Als ik de liefde niet heb



Dovnload 78.51 Kb.
Datum26.08.2016
Grootte78.51 Kb.

Leerproject Als ik de liefde NIET heb

Jaar/groep: 4e en 5e jaar

Geplande timing (wanneer en hoelang): 6 lestijden Gerealiseerde timing:





Knooppunten:

De meesten onder ons zijn groot geworden met een manier van denken die men zou kunnen noemen 'individueel denken'. Dat wil zeggen dat we geleerd hebben te denken in termen van ik of jij of hij, enzovoort.

Hoe kan men nu iemand die individueel denkt herkennen in een huwelijk?

Die kan men herkennen aan de vraag die hij stelt als er iets misloopt. De vraag die dan gesteld wordt is:

Wie? Wie is de schuld? Wie is begonnen? Wie was er eerst? Wie heeft het gedaan? Wie is hier ab­normaal? Wie is er hier ziek? Wie is er hier gezond? Wie is er hier gek? Wie is er hier dwaas? Wie is er hier verstandig?




Blikopener:

Ik geloof dat ik op moet staan, dat ik het wagen moet, vechten tegen de oppervlakkigheid, weerstand bieden aan wat op welke manier dan ook wil binnendringen via media, reclame of mode.

Optornen tegen de machten van ik-zucht, hebzucht en eerzucht, tegen de goden van commerciële liefde, ruzie, haat en jaloersheid.

Ik geloof daarom in een God die mensen vrij maakt. Ik geloof in Jezus die gekomen is om ons te bemoedigen, om ons te bevrijden van de machten. Ik geloof in Gods Geest die ons oproept naar mensen toe te gaan, die ons vraagt de gebroken mensen rechtop te helpen, die ons weerbaar maakt en bevrijdt van onverschilligheid.




Beginsituatie:

Ruzie is een relationeel fenomeen. Men moet met z'n tweeën zijn om dat te kunnen. Om dat spel te spelen moet men iemand vinden die wil meespelen. Alleen kan men geen ruzie maken. Een onderdeel van de ruzie bestaat er soms uit de ander zover te krijgen dat hij meedoet. Als men het alleen moet doen, is het niet spannend. Er is iemand nodig die reageert.

Men heeft de neiging de oorzaak te leggen bij de partner. Er zijn ook mensen die de omgekeerde neiging hebben en alles aan zichzelf wijten: "Ik ben slecht, ik ben verkeerd, ik ben schuldig, ik doe mijn best niet genoeg, enz. Maar in die twee gevallen draait het altijd om de vraag: Wie?

In dit lesproject wil ik met de leerlingen op zoek gaan naar de systemen die ontmoeten binnen een relatie bemoeilijken … vandaar : als we de liefde NIET hebben…






Terrein- en ontwikkelingsdoelen:

Als ik de liefde niet heb.



  • in verhalen van beminnen en bemind worden grondhoudingen voor een verrijkende relatie opsporen

  • verschillende fasen/stappen in de liefdesbeleving aangeven en bespreken

  • de kerkelijke huwelijksbelofte in zijn uitdaging bespreken

  • het eigene van een persoonlijk, burgerlijk, kerkelijk ja-woord opzoeken

  • wegen om moeilijkheden in relaties te overwinnen, bespreken




Waaraan wil ik werken? Wat wil ik bijbrengen?

Je gooit de deur dicht voor elkaar, waardoor stilaan de een voor de ander niet meer voor zijn gedacht durft uitkomen.

Je geeft jezelf aan elkaar, je liefde, alles is geven aan elkaar.

Vergeef ons onze schulden, vindt rust bij elkaar ook in alles wat vroeger is gebeurd.

Je leeft met elkaar als gelijken, even zwak, je leeft met een mens samen, niet met het beroep of het imago van de ander.

Niet luisteren heeft als gevolg dat je systemen gaat zoeken om de ander te doen luisteren…

Neem tijd om elkaar te leren kennen zoals je echt bent, en dat vraagt nu eenmaal tijd.


Ingrediënten. Hoe en waarmee wil ik het doen?

  1. Deur open

    1. Kom en wees deelgenoot van mijn leven (huwelijkszegen)

    2. Ik sta voor je open

  2. Eerst geven, dan nemen

    1. Huwelijksbelofte

    2. De twee ringen

    3. Indien ik je dragen kon …

  3. Schoon schip maken

  4. Ontwapenen

    1. Houd je vast aan de wortels van je liefde

  5. Je leert zeuren

  6. Een vaste relatie na 6 weken ?

    1. Voorbereidingstijd (elkaar leren kennen)

Deze pagina’s zijn te vinden op de website

http://users.telenet.be/deberoepsschool/502




Terugblik en brug naar een ander project:

Het project dat hierbij aansluit is ontmoeten maar dit komt pas over enkele maanden, dit moet eerst een beetje bezinken.



Terugblik op het lesgebeuren:


Terugblik op de ingrediënten:



Als ik de liefde niet heb…



Wie is de schuld? Wie is begonnen?


De meesten onder ons zijn groot geworden met een manier van denken die men zou kunnen noemen 'individueel denken'. Dat wil zeggen dat we geleerd hebben te denken in termen van ik of jij of hij, enzovoort.

Hoe kan men nu iemand die individueel denkt herkennen in een huwelijk?

Die kan men herkennen aan de vraag die hij stelt als er iets misloopt.

De vraag die dan gesteld wordt is:

Wie? Wie is de schuld? Wie is begonnen? Wie was er eerst? Wie heeft het gedaan? Wie is hier ab­normaal? Wie is er hier ziek? Wie is er hier gezond? Wie is er hier gek? Wie is er hier dwaas? Wie is er hier verstandig?

Dus de vraag: Wie?, bij huwelijksproblemen geeft aan dat men aanneemt dat de fout ligt bij één van de twee. dat noemen we individueel denken. Of ik ben het, of jij. Het is in elk geval één van ons twee. En het antwoord is meestal : jij. dan volgen uitspraken: 'Jij bent dwaas. Jij bent dom. Jij bent slecht. Jij bent schuldig. Jij bent begonnen...'

Men heeft de neiging de oorzaak te leggen bij de partner. Er zijn ook mensen die de omgekeerde neiging hebben en alles aan zichzelf wijten: "Ik ben slecht, ik ben verkeerd, ik ben schuldig, ik doe mijn best niet genoeg, enz. Maar in die twee gevallen draait het altijd om de vraag: Wie?

Wij denken niet zo over relaties. Onze manier van denken is heel anders. De vraag die wij stellen als we relationeel denken over het huwelijk is de vraag: 'Hoe?' Hoe gaan mensen met elkaar om? Dat is een groot verschil. Dat is leren kijken naar de relatie, naar de omgang, naar de wisselwerking, naar de interactie, naar de communicatie. Als men individueel denkt dan zou men zeggen deze mensen gaan zo met elkaar om omdat ze zo zijn. Hun karakter is er eerst en daaruit volgt hun omgang. Welnu, wij keren dat om. Wij zeggen: deze mensen zijn zo geworden, omdat ze zo met elkaar zijn omgegaan.

Neem nu het probleem waar twee mensen voortdurend ruzie maken. Allebei vinden ze dat ze dat eigenlijk niet willen doen. Allebei zeggen ze dat ze het niet willen. En toch doen ze het steeds opnieuw. Welnu, de grote vraag zou zijn: hoe gaan ze met elkaar om, zodat ze voortdurend ruzie maken? Dat is beter dan te stellen: 'Het gaat hier om een zeer agressieve man en een zeer agressieve vrouw (elk met een zeer agressief karakter) en die maken uiteraard ruzie'. Ruzie is een relationeel fenomeen. Men moet met z'n tweeën zijn om dat te kunnen. Om dat spel te spelen moet men iemand vinden die wil meespelen. Alleen kan men geen ruzie maken. Een onderdeel van de ruzie bestaat er soms uit de ander zover te krijgen dat hij meedoet. Als men het alleen moet doen, is het niet spannend. Er is iemand nodig die reageert.

Dus de omgang is belangrijk, niet de persoon, niet het karakter, niet wat in één persoon zit, maar wel wat gebeurt tussen twee personen. Daar speelt zich een relatie af. In de omgang tussen beiden. Het spreken met elkaar is daar bijvoorbeeld één onderdeel van. Maar er is nog veel meer dan dat.

Er zijn nogal wat mensen die de neiging hebben te zeggen 'jij bent de schuldige of ik.' En ze doen dit met als doel te bewijzen dat ze zelf gelijk hebben en dat de partner verkeerd is.

Relationeel denken verdeelt de partners niet in een goede of een slechte. Het gaat erom te leren denken in termen van hoe partners met elkaar omgaan.

Leren praten met elkaar, leren op een andere wijze met elkaar om te gaan. Mensen overdrijven in twee richtingen: sommigen overdrijven in de zin dat ze alle schuld bij de ander leggen, maar er zijn er ook die alle schuld bij zichzelf zoeken. dat is fout, want het ligt niet uitsluitend in de ander, of het ligt niet uitsluitend in jezelf, maar het ligt in de verhouding.

Paul, Anne en de zeilboot.

Paul en Anne hebben een kleine zeilboot en ze varen op een groot meer. Je weet dat het gebruikelijk is bij het zeilen om overboord te gaan hangen om zo tegenwicht te vormen. Welnu, om een of andere reden is er iets eigen­aardigs gebeurd. We zien aan de ene kant Paul helemaal overboord hangen en aan de ander kant hangt Anne ook overboord. Als je aan Paul zou vragen: 'Wat ben je aan het doen?' dan zou hij zeggen: 'Heb je Anne al zien hangen? Nog een geluk dat ik hier wat tegenwicht geef, anders was ons bootje al lang gekanteld.' Paul heeft gelijk. Vervolgens ga je naar Anne. Zij zegt: 'Heb je mijn man al gezien? Hij hangt helemaal overboord! Nog een geluk dat ik hier wat tegenwicht geef, anders was ons bootje al lang gekanteld!' Anne heeft ook gelijk. In zekere zin gaat het hier om een huwelijksbootje. Het feit dat ze allebei, hoe dan ook in die extreme positie geraakt zijn, maakt dat ze allebei praten over de ander. Als de ander zover niet zou hangen, dan zou men er wat aan kunnen doen. Het is onmiddellijk duidelijk. Het helpt niet als een van beiden overeind komt. In onze hypothese is het zo dat als een van de twee rechtop zou gaan staan, de boot onmiddellijk over zou hellen en kantelen. Een huwelijksboot varende houden is niet zo eenvoudig. Beide partners moeten allebei tegelijk iets doen. Ze zouden bijvoorbeeld allebei tegelijk kunnen zeggen: laten we het touw stukje bij beetje inkorten en zo geleidelijk aan de problemen oplossen. Maar daar zijn twee dingen voor nodig die in een huwelijk zeer belangrijk zijn. Het eerste is: VERTROUWEN. Als ik het doe, dan moet ik zeker weten dat hij het ook zal doen, want als hij blijft hangen, kantelen we. Ten tweede is daar voor nodig: COMMUNICATIE. We moeten een teken geven, we moeten afspraken maken. Als ik ineens twee meter overeind kom en jij maar enkele centimeters, dan zullen we ook kantelen.

  1. Deur dicht


De man sloft de pastorie binnen met zijn handen in zijn zakken. Op een paar meter afstand volgt zijn bruid. Als de man gaat zitten, zakt hij onderuit in zijn stoel. Hij straalt overduidelijk uit dat hij hier eigenlijk niets te zoeken heeft.

Het gesprek komt dan ook moeizaam op gang; de man stelt zich stug op en zijn bruid krijgt daardoor ook niet de ruimte om vrijuit te praten.

We belanden bij de vraag: “Geloof je iets en zo ja, wat dan?” En daaruit voortvloeiend: “Wat brengt jullie ertoe om in de kerk te trouwen?”

De bruidegom bromt: “Zij wil dat. Voor mij hoeft het niet zo nodig. En als zij naar Maria wil, dan gaat ze maar: Mij niet gezien.”

Ik moest even tot tien tellen voordat ik hierop inga. “Ik heb moeite met wat je zegt. Stel nu eens dat jullie straks kinderen hebben. Als je ’s avonds thuis komt, wil je vrouw een verhaal over hen kwijt. Jij zegt: “Hoor eens, dat is jouw pakkie-an. Ik heb vandaag al genoeg problemen aan mijn hoofd gehad.”

Ik heb het gevoel dat je dan de deur voor haar dicht gooit.

Een week later zijn ze weer op de pastorie om de viering te bespreken. Het valt op, dat hij totaal anders binnenkomt dan de eerste keer. Hij laat zijn vrouw voorgaan, pakt haar jas aan en hangt die aan de kapstok.

Wanneer we bij het “Onze Vader” zijn aangekomen, zegt de man plotseling: “ik moet u nog iets vertellen. Ik heb mij de vorige keer rot gedragen.”

Ik zeg: “dat vond ik nu direct niet, wel vond ik dat het gesprek moeizaam verliep.”

Het uitwerken van de viering laten we maar even liggen. Tenslotte is het gesprek belangrijker dan de dienst.

De man praat verder. “Toen we thuiskwamen, zijn we aan de praat geraakt, tot wel twee uur ’s nachts. Uw opmerking: “Je gooit de deur voor je vrouw dicht” liet mij niet meer los. U moet weten dat mijn moeder er alles aan gedaan heeft om ons gelovig op te voeden. Maar mijn vader was anti-geloof. Zijn houding heeft mij niet bepaald gestimuleerd om me katholiek te voelen. Dat we hier toch terecht gekomen zijn, komt door haar.”

Door deze biecht verandert de sfeer compleet. Ook de bruid komt los. Over het verdere verloop van de viering bereiken we snel eenstemmigheid. De bruidegom gaat wel mee naar Maria, maar blijft naast de bruid staan als zij knielt. Toch zullen ze er samen zijn.

Het is laat geworden. Wanneer de man beneden zijn jas aantrekt, draait hij zich naar mij om, geeft me een stevige hand en zegt: “ik zal graag in de kerk trouwen!”

Zijn spontaniteit raakt me.


Kom en wees deelgenoot van mijn leven,


Kom en wees deelgenoot van mijn leven,
want jij hebt mij ontmoet en bemind in allen en alles.

Ik was in nood en jij had tijd om mij te ontvangen in de drukte van je werk.

Ik benadeelde je en je vergaf me en hield geen wrok in je hart.

Ik was ziek en jij luisterde naar mij met je bloemen en je warme lach.

Ik stond alleen, maar jij stond op en kwam naar mij als een echte vriend.

Ik werd geminacht en jij bleef me liefhebben, in heel mijn persoon zoals ik was.

Toen dwaalde ik af en jij kwam me vinden met je schone liefde iedere dag.

Kom en wees deelgenoot van mijn leven,

want jij hebt mij ontmoet en bemind in allen en alles.

Huwelijkszegen:


Heer God, zegen deze twee jonge mensen,

Zegen hun handen, dat zij al de rozen van het leven plukken en aan elkaar geven.

Zegen hun ogen, dat zij stilzwijgend elkaars gaven zien.

Zegen hun mond, dat zij liefdevolle woorden spreken en elkaar bevestigen in waarheid.

Zegen hun oren, dat zij de onuitgesproken vragen verstaan.

Zegen hun komen en gaan, het ritme van hun dagen, dat zij tijd vinden voor elkaar.

Maak van hun huis een paradijs van vrede en geborgenheid.

Waak over hun leven, maak hun liefde trouw, schenk hen vreugde en geluk, elke dag in Uw nabijheid.


Ik sta voor je open


naam jongen,

ik sta voor je open,

omdat ik altijd bij je terecht kan,

omdat je mij in je armen draagt en

je me kan opheffen uit mijn verdriet.

naam meisje,

ik sta voor je open,

omdat je me kan meesleuren in je dromen,

die je diepste zijn ontsluieren,

omdat jouw ogen me volgen en liefkozen,

omdat je me woordeloos verstaat.

naam jongen,

ik sta voor je open,

omdat je me stimuleert in datgene wat ik wil bereiken,

omdat je het me gunt mezelf te zijn in grote en kleine dingen.

naam meisje,

ik sta voor je open

om je groot zijn door klein te durven zijn,

om je liefdevolle manier waarop jij naar het leven kijkt,

omdat je kan verdragen dat ik soms anders denk en voel,

en je mijn anders-zijn als een verrijking in je leven aanvaardt.

naam jongen,

ik sta voor je open,

om de manier waarop je van me houdt,

om de bewuste keuze die je elke dag opnieuw wil maken.

ik sta voor je open, gewoon, omdat jij er bent.

naam meisje,

ik sta voor je open,

omdat we er voor elkaar mogen zijn,

omdat we elkaar niet mogen missen,

omdat je van mij wil houden.

Ik sta voor je open, gewoon, omdat jij er bent.




  1. Eerst geven, dan nemen.


Met een bruidspaar stel ik de teksten samen voor de huwelijksviering. De man en de vrouw hebben een tafelgebed uitgezocht, want ze willen te communie; ik stel voor om het gebed wat nader te bekijken. We lezen de instellingswoorden van de consecratie, van de heiliging, van het heel maken: “in de nacht dat Hij zich overgaf…”

Daar weet het bruidspaar alles van. Je geeft je aan elkaar over met ziel en lichaam. Je geeft je bloot. “In de nacht”, in de tijd van stilte en rust, communiceer je met heel je wezen je liefde voor elkaar.

“Hij nam het brood… en zei: dit is mijn lichaam.” En daarna de wijn met de woorden : “Dit is mijn bloed.” Dit zijn woorden die stammen uit de joodse cultuur, waar niet in algemene termen wordt gesproken, maar veel beeldtaal wordt gebruikt. Er wordt niet gezegd: ik geef je mijn leven, maar er wordt gesproken van brood, dat het leven verbeeldt, en bloed dat de liefde verbeeldt. Samen vormen ze het liefdesleven.

Ik vertel het bruidspaar dat de Heer zegt: “Brood voor jullie gegeven, bloed voor jullie vergoten”. Dat “voor jullie” hoort er werkelijk bij. “Hij geeft zichzelf met heel zijn wezen zoals jullie je aan elkaar geven in volledige wederkerigheid. Het is liefdestaal… jullie eigen taal. De bruidegom zegt: “ik geef je mijn lichaam, mijn leven.” De bruid antwoordt: “ik geef je mijn bloed, mijn liefde.” Jullie geven elkaar je leven. Daarom communiceren we met Hem en Hij met ons. Hij doet ons delen in zijn leven, opdat we (zullen) kunnen doen, wat hij heeft voorgedaan.

De bruidegom – een man van gewicht! – reageert met: “zo heb ik het nog nooit bekeken.” En zij voegt eraan toe: “ik had al zo’n gevoel dat ik persé te communie wilde gaan tijdens mijn huwelijksmis.”

Op de dag van de bruiloft breekt de bruid het gezegende brood en deelt het met haar man. Die ontvangt daarna van de pastor de kelk. Hij geeft hem eerst aan zijn bruid. Zij drinkt uit de kelk en geeft hem terug aan haar man. De pastor ontvangt en drinkt als laatste. “eerst geven, dan nemen”, leerden mijn ouders mij al. Gevend en ontvangend kijken bruid en bruidegom elkaar aan.

De mensen in de kerk waren stil geweest bij het ja-woord en de consecratie, nu zijn ze een derde keer stil, want dit is het hoogtepunt : het verbond van God met de mensen wordt gevierd in de communie.

Droom en werkelijkheid


Het moderne huwelijk, het vriendschapshuwelijk, is eigenlijk een huwelijk waarin de intimiteit veel belangrijker is geworden dan het vroeger het geval was.

Wat is intimiteit? Wat is een intieme relatie?

Ten eerste is het een relatie waarin iemand zich kan permitteren zichzelf te zijn. Misschien denkt u: Wat een onzin, ik ben mezelf of ik ben het niet. Dat is niet waar. De meesten onder ons hebben heel wat omstan­digheden waarin we een bepaalde rol moeten spelen. Waarin we niet kunnen zijn wie we echt zijn. In een intieme relatie mag ik zijn wie ik ben. Ik mag ontmoedigd zijn, ik mag gebreken hebben. Ik mag ongelukkig zijn, ik mag ontevreden zijn. Ik mag verdrietig zijn, ik mag me gek gedragen, enzovoort. In die zin is een intieme relatie een relatie waarin ik mezelf mag zijn. Dat is een luxe. Ik hoef me niet beter voor te doen dan ik in werkelijkheid ben. Het is een relatie waarin men geen masker hoeft te dragen. Het is een relatie waarin men niet steeds op zijn tenen hoeft te lopen om aan de verwachtingen van de anderen te beantwoorden. In een intieme relatie hoeft men zich niet altijd te forceren om beter te zijn of anders te zijn dan men eigenlijk is.

Tweede punt: een intieme relatie is ook een relatie waarin mensen de eigen gevoelens mogen uiten. Het is een relatie waarin men zijn eigen gevoelens kan laten zien. Als ik verdrietig ben, dan mag ik zo zijn. Het accent ligt nu op de gevoelens. Er bestaat geen intieme relatie zonder gevoelen­s-uitwisseling. "Ik ben ongelukkig en ik mág ongelukkig zijn. Ik mag zo nu en dan uitbundig zijn. Ik mag gek doen als ik mij zo voel".

Ten derde: Het is een relatie waarin mensen elkaar aanvoelen, meevoelen en meeleven met elkaar. Het is een relatie waarin als de éne verdrietig is, de andere kan meeleven. Als de één opgewekt is, de ander ook kan meeleven. Meeleven is niet: "Ik heb hetzelfde gevoel als jij". Meeleven wil zeggen: "Ik kan dat begrijpen. Ik snap dat je je zo voelt. Ik kan begrijpen dat je verdrietig bent. Ik kan begrijpen dat je je alleen voelt." Het gaat dus om echt begrip. Niet zozeer het begrip met het verstand, maar het begrip met het hart: "Ik leef met je mee". Er bestaan allerlei woorden voor: zich inleven, empathie, medeleven, met iemand verdriet en vreugde delen.

Ten vierde: Intimiteit betekent ook een goede lichamelijke oman. Dus lichamelijk dicht bij elkaar zijn, seksualiteit in heel brede zin. Seksueel in de zin van aanraking, bij elkaar zitten, elkaars hand vas­thouden, een arm geven, arm in arm ergens gaan wandelen, tegen mekaar aanzitten in een stoel, op elkaars schoot zitten, een keer half in slaap kunnen vallen tegen elkaar aan, seksuele omgang, strelen, enzovoort.



  • jezelf zijn

  • gevoel

  • begrip

  • lichamelijk dicht bij elkaar.

Gedurende de voorbije tijd hebben een jongen en een meisje de taal van de liefde leren verstaan. En op de dag van hun huwelijk beloven ze plechtig aan elkaar deze liefde zichtbaar, tastbaar en voelbaar gestalte te geven in duizend kleine dingen van elke dag:

in een glimlach, in een goed woord, in een compli­ment, in een verrassing aan tafel, in een dankbare zoen, in een spontane omhelzing.


huwelijksbelofte :

naam meisje,

Ik hou woordeloos veel van jou, en daarom wil ik je man zijn.

Ik beloof er alle dagen, in grote en kleine dingen te zijn voor jou.

Ik wil je doorleefd vertellen wat er in me omgaat en jouw vragen eerlijk beantwoorden.

Ik beloof je jou te aanvaarden zoals je bent, ook als dit soms wat meer moeite kost.

Ik wil er zijn voor jou, achter je staan, als het goed gaat, als het tegenzit.

Ik beloof je een lieve papa te zijn voor de kinderen die ons gegeven worden, en hen te begeleiden op hun levenspad.

Maar voor alles wil ik elke dag van ons leven, de droom van ons huwelijk, die nu heel sterk in ons leeft, waarmaken.

naam jongen,

Omdat ik je graag zie, wil ik je vrouw zijn,

ik wil elke dag opnieuw bewust voor je kiezen, elke dag weer "ja" zeggen tegen jou.

Ik beloof je lief te hebben en je te waarderen, ook als je anders-zijn soms moeilijk voor me is.

Ik wil openstaan voor jou, naar je luisteren en je steunen.

Ik wil er echt voor je zijn, ook als het ons eens wat minder goed gaat.

Ik beloof een lieve mama te zijn voor onze kinderen en hen op te nemen in onze liefde.

Maar voor alles wil ik de droom van ons huwelijk levend houden,

door onze liefde nooit als vanzelfsprekend te beschouwen.

Wijding van de ringen.

De liefde die nooit vergaat kent een prachtig symbool:

een ring, zonder einde of begin, altijd rond, steeds verder, ook over de dood heen, zo'n symbool willen gehuwden aan elkaar schenken, als uitnodiging tot blijvende trouw, een teken dat zij in Gods naam verbonden zijn.

naam meisje,

omdat ik al mijn geloof en vertrouwen in jou stel, geef ik je deze ring,

dit symbool rond jouw en mijn leven.

Ik wil hem nooit verbreken.

naam jongen,

omdat ik al mijn geloof en vertrouwen in jou stel, geef ik je deze ring.

Dit symbool rond jouw en mijn leven.

Ik wil hem nooit verbreken.


Ontsteken van de huwelijkskaars.

Mijn vlammetje wil bij jullie huwelijk zijn.

Ik ben een stille getuige in het huis van je liefde.

Als de zon schijnt in je leven, dan hoef ik niet te branden.

Maar als het donker wordt en als er storm komt in huis, steek me dan aan.

Als de eerste ruzie komt, als je in stilte onder iets lijdt, steek me dan aan.

Als je de eerste stap wil zetten, en je weet niet goed hoe, als je tot een gesprek wil komen, maar geen woorden vindt, steek me dan aan.

Ik ben jullie huwelijkskaars, een stille getuige, in het huis van jullie liefde...

De twee ringen


Ze gingen elk op weg

de een wat eerder de ander wat later

en ze wisten het niet van elkaar

maar beide waren ze onderweg

en ze maakten ook ongeveer hetzelfde mee

zover liep dat niet uiteen.

Ze rolden tegen stenen op en vielen om

werden weer overeind geholpen,

ze klommen tegen bergen omhoog

langs ravijnen door de sneeuw

en kwamen te snel naar beneden,

ze rolden elkaar voorbij, rolden terug

verdwaalden zogenaamd, toevallig in elkanders buurt,

zaten elkaar in de wielen, vloekten

wilden ieder een kant op

hij over de kronkelige dijk, zij langs de kaarsrech­te polderweg.

Het wegennet is zo nauw dat hun wegen elkaar spoedig weer kruisten,

dat had je kunnen zien aankomen.

Ze stapten af en lagen voor het eerst

naast elkaar in het gras van de berm.

Ze verborgen zich op zolder

in het donker

rolden het bed in

moe en gelukkig

van rond zijn en van zuiver goud

Probeerden de volgende dag, of ze

toch altijd rond en gesloten

en niet te versmelten

- dat zouden ze nooit toestaan -

misschien wel samen verder konden

ongeveer even snel en dezelfde kant op

de twee ringen.


Indien...


Indien ik je dragen kon over de diepe grachten

van je gesukkel en je angsten heen,

dan droeg ik je, uren en dagen lang.

Indien ik de woorden kende, om antwoord te geven, op je duizend vragen,

over leven, over jezelf, over liefhebben en gelukkig worden, dan praatte ik met je, uren en dagen lang.

Indien ik genezen kon wat omgaat in je hart, aan onmacht, ontevredenheid, en onverwerkt verdriet, dan bleef ik naast je staan, uren en dagen lang.

Maar ik ben niet groter, niet sterker dan jij, en ik weet niet alles, kan niet zoveel. Ik ben maar een vriend op je weg, al uren en dagen lang.

En ik kan alleen maar hopen dat je dit weet:

je hoeft nooit alleen te vechten of te huilen, als je man en vrouw bent, voor uren en dagen lang...

  1. Schoon schip maken


De man en de vrouw trekken al jaren met elkaar op. Ze zijn allebei eerder gehuwd geweest. Nu genieten ze van elkaar, want ze zijn “in retraite”, zoals de Fransen dat zo mooi zeggen wanneer zij over de ouderdom spreken.

De man en de vrouw kijken terug op hun leven. Wat is er geworden van hun kinderen van beide kanten? Ook de beschadigingen die de kinderen hebben opgelopen zien ze onder ogen. Nu willen ze schoon schip maken en als het kan hun verbintenis ook kerkelijk laten inzegenen. Ooit zijn de man en de vrouw getrouwd ten overstaan van de kerkgemeenschap, een pastoor en twee getuigen. Nu wordt van hen gevraagd ook het verhaal van het mislukken van die huwelijken te delen met de kerkgemeenschap.

De man vertelt zijn levensverhaal van slagen en falen, van geluk en verdriet. Als er vele uren verstreken zijn en zijn relaas ten einde is, verzucht hij: “Nu heb ik eindelijk gebiecht.” Het is een levensbiecht. Ik vraag hem in de taal van zijn godsdienstige opvoeding of hij dan ook de absolutie wil, dat gebed en gebaar van bevestiging en vergeving. Ja, dat wil hij. We bidden gezamenlijk een “Onze Vader … vergeef ons onze schulden”. De man en de vrouw zijn ontroerd. Zij ervaren de kerk in haar herderschap. Ze zijn vanaf dit moment verzoend met God en met de mensen. Ze horen er weer helemaal bij. Als pastor ben ik hierdoor niet minder geroerd.

Hun (op)biechten was allerminst een plichtpleging. Het was hun eigen initiatief om de “zolder” van hun geweten op te ruimen. Ze waren er zelf aan toe en na de tranen waren ze er zeer gelukkig mee. Ze voelden zich na deze levensechte biecht daadwerkelijk bevrijd.


Met spanningen en ruzie leren omgaan


Moeilijkheden tussen partners wijzen niet op een slechte relatie of op een tekort aan liefde. Het zijn de verschillen tussen partners die ervoor zorgen dat voortdurend moeilijk­heden ontstaan, waarvoor steeds weer oplossingen moeten worden bedacht. (wie hieraan tracht te ontkomen door een partner te kiezen die hetzelfde denkt en voelt, moet niet verbaasd zijn wanneer in deze relatie reeds na korte tijd verveling en slaperigheid optreden.)

Geslaagde oplossingen leiden tot saamhorigheid, bij almaar falende oplos­singen kan de relatie met de geliefde tot een kwelling worden. Het zijn niet de problemen die partners ongelukkig maken, maar de oplossingen die ze kiezen om deze problemen te overwinnen.

Problemen zijn inherent aan een huwelijk. Problemen zijn een deel van het huwelijk, dat is normaal.

Er is geen enkele gezonde relatiegroei mogelijk zonder spanningen en conflicten. Na verloop van tijd worden agressieve gevoelens in ons wakker, zowel tegenover onszelf als tegenover de partner. Soms zijn we ook kwaad op onszelf, maar wentelen wij deze boosheid af op de ander, waardoor we hem of haar tot onze zondebok maken. Er zijn zaken in het karakter en de handelwijze van de andere die op den duur onze wrevel opwekken. Daar we geleerd hebben onze negatieve gevoelens te beschouwen als een gebrek aan liefde, worden ze taboe en duwen we ze weg. Maar ze blijven onderhuids werken en zich opstapelen, tot het plots tot uitbarstingen komt die in volledige wanverhouding staan tot de aanleiding.

Daarom is het belangrijk met spanningen en conflicten te leren omgaan. Opbouwende ruzies, waarin de partners hun eigen standpunt durven verdedi­gen, zijn helemaal niet in tegenspraak met de groei en de uitdieping van je relatie. Ze zijn voor de uitdieping van de liefde niet alleen aanvaard­baar, maar ook wenselijk.

Dat is gezond, zou men kunnen zeggen. Het kan niet anders, of een huwelijk moet af en toe aanleiding geven tot problemen. Maar zoals men in een vriendengroep of in een team of een vereniging bepaalde problemen kan oplossen en er daarna een kans bestaat op hechtere vriendschap, een betere relatie, een betere club, enzovoort, zo is het ook met het huwelijk. Dat neemt niet weg dat er toch telkens opnieuw problemen zullen opduiken. Nu gebeurt er met problemen in een huwelijk iets heel merkwaardigs. Er zijn verschillende dingen die maken dat wanneer een huwelijksprobleem wordt opgemerkt, het in eerste instantie eerder erger zal worden dan verbeteren.

Waarom? Daar zijn vier redenen voor.

Ten eerste: meestal is het zo dat één van de twee het eerst aan de noodrem trekt, het eerst hulp gaat zoeken. Dat één van de twee de ander plotseling vertelt: "het gaat niet meer", dat betekent meestal voor de andere een zware schok. (Ik wist niet dat het zo erg was! Ik dacht dat het wel vanzelf over zou gaan.) U ziet: het probleem wordt erger omdat één van de twee aan de noodrem trekt. Voor de ander is dat een schok.

Ten tweede: Huwelijksproblemen verergeren ook wanneer men er wat aan wil gaan doen, omdat men geen inzicht heeft in wat er mis is. Hoe komt het dan we allebei dingen doen die we niet willen? Mensen zeggen dan achteraf vaak: "Hoe is het mogelijk dat we ons zo kinderachtig gedragen? Ik wil geen ruzie maken, jij wil geen ruzie maken en toch maken we af en toe ruzie. Waarom doen we dat toch?" Men doet dingen die men niet wil doen. Maar men heeft geen zicht op hoe die patronen ontstaan. Weinigen hebben iets geleerd over hoe het komt dat mensen dingen in gang zetten die ze niet willen. Het wordt dus erger omdat het inzicht ontbreekt.

Ten derde: het wordt nog erger omdat men geen gemeenschap­pelijk inzicht heeft. Wat maakt het probleem hier erger? Men zou het probleem kunnen omschrijven als "de zwijgzame Jan". Maar men zou hetzelfde probleem ook kunnen weergeven als "Trees die zich eenzaam voelt". Het gaat om hetzelfde pro­bleem, maar het wordt op twee verschillende manieren bekeken. Wils­kracht of spontaneïteit? De derde reden waarom huwelijks­problemen ver­ergeren wanneer men er naar kijkt en er iets aan wil doen, is dat men elk een andere kijk heeft op de zaak.

Dan is er nog een vierde reden en deze hangt samen met de derde. Men mist dikwijls een gemeenschappelijke methode om er wat aan te doen. Men is het oneens over de methode die men eventueel wil aanwenden.

Dit zijn vier redenen waarom gewone huwelijksproblemen - iedereen heeft ze - erger dreigen te worden als men erop in gaat. Men noemt dat dan een probleemsituatie. Dat wil zeggen het probleem blijft voortduren, en het wordt erger. Het wordt erger omdat men geen inzicht heeft in de zaak, omdat één van de twee het probleem het eerst signaleert en omdat men geen methodes heeft om er wat aan te doen.

Nu is er nog een totaal andere reden waarom problemen inherent zijn aan het huwelijk en erger dreigen te worden.

Een huwelijk is niet iets wat voor eens en voor altijd af is. Een huwelijk verandert voortdurend. Een huwelijk van twee mensen die pas getrouwd zijn, die nog geen kinderen hebben is een heel ander soort huwelijk dan dat van mensen die bijna volwassen kinderen hebben die het gezin beginnen te verlaten.


Je kwaad maken is een kunst


Doe nooit alsof een conflict niet bestaat, maar pak het met open vizier aan. Je kwaad maken is een kunst, namelijk je gevoelens van agressiviteit tonen zonder je partner ermee plat te walsen. Belangrijk is ook je niet in een conflict te verschansen of koppig vast te bijten. Je moet een conflict willen aanpakken en oplossen. Deze oplossing bestaat er echter evenmin in zomaar vlug toe te geven of je naar de ander te schikken. Daarom kan een openhartige discussie, waarin je de ander vertelt 'wat je op je lever hebt', voor je relatie van levensbelang zijn.

Door in te haken op de klachten, de droevige blikken of het stilzwijgen van je partner, kan je ontdekken 'waar je beiden aan toe bent'. Ga na wat zowel jij als je partner wil. Zo krijg je zicht op de tegenstelling of het probleem waarover het gaat. Dan kun je met elkaar tot een soort 'overeen­komst' komen, waarin elk zijn inbreng en verdienste heeft.

Geen atoombommen voor schermutselingen (vulkaanuitbarstingen)

  1. Ontwapenen


Tijdens de voorbereiding van een dubbele bruiloft in het woonwagenkamp ga ik op bezoek bij de accordeonist om te vragen of hij tijdens de viering iets wil spelen. Een huwelijk zonder muziek is immers wel erg saai. De accordeonist moet me teleurstellen, want het kerkje, een omgebouwde spoorwagon is te klein voor een accordeon.

We zijn nog aan de praat als plotseling de vader van één van de toekomstige echtelieden binnenkomt. Hij heeft een zilverkleurig kinderpistooltje in zijn hand en roept: “Je geld of je leven.”

Zelf schrikt hij nog het meest van zijn dreigement: “Pater, ik wist niet dat u er was.”

“Het is maar goed dat ik er wel ben, anders had je misschien nog geschoten ook,” plaag ik hem.

Een week later is het feest. De twee bruidsparen zitten voorin de kerkwagen. Ik spreek hen persoonlijk toe.

Het is mooi om elkaar trouw te beloven, maar het is best moeilijk om dat vol te houden. Ieder huwelijk kent zijn bergen en zijn dalen. Je kunt het soms flink oneens zijn met elkaar. Doorgaans laten jullie elkaar dat duidelijk weten, en dat is prima. Maar één ding wil ik toch wel even zeggen: grijp in zo’n situatie nooit naar de wapens, gebruik tegenover elkaar nooit geweld…

Ik laat even een stilte vallen en vervolg dan: “Ja, dat gebeurt weleens. Sterker nog: het is mij vorige week hier nog overkomen dat ik met een wapen bedreigd werd.”

De bewuste vader springt op en roept trots:” ja, dat was ik!” Grapje! Ze hebben allemaal het grootste plezier. Als ze uitgelachen zijn, ga ik verder met mijn verhaal: “niemand heeft meer liefde dan hij die zijn leven geeft voor zijn vrienden.”

Ooit zegende ik het huwelijk in van een man die officier in het leger was. Hij kwam in gala-uniform, compleet met kolbak op en met een sabel aan zijn zijde. Maar bij de altaartrappen aangekomen, legde hij de kolbak en het zwaard neer. De officier trouwde ontwapend met zijn vrouw. Tevoren had hij tegen mij gezegd dat zijn vrouw niet met een officier, maar met een man ging trouwen.

Wie (zijn geld en) zijn leven niet opeist maar geeft, die brengt leven voort, vaak tot in de tastbaarheid van kinderen toe. Dat onbetaalbare levensgeluk wens ik jullie van harte toe tot in lengte van jaren!”

Uit : “Hij kan me nog meer vertellen…!” de blijde boodschap vertaald in pastorale verhalen, door Jan Velthuyse. Een uitgave van Abdij van Berne, Heeswijk 1998.

Op p 46 staan nog enkele symbolen

Op p 15 achtergrond

De symbolen in dit project : sabel, trouwring (één), deur, kelk of wijnglas, kus, anker en veilige haven, schoon schip

Mogelijkheden : als twee ringen (Geert en Sybille) evt te herfilmen op school en de powerpoint presentatie die Tamara ooit maakte. Gene Kelly

Houd je vast aan de wortels van je liefde


De weg van de liefde is lang.
Niet elke dag luiden de feestklokken.
Het eerste enthousiasme gaat voorbij en er komen vele eentonige dagen.

Men begint te merken, dat de ander niet alleen goede kanten heeft.


Je ergert je soms en dan denk je: 'Ik heb me vergist.'

Maar je hebt je niet vergist.


Ieder mens is maar een mens gelijk alle andere mensen.
Alle leven heeft een ritme van dag en nacht,
hoog en laag, ebbe en vloed.

Heb geduld, veel geduld met jezelf en nog meer met de ander


en verlaat nooit het huis van je liefde en trouw.

Als de storm opsteekt, geraak dan niet in paniek en laat niet alles los.


Houd je vast aan de wortels van je liefde en wacht.
De storm gaat voorbij.
Echte liefde moet blijven.


(Phil Bosmans, Zonnestralen van liefde, Tielt, Lannoo, 1998)




  1. Peter leerde Annemie zeuren


"Mensen leren zwijgen. Mensen leren spreken. Mensen leren hun gevoelens uiten. Mensen leren hun gevoelens ver­zwijgen, enzovoort. In dat opzicht is veel gedrag aangeleerd. Niet alles, maar veel. Er zijn eigenschappen die men heel vroeg leert, maar er zijn ook een aantal dingen die men leert in het huwelijk. Dat is heel merkwaardig. De mensen leren elkaar soms dingen aan in de loop van het huwelijk, hoewel ze dat niet willen.

Peter leerde Annemie zeuren. Peter kon er zelf over klagen dat zijn vrouw zo zeurde. Hoe was het zover gekomen? Als hij klaar was met werken en hij moest naar huis, dacht hij: 'Ver­dorie, nu moet ik weer naar die zeur­kous'. De laatste tijd wanneer Peter thuis kwam, zeurde Annemie inder­daad. Hij vond zelfs dat ze een zeurde­rig karakter had. Maar toen we daarop ingingen bleek dat Annemie voor haar huwelijk niet zeurde. De eerste vijf jaar van het huwelijk ook niet. Hoe kon iemand nu leren zeuren? Wij gingen kijken wat er gebeurd was. Het was een huwelijk met een klassieke rolver­deling. Peter ging uitwerken, Annemie was thuis met de kinderen. De eerste jaren vertelde Annemie als Peter 's avonds thuiskwam - ze had hem dan een hele dag niet gezien - hem een beetje over haar dag. De kinderen dit en dat, en 1k heb dat gedaan ... Hij zei wat hij uitgevoerd had en hij luisterde naar haar. Heel belangrijk: hij luisterde naar haar. Maar geleidelijk aan, na zo'n vijf jaar huwelijk, was het voor hem steeds weer hetzelfde wanneer hij thuiskwam. Hij begon steeds minder te luisteren. Hij ging zitten en pakte zijn krant. Hij luisterde niet. Voor haar was dat heel vervelend. Er was echter één soort situatie waarin hij wel luisterde. Dat waren de situaties waarin er een drama gebeurd was. De hele week lang luisterde hij niet, maar als een klein drama had plaatsgevonden, luis­terde hij wel. Annemie zei: 'De kleine is van de trap gevallen en heeft een buil opgelopen' Peter reageerde onmid­dellijk: 'En wat heb je toen gedaan? Is de dokter geweest?' Dit patroon her­haalde zich steeds opnieuw. Er gingen enkele jaren overheen. En wat gebeurde er?

Annemie leerde langzamerhand alles wat er tijdens de dag gebeurd was, te vertellen alsof het een groot drama was, omdat ze op die manier aandacht kreeg. Met als gevolg dat Peter weer geleidelijk aan leerde er niet meer naar te luisteren. Waardoor ze nog har­der ging zeuren. Er ontstond een heel merkwaardige wisselwerking: Doordat zij meer decibels produceerde, begon hij hoe langer hoe meer zijn oren dicht te houden. Hij werd steeds maar dover. Dat was precies háár klacht.

Als we de zaak goed bekijken, zien we dat Peter Annemie heeft leren zeuren. Hoe heeft hij dat gedaan? Door alleen maar te luisteren als er drama's plaats­vonden. Dat is een vorm van belonen. Een gedrag dat beloond wordt, wordt versterkt."

Uit 'Liefde is een werkwoord'

Aanpassen of veranderen?


Men kan in een huwelijk aan de partner verandering vragen. Dat lijkt mij heel belangrijk. Als het gaat om aangeleerd gedrag, dan is verandering mogelijk. Als het om aangeboren gedrag zou gaan, dan zou men zich alleen maar kunnen aanpassen. In een goed huwelijk moeten mensen de middenweg vinden tussen zich aanpassen en verandering vragen. Men moet niet alles verdragen. Men moet ook niet alles willen veranderen. Het is niet zo dat mensen die samenleven in de huidige vorm van het huwelijk alles ten koste van wat dan ook willen veranderen. Niet tot elke prijs, maar wel in zekere mate. Dat is heel belangrijk. Maar nu kan het gebeuren dat de ene partner aan de andere vraagt om te veranderen en dat die andere daarop zegt: 'ik kan het je niet geven, dat kost mij te veel. Als ik dat ook nog moet veranderen, dan kost mij dat te veel. Dan ben ik mezelf niet meer.'

De regel is: als de kosten te hoog worden, dan betekent dat het einde van het huwelijk. Het huwelijk dreigt stil te vallen op het ogenblik dat mensen dingen van elkaar verlangen die ze niet kunnen geven of slechts kunnen geven met zeer grote inspanning.

Er zijn twee belangrijke aspecten.

Enerzijds kost verandering inspanning. Verandering in een huwelijk is net zoals alle verandering in een menselijk leven altijd een moeizaam proces. Men verandert niet vanzelf.

Ten tweede, mensen hoeven niet ten koste van alles te ver­anderen. Dat moet elk voor zichzelf uitmaken. Als de één wil dat de ander persé zo en zo wordt, dan moet die andere daar­over nadenken en komt hij tot de vaststelling dat hij een deel van die dingen toch nooit zou kunnen of dat hij zich anders zo moet forceren dat hij ongelukkig zal zijn, dan kan hij beter meteen zeggen: 'Het gaat niet meer. Ik kan niet met je leven. Het spijt me'.

  1. Een vaste relatie na 6 weken!


"Ik heb een vakantiejob in een restaurant in Blankenber­ge. In hetzelfde restaurant werkt een dienster, waar ik door het werk veel contact mee heb. Wij voelen iets voor elkaar. Het groot verlof is al een groot stuk gevorderd en wij hebben een vaste relatie. Daar wij in hetzelfde restaurant logeren is het voor ons geen probleem om elkaar op de kamer te vinden. Zij wil echter geen intie­me relatie hebben. En ik begrijp niet waarom... Na zes weken heb je toch een vaste relatie!" (H.J., 19j.)
parallel trekken met een raket

Vooraleer een raket gelanceerd wordt en met een duize­lingwekkende snelheid naar haar doel wordt gemanoeuvreerd, gaan er jaren intens zoekwerk aan vooraf. Elk onderdeeltje wordt met wetenschappe­lijke liefde georkestreerd in het geheel. Elk deeltje heeft zijn functie in het welslagen van het project.

Laten we deze vergelijking wat breder opzetten. De raket is onze liefde, het tedere samengaan van twee mensen. Hun doel is deze liefde tastbaar te maken in 'goede en slechte dagen', gericht naar één toe­komst: een leven lang gelukkig zijn.

Wanneer twee mensen besluiten om samen een raket te lanceren, dan zou je kunnen spreken van een vaste relatie. Maar, precies zoals een vernuftig en zeer geconcentreerd voorbereidingswerk aan een raket, zo vraagt een samengaan van twee unieke mensen een degelijke voorbereidingstijd. Een mens ontmoeten, zoiets doen we dagelijks, dat is vlug gebeurd. Maar een mens leren 'kennen', in het perspectief om samen aan een levenslang geluk te bouwen, dat vraagt tijd èn jezelf openstellen voor de ander. Ons valt op dat heel wat jonge mensen vandaag zo vlug spreken van een vaste relatie. Ze kennen elkaar pas 14 dagen, enkele weken of een paar maan­den... Maar kan je dan al spreken van een vaste relatie? Vraagt de beslissing om over te gaan tot een vaste relatie niet méér tijd en groei?

Voorbereidingstijd (elkaar leren kennen)


In je verliefdheid word je gefascineerd door haar stem, haar aangename manier van omgaan met andere mensen, haar manier van 'gaan', van 'zitten', van 'alles' wat haar zo lieftallig op je netvlies pro­jecteert. Het streelt je, het is aangenaam. En zo zal het ook wel omgekeerd gebeuren: zij ziet iets in jou dat haar streelt... Er groeit iets tussen jullie beiden. Na enkele weken van 'ontmoeten' wil je elkaar vasthouden, elkaar niet verliezen... Maar noem je zo'n relatie al 'vast'?

Er zal heel wat tijd voor nodig zijn om in wat jou in je vriendin aantrekt de èchte ander te ontdekken en te leren kennen. Belangrijk lijkt ons daarom de tijd van bezinning, de tijd van gesprek over de relatie om te ontdekken of in jullie beiden de mogelijkheden steken voor een relatie mèt toekomst, voor een feilloze lancering.

Wanneer je een tijdje optrekt met elkaar, ontdek en verken je bij jezelf en bij de ander spanningen en kleine (later grotere) oneffenheden in het karak­ter, in het reageren, kortom: in de manier van 'zijn'. Wuif je die weg? Verdoezel je ze? Of pak je ze aan? Maak je ze bespreekbaar? Jezelf kunnen zijn bij de ander èn omgekeerd. Jezelf investeren in het geluk van de ander èn de liefde van je part­ner kunnen aanvaarden en waarderen... Dan pas kan je spreken over een vaste relatie, die vast 'wordt'.

Je begrijpt dat er geen sprake kan zijn van een vaste relatie als je nog in de fase van de ver­liefdheid verkeert, hoe mooi en hoe heerlijk die verliefdheid ook is. Voor een vaste relatie met toekomst is méér nodig. Pas wanneer je van verken­ning naar vriendschap doorgroeit, krijgt een ge­slaagde lancering kans.

2.1.4. schrift

bij een tekening van een raket die gelanceerd wordt schrijven we:

Vooraleer een raket gelanceerd wordt en met een duize­lingwek­kende snelheid naar haar doel wordt gemanoeuvreerd, gaan er jaren intens zoekwerk aan vooraf.

Laten we deze vergelijking wat breder opzetten. De raket is onze liefde, het tedere samengaan van twee mensen. Hun doel is deze liefde tastbaar te maken in 'goede en slechte dagen', gericht naar één toe­komst: een leven lang gelukkig zijn.

daarom moet je vooraf lange tijd elkaar ‘leren kennen'

jezelf openstellen voor de ander

je wil elkaar niet verliezen

het wordt een tijd van bezinning (nadenken)

een tijd van gesprek over de relatie

je moet spanningen ontdekken, oneffenheden in het karakter

spanningen in de manier van reageren

leren elkaar aanvaarden en waarderen


Moeten trouwen


Ervaringen met "moeten trouwen" een ingezonden brief aan de

redactie van de volksmacht dd 25/05/90

Als ik mijn leven zou overdoen dan zou ik niet meer zo jong trouwen; ik was 20 jaar. Ik trouwde eigenlijk om zo vlug mogelijk het ouderlijk huis uit te zijn en je merkt dan te laat dat je de verkeerde partner gekozen hebt. Als je jong bent kan je nog zoveel veranderen. Een mens is nog volop in ontwikkeling. Je moet eigenlijk eerst leren wat het leven kan zijn, van het nog-niet-gebonden zijn kunnen genieten, andere mensen leren kennen. Je moet je niet te gauw blindstaren op één bepaalde persoon, kritisch zijn, rustig uitkijken.

Trouwen heeft geen haast ! Eerst de nodige ervaringen opdoen. Dit zou in de eerste plaats moeten kunnen in het gezin waaruit men komt.


Liefde is…


Weten wij snotneuzen van 15 jaar wat liefde is? we zijn wel al eens verliefd geweest maar we ons ergens een ideaalbeeld vormen van wat liefde zou moeten zijn .

Liefde is het grote geluk niet meer alleen te zijn, een andere te kennen, een ander mens Iemand die ons aanvaardt, iemand die houdt van ons “anders” zijn. Liefde is het verlangen naar het andere in die mens. Het houden van zijn anders-zijn.

Liefde is de ontdekking van de andere, gevolgd door een eindeloze schakering van verschillen die toch goed samengaan.

Rik, 15 jaar.

Voor mij is liefde van iemand houden met al zijn gebreken. Niet alleen van iemand houden omdat hij tof uiterlijk heeft, maar ook houden van zijn karakter. Echte liefde is aan iemand toegevingen kunnen doen. Liefde is geven, niet nemen.

Sabine, 15 jaar. (bij hfdst 2)

Echte liefde is voor mij dat je van iemand houdt met al zijn gebreken erbij. Ook al is zijn uiterlijk misschien niet mooi dat je alleen naar zijn binnenste kijkt. Om van iemand te houden moet hij niet mooi maar goed en sympathiek zijn. Minder mooie mensen zijn ook getrouwd. Echte liefde is dat je met iemand je leven wil delen niet alleen in vreugde maar ook in tegenslag. Als je ziet hoeveel huwelijken kapot gaan zou je gaan denken dat in deze tijd echte liefde niet meer bestaat.

Tania, 15 jaar.

Liefde zou van twee kanten moeten komen. Liefde is er niet als een van de twee zou zeggen: “Ik neem haar of hem wel, want aan iets beter kan ik niet geraken.” Beschaamd moet men helemaal niet zijn omdat de ander niet zo knap is. Liefde is : met iemand de ganse tijd, gewoon heel je leven willen doorbrengen.

Tony, 15 jaar. (hfst 2)

Er is echte liefde als je van iemand houdt. Van zijn karakter en ook van zijn gebreken? Als er echte liefde is kan je steeds vertrouwen op die persoon. Je moet steeds van elkaar houden op goede en slechte momenten. Je moet houden van de persoon zoals hij werkelijk is en hem niet of toch niet te veel idealiseren.

Kathleen, 15 jaar.


Hoe moet liefde zijn ?


  • Geven en niet nemen

  • Elkaar vertrouwen

  • De andere kennen

  • Alles voor mekaar over hebben

  • De andere knap vinden

  • De andere zo maar aanvaarden

  • Leven in een andere wereld

  • Alles zeggen, alles uitpraten

  • Liefde is echte vriendschap

  • Zich vastzetten op het uiterlijke

  • Verandert niet van dag op dag

  • De andere naar je zin zetten







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina