Als we het over het belang van de kerk hebben dan kunnen we dat het beste met het beeld vergelijken van de gnoes



Dovnload 14.31 Kb.
Datum23.08.2016
Grootte14.31 Kb.
De kerk: waarom?
Als we het over het belang van de kerk hebben dan kunnen we dat het beste met het beeld vergelijken van de gnoes:

De gnoes maken jaarlijks een trektocht van 800 km door de savannen van Afrika. Zo’n kudde kan wel 40 km lang zijn. De gnoes zijn alleen veilig voor de roofdieren als ze hecht aaneengesloten blijven in de kudde. Als er één buiten de kudde terecht komt wordt hij door roofdieren omsingeld en verscheurd.

Conclusie: wil je als gelovige veilig je eindbestemming bereiken dan heb je Gods ‘kudde’ d.i. de kerk nodig. Anders kom je om en val je ten prooi aan de boze machten..

Nog een ander beeld: geloven zonder kerk is denken dat je te voet de Sahara woestijn kunt oversteken zonder water mee te nemen. Je kunt het wel proberen maar je redt het niet.


Wat zegt de Bijbel over de kerk?

De kerk is in de Bijbel de plaats die God heeft uitgekozen waar zijn volk samenkomt om Zijn naam aan te roepen. Dat vinden we al in het eerste begin van de Bijbel. In Gen. 4:26 lezen we :”Toen begon men de naam van de HEER aan te roepen’. Dat was al de eerste kerkdienst. Jezus zet die lijn in het NT voort . In Mat. 16:18 zegt Jezus tegen Petrus: ‘Jij bent de rots waarop ik mijn kerk (ecclesia) zal bouwen’. De kerk is dus het eigendom van de Here Jezus.

De kerk vertegenwoordigt het rijk van Jezus op aarde. De kerk krijgt de sleutels van het koninkrijk van God in handen. De kerk krijgt dus een hele hoge status.

Jezus noemt zichzelf het ‘hoofd’

van de gemeente en de gemeente noemt Hij ‘’Zijn lichaam’. (Kol 1:18 en I Kor. 12:27). Hoofd en lichaam zijn nauw aan elkaar verbonden. Je kunt ze niet scheiden. Je kunt nooit zeggen: het hoofd d.i. Jezus wil ik wel aanvaarden maar met het lichaam, d.i. de kerk, daar heb ik niets mee. Een lichaam (een kerk) zonder een hoofd (Christus) is dood. En een Hoofd (Christus als Koning) zonder onderdanen d.i. Zijn gemeente is geen echte Koning.

De kerk is dus Zijn lichaam. En in dat lichaam geeft Hij aan Zijn kinderen een taak. Net zoals je in een lichaam handen en voeten en ogen en oren hebt die allemaal een verschillende taak hebben.

De Bijbel gebruikt nog een ander beeld om de kerk aan te duiden. De kerk wordt aangeduid als de bruid ( Efeze 5:25-27;Openb 21: 2,9, 22:17) en Christus als de bruidegom(Luc 5:34). Aan het einde van de tijd zal er een groot bruiloftsfeest worden gehouden – aangeduid als de bruiloft van het Lam d.i. Christus (Openb 19:7)- . De bruid d.i. de kerk is gekleed in zuiver stralend linnen en wordt a.h.w. gepresenteerd.

Een tijdje geleden had ik met iemand een gesprek en die zei: “Jezus die wil ik nog wel accepteren maar met de kerk daar wil niets mee te maken hebben want dat zijn allemaal huichelaars’. Toen zei ik tegen hem: “Hoe kan je dan nog naar dat bruiloftsfeest gaan. Kun je dan op het bruiloftsfeest zeggen:” U Here Jezus gefeliciteerd met uw overwinning, maar de bruid, de kerk, feliciteer ik niet, want met jou wil ik niets te maken hebben”. Wat zal de bruidegom dan zeggen: “Wat!!, wil jij de bruid waarvoor ik mijn leven heb gegeven niet accepteren!? Wegwezen jij, uit mijn bruiloftzaal!!”.


De kerk, zichtbaar of onzichtbaar?

Als we om ons heen kijken zien we een enorme kerkelijke verdeeldheid. Wereldwijd zijn er duizenden verschillende kerken en denominaties die zich allemaal kerk of misschien wel ‘de’ kerk noemen. Bestaat ‘de’ kerk daarom wel? Kerken die allemaal pretenderen de kerk van Jezus te zijn, hoewel er binnen die kerken heel verschillend gedacht en gesproken wordt over de Here Jezus? Is het daarom niet beter om maar niet van ‘de’ kerk als aanwijsbaar instituut met een eigen adres te spreken? Bestaat de kerk daarom niet veel meer in de harten van alle gelovigen? De kerk zou dan bestaan uit alle ware gelovigen die Jezus Christus willen volgen en dienen en Hem in hun hart zijn toegedaan. Die ware gelovigen zijn dan verspreid over allerlei kerken en groeperingen. Die gelovigen zijn dan verspreid over allerlei kerken van gereformeerd tot baptist en evangelisch tot rooms katholiek. Men spreekt dan wel over de ‘oecumene van het hart’. Hoe aantrekkelijk een dergelijke oplossing ook klinkt en hoe waar het is dat er kinderen van God kunnen zijn in allerlei verschillende soorten van kerken en groeperingen, toch spreekt de Bijbel anders.


De Bijbel kent geen ‘onzichtbare’ kerk. De kerk heeft altijd een aanwijsbaar adres. De brieven van Paulus hebben altijd een adres: aan de gelovigen van de gemeente in Korinthe, Colossse Efeze etc.

Jezus loopt zelf in Openbaring 1 te midden van 7 kandelaren en die kandelaren zijn 7 bestaande gemeenten, kerken in klein Azie, t.w. de kerken in Efeze, Smyrna, Pergamum, Tyatira, Sardes, Filadelphia en Lodicea. Jezus heeft ook 7 sterren in zijn hand en die zeven sterren zijn de 7 voorgangers van die gemeenten. De voorgangers, zeg maar de praesis van die gemeenten krijgen nu van Jezus ieder een brief met instructies. Het gaat om echte gemeenten met echte voorgangers.

Als je de kerk onzichtbaar maakt, hou je feitelijk een Koning over (Jezus) zonder een rijk, zonder onderdanen.

De kerk heeft in de Bijbel dan ook een geweldig hoge positie. Kolossensen 1 zet Jezus in een geweldig hoge positie neer: de hoogste positie in de kosmos: alles is in hem geschapen, alles is Hem onderworpen. Hij bestaat voor alles, alles bestaat in Hem. De kerk wordt in die hoge positie meegenomen want er staat bij : Hij is het hoofd van het lichaam de kerk.

Paulus geeft bijzonder hoog op van de gemeente. Ook al is er best veel kritiek te geven op de gemeente. Maar daar begint hij nooit mee. (Zie 1 Kor) Hij begint eerst de gemeente te prijzen en God te danken voor alles wat die gemeente heeft in Jezus Christus. Vanuit die houding, die uitgangspositie gaat hij als dat nodig is kritiek leveren.

Paulus schroomt niet om de kerk ‘peiler en fundament van de waarheid’ te noemen.(I Tim. 3:15). De kerk die is hoedster van de waarheid en billboard, uithangbord naar de wereld toe.

De kerk wordt getekend als het belangrijkste bastion in deze wereld van het Koninkrijk van God.
Wat zeggen de reformatorische belijdenis geschriften over de kerk?

Over de kerk wordt gesproken in HC Zondag 21 en in de artikelen 27 t/m 29 van de NGB.

Zondag 21 zegt dat de kerk door Christus zelf vergaderd, beschermd en onderhoud wordt vanaf het begin van de wereld tot het einde. Hij doet dit door zijn Geest en Woord in eenheid van het ware geloof. Dit wordt bevestigd door art 27 van de NGB.
Artikel 28 spreekt over de roeping om zich bij de kerk te voegen. Niemand mag op zichzelf blijven staan. Buiten de vergadering van de kerk is er geen heil. Iedereen moet zich bij de kerk voegen en zich met haar verenigen. Tevens hebben alle gelovigen de roeping vanuit Gods Woord om zich af te scheiden van hen die niet bij de kerk behoren.
Artikel 29 spreekt over de kenmerken van de ware kerk, van haar leden en van de valse kerk.

Onder ‘vals’ moeten we niet verstaan ‘gemeen’ of iets dergelijks. In de Latijnse tekst stond voor het woord ‘vals’ het woord ‘falsis’ . Falsis was een woord wat de Romeinen al gebruikten voor een gebouw dat van zijn fundament was gegleden (door een aardbeving bijv) en daarom gevaarlijk was. Een valse kerk is dan ook een kerk die van zijn fundament (Jezus Christus) is afgeraakt. Een ware kerk is een kerk die wel op dat fundament staat.

Artikel 29 zegt dat we vanuit de Bijbel goed de ware kerk goed moeten onderscheiden van allerlei sekten die zich kerk noemen. Het artikel noemt drie kenmerken waaraan men de ware kerk kan kennen:

a. de zuivere prediking van het evangelie

b. de zuivere bediening van de sacramenten (doop en avondmaal)

c. het uitoefenen van de kerkelijke tucht om zonden te bestraffen.

Hieraan, zegt het artikel, kan men met zekerheid de ware kerk kennen en niemand heeft het recht zich van haar af te scheiden.

De gelovigen die bij de kerk horen zijn te kennen aan hun geloof, dat zij de zonde ontvluchten en God en hun naaste liefhebben en de oude mens kruisigen. Er blijft nog wel veel zonde en zwakheid in hen over maar ze strijden dagelijks tegen de zonde en nemen voortdurend de toevlucht tot Jezus Christus.

De valse kerk doet het tegenovergestelde als de ware kerk:

a. aan haar eigen voorschriften kent ze meer gezag toe dan aan Gods Woord.

b. Ze bedient de sacramenten niet zoals door Christus voorgeschreven maar voegt er aan toe en laat eruit weg.

c. Zij vervolgt degenen die heilig leven .

Deze kerken zijn gemakkelijk te onderscheiden. Hier proeven we de strijd tussen de kerken van de reformatie en de RK Kerk.
Conclusie:

Wat hier in de NBG staat is zonder meer Bijbels te noemen. Er is echter sinds de reformatie heel wat veranderd. Er zijn een flink aantal kerkelijke breuken bijgekomen. Vanuit de liefde is er te weinig geprobeerd verschillen te overbruggen en worden verschilpunten heel snel opgeblazen en monden uit in kerkelijke schisma’s en afscheidingen. Kerken die op hetzelfde fundament staan: nl het fundament Jezus Christus, mogen niet gescheiden optrekken. Door al die afscheidingen verliest de kerk veel van haar wervingskracht in de wereld en dat is een grote zonde. Niet voor niets zegt Jezus in Joh. 17: 21 - 23: “Laat hen allen één zijn, Vader. Zoals u in mij bent en ik in u, laat hen zo ook in ons zijn, opdat de wereld gelooft dat u mij gezonden. Ik heb hen laten delen in de grootheid die u mij gegeven hebt, opdat zij één zijn zoals wij : ik in hen en u in mij. Dan zullen zij volkomen één en zal de wereld begrijpen dat u mij hebt gezonden, en dat u hen liefhad zoals u mij liefhad’.


Kees de Graaf



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina