Allerheiligen



Dovnload 36.88 Kb.
Datum07.10.2016
Grootte36.88 Kb.




ALLERHEILIGEN

 

 

Allerheiligen


Ainfopagellerheiligen of Feest van alle Heiligen, is een christelijke feestdag waarop alle heiligen van de Rooms-Katholieke kerk gezamenlijk worden vereerd en herdacht. Het feest wordt sinds de negende eeuw gevierd op 1 november.

Geschiedenis


De Byzantijnse kerk kende in de vierde eeuw al een gedenkdag op 13 mei voor alle heilige martelaren. Deze dag werd waarschijnlijk in de zevende eeuw in de Rooms-Katholieke kerk overgenomen. In de achtste eeuw werd de dag uitgebreid tot feestdag voor alle heiligen. Paus Gregorius IV riep deze dag in 837 uit als algemene en officiële Rooms-Katholieke gedenkdag voor alle heiligen en stelde de datum vast op 1 november. Omdat het Protestantisme heiligenverering afwijst, wordt Allerheiligen in de Protestantse kerk niet gevierd.

Rooms-Katholiek feest


Bij de kerkelijke viering van Allerheiligen wordt het thema van het einde der tijden behandeld. Er worden missen opgedragen aan alle heiligen en kerkhoven bezocht. Het leven van de heiligen die in de hemel verblijven wordt herdacht en als voorbeeld gesteld voor een goed christelijk leven.

Het feest dient samen met Allerzielen (2 november) om het doodsbesef te versterken, het geloof te verdiepen en te wijzen op de verbondenheid van de gelovigen met de doden.

In alle Rooms-Katholieke streken worden de kerkhoven worden schoongemaakt en met bloemen versierd.

Wereldlijke feestelijkheden en gebruiken rond 1 november


1 november is tot in de twintigste eeuw ook een belangrijke kalenderdag geweest in het dagelijks leven, vooral van boeren en kooplieden.

In de agrarische wereld was 1 november het begin van het winterseizoen en van de werkzaamheden binnenshuis (november is slachtmaand), de datum waarop de kachel en de winterkleren weer van zolder werden gehaald.

Verder was 1 november de dag waarop lonen werden uitbetaald, nieuwe pachttermijnen ingingen en knechten en meiden in dienst traden.

Ook de najaarsmarkten werden vaak op 1 november gehouden. Behalve voor het doen winterinkopen was een bezoek aan de najaarsmarkt ook een gelegenheid om uit te gaan.



Halloween? Allerheiligen? Samhein?

Luc De Brant

Op 31 oktober, de dag voor Allerheiligen, wordt Halloween, over ons uitgestort.

Op korte tijd werd deze nieuwigheid vanuit de Verenigde Staten ingevoerd, en in 2001 had zij reeds aanzienlijke proporties aangenomen. Her en der waren er fuiven en feesten, soms speciaal in het licht gezet door de media. Wie verkleed was als heks, spook of, waarom niet als pompoen, mocht gratis meevieren. Gespecialiseerde winkels met versiering voor feesten spelen hier verder op in en eenmaal de kassa gaat rinkelen, is ze moeilijk te stoppen.

Niemand van de fuifnummers weet echter waarover het eigenlijk gaat.

  Oorsprong en betekenis

Dat het halloweengebeuren is overgewaaid vanuit de Verenigde Staten klopt niet helemaal. Het waren de Ieren en de Britten die dit feest in de V.S. hebben ingevoerd, en ook de naam is van hen afkomstig. Het feest is een eigen leven gaan leiden en werd opgenomen in de Amerikaanse volkscultuur.

“Halloween” is afgeleid van de Engelse woorden “holy” (= heilig) en “evening” (= avond). Het gaat dus om Allerheiligenavond, de avond voor Allerheiligendag.

Dat een feest gevierd wordt de avond voor de eigenlijke feestdag, is niet zo uitzonderlijk. Denken we maar aan kerstavond, oudejaarsavond, vastenavond, klaasavond of Sint-Jansavond. Het gebruik om al op de vooravond te beginnen met het feest, heeft te maken met de oude manier om te tijd te regelen. Vroeger had men geen uurwerken, en wist men dus niet exact wanneer de ene dag over ging in de andere. Daarom sprak men af, en dat was voor iedereen duidelijk, dat de dag eindigde bij zonsondergang. Na zonsondergang begon een nieuwe dag, en kon het feest van die dag reeds ingezet worden. In de middeleeuwen gebeurde dat tijdens de vigiliën (avondwake) in de kerk. Na het gebed begon de wake, de priesters verlieten de kerk die werd afgesloten en pas opnieuw open ging bij zonsopgang.

 Allerheiligen

Allerheiligen is een merkwaardig feest van de heiligenkalender. De Grieken vierden het sinds de vierde eeuw op de eerste zondag na Pinksteren, In Syrië op de vrijdag na Pasen. Ter gelegenheid van de wijding van het Pantheon in 615 werd deze feestdag in Rome vastgelegd op13 mei. Deze kerk is nog steeds toegewijd aan de moeder van God en aan alle martelareni[ii]. In 835 verplaatste paus Gregorius IV dit feest naar 1 november, vermoedelijk om het te laten samenvallen met het Germaanse en Keltische dodenfeest, dat zowat in heel Europa verspreid was


Om tegemoet te komen aan het groeiende succes voerde paus Johannes XIX er in de twaalfde eeuw een feestdag aan toe. Allerzielen wordt nergens zo uitbundig gevierd als in Mexico. Tijdens de eucharistievieringen daar wordt op Allerheiligen het thema van de Apocalyps (het einde van de wereld) verwerkt, en op Allerzielen het thema van het requiem, zonder dat er een dode aanwezig is. Beide thema’s verwijzen naar de verandering van de seizoenen, de natuur, het begin van de winter.

Vroeger gebeurde het opdelen van de seizoenen niet volgens de stand van de aarde tegenover de zon, maar volgens de tekens in de natuur. Op 1 november, bij het vallen van de bladeren, begon de winter. Rond Kerstdag was het midwinter, en op lichtmis, bij het lengen van de dagen, begon de lente. De zomer begon op 1 mei, de herfst op Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaart.

We merken ook nog op dat Allerheiligen precies zes maanden na de eerste mei valt. 1 mei staat nog altijd bekend voor de meiboomplanting. Bovendien valt 1 mei na Walpurgisnacht, net zoals Halloween een heksennacht.

  Samhein

Honderden jaren geleden leefden de Kelten in Engeland en in het noorden van Frankrijk. Zij aanbaden de natuur en hadden vele goden, met als favoriet de zonnegod. Het was deze god die hun werk- en rusttijden regelde en voor een mooie natuur en een geslaagde oogst zorgde.

De Kelten vierden hun nieuwjaar, Samhain genoemd, op 1 november. Dit feest markeerde het einde van het seizoen van de zon en het begin van het donkere en koude seizoen. De Kelten geloofden dat gedurende de winter, de zon gevangen gehouden werd door Samhain, de koning van de doden en tevens god van de kou.

Op de avond voor hun nieuwe jaar, dus op 31 oktober, verzamelde Samhain de geesten van alle doden om de god van de zon gevangen te nemen. Deze geesten manifesteerden zich in de vorm van dieren. Om de geesten in verwarring te brengen en zo hun zonnegod te beschermen, verkleedden de Kelten zich in dierenhuiden en droegen ze dierenkoppen op hun hoofd. Dit feest is volgens sommige bronnen de eigenlijke oorsprong van Halloween.

Samhein is een oud Keltisch feest, dat eigenlijk betekent: “zomereinde”. Het viel op 1 november en het was de dag waarop de afgestorvenen van het afgelopen jaar hun overtocht maakten naar het rijk van de doden. Dat feest werd later bevestigd in de heiligenkalender.

Jack-o-lantern en Trick-or-treat


Het gebruik van lantaarns van uitgeholde pompoenen, ter vervanging van de oorspronkelijke bieten, gaat terug op een Ierse legende, over een man die altijd eerlijk heeft geleefd, maar nors en onvriendelijk was in de omgang. Die man heette Jack, en het verhaal ging dat hij ooit de duivel zou beduveld hebben door hem op te sluiten in een boom. Hij zette een kruis op de boom, en de duivel was gevangen. Later beloofde hij de duivel weer vrij te laten, maar uiteindelijk deed hij dat niet. Toen Jack overleed, werd hem de toegang zowel tot de hemel als tot de hel geweigerd. Hij kreeg enkel een gloeiend stukje hout om zich te wapenen tegen de duisternis. Om dit stukje hout langer te laten branden, stopte hij het in een uitgeholde biet. Vandaar...

Trick-or-treat stamt dan weer af van de druïden die aan de deur om een aalmoes kwamen vragen. Als de mensen iets afstonden, werden ze beschermd tegen de boze geesten. In Amerika zijn de kinderen de opvolgers van de druïden. Ze gaan met Halloween van deur tot deur en krijgen fruit of snoep (“treats”). Als ze niets krijgen, halen ze kattekwaad (“tricks”) uit.

Er zijn allicht meerdere variaties, en men moet een aantal regels volgen. Zo mag men enkel tricks uithalen bij bekenden. Vandaag de dag geldt dergelijk gebruik ook nog in sommige streken van Duitsland, op Walpurgisnacht. Ook in Stekene was het, voor de eerste Wereldoorlog, de gewoonte om op Walpurgisnacht een en ander uit te steken. Zo gebeurde het wel vaker dat karren die nacht in de vaart werden geduwd. In d’EUZIE verschenen reeds enkele schelmenstreken hieromtrentii[v].

Gebruiken

Zowel Allerheiligen als Halloween kennen heel wat gebruiken, die in elkaar lopen. Op de avond voor Allerheiligen bijv. bleef het vuur in de haard branden, en er werden stoelen en voedsel klaar gezet voor het nachtelijk bezoek van de doden. Een deel van dit gebruik werd verplaatst naar Sinterklaas- of Sint-Maartensavond.

In Vlaanderen gingen de kinderen langs de deuren om zielebroodjes te verkopen, soms zelfs in het wit gekleed en voorzien van lampionnen. Engelse kinderen deden hetzelfde en zongen daarbij “a soul cake, a soul cake, have mercy on all Christians for a soul cake. In Sicilië brengen de doden een bezoek, en leggen ze geschenken in de dodenschoenen. In Noord-Italië brengt de heks Befana geschenken op Driekoningen.

Op Allerheiligen is het nog steeds de gewoonte om bloemen naar het kerkhof te brengen. Dit is echter een recent verschijnsel. Het kerkhofbezoek ging vroeger ook gepaard met het branden van kaarsen en in sommige streken, vooral in Zuid-Europa, met een maaltijd.

In de middeleeuwen werden dodenprocessies gehouden, maar ook stoeten rond het oude thema van de wilde jacht, aangevoerd door sinistere figuren uit oude legenden. Halloween gaat in de V.S. gepaard met een grote Halloweenstoet.

Na Allerheiligen werd er op het land niet meer gewerkt. De vruchten en de oogsten die niet binnen waren, bleven onaangeroerd. Ook de seizoensarbeiders kwamen thuis tegen Allerheiligen. 1 november was immers het begin van het winterseizoen en van de werkzaamheden binnenshuis (november is de slachtmaand), de datum waarop de kachel werd aangestoken en de winterkleren weer van de zolder werden gehaald.

In de loop der tijden werden om velerlei redenen bepaalde gebruiken verboden, soms om misbruiken tegen te gaan, soms om het feest bij te schaven. Soms moesten feesten verdwijnen omdat ze het gezag ondermijnden. Een feest zoals Allerheiligen kon men echter niet verbieden, tenzij men meteen ook het Christendom zo afschaffen.

In Engeland heeft men tijdens de reformatie het feest afgeschaft, om de binding met het katholieke Rome te verbreken. Het volk besliste er echter anders over, en men bleef het feest op de oude wijze verder vieren.


Besluit


Blijkbaar komt alles terug. Onze verre voorouders konden op Allerheiligen heel uitbundig feestvieren. Alleen is het feest nu van gedaante veranderd. Het zwaartepunt van Halloween ligt in het afschrikken van dwaalgeesten, die juist in de overgangsfase een poging ondernemen om de plaats van iemand anders in te nemen. Het slaat aan bij mensen die onbewust hun religieus gevoel willen aanvullen, maar ook bij meelopers die graag kabaal willen maken.

Het blijft ook een natuurfeest: mensen stappen in hun winterslaap die duurt tot lichtmis.

 

cloudcloud

Uit: VAN DER LINDEN, STIJN, De Heiligen, uitgeverij Contact, Amsterdam/Antwerpen, 1999.

Heiligen zijn van overal en van alle tijden, zo begint Stijn van der Linden zijn recente publicatie van zijn heiligenencyclopedie.
In de geschiedenis van de mensheid nemen zij echter steeds een andere plaats in. En het is deze evolutie die in de inleiding van het boek wordt geschetst, van de eerste christenen tot nu.
De rooms-katholieke kerk heeft het meeste heiligen op zijn lijst staan. Ook niet-christelijke godsdiensten kennen hun heiligen, die echter wel degelijk andere karakteristieken vertonen dan christelijke heiligen.
In het christendom is een heilige iemand die er op uitmuntende én voorbeeldige wijze is in geslaagd om Christus na te volgen.
Een heilige 'heilig verklaren' is een pauselijke activiteit met een lange geschiedenis. De procedure op zich is niet zo oud als de heiligen en de zaligen zelf, al is het maar omdat er voor heilig- en zaligverklaringen vandaag een hele organisatie vereist is, een organisatie waarover de eerste christenen nog niet beschikten en die slechts geleidelijk aan werd opgebouwd.
Een heilige moet aan enkele vaardigheden voldoen. De navolging kan, al naar gelang plaats, tijd en omstandigheden, op veel verschillende wijzen gebeuren. De belangrijkste karakteristiek is dat de heilige zich, net als Christus, liet vernederen voor het heil van zijn of haar medemensen. Naast degenen uit de directe omgeving van Jezus, zoals Maria en de apostelen, golden in de eerste eeuwen van de kerk vooral zij als heilig die bereid waren om voor hun geloof de marteldood te sterven. Zij verdienden zo voor zichzelf het eeuwig leven, maar sterkten ook anderen in hun geloof dat leidde tot dat eeuwig leven. Zij waren als graankorrels die, door te sterven, leven gaven aan vele anderen.
Later, toen het christendom algemeen verbreid was in de laat-antieke wereld, werd de schare der heiligen steeds meer versterkt door niet-martelaren zoals bisschoppen, monniken, nonnen en kerkelijke auteurs. Oudtestamentische personen konden als heiligen worden beschouwd in zoverre zij als voorloper van Christus konden worden beschouwd. Nadat de kerk vanuit de oudheid in de Middeleeuwen was beland, werd de schare verder versterkt met uitsluitend heiligen van adellijke afkomst.

 
Welke instantie beslist dan uiteindelijk wie als heilig wordt verklaard?

In de meeste gevallen zal dat geleidelijk aan zijn gegaan: er stierf iemand die binnen de eigen kring al een zekere faam genoot; na diens dood verbreidde deze faam zich verder tot een bisschop de persoon in kwestie op de een of andere wijze als heilige kenmerkte. De heilige werd bijgeschreven in de (feest)kalender en in andere (liturgische) boeken, opdat zijn of haar naam niet in de vergetelheid zou raken. Omdat aan de bisschop van Rome al snel -in ieder geval binnen de westerse christenheid- een bijzonder gezag werd toegekend, werd de paus meer en meer de instantie die bepaalde welke van die talloze diocesane heiligen in aanmerking kwamen als universele heiligen. Stap voor stap ontwikkelde zich een Romeinse procedure. De eerste persoon die, voor zover wij weten, door een paus werd heilig verklaard of 'gecanoniseerd', was in het jaar 993 Udalricus van Augsburg.

De hedendaagse procedure die leidt tot een zaligverklaring, en eventueel een heiligverklaring, kan als volgt worden samengevat.


Wanneer bekend is geworden dat iemand, jaren na zijn of haar dood, aandacht blijft trekken en voorwerp van verering is geworden, wordt in het bisdom waar deze persoon is overleden, een onderzoek ingesteld; voorwaarde is wel dat er een persoon of instantie is die optreedt als eiser om de zaligverklaring te bepleiten én om de te verwachten proceskosten op zich te nemen. De bisschop stelt enkele medewerkers aan voor het verdere onderzoek; de belangrijkste onder hen is de 'postulator', degene die dient na te gaan of 'de faam van heiligheid' waarachtig van toepassing is op de kandidaat-zalige. De postulator wordt ook wel 'advocaat van de duivel' genoemd. Indien de faam van heiligheid inderdaad wordt vastgesteld, kan het onderzoek -nog steeds binnen het bisdom- worden voortgezet; de kandidaat-zalige wordt inmiddels 'dienaar Gods' genoemd. In dit vervolgonderzoek worden alle relevante bronnen verzameld en worden eventuele getuigen gehoord; ook worden de wonderen (of het wonder) die aan de voorspraak van de 'dienaar Gods' worden toegeschreven, geanalyseerd.
Na afronding van de diocesane werkzaamheden zet te Rome de Heilige Congregatie voor de Heiligverklaringen het proces voort. De Congregatie dient eerst vast te stellen of de kanididaat-zalige heeft uitgeblonken in de goddelijk en de zedelijke deugden. Als de uitslag van dit onderzoek positief is, doet de Congregatie hiervan verslag aan de paus. Indien de paus zich hierover goedkeurend uitlaat, vaardigt de Congregatie een officieel decreet uit over de deugden. Vanaf dat moment wordt de dienaar Gods ook wel 'eerbiedwaardige' genoemd. Vervolgens houdt de Congregatie zich bezig met de verificatie van de vermeende wonderen. Het bewijsmateriaal met betrekking tot deze materie wordt voorgelegd aan vijf deskundigen: gewoonlijk geneesheren, want in bijna alle gevallen betreft het miraculeuze genezingen. Indien ten minste drie van hen een positief oordeel uitbrengen, dan wordt andermaal een verslag vervaardigd dat eerst wordt voorgelegd aan een vergadering van bisschoppen en kardinalen. Nadat hun besluiten aan de paus zijn meegedeeld, is het aan hem het besluit om de zaligverklaring ('beatificatie') uit te spreken. De vrijheid van de paus in deze zaken is groot; zo kan hij dispensatie verlenen voor het vereiste wonder, vooral indien de kandidaat-zalige een martelaar is.
De heiligverklaring is een vervolg op de zaligverklaring. Een van de vereisten is wel dat er na de zaligverklaring nog ten minste één (bewezen) wonder is gebeurd op voorspraak van de kandidaat-heilige.

Tussen een zalige en een heilige bestaat een duidelijk verschil in rang; een zalige mag alleen in de liturgie vereerd worden ('verheven tot de eer der altaren') binnen een of enkele bisdommen (eventueel kerkprovincies of religieuze orden en congregaties), terwijl aan een heilige deze eer toekomt binnen de hele katholieke wereldkerk.

Tot slot dient te worden opgemerkt dat het ook voorkomt dat zalig- en heiligverklaringen worden uitgesproken met betrekking tot hele groepen tegelijk. Zo werden 22 martelaren die in 1886 in Oeganda waren vermoord, in 1964 gezamenlijk heilig verklaard.

Zie ook Heiligen.net



WEES HEILIG

Jezus volgen is heilig worden. Heilig? Dat woord staat ver van ons af. Toch is het een kernwoord in de Bijbel. Het raakt God en mensen in de kern van hun bestaan. God is heilig. Jezus is heilig. En mensen die Jezus willen volgen worden ook heiligen genoemd. Zijn we dat ook? Wie Jezus wil volgen, zal moeten begrijpen wat dit woord betekent. Wat is heilig?


Ps. 99:9 Luk. 1:35 Col. 1:12 Heilig is niet:
“Ik ben beter dan jij.”
“Ik draag die kleding, dus...”
“Kijk eens hoe goed God mij vindt.”

Heilig is ook niet:
“Onmogelijk, dus praat me er niet van.”
“Onbereikbaar, dus neem ik maar genoegen met minder.”
“Niet leuk, dus nooit aan beginnen.”

Heilig is geen zoetsappig woord. Het heeft niets te maken met een of andere goedheiligman. Je hoeft ook geen heilig boontje te worden om Jezus te volgen. Brave mensen hebben geen streepje voor. Dat wordt niet bedoeld met het woord heilig. Het verwijst naar een totaal andere kwaliteit dan wij kennen. Het wijst naar de totaal Andere. Naar de Here God. Hij is heilig. Hij alleen.


Ps. 99:5 Hos. 11:9

God is vóór alles heilig. Zijn heiligheid staat in Zijn karakter bovenaan. We begrijpen niets van God als we Zijn heiligheid niet kennen. We begrijpen niets van Zijn liefde, barmhartigheid en genade. We begrijpen niets van Zijn boosheid over de zonde, Zijn strijdvaardigheid, Zijn oordeelswerk. We begrijpen niets van het kruis van Jezus. En we begrijpen ook niets van de hemel als we Zijn heiligheid niet kennen. Er wordt allereerst en voor altijd van God geroepen: “Heilig, heilig, heilig!”


Jes. 6:3 Op. 4:8

God is heilig. Hij is alles wat volmaakt, voortreffelijk, compleet en onberispelijk is.


Hij is alles waar we ontzag voor moeten hebben. Hij is alles wat ingaat tegen het kwade en onvolkomene, alles wat de zonde haat. Hij is alles wat het beste zoekt voor mensen, wat een relatie met mensen bevecht, in stand houdt en koestert. God is heilig in Zijn keuze om mensen te scheppen en er helemaal voor hen te zijn. In Jezus zien we hoe Hij Zich heeft geheiligd terwille van ons.
Ex. 15:11 Hab. 1:12 en 13 Joh. 17:19

God is de Heilige. Hij is anders dan alles en iedereen. Hij is afgezonderd van al het kwaad en in Zijn liefde honderd procent gericht op mensen. Daarin is Hij heilig. Wil je die God leren kennen? Die Jezus volgen? Dan kun je niet om Zijn heiligheid heen. Hij vraagt van ons dat wij ook geheiligd zullen worden. Anders dan de wereld rondom ons. Apart gezet. Gereinigd van de zonde. Honderd procent voor Hem en voor de mensen die Hij ons toevertrouwt. Je zult Zijn houding aan moeten nemen. Je kunt alleen met God omgaan als je zelf ook heilig bent. Maar wie is dat? Niemand toch? Nee – tenzij God je heiligt.


Lev. 20:26 Matt. 5:48 1 Thess. 4:3

Heilig betekent: - apart gezet;- gereinigd;- gereserveerd;- gewijd;- 100% exclusief. - afgezonderd;


http://www.heavenlyquality.nl/nonstop/8_hoeleefik/2.htm

Iedere christenen is geroepen tot 'heiligheid': tot meewerken aan het heil (synoniem voor heelheid, ongeschondenheid, gerechtigheid, bevrijding, vrede) van de medemens en de wereld.


Voor de eerste christenen betekende dit vaak een radicale omkering van hun leefgewoonten. Door het doopsel waren zij in Jezus' naam herboren en dit had duidelijke consequenties in hun levenswijze, vaak moesten ze zich volledig losmaken van hun heidense of joodse omgeving. Christen zijn op zich was iets 'buitengewoons'.
Door de geschiedenis heen viel stilaan het buitengewone van het christen zijn weg. Iedereen wordt christen en dat brengt vervlakking mee. In zo een klimaat vallen dan de echte heiligen op: zij die de oude mens afleggen en zich bekeren uit de oppervlakkigheid om radicaal de liefde van God en de medemens te beleven.
Zo kunnen de heiligen ons tot voorbeeld zijn en ons op weg zetten naar God. Op Allerheiligen gedenken we hen en worden we zelf geroepen tot 'heiligheid'.
Alleen dode vissen drijven mee met de stroom

In onze samenleving met zijn perfide manier van ondergraven en manipuleren, is de nood aan weerbaarheid groot.

Allereerst een gewone weerbaarheid tegen invloeden van televisie, reclame, mode en de 'men zegt'-trends. Dat op zichzelf vraagt al heel wat moed om te durven ingaan tegen...om te durven toegeven dat we er anders over denken...


Het zijn alleen dode vissen die meedrijven met de stroom, en wie ophoudt te zwemmen, verdrinkt! Ik zeg altijd tegen jonge mensen: durf toch eens, in Gods naam, jezelf te zijn. Waarom altijd het masker opzetten van de 'meeloper', om toch maar in de groep aanvaard te zijn. Durf eens jezelf te zijn, te zeggen, wat je in je diepste denkt of voelt. We hebben - wil deze beschaving niet verdwijnen of degenereren - dringend nood aan persoonlijkheden: jonge mensen die weten wat ze willen, die weten wat belangrijk is of niet.

Maar wil nog een stap verder gaan. Er is een enorme nood aan weerbaarheid tegen allerhande vooroordelen, die diep onderhuids geworteld zitten, vaak zonder dat we er ons klaar van bewust zijn. Een nood aan weerbaarheid tegen alle vormen van stress. De farmaceutische bedrijven zijn rijk geworden op de rug van mensen die elke weerbaarheid misten. Psychiaters, opvangcentra, begeleidings- en praatgroepen zijn als paddestoelen uit de grond geschoten om mensen te helpen die alle weerbaarheid misten. Zijn we dan mensen geworden die van elk tegenwindje tegen de vlakte gaan? En als er thuis eens een verkeerd woord valt, is dat al een reden om weg te lopen? In deze eeuw van de communicatie zijn er veel communicatiestoornissen. Hoe komt het toch, in godsnaam, dat we de woorden niet meer vinden om een geschil bij te leggen, om eens een confrontatie aan te gaan IN NAAM VAN DE LIEFDE. Alles toedekken onder de mom van, onder de mantel van de liefde, is ook niet gezond. Een zekere weerbaarheid VANUIT DE LIEFDE zou ons niet misstaan!

Er is nog een derde stap. Aan het woordje WEERBAARHEID wil ik een ander woord koppelen: KWETSBAARHEID. Die twee dingen gaan samen als water voor poederdroge grond. Kunnen we ons nog een stukje laten kwetsen, laten raken of bouwen we alles systematisch toe als de Chinese of Berlijnse muur? Kunnen we nog de ZACHTE MOED opbrengen om te luisteren naar mensen die ons willen raken vanuit hun liefde voor ons? Of reageren we altijd keihard als iemand nog maar mijn schenen raakt, KWETSBAARHEID en WEERBAARHEID zijn twee fundamentele EVANGELISCHE WAARDEN!

(Etienne Vanherck, medestichter Happy People, pastor)


uit 'Steek jezelf voorbij' van Eigentijdse Jeugd.


i


ii


DBM allerheiligen





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina