Algemeen heroverweging



Dovnload 16.59 Kb.
Datum24.08.2016
Grootte16.59 Kb.
ALGEMEEN

Heroverweging

Wat zijn de gevolgen van de heroverweging zijn voor het MIRT? (SGP)

Kan bij de heroverweging de infrastructuur worden ontzien, en welke criteria gelden als er wordt bezuinigd? (VVD)

De heroverweging Mobiliteit en Water betreft het Infrastructuurfonds. De ambtelijke werkgroep moet minimaal één besparingsvariant uitwerken waarmee structureel 20 procent wordt bespaard. Daarbij gelden geen taboes. De ambtelijke werkgroep buigt zich over besparingsvarianten. Wij kunnen niet op de conclusies en mogelijke gevolgen vooruitlopen.


Anders investeren

Is de minister bereid anders te investeren in weginfrastructuur en te kiezen voor echt nuttige projecten?

Bezuinig op wegen rond Amsterdam, A4 Delft – Schiedam, doortrekken A15 en Buitenring Parkstad en hou bijvoorbeeld N23, Rijnlandroute en N18 sober. (SP)

Bij de afweging in welke projecten te investeren wordt zeer zorgvuldig te werk gegaan. Beleidsmatig is de basis voor deze afweging gelegd in de Nota Mobiliteit en de Mobiliteitsaanpak. Volgend voorjaar worden de uitkomsten van de NMCA gepresenteerd, zodat bezien kan worden of op onderdelen nadere invulling nodig is om te komen tot nog robuustere keuzes. Daarnaast is met de verbreding van het MIT naar MIRT ook nadrukkelijk de relatie gelegd tussen ruimtelijke ontwikkelingen en de ontwikkeling van weginfrastructuur, naast openbaar vervoer. Tenslotte leidt ook de MIRT-systematiek tot een systematische aanpak, via gebiedsagenda’s, verkenningen, planstudies en realisatie.

Kortom, in het MIRT is gekozen voor de echt nuttige wegenprojecten. Bij de aanleg van deze wegen moet rekening worden gehouden met een goede inpassing, waarbij soberheid en doelmatigheid van de te nemen maatregelen uitgangspunt is.
MobiliteitsAanpak en N-wegen

Wat betekenen de 10 concepten uit de MobiliteitsAanpak concreet?

Hoe invulling geven aan 5 prioritaire projecten voor N-wegen? Op welke termijn worden deze gerealiseerd? (CDA)

Ik heb u in de brief over de verankering van de MobiliteitsAanpak (Tweede Kamer 2008-2009, 31 305, nr. 150) al aangegeven dat de NMCA een uitwerking van de 10 concepten zal bevatten. Ik benadruk dat de concepten zich richten op een robuust en samenhangend mobiliteitssysteem in 2028. We hebben het niet van vandaag op morgen gerealiseerd. Maar we wachten ook niet tot het 2020 is om ermee te beginnen. Naast de doelen uit de Nota Mobiliteit worden de 10 concepten nu waar mogelijk al meegenomen in het huidige beleid. Laat ik u een aantal voorbeelden noemen, zonder alle 10 helemaal langs te lopen:

��Parallelle structuren, met inzet van meerdere modaliteiten: zie het historische besluit over de A4 Delft-Schiedam; inclusief verbetering van het spoor in de corridor. Zie ook het besluit over de Rijnlandroute en het westelijke deel van de Rijn-Gouwelijn.

** Waar waar efficiënte combinaties kunnen worden gemaakt gaan we dat natuurlijk doen, mits er voldoende geld beschikbaar is. We nemen geen maatregelen die een verdere upgrading in de toekomst in de wielen rijdt. Kijk naar de besluiten die genomen zijn voor Holland Rijnland, voor de N35, de N18, de aansluitingen tussen de N3 en de omliggende rijkswegen. De N65 hebben we opgenomen in een verkenning. We doen dus nu al wat we kunnen.


Op de N18, Holland Rijnland, de N35 en de N65 ga ik dieper in bij de daarover gestelde vragen.
Rijnlandroute en Rijn-Gouwelijn

Is de regering bereid zowel de Rijnlandroute als de Rijn-Gouwelijn in zijn geheel uit te voeren en zekerheid bieden aan de regio, zonder fasering?

Kunnen de Staatssecretaris en de Minister van VenW een gedragen en compleet voorstel voor het volgende MIRT overleg toezeggen?

Welke bijdrage is de Minister van VenW bereid te geven? Welke bedragen zijn beschikbaar voor de aanpassingen aan de A4 en de A44? Welk bedrag voor opslagen van Rijkswaterstaat (BLD) is er van toepassing?

Neemt de Minister inpassingsmaatregelen mee in de uitwerking en de kostencalculaties van enerzijds een eventuele verlenging van of een deksel op de tunnel en anderzijds de variant op de aansluiting van de Tjalmaweg en de A44?

Welke bijdrage wordt van de regio gevraagd? Is de regering bereid om opbrengsten uit het GOB uit Valkenburg in te zetten? Wie is verantwoordelijk voor de eventuele meerkosten?

Waarom is er geen een dialoog geweest met de omgeving die Elverding-proof is? (CDA, PvdA, VVD, SP, SGP, GL)

In de Bestuurlijk Overleg MIRT Zuidvleugel van oktober jl. is overeenstemming bereikt over het voorkeursalternatief van de Rijnlandroute. Het betreft een integrale oplossing, mét een tunnel en mét de aansluitingen op en aanpassingen van de A4 en de A44. Verder is met de provincie Zuid-Holland en de regio een maximale bijdrage van VenW afgesproken. Over de Rijn-Gouwelijn lopen de gesprekken nog met de Provincie Zuid-Holland. Ik zal u hierover nader informeren.

De toegezegde gemaximeerde bijdrage van VenW is al meer dan in de begroting (tot 2020) beschikbaar is. Voor het project zal ik een FES-claim gaan indienen. De bijdrage is overigens toegezegd onder de voorwaarde, dat deze FES-claim zal worden gehonoreerd.

Daarbij komt dat er een brede heroverweging gaande is.

Vandaar dat in het Bestuurlijk Overleg MIRT Zuidvleugel naast het vaststellen van het eindbeeld ook is besloten tot een fasering, in goed overleg met de Provincie Zuid-Holland.

Met het vaststellen van dit eindbeeld en met de gemaakte afspraken ten aanzien van de fasering heb ik naar mijn mening voldoende zekerheid geboden aan de regio.
Er ligt nog een financieringsopgave voor een deel van het project. Daarvan zijn alle partijen zich bewust.

Momenteel wordt de kostenraming van het project verder gehard. Verder heb ik met de regio afgesproken dat op zoek wordt gegaan naar additionele regionale financiering en PPS. Voorts wordt met medewerking van VROM onder andere nagegaan welke mogelijkheden de toepassing van de grex-wet op de locatie Valkenburg nog biedt voor additionele financiering. Tenslotte zullen de ogen niet worden gesloten voor nieuwe inzichten: optimalisaties, maar ook nadere inpassingsmaatregelen, mits deze gefinancierd kunnen worden.

Het project staat op de agenda van het Bestuurlijk Overleg MIRT Zuidvleugel voorjaar 2010. Ik zal u naar aanleiding daarvan nader informeren.

De Rijnlandroute betreft een regionale verbinding tussen twee Rijkswegen (A4 en A44), die met zich meebrengt dat deze Rijkswegen moeten worden aangepast.

Het project Rijnlandroute betreft dus een integrale oplossing, een samenhangend pakket van maatregelen. De kosten van de aansluitingen op en de noodzakelijke aanpassingen aan de Rijkswegen behoren bij het project.

Ik heb mij bereid verklaard op basis van een 50/50 verdeling maximaal € 422 mln te willen investeren in dit project als geheel.

Naar mijn mening is daarmee sprake van een forse bijdrage. Als de regio hetzelfde bedrag bijdraagt, dan kunnen we het eindbeeld gaan realiseren.

De € 422 mln omvat een BLD-bijdrage van € 50 mln en € 270 mln voor de aansluitingen op en de aanpassingen aan de A4 en de A44. Eventuele meerkosten van het project komen voor rekening van de regio.

De Integrale Benadering Holland Rijnland voer ik zoveel als mogelijk uit in de geest van de adviezen van de commissie Elverding. De Integrale Benadering Holland Rijnland omvat meer projecten dan alleen de Rijnlandroute.

Leiden_–_Katwijk._Het_betreft_woningbouw,_bedrijvigheid,_OV_en_weg.'>Gekozen is voor een samenhangend pakket van ruimtelijk fysieke maatregelen voor het gebied om de as Leiden – Katwijk. Het betreft woningbouw, bedrijvigheid, OV en weg.

De keuze voor dit pakket is gemaakt na een brede en uitgebreide consultatie. Er zijn drie Bestuurlijke Conferenties en verschillende werksessies gehouden met de betrokken gemeenten, de Provincie Zuid-Holland en de Rijkspartijen. Ook zijn er verschillende werksessies en gesprekken gehouden met bijvoorbeeld de Kamer van Koophandel en de Stichting Behoud Rijnland. Verder is intensief samengewerkt met de bestaande projectorganisaties, ieder met hun achterban.

Voor wat betreft de Rijnlandroute volgt de Provincie Zuid-Holland de Wet op de Ruimtelijke Ordening. In dit besluitvormingsproces zijn ook de mogelijkheden opgenomen voor inspraak ten aanzien van Rijnlandroute.
GEDECENTRALISEERD VERVOER

Kan de staatssecretaris aangeven op welke wijze invulling is gegeven aan de motie Roefs/Koopmans over de Rijn-Gouwelijn-West? (CDA, D66, PvdA)

Dit najaar heb ik het besluit genomen om een rijksbijdrage van € 45 mln te reserveren voor de aanleg van de Rijn-Gouwelijn-West (RGL-W).

Conform de motie Roefs heb ik hierbij nadrukkelijk ook naar de consequenties voor de ruimtelijke ontwikkelingen, zoals de woningbouw in Valkenburg en Katwijk, gekeken.

Om een kosteneffectieve exploitatie mogelijk te maken zijn voor een tram ca. 15.000 reizigers per dag nodig. Tussen Leiden en Katwijk wordt dat aantal mede vanwege de woningbouw in Valkenburg en Katwijk gehaald, maar tussen Katwijk en Noordwijk niet (prognose 4000 tot 6000 reizigers). Uit deze cijfers blijkt dat de financiering van de vertramming van het gehele traject tot aan Noordwijk nu geen efficiënte inzet van overheidsgeld zou zijn. Daarom heb ik nu een fasering met de provincie Zuid-Holland afgesproken.


Mijn bijdrage is gebaseerd op de meest passende oplossing voor het aantal reizigers per traject, d.w.z. een tram tot Katwijk/Estec en een hoogwaardige busverbinding tot Noordwijk.

Ik heb met de provincie Zuid-Holland afgesproken dat zij bij het rijk terug kan komen, indien op het stuk naar Noordwijk het reizigersaantal rond de 15.000 komt te liggen en een tram opportuun wordt. Wel heb ik in mijn bijdrage reeds rekening gehouden met het technisch voorbereiden van de verbinding tussen Katwijk en Noordwijk op het snel kunnen aanleggen van een tram in de toekomst.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina