Algemene Beginselen strafprocesrecht



Dovnload 0.74 Mb.
Pagina1/29
Datum24.08.2016
Grootte0.74 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   29

Algemene Beginselen strafprocesrecht




Hoofdstuk I: Definitie





  1. Begrip

Het strafprocesrecht is het geheel der rechtsregels betreffende opsporing, vervolging en berechting van personen die ervan verdacht worden een misdrijf te hebben gepleegd.


Het beschrijft de scenario’s en vormvoorschriften die moeten worden gevolgd en bepaalt de rechtspositie van de verschillende personen die erbij betrokken zijn.
In het strafprocesrecht (formeel strafrecht) wordt het materieel strafrecht gerealiseerd. Dit laatste bestaat immers niet zonder het formeel strafrecht, aangezien de praktische toepassing vh materieel strafrecht slechts via het strafprocesrecht kan worden bewerkstelligd.
Andere synoniemen voor strafprocesrecht zijn strafrechtspleging en strafvordering


  1. Onderscheid tussen materieel en formeel strafrecht

Dit onderscheid heeft betrekking op:




  • personen op wie de regels gericht zijn

    • De regels van het materieel strafrecht zijn tot de gehele bevolking gericht, burgers en overheid inbegrepen

    • De regels van het formeel strafrecht richten zich in de 1ste plaats tot de overheid, met name tot de politie en de staande en zittende magistratuur

    • Uitzonderlijk zal de gewone burger met de regel vh formeel strafrecht te maken hebben bv; als hij verdachte is of getuige of wanneer tegen hem een strafrechtelijke dwangmaatregel wordt uitgevoerd.




  • Inhoud van deze regels

    • Inhoudelijk vallen de regels van het materieel strafrecht op door hun vanzelfsprekendheid (bv. dat men niet mag doden of slaan). Deelneming of poging van deze daden kunnen (vanzelfsprekend) worden bestraft. De verklaring hiervoor is dat het materieel strafrecht een reeks fundamentele waarden beschermt.

    • De regels van het formeel strafrecht hebben deze vanzelfsprekendheid niet (bv. verjaring van de strafvordering is op zichzelf niet evident). In het strafrecht gaat het om spelregels die, anders dan in het materieel strafrecht, niet aan intrinsieke waarden zijn gekoppeld. Vaak berusten de regels in het formeel strafrecht op het onderling afwegen van verschillende belangen


  • Sanctionering van schendingen

    • De sanctionering van schending van regels vh materieel strafrecht is vrij eenvoudig: op elk misdrijf staat een straf en schending van de norm brengt met zich dat de dader zich aan bestraffing blootstelt.

    • In het strafprocesrecht daarentegen wordt de niet-naleving of de schending van de processuele normen op een andere wijze gesanctioneerd: de processuele sanctie verschilt naargelang de vorm en is in vele gevallen niet op voorhand in de wet bepaald.

      • In sommige gevallen heeft de schending de nietigheid vd proceshandeling of van de hele procedure tot gevolg.

      • Soms heeft de overtreding gevolgen op het niveau van de bewijsvoering

      • Niet-naleving van bepaalde procedureregels heeft soms de onontvankelijkheid vd strafvordering tot gevolg. Deze onontvankelijkheid sanctioneert het stilzitten van het parket.

      • In vele gevallen wordt de niet-naleving van bepaalde proceduregeschriften helemaal niet gesanctioneerd.

      • De sanctionering van de niet-naleving van processuele voorschriften kan soms onzeker zijn




  1. Doelstellingen van het strafproces

In het strafproces staan verschillende belangen tegenover elkaar: het belang van de gemeenschap (bestraffing criminaliteit), het belang vh slachtoffer (schadevergoeding) en het belang vd verdachte (recht op een eerlijk proces).


Het voornaamste doel van het strafproces is echter de ontdekking van de waarheid. Dit gaat gepaard met de erkenning van individuele grondrechten.

Hierdoor heeft het strafprocesrecht een dubbele finaliteit:




  • De waarheidsvinding enerzijds

De regels van het strafprocesrecht zijn in de 1ste plaats toegeschreven naar de personen die met de toepassing van deze regels belast zijn, nl. politie, parket en rechters.
De taak van de advocaat in de strafprocedure bestaat er dan ook in erop toe te zien dat deze regels in de praktijk worden gerespecteerd. Dit alles in het kader van het openbaar belang.
Het strafproces in zijn geheel heeft als voornaamste doel de waarheidsvinding


  • De bescherming van de individuele grondrechten anderzijds

Eerbied voor de individuele grondrechten is een andere belangrijke functie. Aan de overheid worden belangrijke bevoegdheden toegekend die een verregaande beperking van bepaalde grondrechten kunnen inhouden (schending van privacy, schending vh briefgeheim en van het eigendomsrecht).
Wanneer een persoon vervolgd wordt wegens een misdrijf, geniet hij van een complex van grondrechten dat wordt aangeduid als de “rechten van de verdediging”.



  • Onderlinge afweging van waarheidsvinding en individuele grondrechten

De bescherming van de individuele grondrechten is een zelfstandig doel van het strafprocesrecht geworden.
De Wet Franchimont heeft voor een aantal verdedigingsrechten gezorgd mbt het gerechtelijk onderzoek.

De voornaamste waarborg hierbij was het wettelijk karakter van het overheidsoptreden. Dit hield in dat de beperking van grondrechten steeds op wettelijke basis moest berusten en dat het overheidsoptreden tegen de burger door deze wettelijke bepalingen was gebonden.

De concrete afweging vh belang van de waarheidsvinding en dat van de bescherming van de grondrechten gebeurt door de rechtspraak.
In verschillende landen is de vraag gerezen of de huidige balans tussen waarheidsvinding en grondrechten de overheid voldoende in de mogelijkheid stelt bepaalde vormen van criminaliteit te bestrijden.


Hoofdstuk II: Accusatoire en inquisitoire rechtspleging





  1. Principe



Accusatoir


Inquisitoir

Horizontale processtructuur : de aanklager en de verdediger staan op gelijke voet en vechten met gelijke wapens

Verticale processtructuur: de overheid weegt door op de procesvoering en bepaalt het procesverloop

De beklaagde is een volwaardige procespartij en de partijen hebben het proces volledig in handen

De procesvoering wordt niet aan de partijen overgelaten, maar aan de openbare aanklager die namens de gemeenschap optreedt

Alle onderzoeksverrichtingen vinden plaats op een tegensprekelijke wijze

Niet-tegensprekelijk karakter: de beklaagde wordt niet de mogelijkheid geboden de tegen hem verzamelde bewijzen te weerleggen en de argumenten voor zijn verdediging naar voren te brengen

Passieve rol vd rechter: toezien of proces correct en fair verloopt

Actieve rol vd rechter: ontdekken vd waarheid

Volledig openbaar tav partijen en publiek

Geheim karakter: het proces gebeurt achter gesloten deuren



  1. Praktijk

Een volledig accusatoir of volledig inquisitoir proces komt vrijwel nergens voor!




  • Common law-landen

Hier heeft de strafprocedure grotendeels een accusatoir karakter:

    • de rechter moet enkel beslissen over de vraag of de tenlastelegging voldoende bewezen is. Het onderzoek wordt verricht door de politie

    • er is geen openbaar ministerie en geen onderzoeksechter

    • voor het nemen van dwangmaatregelen wordt door de politie een beroep gedaan op de gewone rechters.

    • Het is meestal de politie die als eiser optreedt

Hier wordt ook vaak gebruik gemaakt van privé-detectives en prové-deskundigen

Verschil tussen accusatoire strafprocedure en burgerlijk geding

Accusatoir:



      • de bewijslast vd vervolgende partij moet het vermoeden van onschuld weerleggen en een bewijs beyond reasonable doubt voorleggen.

Burgerlijk geding

      • hier volstaat de balance of probabilities




  • Continentale landen

Dit zijn landen, waaronder België, die vooral door de inquisitoire rechtspleging zijn geïnspireerd.

De inquisitoire rechtspleging komt echter niet meer voor in zuivere vorm.



Fase vh Vooronderzoek

Deze is inquisitoir omdat het onderzoek schriftelijk, geheim en niet-tegensprekelijk is.

Dit onderzoek gebeurt onder leiding van het openbaar ministerie. De onderzoeksverrichtingen worden op schrift gesteld en gebundeld in een strafdossier dat als basis zal dienen voor de volgende fase:



Fase van de terechtzitting

Deze heeft een accusatoir karakter omdat de rechtspleging openbaar, mondeling en tegensprekelijk is. De rechter speelt een meer passieve rol dan in het vooronderzoek. Hij is echter tijdens het onderzoek ten gronde meer actief dan de rechters uit de common law-landen.

Deze fase steunt vooral op de onderzoeksverrichtingen uit het vooronderzoek.




  1. Strafrechtshervorming in Europa

Het inquisitoir systeem komt op een aantal punten in aanvaring met het EVRM waardoor in vele landen een hervormingsbeweging op gang is gekomen in de richting van een meer accusatoire rechtspleging.

De laatste jaren is onder invloed vh EVRM op de nadelen van het inquisitoir systeem gewezen.
In een accusatoir systeem bestaat er geen vooronderzoek en het onderzoek wordt verricht door de politie waardoor we moeilijk kunnen spreken van een objectief onderzoek.
In meer dan 90% vd strafzaken pleit de beklaagde schuldig waardoor de procedure veel sneller kan verlopen. Er wordt onmiddellijk overgegaan naar het opleggen van de straf. Hierdoor kan de verdachte strafvermindering krijgen. Dit noemt men guilty plea wat kan uitmonden in plea bargaining of een charge bargaining waarbij de onschuldigen soms schuldig pleiten.
In België werd het strafprocesrecht in ’98-’99 grondig hervormd door de Wet Franchimont die het vooronderzoel in strafzaken meer tegensprekelijk heeft gemaakt en de rechtspositie van verdachte en slachtoffer heeft verbeterd. Door het Octopus-akkoord werden politie en parket hervormd.


Hoofdstuk III: Verloop van het strafproces




  1. Voorlopig onderzoek

Het voorlopig onderzoek is de onderzoeksfase die het onderzoek der terechtzitting voorafgaat.

Het doel is het identificeren van de verdachte en nagaan of er voldoende bezwaren tegen hem bestaan.

Er wordt nog geen uitspraak gedaan want de onderzoeksverrichtingen zijn slechts voorlopig. Enkel de vonnisgerechten zijn bevoegd om een uitspraak te doen. De onderzoeksverrichtingen worden tijdens het onderzoek ten gronde grondig overgedaan en beoordeeld.


Opsporingsonderzoek en gerechtelijk onderzoek


    • Opsporingsonderzoek

      • wordt door de PdK gevoerd en afgesloten

      • er is geen tussenkomst van de onderzoeksrechter

      • het kan worden afgesloten met een beslissing tot niet-vervolging of met rechtstreekse dagvaarding voor het vonnisgerecht




  • gerechtelijk onderzoek

    • wordt gevoerd door de onderzoeksrechter op vordering van de PdK

    • in de praktijk is er sprake ve gerechtelijk onderzoek wanneer er dwangmaatregelen moeten worden bevolen

    • Sinds de Wet Franchimont kunnen verdachte en slachtoffer dit onderzoek meesturen

    • Het verloop onder controle van de onderzoeksgerechten (kamer van inbeschuldigingstelling) maar wordt afgesloten door de raadkamer in een regeling der rechtspleging

90% wordt afgehandeld via het opsporingsonderzoek en 10% via het gerechtelijk onderzoek (meest ernstige misdrijven). Meestal moeten er in zware zaken dwangmaatregelen genomen worden (telefoontap, huiszoeking,…). Deze kunnen enkel bevolen worden door de onderzoeksrechter.

Kenmerken van het voorlopig onderzoek
De kenmerken zijn inquisitoir.


Het is in principe geheim, maar verdachte en slachtoffer krijgen onder bepaalde voorwaarden inzagerecht (Wet Franchimont).

De reden van het geheim karakter is gelegen in het feit dat het onderzoek niet wordt gedwarsboomd. Ook wil men vermijden dat er onnodige publiciteit aan de zaak wordt gegeven aangezien dit nadelig kan zijn voor de verdachte.


De geheimhouding bestaat zowel intern als extern:

      • intern: geheim tav de betrokken partijen (verdachte en slachtoffer)

        • dit heeft tot gevolg dat verdachte/slachtoffer in principe niet betrokken worden bij de onderzoeksverrichtingen en dat het resultaat hen hiervan niet wordt meegedeeld (geen inzage in het strafdossier).

      • extern: geheim tav personen die niets te maken hebben met het vooronderzoek bv. pers, media en publiek

        • dit geheim is al erg afgezwakt. Het parket mag persmededelingen doen, evenals de verdediging. De pers wordt soms omschreven als de 4de macht. Ze oefent een beetje controle uit op de justitie. Er zijn echter ook beperkingen verbonden aan de persmededelingen.

Bij de schending van het geheim van het vooronderzoek volgt er een sanctionering (art.458 Sw). Het blijft echter moeilijk om in de praktijk een schending daadwerkelijk te sanctioneren, vooral wat betreft een schending van het geheim door de pers. Journalisten zijn immers niet door het beroepsgeheim gehouden.

Anderzijds is een onafhankelijk gerechtsverslaggeving essentieel in een democratie. Beperkingen neigen al snel naar censuur, waardoor ze in aanvaring komen met de persvrijheid.
Magistraten en politiemensen die het geheim van het onderzoek schenden maken zich schuldig aan een strafbaar feit.


  • niet-tegensprekelijk karakter

Tijdens het vooronderzoek heeft de verdachte in principe niet het recht de tegen hem verzamelde bezwaren te weerleggen en verweermiddelen aan te voeren. In deze fase wordt er immers nog geen uitspraak gedaan over de zaak. Dit geldt vooral tijdens het opsporingsonderzoek en minder tijdens het gerechtelijk onderzoek.


  • schriftelijk karakter

Alles moet op papier worden gezet. Er wordt een pv opgemaakt van elke onderzoeksverrichting en dit wordt toegevoegd aan het strafdossier dat de basis vormt voor de behandeling van de zaak op de openbare terechtzitting.

Alles neerschrijven wordt echter niet altijd gedaan omdat sommige onderzoekers interessante bronnen of bepaalde informanten niet wensen te vernoemen.




  1. Onderzoek ten gronde

Dit is de onderzoeksfase waarin uitspraak wordt gedaan over de grond van de zaak. Het is de fase wanneer de beklaagde voor de rechter komt.

In principe moeten hier de onderzoeksverrichtingen indien mogelijk opnieuw worden overgedaan in aanwezigheid van de beklaagde waardoor die nu de mogelijkheid heeft om het openbaar ministerie tegen te spreken.
Kenmerken van het onderzoek ten gronde


  • openbaarheid van terechtzitting en uitspraak

Alle verrichtingen vinden plaats in de aanwezigheid van zowel beklaagde als publiek. Hierop bestaan echter 2 uitzonderingen:

    • art.148 GW: zitting gebeurt achter gesloten deuren indien de openbaarheid vd debatten gevaar oplevert voor de openbare orde of de goede zeden

    • art.6(1) EVRM: in het belang van de bescherming vh privé-leven van de partijen bij het proces

De openbaarheid geldt enkel tav de vonnisgerechten, niet de onderzoeksgerechten.


Interne openbaarheid: de partijen mogen het hele strafdossier inkijken. Voor de beklaagde betekent dit dat hij zich naar behoren kan verdedigen.
Externe openbaarheid: het publiek heeft het recht om een zaak bij te wonen. De voorwaarde is echter dat de leeftijd van 18j bereikt moet zijn.


  • tegensprekelijk karakter

Het recht op tegenspraak vormt de essentie van het recht op verdediging. Het onderzoek verloop in de vorm van een debat tussen OM en beklaagde.

In de praktijk wordt een afbreuk gedaan aan het tegensprekelijk karakter omdat er een groot gewicht uitgaat van het strafdossier waarin de PV’s gebundeld zijn en dit wordt ter beschikking vd rechter gesteld.




  • mondeling karakter

De verrichtingen gebeuren mondeling, maar de advocaten kunnen hun conclusies wel schriftelijk neerleggen.

Van de rechtspleging ter terechtzitting wordt wel een schriftelijk verslag opgesteld. Dit is het proces-verbaal van de terechtzitting of zittingsblad.



Hoofdstuk IV: Actoren in het strafproces




  1. De verdachte

Dit is de persoon die ervan verdacht wordt een strafbaar feit te hebben gepleegd.


De verschillende statuten van de verdachte
Tijdens het voorlopig onderzoek:

  • verdachte: iemand die door politie en OM verdacht wordt een misdrijf te

hebben gepleegd. Het gaat hier om vermoedens. Het is de

persoon tegen wie een strafrechtelijk onderzoek loopt, ofwel

een opsporingsonderzoek, ofwel een gerechtelijk onderzoek.


  • Inverdenkinggestelde: als er zware vermoedens zijn wordt de verdachte

door de onderzoeksrechter in verdenking gesteld.

Dit is niet hetzelfde als inbeschuldigingstelling wat inhoudt dat iemand voor

het Hof van Assisen moet verschijnen.
Tijdens het onderzoek ter terechtzitting


  • beklaagde: persoon die naar de politierechtbank of de correctionele

rechtbank werd verwezen

  • beschuldigde: dit is de verdachte in het assisenproces

  • veroordeelde: de persoon die door het vonnisgerecht schuldig werd bevonden

De advocaat

Vormt samen met de verdachte de verdediging. Hij speelt een essentiële rol in het strafproces. De advocaat moet een evenwicht zoeken tussen justitie en cliënt. Zijn rol neemt toe naarmate het proces vordert:


  • tijdens het opsporingsonderzoek heeft de verdachte recht op contact met zijn advocaat om zijn verdediging voor te bereiden

  • in het kader van het gerechtelijk onderzoek heeft de inverdenkinggestelde in meerdere gevallen recht op bijstand van een advocaat

  • tijdens het onderzoek ter terechtzitting kan de beklaagde zich laten bijstaan door een advocaat die hem in bepaalde gevallen mag vertegenwoordigen.




