Alternatieve Studiegids Culturele Antropologie Inhoud Voorwoord 3 Verplichte majorgebonden vakken



Dovnload 258.91 Kb.
Pagina1/4
Datum16.08.2016
Grootte258.91 Kb.
  1   2   3   4


Alternatieve

Studiegids
Culturele Antropologie


Inhoud

- Voorwoord 3

- Verplichte majorgebonden vakken 4

  • Culturele antropologie 1: Inleiding in de Culturele Antropologie

  • MTS 1

  • Culturele antropologie 2: Perspectief en Relevantie

  • Culturele antropologie 3: Globalization

  • MTS 2

  • Culturele antropologie 4: Theoretische Stromingen

  • KOAT

  • Bachelorproject

- Majorgebonden keuzevakken 12

  • Gender, Macht en Multiculturalisme

  • Culture, Violence, Trauma, and Reconciliation

  • Weerstand tegen minderheden

  • Sociale Uitsluiting en stedelijk geweld in Latijns-Amerika

  • Wetenschappelijk Schrijven

  • Religion, fundamentalism, and conflict

  • Stand van Nederland

  • Etniciteit en Nationalisme

  • Inleiding in Latijns Amerika en het Caribische gebied

  • Families

  • Beleid- en Evaluatieonderzoek

  • Ontwikkeling, Conflict en Veiligheid

  • Migranten & Integratie

  • Crimineel gedrag over de Levensloop

- Minors 22

  • Amerikanistiek

  • Ontwikkelingsgeografie

  • Bestuurs- en Organisatiewetenschap

  • Conflict Studies

  • Criminologie

  • Educatieve minor

  • Journalistiek

  • Internationale economie

  • Religies in Hedendaagse Samenleving

- Bijvakken 32

  • Spaanse taalverwerving

  • Wetenschapsfilosofie

  • Inleiding in de Islam

  • Post-Apartheid in Zuid-Afrika

- Andere mogelijkheden binnen je studie 34

  • Het Von Humbold College/Honoursprogramma

  • Studeren in het buitenland (Oslo, Europa)

  • Studeren in het buitenland (Melbourne, buiten Europa)

  • Contactpersonen studeren buitenland

  • Bestuursjaar

  • Inspraak, OAC (Onderwijs Advies Commissie)

- Masters 43

  • Multiculturalisme in vergelijkend perspectief

  • CASTOR (Research Master)

  • International Development Studies

- Nawoord 49


Voorwoord

Dit is Djembé’s alternatieve studiegids. Deze gids laat de verschillende mogelijkheden zien die je hebt als student Culturele Antropologie aan de Universiteit van Utrecht.

Deze gids is bedoeld als alternatief voor de officiële studiegids van de Universiteit. Stukjes over studiepunten, inspanningsverplichtingen en minimale beoordeling zul je hier niet vinden. Wel lees je over de ervaringen van studenten antropologie bij de verschillende vakken.
De gids bestaat uit zes verschillende delen:


    • Verplichte majorgebonden vakken: hier staan de verplichte vakken beschreven. Deze stukjes zijn bedoeld om een idee te krijgen van wat je te wachten staat binnen deze vakken.

    • Majorgebonden keuzevakken: je moet acht majorgebonden keuze vakken doen binnen je bachelor. Deze stukjes zijn er om te helpen bij de keuze voor deze vakken.

    • Minors: je hebt ruimte voor 6 vakken buiten je major antropologie. In dit deel staan verschillende, bij antropologen populaire minors beschreven. Zo krijg je een idee wat deze minor inhoudt en of deze aansluit bij jouw wensen.

    • Bijvakken: je hoeft niet per se een minor te doen, je kunt ook gewoon één vak bij een andere studie kiezen. Populaire vakken staan in dit deel beschreven.

    • Andere mogelijkheden binnen je studie: mocht je buiten de grenzen van de Universiteit, van het land of buiten het studeren zelf, ervaring op willen doen, de mogelijkheden daarvoor zijn hier beschreven.

    • Masters: wil je na je studie nog een master in de richting van antropologie doen, dan staan deze in dit deel beschreven.

We hopen dat deze gids jullie de nodige ondersteuning zal bieden bij de invulling van de studie Culturele Antropologie. Iedereen heeft erg zijn best gedaan op zijn of haar stukje. Deze gids was dan ook niet mogelijk geweest zonder de bijdrage van deze studenten. Heel erg bedankt hiervoor!


Mocht je reacties, vragen of aanvullingen hebben, mail naar djembe@fss.uu.nl of loop langs in ons hok op de 2e verdieping van het Centrumgebouw-Noord.

Veel leesplezier!


Namens Djembé,

Naomi Kal, commissaris onderwijs 2009-2010

Jens Glissenaar, commissaris onderwijs 2010-2011

Ruby Laws, commissaris onderwijs 2011-2012

Emma van Ameijde, commissaris onderwijs 2012-2013

Eline Morsink, commissaris onderwijs 2013-2014



Verplichte majorgebonden vakken
Algemeen

Tijdens je studie Culturele Antropologie volg je 10 major gebonden vakken, waarvan 6 in het eerste jaar en 4 in het derde jaar. Het tweede jaar is vrij om naar eigen interesse in te vullen. Om door te mogen gaan met de studie moet je 6 vakken gehaald hebben in het eerste jaar. Hieronder vind je verhalen over de verschillende majorgebonden vakken die je een inzicht geven hoe jouw studie eruit kan komen te zien.


Jaar 1

Culturele antropologie 1: Inleiding in de Culturele Antropologie – Toon Vos

“Dus je gaat culturele antropologie studeren? Moeilijke naam, wat is het eigenlijk? En wat kan je er mee?” Eenieder die van start is gegaan met deze studie in Utrecht – en ongetwijfeld ook in andere steden – heeft deze vragen wel meer dan eens moeten beantwoorden. De antwoorden hierop zijn nog niet zo eenvoudig te geven. De Culturele Antropologie is zo veel verschillende dingen, en zo breed... Maar wat houdt dit alles nou bij elkaar? Na het vak “Inleiding in de Culturele Antropologie” is dit een stuk duidelijker.



Opbouw Cursus

Eenmaal op de universiteit geïnstalleerd gaat het allemaal beginnen. De cursus bestaat uit twee onderdelen: de hoorcolleges en de werkgroepen. De hoorcolleges worden gegeven door Martijn Oosterbaan, die je in deze eerste maanden van je studie de basis van het vak zal aanleren. Aan de hand van de antropologenbijbel “Cultural Antropology” van Conrad Kottak, kortweg “Kottak” in de antropologenmond, leer je wat het vak precies inhoudt en welke blik daarbij hoort. Begrippen als cultuur, nature-nurture en etnografisch veldwerk komen uitgebreid aan bod, evenals de vakgebieden van gender, etniciteit en ras, het wereldsysteem en het kolonialisme en global issues today (zoals milieuproblematiek en etnische minderheden). Achter deze begrippen schuilt veel meer inhoud, die hier niet verder van toepassing is, maar die het vak zeer breed en interessant maakt. De boeiende hoorcolleges worden aangevuld met audiovisueel materiaal. Dit maakt de stof die je leert veel tastbaarder en begrijpelijker, aangezien je de theorie uit de boeken “in het echt” kunt zien.

Naast de hoorcolleges zijn er de werkgroepen, waarin de hoorcolleges worden aangevuld en je je verdiept aan de hand van andere antropologische boeken en opdrachten. Bij “Inleiding in de Culturele Antropologie” ga je als eerste aan de slag met het boek “Reflections on Fieldwork in Morocco” van Paul Rabinow. Het leest als een spannend verhaal, terwijl er veel antropologische motieven in naar voren komen, die je ook in Kottak zult behandelen. Daarna wordt je wetenschappelijk ontgroend met het boek “Pretty Modern: Beauty, Sex and Plastic Surgery in Brazil” van Alex Edmonds. Het is een uitdagend boek, waardoor de toekomstige literatuur er een stuk minder intimiderend uit zal zien.
Culturele Antropologie 1 is een uitgebreide inleiding en een goed begin bij het leren kennen van de grote wereld van de antropologie, waarin je veel zult ontdekken over (groepen) mensen van over de hele wereld (inclusief jezelf).
Methoden, Techniek en Statistiek 1 – Tania Knaap
Methoden, Techniek en Statistiek 1
Het beruchte vak, de boodschap die medestudenten uitdragen is duidelijk: dit is geen leuk vak. Verder is het ook moeilijk, mensen gaan hier onderuit en de hoorcolleges zijn saai. Ik moet eerlijk zeggen dat ik het niet zo zwaar vind als dat mensen mij voorspelden.
Opbouw cursus

Mevrouw Marieke is zich bewust van de roddels die zich te ronde doen over haar vak. Ze leeft heus niet in de illusie dat iedereen met plezier in de zaal zit. Ze geeft dan ook duidelijk en helder college zonder te veel geneuzel eromheen. Het eerste deel van dit vak bestaat uit methoden. Dit is het makkelijke gedeelte. Er wordt in mensentaal je iets uitgelegd. Je moet hier twee boeken voor lezen: Neuman en Tijmstra en Boeijen. Tijmstra en Boeijen is ongeveer het enige Nederlandse boek wat je te lezen krijgt bij culturele antropologie dus geniet hiervan. In Neuman wordt alles naar mijn idee iets te uitgebreid met iets te veel voorbeelden uitgelegd.

Omdat Neuman in het Engels is, ben je echt blij met de hoorcolleges in het Nederlands. Marieke legt het allemaal nog een keer uit maar dan in het Nederlands waardoor je beter weet wat ze in het boek willen vertellen. Stap voor stap worden alle methoden behandeld met duidelijke voorbeelden wat het erg behapbaar maakt. Er zijn twee tussentoetsen, die beide meetellen voor je eindcijfer. Het scheelt echt enorm als je die tussentoetsen goed maakt, dat haalt heel wat druk van de ketel bij het grote tentamen. Daarbij is het niet te doen om alle stof op het einde te leren en op deze manier heb je al veel stof behandeld.

Je hebt bij dit vak ook werkgroepen waar je vragen kan stellen en je opdrachten krijgt. Zo leer je de theorie toepassen, wat je moet kunnen voor het tentamen en wat ook handig is voor je verdere toekomst. Want als je de theorie niet kan toepassen heb je eigenlijk vrij weinig aan het hele vak.


Op een gegeven moment gaan de hoorcolleges over van methoden naar statistiek. Dan krijg je er ook nog een ander college bij namelijk: het instructiecollege. Je hebt dan geen werkgroep meer maar een practicum van SPSS.

Marieke legt nu het statistiek gedeelte uit in de hoorcolleges, het is handig op te letten, want het boek is een beetje warrig. Het is in principe allemaal niet zo lastig als je weet welke formule bij welke situatie hoort. Het kan hierbij heel erg helpen om de collegeslides van tevoren uit te printen zodat je niet alleen maar aan het meeschrijven bent, maar nuttige aantekeningen kunt maken. De vragen in het boek helpen enorm om de uitleg te begrijpen. Voor de antwoorden heb je het instructiecollege gegeven door Josje. Een lieve vrouw, die haar best doet voor ongeveer rond de zestig mensen. Als je de opgaven niet hebt gemaakt heeft het geen nut om bij dat college te zijn. Het college is bedoeld ter bevestiging dat je het snapt, of ter bevestiging dat je er helemaal niets van snapt. En wie weet dat tijdens het instructiecollege opeens het kwartje valt voor jou. Daar heb je natuurlijk altijd nog meer kans op wanneer je de opgaven maakt dan wanneer je ze niet maakt.


Bij deze colleges voel je je niet altijd even nuttig, vooral niet als er tijdens een college je eventjes wordt gemeld dat het voor cultureel antropologen eigenlijk helemaal niet relevant is. Haal dan een keer diep adem en bekijk het in een breder perspectief: zie het als een basis voor het academisch denken.

Je hebt naast de hoorcolleges en instructiecolleges ook nog SPSS practicum. Dit houdt in dat je leert omgaan met het verwerkingsprogramma SPSS. Je kunt het ook thuis doen want de opdracht staat op Blackboard, maar van dat voornemen komt toch nooit wat van terecht. Daarbij heeft het ook wel iets motiverend want je ziet nu wat je met al die formules kan die je bij de hoorcolleges voorgeschoteld hebt gekregen. Deze practica krijg je maar twee keer.

Het is voor veel mensen geen favoriet vak maar het is een enorme opluchting als je hem hebt gehaald!


Culturele Antropologie 2: Perspectief en Relevantie – Rozemijn Aalpoel
Nadat je in blok één al enigszins kennis hebt gemaakt met de wondere wereld van Antropologie, wordt deze pas verworven kennis in blok twee nog verder uitgebreid. Culturele Antropologie 2 is een vervolg op Culturele Antropologie 1 en in deze vervolgcursus wordt alles wat nog niet in blok één aan bod is gekomen, behandeld. Op deze manier vormt deze cursus het tweede deel van de basiskennis die je gedurende het eerste jaar opbouwt. In de cursus komen onder andere de volgende thema’s aan bod: dynamiek van verwantschap en huwelijk in de vorming van sociale groepen, het verband tussen bestaansstrategie en politieke organisatie, de sociaal-culturele betekenis van taal, en de rol van religie en kunst.
Opbouw cursus

Net als in deze voorafgaande cursus wordt bij Culturele Antropologie 2 gebruik gemaakt van het handboek geschreven door Kottak, dat de student inleidt in een aantal belangrijke gebieden van de Culturele Antropologie. “Kottak” is niet het enige boek dat gelezen wordt tijdens deze cursus. Naast Kottak worden er namelijk twee andere boeken gelezen, namelijk “Nuer Journeys, Nuer Lives. Sudanese Refugees in Minnesota” en “In the city of the Marabouts”. Deze tweede is geschreven door de coördinator van deze cursus Geert Mommersteeg. Dit boek neemt je mee naar de Djenné; de stad die eruit ziet als een droomstad waar iedere antropoloog wel onderzoek zou willen doen, de plek waar Geert zijn onderzoek heeft gedaan. Op deze manier krijg je niet alleen een beter beeld van wat je docenten hebben gedaan tijdens hun Antropologische carrière, maar op deze krijg je ook het gevoel dat de wetenschap geen ‘ver van je bed’ show is omdat het letterlijk heel dichtbij komt. Het argument dat gemaakt wordt in dit boek is een argument dat je - wanneer je verder vordert in je studie- nog veel vaker zult tegenkomen, waardoor dit werk een goed voorbeeld is van de antropologische manier van denken en argumenteren.



Culturele Antropologie 3: Globalization – Irene Lize
Voor deze cursus moesten we drie boeken lezen: Eriksen, T.H Globalization: the key concepts, Appadurai, A. Fear of small numbers: an essay on the geography of anger , en Juris, J.S Networking futures, the movement against corporate globalization. Eriksen is echt een handboek, waarin de ‘key-concepts’ van mondialisering worden uitgelegd. Het is vrij makkelijk te lezen en is echt bedoeld als een inleiding in de antropologie van de mondialisering. In Fear of Small Numbers zet Appadurai een theorie uiteen over wereldwijd toenemende onrust zoals terrorisme en etnische conflicten. Het is een dun boek en ook niet al te moeilijk om te lezen. De theorie is ook best wel boeiend om dat het een nieuwe kijk geeft op de beschreven zaken. Het boek van Juris is een etnografie over het transnationale netwerk dat tegen de mondialisering van het bedrijfsleven protesteert. Dit boek leek me heel interessant alleen staan er voor een groot deel voorbeelden beschreven die Juris mee maakt en die hij linkt aan de theorie. Hier wordt het een beetje saai want Juris verzeild in de opsommingen van de vele netwerken. Het is wel erg leuk om er achter te komen wat er nou precies achter die grote anti-mondialiseringsprotesten zit en dat het dus een hele opzichzelfstaande wereld is.
Hans de Kruijf gaf de hoorcolleges van dit vak. Er werden onderwerpen besproken als mondialisering, transnationalisme en multiculturalisme. Een beetje vage begrippen als je er nog weinig van af weet maar daar brengt deze cursus dus verandering in. In de werkgroepen werden de boeken besproken en dan met name Juris en Appadurai. We werden geholpen om de theorie van goed te begrijpen. Daarnaast moesten we ook een project doen om de theorie aan de praktijk te koppelen. Dit project hield in dat we een onderzoek gingen doen naar een verschijnsel dat met online-communities te maken had. Dit moesten we doen in groepen van 4 of 5 studenten. Ons project ging bijvoorbeeld over flashmobs. Hiervoor moest je dan interviews gaan afnemen en samen tot een onderzoeksresultaat komen. Een mini-veldwerk opdracht dus.
De toetsing bestond uit 3 delen: een take-home tentamen, een boek review en een presentatie over het project. In take-home tentamen werd er gevraagd om alle verschillende theorieën van de cursus met elkaar te verbinden. In het boek review moesten we van het boek van Appadurai een een korte beschrijving en een kritische analyse geven. De presentatie over het project vindt plaats tijdens een ‘congres’ waarbij meerdere groepen hun project presenteren. Hierbij presenteer je de onderzoeksresultaten.
Persoonlijk vond ik het een erg leuke cursus. Na culturele antropologie 1 en 2, de meer inleidende vakken, is het een leuk en actueel onderwerp. Ook de combinatie theorie en eigen onderzoek was fijn en afwisselend. De cursus is wat dat betreft dus goed opgezet. Ook is er goede begeleiding bij deze cursus. Bij bijvoorbeeld de review was er voldoende tijd voor goede feedback. Ook tijdens de werkgroepen was er goede begeleiding. De theorie werd helder uitgelegd. Het ‘congres’ aan het einde vond ik ook erg leuk. Het leek een beetje lang en saai te worden en aan het einde van het blok heb je daar natuurlijk geen zin in. Echter, de onderwerpen waren leuk (world of world craft, couchsurfen etc.) en er waren boeiende resultaten uitgekomen. Het enige minpunt van deze cursus was, vind ik, dat de toetsing wel wat zwaar was voor een niveau 1 vak. Dat er geen schriftelijk tentamen bij dit vak plaatsvond was fijn, maar die drie toetsmomenten leveren veel stress op door de gehele periode heen. Bovendien waren de opdrachten niet al te makkelijk en ze werden streng beoordeeld. Ook wat betreft de literatuur vond ik het meer op een niveau 2 vak lijken. De goede begeleiding maakte echter weer veel goed.

MTS 2: Methoden, Technieken en Statistiek 2 – Eline Morsink
In het derde blok is het –helaas- tijd voor het tweede deel van Methoden, Technieken en Statistiek. Het voordeel: wanneer je dit gehaald hebt, dan hoef je het nooit meer iets in deze richting te volgen. Het goed volbrengen van deze cursus is zeker haalbaar. Vereiste is echter wel dat je de stof bijhoudt.
Opbouw cursus

Het boek “Statistics for the Behavioral Sciences” van Gravetter en Wallnau moet je voor deze cursus weer uit de kast halen. Dit boek, dat zich richt op de statistiek-kant, ken je nog van MTS1 en de daar onbesproken gebleven hoofdstukken worden nu behandeld. Statistiek in het Engels is in het begin even pittig, maar wanneer je voorafgaand van de hoorcolleges de stof leest zullen de hoorcolleges verhelderend werken. Daarnaast zijn er ook instructiecolleges, welke plaatsvinden in een wat kleinere samenstelling, waarin oefenvragen, die je thuis gemaakt hebt, worden besproken. Hoewel deze instructiecolleges niet verplicht zijn is dit ook zeker een aanrader! En tot slot zijn er nog extra werkgroepen die geregeld worden door Djembé. Hierbij zit je in kleine groepjes en is het vragen stellen toch nog net wat gemakkelijker en toegankelijker dan in een grote collegezaal. Kortom, veel niet-verplichte hulp, maar zeker verstandig om aan deel te nemen. In je eentje aan statistiek zitten is namelijk nog veel vervelender dan het samen behandelen.

Daarnaast wordt ook aandacht besteedt aan methoden. Deze worden behandeld aan de hand van het boek “Understanding Research” van Neuman. Ook hier zijn hoorcolleges voor. Er zijn aparte colleges hiervoor, gescheiden van de methoden-colleges. De methoden-colleges zijn wat minder noodzakelijk om te volgen. Er is veel herhaling uit het boek van Neuman. Aan de andere kant, elke herhaling van de stof helpt je beter het te onthouden. Ikzelf ben dan ook altijd naar deze colleges geweest. Voor het methode-deel heb je daarnaast ook werkcolleges. Deze zijn meer gericht op antropologie. Kwalitatieve methoden staan namelijk centraal. De werkcolleges zijn verplicht, maar ook direct het interessantste aan MTS2. Er is namelijk ook ruimschoots aandacht voor interviewen.

Ook moet je practica volgen. Er wordt hierin aandacht besteedt aan SPSS en NVivo. Vooral de practica van SPSS zijn pittig en het is daarom ook een aanrader om deze samen te maken. De practica richten zich op het omgaan met computerprogramma’s die het verwerken van kwantitatieve (SPSS) en kwalitatieve (NVivo) onderzoeksdata vergemakkelijken. Voor het SPSS deel heb je het paarse SPSS-boek weer nodig dat je al hebt gebruikt in MTS1, voor het NVivo deel heb je voldoende aan informatie op Blackboard.



De cursus bestaat dus samenvattend uit: hoorcolleges statistiek, hoorcolleges methoden, werkcolleges die zich richten op methoden, practica en instructiecolleges. Al met al zit je dus erg veel op de universiteit dit blok.
Het eindcijfers van MTS2 wordt bepaald door drie verschillende toetsingsvormen. Ten eerste is er het meerkeuze tentamen wat voor 55 procent meetelt. Het tentamen gaat zowel over statistiek als methoden en bevat zowel stampwerk als inzichtvragen Het tentamen wordt door velen pittig bevonden, dus goed leren is echt noodzakelijk. Het tweede deel dat voor 15 procent meetelt is een SPSS-toets. Deze toets kun je voorbereiden door de practica te maken en nogmaals door te nemen. Deze toets is bij voldoende inzet prima te doen. En tot slot wordt nog 30 procent van je eindcijfer bepaald door een opdracht. Deze opdracht houdt in dat je een oefeninterview doet en drie “echte” interviews gaat afnemen. Tezamen is dit dan een klein onderzoek. Het richt zich vooral op hoe je moet interviewen. De resultaten zijn minder belangrijk dan de weg erheen. Ook dit is gewoon iets dat je moet doen. Het kost echt veel tijd, dus begin op tijd. Tijdnood is hierbij bedreigender voor het goed volbrengen van het onderzoek dan de moeilijkheidsgraad op zich.
Dan nog een paar tips. Bijhouden die stof! Het is voor de meeste antropologen een saai en/of moeilijk vak. Maar juist daarom is het belangrijk om het bij te houden, want je wilt écht niet het werk van twee weken opeens in één week gaan doen. Ook is het verstandig om met medestudenten af en toe samen te studeren en de stof te bespreken. Samen studeren motiveert, helpt vaak verhelderend en is bovendien gezelliger. En tot slot: zet vooral door. Niet alle antropologen halen dit vak in één keer, maar het is zo fijn als het jou wel lukt om het in een keer te halen!

Culturele Antropologie 4: Theoretische Stromingen  – Jente Fabriek
Met de start van deze cursus begin je alweer aan het laatste blok van je eerste studiejaar Culturele Antropologie. Het is een vak dat je de afsluitende kennis geeft voor je inleiding in de Antropologie. Als je het leuk vindt om de geschiedenis in te duiken is dit vak zeker iets wat je leuk zult vinden. Het hoofddoel van dit vak is namelijk, om je te laten zien hoe antropologie als wetenschap is ontstaan en zich heeft ontwikkeld door de jaren heen. Alle theoretische stromingen binnen de antropologie zullen behandeld en uitgeplozen worden. Daarnaast zullen alle namen van de vaak door de docenten zo geliefde stoffige antropologen aan bod komen. Ik moet eerlijk zeggen dat ik hier eerst verschrikkelijk tegen op zag, maar ik ben heel blij dat ik eindelijk weet waarom er in de voorgaande colleges met zoveel enthousiasme is gesproken over  Malinowski, Mead en de andere befaamde wetenschappers binnen de antropologie. Naast het behandelen van de stromingen en hun vooraanstaande personen, zal je je ook gaan verdiepen in verschillende klassieke etnografieën. Je leert hoe je het best een etnografie kunt lezen en hoe je verschillende schrijfstijlen en theorieën kunt ontdekken in de verschillende werken. Zoals je ziet geeft dit vak een mooie afsluiting van alle kennis die je tot nu toe al hebt opgedaan binnen je eerste jaar.
Opbouw Cursus

De hoorcolleges van dit vak zullen worden gegeven door de altijd enthousiaste Geert Mommersteeg. Hij zal je met veel plezier vertellen over alle verschillende stromingen en hun hoofdfiguren binnen de antropologie. In de werkgroepen zal je kritisch aan de slag gaan met het uitpluizen van verschillende etnografieën. Daarnaast komen alle theoretische stromingen hier aan bod. De verschillende stromingen worden binnen de werkgroep verdeeld onder deelgroepen. Elke groep zal een presentatie geven over hun eigen stroming. Op deze manier ga je actief bezig met de stof, wat goed werkt om al een deel van de stof in je op te nemen. Het is ook heel fijn dat medestudenten de stof aan je uitleggen. Dit maakt het vaak een stuk begrijpelijker, dan wanneer je zelf alles moet uitzoeken. De presentaties van deze stromingen zullen worden becijferd. Naast het presenteren van je eigen stroming is het de bedoeling dat je gezamenlijk met je groepje een essay schrijft. In dit essay zal je per persoon een belangrijk werk uit je stroming behandelen. De beoordeling van deze cursus zal bestaan uit de volgende componenten: het cijfer van je essay, de presentatie over je stroming en een tentamen.


Naast het theoretische basis boek over de stromingen van Barret zal je twee etnografieën moeten lezen. ‘Number Our Days’ is de etnografie van Barbara Myerhof. Zij heeft een etnografie geschreven over een gemeenschap van joodse ouderen in een bejaardentehuis in Amerika. Dit is weer eens heel iets anders dan een etnografie over een exotische stam in Papoea Nieuw Guinea, maar dat maakt het juist een interessant boek om te lezen. De brede mogelijkheden die je tegenwoordig als antropoloog hebt in het doen van onderzoek komen hier goed naar voren. De tweede etnografie die je moet lezen is een van de grote klassieke etnografieën binnen de Antropologie. Dit is het boek ‘The Nuer’ van Edward Evan Evans-Pritchard. In dit werk wordt de levenswijze van het Nuer volk uit Zuid-Soedan uitvoerig beschreven.  De manier waarop de sociale organisatie zich manifesteert rond hun vee is een van de belangrijke deelonderwerpen binnen dit boek.
Het afsluitende tentamen zal voor de helft bestaan uit een open boek tentamen. Dit betekent niet dat je de boeken niet hoeft te lezen natuurlijk, maar het scheelt natuurlijk wel. Als je goed hebt opgelet tijdens de presentaties van je studiegenootjes en je zelf de stof goed bijhoudt is dit een cursus die je prima af zal gaan. Na het afronden van deze cursus heb je een goed beeld  van de geschiedenis van de antropologie. Je vakantie kan beginnen en je eerste studiejaar van antropologie is al weer ten einde gekomen. Time flies...

Jaar 3
Kwalitatieve onderzoeksmethoden: achtergronden en toepassing (KOAT) – Jasmijn Mollers
Het vak, kwalitatieve onderzoeksmethoden: achtergronden en toepassing, is er om de student voor te bereiden op het doen van het eerste onderzoek, namelijk het bacheloronderzoek.

Het vak is opgebouwd uit een collegereeks en werkgroepen. Het vak wordt gegeven door Geert Mommersteeg, Gerdien Steenbeek en Martijn Oosterbaan.


Opbouw cursus

In de collegereeks wordt er uitvoerig gekeken naar de rol die een antropoloog moet bekleden bij het doen van onderzoek. Dit gaat op een redelijk droge theoretische manier maar het is wel leerzaam als je, zoals een student beaamt, je boek niet hebt gelezen voorafgaand aan het college en als je tips wilt over het doen van antropologisch onderzoek.

In de werkgroepen wordt er gekeken naar de wijze waarop de student een klein onderzoek aanpakt. Dit gebeurt door middel van een participerende opdracht. De student moet een onderzoek uitvoeren, waarbij de student drie keer twee uur aanwezig moet zijn bij de te onderzoeken doelgroep of situatie. Dit onderzoek kan elke sociale gebeurtenis zijn, dus er is uit veel te kiezen!

Wel moet de werkgroepbegeleider jouw idee voor het onderzoek goedkeuren alvorens je kunt beginnen met het onderzoek.

Na het doen van je onderzoek moet je een vignet schrijven. In de werkgroepen wordt elk vignet besproken en worden er tips en ideeën uitgewisseld over de wijze waarop iets beter wel of niet had kunnen worden gedaan of opgeschreven. In de werkgroepen zal er ook worden gekeken naar ethische dilemma’s die plaats kunnen vinden tijdens antropologisch onderzoek. Er wordt besproken wat de beste manier is om hiermee om te gaan. Als antropoloog leer je om jezelf zo goed mogelijk te positioneren bij het doen van onderzoek en door de participerende opdracht en het vignet leer je hoe het is om aantekeningen te moeten maken tijdens het doen van onderzoek en hoe je die informatie goed kan verwerken, door middel van het schrijven van het vignet.

Kortom, bij tijd en wijle is KOAT een droog vak, maar door de participerende opdracht, het vignet en de tips die in de collegereeks worden gegeven over de rol van de antropoloog als onderzoeker is het een leerzame en nuttige cursus!


Het Bachelorproject – Natashe Lemos Dekker

Op veldwerk gaan, dit is waar de meeste antropologen naartoe werken of zeg gerust leven, gedurende hun bachelorstudie. En tijdens het derde jaar is het dan zover. Je moet een onderzoeksvoorstel schrijven waarin je beschrijft waar je onderzoek wilt verrichten, waarnaar en onder welke doelgroep.

Ook moet je een theoretisch kader schrijven, een veldwerkvak volgen en allerlei praktische zaken regelen, die vaak meer tijd kosten dan je van te voren had gedacht. Maar ja, als dit eenmaal allemaal geregeld en gehaald is, is het dan zover! Je mag weg!
Voorbereiding

Laten we eens beginnen bij het begin. Hier loop je al tegen je eerste vragen aan, want waar moet je überhaupt beginnen met een onderzoeksopzet? Gelukkig krijg je hier goede begeleiding bij en sta je er niet alleen voor.

Je begint in het tweede blok van het derde jaar met het vak Kwalitatieve Onderzoeksmethoden: Achtergronden en Toepassingen (KOAT) te volgen. (Zie hierboven: hierbij word er uitgebreid ingegaan op wat antropologisch veldwerk eigenlijk inhoudt. Wat is participerende observatie en hoe dat in de praktijk toe te passen. Ook wordt er in deze cursus ingegaan op ethische kwesties rondom het veldwerk, hoe data te rapporteren en enkele do’s en don'ts). Naast dit vak volg je het vak Opzetten van een Kwalitatief Onderzoek. Hierbij word je al ingedeeld met medestudenten bij de docent die je begeleider(ster) wordt. Hij of zij zal je begeleiden met de onderzoeksopzet, wat zich voornamelijk focust op een theoretisch kader en het in kaart brengen van duidelijke vragen en je informanten, dus van wie je de data (informatie) zal verkrijgen die je nodig hebt voor je onderzoek. Wat is je hoofdvraag, wat voor kennis wil je uit je onderzoek verkrijgen, welke richting wil je ermee inslaan en welke vragen zijn er nodig om deze richting in te slaan?
Nadat KOAT en het onderzoeksopzet behaald zijn mag je op veldwerk. Maar waar ga je heen? Zoals bij de meeste bekend is, heeft de vakgroep Antropologie aan de universiteit Utrecht al enkele jaren een project in Guatemala lopen, waardoor veel antropologen ervoor kiezen hun bacheloronderzoek daar uit te voeren. Maar sommige kiezen voor een ander pad, namelijk een land buiten Europa of Guatamala. Dit pad vergt soms meer werk, maar de voldoening is daardoor soms des te groter.

Dus voor degene die onderzoek willen verrichten buiten Europa en niet naar Guatemala willen, begin op tijd met een idee, contacten en praktische zaken te regelen aangezien de deadline voor de aanvraag begin november is.

In deze aanvraag ligt de focus voornamelijk op je onderwerp: is dit een haalbaar doel? De taal: in hoeverre spreek je de taal of ga je ter plekke cursussen volgen? Veiligheid: naar welk land plan je te gaan en wie zou je daar opvangen. Dit is, denk ik, een van de belangrijkste punten. Mocht je onderzoek willen doen buiten de regio, dan zal je moeten kunnen aantonen dat je al over contacten in het desbetreffende land beschikt. Dit kunnen zowel al potentiële informanten zijn bij ngo’s, docenten aan een universiteit die je graag met je onderzoek willen verder helpen, als een talenschool en/of een gastgezin waar je bij kunt verblijven. Mijn tip hierbij is, mail de hele wereld rond! Wacht niet af totdat je concreet je onderzoeksvraag hebt. Vaak heb je al enig idee waar je onderzoek over zal gaan. Mail deze grote lijnen naar organisaties, zowel in Nederland, die bij het land betrokken zijn, als organisaties daar. Ook zijn universiteiten en instituten een goed startpunt om contacten te leggen. Zij weten vaak waar je kunt beginnen en ze zijn een neutraal punt om mee geassocieerd te worden tijdens je veldwerk. Begin op tijd met contacten leggen aangezien je nooit weet hoelang het gaat duren voordat je antwoord terug hebt.
In het veld

In blok drie, als alles geregeld is, mag je gaan, weg, vrij, maar nu begint het echte werk!

Tijdens je veldwerkperiode moet je om de paar weken een rapportage schrijven en naar je begeleider mailen. In totaal zijn het er vier, voor de mensen die ervoor kiezen niet naar Guatemala te gaan, anders drie. Deze rapportages verschillen ieder in omvang en inhoud. Maar in elk laat je zien wat je in die weken hebt ondernomen voor onderzoeksactiviteiten, hoeveel interviews je hebt gehouden (en met wie) en hoe het gaat met de koppeling tussen de opgedane data en het theoretisch kader dat je in Nederland geschreven hebt.

Tijdens je veldwerk is het erg belangrijk om zoveel mogelijk deel uit te maken van je doelgroep, het liefst wil je geadopteerd worden zodat je overal bij betrokken wordt.

Dit is in het ene onderzoek vaak makkelijker dan in het ander. Sommige onderzoeken bevatten niet alleen één dorp of één gemeenschap, maar de informanten leven verspreid over de hele stad. Hoe dan er alsnog voor te zorgen dat je opgemerkt en toegelaten word? Laat je zoveel mogelijk zien! Zorg dat je op de hoogte bent van activiteiten, vieringen, filmpremières, rituelen of andere events. Laat je gezicht zien, zorg ervoor dat mensen zien dat je er graag bij betrokken wordt, maar nog belangrijker laat zien dat je oprecht geïnteresseerd bent en niet alles alleen uit eigen belang doet. Een ander tip is, vertel soms ook iets over jezelf, natuurlijk wel als de situatie en context dit toe laat. Maar hierdoor krijgen mensen ook een beter beeld van jou en jouw bedoelingen.
Scriptie schrijven

Na twee en een halve te korte maanden om alles te doen wat je eigenlijk wilde doen en iedereen te spreken die je naar velen malen bellen eindelijk te pakken hebt gekregen ga je met (als het goed is) nog meer vragen en een overdosis aan data terug naar huis. Terug in Nederland, gun jezelf even een week om op adem te komen, te acclimatiseren en vrienden en familie te zien. Vervolgens begint het begin van het einde. Uit al die data, impressies en ervaringen moet uiteindelijk een scriptie komen. Wees niet bang, velen zijn je voor gegaan en hebben het overleefd. Heb vooral duidelijk voor ogen wat je wilt zeggen, wat is jouw punt dat hiermee duidelijk moet worden. Het kan zijn dat je veel te veel data hebt, waarvan je uiteindelijk niet alles zal kunnen gebruiken. Dit is jammer, maar probeer je focus niet te verliezen door onnodige zijwegen in te willen slaan die uiteindelijk jouw verhaal alleen maar doen verzwakken. Zoals ik al zei, is het belangrijk je focus te behouden tijdens het schrijfproces: iets wat sommigen hierbij helpt is met medestudenten te praten over je onderwerp. Vaak merk je gaandeweg dat door aan iemand uit te leggen wat je bedoelt, waar je heen wilt met je verhaal, je jouw eigen gedachtes kunt ordenen.


Om dit stuk niet nog langer te maken, rest mij alleen nog maar te zeggen dat veldwerk echt heel leuk en interessant is om te doen. Je mag eindelijk alle opgedane kennis uit de unibanken gaan toepassen in de praktijk en hoe cliché het ook klinkt, het verbreedt je kijk op de wereld en verrijkt jezelf! En nu ik dit schrijf, kan ook ik niet wachten tot dat ik weer mag gaan.


Major gebonden keuzevakken
Algemeen
Iedereen die Culturele Antropologie studeert moet, naast de verplichte vakken, 8 major gebonden keuzevakken volgen. Hiervoor kun je kiezen uit een lijst van 15 vakken die in de officiële studiegids staan. Let erop dat je minimaal 1 vak op niveau 3 volgt en 5 op niveau 2. Maak voor jezelf een schema welke vakken jou interesseren en wanneer jij die wilt volgen. Het is handig op te schrijven in welke timeslots de vakken gegeven worden. Soms kunnen vakken uit dezelfde periode in hetzelfde timeslot vallen. Je kunt ze dan dus niet allebei in hetzelfde jaar doen. Denk eraan dat vakken van eventuele minors of bijvakken ook in hetzelfde timeslot kunnen vallen! Belangrijk is dus te bedenken in welk jaar je welk vak volgt.
Blok 1
Gender, Macht en Multiculturalisme – Liza Hokke
Dit keuzevak van antropologie probeert je bewust te maken van de genderaspecten om je heen. Dat je als het ware met een ‘genderbril’ op naar de wereld om je heen gaat kijken. Zo is bijvoorbeeld een fiets gender geladen; mét stang is voor mannen en zonder is voor vrouwen. Het vak geeft nieuwe inzichten over multiculturalisme, zo blijkt dat actuele debatten over multiculturalisme sterk verbonden is met gender en vooral met vrouwen. Je leert in deze cursus waarom dit zo is en nog veel meer over gender.
Opbouw cursus

De literatuur is goed te doen; je moet het boek van Nagel en Okin lezen en daarnaast een aantal artikelen. Deze moeten in het eerste gedeelte van de cursus gelezen worden.

Ik heb het vak gekozen omdat het me erg interessant leek. Vooral de link tussen gender, macht en multiculturalisme maakte mij nieuwsgierig maar echte verwachtingen had ik niet. De colleges vielen erg mee en waren leuk om naartoe te gaan. Gerdien Steenbeek is een enthousiaste verteller.

In de tweede fase van de cursus, na het tentamen, moesten we als opdracht een tijdschrift maken met zo’n 8 personen. Er werden geen colleges meer gegeven en in deze periode stond samenwerken centraal. Het is best een uitdaging om met z’n alle op dat niveau samen te werken maar wat ik gemerkt heb is dat als de communicatie goed en soepel verloopt en men zich aan afspraken houd het heel leuk is om te doen. Het tijdschrift heeft een overkoepelend thema, dat te maken heeft met gender en ieder schrijft een paper voor in het tijdschrift. Daarnaast schrijft ieder ook een vrije bijdrage, dit kan heel gevarieerd zijn, van een column tot een filmrecensie. Mijn hele redactie was erg tevreden over ons tijdschrift en ik had aan het begin van de cursus nooit gedacht dat ik zoiets zou kunnen maken in samenwerking met anderen. Je leert op een andere manier naar de wereld een bepaalde dingen daarin kijken en dat heeft mij veel geleerd!



Culture, violence, trauma and reconciliation – Luc Lauwers
In deze cursus, die in de studentenmond kortweg ‘Trauma’ wordt genoemd, staat de interpretatie van hedendaagse conflicten centraal. Vanzelfsprekend worden deze behandeld vanuit een antropologisch perspectief, iets wat ik een mooie aanvulling vind op de kennis en vooronderstellingen die je als student vaak al hebt van (hedendaagse) conflictsituaties door middel van het journaal of andere vormen van media. Ton Robben – die de colleges bij deze cursus verzorgt – richt zich dan ook voornamelijk op de politieke, sociale en etnische dimensie, waarbij niet per se het conflict zelf het uitgangspunt is, maar veel meer de nadruk wordt gelegd op concepten als trauma en verzoening.
Opbouw cursus

Deze cursus bestaat alleen uit hoorcolleges. Heel relaxt, want dan hoef je maar één keer op te komen draven. Nadeel is wel dat dit om negen uur ’s ochtends werd gegeven en je na vier uur college (met maar één keer vijftien minuten pauze!) helemaal kapot bent. Bovendien word je niet aan de hand genomen bij het uitpluizen van de theorie, zoals bij veel andere cursussen, die wel werkgroep hebben, meestal wel het geval is.

De cursusliteratuur bestaat uit twee boeken, die allebei prima te volgen zijn en een duidelijke illustratie en aanvulling vormen op de informatie die d.m.v. de colleges worden verstrekt. Het eerste, dikke(!) boek van Ton Robben zelf gaat over politiek geweld en massa mobilisaties in Argentinië. Dit wordt geplaatst binnen de historische context, waarbij een grote rol is weggelegd voor het volk en oud-president Péron. Het tweede boek, Iraq at a distance, leest gemakkelijk weg en is bedoeld om verschillende methodes aan te geven hoe je als antropoloog een rol kunt spelen bij conflicten en illustreert bovendien hoe dit bij hedendaagse conflicten nog bijna altijd ontbreekt. Hiernaast moeten nog verschillende artikelen gelezen worden, die met name ook tijdens de colleges worden behandeld. Deze gaan bijvoorbeeld over Cambodja en Rwanda en richten zich vooral op socio-economische en etnische aspecten van deze conflicten.

De beoordeling wordt gedaan aan de hand van een paper over een zelf te kiezen onderwerp, gerelateerd aan de cursusliteratuur, en een tentamen bestaande uit open vragen. De vaardigheden die van je worden verwacht sluiten goed aan bij de behandelde stof en bij wat ik van te voren van het vak had willen leren.

Al met al vond ik het een hele leuke cursus. Ton Robben kreeg het voor elkaar me elke keer om negen uur ’s ochtends – niet elke keer met evenveel goede moed – in de collegezaal te treffen. Dit komt mede door zijn interessante verhalen en de overvloed aan kennis die in zijn hoofd zit en er duidelijk uit moet, maar ook doordat centrale concepten als genocide/etnocide, social trauma en heropbouw na een conflict niet alleen op een originele en verassende, antropologische manier worden uitgelegd, maar ook doordat de aangeboden verhalen zeer uiteenlopend zijn. Zo worden niet alleen ‘droge’ theoretische concepten behandeld, maar ook illustraties uit het conflictveld en historische verschijnselen aangeboden. Vaak kijk je een documentaire.

Doordat je nauwelijks begeleiding kreeg bij het schrijven van een paper vond ik dit nog wel pittig, maar het ontbreken van werkgroepen vond ik niet erg en een vier uur durend college valt ook best te overzien. Als je het lezen van de cursusliteratuur een beetje bij houdt en voldoende oplet tijdens college is dit een cursus die goed te doen is en, naar mijn mening, een mooie aanvulling geeft op je studie antropologie. Zeker in combinatie met ‘Etniciteit en Nationalisme’ en ‘Religion, Fundamentalism and Conflict’, die worden gegeven in het blok ervoor en het blok erna, was deze cursus voor mij erg relevant.



Weerstand tegen minderheden –Nicky Smits

De cursus ‘weerstand tegen minderheden’ is een keuzevak dat gegeven wordt door de afdeling ASW. De cursus heeft raakvlakken met antropologische vakken, maar kijkt vanuit een andere hoek. Er wordt vooral gekeken in hoeverre veranderende samenlevingen, bijvoorbeeld door internationale migratie, invloed hebben op intergroepsrelaties. Er wordt hierbij specifiek gekeken hoe een meerderheidsgroep reageert op minderheidsgroepen in de samenleving (spoiler alert: er is hier sprake van weerstand).




Elke week wordt er een college gegeven dat in het teken staat van een bepaalde theorie of bepaalde minderheidsgroep. De eerste drie colleges gaan voornamelijk over de drie grote theorieën die je in de rest van de cursus toepast. Dit zijn de sociale identiteitstheorie, de conflicttheorie en de contacttheorie. In de colleges die volgen wordt vooral ingegaan op bepaalde minderheidsgroepen en in hoeverre bovenstaande theorieën van invloed zijn op identiteitsvorming, het creëren van vooroordelen en uitsluiting door meerderheidsgroepen. Zo heb je bijvoorbeeld een college over religieuze minderheden en een over homo’s en lesbiennes. Er wordt van je verwacht dat je ingelezen de collegezaal instapt. De cursusliteratuur bestaat uit artikelen die op blackboard staan of die je zelf op moet zoeken. De hoeveelheid en moeilijkheidsgraad van de artikelen verschilt. Ze kunnen in het Engels of Nederlands zijn geschreven, ontzettend lang zijn of maar uit een paar bladzijden bestaan en bijna zeventig of amper een jaar oud zijn.

Aan de hand van de stof maak je elke week een vragenset. De vragensets worden beoordeeld en vervolgens besproken in de werkgroepen, waar ruimte is voor discussie. De vragensets zijn een goede voorbereiding op het tentamen. In de vragensets en in de werkgroepen worden actuele debatten naar voren gehaald en hierbij de theorieën toegepast. Omdat in Nederland sprake is van een multiculturele samenleving, waar de scheidslijnen tussen assimilatie en behoud van identiteiten continue verschuiven, is kennis die je in deze cursus opdoet direct toe te passen. Daarnaast leer je praktische vaardigheden zoals het maken van hypothesen.

De colleges worden gegeven door een docent, maar er zijn meerdere werkgroepdocenten. Dit zijn zelf niet altijd ASW-ers of docenten maar ze weten wel waar ze het over hebben. De werkgroepen bestaan uit drie delen: twee klassikale, waarvan een om de vragensets door te nemen en de andere om dieper op de stof in te gaan, en het middelste deel is om in groepjes aan opdrachten te werken. Hierbij is de docent niet aanwezig.

Het is wel duidelijk te merken dat WTM geen antropologievak is. Er is eigenlijk altijd sprake van kwantitatief onderzoek, het is niet altijd even holistisch en soms worden er generalisaties gemaakt waar je als antropoloog met kromme tenen naar zit te luisteren. Je zou dit vak kunnen omschrijven als moeilijk, omdat je veel moet lezen en doen, maar aan de andere kant is het ook makkelijk – in elk vragenset is er minstens een vraag te vinden waarvoor je alleen een stukje uit een artikel of powerpoint moet herhalen of vertalen. Anders dan bij antropologie wordt er minder van je verwacht dat je zelf redeneert, en meer dat je de kennis reproduceert.




Blok 2
Sociale uitsluiting en stedelijk geweld in Latijns-Amerika – Matthias Schmal
De antropologie studie aan de Universiteit Utrecht is veel gericht op het continent Latijns-Amerika, zo ook dit vak. Bij sociale uitsluiting en stedelijk geweld in Latijns-Amerika wordt er ingegaan op de sociale problematiek in de grote steden van het continent. Er wordt een beeld geschetst van de grote ongelijkheid die bestaat in de steden, de sloppenwijken en de criminaliteit. Hoe is het mogelijk dat grootschalige criminele organisaties actief zijn in de steden en wat is de rol van de vaak corrupte overheid hierin? Deze vraag is niet makkelijk te beantwoorden, omdat de grenzen tussen de groepen heel vaag kunnen zijn.
Opbouw cursus

Het vak is in twee delen opgedeeld. In het eerste deel worden er twee keer per week vier uur lange colleges gegeven. Dit is dus wel intensief, maar elk college wordt afgesloten met een goede film dat aansluit op de besproken onderwerpen. Films die je kunt verwachten zijn Cidade de Deus en Tropa de Elite. Vaak gaat een college over een bepaalde stad en de problematiek in deze stad. Dit is vaak interessant, omdat zo diep ingegaan wordt op de achtergrond van de situatie en de verschillende actoren actief in de stad. Op deze manier ontstaat er geen gegeneraliseerd beeld van stedelijke problemen in heel Latijns-Amerika. Onderwerpen die besproken worden zijn onder andere drugscriminaliteit in Brazilië en Mexico, jeugdbendes in Midden-Amerika en informaliteit in Peru. Er zijn redelijk wat gastcolleges die gegeven worden door boeiende sprekers. Aan het einde van de eerste helft van het vak volgt een tentamen waarin er wordt verwacht dat je dieper over de stof hebt nagedacht. In het tweede deel van het vak, de laatste vier weken, moet een paper geschreven worden. Dit is een groepsopdracht die een bepaald onderwerp naar keuze uit de cursus intensief behandeld. Hier wordt je, als je wilt, wekelijks in begeleid.

In de cursus waren niet alle colleges even interessant en dan is vier uur lang zitten niet heel leuk, maar het kijken van een film aan het einde van elk college is een goede afwisseling. Het schrijven van een paper was goed te doen en had ik genoeg tijd voor. Als het onderwerp je boeit, kan ik dit vak best aanraden.
Wetenschappelijk schrijven – Patrick van der Groen

In het tweede blok komt het eerste keuzemoment binnen het eerste jaar van de studie opzetten. De opleiding heeft er echter voor gezorgd dat je automatisch ingeschreven wordt voor Wetenschappelijk Schrijven, een niveau 1 vak. Dit doet zij bovenal omdat het een cruciaal vak is waarbij je vooral leert over de beginselen van onderzoek. De vragen "Hoe doe ik onderzoek?", "Hoe spits ik mijn onderzoek toe?" en "Hoe begin ik met het schrijven van mijn paper?" komen uitgebreid naar voren. Verder is het vak een overkoepelend vak waarbij je uit heel veel verschillende subthema's kan kiezen waarop je je daarna in zo'n thema gaat specialiseren. Belangrijk om te zeggen is dat je in deze cursus hoofdzakelijk in werkgroepverband werkt. Er zijn een tweetal colleges die niet bijster interessant zijn simpelweg omdat je niet het gevoel hebt dat je er wat van opsteekt.


Opbouw cursus

De cursus begint met het lezen van verscheidene artikelen in het thema dat bij je werkgroepdocent hoort. Hierna ga je artikelen lezen die te maken hebben met je subthema binnen je subthema. Een voorbeeld hiervan is het subthema "vluchtelingen en asielzoekers" binnen het thema migratie. Na het lezen van deze artikelen ga je bedenken waar je over wilt schrijven. Hierbij wordt je aangestuurd door je werkgroepdocent. Je werkgroepdocent is zeer belangrijk in deze cursus vanwege het exclusief werken in werkgroepverband en je zult dus ook veel in aanraking komen met je werkgroepdocent. Na het bedenken van je onderwerp ga je over met het bedenken van je deelvragen, met het schrijven van je abstract. Hierbij word je begeleidt door je werkgroepdocent en bij elk product dat je schrijft is er sprake van een conceptversie waar je feedback over krijgt. Na je abstract wordt het allemaal wat concreter en ga je je schrijfplan maken voor je paper. Hierin zet je uiteen wat er allemaal gezegd gaat worden en stel je vast welke kant je op wilt gaan met je paper. In de kerstvakantie moet dan je paper geschreven worden, waarna de cursus afgelopen is.


Het leuke aan deze cursus is het feit dat je heel veel vrijheid krijgt in de richting waar je heen wilt met je paper. Ondanks dat je misschien een subthema hebt gekozen/toegewezen hebt gekregen kan je heel veel andere thema's er bij pakken waardoor het echt op jouw interesses kan aansluiten. Verder leer je heel veel omdat je niet alleen bezig bent met je eigen paper, maar in de les ook veel van andere papers te horen krijgt. Er zitten ook minder leuke dingen aan deze cursus. Je moet ontzettend veel lezen en je hebt weinig houvast dus je moet zelf wel echt pushen om veel te gaan lezen. De werkgroepdocent die je hebt kan bepalend zijn voor je resultaat en als je dus niet zo'n goede werkgroepdocent hebt kan dat nadelig werken voor je. Desondanks denk ik dat je wel veel leert van deze cursus en dat het ook zeker de moeite waard is om hier 7,5 studiepunten mee te scoren.

Religion, Fundamentalism and Conflict – Jelte Verberne
De cursus Religion, fundamentalism and conflict is een niveau 3 vak en daarom ook vrij pittig. Je gaat je verdiepen in de drie onderwerpen die terug te vinden zijn in de titel. Na deze cursus kijk je op een andere manier naar religieus terrorisme, religieus geweld en fundamentalisme. De cursus maakt gebruik van 2 boeken; ‘Terror in the Mind of God’ en ‘Wild Religion’, verder nog een 10tal artikelen. De boeken zijn goed te lezen en erg interessant, tussen de artikelen zitten er een paar pittige maar dit maakt de cursus ook uitdagender. Aan het einde van de cursus lever je een research paper in en maak je een take-home tentamen.
Opbouw cursus

De cursus bestaat uit één wekelijks hoorcollege en dienen als toevoeging op de literatuur, dit betekent dat er vooral van je verwacht wordt dat je zelf aan de slag gaat met de verplichte literatuur. Ik vond de hoorcolleges over het algemeen erg interessant, er is wel verschil en dit komt doordat er meerdere sprekers zijn die allemaal op een andere manier hoorcollege geven. Aan het eind van elk hoorcollege kijk je een documentaire, die een casus toont en zorgt voor nog wat verdieping. Zo kregen wij bijvoorbeeld een docu te zien over Jesus camp in de VS, Orthodoxe Joden in Palestina, en de driedelige docu ‘The Power of Nightmares’. Na en tijdens de reeks hoorcolleges schrijf je aan je research paper, dit doe je individueel. Je mag het onderwerp van je research paper vrij kiezen als het maar te maken heeft met het onderwerp. Dit is ideaal om je in een casus te verdiepen waar jij geïnteresseerd in bent die eventueel niet terugkomt of kort in de verplichte literatuur. Voor het paper maak je gebruik van zowel de cursus literatuur als extra artikelen. De verplichte literatuur is vooral handig voor theorieën en de literatuur die je zelf gaat zoeken kan je misschien het beste zien als casusliteratuur. De begeleiding bij je paper is minimaal, er is één feedback moment en die is in een soort van werkgroep. Ik merkte van andere studenten dat dit het grootste punt van kritiek is op deze cursus. Er was weinig feedback, soms maar één krulletje. De werkgroep is wel handig voor tips over het schrijven van je research paper en het benaderen van het onderwerp. De indeling van de weken is wel relax, zo is het zo dat als je klaar bent met je paper, het take-home examen pas online komt. Dit zorgt ervoor dat je niet met twee dingen tegelijkertijd bezig bent. Het take-home tentamen is niet makkelijk. Er wordt van je gevraagd om door te denken en de literatuur te kennen. Tip (eigenlijk altijd bij een take-home): kom ergens in de week samen (of via mail) en bespreek de vragen en je antwoorden, dit voorkomt dat je iets over het hoofd ziet en zorgt eventueel voor nieuwe inzichten!


Als je geïnteresseerd bent in zowel religie, conflict en vooral het eventuele verband tussen beide is dit een mooie cursus voor jou! Dit is wel één van de meest uidagende cursussen van antropologie maar dit maakt het ook één van de beste. Daarom vind ik ook dat deze eigenlijk niet mag missen in je rijtje major gebonden keuzevakken.


Blok 3

Stand van Nederland – Ying Que

Dit vak behandelt actuele thema’s van Nederland, die verschillen van gezondheidszorg tot integratie.



Opbouw cursus

In mijn jaar moesten wij het sociaal cultureel rapport uit 2008 lezen over sociale cohesie in Nederland. Er werd ons gevraagd een paper te schrijven over één hoofdstuk uit het rapport dat ons het meest interesseerde. We moesten dit in tweetallen doen en vier opdrachten inleveren die met minimale inspanning het uiteindelijke paper vormden. Het tentamen was goed te doen als je jezelf goed had voorbereid.

Ik was benieuwd hoe sociologie zou verschillen van antropologie. Ik vond de colleges erg droog, met veel data en statistieken en de discussies in de werkgroep werden echt vanuit een ander perspectief gevoerd. Dit laatste vond ik wel erg leuk, sociologie studenten benaderen sociale cohesie en verbondenheid vanuit een totaal andere manier dan wij antropologen. Ik had het gevoel dat we elkaar goed konden aanvullen, maar werd wel bevestigd in mijn idee dat antropologie de goede richting is voor mij.

Het is een vrij druk vak gezien de vijf deadlines voor de opdrachten, maar het niveau ligt niet erg hoog. Ik heb niet het gevoel dat ik er erg veel aan heb overgehouden. Misschien was dit omdat de link tussen sociale cohesie en de multiculturele samenleving natuurlijk gauw gelegd is en ik bij veel uitspraken een uitgekauwd gevoel kreeg. Ondanks dat ik de kennismaking met sociologie wel leuk vond, vond ik het vak geen topper.



Blok 4
Etniciteit en Nationalisme – Emma van Ameijde

Overal ter wereld worden gemeenschappen geconfronteerd met processen van mondialisering, met als gevolg de opkomst van de multiculturele samenleving. Vragen over de eigen identiteit in verband met religie, cultuur en etniciteit worden steeds belangrijker. Identiteiten van groepen worden strategisch gebruikt voor symbolische einddoelen en maar zorgen ook voor verwarring en stigmatisering. De relatie tussen de natie en de staat komt onder druk te staan en het ideaal van burgerschap verandert. Deze processen worden besproken in het vak Etniciteit en Nationalisme

 

Opbouw cursus

De cursus bestaat uit zowel hoorcolleges (1 per week) als werkgroepen (1 per week). Sommige hoorcolleges worden afgesloten met een film/documentaire; het ligt ook hieraan of de 4u die voor de hoorcolleges staan vol worden gemaakt of niet. Tijdens de eerste werkgroep wordt iedereen binnen een sub-groepje ingedeeld. Iedere week begeleid een ander groepje de werkgroep en bespreekt 2 hoofdstukken uit het boek imagined communities van Benedict Anderson. Een erg interessant, maar erg pittig, boek. Vrijwel alle werkgroepen gaan over dit boek, wat ik erg prettig vond omdat het dus een vrij lastig boek is. De andere literatuur die gelezen wordt tijdens deze cursus zijn Ethnicity and Nationlism van Eriksen enChanting Down the New Jerusalem van Guadeloupe. Het boek van Eriksen bespreekt concepten als natie, identiteit en nationalisme. Het is een goed te lezen boek, maar bevat veel namen en informatie.  In de hoorcolleges van Yvon van der Pijl komen veel begrippen en theorieen die beschreven worden in het boek terug. Het boek van Guadeloupe is een etnografie over het onderzoek dat hij gedaan heeft naar verschillende bevolkingsgroepen op het eiland Sint Maarten en de rol die verschillende DJ’s spelen in het creeeren van een nationale identiteit op het eiland. Ook een prima te lezen boek, maar er wordt tijdens de cursus weinig aandacht aan besteed. De cursus bestaat uit het maken van een tentamen (60%) en het schrijven van een essay (40%). Dit essay ging de afgelopen jaren over actuele zaken, zoals het WK-voetbal in Zuid-Afrika, de verkiezing van President Obama en afgelopen jaar werd de film Do the Right Thing (1989) van Spike Lee geanalyseerd en gekoppeld aan de actualiteit. Je wordt erg vrij gelaat tijdens het schrijven van je essay: leuk, maar dat maakt het ook moeilijk.

 

Persoonlijk vond ik het 1 van de beste cursussen die ik tijdens mijn bachelor antropologie gevolgd heb. De cursus behandelt actuele thema’s, maar duikt ook in het verleden en zet echt aan tot dieper nadenken over deze thema’s en begrippen. Ik heb de cursus in mijn vierde jaar gevolgd en ik vond het nog steeds een pittige cursus, dus denk er goed over na of je deze cursus al wel in je eerste jaar kunt/wilt volgen! De werkgroepen dragen enorm bij aan het begrijpen van imagined communities, maar er is natuurlijk nog veel meer stof die behandeld en gelezen wordt, dus onderschat het niet!  



Inleiding culturen en samenlevingen van Latijns-Amerika en het Caraïbisch gebied – Femke van der Heide
Dit vak wordt in het vierde blok gegeven voor de echte Latijns Amerika liefhebbers. Het is een vak wat goed te volgen is in je eerste jaar.
Opbouw cursus

De hoorcolleges van dit vak worden gegeven door Katrien Klep. Daarnaast geven verschillende docenten van de vakgroep een gastcollege, zo vertelt Fabiola Jara Gómez over de amazone, Hans de Kruijf over etnopolitiek in Guyana en Martijn Oosterbaan over religie en populaire cultuur in Brazilië. Vaak wordt in de colleges gebruik gemaakt van audiovisueel materiaal. In de werkgroepen wordt de literatuur die in de desbetreffende week behandeld is uitgebreid besproken, waarbij verbanden worden gelegd tussen het werk van verschillende auteurs. Eerst wordt een presentatie gegeven door een groepje studenten, daarna volgt een interactieve discussie/bespreking van de stof onder leiding van de docent.


Literatuur

Tijdens deze cursus wordt gebruik gemaakt van twee boeken. Ten eerste is er een handboek van H. Sanabria: The Anthropology of Latin America and the Caribbean. Dit boek is een beetje vergelijkbaar met het boek van Kottak wat in CA1 en CA2 wordt behandeld. Hier wordt op een overzichtelijke wijze in ieder hoofdstuk een ander aspect van de Latijns-Amerikaanse cultuur besproken. Daarnaast lees je een etnografie, welke is geschreven door Nancy Postero: Now we are Citizens. Indigenous Politics in Postmulticultural Bolivia. Dit boek richt zich op hoe inheemse groepen in Bolivia strijden voor invloed op de nationale politiek. Zelf vond ik dat het boek niet vlot leest en best lastig is, maar in de werkgroepen werd het uitgebreid besproken. Dit maakte dat ik het boek aan het eind van de rit goed begreep. Ten slotte lees je acht artikelen.


Toetsing

Aan het eind van het blok maak je een schriftelijk tentamen en lever je een essay in. Voor het essay mag je zelf een onderwerp kiezen, mits het met Latijns-Amerika te maken heeft. Het tentamen telt voor 60% en het essay voor 40% mee voor het eindcijfer.


Als je jouw bachelor onderzoek in Latijns-Amerika wilt doen, dan is het de bedoeling dat je dit vak hebt gevolgd. De cursus is erg leuk om te volgen als je al eens in Latijns-Amerika of het Caraïbisch gebied bent geweest. Je komt leuke herkenningspunten tegen die je motiveren om elke week weer in de banken te zitten. Ikzelf ben echter nog nooit in deze gebieden geweest, maar vond het vak erg interessant. Waar je in het vak Sociale Uitsluiting en Stedelijk Geweld in Latijns-Amerika vooral een donkere kant van de regio te zien krijgt, zie je in deze cursus waarom Latijns-Amerika een leuke en diverse regio is.

Families: generaties en demografische veranderingen – Maud Oostindie
In het derde blok wordt dit majorgebonden keuzevak gegeven. Het is een sociologievak, wat het heel anders maakt dan een echt antropologievak. Je krijgt inzicht in de veranderingen in familierelaties in Nederland (en ook wel de rest van het westen) in de afgelopen eeuw ongeveer. Ook krijg je inzicht in de verschillende theorieën die over dit onderwerp bestaan. Je schrijft een paper en je maakt een tentamen.
Opbouw cursus

Mijn ervaring is dat mensen die geïnteresseerd zijn in de brede, reflectieve en kritische kant van antropologie een beetje teleurgesteld in sociologievakken. Het zijn namelijk vakken die erg veel droge informatie, theorieën en statistieken. Zo ook bij het vak Families. Voor het tentamen wordt van je verwacht dat je deze theorieën uit je hoofd leert en interpretatie ervan wordt zeer minimaal verwacht, terwijl het een niveau 3 vak is. Dit maakt het van de andere kant wel een vak om makkelijk punten mee binnen te krijgen, als je een beetje goed bent in dingen uit je hoofd leren. De cursus wordt voornamelijk opgebouwd uit hoorcolleges: ééntje per week. Daarnaast worden er in totaal twee werkgroepen georganiseerd: eentje om je voor te bereiden op het paper dat je schrijft, en eentje om je feedback te geven over je paper. Je schrijft het paper in een groepje van twee personen, en je neemt interviews af met familieleden. Het onderwerp wordt ieder jaar opnieuw bepaald geloof ik, maar je moet waarschijnlijk een paper schrijven waarin je generatieverschillen binnen je familie beschrijft, binnen een bepaald onderwerp. Deze generatieverschillen moet je dan koppelen aan de literatuur en de theorieën, op een redelijk droge manier. Het is makkelijk om voldoende te scoren op dit paper, zolang je maar goed in de gaten houdt wat de docent van je verwacht. Al met al zou ik de cursus niet aanraden, maar als je geen andere mogelijkheid hebt omdat je bepaalde vakken mist of punten moet binnenhalen, dan is het vak wel te doen en te halen, met niet al te veel werk.



Beleid en evaluatie onderzoek (BEO) – Sabine Meulhof

De naam is wat verraderlijk; het vak sociale sturing gaat in op beleid, BEO is vooral gericht op analyse en evaluatie van beleid. In het tweede blok kun je kiezen voor dit niveau 3 vak. Al is het te bediscussiëren in hoeverre dit een niveau 3 vak is; er worden namelijk veel directe instructies gegeven en er zijn veel momenten voor feedback.


Ben je op zoek naar een stukje praktijk, een snufje politiek en een scheut onderzoek dan is dit een vak voor jou! Vanwege de scheut onderzoek krijg je een herhaling van onderzoeksdesigns en kwalitatief vs. kwantitatief. Verder ga je onderscheid maken tussen middel- doel en oorzaken -gevolgen ontwerpen van beleid, beleidscyclus, verschillende soorten evaluaties, voordelen en nadelen van een interne en externe evaluator.
En!, even speciaal voor de antropologen, beleid voor ontwikkelingshulp; wat zijn valkuilen en hoe kun je het beste samen met de lokale bevolking een duurzaam systeem opzetten.
Hier werd een half college aanbesteed door de gastspreker Emma Proud. Andere gastsprekers waren dit jaar (2012/2013) Marieke, werkzaam bij Twijnstra en Gudde. Zij houdt zich bezig met kwalitatief onderzoek o.a. aangaande infrastructuur en milieu, veiligheid. Zij richt zich vooral op proces evaluatie. En Claartje, werkzaam bij rechten van de mens. Zij verricht kwantitatief onderzoek. De gastcolleges, vormen een mooie brug naar de praktijk & bieden mogelijkheid om veel te weten te komen over het werkveld.
De boeken: 1 droog boek; Clarke en Dawson – Evaluation Research: introduction to principles, methods and practice, 1 met cynische grapjes en gekke voorbeelden; Pawson en Tilly – realistic evaluation maar nog steeds, net als het eerste boek te vergelijken met gebruiksaanwijzingen. Waarbij dan ook de redenen worden gegeven waarom je die aanwijzingen volgt of andere aanwijzingen zou kunnen volgen.

Doordat beleid erg breed is kun je de gebruiksaanwijzing toepassen op ieder soort beleid; van wietpas –beleid en loverboy- beleid tot supermarkt open op zondag- beleid en Utrecht als culturele Europese hoofdstad. Opdracht 1 is een analyse van het beleid. Bij opdracht 2, de evaluatieopdracht, zal je ook belanghebbenden en/of beleidmakers gaan interviewen, dat geeft ook een leuk kijkje in de keuken en een soort veldwerk. Al is de theorie wat droog, deze praktijkopdrachten maken het smeuïger.


Colleges zijn dan ook een prettige aanvulling qua toepasbaarheid en geven een korte samengevatte herhaling van de boeken. Het is echter aan te raden om voor het college of vlak na het college met de stof bezig te gaan, anders kun je de toepassingen niet plaatsen en verdampt de informatie (vooral in het begin) gemakkelijk.
Voor iedere werkgroep heb je een kleine voorbereidingsopdracht gemaakt, bijv. invulling van een rollenspel of een poster maken & daarnaast zijn er de 2 grote opdrachten die verdiepend en praktisch(er) zijn. Bij mij zorgden vooral de grote opdrachten ervoor dat ik de stof fris hield in mijn hoofd. Zo had ik door intensief samen te werken tijdens het maken van de opdrachten ook de belangrijkste dingen al had geleerd.
Tenslotte: De excursie was echt te gek; niet alleen maar praten en zo een beeld vormen van de praktijk maar echt op de plek zelf zijn, meedenken met een beleidsstuk, concretere voorbeelden en contexten, sfeer snuiven en genoeg mogelijkheid tot vragen; ook persoonlijkere vragen.


Ontwikkeling, conflict en veiligheid – Nienke de Haan
Ontwikkeling Conflict en Veiligheid is een nieuw vak, in 2012 begonnen. Het is een leuk en interessant vak voor iedereen die geïnteresseerd is in ontwikkelingssamenwerking en de rol van NGO’s en andere actoren in conflictgebieden. Er wordt een overzicht gegeven van verschillende stromingen in ontwikkelingssamenwerking en de belangrijkste begrippen op dat gebied en vervolgens worden er verschillende case studies behandeld. Voor mensen die ook development geografie 3 hebben gevolgd (bijvoorbeeld bij de minor ontwikkelingsgeografie) zijn veel dingen wel een beetje herhaling, maar de case studies maken het vak wel heel interessant. Ik vond het een van de leukste vakken van Antropologie, door de vele gastcolleges en interessante verhalen.

Opbouw Cursus
Elke week is er een hoorcollege, dat opgesplitst is in twee delen. In het eerste deel behandelt Marie Louise Glebbeek de stof die voor die week is opgegeven, en in het tweede deel komt een gastspreker vertellen over een bepaald conflict gebied. De gastsprekers hebben vaak zelf gewerkt voor een NGO of ambassade of onderzoek gedaan en het is heel leuk om zoveel enthousiaste verhalen uit de praktijk te horen. Wij hadden bijvoorbeeld een gastspreker die op de Nederlandse ambassade in Afghanistan had gewerkt, een gastspreker die onderzoek heeft gedaan in Sudan, een gastspreker die onderzoek heeft gedaan in Marseille naar illegaliteit, heel verschillende regio’s dus!



  1   2   3   4


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina