Algemene Ledenvergadering V/va klassenorganisatie



Dovnload 51.63 Kb.
Datum24.08.2016
Grootte51.63 Kb.

V/VA KlASSENORGANISATIE


Algemene Ledenvergadering V/VA Klassenorganisatie

7 November 2015, 11:00 - 15:05 u.



Koninklijke Nederlandsche Zeil- en Roei Vereniging MUIDEN

Notulen opgesteld door: R.L. Schuurmans
1. Opening

Voorzitter (VZ) Thom Dijksman heet iedereen welkom, met name erelid Eric Pluimers. Onze sponsor, de Workumer Jachthaven wordt welkom geheten in de hoedanigheid van Dirk Blom.

M.k.a.: Carel Paauwe (Marie Charlotte III), Ruud van Hilst (Wadwaai), Tom van Rijn (Rozemarijn), Gerrit Verwelius (Aphrodite III), Floor van Wingerden (HI6), Wim van Rootselaar (Danielle), Sharim Elzas, Jan van Nieuwenhuizen (Blaauwe Walvisch), Henk Bout (Ysvogel), Marcel Fruytier (Schollevaer), Ron Davio (De Bonte Hond), Jappie Bandstra (Brandende Liefde).
Te gast: Niels Moerke (van Oossanen)
18 stemgerechtigden en 3 volmachten, maakte het totale aantal stemgerechtigden 21.

Na de pauze is dit terug gebracht tot 20 stemgerechtigden, na het verlaten van de vergadering door Adriaan Kok (Zilveren Zwaan).


Agenda is op tijd verzonden.
2. Notulen vorige ALV

De vergadering keurt de notulen van de ALV van 11 april 2015 goed. Mits de opmerking van E. Pluimers omtrent Kalle Coster in de aanwezigheid van Frans van Hinfelaar aan boord van de Aphrodite wordt gewijzigd.


3. Bestuursaangelegenheden

De secretaris, JP Paauwe kan niet aanwezig zijn vanwege zijn werk in Irak. JP komt in december weer terug naar Nederland.

Sander van Rootselaar en Reinder Schuurmans hebben besloten om het bestuur te verlaten. De VZ heeft hier na 5 jaar bestuur ook toe besloten. Adriaan Kok heeft aangegeven beschikbaar te zijn om het voorzitterschap over te nemen. Gedurende de winterperiode zal naar nieuwe kandidaten worden gezocht. De VZ verzoekt leden die geïnteresseerd zijn dit aan te geven bij het bestuur. Bestuurswisselingen zullen in de voorjaarsvergadering plaatsvinden.

E. Pluimers zou graag weer een Fries en/of Groninger vertegenwoordig zien in het nieuwe bestuur.


4. Wedstrijden
4.1 Jaarprijsuitreiking

De VZ reikt de jaarprijs uit met dankzegging aan Martijn de Jong (ZA1). Martijn houdt gedurende het seizoen nauwkeurig het jaarprijsklassement bij. Het jaarprijsklassement komt op de site van de V/VA Klassenorganisatie.

De bel, de jaarprijs 2015, gaat wederom naar team de Jager (ZA1) onder leiding van Erik Hermans.

Erik neemt de bel in ontvangst, bedankt zijn team en draagt de prijs op aan Martijn de Jong. Hij is van groot belang voor het team de Jager. Niet alleen op het water, maar ook in de protestkamer.


4.2 Volvo Ocean Race (VOR)

De VZ staat stil bij het VOR evenement. Het was een speciaal evenement dat nooit eerder op deze manier door onze klasse is beleeft. Het strandfeest in IJmuiden, de aanbrengwedstrijd op de Noordzee en het VOR evenement in Scheveningen waren alle een groot succes. Speciale dankzegging gaan uit naar Adriaan Kok, Dirk Blom, Erik Pluimers en Martijn de Jong (havenmeester op locatie).

Met name dankzij hun inzet is dit alles mogelijk gemaakt.

De prijsuitreiking van de VOR-aanbrengwedstrijd, heeft toentertijd niet plaats gevonden. De VZ reikt alsnog een prijs uit aan de nummers 1, 2 en 3. Winnaar was team de Jager. Deze wedstrijd telde overigens niet mee voor het jaarprijsklassement.

E. Hermans neemt de prijs in ontvangst, bevestigt het succes van het hele evenement en benadrukt de positieve uitstraling die het heeft gegeven van onze klasse naar buiten. M. Poelman beaamt dit en benadrukt daarbij de goede faciliteiten. P. Houtzagers: de enige kritische noot is eigenlijk dat we steigerruimte hebben moeten vrijmaken voor het koningshuis.

E. Pluimers vraagt of er uiteindelijk met charterschepen op zee gevaren mocht worden.

W. van Berkum legt uit dat het officieel niet mocht. Een aak die zakelijk wordt gehouden, vaart met een ontheffing op de Nederlandse binnenwateren (minder dan 12 pers.). De zee hoort daar niet bij. Wil een schip op zee varen met gasten, dan moet het voor de zee gekeurd zijn. Onze aken zijn niet “zee” gekeurd, en dus mag het niet. Er zijn meerdere voorbeelden van schepen die hierom aan de ketting zijn komen te liggen. Los van het feit of je op dat moment gasten aan boord hebt of niet. Je schip is gekeurd, staat geregistreerd en wordt verzekerd als zijnde charterschip voor de binnenwateren (incl. Waddenzee). In tegenstelling tot een particulier schip dat overal mag varen. Zo mag je bijvoorbeeld niet met het schip in de BV naar Denemarken met je gezin. Tenminste: je loopt risico dat je wordt gecontroleerd. Wanneer we weer op zee gaan wedstrijdzeilen, moeten we voor de groep een ontheffing aanvragen.

S. Emmerik: De BBZ (vereniging voor beroepszeilschippers) heeft het volgende aangegeven: Indien er voldoende schepen lid worden, kunnen ze deze problematiek nader onderzoeken. Dit is eventueel de moeite waard voor alle zakelijk gehouden schepen die plannen hebben op zee te gaan varen. Misschien is het ook mogelijk met de V/VA Klassenorganisatie lid te worden. S. Emmerik zegt dit uit te zoeken incl. de kosten van lidmaatschap. Dit komt op de mail.


4.3 Evaluatie wedstrijdseizoen

Sander van Rootselaar, de wedstrijd commissaris (WC), evalueert het jaar en de wedstrijden. Het heeft organisatorisch goed in elkaar gezeten. De trend t.a.v. het aantal deelnemers is licht afgenomen, gemiddeld 1 schip minder per evenement. Met als uitzondering hierop de nieuw opgenomen IJ-torenrace, die vroeg in het seizoen valt. Een andere kritische noot te melden is de lage opkomst bij het Nederlands Kampioenschap (NK). Het minimale aantal deelnemers voor een officieel NK is 12 boten aan de start. Dat was afgelopen seizoen precies voldoende. Bij te weinig deelname moet er een extra jaar worden gewacht voordat er weer een officieel NK mag worden georganiseerd.


Het verkrijgen van meer deelname op het NK en alle overige evenementen wordt uitvoerig bediscussieerd.

F. Strating brengt naar voren dat er een voorkeur is voor 2-daagse evenementen boven 3-daagse. Dit wordt door de meerderheid onderkent. 3-daagse evenementen zijn te tijdrovend aangezien de schepen ook nog gehaald en gebracht moeten worden. Als het NK een 2 daags evenement zou zijn, zou de opkomst groter zijn. WC: ‘een officieel NK moet minimaal uit 4 gevaren wedstrijden bestaan. Dit komt meer onder druk te staan wanneer het NK als 2- daags evenement georganiseerd zou worden. Een NK met minder dan 12 deelnemers is niet officieel erkent door het Watersport Verbond, maar kun je evengoed door laten gaan.’

Uit de cijfers blijkt dat de 2-daagse gezellige evenementen (Hylper en Klasse evenement) de meeste deelnemers trekt. De opkomst van de Lemmer Ahoy (LA) was wederom erg slecht (3 schepen). Waarschijnlijk, omdat het een 3-daags evenement is en het ook nog op Hemelvaartsdag valt. Er zijn 40 tot 43 schepen met een meetbrief, waarvan er 31 verschillende schepen het afgelopen seizoen 1 of meer wedstrijden hebben gevaren. Over de jaren gezien, is het aantal deelnemende schepen ongeveer hetzelfde (31). Je ziet een trend dat schepen minder vaak aan wedstrijden meedoen per seizoen dan voorheen (M. de Jong).

Door het grote aantal evenementen krijg je versnippering: Minder boten aan de start per wedstrijd.

Het aantal wedstrijden dat meetelt voor de jaarprijs is van 9 naar 11 gegaan (dit seizoen voor het eerst), met als doel meer deelname. Dit doel is dus niet bereikt. De VZ benadrukt dat het een bijzonder en druk jaar is geweest met onze Lustrumviering en SAIL Amsterdam.

W. den Beer Poortugael ziet dat de huidige sfeer rond het wedstrijdzeilen duidelijk is veranderd ten opzichte van 25 jaar geleden. Protesten worden nu erg fanatiek uitgevochten; met advocaten en tot de zeilraad aan toe. Het protest hoort bij een zeilwedstrijd, maar het is de toon waarop, die de kleur bepaald. Zie een wereldkampioenschap rugby. Op het veld wordt keihard tegen elkaar gestreden; na de wedstrijd wordt er samen dik bier gedronken en elkaar op de schouders geslagen. Deze sfeer mist hij in vergelijking tot vroeger.

D. Blom verwoordt de spagaat die hij ondervindt bij de organisatie van de Hylper Hudsilery (HH). De VA’s komen massaal omdat er wat te beleven valt. De VB’s, VC’s en open klasse vinden de HH te opgeklopt en haken daarom af.

Een belangrijk punt is ook de aanwas van nieuwe schepen: Er komen nauwelijks nieuwe meetbriefhouders bij. Voor het krijgen van een meetbrief moet een 6-tal stappen doorlopen worden. Deze stappen staan duidelijk op de VA- website, onder meetbrief: Stappenplan meetbrief (http://va-klassenorganisatie.nl/stappenplan-ter-verkrijging-van-een-meetbrief/). De meetbrief commissaris (MC), Pieter Pluimers begeleidt dit traject vanuit het bestuur. De akenbouwers (Chris Beuker en WJH) begeleiden dit wanneer een aankomend eigenaar aangeeft wedstrijden te willen gaan zeilen.

Erik Pluimers geeft ook aan bereid te zijn, mensen hierin bij te staan. Het grootste obstakel in het verkrijgen van een meetbrief is waarschijnlijk het kostenplaatje. Voor de organisatie moet je minimaal 2 tot 3 maanden uittrekken. Bij uitstek een winterklus. MC: mensen die bedenken over 2 weken aan een leuke wedstrijd te willen deelnemen worden teleurgesteld. Buiten mededinging meedoen is niet toegestaan volgens de wedstrijdbepalingen van elke organiserende instantie.

A. Kok vertelt dat het Watersport Verbond (WV) heeft aangegeven de noodzaak te zien om voor Lemsteraken een instapklasse te organiseren. Het zou een charmant idee zijn om geïnteresseerde zeilers met hun schepen volwaardig mee te laten doen in onze wedstrijd. Dit kan dan voor een bepaalde periode, op door de VA Klasse aangewezen wedstrijden. N. Moerke kan dan voor deze schepen een proforma meetbrief uitdraaien. Zo kunnen deze teams laagdrempelig proeven aan het echte wedstrijdzeilen. Met als gunstige bijkomstigheid dat de klasse meer deelnemers aan de start krijgt. Bij 5 of meer geïnteresseerden kunnen deze apart worden gestart. Voor het NK zullen geen proforma schepen worden toegelaten. Als een team blijft wedstrijdzeilen, moet het stappenplan doorlopen voor een officiële meetbrief.

Rob Franken (WV) heeft een enorme lijst van schepen die ooit een meetbrief hebben gehad. Door deze te benaderen brengen we het onder de aandacht. Ook komt de informatie op de website. De vergadering stemt in met het verder uitwerken van dit “proforma-meetbrief-idee”.

C. Beuker geeft aan dat het in de VB klasse veel gezelliger schijnt te zijn. E. Pluimers heeft hier zijn bedenkingen over. Er gaan veel spookverhalen de ronde. Mensen zijn bang en durven niet mee te zeilen in de VA klasse. Daarbij is het is ook de tijdgeest. Jongeren hebben minder tijd en zo kan het lastig zijn voldoende bemanning te krijgen. Het wedstrijdzeilen brengt extra kosten met zich mee door het verkrijgen van een meetbrief; materiaal dat kapot gaat; de aanschaf van weer een nieuwe set zeilen, etc. Hij stelt dat de VA klasse moet uitgaan van haar eigen kracht en geen regels moet loslaten. Als je echt goed wil leren zeilen moet je in de VA Klasse wedstrijden meedoen. Daar kun je een eerlijke wedstrijd zeilen, waarin de sterkste kan winnen. Wil je erbij horen? Ja, dan moet je er wel wat voor doen!


4.4 Wedstrijdagenda 2016

De leden gaan akkoord met de voorgestelde wedstrijdagenda voor het seizoen 2016:



Voor seizoen

  • IJ-torenrace 7 en 8 mei

  • Lemmer Ahoy 5, 6 en 7 mei

  • Klasse Evenement 21 en 22 mei

  • HT Race 2 en 3 juni

  • Markervuur Race 11 en 12 juni

Na seizoen

  • Flevo Race 12, 13 en 14 aug.

  • 24 Uurs Zeilrace 26 en 27 aug

  • ONK 2, 3 en 4 sept

  • Hylper Hurdsilerij 17 en 18 sept

  • Friesche Hoek 1 en 2 okt


4.5 Vaststelling jaarprijswedstrijden

De indeling jaarprijswedstrijden blijft zoals het afgelopen seizoen was.



5. Ingekomen stukken

5.1 Ingekomen stuk van Gijs Vlas (Wadwaai) is mee gestuurd met de uitnodiging. De overige ingekomen stukken waren te laat binnen om uit te werken. We komen er wel op terug. Gijs Vlas geeft in een presentatie een aantal suggesties t.a.v. het controleren van de wedstrijdschepen tijdens het ONK. Dit naar voorbeeld van de ORC klassen.

Gelijk na de wedstrijd worden op afroep van de wedstrijdcommissie de schepen die voorin varen, de nummers 1, 2, en 3, rechtstreeks naar de meetsteiger ontboden. Daar worden ze gecontroleerd op de specifieke punten (ijkstrepen, aangemelde en aantallen zeilen, veiligheidsvoorzieningen, etc). Is er iets niet in orde, dan volgt een discussie. Bij kleine gebreken is er een herstel mogelijkheid en anders volgt diskwalificatie. De toegestane aantallen specifieke zeilen is nader door de V/VA Klassenorganisatie te bepalen. De toegestane zeilen moeten een sticker krijgen en aan boord blijven gedurende het hele evenement.

Voordelen: controle is kwalitatief beter; het scheelt nu een “onnodige” controle dag voor het NK. Er ligt minder druk op de schepen uit de subtop en lager. Nadeel: controleurs moeten het hele evenement aanwezig zijn en minder borreltijd voor diegene die gecontroleerd worden. De vergadering vindt het een interessant voorstel. Ook het voorstel om van het NK een 2-daags evenement te maken krijgt de meerderheid van de stemmen. De VZ stelt voor dit verder uit te werken om er in het voorjaar een beslissing over te nemen.
Op de overige ingekomen stukken zal worden teruggekomen op een later moment in de vergadering.
12:30 De VZ onderbreekt de vergadering voor een lunch.
6.Meetbrieven en Technische Zaken.

Pieter Pluimers, meetbrief commissaris (MC), rapporteert over het intrekken van de meetbrief van de Danielle, net voor het NK. Wat was hier nu precies aan de hand? De MC ligt het voorval toe aan de hand van een power-point presentatie, om vervolgens een voorstel te doen om problemen in de toekomst te voorkomen.


De presentatie laat zien hoe de 3d meting een puntenwolk oplevert. Door de punten onderling softwarematig te verbinden krijg je een MESH, dat de ronde vorm laat zien van het 3d bestand. Het 3d bestand gaat naar het Watersportverbond (WV). Het WV gebruikt de VONA software (uit 2013) om een aantal TVF parameters uit het 3d bestand te halen, waaronder lengte waterlijn (LW). LW is een zwaarwegende parameter in de de TVF. Het aangrijpingspunt van de LW is waar het bij de Danielle om draaide.

In de VONA tool wordt het aangrijpingspunt LW bepaald door een formule. Dit punt is daar, wanneer de punten op de lijn van de achtersteven een hoek maken van 8 graden (of meer) met de punten op de lijn van de romp. Op dit moment zijn 32 schepen met de verschillende rompvormen door de VONA tool berekend. De rompvormen zijn in een aantal categorieën in te delen. Ondermeer:

1. Oudere schepen: romp niet zo strak als bij nieuwe schepen.

2. Traditionele hoekprofielen: met Danielle als voorbeeld, maar er zijn er meer.

3. Schepen met een gepiekte kont.

4. Nieuwe schepen.

Bij de verschillende categorieën zie je dat het aangrijpingspunt niet juist wordt berekend. Bij de hoekprofielen (cat. 2) grijpt het punt te vroeg aan (te achterlijk), waardoor je een relatief te lange LW krijgt. Bij de gepiekte konten grijpt het punt mogelijk ook te vroeg aan, waardoor je een relatief lange LW krijgt.

De MC heeft overlegt met N. Moerke en M. van Schaik om tot een oplossing te komen voor alle categorieën. Het voorstel is de VONA tool te upgraden (aanpassen van de formule), zodat het aangrijpingspunt nauwkeuriger bekerend wordt. N. Moerke:

N. Moerke zijn inschatting voor de kosten zijn 4250 E excl. BTW. Categorie 1 en 2 zijn goed te ondervangen met een formule aanpassing waarbij na het passeren van de 8 graden threshold een of meerdere extra check’s worden ingebouwd dat deze hoek niet weer afneemt. Bij categorie gepiekte kont moet je naar de afwijking in de gradiënt gaan kijken. Voorheen werd dit handmatig bepaald door een lat langs de achtersteven te leggen. Het punt was daar waar de lat los van de steven kwam te liggen. Er zijn veel schepen met een gepiekte kont.

Dit hele verhaal geldt op dezelfde manier ook voor de voorsteven.

E. Pluimers vindt dat we deze upgrade moeten doen. De meetbrief van de Danielle was toentertijd ingetrokken doordat er een verandering was gedaan aan de romp. Deze problematiek lag daaraan ten grondslag. Met een upgrade is het probleem met de Danielle opgelost zonder verder aanpassingen te hoeven doen. Er zijn echter vele andere aken gebouwd met hoekprofielen waarvoor deze upgrade ook noodzakelijk is.

De meerderheid stemt voor het uitwerken en invoeren van de VONA tool upgrade. Over de kosten zal nog worden onderhandeld. De VZ spreekt zijn dank uit voor de grote inzet van de MC: niet alleen nu, maar door het hele jaar heen.


7. Financieel verslag

Reinder Schuurmans, de penningmeester (PM) stelt dat het financiële jaarverslag zal volgen in de voorjaarsvergadering. De lustrumviering in combinatie met het Volvo Ocean Race evenement was vooraf spannend om te zien hoe dit financieel zou uitpakken. Deze zijn uiteindelijk kostenneutraal gebleken. Het staat er financieel dus goed voor bij de VA klasse. Zwarte cijfers.


5. Ingekomen stukken (vervolg)
5.2 Ingekomen stuk van Erik Hermans: 5 A4tjes met punten en ideeën. Martijn de Jong krijgt het woord.

5.2.1 De lijst geldige meetbrieven op de website van het verbond komt niet overeen met de link op de V/VA klassenorganisatie site. Officieel is de lijst van het verbond leidend. De lijst van het verbond is echter niet up-to-date: er missen 2 schepen op de lijst die wel een meetbrief hebben (VA 210 en de Zonnewind). Het zou overzichtelijker zijn om slechts 1 lijst aan te houden.

5.2.2 De afgelopen jaren zien we de bakstagen steeds verder naar achter gaan; daarbij zien we het aangrijpingspunt zowel binnen- als buitenboord geplaatst worden. Verzoek aan het SSRP de grenzen hiervan aan te geven. E. Pluimers: de punten uit de brief van E. Hermans zijn ook aan het SSRP bestuur gestuurd. Ze hebben daar al naar kunnen kijken en ik mag namens het SSRP commentaar geven op de diverse zaken uit deze brief. SSRP komt wat betreft het punt bakstagen niet zelf met grenzen, zij wil weten wat men er in de klasse van vindt.

5.2.3 De kluiverboom zien we steeds korter worden. Verzoek aan SSRP aan te geven wat de grenzen zijn. E. Pluimers: SSRP gaat hier zelf naar kijken.

5.2.4 De afmetingen van zwaarden zijn vrij. Verzoek aan SSRP aan te geven wat de grenzen zijn. E. Pluimers: SSRP gaat hier zelf naar kijken.

5.2.5 Alles wat aan het zwaard gehangen is, verschilt enorm tussen de verschillende boten. E. Pluimers: SSRP gaat hier niets mee doen. Het doet geen afbreuk aan het beeld. De klasse kan zelf wel met bepaalde eisen komen.

5.2.6 Definitie: nat oppervlak. in onze TVF worden de zwaarden niet mee genomen in de berekening van het nat oppervlak, terwijl dit eigenlijk wel zou moeten (volgens het ERS). N. Moerke: dit is een terechte opmerking. De verwachting is echter dat de invloed op de TVF zeer minimaal zal zijn.

5.2.7 Zeiluitrusting is niet volledige vertaald vanuit het Engels naar het Nederlands. Bijvoorbeeld: de meetmethode voor het meten van de voorlijk lengte van het grootzeil is in het Nederlands afwezig.

5.2.8 De windlimiet van 24 knopen. Bij het NK is de meetmethode omschreven, namelijk meten (gemiddelde van 10 minuten) op 10 meter hoogte. Dit is een advies van de klasse aan het wedstrijdcomité. Het wedstrijdcomité had verklaard dit advies over te zullen nemen. Hier heeft men zich echter niet aan gehouden. Het schip was niet hoog genoeg. Nu had hier dus een protest tegen ingediend kunnen worden. De hoogte van meten kan aangepast worden samen met de daarbij behorende windlimiet.

5.2.9 Meetbriefwisselingen. Danielle en Aprhodite hadden zich aanvankelijk voor de 24-uurs race ingeschreven met een reacher. Een week voor de wedstrijd is een meetbriefwisseling gedaan met een andere halfwinder (runner). Verzoek om duidelijkheid t.a.v. het hanteren van de regels. (VA klassenvoorschrift: na het uitgeven van een nieuwe meetbrief vervalt de oude en is niet meer te gebruiken). NB. wanneer meer halfwinders worden toegestaan zijn meetbriefwisselingen niet nodig. Dit sluit aan bij het verzoek van G. Verwelius en W. van Rootselaar om meer halfwinders toe te staan.

5.2.10 De halfwinder wordt steeds meer een code zero-zeil. Dit is de trend. Het wordt een vervanger van de kluiver in het aan de windse rak. Waar willen we als klasse de grens stellen? Welke minimum maat halfwinder moeten we stellen?

5.2.11 De maximum gieklengte is op een aantal schepen langer dan volgens het SSRP is toegestaan. Dat is een groot voordeel; dus het komt aan op handhaving. Eerst aangeven en bij geen verbetering protesteren.

5.2.12 Borging van de kluiverring. Dit wordt gedaan met een klein touwtje, zodat de ring op de goede plek blijft zitten. In de klassenvoorschriften mag dit niet. Het wordt gedaan voor de veiligheid. Zolang het niet voorbij het meetpunt komt moet we dit misschien gedogen.

5.2.13 Zeillatflaplap (uit de equipement rules of sailing) – zeilverstevigingen staan niet toegestaan in onze klassenvoorschriften. Deze zijn nodig voor het behoud van je zeil. Dit zou aangepast moeten worden in onze klassenvoorschriften. E. Pluimers: er wordt vanuit het SSRP een voorstel gemaakt tav versteviging van zeillatten. Buiten de zeillatzak - versteviging zelf om, worden extra verstevigingen niet toegestaan.

5.2.14 Stabiliteitsmeting wordt onder maximaal 2 graden hellingshoek (hh) gemeten. In de praktijk wordt onder hh van 10 - 20 graden gezeild. Theoretisch zou een schip kunnen worden ontworpen die op 2 graden hh gunstig meet voor de TVF; en vervolgens uitermate stabiel is voor de 10 - 20 graden range hh. N. Moerke: internationaal gezien wordt op deze manier de aanvang stabiliteit gemeten. Dit zegt niets over de eindstabiliteit. Van 0 - 15 graden hh is het een lineair gebied. De discussie gaat dus over het gebied tussen 15 - 25 graden hh. Boven de 25 graden hh moet je iets met je zeilplan gaan doen. De enige mogelijke oplossing voor deze discussie: het niet lineaire gebied (15 - 25 graden hh) gaan meten, inclusief 3d-romp boven het berghout. Voor het gebied waar voor 80% van de tijd wordt gezeild (van 0 - 17 graden hh) is dit geen issue. In de huidige TVF is bij het varen onder een hh van 25 graden de stabiliteit geen zwaar wegende factor. N. Moerke ziet dat er bij verschillende schepen nog te vaak met te grote hh gevaren wordt. Dit is een zeiltechnisch probleem dat je met meer twist etc. moet aanpakken. E. Hermans verwoordt een constatering (onderbuikgevoel) dat er ergens toch misschien iets niet klopt in de TVF, gezien de verschillen in de top. Hij stelt dat we hier toch iets mee moeten doen. Bij licht en zwaar weer zijn er bepaalde schepen die het altijd goed doen. Bijvoorbeeld bij licht weer de Visotter en bij veel wind de Warber. E. Hermans: ‘Als we met de ZA1 kogelhard gaan, moet de BS2 wel te kloppen kunnen zijn (naar aanleiding van NK). Zeker ook omdat het schip dispensatie heeft.’ E. Hermans heeft hier wel zijn bedenkingen over (net als G. Verwelius en W. van Rootselaar dit verwoorden in hun ingekomen stuk). P. Houtzagers stelt als antwoord hierop wel een keer met bemanning van schip te willen wisselen. D. Blom stelt dat er veel verschil zit in de teams en in de schepen, daarom stelt ook hij de Warber voor een team beschikbaar. De verschillende TVF’s van light, medium en heavy kunnen niet in relatie tot elkaar vergeleken worden. De TVF is alleen tussen de schepen onderling te vergelijken binnen een bepaalde windrange (L, M of H). Dit naar aanleiding van de TVF van de Visotter die je bij licht weer hoger zou verwachten in vergelijking tot zwaar weer. N. Moerke: in onderling overleg van TU delft, Hoek design, Martijn van Schaik en van Oossanen is vanuit wetenschappelijk oogpunt de huidige TVF formule ontwikkeld. De verschillende factoren, “de stand van de 5 radertjes”, is hierin besloten. De TVF formule is na 1 jaar geëvalueerd aan de hand van wedstrijduitslagen, maar nooit gewijzigd. De dispensatie tav de BS2 en de Warber is een SSRP dispensatie. SSRP dispensatie moet niet verward worden met een TVF dispensatie. De SSRP dispensatie staat namelijk los van TVF berekening. De huidige TVF houdt rekening met de rompvorm en is er op geënt om de moderne schepen dichter bij de vloot te krijgen. Zo houdt de TVF rekening met een gunstige rompvorm en gunstige stabiliteit bij de modernere schepen bij harde wind (Warber, BS2, ZA1), en een groot nat oppervlak wat we meer zien bij de traditioneel gelijnde schepen, dat gunstig werkt bij weinig wind. N. Moerke kan er niet achter staan om wijzigingen in de “radertjes” te gaan aanbrengen, aan de hand van niet wetenschappelijk factoren (wedstrijduitslagen). Meer is er gewoon niet uit dit wiskundige model te halen.

Voorbeeld tav SSRP dispensatie: sommige schepen hebben een te grote loefbijter. Traditioneel gezien zouden ze kleiner moeten zijn. Het SSRP kijkt niet naar een velocity prediction program (VPP). Het SSRP geeft dispensatie en doet verder niets. In dit geval komt het toch tot uiting in de TVF door het grotere natte oppervlak.



5.2.15 Met en zonder halfwinder in de rating: Martijn de Jong spreekt zijn twijfel uit over het “radartje” halfwinder in de TVF berekening in de windrange voor licht en midden. Met name op korte baantjes maakt een halfwinder de punten niet goed waar die in de TVF voor staat. Op de lange banen lijkt deze wel correct en kun je eigenlijk niet zonder halfwinder. Het ligt dus aan de baanlengte.

5.2.16 Kwaliteit vragen van het wedstrijd comité. De VA klasse adviseert aan het wedstrijd comité verschillende punten.

Een verzoek is banen te maken waarbij je minimaal 1 uur vaart. De banen zijn afgelopen seizoen nogal eens te kort geweest. Je moet voldoende tijd krijgen je TVF eruit te kunnen varen.

TVF is gebaseerd op 50% up/down en 50% driehoek. We varen meer up/down. Driehoekbaan kun je ook zien als een baan die je afkruist. Oftewel organiseren van meer driehoekbanen zal geen groot verschil geven.

T.a.v. de startlijn is 5 graden voordeel op de pin goed om de startlijn neutraal te maken. Afgelopen seizoen is dit nogal eens 10 graden of meer geweest. Hierdoor krijg je een te grote concentratie aan boten op dit gedeelte van de startlijn. Ook het gebruik van de marifoon door het wedstrijd comité voor het verduidelijking van de start procedure is aanbevelenswaardig. Onze wedstrijd commissaris zou o.a. deze punten bespreekbaar moeten maken om samen met het wedstrijd comité tot kwalitatief betere wedstrijden te komen.


5.3 ingekomen stuk van Peter Houtzagers over de professionele zeilers.

P. Houtzagers (PH) onderschrijft het streven niet te veel profzeilers aan boord te hebben, maar constateert dat op een aantal schepen deze nog steeds aanwezig zijn. Sven Koster is volgens PH een amateurzeiler, maar deze is door het bestuur verboden. Frans Hinfelaar is professional. Schootstra is geen professionele zeiler meer (hij heeft hiervoor bepaalde verklaringen afgegeven). Er zijn mensen die meegaan zoals zeilmakers, ontwerpers, etc. Het gaat echter meer om Olympische zeilers. Zeilers die je tegen betaling van een paar honderd euro mee kunt vragen. De stelregel die we hanteren voor broodzeiler: iemand die je tegen betaling mee kan krijgen. Harry Amsterdam is bijv. een twijfelgeval. Hij gaat wel betaald en onbetaald mee. De overwinning kopen: dat is uiteindelijk wat we met de klasse niet willen.

De andere kant van het verhaal. Profzeilers brengen veel enthousiasme en uitstraling met zich mee. Het werkt als een uithangbord voor de klasse. Vaak willen deze mensen graag weer mee, zelfs onbetaald.

Voorstel van E. Pluimers om dispensatie te geven voor een profzeiler aan boord als dit vooraf is aangevraagd bij het bestuur. Als blijkt dat dit schip te veel voorin komt te zeilen kan deze dispensatie weer worden ingetrokken. De vergadering stemt hiermee in.


5.4 Ingekomen stuk van Gerrit Verwelius over windranges en meer toegestane zeilen.
5.5 Ingekomen stuk van Willem van Rootselaar over meer halfwinders.
8. VA Club-klasse

De VB en VC heeft de V/VA Klassenorganisatie benaderd voor alle gegevens en kennis van de voormalige TVF berekening. Zij willen deze graag gaan gebruiken. Martijn van Schaik en van Oossanen zijn benaderd om hierin te begeleiden. Formeel zijn de gegevens eigendom van de V/VA Klassenorganisatie.

De TVF formule winkel is opgesteld voor het grootste deel door Martijn van Schaik, samen met de andere architecten en in samenwerking met de TU Delft. Dit is in opdracht van de VA klasse gedaan voor een fors bedrag, dat echter lang niet de waarde van de TVF formule winkel heeft gedekt. Er zit heel veel goodwill van de architecten in.
N. Moerke: VB en VC zullen worden gemeten aan de hand van 4 rompvormen: lemsteraak, zeeschouw, hoogaars en schokker. Doelstelling: betere formule krijgen zonder 3d scan met basis meetpunten.

D. Blom: de formule winkel is betaald. We willen de zeilsport bevorderen en meer aken enthousiasmeren voor wedstrijden. Het zou een mooi gebaar zijn de kennis kosteloos ter beschikking te stellen. Om zo te helpen met de TVF ontwikkeling, want binnen de VB/VC missen ze de knowhow.

Het is ook een kans om evenementen gezamenlijk te organiseren. Misschien wel samen te verenigen. Echter geen wedstrijdvelden door elkaar. Het huidige bestuur bestaat uit een welwillende jonge garde. Onder de oudere garde heerst nog een grote aversie tegen de VA’s.

N. Moerke: financieel zal meer dan de helft worden gesponsord door van Oossanen. De klasse zal zelf ook een gedeelte betalen via de meetbrieven en inschrijvingen NK. WJH sponsort nu beide NK’s, mits ze niet in hetzelfde weekend worden georganiseerd. Zo kunnen VB mensen meezeilen op VA’s en omgekeerd. (E. Hermans, P. Houtzagers en D. Blom gaan met alle plezier een keer mee of hebben een plek op hun schip beschikbaar). Het bestuur zou de banden met de VB’s moeten aanhalen.


9.Rondvraag
1. M. de Jong: veranderingen, waar moet je wat melden. Als voorbeeld zwaardrail verlengen. N. Moerke: bespreek alles in een vroeg stadium met het SSRP (Peter Tolsma).

2. C. Beuker: had zich aanvankelijk voor NK ingeschreven, maar niet komen opdagen ivm te harde wind. Er is gestart met 30 knopen wind. Waarom gaat het door als het boven de 24 knopen waait? Kan er geprotesteerd worden tegen de wedstrijdcommissie? Het maximum van 24 knopen is een advies voor wedstrijdcommissie. Deze hoeft zich daar niet aan te houden. De verantwoordelijkheid ligt bij de schipper. Hij kan beslissen niet te starten. De keuze van het wedstrijdwater was ook niet handig onder in het meer. In de toekomst moet er meer overleg plaatsvinden van onze WC met de wedstrijdleider. We mogen best kwaliteit eisen.

3. P. Houtzagers: Sailmon wil wel een windsnelheidsmeter sponsoren voor de wedstrijdleiding. Verder vindt PH dat we af moeten van de ouderwetse driehoeksbanen. Indien de TVF hiervoor aangepast moet worden, dan moet dit maar gebeuren. TVF is 50-50 op up/down en driehoek gebaseerd. N. Moerke schat in dat het van minimale invloed zal zijn de TVF puur up/down te maken. Echter 1-2% verschil kan belangrijk zijn voor de juiste uitslag.

4. N. Moerke: adviseert het bestuur de focus te leggen op de invloed van de halfwinder. Niet op de percentages up/down en driehoek in de TVF.

5. D. Blom: op de site staat duidelijk wie zonder halfwinder wil zeilen. Op de hylper geeft dit nog wel eens problemen. Boten die niet genoeg mensen hebben om een halfwinder te zetten en met de TVF zonder willen varen. D. Blom kijkt dan door de vingers. Mocht het schip winnen dan volgt een protest.
10.Sluiting
Einde 15:05









De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina