel goed draaiende te houden. Het loon voor een baasknecht moest ook betaald worden.
In die tijd hebben we ook meegemaakt dat een broer van Vader genaamd Piet, die verslaafd was aan de drank, een einde maakte aan zijn leven. Ik kan hem nog heel goed herinneren, het leek mij een knappe persoonlijkheid.
Voor onze moeder was dit een heel moeilijke tijd. Al spoedig in 1930 trouwde zij met de toenmalige baasknecht genaamd Dirk Borst.

Dit was echt een huwelijk uit nood en niet uit liefde. Dirk Borst was ook helemaal niet geschikt om met het gezin goed om te gaan. Hij hield er vreemde manieren op na in de omgang.


Al spoedig daarna werd onze moeder ziek en reeds in 1931 is moeder overleden. Dat was heel erg voor ons hele gezin.
Onze Moeder herinner ik mij als een zorgzame en hard werkende vrouw vol liefde voor haar grote gezin. Zij was eigenlijk onmisbaar voor ons allen.

Ik herinner mij nog dat twee van haar zussen op bezoek kwamen nl. zuster Allegonda en zuster Mamerta.

De regel bij die zusters was toen nog dat zij niet binnen mochten komen. Zij spraken met mijn Moeder door het opengeschoven raam.
Vanaf mijn vierde jaar ging ik, samen met mijn broer Jas, onder leiding van de zusjes Dora en Marie naar de bewaarschool, zoals de kleuterschool toen genoemd werd. S´morgens vroeg, na eerst gegeten te hebben, met de broodzak mee voor het middagmaal op weg.

Om half acht de schoolmis in de Laurentiuskerk en daarna om half negen begon de school.


De bewaarschool die evenals de meisjesschool onder leiding stond van de zusters van het klooster van Bijdorp, stond onder leiding van zuster Colobana (een heel klein zustertje) en de meisjesschool onder leiding van zuster Gratia.
Wij leerden in die tijd dan ook medeleerlingen kennen, waaronder de jongens van Duinisveld en andere jongens die helemaal vanaf de Rijndijk naar school kwamen lopen. Naar Duinisveld gingen wij graag op bezoek, want daar hadden zij toen een grote boomgaard met heerlijke perenbomen. Leo Duinisveld was van mijn leeftijd, die later getrouwd is met onze nicht Marie v.d. Poel.

Na twee jaar bewaarschool ging ik naar de jongensschool.

Klas een en twee onder leiding van Meester van der Werf, drie en vier onder leiding van Meester Lakeman, die ook Directeur was van het Kerkkoor. En daarna de vijfde en zesde klas onder leiding van de hoofdonderwijzer Meester Smit.

Meester Smit had een groot gezin, waaronder drie Priesterzonen. De tweede zoon werd later ook onderwijzer op de lagere school.


Op de lagere school had ik geen moeite om de lessen te kunnen volgen. Met de taalvakken was ik wat minder maar met de rekenvakken was ik wel de eerste van de klas.

Vanaf mijn tiende jaar moest ik van school direct naar huis om te helpen de koeien te melken. Ik was daar spoedig heel handig in.


Vanaf mijn dertiende jaar kwam ik van school en werd ik het knechtje van Vader Borst.

Broer Jas ging toen al in betrekking om wat bij te verdienen. Zus Marie was in die tijd in betrekking bij Oom Jas en tante Kee in Stompwijk, en Dora stond toen al op jonge leeftijd voor de zware taak met de zorg voor het grote gezin.

De laatste tijd mocht zus Marie toch ook weer thuis komen om Dora te helpen.
Maar het ging toch niet goed zo samen met vader Borst. De familie besloot dat het beter was dat wij uit elkaar gingen en Voorschoten gingen verlaten.

De vier oudste kinderen gingen in betrekking en de jongere kinderen naar familie.

Rinus, Corrie en Bertus naar Oom Jas en Tante Kee en zusje Annie ging naar Wateringen naar Tante Anna en Oom Piet, die daar toen een tuinbouwbedrijf hadden, met voornamelijk druiven en tomaten.

Bij Oom Piet en Tante Anna was ook neef Kees van Haaster, een zoon van Vaders broer Rinus en zijn vrouw tante Mina. Ook dit echtpaar is op jonge leeftijd overleden. Hun oudste zoon Otto is na een langdurige ziekte op jeugdige leeftijd overleden.

Ik ging wel regelmatig daarheen om met Otto een partijtje te dammen.
Ons broertje Jantje is reeds enkele maanden na de dood van Moeder ook overleden, naar ik meen aan hersenvlies-ontsteking. Hij was daarna voor ons een engeltje in de Hemel.
Ook onze jongste broer Bertus is reeds jong op 40 jarige leeftijd overleden. Hij was altijd al zwak van gezondheid en had meen ik een nierziekte.

Met zijn vrouw, Corrie Perton, die later getrouwd was met Piet Klein Hofmeier hebben wij altijd nog een goede familieband.


Zelf ben ik op dertienjarige leef tijd naar Zoeterwoude gegaan naar de familie Jaap van Leeuwen in de wijpoort.

Jaap van Leeuwen was de oudste broer van tante Kee. De oudste ook van elf kinderen, een grote familie dus die woonden op een boerderij aan de Noorda.


Bij strenge winters, als het ijs sterk was, genoten wij van de schaatssport. Met plezier kon ik daar aan terug denken.

Jaap van Leeuwen was echt als een goede Vader voor mij, nog meer als mijn eigen Vader, die ik alleen maar ziek gekend heb.

Maar helaas is ook Jaap van Leeuwen op jeugdige leeftijd overleden. Ik was toen pas 16 jaar oud.

Ik ben daarna nog 8 jaar bij zijn vrouw gebleven. Eerst als knechtje en later als baasknecht.

Zij hadden één dochter Annie, die later getrouwd is met Arie de Jong en een groot gezin kregen van wel 10 kinderen.

Zij zijn op die boerderij in de Wijpoort gebleven waar later een zoon met zijn gezin hen opgevolgd is.

In mijn Wijpoortse tijd heb ik meerdere vrienden leren kennen, nl. Cor van Veen, Jan en Jo van Diemen en later Antoon en Leo van Zon uit het Westeinde van Zoeterwoude.

Dora van Tante Marie is daar later op die boerderij gekomen na haar trouwen met Leo de Jong wiens moeder een zus was van de jongens van Zon.


Ik heb in die tijd ook wel enkele vriendinnetjes gehad.

Eerst met Corrie van Diemen, daarna met Annie Versteeg (met wie ik op de bruiloft was van Arie en Annie de Jong), en later met Nel van Velzen, met wie ik nog ring gereden heb tijdens de kermis, met paard en tilburie.

Dat liep met paard en tilburie niet goed af. In de haast ging bijna een bus met melk onderste boven en terwijl ik die bus overeind hield ging het paard er vandoor, kreeg verder een aanrijding met een andere tilburie waarin Tante Jo en Nic Kaptijn gezeten waren.

Ons paard en tilburie kwam in het water terecht en van de andere tilburie brak een wiel er af. Dat was geen leuk einde van de kermis, jammer genoeg.

Maar gelukkig geen persoonlijke ongelukken. Tante Jo is de oudste zus van mijn vrouw.
Na het huwelijk van Arie en Annie de Jong van Leeuwen ben ik nog een half jaar bij hen gebleven en ben ik daarna naar de Landbouwschool gegaan in Voorhout.

Dat was in de winter van 1942 -1943.

Ik was daar in de kost bij de dames Vester en in de weekeinds ging ik naar de Wijpoort of naar de boerderij aan de Rijn, waar Jaap van Leeuwen’s vrouw inmiddels woonde, getrouwd met haar tweede man Willem Lommerse.
In 1932, het jaar dat ik op 14 jarige leeftijd naar de Wijpoort ging in Zoeterwoude, is onze oudste zus Dora naar Wilsveen in Leidschendam in betrekking gegaan bij de familie Jan Ammerlaan.

De familie Ammerlaan waren de ouders van Cor Ammerlaan die met Nel Captein getrouwd is.

De familie Ammerlaan kreeg een groot gezin, maar die betrekking werd voor Dora toch te zwaar in verband met haar toen al ernstige ziekte.

Dora is daarna nog enige tijd in betrekking geweest bij de familie Jan Zalm in de Zuidbuurt te Zoeterwoude.

Ook daar kon zij het niet meer uithouden en na nog enkele weken bij Oom Cornelis in Leidschendam te zijn geweest is Dora al spoedig naar het Ziekenhuis Antoniushove gegaan (die tijd nog in Voorburg).

In dat Ziekenhuis is zij daarna al spoedig overleden.

Voor die tijd is Dora nog in Stompwijk geweest tijdens de viering van de Plechtige H. Communie van broer Rinus.

Rinus was toen 13 jaar en Dora was toen nog maar 20 jaar.

Het was wel bedroevend dat dit zo gebeurde en op zo´n jonge leeftijd.

Dora heeft nog een poosje kennis gehad met Theo van Leeuwen, die toen later met Sina van Oom Cornelis getrouwd is.


Zus Marie was vanaf 1932 eerst in betrekking bij de familie van den Bosch in Voorburg en enkele jaren later bij de familie Albert Koot die op die boerderij van van den Bosch kwam.

Daar leerde zij al spoedig een buurjongen kennen nl. Arie Koot, met wie zij, na enkele jaren verkering, op 21 jarige leeftijd is getrouwd.

Zij kregen een groot gezin.

Broer Jas heeft meerdere betrekkingen gehad als boeren-knechtje.

Eerst bij Snelderwaard in Voorschoten.

Daarna bij Koos van Bohemen aan de Noordheilaan, nog een korte tijd bij een zus en zwager van Arie Koot op een boerderij langs de Vliet en daarna als hulp bij Arie en Marie in Voorburg.

Daarna kon broer Jas als baasknecht komen in Wassenaar bij de Weduwe de Hollander, waar hij toen zijn toekomstige vrouw leerde kennen, Annie van der Kroft met wie hij in 1948 getrouwd is.

Zij mochten toen op een boerderijtje komen van een oom van zijn vrouw, waar zij een aantal jaren gelukkig zijn geweest en spoedig vier kinderen kregen, nl. Kees, Sjaak, Corrie en Ria.

Maar heel tragisch was het dat Annie reeds op 39 jarige leeftijd is overleden.

Broer Jas is daarna weer hertrouwd met een nicht van zijn eerste vrouw, Riet van der Kroft, en kregen nog twee zonen erbij, Peter en Jasper.

Peter, aanvankelijk een sterke gezonde jongen is reeds op 33 jarige leeftijd overleden aan een hersentumor. De oudste zoon Kees was reeds eerder op 40 jarige leeftijd overleden.
Arie en Marie kregen ook al een groot verdriet te verwerken, door het verdrinken van hun oudste dochtertje Corrie, nog geen 3 jaar oud.
Tijdens het eerste jaar op de landbouw winter school te Voorhout in 1942 - 43 werd mij aangeraden om behalve kennis van het veehoudersbedrijf ook praktische ervaring op te doen met het akkerbouwbedrijf.

Door bemiddeling van de Directeur van de school ben ik in 1943 naar Wieringermeer in Noord Holland gegaan, dat was de eerste droogmakerij van de Zuiderzee.

Reeds eerder was ik er in de dertiger jaren geweest, toen de polder pas droog gevallen was, met een excursie. Wij zijn toen voor het eerst ook over de Afsluitdijk gereden.
In de Wieringermeer kwam ik in Wieringerwerf terecht bij de familie Vossen. Hij zelf was een Limburger en zijn vrouw kwam oorspronkelijk uit Overijssel. Zij hadden toen twee kleine kinderen.

Ik heb daar echt goed praktijk opgedaan in dat bedrijf.

Tractoren waren er nog niet, al de arbeid werd gedaan met drie paarden en er was ook nog veel handenarbeid, bijv. het poten van aardappelen.

Met die drie paarden werd het ploegwerk gedaan en ook de oogst van het graan, de aardappels en de suikerbieten.

In die tijd was er ook nog veel teelt van koolzaad.

De bedoeling was om daar maar een half jaar te blijven om daarna het tweede jaar van de Landbouwinterschool in 1943 - 44 af te maken.

Maar dat ging in verband met de oorlogsomstandigheden niet door.

Het tweede jaar van de school heb ik pas af kunnen maken in de jaren 1945 - 1946. Daarom ben ik toen in de Wieringermeer gebleven tot april 1945, bijna tot aan het einde van de oorlog.


De tragiek was dat de Duitsers op een morgen vroeg overal kwamen meedelen dat zij de dijk zouden laten ontploffen zodat de polder weer vol met water zou lopen en alles kon verdrinken wat er nog aanwezig was.

Wij konden niet geloven dat dit echt zou gebeuren, maar op een gegeven morgen hoorden wij zware knallen en zagen wij in de verte grote rookwolken.

De Familie Vossen zijn toen met twee paarden en twee wagens er achter volgeladen naar Medemblik en nog verder gereden, naar kennissen (die vóór die tijd ondergedoken waren) om daar een voorlopige schuilplaats te vinden.
De laatste hongerwinter kwamen overal vandaan mensen in hongersnood om wat aardappels en ander voedsel te bekomen.

De familie Vossen gaf wel zoveel weg aan aardappels enz., dat zij zelf amper de volgende oogst zouden kunnen halen.

Gelukkig maar want alles wat overbleef ging verloren (onder water).
Met nog andere jongens ben ik die dag nog op de boerderij gebleven om zoveel mogelijk van beneden naar de zolder te brengen.

Maar dat mocht niet baten want het ging stormen en het water kwam zo hoog dat ook de zolder wel een halve meter onder water stond.


Enkele dagen later was er geen boerderij meer te zien. Alles was in elkaar gestort.
Wij hebben na die stormdag nog een nacht doorgebracht in een hut van strobalen op de dijk en zijn toen de andere dag op weg gegaan via Medemblik naar Noord Holland waar wij gebleven zijn tot de oorlog voorbij was.

Gelukkig waren wij in het bezit van fietsen, om die reis mogelijk te maken.


Die laatste hongerwinter in de Wieringermeer heb ik nog kunnen zorgen voor tarwe in ruil voor boter en kaas van de familie uit Leidschendam, Zoeterwoude en Voorschoten.

Met de schuit of met paard en wagen is die tarwe toen opgehaald en op de plaats van bestemming aangekomen. In Leidschendam bracht dit nog wel moeilijkheden met zich mee, omdat er ook verkeerde indringers zich ophielden.


Toen de oorlog voorbij was ben ik op de fiets naar Hazerswoude Rijndijk gegaan, waar ik nog een half jaar bij de familie Lommerse in het boerenbedrijf geholpen heb.
Daarna heb ik de winter van 1945 - 46, het tweede jaar van de Landbouw winterschool afgemaakt.

In dat laatste jaar heb ik ook voor het eerst kennis gemaakt met dochter Nel van de buurman van Lommerse, Jaap Heemskerk.

Het echtpaar Jaap Heemskerk had 6 dochters, waarvan er reeds drie een bestemming hadden. De jongste dochter Co had toen ook al plannen om naar het klooster te gaan.
Ik heb toen gevraagd naar dochter Nel met wie ik bruiloft wilde houden voor het a.s. huwelijk van zus Corrie met Cor Janson.

Ondanks dat het nog maar net het einde van de oorlog was, hebben wij genoten van een heel gezellige bruiloft en kennis gemaakt met de familie Janson.


Binnen het jaar hadden wij weer een bruiloft nl. van zus Annie met Leo Helderman. Dit was toen ook een heel mooi feest in restaurant Koot in Delft, en daar gelijk kennis gemaakt met de hele familie Helderman.
Een jaar later trouwde Rinus met Lena Janson. Dit was ook weer een gezellige feestelijkheid.

Daarvoor hadden wij ook nog het zilveren huwelijksfeest van Oom Jas en Tante Kee, gevierd in het achterhuis in het Oosteinde, waarbij ook de gehele familie van Leeuwen aanwezig was.

Ik kwam toen net thuis uit de Wieringermeer na een besmettelijke ziekte genaamd difterie. Het liep allemaal goed af.

Het volgende feest was de koperen bruiloft van zus Marie en Arie Koot. Dat was ook een mooie viering.

Niet zolang daarna in 1948 de huwelijksfeesten van broer Jas en Annie en onze eigen bruiloft in Café het Zwaantje te Hazerswoude. Dat waren ook mooie feestdagen met Rinus als ceremoniemeester en Pastoor Boin voor de Kerkelijke Huwelijksinzegening.
Het was in die tijd nog moeilijk om aan een geschikte woning te komen.

Ik was toen al werkzaam bij de Rijkslandbouwvoorlichting en ik was toen in de kost bij Tante Anna in Wateringen.

Oom Piet Verstegen was inmiddels overleden en Tante Anna moest toen leven door het houden van kostgangers.

Niet lang daarna kreeg Tante Anna kennis aan Oom Leen van Berkel met wie zij nog vele jaren een goed leven heeft gehad.


Door middel van de landbouwvoorlichtingdienst bezocht ik heel veel boerenbedrijven en zo kwam ik ook meermalen bij de Familie Jan van der Wel in Wateringen, aan de Heulweg.

Zij hadden daar een grote woongelegenheid en daar kon ik wel de grote opkamer krijgen om in te wonen.

Ik had toen wel de belofte gedaan om als het nodig was de koeien te helpen melken. Dat heb ik later ook meermalen gedaan.
Aan die opkamer moest nog wel wat vertimmerd worden om een keuken gelegenheid en een gang te maken en boven die opkamer kregen wij nog een slaapkamer ter beschikking die wij met een binnentrap konden bereiken.

In die woongelegenheid zijn onze oudste twee kinderen geboren, Corrie op 22 oktober 1949 en Joke op 21 juli 1951.


Inmiddels hadden wij ons in laten schrijven voor de eerste nieuwbouw in Wateringen van na de Oorlog en werd ons een huis toegewezen in de later genoemde Irenestraat.

Het was geen groot huis maar wij waren er wel blij mee. Nog maar kort na de verhuizing in september is zoon Kees op 1 oktober geboren en zijn daarna ook Frans, Ria, Sjaak en Nellie in de Irenestraat te Wateringen geboren.


Inmiddels was ik ook twee keer van werkkring veranderd. Eerst van de landbouwvoorlichting naar Landbouwcoöperatie van de L.T.B. en daarna in dienst bij de Landbouw-coöperatie "Nooit Gedacht" te Leidschendam.

Ons werd toen een nieuwbouwhuis aangeboden in Leidschendam aan het Molenpad.

Een behoorlijk groot huis maar wel koud, nog geen dubbel glas.

Wij hebben daar die strenge winter meegemaakt van 1963 maar wel veel schaats gereden op de Vliet.


In die tijd hebben wij ook kennis gemaakt met de familie van Dirk Verhoef die evenals ik ook werkzaam geweest is bij de Coöperatie van de L.T.B.

Dirk Verhoef heeft toen een nieuwe Coöperatie in samenwerking met een aantal boeren uit Alphen a/d Rijn en de verdere Rijnstreek opgericht waarbij ik ook een jaar werkzaam ben geweest.

Ik zag daar op de duur toch geen blijvende toekomst in en ben toen overgestapt naar de veevoederhandel Verhoef uit Zoetermeer wat later weer overgenomen is door de Firma Treurniet uit Berkel - Roderijs.

Bij die Firma ben ik blijven werken tot aan mijn pensioen.


Met Dirk Verhoef heb ik altijd wel vriendschap onder houden.

Wij waren precies even oud en vierden op 4 maart onze eigen verjaardagen.

De familie Verhoef is ook op ons veertig jarig huwelijksfeest geweest en wij wederkerig ook op hun feesten.
Op 80 jarige leeftijd is vriend Dirk Verhoef vrij plotseling overleden en zijn wij op zijn begrafenis geweest.

Zij hadden ook een groot gezin, naar ik meen van 9 kinderen.


Geruime tijd hebben wij ook vriendschap onderhouden met het gezin van Gerard van Leeuwen uit Zoetermeer met wie ik gelijktijdig werkzaam was bij de firma Treurniet in Berkel.

Samen met hen zijn wij ook een keer op vakantie geweest met veel genoegen en naar ons zin.


In 1961, toen ik in betrekking was bij de Coöperatie "Nooit Gedacht" te Leidschendam, zijn wij verhuisd naar Leidschendam, eerst naar het Molenpad en in 1965, toen ik bij Nooit Gedacht vandaan ging, naar een Nieuwbouwhuis in de Graaf Ruprechtlaan (daar hebben wij gewoond tot 1993).

Al spoedig daarna hebben wij een dakkapel laten bouwen en in de plaats van de vliezotrap die er was een vaste trap naar de zolder.

De keuze voor de Graaf Ruprechtlaan, een huis voor f 35.000,- was een goede keus, waar wij naar tevredenheid al die jaren hebben gewoond.
In die tijd heb ik mij ook meer verdiept in het Rooms Katholiek geloof. Eerst een cursus gegeven door L. Berger, die in die tijd tot diaken is gewijd en later tot Priester in de parochie Don Bosco te Loosduinen waar ik meermalen geweest ben.

In die jaren ben ik ook aangesloten bij de Katholieke Charismatische beweging. Een instelling, begonnen in Amerika en later verspreid over de hele wereld.

Deze beweging begon overal met een zevenweekse cursus ons geleid door Pater Beijersbergen en een vervolgcursus door Pater Auspisius uit den Haag.
In 1982 heb ik een congres, meegemaakt in Straatsburg, waar al die christelijke bewegingen samen waren.

Katholiek, Protestant en Ortodokse mensen waren vertegenwoordigd - "PINKSTEREN OVER EUROPA" werd het genoemd.

Door een groot aantal werkgroepen werden er inleidingen gegeven, met als doel om te komen tot een grotere eenheid van de christenen.

De laatste dag waren wij samen met 20.000 mensen in het Stadion. Massaal werd er gezongen, waar het lied "Eer aan God in de Hoge en Vrede op aard aan de mensen" een bijzondere indruk op mij maakte.

Twee jaar later was er weer een congres, maar nu in Bern in Zwitserland, waar we toen ook een bezoek konden brengen bij Corrie en John die toen in Zwitserland woonden.
Twee keer ben ik ook in Israël geweest.

De eerste keer in 1981 met een Montfortiaanse bedevaart.

En de tweede keer in 1984 met een Charismatische groep.

Het was een bijzondere belevenis om al die plaatsen, te bezoeken, zoals Bethlehem, Jerusalem, Nazareth, Jericho enz.

Ook een boottocht over het meer van Galilea, een lange wandeling in die omgeving en een bezoek aan de berg Tabor. Overal gebedsdiensten en toespraken. Daarbij ook samenkomsten met christenen uit verschillende plaatsen van Israël.

Heel veel informatie over die Israël reizen heb ik bewaard om van tijd tot tijd nog weer eens na te zien en te overwegen.

Met dankbaarheid kan ik er altijd aan terug denken.
Een andere bijzonderheid die ik heb meegemaakt is het bezoeken van Maria bedevaart plaatsen.

In Lourdes zijn wij geweest en vele malen in Medjugorje, waar Maria zich noemt "De Koningin van de Vrede".

In Amsterdam, waar Maria heel veel keer is verschenen, na de oorlog in de veertig vijftiger jaren, als De Vrouwe van alle Volkeren, ben ik heel veel keren geweest.

Een afbeelding van Maria met een gebed op een plaatje, is in miljoenen exemplaren, in een groot aantal talen over de gehele wereld verspreid.

In Amsterdam hoorde ik toen ook voor het eerst over de Maria verschijningen in Medjugorje, die toen in volle gang waren aan zes jongeren, twee jongens van 16 en 9 jaar en vier meisjes van 15 a 16 jaar.

Ik had toen direct het verlangen om er heen te gaan, wat in 1985 gebeurde. Met het vliegtuig van Amsterdam naar Dubrofnic en vandaar met openbaar vervoer via Mostar naar Medjugorje.

In de bus vanaf Mostar troffen wij een jonge man aan die in militaire dienst was op weg naar huis in Medjugorje. Hij sprak in het Duits en hij bood ons aan dat wij wel bij zijn ouders konden overnachten. Na overleg met een Pater in Medjugorje is dat ook gebeurd.

Het ontvangen van pelgrims was toen voor die bevolking een bron van inkomsten, wat zij als arme bevolking, goed konden gebruiken.

Zo hebben wij daar een vijftal dagen bij die familie door gebracht. Zij waren zeer gastvrij.

Een van de zonen sliep die nachten op de bank in de huiskamer om zijn bed aan een van ons af te staan.

Elke morgen gingen wij, langs binnenpaadjes naar de Kerk voor het bijwonen van een Eucharistieviering, en in de namiddag uitgebreide gebeden met weer een Eucharistieviering waar toen de Maria verschijningen in een zijkapel plaatsvonden.

Wij bezochten die dagen ook de Verschijningsberg waar vanaf 1981 de eerste jaren de Mariaverschijningen plaats vonden.

Wij bezochten ook de Kruisberg met onderweg de 14 staties van de Kruisweg en boven op die berg was reeds in 1932 een groot Kruis geplaatst waar toen ook al heel veel gebeden werd.
De tweede keer naar Medjugorje was in 1987 samen met Oom Rinus en Tante Lena en hun zoon Ton.

Oom Rinus had een camperwagen gehuurd, waarin Rinus en Lena beneden en Ton en ik bovenin konden overnachten.

Na twee overnachtingen kwamen wij de derde dag in Medjugorje aan, waar we drie dagen verbleven en toen terug langs een andere weg weer naar huis.
Ton heeft van deze reis een uitvoerig verslag gemaakt en ik daaraan nog een aanvulling. Dat verslag vindt u verderop.
Wij hadden bijzonder mooi weer die dagen.
Later ben ik nog eens geweest in Medjugorje met sneeuw en vrieskou. Verschillende foto´s heb ik daarvan gemaakt.

Aan die reizen naar Medjugorje heb ik nog goede blijvende herinneringen.


In 1982 hebben wij nog heel mooie herinneringen aan de bruiloft van Joke en Radan. Dat was ook een speciale belevenis, van vijf dagen.

Vanaf Belgrado werden wij door Radan toen afgehaald. Daarna eerst het vrijgezellen afscheidsfeest en daarna een rijtoer door het dorp en een groot gezellig feest met heel het dorp in een grote tent.


Reeds negen jaar daarvoor in 1973 hebben wij het huwelijksfeest meegevierd van Corrie en John in Leiden en hebben wij kennis gemaakt met de familie Clerks uit Roermond.

Veel foto´s, toen ook kleurenfoto´s, in de Hortus gemaakt.

Vijf jaar daarna in 1978 in juni de promotie van John en in november de promotie van Corrie. Van John in Utrecht en van Corrie in Leiden.

Dit waren voor ons heel bijzondere belevenissen.


Niet wetende wat ons een jaar later te wachten stond, heeft Sjaak het huwelijksfeest van Corrie en John in 1973 nog meegevierd.

Normaal in de morgen ging Sjaak naar school en, vanaf half een wachtende, kwamen om twee uur s´middags, twee politiemannen zeggen dat Sjaak aangereden was op de oude trambaan door een motorrijder, reeds overleden was en opgebaard lag in ziekenhuis Antoniushove.

Sjaak lag daar opgebaard met een verband om zijn hoofd.
Die dag kunnen wij nooit vergeten. Elke dag denken wij nog aan Sjaak.

Enkele dagen later werd Sjaak, vanuit het Paus Johannus centrum begraven.

Een volle Kerk met vooral veel schooljeugd van Sjaaks leeftijd. Sjaak was ijverig, vriendelijk en behulpzaam.

Sjaak had ook nog een krantenwijkje en had een speciale vriendenclub. Kees Schaap, Leo Lamp, Paul van Deurzen en Robie de Ruiter kunnen wij ons hiervan nog herinneren.

Wij geloven dat Sjaak gelukkig is, als een engeltje bij God.
Het leven gaat verder.
Kees is nog lang, tot zijn 49ste jaar, alleen gebleven.

Zijn lievelingssport was wel stijldansen. Door middel daarvan heeft Kees Ineke leren kennen met wie hij nu samen woont, ook met Ineke´s drie zonen.

Dit jaar heeft Kees zijn vijftigste verjaardag, met heel de familie gevierd. Het was een blije en gezellige feestelijkheid.
Frans is een jaar na het huwelijk van Joke en Radan in 1983 getrouwd met Zorica. Frans had Zorica leren kennen op de bruiloft van Joke en Radan en na veel briefwisseling is Zorica toen naar Leidschendam gekomen.

Zij hebben nu twee zonen, Steffan en Pettar, veertien en twaalf jaar en wonen nu naar tevredenheid al geruime tijd in Zoetermeer.


Ook Ria is inmiddels getrouwd met Hans Spaans en zij hebben ook twee zonen, Robert en Lennard.

Wij hebben met de familie Spaans goede contacten en hopen in januari 2004 de tachtigste verjaardag mee te vieren van Vader Woud Spaans.


Nellie, nu ook al ongeveer 10 jaar getrouwd met Ron Lips, heeft een zoon Martijn van 9 jaar en een dochtertje Willemijn van 6 jaar oud. Een gelukkig gezinnetje, nu hier dichtbij wonende in Voorburg.

Mijn vrouw is sinds enkele weken terug opgenomen in het verpleeghuis Prinsenhof, waar zij een goede verzorging heeft en ik haar elke dag ga bezoeken.


Het is mij bekend dat de boerderij in Voorschoten, waar wij geboren zijn, vroeger in bezit was van de familie van Oosten.

Nadat die laatste van Oosten was overleden, trouwde mijn overgrootvader Cornelis van Haaster op 30 jarige leeftijd met de weduwe van Oosten toen op 39 jarige leeftijd.

Zij kregen nog drie kinderen, waarvan Jasper van Haaster, mijn grootvader, later eigenaar werd van de boerderij.

Later is de boerderij weer gesplitst en kreeg mijn vader de gebouwen en de helft van de landerijen. De andere helft ging via mijn Grootmoeder, nadat mijn grootvader was overleden, naar de jongste broers van mijn vader.

Later is dat land weer in andere handen over gegaan.

Na het overlijden van grootmoeder, werd de boerderij verkocht en kon mijn vader nog wel blijven huren, met inlevering van een behoorlijk groot bedrag.

Vader had toen reeds een slechte gezondheid.
Verder kan ik mij nog herinneren uit mijn jeugd, dat wij in de zomervakantie, enkele jaren achter elkaar bezoek kregen van de familie van Oosten uit Rotterdam.

De kinderen kwamen dan graag spelen op de boerderij en ik weet nog wel, dat de grote zandhoop veel aantrekkingskracht had.

Het Koninginnefeest, wat toen in die tijd plaats vond op 31 augustus, de verjaardag van Wilhelmina, werd bijzonder gevierd. Met oranje sjerpen versierd gingen wij naar school en liepen daarna mee in een versierde optocht, waaraan de gehele Voorschotense jeugd meeliep.

Wat kan ik verder nog schrijven?


Wij herinneren ons nog het bezoek aan Engeland waar Corrie en John een korte tijd gewoond hebben en later het bezoek aan Corrie en John in Birmingham in Amerika waar Corrie en John geruime tijd hebben gewoond.

Wij denken nog aan de wandelingen, die wij daar gemaakt hebben. En aan de uitgaansdaagjes die wij toen ook gemaakt hebben.

Ook de bezoeken aan Noorwegen, waar Joke toen woonde, zijn nog met genoegen, blijvend in onze herinneringen. Eerst in Ulefos en later in Lilehammer waar wij toen samen met tante Rie en Oom Cor geweest zijn.

Wij denken nog aan de boottocht daarheen en het gezellig samen zijn daarna.

Wij denken nu nog aan het overlijden van tante Rie, nu acht jaar geleden, en nu vooral aan Oom Cor Straathof, waarvan wij op 26 november jl. op de begrafenis zijn geweest.

Als vanzelf denken wij hierbij aan alle familie leden die inmiddels overleden zijn.


Hoelang hebben wij nog te leven?

Wij maken ons daar maar geen zorgen over en bekijken het maar vanuit het Christelijk geloof, vol vertrouwen in de toekomst.


Vrijdag 22 maart 2002

J.A. van Haaster

Duivenvoorde 49

2261 AB Leidschendam



TER BEDEVAART NAAR MEDUGORJE

door Ton van Haaster


Ach, waar te beginnen met mijn verhaal. Pa vroeg me een dagboek bij te houden, maar ik kwam niet veel verder dan het noteren van de kilometerstand; bij deze dan: 95140 toen we weggingen en 97175 toen we de terugreis aanvingen, verder raakte ik de tel kwijt.
Het begon allemaal op mijn verjaardag, toen ome koos, die het nu ook niet vergeten was, op bezoek kwam bij pa en moe en ons uitnodigde mee te gaan op bedevaart.

In Joegoslavië verscheen en verschijnt Maria aan zes kinderen in het dorpje Medugorje iedere dag en al sinds 1981!

Moeder ging vroeger natuurlijk al vaak naar Lourdes en ik zou mee moeten om haar te helpen. Na een aanvankelijke aarzeling, gezien de omslachtigheid van zo'n onderneming, besloten we toch op het aanbod in te gaan. Daar kregen we geen spijt van, en niet in de laatste plaats vanwege het lumineuze idee van pa om een camper te huren, wat een uitkomst bleek voor moe maar ook voor ons.

Niettemin was het een inspannende en verre reis, zodat het toch een echte bedevaart werd en niet een luxe reisje.


Zaterdagmorgen twintig juni vertrokken we in alle vroegte naar Nijmegen, waar ome koos al enige dagen verbleef in het huis "Casa Nova" van pater Koopmans. We hebben er heerlijk ontbeten, dankzij de goede zorgen van de kostersvrouw en we hebben er ook de pater nog ontmoet.

Hierna ging het voorwaarts de snelweg op tot aan Keulen waar we koffie dronken, iets voor Frankfurt hebben we geluncht.

Tot mijn ongenoegen reden we die stad voorbij; moe had het steeds over Sjaan van Bemmelen, die ze wilde bezoeken en ik wilde iedere stad inrijden waar we voorbij kwamen om wat boeken te kopen, maar de heren reden gewoon door en lieten zich niet van de wijs brengen.
Toegegeven, het Duitse landschap was echt wunderschön, hoewel het de hele dag regende.

Ome Koos speelde een deuntje op zijn mondharmonica en we reden over Regensburg tot aan een wegrestaurant "Das Bayerische Wald", waar we de eerste nacht doorbrachten.

Ome Koos en ik sliepen boven in de camper, pa en Lena beneden.

Zo'n restaurant was wel handig, we aten er s'avonds en ontbeten er s'ochtends.


Zondag om 7.30 passeerden we de Oostenrijkse grens. In Oosterijk hebben we uiterst genoegelijk gegeten in een ieder aan te bevelen restaurant “Gasthof Gruber", hoewel ik me persoonlijk afvroeg of die genoeglijkheid (gemütlich, zeggen de Oostenrijkers), niet deels te verklaren was door het litertje wijn, dat we tezamen voor het eten opsoupeerden.

De wijn deed de gemoederen hoog oplaaien en het orakel was niet van de lucht.

Maar wijn hebben we daar geneens voor nodig, wij van Haasters, preken en prossen, dat we kunnen! Mijn vader en ik en ome Koos, we doen niet voor elkaar onder en dat willen we ook niet. Ellenlange diskussies! Voor mij als junior was het interessant te zien waar ik die eigenschap vandaan heb, het zit kennelijk in de familie.
Twee gesprekken wil ik hier vermelden, maar er waren er meer.

Het ene ging tussen mijn vader en ome Koos, het andere tussen mij en mijn peetoom.

Omdat ik dacht naar een warm land te gaan had ik maar weinig en dunne kleren bij mij. Toen ik op een dag zei dat het te koud was voor een bergwandeling, begon ome Koos mij aan te raden toch ook net als hij een wollen onderbroek te dragen, gezien het gevaar van reumatiek.

Hij heeft natuurlijk gelijk als hij stelt, dat ieder maar met de mode meedoet en niemand tegenwoordig nog kleren aan zijn lijf heeft, maar ik heb de mode nooit zo duidelijk gevolgd en zijn zoons dragen ook geen lange onderbroeken.

Enfin, ik zal de diskussie wel weer verkeerd weergeven, dan kunnen we daar de volgende keer nog eens over praten, ik heb er geen moeite mee.

Maar ik vond het wel frappant, dat ome Koos zelfs in de hitte van Yougoslavië zijn lange onderbroek nog droeg!


En, Pa zei op een gegeven moment, dat je de dingen uit de Bijbel soms wel met een korreltje zout moet nemen en hij gaf als voorbeeld, dat Jezus veertig dagen de woestijn introk en op de veertigste dag pas honger kreeg. Ja, dan kan ik het ook, zei pa.

Maar het was het korreltje zout wat volgens ome koos niet door de beugel kon.

En ik heb ze weten te verzoenen door te wijzen op het feit, dat Jezus door de Heilige Geest bezield de woestijn in trok en daardoor geen honger had (ome Koos zegt dat ik theologie moet gaan studeren).
We kwamen Yougoslavië binnen en links en rechts lagen de autowrakken langs de snelweg gedrapeerd, omgekeerde vrachtauto's en zo meer.

Het schijnt, dat men ze expres laat liggen om de automobilisten tot voorzichtigheid te manen, maar het viel ons op dat ze in dat land overal nogal slordig met hun afval omspringen, zeker in vergelijking met het saubere Oostenrijk.

Het landschap werd er niet minder om!

Moe zei wel ach dat hebben we in Canada ook gezien, maar toch, Canada is heel wat verder weg en dat we zoiets ook in Europa hebben was toch heel verassend, echt prachtig.

Toch regende het nog steeds. Maar wij zaten droog, en moe zat over het algemeen heerlijk op de uitgestrekte bank met een ruggesteun, alleen in de bochten moest ik haar wat tegengas geven, tegen het omvallen.
T'is jammer dat ik de kaart er niet bij heb, want ik kan me de plaatsnamen niet goed herinneren.
Zo was er bijvoorbeeld het plaatsje Tondjiff of zoiets, waar ome Koos van maakte Ton wordt wakker, en toen mocht ik zeggen welke kant we opmoesten, waardoor we verkeerd reden, maar waardoor we wel in Serajewo kwamen, waar ik eindelijk mijn boek kon kopen.

En mama een jurk, want zoals met iedere reis was er toch iets misgegaan: moeders jurken hingen nog in Stompwijk aan de kapstok!


In Serajewo (beroemd vanwege de eerste wereldoorlog), gingen we ook eten. Moe en ik zaten al in het restaurant, toen pa en ome Koos opgetogen binnenkwamen.

Nu hadden ze toch een koopje! Ze hadden ieder een mondharmonica gekocht en ik wil er nog dit over kwijt, namelijk dat ze die kochten voor geen tientje!

In ieder geval gaf het omrekenen in buitenlandse valuta nog heel wat moeilijkheden. Ene gulden is 300 dinhar zeiden we steeds tegen elkaar, alvorens we konden uitrekenen hoeveel we nu weer kwijt waren.
Het plaatsje Jablanica of iets dergelijks, zal voor ons altijd een onvergetelijke herinnering blijven. Niet alleen vanwege de bergwandeling van ome Koos en mij en vanwege het oorlogsmonument uit de tweede wereldoorlog van de heroïsche partizanen-strijd onder de bezielende leiding van Tito tegen de Duitsers, maar bovenal omdat we er pech kregen met de auto.

Een paar monteurs van een werkplaats een eindje verderop, hielpen ons in de baas zijn tijd, "chef nicht kuken" zeiden ze dan en doken achter een bus de omheining over om naar onze auto te kijken.

Een Piet Bambergen -achtige figuur kon ons niet verder helpen, maar via de chef konden we toch een monteur krijgen die ons wel kon helpen, heel aardige mensen.
Zo kwamen we dan precies op schema toch nog in Medugorje aan.

Onderweg ernaartoe werd in het busje de stemming al devoter; ieder kerkje, dat we onderweg zagen werd opgemerkt en er waren hele mooie bij.

In Medugorje, een klein dorpje met een hele mooie kerk, werden we begroet door een paar engelse dames, die ons bezwoeren dat de Maagd aanwezig was, dat ze dat konden voelen.

Het was precies zes jaar geleden dat de verschijningen begonnen waren.

Van overal vandaan hadden al miljoenen mensen door de jaren heen hun weg gevonden naar het plaatsje. Ook nu weer waren er van allerlei nationaliteiten: Italianen, Amerikanen, Duitsers, Fransen etc.

De H. mis werd in alle talen gevierd en soms ook in het Latijn.

Dezelfde avond nog baden we er het rozenhoedje, een heilige mis welke drie uur duurde en alle staties van de lijdensweg van Jezus Christus.

Tot buiten aan toe zaten honderden en nog eens honderden mensen, iedereen zong mee, de geloofsbelevenis was enorm.


We bleven er drie dagen.

ledere avond werd de rozenkrans gebeden en s'ochtends waren er missen in verschillende talen. Wij gingen naar de Duitse.

Je moest buiten voor de kerk wachten om je van een plaatsje verzekerd te weten, terwijl de vorige mis nog aan de gang was.

Ome Koos baande een weg door de mensen heen en ik reed moeder de kerk in tot helemaal voorin.

"Al te goed is buurmans gek", zei oom Koos en maande ons te volgen, als ik veel te beleefd de mensen voor liet gaan.

Ik zal het als een wijze les onthouden, zoals wel meer wat ik onderweg geleerd heb van mijn ouders en mijn oom.

Zouden ze van mij ook wat opgestoken hebben?
Bij de kerk is een hoge berg, met de stadiën van Christus lijden erop geplaatst, terwijl de laatste bovenop als een heel groot kruis staat opgesteld, uitkijkend over het dal.

In gezelschap van twee Belgische dames hebben ome Koos en ik de kruisweg afgelegd.

Mijn oom is een geoefend bergbeklimmer, sinds hij op bezoek gaat bij zijn dochter in Noorwegen, en we konden hem nauwelijks bijhouden.

Terwijl we er waren vonden er nog aldoor Maria verschijningen plaats in de sacristie van de kerk.

De stemming was gedurende ons verblijf daar ontspannen en toch in verering voor Maria.
We hadden de auto onder de bomen staan heerlijk in de schaduw.

Op de dag, dat we aankwamen begon de zon te schijnen en was het erg warm. Ook daar had het de hele tijd geregend voordien.

Je kreeg echt de indruk dat de zegen die pater Koopmans voor onze reis had uitgesproten effect had. Pa en ome Koos zijn nog langs een van de zieneresjes gegaan en hebben een handtekening van haar gehad. Ze stond gewoon in de tuin van het huisje, terwijl haar moeder binnen zat.
Onder de bomen maakten we ons kopje Nes en hadden ons ontbijt. Mensen kwamen ook in bussen aan en sliepen daar in de stoelen of ernaast.

Voor het eerst sinds dit jaar waren er overal tentjes gebouwd met koopwaar of eten. Enerzijds gaf dat een kleurrijker effekt, anderzijds stond ons de ermee gepaard gaande kommersie een beetje tegen.

We zijn ook nog op bezoek geweest aan de andere kant van het dorp bij de boer waar oom Koos al eerder was geweest. Heel aardige en eenvoudige mensen, die ons een rijke tafel voorzetten.
Toen we de terugreis aanvaarden, brak er toch nog een lichte paniek uit in ons busje. In de kerk die morgen had de priester gewaarschuwd voor zakkenrollers, juist toen we de kerk verlieten.

Pa op een holletje naar de auto om te kijken of alles wel afgesloten was. En toen kon hij zijn rijbewijs niet meer vinden en nog enige zaken.

Wij naar het politieburo en alles opgegeven.
Toen we wegreden en al enige wees gegroetjes gebeden hadden voor de heilige Antonius, goede vrind, bedacht pa ineens dat hij het in een kastje in de auto had verstopt. Wat een opluchting!

Wij dankbaar nog een weinig gebeden.

Echter toen we de grens naderden bleek oom koos zijn paspoort kwijt te zijn. Wij in paniek, maar niet ome koos, die werd er niet heet of koud van. En inderdaad zijn voorgevoel kwam uit: nergens werden we gekontroleerd, behalve aan de Nederlandse grens.

Iedere grensovergang dook Koos een beetje weg onder een deken; "de grens!", grapten wij dan, om te zien of hij wegdook.

In Nederland was hij het zat. En hoewel we aangehouden werden en ik nog wat oude bekeuringen moest betalen, en we met z´n vieren waren, met maar drie paspoorten, werd er niets van gezegd.

Ieder heeft een beschermengel, zei oom koos.


De terugweg reden we langs de kust van Joegoslavië.

In Split hebben we op de boulevard tussen de palmbomen aan de Adriatische zee rondgelopen en daar gegeten.

Wat verder naar het noorden in een klein plaatsje aan de zee hebben we de volgende dag gezwommen.

De kustweg bleek nog mooier dan de weg door het binnenland. Aan de ene kant de zee, aan de andere kant de bergen.

In Oostenrijk overnachtten we langs de kant van de weg, een stukje van de snelweg af, bij een klaterend riviertje.
Duitsland was al weer een beetje thuis voor ons. En in een Beierse Gasthof hebben we gezellig zitten kletsen.

Toen was het op naar Pforzheim, naar Sjaan van Bemmelen. Moe had dus toch nog haar zin en wonder boven wonder waren ze net vijf minuten thuis toen wij aanbelden.

Tante Anna was er ook, en juist toen wij daar in de tuin gingen zitten, begon de zon weer te schijnen.
Tot slot van de reis zondag 28 juni gingen we naar de mis in Kevelaar, een ander Maria-bedevaartsoord, dus een prima afsluiter.

We hebben er ook nog wat gewinkeld en moe heeft er haar Kevelaar-jurk vandaan.


Moeder gevraagd naar kommentaar over deze reis:

"In een woord AF!"


Ton van Haaster

TER BEDEVAART NAAR MEDJUGORJE

van 20 t/m 28 juni 1987

Aanvulling op het verslag van Ton door Koos van Haaster.


Het spreekwoord zegt "TWEE WETEN MEER DAN EEN", vandaar deze aanvulling.

In het huis "CASA NOVA" nabij de Heilige Landstichting te Nijmegen, waar ik al enige dagen verbleef, waren Rinus en Ton reeds s-morgens voor acht uur aanwezig.

Het onderwerp van gesprek tijdens het ontbijt was vooral de gebeurtenis van de vorige dag nl. de wonderlijk goede afloop bij het ongeval van het vervoer van twee paarden naar Hoofdorp. "Het wonder was reeds gebeurd" zei onze zoon Frans later.

De bedevaart naar Medjugorje kon dus vooral zijn: "Dankbaarheid voor de goede afloop van de vorige dag".


Pater Koopman had de bandrecorder klaar staan met de vraag of Lena het "AVE MARIA" wilde zingen voor opname op de band. Maar Rinus, Lena en Ton waren alle drie verkouden, dus zingen was er niet bij deze morgen.
(Met verwondering heb ik toen naar Ton zitten kijken. Het leek wel of hij in geen dagen gegeten had, zo'n grote stapel boterhammen werkte hij naar binnen en de kostersvrouw maar zeggen: "Ton neem er nog een" er is nog brood genoeg en je hebt nog een grote reis voor de boeg).
Rinus en ik reden om beurten met de Camper en Ton fungeerde als reisleider. Hij bestudeerde de wegenkaarten en hij wees ons de weg.

In rustiger perioden tijdens het rijden op de grote snelweg ging Ton naast zijn moeder zitten om haar wat voor te lezen uit een boek over: "MARIA IN DE BIJBEL" wat ik hem voor zijn verjaardag gegeven had.

Ja, die Ton wilde steeds iedere stad binnengaan om nog een boek erbij te kopen.
Aangekomen in Regensburg, het was reeds tegen de eerste avond, reden we, speciaal om Ton tegemoet te komen, de mooie stad binnen. Een geschikte parkeergelegenheid was echter niet te vinden. Daarom kwamen we, na een korte rondrit door de stad, waarbij we vooral de mooie kerk met de dubbele toren konden bewonderen, tenslotte terecht in, het reeds door Ton beschreven, wegrestaurant: "DAS BAYERISCHE WALD".
Foto's maken zagen we, mede door het regenachtige weer, nog niet zo zitten. Maar uit de kaarten, die we hier kochten, bleek toch wel het prachtige natuurgebied van deze streek.

De volgende dag, het was zondagmorgen, zijn we niet naar de kerk geweest. Lena vond dat niet zo goed. We kunnen toch wel ergens hier in Oostenrijk een kerkje binnengaan? Zo zei ze telkens. Wij maken het straks in Medjugorje wel weer goed! antwoordde ik haar dan.

Na het passeren van de Oostenrijkse grens, voorbij Passau, gebruikten wij ons ontbijt op een parkeerplaats van het zeer vriendelijke, eenvoudige en keurig ingerichte: "gasthof van Ernst Schachingen", Walchen-hausen 5 - 4754 Tumeltsham. (tel. 07750 - 223). In grote vrijheid mochten we het gehele Gasthof bezichtigen. Zeer aan te bevelen.
Na een kleine afdwaling, vonden we toch weldra de juiste richting via Wels en Windischarten, naar Graz. Ja, dat restaurant "GASTHOF GRUBEN" was inderdaad, zoals Ton schreef, met dat litertje wijn een aangename onderbreking tijdens onze reis.

Door het regenachtige weer, gingen de prachtige landschappen van Oostenrijk wel wat langs ons heen. Maar op de terugreis, met helder en zonnig weer hebben we er dubbel van kunnen genieten.


Het voordeel met zo'n camperwagen ten opzichte van een personenauto is dat de zitplaatsen hoger zijn en we daardoor een beter uitzicht hebben. Ook het achterover liggen om te kunnen uitrusten, was voor de bestuurders van de camper ter afwisseling een groot pluspunt.

Tegen de avond van de tweede dag passeerden wij de Joegoslavische grens, richting het stadje MARIBOR en reden we via PTUJ naar ZAGREB.

Langs de grote weg, nabij KUTINA, hielden wij onze laatste stopplaats op een parkeerplaatsje, waar ook een eenvoudig fruittentje stond.

Meerdere bussen stopten hier, met voornamelijk bejaarden, misschien ook wel voor MEDJUGORJE.


Voorbij OCUCANI in de richting BANJA LUKA, naast een wat slordig Kafé, hebben we de nachtrust doorgebracht.

Reeds vroeg in de morgen van de derde dag reden we verder en hielden onze ontbijtstop in BANJA LUKA.

Vervolgens gingen we langs de mooie omgeving van JAJCE naar DONJI VAKUF. (Tonny, wakker worden).

Daarna was het aanvankelijk de bedoeling, om via BUGOJNO en JABLANTIA richting MOSTAR te rijden met de bedoeling om tegen de avond van die derde dag in MEDJUGORJE te zijn.

Maar zoals Ton al schreef, ging dat anders en reden we via TRAVNIK naar SERAJEVO. Door die omrijding en ons verblijf in Serajevo, hebben we nog een overnachting gehad in JABLANTIA, het stadje, waarover Ton schreef, dat altijd in onze herinnering zal blijven (autopech enz.).
De vierde dag, 23 juni, heel vroeg in de morgen, hebben Ton en ik een bergwandeling gemaakt. Ik gaf hem een lange onderbroek en ook een lange bovenbroek te leen tegen de kou omdat hij niet anders dan korte broeken bij zich had, maar wel een lange regenjas, die hem nu goed van pas kwam tegen de regen.
Tijdens die wandeling, van bijna drie uur (Ton wilde maar steeds verder, terwijl ik al veel eerder terug wilde) luisterde ik naar de belevenissen van Ton van de afgelopen tien jaar.

Ja, ook de ouderen kunnen door te luisteren leren van de jeugd, en niet alleen andersom.


In de namiddag van die dag kwamen we in Medjugorje aan en we verbleven er twee volle dagen.

Ton schreef in zijn verslag dat hij het jammer vond dat hij de kaart niet bij zich had, want hij kon zich de plaatsnamen niet goed herinneren. Dat voordeel had ik wel, omdat ik de kaart erbij heb voor al die moeilijk uit te spreken plaatsnamen.


J.A. van Haaster

STAMBOOM


Maartje Lodewijks, die die op 19-11-1841 trouwde met Cornelis Jasparzoon van Haaster, was reeds eerder getrouwd geweest met Johannes van Oosten te Voorschoten.
Uit dat eerste huwelijk waren reeds 9 kinderen geboren. Dat waren dus halve broers en zusters van grootvader van Haaster.

De familie van Oosten waren de oorspronkelijke bewoners van de Boerderij aan de Leidscheweg te Voorschoten met als spreuk: "WIE KAN KEREN, DE HAND DES HEREN".

Deze boerderij is dus later naar de familie van Haaster overgegaan met ± 25 hectare weiland.

De familie van Oosten is meer in de zuivelhandel overgegaan o.a. in Rotterdam. Met deze familie in Rotterdam hebben wij later nog lang contact overgehouden.


Uit het tweede huwelijk van Cornelis Jasparzoon van Haaster met Maartje Lodewijks zijn nog 3 kinderen geboren Jasper in 1845, Williebrord een aantal jaren later die op jeugdige leeftijd is overleden en nog een oudere dochter, genaamd Maria, zo meen ik, die later gehuwd is met ik weet niet meer?

Uit het huwelijk van onze grootvader Jasper Corneliszoon van Haaster met Theodora Mooyman in 1879 zijn zes zonen en drie dochters geboren, waarvan er twee op zeer jeugdige leeftijd zijn overleden.

Alleen Johanna, tante Anna, heeft een hoge leeftijd bereikt.

Tante Anna is geboren op 16 april 1893 en overleden 28 nov. 1975; zij is dus 82 jaar geworden. Tante Anna is eerst getrouwd geweest met Petrus Verstegen uit Zoeterwoude en na diens overlijden met Leonardus van Berkel uit Vogelenzang. Oom Leen is overleden in 1977 in Huize Bloemswaard, waar hij samen met tante Anna een goede oude dag heeft mogen beleven.


De zes zoons van Jasper van Haaster en Theodora Mooyman zijn:

Cornelis Jozef van Haaster onze vader in 1880 op 18 maart.

Adrianus, reeds overleden op 15 jarige leeftijd.

Marinus, ome Rinus, die geboren is in Voorschoten op 5 juli 1884 en overleden na een tragisch ongeval 4 dec. 1927. Oom Rinus was getrouwd met Wilhelmina Johanna Maria de Vrome, die ook reeds in 1931 is overleden. Zij hadden een gezin van 7 kinderen. Theodora, al op jonge leeftijd overleden. Otto, na een langdurende ziekte ook maar ±20 jaar geworden. Annie, Jas, Corrie, Kees en Rinus.

Alleen Annie, Kees en Rinus leven nog. Kees is, evenals onze zus Annie, bij Tante Anna en Oom Piet Verstegen verder groot gebracht.
De vierde zoon van Jasper genaamd Piet, is jammer genoeg de verkeerde weg gegaan. Hij raakte verslaafd aan de drank, kwam tot armoede en heeft een eind aan zijn leven gemaakt in 1930.

De andere twee zoons waren Hubertus (ook niet oud geworden) en Jasper.

Jasper is op oudere leeftijd getrouwd, kreeg een tweeling die nu 50 jaar zijn geweest.
De stamboom van het geslacht van Bohemen gaat in de 7e generatie verder met Leonardus geboren in 1861.

Onze grootvader (overgrootvader) is echter Cornelis Jacobus, genoemd Jacobus, omdat een oudere broer ook al Cornelis heet.

Jacobus is geboren in 1852 en overleden 3 juni 1909. Hij is 2 keer gehuwd geweest nl. de 1ste keer met Maria Cornelia van Rijn waaruit 9 kinderen geboren zijn en waarvan er 3 heel jong zijn overleden.

De zes overige kinderen zijn onze moeder Cornelia die later getrouwd is met C.J. van Haaster. Haar tweelingzus, Alida is later zuster Aldegonda geworden. Zuster Maria Aldegonda is in 1980 overleden op 97 jarige leeftijd, in Huize Tienakker te Wijchen. Wij hebben haar dikwijls bezocht.

Het derde kind Petronella, de latere kloosterzuster Mamertha, is kort na de tweede wereldoorlog, na de hongerwinter overleden in Amsterdam. Ik kan mij nog herinneren dat wij in 1933 op haar zilveren kloosterjubileum geweest zijn in Heemskerk in Noord-Holland.

Het vierde kind Cornelis Johannes van Bohemen is geboren in 1986 op 2 sept. en later gehuwd met Margaretha Maria Overgauw en in een tweede huwelijk met Cornelia van Leeuwen, die al eerder getrouwd geweest is met het vijfde kind van Jacobus van Bohemen nl. Jasper van Bohemen.

Cornelis van Bohemen is overleden op 30 april 1970 en zijn jongere broer Jasper is reeds op jongere leeftijd overleden nl. in ±1953.

De jongste uit het eerste huwelijk, het zesde in leven gebleven kind is Clazina, tante Sien, die later getrouwd is met Arnoldus v.d. Poel in Zoeterwoude, in 1916, en overleden op hoge leeftijd ±1975.

Uit het tweede huwelijk van Jacobus van Bohemen met Maria Ruijgrok in ±1890, zijn nog 5 kinderen geboren nl. Johannes (oom Jan), Plonia (tante Pleun), Maria en Jacobus, een tweeling (tante Marie en oom Koos) en als laatste Johanna (tante Jans) die later tante Jo werd genoemd.
Uit het huwelijk van moeder Cornelia in 1912 met Vader C.J. van Haaster zijn 9 kinderen geboren nl.

Theodora op 13 juni 1913, overleden in 1933 op 20 jarige leeftijd.

Maria Barbera geboren 11 februari 1915.

Jasper Hubertus, geboren 2 januari 1917.

Jacobus Adrianus, geboren 4 maart 1918.

Marinus Jasper, geboren 25 mei 1920.

Cornelia Alida, geboren 8 oktober 1921.

Johanna (Annie) geboren 9 januari 1923 en overleden in 1970.

Johannes(Jantje) geboren 13 september 1924. Overleden op 7 jarige leeftijd in 1931.

Hubertus (Bertus) geboren 14 september 1926 en overleden op 40 jarige leeftijd in 1966.


Tot zover de familie van Haaster van Bohemen.

Nawoord door Ton van Haaster

‘Och Here nog an toe, geef toch die arme boer een koe’ dit zei opa van Haaster wel eens. Ook ging hij vaak naar de kerk. Zijn vader Jasper was kerkmeester in Voorschoten. De boerderij staat er nog, naast de zilverfabriek. De boerderij van de schoonvader van opa heb ik ook toegevoegd uit het boek van Hendrik Brouwer Schut. Op het land van opa is nu een hele wijk gebouwd. Een kaart is toegevoegd van het gebied zoals het er lang moet hebben uitgezien. Damzigt, de wijk tussen Voorburg en Leidschendam, is genoemd naar het landgoed, waar oorspronkelijk de ‘bouwmanswoninge’ van Jacobus Jasperszoon van Haastrecht heeft gestaan in 1580, onze directe voorvader. Wat het verhaal van ome Koos ons leert is het belang van familie in het leven vroeger. De boerderij waar Tante Nel woonde staat er nog langs de Rijn, in het jaar van de boerderij in 2003 genoemd als een van de mooiste. Ik herinner mij nog de maaltijden die tante Nel bereidde aan de Graaf Ruprechtlaan en dat ik nog nooit postelein had gegeten. Ik mocht vaak mee met ome Koos in zijn rode eend bij de boeren langs. Ik vond het prachtig overal rond te struinen in alle hoekjes van de werft. De boerenachtergrond is in onze generatie nog verder verdwenen dan in die van ome Koos, maar landelijk gezien heeft onze familie het er lang in uitgehouden en daar ben ik trots op. Ik vind dat ome Koos goed ‘geboerd’ heeft. Als mens voel ik grote affiniteit met mijn peetoom. Ik voel me ook verbonden met ome Bertus en met hun ome Bertus (wat weten we eigenlijk van hem?) en met hun ome Piet. Oud-oom Jasper heb ik nog ontmoet op de reünie van de Van Haasters. Adriaan van der Poel heb ik ook ontmoet. Ik denk dat dit bijzondere persoonlijkheden waren.

Overspannen zijn vraagt veel van het individu. Wij kunnen daar als samenleving niet anders dan het grootste respect voor hebben. De samenleving verhardt zich de laatste tijd en de rol van de familie is uitgespeeld. Anders dan in de verkiezingstijd of in de kroeg hoor je er niemand over. Ik spreek de hoop uit, dat er in de toekomst meer zorg komt naar het individu. ‘Al te goed is buurman’s gek’, maar we zouden allemaal best wat meer buurman’s gek mogen zijn.







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina