Algemene bouwaanwijzingen Veiligheid


Ongewenst oscilleren van de 455 kHz MF versterkers



Dovnload 283.64 Kb.
Pagina4/16
Datum24.08.2016
Grootte283.64 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   16

1.3 Ongewenst oscilleren van de 455 kHz MF versterkers.


Het ongewenst oscilleren heeft meestal te maken met de opbouw van de print en de ontkoppeling van Gate 2 en de source van de FET's. Het is ten eerste van het grootste belang dat de veerringetjes goed zijn gemonteerd zoals in de eerste infobrief is beschreven!!! Die zorgen voor een goede massaverbinding tussen de print en de behuizing en aan de massa van de print zitten alle ontkoppelingen van de versterkers. Als die massa niet goed is kan het al een oorzaak zijn van parasitair oscilleren.

Dan zijn er de ontkoppelingen van de source en Gate 2. De beide sources zijn goed ontkoppeld want zowel bij T3 als T4 liggen de koude kant van de twee ontkoppelcondensatoren direct aan massa vlak bij de schroeven.

Bij T3 is de ontkoppeling van G2 goed want er is een vrij korte weg van de ontkoppelcondensator C60 naar de massa. Maar de ontkoppeling van Gate 2 van T4 laat te wensen over. Als je goed kijkt zie je dat de benaming van de FET precies onder de FET door het massabaantje loopt en dat onderbreekt! En als je de andere weg naar de massa volgt zie je dat het een lange weg is die bovendien ook nog door andere delen van de schakeling loopt.

Het probleem kan opgelost door soldeerlippen onder de schroeven te doen en daarmee een extra massaverbinding te maken naar de koude kanten van C60 en C65. Je kunt ook een draadje leggen over de tekst T4 tussen de beide massa's.

Maar het kan gemakkelijker. De condensator van 1nF, C65 is in hoofdzaak bedoeld om samen met R68 een filter te vormen voor eventuele rommel dat via die weg in de FET zou kunnen komen. Nu is die kans wel erg klein omdat G2 ongevoelig is. En eigenlijk is de ontkoppeling van G2 niet nodig. Alleen op VHF of hoger heeft de ontkoppeling van G2 invloed op de versterking. Bij de AGC versterker T9 is G2 niet ontkoppeld en de versterking van die FET is normaal. Het beste is dus om C65 weg te laten. Dus C65 niet monteren.

1.4 Foutzoeken 455 kHz en vaststellen wat er aan de hand is.


Het is bij de 455 KHz middenfrequent versterker lastig om vast te stellen wat er aan de hand is als die niet direct werkt. Te meer ook omdat hij samen met de AGC regeling een regellus vormt.

Je weet niet hoe je de verschijnselen die zich voordoen moet interpreteren.

Als er geen signaalversterking is kunnen er twee oorzaken zijn. De FET is kapot òf hij staat te oscilleren zoals hierboven beschreven. Als hij staat te oscilleren "drukt hij zichzelf dicht" en geeft geen versterking meer op de gewenste frequentie. Bovendien wordt de AGC door die oscillator volledig uitgestuurd en die regelt de totale versterking van 10,7 en 455 terug.

Het ongewenst oscilleren merk je meestal direct wanneer je met je vinger, of bijv. een meetpen in de buurt van de FET komt of een van de aansluitingen aanraakt. Dan hef je de oscillatie op en ineens komt er dan geluid uit de luidspreker. (Aangenomen dat het LF aan staat en de RF gain op maximum.) De FET is dan in orde en niet kapot!



1.5 De koppellussen van de bandbreedte schakeling in de 455 kHz MF.


De twee spoelen L60 en 61 zijn door koppellussen aan elkaar gekoppeld. Hierdoor ontstaat een eenvoudige trafo (zie de foto's). Het maakt natuurlijk niets uit of dat met de 330 of 470 µH spoeltjes gebeurt. De koppellussen bestaan uit 6 windingen geïsoleerd Posijn koperdraad van 0,2 of 0,3 mm. Je kunt dat het beste als volgt monteren. Wikkel eerst een koppellus op het midden van elk spoeltje vóórdat je ze monteert. Laat de draadjes zo'n drie cm lang en twist die om elkaar. Monteer nu de spoeltjes en bepaal de lengte van de draadjes zodat je de lusjes met elkaar kunt verbinden. Knip de draadjes op lengte, vertin de uiteinden en verbind daarna de koppellusjes met elkaar. Maak de draadjes niet te kort, dat heeft HF technisch geen enkel nut. Houd er rekening mee dat je misschien de aansluitingen moet omkeren als de fase niet klopt en de koppeling verkeerd is. Dan werkt de Q-multiplier, dus het filter niet.


2 Toelichtingen




2.1 De draaggolfoscillator op de SSB print.


Er werd gemeld, dat die het eerst niet deed en na verandering van C153 naar 1 nF wel. Maar toen ging de frequentie niet hoger dan 456 KHz en dat moet 456,5 KHz zijn. Hoe kan dat nou denk je dan, in het prototype dat nagenoeg hetzelfde gebouwd is werkte het wel. Dus heb ik snel de schakeling gebouwd en inderdaad, hij deed het bij mij ook niet! Toen ik in het prototype keek zag ik dat er op de plaats van C153 inderdaad een 1nF zat. Dus dat was een foutje van mij, sorry! Definitief wordt deze condensator dus 2n2. Maar toen kwam het echte probleem, ook hier wilde hij niet hoger dan 460 KHz. Nu herinnerde ik me ineens dat ik bij het ontwerpen dat probleem ook al had. Ik heb dat toen opgelost met een andere resonator en het probleem was opgelost. (En het probleem vergeten, stom…..)

Nou, dan maar snel een aantal nieuwe resonatoren uit de verpakking gehaald en getest. Ze zaten allemaal aan de lage kant, een enkele ging tot 456,5 KHz. Toen nog geprobeerd of door verandering van componenten in de schakeling de hoge frequentie haalbaar was maar niets hielp. Daar moest dus iets anders op gevonden worden. Na enig gepieker ontstond het idee om aan de resonator een tweede parallel te zetten en ziedaar, hij ging tot 467,5 KHz! Ja natuurlijk, door twee resonatoren parallel te zetten neemt de totale zelfinductie af en wordt de frequentie hoger.

Maar toen kwam de lage frequentie niet laag genoeg. Weer puzzelen en piekeren. De tweede resonator zou dus aan- en afgeschakeld moeten worden. Hoe gaat het omschakelen ook alweer, ik moest er zelf eens goed over nadenken.

2.1.1 De omschakeling van de hoge naar de lage frequentie (USB –LSB).


Transistor T15 is een schakelaar die je met S2 in of uit geleiding brengt. Als hij uit geleiding is staat er over D161 een wisselspanning die een negatieve gelijkspanning over de diode opwekt ter grote van de piek-piek waarde van de wisselspanning. Er is immers geen weerstand en het lijkt dus net alsof de diode er niet is. Trimmer C165 staat dan in serie met de parallelschakeling van de bovenste trimmer en C166 en de oscillator geeft de hoge frequentie. Breng je nu T15 in geleiding door de schakelaar te sluiten dan kan er geen negatieve spanning meer ontstaan. D161 is dan in geleiding en sluit de onderste trimmer kort. Alleen de bovenste trimmer werkt nu en de oscillator werkt op de lage frequentie. Nu is de oplossing van het bovenstaande probleem gemakkelijk. We zetten de tweede resonator parallel aan de onderste trimmer en inderdaad, het werkt. Dus bij de lage frequentie werkt alleen de originele resonator en bij de hoge frequentie staat de tweede resonator daaraan parallel via C154 en C165. Praktisch is deze oplossing gemakkelijk te realiseren. Allereerst heb ik genoeg resonatoren die ik je toe zal sturen (gelukkig dat ik toch nog andere dingen op moet sturen dan kan die er bij). En dan zitten er op de print naast C155 twee gaatjes om een extra C'tje parallel aan de trimmer te zetten. Als je evenwijdig aan die gaatjes nog een gaatje boort op dezelfde afstand en in de massa, dan past de extra resonator mooi in. (Gaatjes van 1 mm boren.) Er zijn twee soorten resonatoren. Ik wist dat niet en werd daarop attent gemaakt door meerdere mensen. Ze heten allebei CSB455E maar op de ene staat rechtsonder een ‘T’ en op de andere een soort tekentje dat lijkt op een procentteken. Het kan zijn dat daardoor geringe frequentieverschillen optreden maar bij het systeem met de twee resonatoren zijn die zeker met de trimmers op te vangen.

2.1.2 De keuze van de gewenste zijband.


Die gebeurt door de draaggolf oscillator. Staat die boven de filterdoorlaat dan heb je lage zijband en staat die onder het filter dan heb je hoge zijband. Zie ook Electron, september 2002, blz.370, Fig.7. Maar de uitgangsmixer keert de zijband om (Electron september) en het uitgangssignaal heeft weer lage zijband. Bij schakelaar S2 staat dus de goede zijband situatie voor het uitgangssignaal. Daar zie je dat de DO op de lage frequentie staat als de schakelaar S2 gesloten is. Dan heb je op 455 KHz de hoge zijband en dat geldt ook voor 10,7 MHz.

Een eenvoudige verklaring voor het omkeren van de zijband door het mengen is de volgende: als de frequentie van het te mengen signaal lager wordt (LSB) en en de mengoscillator staat daarboven in frequentie, dan wordt het verschil groter (6-4=2, 6-3=3, 3=méér dan 2). Dus dat geeft een hogere frequentie (USB) voor het uitgangssignaal van de mixer. Voor het veranderen van zijband schakelen we de draaggolf oscillator op een frequentie onder of boven de filterdoorlaat. Daardoor ontstaat een frequentieverandering van ca. 3 KHz (per definitie is de frequentie van de onderdrukte draaggolf de frequentie van een SSB signaal). Daardoor verandert ook de ontvangstfrequentie en de zendfrequentie 3 KHz. Dan moet je bijstemmen en de display geeft een verkeerde frequentie aan. Om dat te voorkomen corrigeren we de VFO frequentie met 3 KHz in tegengestelde richting. Nu staat er in het SSB schema een tekenfout bij S2. Niet het linker contact van de schakelaar gaat naar de VFO maar het rechter contact dat niet getekend is.



2.1.3 De automatische zijband omschakeling, AZO.


Tijdens het controleren van het bedradingschema ontdekten we dat ik de schakeling voor de automatische zijband omschakeling vergeten ben. Die schakeling zorgt er voor dat bij de overgang van 10 MHz automatisch de zijband verandert van lage naar hoge zijband of omgekeerd. De informatie daarvoor komt uit de matrix via D19 en 20 en daarop staat bij USB + 12 volt. De AZO kwam er dus nog bij, en dat is de XOR-print. Het is een soort opzetprintje en kan gemonteerd worden op de spanningsrail van de VFO print.



1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   16


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina