Alvorens u deze brochure gaat lezen… inhoudstafel



Dovnload 0.76 Mb.
Pagina1/26
Datum17.08.2016
Grootte0.76 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   26

Alvorens U deze brochure gaat lezen…


INHOUDSTAFEL




INHOUDSTAFEL 1

DEEL 1 – Het tijdskrediet 4

Hoofdstuk I – Toepassingsgebied 4

1. Algemeen 4

2. Mogelijkheid tot conventionele beperking van het stelsel van tijdskrediet 4

Hoofdstuk II – Welk type tijdskrediet kan ik nemen? 5

Hoofdstuk III – Tijdskrediet (in de strikte zin) ZONDER MOTIEF 6

1. Welke soorten recht op tijdskrediet bestaan er in de zin van CAO nr. 77bis? 6

2. Welke tewerkstellingsvoorwaarden zijn er om recht te bekomen op tijdskrediet (CAO 77bis) 6

3. Welke voorwaarden moet de werknemer vervullen om, eenmaal recht op tijdskrediet(CAO 77bis), een uitkering te bekomen van de RVA (KB 28/12/2011)? 8



3.1. Anciënniteitsvoorwaarde 8

3.2. Leeftijdsvoorwaarde 8

4.Hoelang kan de werknemer uitkeringen op tijdskrediet (in de strikte zin) zonder motief genieten (KB 28/12/2011)? 8



4.1. Minimumduur 8

4.2. Maximumduur 8

5. Heeft de werknemer recht op onderbrekingsuitkeringen? 8

6. Heeft de werknemer recht op tijdskrediet in de strikte zin? 9

7. Hoe moet de werknemer tijdskrediet in de strikte zin aanvragen? 9

8. Moet de werknemer die tijdskrediet in de strikte zin neemt vervangen worden? 9

9. Is de werknemer die tijdskrediet in de strikte zin neemt beschermd tegen ontslag? 9

10. Wat is het sociaal statuut van de werknemer tijdens het tijdskrediet in de strikte zin? 9

Hoofdstuk IV – Recht op een 1/5-tijdskrediet zonder motief 10

1. Wat zijn de mogelijkheden voor de werknemer? 10

2. Welke voorwaarden moet de werknemer vervullen? 11



2.1. Anciënniteitsvoorwaarde voor uitkering (KB 28/12/2011) 11

2.2. Tewerkstellingsvoorwaarde om recht te hebben op 1/5 tijdskrediet. 11

2.3. Leeftijdsvoorwaarde 13

3. Hoelang kan de werknemer 1/5-tijdskrediet uitkeringen genieten ? 13



3.1. Minimumduur 13

3.2. Maximumduur 13

4. Heeft de werknemer recht op onderbrekingsuitkeringen? 13

5. Heeft de werknemer recht op 1/5-tijdskrediet? 13

6. Hoe moet een werknemer 1/5-tijdskrediet aanvragen? 14

7. Moet een werknemer die 1/5-tijdskrediet neemt vervangen worden? 14

8. Is de werknemer die 1/5-tijdskrediet neemt beschermd tegen ontslag? 14

9. Wat is het sociaal statuut van de werknemer tijdens het 1/5-tijdskrediet? 14

Hoofdstuk V- Recht op tijdskrediet MET MOTIEF 15

1.Wat zijn de mogelijkheden voor de werknemer? 15

1.1.Met motief zorg en opleiding 15

1.2.Met motief ziek kind 16

Hoofdstuk VI – Recht op een deeltijds tijdskrediet 50+ 17

1. Welke types van deeltijds tijdskrediet 50+ bestaan er? 18

2. 1/5-tijdskrediet 50+ 18



2.1. Wat zijn de mogelijkheden voor de werknemer? 18

2.2. Welke voorwaarden moet de werknemer vervullen? 18

2.3. Hoelang kan de werknemer zijn arbeidsprestaties verminderen met 1/5? 22

3. Halftijds tijdskrediet 50+ 22



3.1. Wat zijn de mogelijkheden voor de werknemer? 22

3.2. Welke voorwaarden moet de werknemer vervullen? 22

3.3. Hoelang kan de werknemer uitkeringen halftijds tijdskrediet 50+ genieten? 25

4. Niet-verrekening van de periodes van andere types van tijdskrediet en thematische verloven 25

5. Niet-verrekening van de periodes van loopbaanonderbreking 26

6. Heeft de werknemer recht op onderbrekingsuitkeringen? 26

7. Heeft de werknemer recht op deeltijds tijdskrediet 50+? 26

8. Hoe moet de werknemer deeltijds tijdskrediet 50+ aanvragen? 26

9. Moet de werknemer die deeltijds tijdskrediet 50+ neemt vervangen worden? 26

10. Is de werknemer die deeltijds tijdskrediet 50+ neemt beschermd tegen ontslag? 26

11. Wat is het sociaal statuut van de werknemer tijdens het deeltijds tijdskrediet 50+? 26

Hoofdstuk VII - Gemeenschappelijke bepalingen van het tijdskrediet 27

1. Heeft de werknemer recht op tijdskrediet? 27

2. Hoe moet de werknemer tijdskrediet aanvragen? 27



2.1. Schriftelijke aanvraag 27

2.2. Na te leven termijn voor het indienen van de aanvraag 27

2.3. Inhoud van de aanvraag van onderbrekingsuitkeringen (formulier C61) 28

2.4. RVA-attest betreffende bedrag aanvullende vergoeding bij de onderbrekingsuitkering (attest C-17 CAO 77bis) 28

2.5. Andere attesten 29

3. Hoe moet de werkgever de aanvragen tot tijdskrediet behandelen? 29



3.1. Akkoord over het tijdskrediet 29

3.2. Beperking van het aantal gelijktijdige afwezigheden ingevolge tijdskrediet tot 5% van het personeelsbestand door het opstellen van een voorkeurs- en planningsmechanisme 30

3.3. Akkoord over de uitoefeningsmodaliteiten 36

3.4. Recht van uitstel 36

3.5. Intrekking of wijziging van het tijdskrediet 38

3.6. Werkhervatting vóór voorziene datum van beëindiging 38

4. Moet de werknemer die tijdskrediet neemt vervangen worden? 38

5. Is de werknemer die tijdskrediet neemt beschermd tegen ontslag? 39

5.1. Terugkeer naar de functie 39

5.2. Bescherming tegen ontslag 39

5.3. Wat gebeurt er indien de werknemer wordt ontslagen? 40

5.4. Schorsing van de opzeggingstermijn 41

5.5 Anciënniteit 41

6. Heeft de werknemer recht op onderbrekingsuitkeringen (KB 28/11/2012)? 41



6.1 Welke voorwaarden moet de werknemer vervullen om recht te hebben op onderbrekingsuitkeringen? 41

6.2. Hoe moet de werknemer onderbrekingsuitkeringen aanvragen? 44

6.3. Welke inkomsten mag de werknemer al dan niet cumuleren met onderbrekingsuitkeringen? 46

6.4. In welke gevallen verliest de werknemer het recht op de onderbrekingsuitkeringen én ook het recht op het tijdskrediet? 47

6.5. In welke gevallen verliest de werknemer het recht op de onderbrekingsuitkeringen zonder evenwel het recht op het tijdskrediet te verliezen? 48