  1. Het slachtoffer

Eind jaren ’90 is de aandacht voor het slachtoffer in het strafproces sterk toegenomen. De aanbevelingen van de commissies hebben geleid tot een reeks wetswijzigingen die een betere opvang en bescherming van het slachtoffer van misdrijven beogen.

Het slachtoffer van een misdrijf is geen noodzakelijke partij in het strafproces. Er zijn veel misdrijven zonder rechtstreekse benadeelde;
Slachtoffer in het algemeen

Het is de persoon die in de realiteit wordt benadeeld door een gepleegd misdrijf. Er bestaat sinds ’97 een justitieassistent slachtofferonthaal. Deze heeft een onthaal, ondersteunings- en informatiefunctie.


Slzchtoffers kunnen zich vandaag richten tot vertrouwenspersonen (igv seksuele misdrijven) of tot een slachtofferhulpfonds.
De benadeelde

Art. 5bis VTSv: de benadeelde heeft het recht zich te laten bijstaan of vertegenwoordigen door een advocaat.

De benadeelde is geen partij in het strafproces. Zijn rechten bestaan in het verkrijgen en geven van informatie. Justitieassistenten spelen hierbij een belangrijke rol.
Burgerlijke partij

Enkel wanneer er een rechtstreeks slachtoffer is en indien het daartoe zelf het initiatief neemt, wordt dit slachtoffer een procespartij/burgerlijke partij.

Men is volledige partij in de zaak, zoals de beklaagde en heeft dezelfde rechten:


  • inzage vagen in het strafdossier

  • opheffing van bepaalde maatregelen vragen

  • bijkomende onderzoeksdaden vorderen

De tussenkomst van het slachtoffer heeft enkel de vergoeding van de door het misdrijf veroorzaakte schade tot voorwerp.
Naar een actio popularis?

De burgerlijke vordering kan in principe enkel door het rechtstreekse slachtoffer worden uitgeoefend. Onrechtstreekse slachtoffers kunnen enkel in uitzonderlijke gevallen de strafvordering op gang brengen en schadevergoeding vragen. Bv. de Wet op Racisme en Xenofobie heeft een vorderingsrecht aan bepaalde verenigingen toegekend. Hier moet echter spaarzaam mee worden omgesprongen omdat het de privatisering van justitie in de hand werkt.


Nu kan het slachtoffer dat zich burgerlijke partij heeft gesteld niet alleen het strafdossier inkijken, maar ook reeds tijdens het vooronderzoek vorderingen instellen.


  1. De burgerlijk aansprakelijke partij

Is in principe gericht tegen de beklaagde, maar kan tevens gericht worden tegen de persoon die burgerlijk aansprakelijk is voor de door de beklaagde veroorzaakte schade.

Bv. ouders die burgerlijk aansprakelijk zijn voor de schade die minderjarige kinderen verrichten.


  1. De (vrijwillig of gedwongen) tussenkomende partij

Bepaalde wetten voorzien uitdrukkelijk in de mogelijkheid voor derden om tussen te komen in een strafzaak. Deze wetten situeren zich in het wegverkeerswet (verzekeringsmaatschappijen die vrijwillig tussenkomen).




  1. De politie

In België bestonden vroeger tal van politiekorpsen met bevoegdheden die elkaar gedeeltelijk overlapten. De parlementaire onderzoekscommissies Mensenhandel, Dutroux-Nihoul en de twee bendecommissies hebben echter aangedrongen dat de politiediensten grondig zouden worden hervormd.

In het Octopus-akkoord krijgen we een Wet Geïntegreerde Politiedienst (’98) die de bestaande politiekorpsen omvormt tot een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op 2 niveaus: een lokaal en een federaal niveau.
Taken van de politie
De taakstelling is dubbel: politiemensen hebben zowel bestuurlijke als gerechtelijke taken. Deze worden omschreven door de Wet Politieambt die grondig aangepast werd door de Wet Geïntegreerde Politiedienst.


  • Daden van de bestuurlijke politie

Dit zijn politieopdrachten die zich situeren binnen het preventieve toezicht (art.14 Wet Politieambt).

Het betreft de handhaving van de openbare orde en het toezicht op de naleving vd politiewetten, de voorkoming van misdrijven en de bescherming van personen en goederen.




  • Daden van de gerechtelijke politie

Dit zijn politieopdrachten die ertoe strekken misdrijven op te sporen en vast te stellen en hierbij bewijzen te verzamelen (art.15 Wet Politieambt).

Daden van de gerechtelijke politie hebben een repressief karakter.


Politieofficieren zijn verplicht misdrijven op te sporen, vast te stellen en ze ter kennis te brengen van het openbaar ministerie. Zelf mogen ze echter geen vervolgingen instellen.

Bij het opsporen en vaststellen van misdrijven treden ze op onder gezag van de PdK. Het is de magistraat die verantwoordelijk is voor de sturing van het onderzoek.




  • officieren van gerechtelijke politie

      • Kunnen opdrachten van de gerechtelijke politie uitoefenen

  • hulpofficieren van de procureur des Konings

      • beschikken over dezelfde bevoegdheden als de PdK in geval van betrapping op heterdaad. Enkel hulpofficieren kunnen op bevel van de onderzoeksrechter huiszoekingen en inbeslagnemingen uitvoeren en vorderingen uitvoeren mbt afluistering van privé-communicaties en telecommunicaties.

Statuut van de politie


De nieuwe politiestructuur


  • Basisbeginselen

  • er is sprake van één geïntegreerde politiedienst, georganiseerd en gestructureerd op 2 niveaus: een lokaal en federaal niveau. Er wordt dus geen eenheidspolitie opgericht.

  • De leden vd politiediensten hebben een eenheidsstatuut qua rekrutering, selectie, bezoldiging, pensioen en opleiding.

  • Het mobiliteitsprincipe garandeert de mobiliteit tss de verschillende lokale en federale politiediensten.

  • De korpsoversten worden tegenwoordig benoemd volgens een mandaatsysteem: ze worden aangesteld voor een eenmaal hernieuwbare periode van 5 jaar

  • De politiediensten bestaan uit 2 kaders:

    • operationeel kader is verantwoordelijk voor de uitvoering vd opdrachten v gerechtelijke en bestuurlijke politie

    • administratief en logistiek kader bestaat uit personeelsleden zonder bevoegdheid inzake gerechtelijke of bestuurlijke politie




  • De lokale politie

  • deze is verantwoordelijk voor de basispolitiezorg (community policing).

  • Het grondgebied vh Rijk wordt ingedeeld in politiezones die uit één of meerdere gemeentes bestaan.

    • Voor meergemeentezones komen er een politieraad en een politiecollege

    • In ééngemeentezones zijn het de gemeenteraad en de burgemeester en schepencollege die bevoegd blijven.

  • per politiezone hebben we een zonale veiligheidsraad. Deze raad bespreekt het zonaal veiligheidsplan, bevordert de optimale coördinatie vh optreden vd lokale politiediensten en evalueert de uitvoering vh plan

  • elke politiezone beschikt over een lokaal politiekorps dat wordt geleid door een korpschef die wordt aangewezen obv een functie-profiel volgens een mandaatsysteem.

  • Per korps is er een opsporingsdienst die wordt geleid door een politieambtenaar. Deze diens staat in voor de uitvoering vd gerechtelijke taken.

  • Het gezag en de leiding over de lokale politiedienst wordt uitgeoefend door de burgemeester (eengemeentezones) of het politiecollege (meergemeentezones).




  • De federale politie

  • Is verantwoordelijk voor de gespecialiseerde en bovenlokale politiezorg. De federale politie bereidt het nationaal veiligheidsplan voor en draagt bij tot de uitvoering ervan.

  • Samenstelling:

  • gezag en leiding

    • berust bij de ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie

  • bevoegdheid

    • de federale politie is bevoegd voor het hele grondgebied van het Rijk.

    • De bevoegdheidsafbakening tss federale en lokale politie is een functionele aangelegenheid. De meerwaarde vd federale politie is gelegen in de beheersing vd supralokale fenomenen en de technische ondersteuning vd lokale politie bij de beheersing van lokale fenomen

    • Tav de federale politie gelden specialiteit en subsidiariteit als beginselen.




  • Gespecialiseerde opsporingsdiensten

  • douane, accijnzen, allerhande inspecties

  • blijven verder bestaan naast de reguliere politiediensten

Toezicht op de politiediensten


Intern toezicht

Dit gebeurt op drie niveaus:



  • parket: controle op wettigheid en regelmatigheid door deprocureur

  • bestuurlijk toezicht

  • algemene inspectie: staat onder het gezag vd Ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie


Extern toezicht

De Wet 18 juli 1991 tot regeling van het toezicht op politie- en inlichtingendiensten heeft een Vast Comité van Toezicht op de politiediensten in het leven geroepen. Dit wordt het Vast Comité P genoemd. Dit comité kan zelf geen sancties nemen. Het kan enkel aanbevelingen en mogelijkheden geven tot het voeren van onderzoek.


Internationale politiediensten
Interpol: is een internationaal verbindingsnet tss de verschillende nationale

politiediensten. Het doel is het preventief en repressief doorgeven van

inlichtingen en de verspreiding van internationale opsporingsberichten.

Europol: is een Europees samenwerkingsverband dat binnen een louter

intergouvernementeel kader functioneert

OLAF: dit is de anti-fraudedienst van de Europese Commissie. OLAF-inspecterus

hebben het recht plaatsen te bezoeken met het oog op opsporing en

vaststelling van administratieve inbreuken op de EG-verordeningen inzake

fraude.


  1. Het openbaar ministerie

Is de motor, het actieve orgaan van het strafproces.


Algemene situering
Wetten 22/12/’98 (na Dutroux-crisis): wijziging structuur van het openbaar ministerie en doorvoering van de verticale en horizontale integratie van de parketten. Dit is echter nog niet zo duidelijk in de praktijk. Omwille van de grote tegenkanting zal de horizontale integratie nooit worden doorgevoerd, en de verticale slechts gedeeltelijk.
Taken van het OM


  • het opsporingsonderzoek leiden

  • dit onderzoek wordt verricht olv de PdK. Deze heeft een algemene opsporingsplicht en een algemeen opsporingsrecht.

  • Zelfs als het onderzoek in handen is vd onderzoeksrechter, heeft de PdK een vorderingsrecht: hij kan de onderzoeksrechter vragen bepaalde onderzoeksverrichtingen te stellen




  • uitoefening van de strafvordering

  • dwz dat de zaak aanhangig wordt gemaakt of dat de zaak voorgelegd wordt aan de rechter

  • de strafvordering kan enkel uitgevoerd worden door het OM, niet door de burgerlijke partij!




  • buitengerechtelijke afhandeling

  • steeds minder strafzaken worden voor de strafrechter gebracht. Dit is het gevolg van het groot aantal seponeringen en vh feit dat de wetgever de buitengerechtelijke afdoening van strafzaken aanmoedigt.

  • Voorbeelden buitengerechtelijke afhandeling: minnelijke schikking en bemiddeling in strafzaken

  • De PdK is hier de spilfiguur




  • bewijsvoering voor de strafgerechten

  • het parket moet zorgen voor de bewijsvoering

  • het is de taak vh OM bewijzen te verzamelen en deze aan de rechter voor te leggen




  • tenuitvoerlegging van de straffen

  • indien de rechter straffen uitspreekt is het OM belast met het initiatief tot de tenuitvoerlegging van de straffen. Het verdere verloop vd strafuitvoering wordt door de minister van Justitie en de penitentiaire commissies beslist.

Statuut van het openbaar ministerie


De leden van het Openbaar Ministerie worden door de koning benoemd en afgezet.

In de loop van eenzelfde procedure kunnen verschillende leden elkaar vervangen en opvolgen. Hierin onderscheiden ze zich van rechters die in principe tot het einde van de zaak dezelfde moeten zijn.

De leden van het OM zijn verplicht de bevelen en instructies van de minister van Justitie op te volgen.

Het openbaar ministerie is hiërarchisch georganiseerd dus de leden moeten bevelen opvolgen en zijn verantwoording schuldig aan de oversten. De verantwoordingsplicht is beperkt tot de schriftelijke bevelen van de overste dus de mondelinge vorderingen bij de terechtzitting moeten niet worden verantwoord.


De functie van het OM is één en ondeelbaar: de leden van het parket treden op in naam vh ambt, en niet in eigen naam.
Overzicht
De procureur-generaal bij het Hof van Beroep
In België zijn er 5 rechtsgebieden met elk een hof van Beroep (Gent, Antwerpen, Brussel, Bergen en Luik).
Bij elk hof van Beroep is er een procureur-generaal die bijgestaan wordt door een reeks advocaten-generaal en substituten-procureur-generaal. Samen vormen ze het parket-generaal, ook wel ressortparket genoemd.


  • Bevoegdheden

  • uitoefening van de strafvordering

      • de procureur-generaal heeft de leiding over alle magistraten van het openbaar ministerie van zijn rechtsgebied en is belast met het toezicht over alle officieren van gerechtelijke politie

  • management

      • de procureur-generaal zal moeten zorgen voor de coördinatie vh strafrechtelijk beleid, realisatie van een permanente audit bij de parketten van 1ste aanleg, ondersteuning vd parketten van 1ste aanleg en integrale kwaliteitszorg

  • tucht

      • procureur-generaal oefent een disciplinair toezicht uit over alle officieren van gerechtelijke politie


De procureur des Konings
Hij is de motor van het strafproces. Er zijn er 27 in België. Per rechtbank van eerste aanleg is er een parket, met aan het hoofd de procureur des Konings. Hij wordt bijgestaan door een reeks substituten. Samen vormen ze het arrondissementsparket.

De bevoegdheid van de PdK ratione materiae is algemeen: hij is bevoegd de strafvordering uit te oefenen tav alle misdrijven.

De territoriale bevoegdheid van de PdK is het arrondissement.
De procureur kan strafzaken aanbrengen bij de bevoegde rechter binnen zijn arrondissement, niet bij rechters uit andere arrondissementen. Voor het stellen van onderzoeksverrichtingen daarentegen kan hij buiten zijn arrondissement optreden, op voorwaarde dat hij zin territoriaal bevoegde ambtgenoot hiervan in kennis stelt.
De federale procureur
Deze bestaat sinds 1 mei 2002. Het federale parket heeft 3 hoofdtaken:


    • uitoefening van de strafvordering in bepaalde gevallen

    • coördinatie van de strafvordering

    • vergemakkelijking vd internationale samenwerking en het toezicht op de federale politie

Statutair zweeft de federale procureur ergens tussen de procureur-generaal en de procureur des Konings.

De federale procureur vormt samen met de federale magistraten het federaal parket. Zijn bevoegdheden strekken zich uit over het hele grondgebied.


De federale magistraten kunnen echter ook een beroep doen p hun lokale collega’s. De wet voorziet immers in de mogelijkheid tot delegatie (federale procureur kan in uitzonderlijke omstandigheden zijn bevoegdheden tijdelijk geheel of gedeeltelijk opdragen aan een lid van een lokaal parket die deze dan uitoefent vanuit zijn standplaats) en detachering (de minister van Justitie geeft aan een lid vh lokaal parket de opdracht om in het federaal parket de opdrachten vh OM tijdelijk uit te oefenen).
De federale procureur maakt geen deel uit vh college van procureurs-generaal en ook niet van de raad van PdK’s, hij mag wel de vergaderingen bijwonen.
Verticale en horizontale integratie
Verticale integratie en integrale afhandeling

Het is de bedoeling dat in de toekomst de procureur des Konings de opdrachten van het Openbaar ministerie zou uitoefenen bij omzeggens alle rechtbanken.


Horizontale integratie

In zaken van sociaal strafrecht wordt nu de strafvordering uitgeoefend door de arbeidsauditeur. Hoewel dit systeem goed functioneert, leidde het in de praktijk tot problemen omwille van de versnippering van bevoegdheden tussen de PdK en de arbeidsauditeur. Daarom besloot de wetgever tot een gespecialiseerde afdeling (auditoraat) voor economische, fiscale en sociale zaken. Het gaat om de integratie van het arbeidsauditoraat in het parket.


Toezicht op het openbaar ministerie
Intern toezicht

De procureur-generaal kan geen bevelen meer geven aan de PdK en zijn substituten, maar ze staan wel onder het toezicht van de procureur-generaal in hun hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie.

Bovendien worden alle beroepsmagistraten onderworpen aan een evaluatie.
Extern toezicht

Wordt verricht door de Hoge Raad voor Justitie waarbij een advies- en onderzoekscommissie is ingesteld die klachten kunnen ontvangen betreffende de werking van de gerechtelijke orde




  1. De onderzoeksrechter

Situering


De onderzoeksrechter

Is een rechter die optreedt in het kader van het vooronderzoek in strafzaken. Hij spreekt zich niet uit over de grond van de zaak, maar vervult enkel een onderzoeksfunctie. Hij heeft de leiding van het gerechtelijk onderzoek en beslist welke onderzoeksdaden nodig zijn in het belang van het onderzoek.


De onderzoeksrechter is een creatie van Napoleon (1808).
De onderzoeksrechter heeft een dubbele hoedanigheid: hij is tegelijkertijd rechter en onderzoeksmagistraat.

De 1ste hoedanigheid stelt hem in staat maatregelen te bevelen waardoor individuele rechten en vrijheden worden aangetast (voorlopige hechtenis, huiszoeking,…).

De 2de hoedanigheid laat hem toe zelf op actieve wijze deel te nemen aan het onderzoek.

Napoleon noemde hem de machtigste man van het land omdat hij de functies van politieman en rechter cumuleert.


Uitzonderlijk kan de onderzoeksrechter zelf straffen uitspreken. Dit kan bij overtreding vh verbod het huis of de plaats vh misdrijf te verlaten bij betrapping op heterdaad.
Als rechter is de onderzoeksrechter onpartijdig en onafhankelijk. Deze twee zaken zijn vandaag een mensenrecht geworden.

Indien een partij twijfels heeft over de objectiviteit vd rechter, kan men beroep doen op de wrakingsgronden. Deze gelden tav alle rechters, ook onderzoeksrechters.

Daarnaast bestaat er de mogelijkheid tot verhaal in geval van gewettigde verdenking, dat evenwel niet geldt tav onderzoeksrechters.

Tenslotte bestaat de mogelijkheid van een verhaal op de rechter.


De rechter van het onderzoek

In common law-landen bestaat geen onderzoeksrechter. Dwangmaatregelen worden er door een gewoon rechter genomen die niet zelf op actieve wijze aan de bewijsgaring meewerkt.


De rechter van het onderzoek heeft een zuiver gerechtelijke functie. Hij treedt slechts op indien hij daartoe uitdrukkelijk wordt verzocht door parket, verdachte of slachtoffer. Hierdoor kan hij zich meer neutraal opstellen.

De omschakeling van de onderzoeksrechter naar een rechter van het onderzoek wordt bepleit vanuit de bekommernis voor een betere bescherming van de rechten van de verdediging.

De instelling van een rechter vh onderzoek zou de rechtspositie vd verdachte verbeteren omdat hij een vorderingsrecht tav deze rechter zou hebben. De keerzijde is echter dat de verdachte zelf een meer actieve rol zou moeten gaan spelen in het vooronderzoek.
De afschaffing vd onderzoeksrechter wordt ook vanuit een andere hoek bepleit. Men wil de macht vd onderzoeksrechter beperken door hem te herleiden tot een rechter van het onderzoek. Hierdoor zou de impact van het parket en via het parket ook vd minister van justitie, op het onderzoek vergroten.
Bij een rechter van het onderzoek wegen de partijen meer door op het onderzoek dan bij de onderzoeksrechter, wiens opdracht het is bewijzen à charge en à décharge te verzamelen.

De rechter van onderzoek kan zelf geen initiatieven nemen, maar slechts optreden op vordering vh OM of op verzoek van de verdachte.


Door de Wet Bijzondere Opsporingsmethoden is de rol van de onderzoeksrechter bij het nemen van dwangmaatregelen zeer sterk teruggedrongen. Een hele reeks privacy-schendende dwangmaatregelen kunnen nu door de PdK worden genomen, zonder dat een voorafgaand rechterlijk bevel vereist is.
Taken van de onderzoeksrechter
De onderzoeksrechter draagt de verantwoordelijkheid voor het gerechtelijk onderzoek dat zowel à charge als à décharge wordt gevoerd.

Toch heeft de wetgever de taak vd onderzoeksrechter zo aangepast dat minstens 2 elementen van het systeem vd rechter vh onderzoek worden ingevoerd in België:

- mini-instructie: de onderzoeksrechter beslist slechts over de

dwangmaatregel die van hem gevraagd wordt door de PdK, maar wordt niet met het hele onderzoek belast. De onderzoeksrechter kan echter de zaak tot zich trekken indien hij dit wenst (itt rechter van onderzoek).

- Hoewel de onderzoeksrechter meester blijft vh onderzoek, kunnen de verdachte en het slachtoffer nu het onderzoek in beperkte mate meesturen. Ze kunnen inzage in het strafdossier vragen en de onderzoeksrechter verzoeken bijkomende onderzoekshandelingen te verrichten.
Statuut van de onderzoeksrechter
De onderzoeksrechter wordt door de koning aangewezen onder de rechters van de RB van 1ste aanleg die gedurende minstens 3 jaar het ambt van OM of van rechter in de RB van 1ste aanleg hebben uitgeoefend in het kader van een vervanging.

Hij die het ambt van rechter in de RB van 1ste aanleg gedurende tenminste 1 jaar heeft uitgeoefend en die een gespecialiseerde opleiding heeft gevolgd, kan ook tot een onderzoeksrechter worden benoemd.

Onderzoeksrechters worden voor 1 jaar aangewezen die een eerste maal voor 2 jaar en vervolgens telkens voor 5 jaar kan worden verlengd.
De onderzoeksrechter is een gewoon rechter die geniet van onafhankelijkheid, onafzetbaarheid en onverplaatsbaarheid.

Hij blijft ook bevoegd om in de RB van 1ste aanleg zitting te nemen.


Toezicht op de onderzoeksrechter
Intern toezicht

Het toezicht is sinds de Wet van 12 maart 1998 toevertrouwd aan de kamer van inbeschuldigingstelling. Deze houdt toezicht op het verloop vd onderzoeken, kan verslagen vragen van de lopende onderzoeken, kan kennis nemen van de dossiers en kan eventuele nietige onderzoekshandelingen uit het strafdossier verwijderen of het hele dossier tot zich trekken.


Verder is hij onderworpen aan het algemene toezicht dat gelijk is voor parketmagistraten en magistraten vd zetel. Net zoals de andere magistraten is de onderzoeksrechter aan het evaluatiesysteem onderworpen en aan de in 1999 aangepaste regels inzake het tuchtrecht voor de leden van de Rechterlijke Orde.
Extern toezicht

Wordt verricht door de Hoge Raad voor de Justitie




  1. De onderzoeksgerechten

Situering


De onderzoeksgerechten zijn het Hof van Beroep (Kamer van Inbeschuldigingstelling) en de rechtbank van 1ste aanleg (Raadkamer).
De onderzoeksgerechten vormen de interface tussen het vooronderzoek en het onderzoek ten gronde.

Onderzoeksgerechten bestaan niet in alle landen.

Ze spreken zich in principe niet uit over de grond van de zaak. Ze produceren geen echte vonnissen maar wel beschikkingen. Ze zetelen met gesloten deuren, tenzij in uitzonderlijke gevallen
Taken van de onderzoeksgerechten


  • controle op de genoegzaamheid van het bewijs

  • controle op de regelmatigheid van het bewijs

Deze taken situeren zich op 3 domeinen:

  • verwijzingsfunctie: als er bezwarend materiaal is gevonden, moet er

worden doorverwezen

  • regelmatigheid vh vooronderzoek: eventueel een zuivering van nietigheden

maw nietigheden eruit halen

  • voorlopige hechtenis


De raadkamer
Controle op vrijheidsberovende en –beperkende maatregelen


  • controle op de voorlopige hechtenis

    • verdachten onder aanhoudingsmandaat worden automatisch na 5 dagen voor de raadkamer gebracht

    • controleert de legaliteit van de aanhouding

    • spreekt zich uit over de vraag of verdere aanhouding wenselijk is. Dit is een opportuniteitscontrole die maandelijks wordt herhaald




  • inobservatiestelling en internering van geestesgestoorde delinquenten

    • bevoegd als enige om de inobservatiestelling te bevelen bij wie vermoed wordt geestesgestoord te zijn

    • zitting gebeurt met gesloten deuren




  • controle mbt ter beschikking gestelde veroordeelden

    • wie als gevaarlijk wordt beschouwd, komt onder een speciaal toezichtsregime, nl. de terbeschikkingstelling van de regering (TBR)

    • toetst op verzoek van de veroordeelde de regelmatigheid van de beslissing tot internering

    • kan beslissen ter beschikking gestelde veroordeelden te ontheffen van de gevolgen vd de TBR


Regeling der rechtspleging

= De raadkamer beslist over de afsluiting van het gerechtelijk onderzoek

Men spreekt zich uit over de vraag of de zaak kan worden doorverwezen naar de vonnisrechter.

Sinds 1998 zuivert men ook het dossier van eventuele nietigheden, dwz onregelmatigheden ivm een handeling van het onderzoek of bewijsverkrijging


Wettigheidscontrole op de toepassing van bijzondere opsporingsmethoden tijdens het vooronderzoek

Sinds 2003 heeft de raadkamer een nieuwe taak gekregen: zij moet nu bij de afsluiting ve opsporingsonderzoek waarin gebruik gemaakt werd van bijzondere opsporingsmethoden een wettigheidscontrole doorvoeren.


De uitvoerbaarverklaring van buitenlandse dwangbevelen

Wanneer België om uitlevering wordt verzocht is doorgaans vereist dat de opgeëiste persoon, in afwachting ve beslissing mbt de uitlevering, van zijn vrijheid wordt beroofd. Wanneer het uitleveringsverzoek echter steunt op een buitenlands aanhoudingbevel, dan moet dit bevel eerst uitvoerbaar worden verklaard alvorens de opgeëiste persoon van zijn vrijheid kan worden beroofd.

De beslissing hierover is aan de raadkamer toevertrouwd.
De kamer van inbeschuldigingstelling
Dit is het onderzoeksgerecht op het niveau van het Hof van Beroep. Het is samengesteld uit 3 raadsheren. Hieronder worden de bevoegdheden uitvoerig besproken:
Inbeschuldigingstelling

De verwijzing van beschuldigden naar het hof van Assisen is de inbeschuldigingstelling. De raadkamer maakt het dossier via de procureur-generaal over aan de KvI die verder beslist over de verwijzing naar het hof van Assisen.


Hoger beroep tegen beschikkingen van de Raadkamer

Men kan hoger beroep aantekenen inzake voorlopige hechtenis, inobservatiestelling, internering, TBR, uitlevering en rogatoire commissies (huiszoeking).




Hoger beroep tegen weigeringsbeschikkingen van de onderzoeksrechter en de PdK

Als de onderzoeksrechter weigert in te gaan op een vordering van de procureur des Konings kan deze laatste beroep aantekenen bij de KvI

De KvI beslist over de wettigheid en de opportuniteit vd gevraagde inzage of maatregel.
Toezicht op onderzoeksrechter

De Kvi kan verslag vragen over de stand van zaken en kan kennis nemen van de dossiers. Dit noemt men het evocatierecht, dwz dat de KvI de zaak naar zich kan trekken, ambtshalve vervolgingen gelasten, zich de stukken doen overleggen en de zaak onderzoeken.


Controle op de regelmatigheid vd procedure

De regelmatigheid van de procedure ambtshalve onderzoeken. De zaak kan in een veel vroeger stadium bij KvI worden aangebracht.




  1. De vonnisgerechten

Dit zijn de rechtscolleges die belast zijn met de uitspraak over de grond van de zaak, dwz de bewezenverklaring van de feiten en de oplegging van de straf.


Het opleggen van een strafrechtelijke sanctie is voorbehouden aan de rechter
Het statuut van de rechter
Een rechter is voor het leven benoemd, is onafzetbaar, onverplaatsbaar en onafhankelijk (hij is niemand verantwoording verschuldigd en maakt geen deel uit van een hiërarchisch korps).

Rechters hebben een louter passieve rol: ze spreken zich slechts uit over de zaken die hen worden voorgelegd.

De natuurlijke rechter is de rechter die door de wet is aangeduid om van de zaak kennis te nemen.
Toezicht op de rechters
Gebeurt door de Hoge Raad voor de Justitie. Ook is er sprake van een adviesraad voor de magistratuur die volledig is samengesteld uit magistraten. Hun opdracht is adviezen te geven en overleg te plegen over al hetgeen betrekking heeft op het statuut, de rechten en de werkomstandigheden van de rechters en de ambtenaren van het OM.
Indeling van de vonnisgerechten
Gewone vonnisgerechten

Deze steunen hun bevoegdheid op de aard van het misdrijf.

Het zijn politierechtbanken, correctionele rechtbanken, het hof van Assisen en het hof van Beroep

Bijzondere vonnisgerechten

Steunen hun bevoegdheid op de hoedanigheid van de beklaagde bv. militairen, minderjarigen,…

Voorbeelden hiervan zijn jeugdrechtbanken, hof van cassatie, militaire rechtscolleges
Samenstelling en bevoegdheid van de vonnisgerechten
Hof van Cassatie

Behoort niet toe tot categorie vonnisgerechten. Het spreekt zich enkel uit over juridische vragen.


Hof van Beroep

Het OM wordt uitgeoefend door de procureur-generaal en zijn substituten en advocaten generaal.


Hof van Assisen

Het is geen permanent rechtscollege. Het wordt samengesteld telkens er beschuldigden door de kamer van inbeschuldigingstelling naar het assisenhof worden verwezen.


De beroepsmagistraten die er deel van uitmaken worden ontleend aan het Hof van Beroep en de rechtbank van eerste aanleg. Er zijn 3 beroepsrechters en 12 lekenrechters, jury genaamd. Het OM wordt waargenomen door de procureur-generaal bij het Hof van Beroep.
De correctionele rechtbank en de politierechtbank

Het OM wordt waargenomen door de PdK en zijn substituten.


De jeugdkamer

Het OM wordt uitgeoefend door de substituten van het parket van de rechtbank

van eerste aanleg.



  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   29


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina