Algemene bouwaanwijzingen Veiligheid


Bouwaanwijzingen Algemeen



Dovnload 283.64 Kb.
Pagina3/16
Datum24.08.2016
Grootte283.64 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   16

Bouwaanwijzingen




  1. Algemeen


  • Positie van de print is: bevestigingsgaatjes naar boven. Denk aan de veerringetjes bij montage in de omzetterkast!

  • De condensator aan het rondje gemerkt AGC, midden-links van de print, staat niet op het schema en is daarom ook niet geleverd.

  • De serieschakeling van een weerstand met een condensator tussen pin 12 en 14 van IC1 weglaten, staan ook niet op schema. Dit is de tweede verticaal geplaatste C van links onder de 6440 en de R die er tegenaan ligt.

  • Ook de weerstand onder C10 kan er uit.

  • C65 niet monteren.

  • De kleinste diode is de schakeldiode BA423, de iets grotere is de 1N4148. De BA423 kan een vervanger hebben: BAS45 en die is ook kleiner dan de 1N4148. Met een goede loep (die je beslist moet hebben) kun je de diodeopdruk lezen.

  • Let op dat je de BF981 op de SSB print goed monteert. T1, T3 en T4 moeten op hun kop gemonteerd worden! De aansluiting met het nokje is de source. De lange is de drain. Zie ook verderop in de tekst.

  • De source van T2, de zenderversterker BF981 moet nog aan massa verbonden worden.

  • R96 bij de laagfrequent transistor T10 is op de print kortgesloten, de kortsluiting wegkrassen.

  • C112 en 113 zijn 3,3 µF. Dat maakt de AGC wat trager en de ontvanger wat rustiger.

  • In het schema zie je op zes plaatsen spoeltjes van 330µH. Die zitten ook in de meeste pakketten maar in een aantal pakketten zit 470µH. Er is dan een andere waarde van capaciteit nodig om de kring in resonantie te krijgen. Dat betreft de drain-kring van T4 met L62 en C74 en die van T9 met L110 en C118. Die twee condensatoren worden dan 270 pF en die vind je dan ook in het pakketje.

  • C153 moet 2n2 zijn.

  • Van T12 moet de source worden verbonden met de andere componenten: het knooppunt R136/D131.

  • Ongewenst oscilleren van de laagfrequent versterker TDA 7052. Dat komt door C98, 22nF. Niet monteren! Waarom ik die er ingezet heb weet ik niet meer.

  • De keramische filters, 10,7 MHz en 455 KHz.
    De 10,7 MHz filtertjes hebben een rode stip, maar het maakt niets uit hoe je ze monteert. Dat geld ook voor de gele 455 KHz filters. Monteer ze zo dat je altijd het typenummer nog kunt lezen.

  • Er staat in het SSB schema een tekenfout bij S2. Niet het linker contact van de schakelaar gaat naar de VFO, maar het rechter contact dat niet getekend is.


  1. Problemen met de FET's.


Er zijn problemen gemeld met de FET's, BF981 en oscillaties in de MF versterkers op 455 KHz. Soms gaan de FET's kapot en soms oscilleren ze. Eigenaardig is dat deze problemen bij sommige mensen wel optreden en bij anderen niet. Ik heb de FET's als één grote partij ingekocht en het lijkt me onwaarschijnlijk dat er defecte tussen zitten, maar je weet maar nooit.

Het is overigens onwaarschijnlijk dat de FET's kapot gaan door het oscilleren, want dan kon je ze ook niet gebruiken voor een oscillator!


Let ten eerste goed op dat je de BF981's juist monteert. Als ze verkeerd zitten en je zet er spanning op, dan zijn ze kapot! Het heeft dus geen zin om ze daarna opnieuw te monteren. Er zijn verschillende manieren om te controleren hoe ze gemonteerd moeten worden.

Als eerste. De aansluitingen op de printtekening zijn duidelijk en goed. T1, T3, T4 en T12 worden op hun kop gemonteerd met de tekst van de FET naar beneden. Ze zijn als cirkeltjes getekend en de tekst staat op de lay-out tekening in spiegelbeeld. T2 en T9 zijn als zwarte rondjes getekend en worden met de tekst naar boven gemonteerd.

Als tweede kun je de montage controleren met de aansluitingen van de FET's en de richting van de signaalweg. De lange aansluiting van de FET is de drain, dat is de uitgang van de FET. Daartegenover zit Gate 1, de ingang. De aansluiting met het zijtakje is de source en tegenover de source zit Gate 2. Het signaal gaat van gate 1, de ingang naar de drain, de uitgang.

Gebruik voor controle beide methodes om er zeker van te zijn dat je ze goed monteert!

De signaalrichting van 10,7 en 455 is zowel op het schema als op de printtekening van links naar rechts en volgt een rechte lijn, dat is hoogfrequent-technisch gezien de beste weg. De source van de FET's moet zo goed mogelijk aan massa gelegd worden en daarom zijn de FET's bij de ontvanger op hun kop, dus met de tekst naar onder gemonteerd. Dan zitten de sources met hun ontkoppelcondensatoren zo dicht mogelijk bij de massaschroeven aan de massa.



1.2.1 De montage van FET's en het insolderen.


De gate van een FET is in principe zeer hoogohmig. Als de spanning tussen de gate en het substraat een bepaalde waarde overschrijdt treed er overslag op. En er hoeven maar enkele electronen over te springen en de FET is kapot. Dat is zeker het geval met Gaas-Fet's waarvan ik er al heel veel gemonteerd heb met een uitvalspercentage van ca. 10%.

De BF981's zijn "beschermde" FET's. Die bescherming bestaat uit diodes die parallel aan de gate-aansluitingen staan en inwendig op het substraat "meegebakken" zijn. Die diodes begrenzen de spanning tot een veilige waarde. Maar die diodes kunnen ook maar een bepaalde stroom hebben en als die wordt overschreden gaat de FET toch kapot en dat gebeurt meestal bij het insolderen. Zet de FET's er het laatst in als alle andere componenten gemonteerd zijn want de weerstanden in de schakeling zorgen er dan voor dat er geen grote spanningen meer op de gates kunnen komen. En als de FET's eenmaal op hun plek zitten kan er niets meer gebeuren.

Neem de bekende voorzorgen bij het insolderen en dat begint bij de soldeerbout. Als die direct met de 230 volt verbonden is wees dan extra voorzichtig! Verbind in ieder geval de massa van de bout, dat is het metalen deel waar de stift in zit, met de massa van de print zodat er nooit een spanningsverschil kan ontstaan tussen de bout en het te solderen punt.

Maar denk er ook aan dat bij het solderen de print of het kastje nergens anders mee verbonden is dan alleen met je soldeerbout! Want als bijvoorbeeld het metaal van de bout verbonden is met de randaarde van het stopcontact en de print hangt aan een voeding die niet geaard is, kan er best een flink spanningsverschil zijn tussen print en bout! En er kan ook een spanningsverschil zijn tussen de min van de voeding en de randaarde.

En waar je misschien ook niet aan denkt is dat elke soldeerbout, of hij nu een trafo heeft of niet, altijd capacitief met het lichtnet verbonden is.



Controleer met een digitale meter of er een spanningsverschil is. (Een digitale meter heeft een hoge ingangsweerstand.)

1.2.2 Résumé FET's

Op het moment van insolderen mag de losse print, of de print in het kastje niet met een ander electrisch apparaat verbonden zijn. Dat geldt ook als je iets moet vervangen of repareren in de buurt van de FET's. Als je een soldeerbout op batterijen gebruikt verbind dan toch ook de bout maar met de print om zeker te zijn.


Als een FET echt goed kapot is versterkt hij helemaal niet en reageert er niets. Vaak zit er dan een sluiting tussen de gate en de source of de drain. Het kan zijn dat hij dan te veel of te weinig stroom trekt. (Uit ervaring weet ik dat zo'n Fet ook nog half kapot kan zijn. Meestal trekt hij dan te veel stroom en kan nog oscilleren op een willekeurige, soms zeer hoge frequentie.)

Naschrift PA0MJM:

De bouw ging in eerste instantie goed op dit punt. Maar nadat ik de tang, met de spanning op de set, in het apparaat had laten vallen , waren de FET’s overleden. Na opnieuw in solderen had ik allerlei problemen, o.a. met de S-meter uitlezing. Na telefonisch consult van Jan heb ik de reparatie uitgevoerd met inachtneming van alle bovenstaande voorschriften. Pas daarna had ik weer een correct werkende set! Haal dus de set van alle andere zaken los, aard de soldeerbout en dan pas solderen. (73, Martin, PA0MJM)






1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   16


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina