Algemene inleiding Nederlands recht



Dovnload 453.99 Kb.
Pagina1/4
Datum24.08.2016
Grootte453.99 Kb.
  1   2   3   4
Algemene inleiding Nederlands recht.
Het doel van het recht is het gedrag van mensen in hun onderlinge verkeer te ordenen en te uniformeren, waarbij vanuit een perspectief van maatschappelijke rechtvaardigheid ieders belangen zo veel mogelijk worden gerespecteerd en veiliggesteld.
De vrede stichtende en vrede bewarende rol van het recht in de samenleving heeft twee functies. Het recht ordent menselijk gedrag door het stellen van regels. Daarnaast zorgt het recht dat die regels worden gehandhaafd door geschilbeslechting.
Belangentegenstelling: Botsing van belangen van mensen. Is de basis van een al dan niet omvangrijke juridische problemen.
Eigenrichting: In een geschil je gelijk halen door zelf geweld te gebruiken.

Klassiek voorbeeld waar eigenrichting wel geoorloofd is art. 5:44 BW.


Objectieve recht: Alle rechtsregels die in Nederland gelden.

    • Het objectieve recht omvat de rechtsregels die door de overheid zijn vastgesteld of erkend met het doel de samenleving te ordenen, en die (in beginsel door sancties) gehandhaafd kunnen worden. Het objectieve recht wordt ook wel aangeduid met positief recht of geldend recht.

    • De regels, geschreven en ongeschreven regels, normen (wat er mag, wat er moet en wat er verboden is).

Subjectief recht: De bevoegdheid die door het objectieve recht aan een rechtssubject wordt verleend.



    • In Nederland komen subjectieve rechten toe aan personen, rechtssubjecten.

    • Het voorwerp van het recht een rechtsobject.

Materieel recht: Bevat regels die rechten verlenen en verplichtingen opleggen tussen burgers onderling en tussen burgers en de overheid, maar ook tussen overheden onderling. Het zijn regels waar iedereen in beginsel dagelijks (mee) te maken heeft.


Formeel recht (procesrecht): geeft de regels voor de manier waarop het materiële recht gehandhaafd kunnen worden.
Rechtsbronnen:

    • De wet (geschreven)

    • De rechtspraak, jurisprudentie

    • De gewoonte (ongeschreven)

    • Verdragen

3 type wetten:



  1. Wetten in formele zin die tevens wetten in materiële zin zijn.

Bijv. Het Burgerlijk Wetboek, gemaakt door wetgever in formele zin en geldt voor iedereen in Nederland.

  1. Wetten in formele zin (die niet tevens wetten in materiële zin zijn).

Art. 81 GW

Bijv. De wet die de voogdij over de minderjarige Koning regelt (op grond van art. 34 GW), Deze is gemaakt door de wetgever in formele zin, maar bindt niet alle burgers, alleen het koningshuis.




  1. Wetten in materiële zin (die niet wetten in formele zin zijn).

Zijn van toepassing in een onbepaald aantal gevallen en voor een onbepaald aantal gevallen en voor een onbepaald aantal personen. Geldt voor elke burger/iedereen in Nederland.

Bijv. Een provinciale verordening, deze is niet gemaakt door de wetgever in formele zin, maar is wel bindend voor alle mensen binnen de provincie.


Rangorde:

  1. Grondwet

  2. Wetten in formele zin

  3. Algemene maatregelen van bestuur

  4. Ministeriële regelingen

  5. Provinciale verordeningen

  6. Gemeentelijke verordeningen

De hogere wet gaat voor een lagere wetten.

Lex superior derogat legi inferiori.
De latere wet gaat voor de eerdere wet.

Lex posterior derogat legi priori.


Wetsregels.
Dwingend recht: Afwijken van de wet is niet toegestaan.
Regelend recht/ aanvullend recht: Afwijken van de wet is wel toegestaan/ vult rechtsverhoudingen aan.
Semi- dwingend recht: Alleen afwijken binnen door de wet gestelde grenzen is toegestaan.
Gewoonte: Geregeld handelen in een zekere kring, dat een gevolg is van de overtuiging dat dit zo hoort en waarvan afwijking onbehoorlijk is. Kan tegen een wetsbepaling van het aanvullend recht ingaan.
Rechtspraak (jurisprudentie): Stelt de rechter de interpretatie van de wet vast.
Verdrag: Internationale overeenkomst tussen twee of meer staten. Art. 93 GW. Self executing, als de burgers rechtstreeks zijn gebonden aan het verdrag. Alleen als het gaat om bepalingen met directe werking dan is een verdrag een rechtsbron.
Rechtelijke macht.
Zittende magistratuur: omdat de rechters blijven zitten als zij aan het woord zijn.

Organisatie rechtelijke macht art. 2 Wet RO, art. 112 e.v. GW.


Rechtelijke macht

| | |


Hoge raad (1) Gerechtshoven (5) Rechtbanken (19)
Rechtbank: Eerste gerecht. Kent meervoudige kamers met 3 rechters en enkelvoudige kamers met 1 rechter (bijv. politie en kanton –rechter). Uitspraak heet vonnis.
Gerechtshof: Als er mensen niet eens zijn met het vonnis kunnen ze in hoger beroep gaan bij het hof. De rechters heten hier raadsheren. In de regel meervoudige kamer dus 3 raadsheren. Bij eenvoudige zaken enkelvoudig dus 1 raadsheer. Uitspraak heet arrest.
Hoge Raad: Als ze dan nog niet eens zijn met het arrest kunnen ze onder bepaalde voorwaarden in cassatie gaan bij de HR. Dit is het hoogste rechts college. De HR doet uitspraak met 5 Raadsheren, de uitspraak heet arrest. De HR kijkt alleen of de lagere rechters het recht juist heeft toegepast ze kijken niet opnieuw naar de feiten. Als HR oordeelt dat recht niet goed is toegepast wordt de zaak terug verwezen naar de lagere rechters.
Sancties: Middel om naleving van een voorschrift af te dwingen, of als straf voor een overtreding.
Last onder dwangsom: Wil zeggen dat de overtreder voor bijv. elke dag dat hij de overtreding niet ongedaan maakt, een geld bedrag moet betalen. Art. 5:32 Awb.

Hoger beroep schema's

Burgerlijk recht:


1e aanleg sector kanton

rechtbank sector Civiel

|

|

2e aanleg ofte wel hoger beroep



Gerechtshof

|

|



Cassatie

Hoge Raad


Strafrecht:
1ste aanleg

rechtbank

|

|

2de aanleg



hoger beroep

Gerechtshof

|

|

Cassatie



Hoge Raad
Bestuursrecht:
1ste aanleg

rechtbank

|

|

2de aanleg of te wel Hoger Beroep Afdeling Bestuursrechtspraak R.V.S of bijzonder bestuursrechter.



Privaat vs Publiek
Het publiekrecht betreft de regels over de inrichting van de Staat, de bevoegdheden van zijn organen en de uitvoering van exclusief aan de overheid opgedragen taken terwijl het privaatrecht alle andere verhoudingen tussen (rechts)personen regelt. Eveneens kan gesteld worden dat het publiekrecht de rechtsverhoudingen tussen burgers en de overheid regelt. En het privaatrecht de rechtsverhoudingen tussen (rechts)personen onderling.
Indeling van het recht

|

| |



privaatrecht publiekrecht

| | | |
formeel materieel formeel materieel

| | | |

burgerlijk privaatrecht bestuurs- staatsrecht



procesrecht | procesrecht bestuursrecht

| strafprocesrecht strafrecht

personenrecht volkenrecht

personen en familie -recht

rechtspersonenrecht

|

|



vermogensrecht

verbintenissenrecht

goederenrecht
Privaatrecht (burgerlijkrecht): De rechtsverhoudingen tussen personen onderling.
Natuurlijke personen: De mens.
Rechtspersoon: Een organisatie vorm die voor veel handelingen net als natuurlijke personen aan het rechtsverkeer mag deelnemen. Art. 2:5 BW en art. 2:3 BW.

Ook de rechtsverhouding tussen de overheid en een burger wordt soms door het privaatrecht beheerst, namelijk indien die overheid niet als zodanig, maar als rechtspersoon, dus net als een burger, aan het rechtsverkeer deelneemt.


Burgerlijk Wetboek (BW).
Boek 1: Personen- en familierecht

Boek 2: Rechtspersonenrecht

Boek 3: Vermogensrecht in het algemeen

Boek 4: Erfrecht

Boek 5: zakelijke rechten

Boek 6: Algemeen gedeelte van het verbintenissenrecht

Boek 7: Bijzondere overeenkomsten

Boek 7A: Bijzondere overeenkomsten tijdelijk

Boek 8: Verkeersmiddelen en vervoer
Het systeem van het Burgerlijk Wetboek

| |


Gelaagde structuur, van algemeen naar bijzonder. Schakelbepalingen, verklaren artikelen van overeenkomstige toepassing.
Rechtsfeiten: Feiten met rechtsgevolg.
Blote rechtsfeiten: Wordt niet door menselijke gedrag veroorzaakt; geboorte, dood en naburigheid.
Menselijke handelingen met een rechtsgevolg zijn ook rechtsfeiten.
Rechtsgevolg: Als er vanuit het recht een gevolg verbindt.
Rechtshandelingen: Een gedraging van één of meer rechtssubjecten waarbij een rechtsgevolg wordt beoogd, terwijl het objectieve recht dat rechtsgevolg ook aan de gedraging verbindt.

(menselijke handelingen met een beoogd rechtsgevolg)

Beoogd rechtsgevolg: wils verklaring, art. 3:33 BW.
Eenzijdige rechtshandeling: Worden verricht door slechts één persoon; testament, erkenning van een natuurlijk kind en opzegging van een arbeidsovereenkomst.
Meerzijdige rechtshandeling: Als er voor de geldigheid van een rechtshandeling de op elkaar aansluitende wil (wilsovereenstemming) van twee of meer rechtssubjecten is vereist. Overeenkomst.
Feitelijke handelingen: Menselijke handelingen waar aan het recht, zonder op de bedoelingen van het rechtssubject acht te slaan, gevolgen verbindt.


    • Onrechtmatige daad: Art. 6:162 BW, feitelijke handeling waarbij iemand aan een ander op onrechtmatige wijze schade toebrengt het rechtsgevolg is de verplichting van de dader om aan de ander de geleden schade te vergoeden.

    • Rechtmatige daad: Feitelijke handelingen waaraan het objectieve recht eveneens een rechtsgevolg verbindt, maar die niet in strijdt zijn met het recht.

      • Zaakwaarneming

      • onverschuldigde betaling

      • ongerechtvaardigde verrijking

    • Wanprestatie: Het toerekenbaar tekort komen in de nakoming van een verbintenis.

Rechtsfeiten: Feiten met een rechtsgevolg

| |

Blote rechtsfeiten Menselijke handelingen met rechtsgevolg



| | |

Geboorte Rechtshandeling Feitelijke handeling

Dood | | |

Naburigheid Eenzijdig Meerzijdig Onrechtmatigdaad

| | Rechtmatige daad

Testament Overeenkomst Wanprestatie

Erkenning natuurlijk kind

Opzegging


Vermogensrecht: Rechten die tot het vermogen van rechtssubjecten behoren, omdat zij bepaalde geldswaarde vertegenwoordigen. (Boek 3,5,6 en 7)

    • verbintenissenrecht: Met vermogensrechtelijke relaties tussen twee of meer (rechts)personen. Een plicht aan de ene kant en een recht aan de andere kant. (overeenkomst)

      • Contractvrijheid

      • Aanvullend recht

      • Open stelsel

    • Goederenrecht: Betrekking op goederen en met name de relatie tussen (rechts)persoon en een goed.

      • Dwingend recht

      • Gesloten stelsel

De rechten van de rechtssubjecten die aldus zijn ontstaan, subjectieve vermogensrechten / vermogensrechten.


Absoluutrecht:

    • Geldt tegen over iedereen.

    • Excusieve bevoegdheid: Ieder ander verplicht is zich van het maken van een inbreuk op dit recht te onthouden.

Relatiefrecht:



    • Werkt slecht tegen over één of enkele personen.

    • Bevoegdheid in om te vorderen dat één of meer bepaalde personen iets doen of nalaten.

    • Het ene rechtssubject heeft recht op een prestatie van het andere rechtssubject.


Absolute vermogensrechten.
Art. 3.1 BW: Onderscheidt tussen zaken en (andere) vermogensrechten.

Art. 3.2 BW: Zaken, alle stoffelijke voorwerpen.


Absolute rechten die op een zaak rusten, zakelijke rechten.

    • Eigendom

    • Recht van opstal

    • Recht van erfpacht

    • Erfdienstbaarheid

Voortbrengsel menselijke geest: ideeën, vondsten, ontwerpen en uitvindingen. Niet een zakelijkrecht maar absoluut vermogensrecht.



    • Het auteursrecht

    • Het modellenrecht

    • Het kwekersrecht

    • Octrooirecht

    • Merkenrecht

Absolute rechten die zowel op een zaak als op een recht kunnen rusten.


Subjectieve vermogensrechten

| |

Absolute rechten Relatieve rechten



| | |

Rechten op zaken Rechten op Rechten op vermogensrechten

voortbrengselen van de

menselijke geest


Relatieve vermogensrechten: De verbintenis
Relatieve of persoonlijke vermogensrechten geven een bevoegdheid ten opzichte van één of enkele personen.

    • prestatie: Doen of nalaten.

    • Verbintenis: Rechtsbetrekking tussen twee of meer personen, krachtens de een tot iets gerechtigd is waartoe de ander verplicht is.

    • Vorderraar: Schuldeiser/Crediteur.

    • Presteerder: Schuldenaar/Debiteur.

    • Een verbintenis kan voortvloeien uit een rechtverhouding of uit de wet.

Rechtshandeling:



    • Meerzijdige rechtshandeling waarbij beide partijen één of meer rechtsgevolgen beogen, overeenkomst. Het rechtsgevolg van een overeenkomst is het ontstaan van een of meer verbintenissen (art. 6:261 e.v. BW).

    • Eenzijdige rechtshandeling, bijvoorbeeld een legaat, is een uiterste wilsbeschikking waarin de erflater aan één of meer personen een vorderingsrecht toekent. Art. 4:117 lid 1 BW.

De wet:


    • Onrechtmatigdaad. Art. 6:162 BW.

    • Rechtmatige daden. Art. 6:198 e.v. BW.

      • Zaakwaarneming

      • Onverschuldigde betaling

      • Ongerechtvaardigde verrijking

    • Reeds bestaande contractuele verhoudingen. Art. 6:74 BW.

Ontstaan gronden van verbintenissen

Rechtshandeling

| |

Overeenkomst Eenzijdige Rechtshandeling


De wet

| |


Rechtmatige daad onrechtmatigdaad
Verbintenissen gaan normaliter teniet doordat de prestatie is nagekomen.

Art. 6:27 e.v. BW, nakoming.

Art. 6:30 lid 1 BW, verbintenis door een ander kan worden nagekomen. Bijzondere manier van teniet gaan van verbintenissen:

Art. 6:127 e.v. BW, verrekening of compensatie.


Handelingsbekwaamheid.
Art. 3:32 lid 1 BW: Handelingsbekwaamheid dat de rechtssubjecten de mogelijkheid hebben zelfstandige onaantastbare rechtshandelingen te verrichten.
Nietige rechtshandeling: Dat het beoogde rechtsgevolg niet intreedt omdat de wet het verbiedt.
Vernietigbare rechtshandeling: Is op zich geldig maar aantastbaar. De nietigheid kan achteraf bij de rechter worden ingeroepen. Door degene die de rechtshandeling heeft verricht of een door de wet aangewezen derde.

    • Minderjarigen

    • Onder curatele gestelden.

Minderjarigen, Art. 1:233 BW.

Art. 1:234 lid 1 BW handelingsbekwaam als de minderjarige daar toestemming voor heeft deze toestemming kan worden verleent maar kan ook worden verondersteld.

Als toch rechtshandeling verricht wordt zonder toestemming dan is deze vernietigbaar.

Uitzondering is handlichting art. 1:235 BW is vorm van beschikking door de kanton rechter en moet worden gepubliceerd in de Staatscourant en twee dag bladen.
Onder curatele gestelden, Art. 1:378 BW. Gronden:


    • Geestelijke stoornis

    • Verkwisting

    • Gewoonte van drankmisbruik.

Vanaf het moment dat de rechter de curatele heeft uitgesproken is de curatele gestelde handelingsonbekwaam, art. 1:381 lid 2 BW.

Rechtshandeling van de curatele gestelde zijn vernietigbaar. Behalve als er toestemming voor is gegeven door de aangewezen persoon (curator). Curatele wordt uitgesproken door de rechter in vorm van beschikking, art. 1:383 BW zegt dat de rechter de curator benoemt.

Inleiding verbintenissenrecht
Objectief recht bestaat uit bevoegdheden en verplichtingen. Dragers van deze bevoegdheden en verplichtingen worden rechtssubjecten genoemd. (personen en rechtspersonen).
In onderlinge verhoudingen tussen (rechts)personen zijn rechtssubjecten dragers van rechten en plichten, als gevolg van rechtsfeiten. Een feit dat een of meer rechtsgevolgen heeft.
Alleen die feiten die voor het recht van belang zijn, zijn rechtsfeiten. Aan dergelijke feiten verbindt het recht rechtsgevolg. Niet aan elk feit is een rechtsgevolg verbonden, deze feiten noemen we andere feiten.
Blote rechtsfeiten: Geboorte en dood zijn rechtsfeiten waar geen menselijke handeling ten grondslag ligt. Denk aan geboorte kind, meerjarig worden en overlijden.
Tabel zie pagina 6
Menselijke gedragingen: Handelen of nalaten.
Treedt het rechtsgevolg in zonder dat de menselijke handeling gericht is geweest op het intreden van dit rechtsgevolg, dan is er sprake van een feitelijke handeling. Omdat een dergelijke handeling zowel rechtmatig als onrechtmatig kan zijn, worden feitelijke handelingen onderscheiden in rechtmatige en onrechtmatige daden.

Feitelijke gedragingen: Een menselijke gedraging waaraan het recht zonder op de bedoeling van het rechtssubject acht te slaan rechtsgevolgen verbindt.


Van een rechtshandeling is sprake wanneer de menselijke handeling is gericht op het intreden van dat rechtsgevolg.

Rechtshandelingen: Een gedraging van een of meer rechtssubjecten waarbij een rechtsgevolg wordt beoogd en waaraan het objectieve recht ook gevolgen verbindt. Rechtshandelingen kunnen eenzijdig en meerzijdig zijn.


Vermogensrecht: Onderlinge betrekkingen tussen (rechts)personen die op geld waardeerbaar zijn.
Verbintenissenrecht vs Goederenrecht:

Verbintenissenrecht

Goederenrecht

Relatie tussen (rechts)personen

Relatie tussen persoon en een goed.

Relatieve vermogensrechten

Absolute vermogensrechten

: Werkt slechts tegen over één of meer bepaalde personen.

: Werkt tegen over een ieder.

Verbintenis: Rechtsbetrekking tussen twee of meer personen die krachtens welke de een tot iets gerechtigd is en de ander tot iets verplicht.


Bronnen van verbintenissen: Verbintenis uit ontstaan uit overeenkomst, boek 6 BW, meerzijdige rechtshandeling. Verbintenis kunnen ook ontstaan uit de wet, onrechtmatigdaad en rechtmatige daden. En verbintenissen kunnen ontstaat uit het stelsel van de wet, arrest Quint te Poel.
Bronnen van verbintenissen

| | |


Overeenkomst Wet Stelsel van de wet

Quint te Poel


Fase 1 'totstandkomingsfase':
Een overeenkomst ontstaat door aanbod en aanvaarding, art. 6:217 BW.
Totstandkoming overeenkomst, art. 6:217 BW, Meerzijdig rechtshandeling

| |


Aanbod, eenzijdig gerichte rechtshandeling Aanvaarding, eenzijdig gerichte rechtshandeling

art. 3:33 BW art. 3:33 BW

| | | |

wil verklaring wil verklaring


Wilsovereenstemming: Het aanbod is het voorstel tot het sluiten van de overeenkomst en de aanvaarding van het aanbod doet de overeenkomst tot stand brengen.
Aanbod: Kan als eenzijdige wilsverklaring in iedere vorm geschieden, maar zal, om werking te hebben, de ander bereikt moeten hebben, art. 3:37 BW. Van een aanbod is alleen dan sprake wanneer het ten minste de essentiele elementen (essentialia) van de overeenkomst bevat. Bepaalbaar moet zijn welke verplichtingen partijen op zich nemen, art. 6:227 BW. Ontbreekt een van de essentialia, dan is er geen aanbod gedaan.

Uitnodiging tot het doen van een aanbod: Iemand laat blijken in onderhandeling te willen treden, dan wel een ander uitnodigingen om een aanbod te doen. De reactie kan als aanbod worden gekwalificeerd. In enkele gevallen is het toch uitnodiging tot het doen van een aanbod terwijl wel alle essentiële elementen aanwezig zijn:



  1. Personeelsadvertentie;

  2. Arrest Hofland/Hennis situatie.

Aanvaarding: Is de wilsverklaring die een acceptatie van het aanbod behelst. Met de aanvaarding komt de overeenkomst tot stand, art. 6:217 lid 1 BW.

Rechtsgeldige overeenkomst: Wil de aanvaarding een overeenkomst tot stand doen komen die bovendien niet nietig of vernietigbaar is, dan:


  • Mag er geen sprake zijn van een van de gronden leidend tot ongeldigheid van overeenkomsten;

    • art. 6:218 BW een aanbod is geldig, nietig of vernietigbaar overeenkomstig de regels die gelden voor meerzijdige rechtshandelingen. Voor aanvaarding is een degelijke bepaling niet nodig omdat door aanvaarding de overeenkomst tot stand komt. De gronden die kunnen leiden tot ongeldigheid van rechtshandelingen kunnen dus zowel bij het aanbod als bij de door aanvaarding tot stand gekomen overeenkomst een rol spelen. De aanvaarding van een nietig of vernietigd aanbod doet geen overeenkomst tot stand komen.

  • Moet de aanvaarding geschieden op een moment dat het aanbod van kracht is;

    • Een geldig (dat wil zeggen: niet nietig of vernietigd) aanbod kan zijn kracht ook verliezen doordat het vervalt.

      • Tijdsverloop; Een aanbod vervalt door tijdsverloop:

        1. Indien het een mondeling aanbod betreft, dat niet onmiddellijk is aanvaard, art. 6:221 lid 1 BW;

        2. Indien het een schriftelijk aanbod, dat niet binnen een redelijke tijd is aanvaard, art. 6:221 lid 1 BW;

        3. Indien in het aanbod een termijn voor aanvaarding is genoemd en niet binnen die termijn is aanvaard.

      • Verwerping; Een aanbod vervalt doordat het wordt verworpen, art. 6:221 lid 2 BW.

      • Herroeping: Een aanbod vervalt doordat het wordt herroepen, art. 6:219 BW.

Hoofdregel: ieder aanbod kan worden herroepen. Na herroeping bestaat het aanbod niet meer, zodat een na de herroeping gedane aanvaarding geen overeenkomst tot stand doet komen.

Soms echter is herroeping niet of niet meer mogelijk. Men spreekt in dat geval van een onherroepelijk aanbod.

Herroeping is niet mogelijk:


          1. Wanneer het aanbod een termijn stelt voor de aanvaarding, art. 6:219 lid 1 BW;

          2. Wanneer de onherroepelijkheid op andere wijze uit het aanbod volgt, art. 6:219 lid 1 BW;

          3. Bij een optiebeding, art. 6:219 lid 3 BW. Waarbij de ene partij zich verbindt om, indien de wederpartij dit wenst, met deze een bepaalde overeenkomst te sluiten.

Herroeping is niet meer mogelijk:

          1. Wanneer het aanbod al is aanvaard; of

          2. Wanneer er een mededeling, die de aanvaarding bevat, is verzonden, art. 6:219 lid 2 BW.

In geval van vrijblijvend aanbod is herroeping nog wel mogelijk nadat het al is aanvaard.

  • Moet de aanvaarding inhoudelijk met het aanbod overeenstemmen.

    • Indien aanbod en aanvaarding van elkaar afwijken, komt de overeenkomst in beginsel niet tot stand. Betreft de afwijking slechts ondergeschikte punten, dan geldt dit antwoord als aanvaarding. De overeenkomst komt dan overeenkomstig de aanvaarding tot stand, tenzij de aanbieder onverwijld bezwaar maakt tegen de verschillen, art. 6:225 lid 2 BW.

Moment van tot stand komen van de overeenkomst: Omdat met de aanvaarding de overeenkomst tot stand komt, bepaalt de in art. 3:37 lid 3 BW neergelegde genuanceerde ontvangsttheorie eveneens het moment van totstandkoming van de overeenkomst.
Wilsverklaring: Aangezien art. 3:33 BW voor een rechtshandeling een op een rechtsgevolg gerichte wil vereist, is er van een rechtshandeling alleen sprake wanneer de menselijke handeling is gericht op op het intreden van dat rechtsgevolg. Bovendien moet deze wil zich door een verklaring hebben geopenbaard.

Verklaring: art. 3:37 lid 1, kunnen in iedere vorm geschieden, mondeling, schriftelijk of zelf door een gedraging (knikken, handopsteken enzv.).


Eenzijdige rechtshandeling: Is de wilsverklaring van één persoon voldoende voor het ontstaan van het rechtsgevolg, dan is er sprake van een eenzijdige rechtshandeling. In de meeste gevallen richt een wilsverklaring zich tot één of meer bepaalde andere personen. Men spreekt dan van een eenzijdig gerichte rechtshandeling. Er zijn ook rechtshandelingen die niet tot één of meer bepaalde andere personen gericht zijn, dit zijn de eenzijdige ongerichte rechtshandelingen.
Meerzijdige rechtshandeling: Zijn voor het ontstaan van en rechtsgevolg de wilsverklaringen van twee of meer personen nodig, dan hebben we te maken met een meerzijdige rechtshandeling. Deze is per definitie tot een ander gericht.
Betreft het een gerichte rechtshandeling, dan moet de rechtshandeling, om werking te hebben, de andere persoon hebben bereikt, art. 3:37 lid 3 BW. Genuanceerde ontvangsttheorie: een verklaring heeft ook werking in die gevallen dat het niet of niet-tijdig bereiken voor risico van de ontvanger komt.
Gronden voor ongeldigheid van rechtshandeling:

  • De wil stemt niet overeen met de verklaring, art. 3:33 BW;

  • geestelijke stoornis, art. 3.34 BW;

  • handelingsonbekwaamheid, art. 3:32 BW;

  • wilsgebreken, art. 3:44, 6:228 BW;

  • strijd met de wet, art. 3:39 en 3:40 BW, de goede zeden of de openbare orde, art. 3:40 BW.

Wilsontbreken: Wil stemt niet overeen met de verklaring. Misverstand, vergissing, verspreking of verschrijvingen, discrepantie tussen wil en verklaring.



    • De wilsontbrekende overeenkomst is in beginsel nietig.

    • Tenzij de ander in gerechtvaardigd vertrouwen is afgegaan op de verklaring van de ander, in dat geval wordt de ander beschermd op de grond van art. 3:35 BW, Wilsvertrouwensleer, dat de wederpartij niet wist en ook niet hoefde te weten dat wat de ander verklaarde, niet in overeenstemming was met diens wil. Heet wilsvertouwensleer omdat niet alleen de wil, maar ook het opgewekte vertrouwen van belang is.

    • Bijzonder geval als de wilsontbrekende overeenkomst door geestelijke gestoorde is afgesproken, de verklaring is afgelegd onder een geestelijke stoornis (art. 3:34 BW). In dat geval is de rechtshandeling nietig (eenzijdige rechtshandeling) of vernietigbaar (meerzijdig rechtshandeling). Ook hier worden de gene beschermd voor de gene die in gerechtvaardigd vertrouwen afging op de verklaring, art. 3:35 BW

Nadelig voor de gene die de verklaring heeft gedaan:

Van een dergelijk nadeel zal met name sprake kunnen zijn bij een rechtshandeling waar geen tegenprestatie tegenover staat, zoals bij schenking of een ontslagneming. Dergelijke rechtshandelingen worden rechtshandelingen om niet genoemd, in tegenstelling tot rechtshandelingen om baat, waar wel een tegenprestatie tegenover staat.
Soms rust er op degene tot wie de verklaring is gericht een onderzoeksplicht waaraan hij moet hebben voldaan, wil er sprake zijn van gerechtvaardigd vertrouwen.
Discrepantie wil en verklaring: Wil stemt niet overeen met verklaring.

| |


Misverstand, vergissing, verspreking, Geestelijke stoornis

scherts, verschrijving, fout in telegram. |

| |

Art. 3:33 BW Art. 3:34 BW



Rechtsgevolg: nietigheid Rechtsgevolg: vernietigbaarheid (meerzijdige RH),

nietigheid (eenzijdige RH)

| |

Tenzij geldig beroep op bescherming gerechtvaardigd vertrouwen, art. 3:35 BW:



In dat geval is de rechtshandeling toch geldig, mits:

      1. Schijn is gewekt door A.

      2. B heeft vertrouwd op schijn (subjectief), art. 3:11 BW.

      3. Vertrouwen van B gerechtvaardigd is (objectief), art. 3:11 BW.

|

Onder omstandigheden: onderzoeksplicht van B: B moet onderzoeken of A wel beseft wat hij verklaart. (bijvoorbeeld is geval van nadeel A: eisen onderzoeksplicht worden zwaarder naarmate nadeel verbonden aan geldigheid van rechtshandeling van A groter is, dit zal met name het geval zijn bij een rechtshandeling ''om niet'').


Geestelijke stoornis: alle vormen van geestesstoornis, zoals zwakzinnigheid, het onder invloed van drugs verkeren, dronkenschap, overspannenheid en hypnose. Uit art. 3:34 BW volgt, dat degene die zich beroept op art. 3:33 BW, zal moeten bewijzen dat zijn geestesvermogens blijvend of tijdelijk gestoord waren op het moment dat hij zijn verklaring aflegde. Dit zegt op zich nog niets, want een geestelijk gestoorde kan, ondanks zijn stoornis, heel goed verklaringen afleggen die volledig overeenstemmen met wat hij wil. Daarom zal de gestoorde tevens moeten bewijzen dat de verklaring ten gevolge van zijn stoornis niet met zijn wil overeenstemt.

  • De stoornis een redelijke waardering van de bij de handeling betrokken belangen belette; of

  • De verklaring vermoed wordt onder invloed van die stoornis is gedaan.

Degene waar de verklaring tegen was gericht moet dit vermoeden weerleggen.

Slaagt het beroep op op art. 3:33 jo 3:34 BW dan is de rechtshandeling in beginsel vernietigbaar.


Handelingsonbekwaamheid: Een rechtshandeling (aanbod of de aanvaarding) kan ook nog vernietigbaar zijn omdat de handeling wordt verricht door een handelingsonbekwame, art. 3:32 BW juncto art. 1:378 BW (onder curatele gestelden) of art 1:234 BW (minderjarige). Hier geldt dan geen derdenbescherming ex art. 3:35 BW omdat het recht deze groep wil beschermen tegen onbezonnen daden.

Minderjarige: Zijn zij die nog geen 18 zijn en niet gehuwd of geregistreerd zijn dan wel gehuwd of geregistreerd geweest zijn, of met toepassing van art. 1:253ha BW meerderjarig zijn verklaard, art. 1:233 BW. Hoofdregel is dat zij bekwaam zijn om rechtshandelingen te verrichten mits zij met toestemming (art. 1:234 lid 2 BW) van hun wettelijk vertegenwoordiger handelen. Wettelijk vertegenwoordiger is degene door wie het ouderlijk gezag of de voogdij wordt uitgeoefend. Gaat de minderjarige voor zichzelf een rechtshandeling aan zonder toestemming,dan kan deze rechtshandeling door de wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige worden vernietigd op grond van diens handelingsonbekwaamheid art. 3:32 lid 2 BW. Er kan door de wederpartij geen beroep worden gedaan op art. 3:35 BW. Toestemming wordt verondersteld te zijn verleend, er rust bewijslast voor de wettelijk vertegenwoordiger om te bewijzen dat dit onjuist is.

Let op! Alleen rechtshandelingen kunnen met een beroep op handelingsonbekwaamheid vernietigd worden, feitelijke handelingen niet.

Onder curatele gestelde: Geestelijke stoornis, verkwisting of gewoonte van drankmisbruik kan er de oorzaak van zijn dat een meerderjarige niet goed in staat is om zelfstandig zijn eigen belangen te behartigen. De wetgever heeft deze personen tegen zichzelf willen beschermen door de mogelijkheid te bieden hen onder curatele te stellen. De meerderjarige wordt zijn handelingsbekwaamheid ontnomen. Dit moet door de rechter worden uitgesproken en deze benoemt tevens de curator, die voor de onder curatele gestelde de bevoegdheid heeft om rechtshandelingen te verrichten en bewind over zijn vermogen voert. De rechtshandelingen die de onder curatele gestelde zelf verricht zijn vernietigbaar. Handelingsonbekwaam tenzij:



  • Met toestemming van de curator een bepaalde rechtshandeling dan wel een rechtshandeling voor een bepaald doel verricht;

  • Beschikt over gelden die de curator voor zijn levensonderhoud tot zijn beschikking heeft gesteld, mits hij overeenkomstig deze bestemming beschikt, art. 1:381 BW.

Wilsgebreken: De wil wel overstemt met de verklaring maar dat er iets met de wil zelf aan de hand is, de wil is gebrekkig tot stand gekomen door een van buitenaf komende oorzaak. Zonder deze van buitenaf komende oorzaak zou deze persoon dit niet, althans niet op deze wijze, hebben gewild; zijn verklaring zou dan achterwege zijn gebleven dan wel anders hebben geluid.



    • De rechtshandeling en dus ook de overeenkomst is vernietigbaar, Iemand die zo'n rechtshandeling heeft verricht kan achteraf bij de rechter om vernietiging vragen of de overeenkomst buitengerechtelijk vernietigen, art. 3:44 lid 1 en 6:228 lid 1 BW.

    • Er zijn 4 wilsgebreken:

      • Bedrog (art. 3:44 lid 3 BW)

      • Bedreiging (art. 3:44 lid 2 BW)

      • Misbruik van omstandigheden (art. 3:44 lid 4 BW)

      • Dwaling (art. 6:228 BW, omdat het alleen bij overeenkomsten kan voordoen).


Bedreiging, art 3:44 lid 2 BW: Uitoefening van psychische dwang waardoor de wil wordt beïnvloed. De wet eist dat er bedreigd wordt met nadeel is persoon of goed zoals verlies van je leven of gezondheid.

Cumulatieve vereisten:



          1. Het bewegen van een ander tot het verrichten van een bepaalde rechtshandeling;

          2. Door een onrechtmatige bedreiging;

          3. Gericht tegen deze persoon of een derde;

          4. Met enig nadeel in persoon of goed;

          5. Causaal verband tussen de bedreiging en het verrichten van de rechtshandeling.

Is het vereiste van bedreiging geobjectiveerd: Het moet gaan om een zodanige bedreiging, dat een redelijk oordelend mens daardoor kan worden beïnvloed. De bedreiging mag ook ook gericht zijn tegen een derde; hieronder valt niet de bedreiging van een willekeurige derde, maar van iemand met wie de betreffende persoon in een niet al te verwijderd verband staat.

De bedreiging kan onrechtmatig zijn doordat zij naar haar aard onrechtmatig is, bijvoorbeeld wanneer de bedreiging plaatsvind met gifgas of een mes. Van een onrechtmatig bedreiging is eveneens sprake, wanneer iemand met een op zich geoorloofd middel iets tracht te verkrijgen waarop hij geen enkel recht heeft.

Het nadeel waarmee gedreigd wordt, kan betrekking hebben op het toebrengen van schade aan personen of aan goederen en kan zowel van stoffelijke als immateriële aard (chantage) zijn. In de praktijk zal in dergelijke gevallen eerst de politie ingeschakeld worden, omdat er meestal tevens sprake zal zijn van een strafbaar feit.
Bedrog, art. 3:44 lid 3 BW: De wil is gebrekkig gevormd door een kunstgreep.

Cumulatieve vereisten:



          1. Kunstgreep

            • Opzettelijk gedane onjuiste mededeling;

            • Opzettelijk verzwijgen van een feit waar spreken plicht is;

            • Andere kunstgreep;

          2. Opzet om de ander tot het verrichten van een bepaalde rechtshandeling te bewegen;

          3. Causaal verband tussen kunstgreep en verrichten van de rechtshandeling.

Degene die stelt bedrogen te zijn zal deze vereisten dienen te bewijzen. Vaak zijn er grote bewijsproblemen met betrekking tot het tweede vereiste (opzet).
Misbruik van omstandigheden, art 3:44 lid 4 BW: Door gebruik te maken van de bijzondere omstandigheden iemand bewegen tot het verrichten van een bepaalde rechtshandeling, die zonder die speciale omstandigheden niet zou zijn verricht.

Cumulatieve vereisten:



          1. Bijzondere omstandigheid;

Bijvoorbeeld: noodtoestand, afhankelijkheid, lichtzinnigheid, abnormale geestestoestand, onervarenheid.

          1. Misbruik: Het totstandkomen van de rechtshandeling wordt bevorderd, terwijl degene weet of behoort te begrijpen dat de ander daartoe wordt bewogen door bijzondere omstandigheden;

          2. Causaal verband tussen de bijzondere omstandigheden en het verrichten van de rechtshandeling.

Dwaling, art 6:228 BW: Een overeenkomst (let op dwaling geldt alleen in het geval van een overeenkomst/ meerzijdige rechtshandeling) is onder invloed van het wilsgebrek dwaling gesloten als bij beiden of bij een van de partijen sprake is geweest van een onjuiste voorstelling van zaken. Daartoe is geen opzet vereist. Iemand of beide partijen hebben zich dus vergist.

Cumulatieve vereisten:


          1. Onjuiste voorstelling van zaken;

          2. Causaal verband tussen de onjuiste voorstelling en tot stand komen van de overeenkomst;

          3. Aanwezigheid van één der drie dwalingsgevallen:

            1. Wederpartij gaf inlichting;

            2. Wederpartij schond spreekplicht;

            3. Wederzijdse dwaling.

          4. Kenbaarheid; geen geldig beroep op dwaling indien voor de ander niet kenbaar was dat een bepaald feit van belang is voor het sluiten van de overeenkomst. (Zie bijvoorbeeld de tenzij regels in art. 6:228 lid 1 sub a en c BW).

          5. Geen uitsluitende toekomstige omstandigheid;

          6. Niet voor rekening/risico van de dwalende:

            1. Aard van de overeenkomst;

            2. Verkeersopvatting;

            3. Omstandigheden van het geval.

Arrest Booy/Wisman

Arrest kantharos van Stevensweert


Niet voor rekening en risico van de dwalende op grond van

| Of | OF |

Aard van de overeenkomst Verkeersopvatting Omstandigheden van het geval

('voetstoots') | OF |

| |


Onvoldoende eigen onderzoek Verkopersdwaling

(Waarde van de zaak)




  1   2   3   4


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina