Algemene bouwaanwijzingen Veiligheid



Dovnload 283.64 Kb.
Pagina1/16
Datum24.08.2016
Grootte283.64 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   16
Algemene bouwaanwijzingen
Veiligheid

Gebruik tijdens het grovere werk altijd veiligheidsmiddelen.



  • Bij boren kunnen splinters rond gaan vliegen. Gebruik een bril.

  • Zet het werkstuk bij boren vast. Wie kent het niet: even iets boren en het werkstuk in de hand vast houden. Even later heb je een pleister nodig. En het ergste is dat je een poosje allerlei zaken niet goed vast kunt houden…

  • Let op, dat je dat vijl- of schuurstof niet inademt. Het bevat glasvezeldeeltjes en zal niet gezond zijn. Afzuigen met een stofzuiger en/of gebruik van een mondkapje wordt aanbevolen.

  • Werk van je af. Als je dan eens uitschiet, ploft het niet onverhoeds ergens pijnlijk in je lijf. De XYL blijft niet lopen met die pleisters!

  • En ik denk dat we allemaal wel weten, waar het hete eind van de soldeerbout zit… !


De SSB-trx II

Toelichting op ontwerp, werking en de printen staat in Electron.

2002: 8/328; 9/367; 10/430; 11/481; 12/520.

2003: 1/14, 2/68, 3/113

De beschrijving in Electron is gemaakt van en met het prototype van de transceiver. Daarmee zijn de grote lijnen aangegeven maar een aantal details verschillen. Ook de foto's in Electron zijn gemaakt van het prototype. En het zijn de details die belangrijk zijn bij het bouwen. Gebruik daarom de info van de website Die schema's en printlay-outs komen met elkaar overeen.
Een paar belangrijke tips:


  • Realiseer je dat je aan een groot project begint.

  • Leg je zelf de nodige discipline op.

  • Ga niet lichthartig te werk! Neem de tijd!

  • Maak ruimte in je shack of een plaats op je tafel waar je gaat bouwen!


MAAK VOOR JEZELF EEN GOEDE INVENTARISATIE.

BEWAAR ALLE INFORMATIE IN EEN MAP!
Pas op dat de componenten van de verschillende delen niet door elkaar raken! Haal de componenten uit de plastic zakjes en berg ze op in doosjes. Boterpotjes lenen zich er heel goed voor om de componenten, per print of printen, op te bergen. In het pakketje van de voorkant zitten ook een heleboel ringetjes en moertjes. Berg die per type op in een doosje of een plastic doos met vakjes. Dan raken ze niet weg en het vergemakkelijkt het terugvinden als je ze straks moet gebruiken.
HET PAKKET BESTAAT UIT DE VOLGENDE DELEN EN LOSSE COMPONENTEN.

  • De ALU VOORKANT en de STICKER die op die voorkant geplakt moet worden.

  • De PRINTEN.

  • Een 100 µA METER en een DISPLAY.

  • Drie BLIKKEN DOOSJES voor de bandenfilters, de banden VCO en de controlbox.

  • Alle WEERSTANDEN, diodes 1N4148 en BAS45 (BA423) en de condensatoren 22N en

  • 100N (Die zijn voor de hele transceiver als bulk bij elkaar gevoegd).

  • Vijf SUBPAKKETJES MET ONDERDELEN voor de printen.

  • Een pakketje met COMPONENTEN VOOR DE VOORKANT en CONTROLBOX.

  • Een stukje TEFLONCOAX en een stukje VD draad.

  • Twee TWAALF STANDEN SCHAKELAARS.

  • Vijf POTMETERS en de TIEN SLAGEN AFSTEMPOTMETER.

INDELING EN (HERKENNING) VAN DE SUBPAKKETTEN.
(De componenten van 3 en 4 en 7, 8 en 9 zijn in één zakje samengevoegd!)

1. De SSB processor. (SSB filter.)

2. De VFO. (3 oranje MKT C’s en een Xtal.)

3 en 4. De synthesizer en de bandenoscillator. (Het grote HEF 4750 IC.)

5. De bandenfilters. (Veel spoeltjes.)

6. De junction-print. (Alleen printje.)

7, 8 en 9. De schakelprint, controlbox en de displayvoeding. (Veel elco's.)

10. De voorkant en controlbox. (Knoppen en schakelaars. )


ALGEMENE INFO OVER COMPONENTEN.

In het pakket vind je componenten in vele soorten en maten. Maar een aantal componenten moet je uit de omzetters halen. Dat zijn de 4059, 7812, BFR96, BST72, BFQ34 en de blauwe 20TURN POTMETERS. Eventueel de BSX20 als je die te kort komt (Ik weet even niet of ik iets vergeet, zo ja, dan SRI !)


De waarde van de nieuwe componenten is soms moeilijk af te lezen. Dat geldt speciaal voor de kleine condensatoren. Gebruik een loep en als je de waarde hebt vastgesteld schrijf het er dan met een fijn potlood duidelijk op of berg condensatoren met dezelfde waarde op in doosjes waar je dan de waarde opzet.

Nog een paar opmerkingen:



  • De BA423 zijn de kleine diodes en ze heten APH 45. Het zijn BAS45 en gelijk aan de BA423.

  • BFW20 is BFW10. (De BFW10 heeft vier pootjes, de BSX20 heeft "maar" drie pootjes).

  • De BST70A is de BST72A, alleen een andere spanning. Ze komen uit de oude omzetters.

  • De weerstanden van 47 Ohm zijn 56 Ohm. Dat geld ook voor alle andere 47

  • Ohm weerstanden

  • De gele blokjes zijn de resonators CSB 455 E en het driepootje is een filter

  • SFU 455 A.

Componentencodering.

  • 101 is een 10 met één 0, dus 100 pF

  • N10 is 0,1 nF dus ook 100 pF

  • 103 is een 10 met drie nullen dus 10 000 pF of 10 nF

  • 152 is 15 met twee nullen dus 1n5 of 1500 pF

  • 224 is 22 met vier nullen, dus 220 000 pF of 220 nF

De kleurcode van trimmercondensatoren.

  • Grijs is 5 pF

  • Geel is 10 pF

  • Blauw is 15 pF

  • Groen is 22 pF

  • Paars = 40 pF


Posijndraad en povindraad.

Ergens in de tekst heb ik deze twee begrippen door elkaar gehaald. Posijndraad kun je direct solderen. Door de warmte van de bout verbrandt de isolatie en kun je het koperdraad direct vertinnen. Voor de spoeltjes van de twee VCO's is posijndraad geleverd.



15K = 10K + 4K7

Omdat ik geen weerstanden van 15K heb, zijn hiervoor twee weerstanden van 10K en 4K7 geleverd die je in serie moet zetten. Je zet ze allebei rechtop in de print en verbindt de bovenkanten door.


Voor de 5 pF TRIMMER in het bandenfilter is een 10 pF, geel geleverd.
DE BB112 op de SSB print is een component die nog moeilijk te leveren is. Ik heb daarvoor de KV1236 kunnen vinden. Als die er bij zit, zit hij op een papiertje met de aansluitingen aangegeven. Twee BB909's doen hetzelfde, alleen heb je dan een grotere spanningszwaai nodig maar dat laten de serieweerstanden aan de potmeter gemakkelijk toe. Hierover later meer.
DE BB909 in de banden VCO is er ook niet meer. Maar daarvoor is er een SMD vervanger, de BBY42. Als die er bij zitten zijn ze op een printje gemonteerd.
NIET in het pakket zitten de componenten links van de stippellijn op de schakelprint. Ze horen bij de eindtrap.
MONTAGE VOLGORDE.

Als je nog moet beginnen, kun je het beste deze volgorde aanhouden:



  1. Inventariseren en per deel opbergen.

  2. De mechanica in orde maken.

  3. De printen in de behuizing passend maken.

  4. De printen ‘bestukken’.

  5. De printen testen op kortsluitingen en waar mogelijk de werking beproeven.

  6. De printen inbouwen.

  7. De hele transceiver bedraden, ook de voorkant.

  8. Alles controleren en in werking stellen.

Voor deze volgorde is een aantal logische redenen.

De meeste afregelingen en controles kunnen pas gedaan worden als de printen ingebouwd zijn. Dan zijn de spanningstabilisatoren gemonteerd. Je hebt dan dus een goede 12 volt spanning tot je beschikking. Bovendien wordt via de massabevestigingen in de behuizing ook een aantal massaverbindingen op de printen gemaakt. Hierdoor ontstaan ook stabiele verbindingen en dat geldt zeker voor de HF-verbindingen. Niet zelden ontstaan er door een provisorische opbouw problemen waar je dan lang naar zit te zoeken. Ze zijn meestal opgelost als de print ingebouwd zit zoals het hoort. Je kunt na 7 ook gemakkelijk alle functies instellen met de schakelaars en potmeters op de voorkant. Dat vergemakkelijkt het in bedrijf stellen.



HERHALING: Controleer na 7 alles op kortsluitingen en gebruik een beschermde voeding bij 8!
In de totale informatie over de bouw volgen we de bovenstaande indeling. In deze tekst vind je de punten 1, 2, 3 en 4 in algemene zin. Je vindt op elders deze website gedetailleerde beschrijvingen van de afzonderlijke printen met hun werking, bouw en afregeling (punten 4 en 5). Punt 7, de bedrading heeft ook een eigen beschrijving gekregen, net als punt 8, de ingebruikname.


  1. Inventariseren




    1. Geleverde componenten

Componenten zijn echt wel stevig gemaakt en gaan niet gauw kapot, maar er is toch een aantal punten waar je op moet letten bij het monteren.


    1. De condensatoren.

De steek is de afstand tussen de draadjes en hij is gedefinieerd in afstanden van 0,1 inch. Dus steek 1 is 0,1 inch, steek twee 0,2 inch enz. Met Europese waarden is die 2.5, 5 of 10 mm. Zo is de steek van de componenten op de print door die waarden bepaald. 100 nF condensatoren hebben steek 2 en de meeste kleine keramische condensatoren hebben steek 1. Een enkele keer, zoals op het displayvoeding printje, staan er 100nF condensatoren met steek 1. Soms is op de print rekening gehouden met beide mogelijkheden. Steek hem wèl in de goede gaatjes!

Het gebeurt, dat er geen componenten zijn met de juiste steek. De leverancier levert ze dan wel met de goede waarde maar met een andere steek. In die gevallen moet je dus de aansluitdraden verbuigen naar de goede steek. Doe dat voorzichtig met een tangetje of een pincet. Ze breken niet snel af maar toch. . .

Doe heel voorzichtig met de multi-layer condensatoren zoals de blauwe 22nF condensatoren die als bulk geleverd zijn. Als je die wat ruw behandelt, kunnen ze kapot gaan. Die multi-layers zijn eigenlijk SMD condensatoren waarbij aan de zijkant een draadje gesoldeerd is. Van diezelfde soort zitten er heel veel in de omzetters maar dan zonder draadjes. Je kunt de draadjes het beste ombuigen met twee tangetjes, waarbij je met één tangetje het draadje vlakbij de condensator vasthoudt en met het andere tangetje buigt. Want als je alleen de condensator vasthoudt kan het draadje bij de condensator afbreken. Je mag je een dergelijke condensator nooit geforceerd in de print duwen. Dan staan de draadjes onder spanning en als je hem dan soldeert springen de aansluitingen los! Laat ze minstens 1mm boven de print "hangen". Duw ze er nooit in als de steek niet overeenkomt! Sommige condensatoren hebben een bochtje vlak bij de component. Dat zit daar niet voor niets!


    1. De weerstanden.

Dat is de SFR25 reeks van Philips, die hebben de duidelijkste kleurcode. Er zijn enkele waarden als precisieweerstanden bijgevoegd omdat SFR25 niet leverbaar was. Ze hebben een andere kleurcode. Meet ze na als je niet zeker bent. De weerstanden zijn als bulk geleverd. Ze zijn in aantallen afgerond naar boven, dus je hebt er altijd een paar over. Als je de kleurencode niet goed beheerst, meet ze dan na en schrijf de waarde op de papierstrookjes waarmee ze aan elkaar bevestigd zijn. Dat geld ook voor de mensen die kleurenblind zijn. Maar ook voor mensen die wel goed kleuren onderscheiden is het soms moeilijk. 12 Ohm, 1K-10K en 1k2-8k2. 33 en 330 OHM, rood, rood, zwart of bruin.


    1. Statisch gevoelige IC's.

De SL6440 en de LF353 IC's zijn enigszins gevoelig voor statische elektriciteit. Ze zitten in de pakketjes in zilverpapier of in een antistatisch gootje. Behandel ze voorzichtig, zet ze als laatste in de print, net als alle andere IC's!

IC VOETJES. Als je ze hebt en je wilt het, mag je natuurlijk IC voetjes gebruiken. Dat heeft nergens effect op de werking van de schakelingen. Het vergemakkelijkt natuurlijk het uitwisselen als er iets mis gaat. Maar vanuit een zeer uitgebreide ervaring weet ik dat zoiets eigenlijk nooit gebeurt. Ook in de SSB-1 transceiver waar nog veel meer componenten in zaten gebeurde dat nooit. Daarbij werden de printen wèl uitgebreid gecontroleerd vóórdat er spanning opgezet werd. Zie ook de info Ingebruikname.




    1. Teflon coaxkabel.

De Teflon coax dient voor de HF verbindingen tussen de betreffende delen van de transceiver. Teflon kabel kan je gewoon solderen. Het smelt niet. Als je het niet kent, haal er dan eens een stukje buitenmantel af en probeer eens hoe het soldeert en experimenteer er wat mee. Bij de plaatsen waar het gebruikt wordt krijg je nog wel info hoe dat moet.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   16


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2016
stuur bericht

    Hoofdpagina