6.6. In welke gevallen wordt het recht op onderbrekingsuitkeringen geschorst? 48

6.7. Wat is het bedrag van de onderbrekingsuitkeringen? 48

7. Vlaamse aanmoedigingspremies 50

8. Wat is het sociaal statuut van de werknemer tijdens het tijdskrediet? 50

8.1 Ziekte- en invaliditeitsverzekering 50

8.2. Arbeidsongeval en beroepsziekte 51

8.3. Kinderbijslag 51

8.4. Pensioenen 51

8.5 Werkloosheid 52

8.6. Jaarlijkse vakantie 53

8.7. Wettelijke feestdag 53

8.8. Ziekte en ongeval 54

9. Wat gebeurt er met de voordelen zoals een bedrijfswagen, gsm,… tijdens de periode van tijdskrediet? 54

10. Overgangsmaatregelen 54

11. Samenvattende tabellen 55

TIJDSKREDIET (PRIVÉ-SECTOR)
RECHT OP ONDERBREKINGSUITKERINGEN 56

ZONDERMOTIEF(1) 56


MET MOTIEF ZORG EN OPLEIDING(1) 56


MET MOTIEF ZIEK KIND(1) 56

EINDELOOPBAAN 57

Hoofdstuk VIII – Wettelijk kader 60

DEEL 2 - De thematische verloven 60

Hoofdstuk I – Recht op thematische verloven 60

Hoofdstuk II – Ouderschapsverlof 60

1. Ouderschapsverlof in het kader van een onbetaald verlof of in het kader van een loopbaanonderbreking? 60

2. Wat is ouderschapsverlof? 61

3. Op wie is het ouderschapsverlof van toepassing? 61

4.Wat zijn de mogelijkheden voor de werknemer? 61

5. Welke voorwaarden moet de werknemer vervullen? 62



5.1. De werknemer 62

5.2. Het kind 63

. Hoelang kan de werknemer ouderschapsverlof genieten? 63



6.1. Voltijds ouderschapsverlof 63

6.2. Halftijds ouderschapsverlof 64

6.3. 1/5-ouderschapsverlof 64

6.4. Niet-verrekening van deze periodes op andere types van tijdskrediet en op de drempel van 5% 64

7. Heeft de werknemer recht op ouderschapsverlof? 64

8. Hoe moet de werknemer ouderschapsverlof aanvragen? 65

8.1. Schriftelijke aanvraag 65

8.2. Na te leven termijn voor het indienen van de aanvraag 65

8.3. Inhoud van de aanvraag 65

8.4. Attest(en) 65

9. Hoe moet de werkgever deze aanvragen behandelen? 65



9.1. Akkoord over het halftijds ouderschapsverlof 65

9.2. Akkoord over de uitoefeningsmodaliteiten 65

9.3. Recht van uitstel 65

10. Moet de werknemer vervangen worden tijdens zijn ouderschapsverlof? 66

11. Is de werknemer die ouderschapsverlof neemt beschermd tegen ontslag? 66

12. Heeft de werknemer recht op onderbrekingsuitkeringen? 66

13. Wat is het sociaal statuut van de werknemer tijdens het ouderschapsverlof? 66

Hoofdstuk III – Palliatief verlof 67

1. Wat is palliatief verlof? 67

2. Op wie is het palliatief verlof van toepassing? 67

3. Wat zijn de mogelijkheden voor de werknemer? 67

4. Welke voorwaarden moet de werknemer vervullen? 68

5. Hoelang kan de werknemer palliatief verlof genieten? 68

5.1. Initiële periode 68

5.2. Verlenging 68

5.3. Niet-verrekening van de periodes van palliatief verlof op andere thematische verloven, alle types van tijdskrediet en op de drempel van 5% 68

6. Heeft de werknemer recht op palliatief verlof? 68

7. Hoe moet de werknemer palliatief verlof aanvragen? 68

8. Hoe moet de werkgever deze aanvragen behandelen? 69



8.1. Akkoord omtrent het verlof door de werkgever? 69

8.2. Ingang van het verlof? 69

9. Moet de werknemer tijdens zijn palliatief verlof vervangen worden? 69

10. Is de werknemer die palliatief verlof neemt beschermd tegen ontslag? 69

11. Heeft de werknemer recht op onderbrekingsuitkeringen? 69

12. Wat is het sociaal statuut van de werknemer tijdens het palliatief verlof? 69

Hoofdstuk IV – Verlof voor Bijstand en verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid 70

1. Wat is Verlof voor Bijstand en verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid? 70

2. Op wie is het verlof voor bijstand en verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid van toepassing? 70

3. Wat zijn de mogelijkheden voor de werknemer? 71

3.1. KMO met 10 of meer werknemers 71

3.2. KMO met minder dan 10 werknemers 72

4. Welke voorwaarden moet de werknemer vervullen? 72

5. Hoelang kan de werknemer verlof voor bijstand en verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid genieten? 72

5.1. Initiële periode 72

5.2. Verlenging 72

5.3. Totale duur 73

5.4. Niet-verrekening van deze periodes op andere thematische verloven, alle types van tijdskrediet en op de drempel van 5% 74

6. Heeft de werknemer recht op verlof voor bijstand en verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid? 74



6.1. Recht in geval van voltijds verlof 74

6.2. Akkoord ingeval van een half- of 1/5-tijds verlof in een KMO met minder dan 10 werknemers 74

6.3. Weigering van verlenging van het verlof in ondernemingen van 50 werknemers of minder 74

7. Hoe moet de werknemer verlof voor bijstand en verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid aanvragen? 74



7.1. Schriftelijke aanvraag 74

7.2. Inhoud van de aanvraag 75

7.3. Attest 75

8. Hoe moet de werkgever deze aanvragen behandelen? 75



8.1. Akkoord van de werkgever over het verlof? 75

8.2. Akkoord over de uitoefeningsmodaliteiten van het halftijds verlof 75

8.3. Weigering van verlenging van het verlof 75

8.4. Ingang van het verlof 76

8.5. Uitstel 76

9. Moet de werknemer die verlof voor bijstand en verzorging van een ernstig ziek gezins- of familielid neemt vervangen worden? 76

10. Is de werknemer die verlof neemt voor bijstand en verzorging van een ernstig ziek gezins- of familielid beschermd tegen ontslag? 76

11. Heeft de werknemer recht op onderbrekingsuitkeringen? 76

12. Wat is het sociaal statuut van de werknemer tijdens het verlof voor bijstand en verzorging van een ernstig ziek gezins- of familielid ? 76

Hoofdstuk V – Gemeenschappelijke bepalingen van de thematische verloven 77

1. Geniet de werknemer een bescherming tijdens zijn thematische verloven? 77

1.1 Terugkeer naar de functie 77

1.2.Schorsing van de opzeggingstermijn door de werkgever gegeven vóór het thematisch verlof 77

1.3. Bescherming tegen ontslag 77

1.4. Bepaling van de opzeggingstermijn 78

2. Heeft de werknemer recht op onderbrekingsuitkeringen? 79



2.1 Welke voorwaarden moet de werknemer vervullen om recht te hebben op onderbrekingsuitkeringen? 79

2.2. Hoe moet de werknemer onderbrekingsuitkeringen aanvragen? 79

2.3. Welke inkomsten mag de werknemer al dan niet cumuleren met onderbrekingsuitkeringen? 81

2.4. In welke gevallen verliest de werknemer het recht op de onderbrekingsuitkeringen én ook het recht op het thematisch verlof? 82

2.5. In welke gevallen verliest de werknemer het recht op de onderbrekingsuitkeringen zonder evenwel het recht op het thematisch verlof te verliezen? 82

2.6. In welke gevallen wordt het recht op onderbrekingsuitkeringen geschorst? 82

2.7. Wat is het bedrag van de onderbrekingsuitkeringen? 83

3. Vlaamse aanmoedigingspremies 83

4. Wat is het sociaal statuut van de werknemer tijdens de thematische verloven? 83

4.1 Ziekte- en invaliditeitsverzekering 83

4.2. Arbeidsongeval en beroepsziekte 84

4.3. Kinderbijslag 85

4.4. Pensioenen 85

4.5 Werkloosheid 86

4.6. Jaarlijkse vakantie 87

4.7. Wettelijke feestdag 87

4.8. Ziekte en ongeval 88

Hoofdstuk VI – Wettelijk kader 88

DEEL 3 – Mogelijkheden van overstap van een stelsel van loopbaanonderbreking / tijdskrediet / thematisch verlof naar een ander stelsel van tijdskrediet / thematisch verlof 90

INLEIDING




  • Het stelsel van tijdskrediet en thematisch verlof biedt aan werknemers de mogelijkheid om gedurende een bepaalde periode in hun beroepsloopbaan hun arbeidsprestaties volledig te schorsen of te verminderen. Dit geeft werknemers de kans om gezin en werk beter op elkaar af te stemmen.



  • In deel II bespreken we het recht van elke werknemer om, naast het tijdskrediet, de volgende thematische verloven te nemen:




  1. Ouderschapsverlof;

  2. Verlof voor palliatieve zorgen, het zogenaamde palliatief verlof;

  3. Verlof voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid.




  • In deel III van de brochure vindt u een schematisch overzicht van de (on)mogelijkheden waarover een werknemer beschikt om onmiddellijk van het ene stelsel van loopbaanonderbreking, tijdskrediet of thematisch verlof over te schakelen naar een anders stelsel zonder opnieuw het werk te moeten aanvatten gedurende een bepaalde periode.




  • Onlangs onderging de regelgeving rond tijdskrediet een grondige wijziging ten gevolge van het Koninklijk besluit van 28 december 2011 tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 tot uitvoering van hoofdstuk IV van de wet van 10 augustus 2001 betreffende verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven betreffende het stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking. U kan deze nieuwe wijzigingen in het groen in deze brochure vinden.

Deze nieuwe regels zijn van toepassing op alle eerste aanvragen of verlengingsaanvragen vanaf 01/01/2012. De oude reglementering blijft dus gelden voor verloven die vóór 01/01/2012 zijn ingegaan.


De oorspronkelijke overgangsregeling voorzag dat: “De oude reglementering alleen nog van toepassing zal blijven voor de eerste aanvragen of verlengingsaanvragen voor onderbrekingsuitkering die uiterlijk op 31 december 2011 werden ontvangen bij de RVA, en voor zover de werknemer uiterlijk op 27/11/2011 zijn werkgever schriftelijk op de hoogte had gebracht van deze aanvraag”.
Om tegemoet te komen aan het probleem van door werkgevers laattijdig ingediende aanvragen, heeft de RVA deze oorspronkelijke overgangsregeling versoepeld zodat de werknemers, onder bepaalde voorwaarden, aanspraak kunnen maken op onderbrekingsuitkeringen volgens de oude reglementering (die geldig was van voor 01/01/2012).
De oude reglementering kan nog van toepassing blijven wanneer aan drie cumulatieve voorwaarden is voldaan:


  1. 1.De werkgever werd uiterlijk 27/11/2011 schriftelijk op de hoogte gebracht van de aanvraag voor tijdskrediet.

  2. De ingangsdatum van het tijdskrediet was uiterlijk maandag 02/04/2012.

  3. De ontvangstdatum op het werkloosheidsbureau van het ingevuld formulier is uiterlijk donderdag 01/03/2012. (i.p.v. 23/12/2011).

Indicaties van oneigenlijk gebruik zullen door het werkloosheidsbureau worden overgemaakt aan het hoofdbestuur, dat de zaak dan zal voorleggen aan het Beheerscomité.





    Bij het lezen van deze brochure is het belangrijk in het achterhoofd te houden dat het recht op tijdskrediet wordt geregeld door de CAO nr. 77bis en door sectorale CAO’s.



  • Het recht op onderbrekingsuitkeringen staat los van het recht op tijdskrediet. Deze uitkeringsvoorwaarden worden geregeld in het KB van 12/12/2001, zoals recent gewijzigd door het nieuwe KB 28/12/2011. Het kan dus gebeuren dat iemand wel recht heeft op tijdskrediet, doch niet uitkeringsgerechtigd is. In dit geval van tijdskrediet zonder uitkering, is er geen opbouw van sociale zekerheidsrechten.





  • In ondergaande tekst worden de luiken die handelen over de voorwaarden voor recht op tijdskrediet (CAO nr. 77 bis) in standaard lettertype uiteengezet, de luiken met betrekking tot de uitkeringsvoorwaarden voor het bekomen van een uitkering door de RVA in een schuin lettertype.



  • Voor de mogelijkheden van overstap van een stelsel van loopbaanonderbreking / tijdskrediet / thematisch verlof naar een ander stelsel van tijdskrediet / thematisch verlof, verwijzen we naar deel III van deze brochure.




Deel 1 – Het tijdskrediet



  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   26


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina