Analyseformulier Incidentele aanvullende uitkering (iau) over 2013



Dovnload 75.04 Kb.
Datum23.08.2016
Grootte75.04 Kb.
Analyseformulier Incidentele aanvullende uitkering (IAU) over 2013

Inhoud


Inhoud 1

Toelichting 2

1.Achtergrondinformatie 4

1.1 Omgeving 4

1.2 Samenwerking in de regio/keten 5

2. Arbeidsmarktsituatie 6

2.1 Kern van de problematiek 6

2.2 De vraagzijde van de arbeidsmarkt 6

2.3 De aanbodzijde van de arbeidsmarkt 7

3.Beleid en uitvoering 8

3.1 Kern van de problematiek 8

3.2 Instroombeperking 8

3.3 Uitstroombeleid 9

3.3.1 Uitstroombevordering 9

3.3.2 Ontheffingenbeleid 11

3.4 Handhavings- en sanctiebeleid 12

3.5 Signalering en sturing 13

4.Samenvatting 15




Toelichting


  • Bij indiening van het verzoek dient u gebruik te maken van het aanvraag- en analyseformulier welke door de toetsingscommissie op haar website zijn geplaatst: www.toetsingscommissiewwb.nl
    Dat betekent dat u de analyse in word aanlevert en met dezelfde opbouw en nummering en formulering van de vraagstelling van het analyseformulier. Anders kan uw aanvraag niet in behandeling worden genomen.
    U wordt verzocht op elke vraag antwoord te geven en het antwoord op te nemen na de gestelde vraag.


  • Welke gemeenten moeten dit formulier (gedeeltelijk) invullen en welke gemeenten niet?

    • Gemeenten met minder dan 10.000 inwoners hoeven het analyseformulier niet in te vullen en kunnen bij een IAU-verzoek volstaan met indiening van een ondertekende aanbiedingsbrief en het aanvraagformulier.

    • Gemeenten met een inwonertal tussen 10.000 en 40.000 die wel aan een van de statistische arbeidsmarktcriteria voldoen, hoeven ook het analyseformulier niet in te vullen en kunnen bij een IAU-verzoek volstaan met indiening van een ondertekende aanbiedingsbrief en het aanvraagformulier.

    • Gemeenten met meer dan 10.000 inwoners die niet aan een van de statistische arbeidsmarktcriteria voldoen, dienen het gehele formulier in te vullen.

    • Gemeenten met meer dan 40.000 inwoners die wel aan een van de statistische arbeidsmarktcriteria voldoen dienen dit formulier in te vullen, waarbij de analyse van de arbeidsmarktsituatie, hoofdstuk 2 en de betreffende passage in de samenvatting, kunnen worden overgeslagen.

      • Wanneer een gemeente namelijk wel voldoet aan het arbeidsmarktcriterium van de Regeling WWB of aan de aanvullende arbeidsmarktcriteria van de Toetsingscommissie WWB wordt de situatie op de arbeidsmarkt van de gemeente in elk geval als uitzonderlijk aangemerkt.

      • Wanneer uw gemeente niet aan een van deze criteria voldoet of informatie hierover niet tijdig beschikbaar is, dan dient de gemeente zelf de uitzonderlijkheid te onderbouwen.

  • Informatie over de statistische arbeidsmarktcriteria van de toetsingscommissie (het WBB- en NWW-criterium) komt naar verwachting medio mei beschikbaar. Informatie over het arbeidsmarktcriterium uit de Regeling WWB (WWB-criterium) komt naar verwachting in de eerste helft van juli beschikbaar. De uitkomsten van deze criteria voor gemeenten zullen op de website van de toetsingscommissie worden geplaatst: www.toetsingscommissiewwb.nl.

  • Gemeenten die de uitvoering van de WWB, de IOAW, de IOAZ en het Bbz 2004 voor wat betreft levensonderhoud aan beginnende zelfstandigen gezamenlijk laten uitvoeren door bijvoorbeeld een ISD, dienen het formulier in te vullen op het niveau van de gemeente.

  • De toetsingscommissie baseert haar oordeel in principe op de informatie die is opgenomen in dit formulier en informatie waarover de commissie zelf beschikt. Overige informatie in eventuele bijlagen worden beschouwd als achtergrondinformatie. U wordt verzocht om eventuele bijlagen tot het noodzakelijke te beperken.

  • Hoewel in dit formulier veel onderwerpen aan bod komen waar u in uw analyse op in dient te gaan, kan de toelichting, afhankelijk van de situatie en hetgeen u aan de toetsingscommissie wilt meegeven, beperkt blijven. U wordt verzocht om zo bondig mogelijk de kern van de antwoorden weer te geven.

  • Bij de verschillende onderdelen is aangegeven over welke cijfers de toetsingscommissie al beschikt. Deze cijfers hoeft u daarom niet zelf in te vullen, maar wel dient u uw analyse mede op deze cijfers te baseren. Indien u daarnaast andere cijfers gebruikt, dient u de cijfers in dit formulier op te nemen en aan te geven welke bron, definities, peildata en eventuele bewerkingen zijn gebruikt.

  • Bij de beoordeling van het IAU-verzoek zal de commissie zich vooral richten op de WWB. Indien de gemeente meent dat een betekenisvol deel van het tekort wordt veroorzaakt door de ontwikkelingen in de IOAW, IOAZ of de kosten voor levensonderhoud voor beginnende zelfstandigen (onderdeel van het Bbz 2004), kan zij inzage bieden in deze regeling(en) en deze in de analyse van de arbeidsmarkt en/of beleid en uitvoering opnemen. De toetsingscommissie neemt dit dan mee in haar beoordeling. In de overige gevallen kan de gemeente volstaan met ingaan op de WWB.

  • Het is aan de gemeente om uitzonderlijkheid van de arbeidsmarktsituatie dan wel het gevoerde beleid aannemelijk te maken. Argumenten dienen daarom zowel kwalitatief als ook kwantitatief te zijn onderbouwd. Daarbij dient u bij uw analyse de situatie in uw gemeente in ieder geval te vergelijken met de landelijke situatie en waar mogelijk ook met die in de regio. Bij een regionale vergelijking dient u uit te gaan van de indeling in arbeidsmarktregio’s zoals deze voor 2013 gold. Deze is ondermeer te vinden op: https://www.werk.nl/pucs/groups/public/documents/document/wdo_010609.pdf

  • Om gemeenten behulpzaam te zijn, zal de commissie de SZW-, CBS- en UWV-cijfers waarover zij beschikt, tezamen met een korte toelichting, op haar website plaatsen: www.toetsingscommissiewwb.nl. De controle van de gegevens van uw eigen gemeente blijft daarbij uitdrukkelijk uw eigen verantwoording. Het staat u vrij om daarnaast ook andere cijfers te gebruiken. Wel dient u in dat geval:

    • ervoor te zorgen dat de commissie over de cijfers kan beschikken (dit kan bijvoorbeeld door de rechtstreekse link naar de betreffende website aan te geven of de cijfers als bijlage bij uw verzoek te voegen);

    • inzicht te geven in de cijfers van uw gemeente/regio en landelijk van in ieder geval de laatste twee en bij voorkeur van de laatste vier jaar; zonder een dergelijk inzicht kan de commissie de onderbouwing in beginsel niet als aannemelijk beschouwen;

    • de peildata (bijvoorbeeld jaargemiddelde, begin- of eindcijfers) te vermelden en duidelijk de eventuele berekeningswijze aan te geven.

  • Met uitzonderlijk (wat betreft de arbeidsmarktsituatie) bedoelt de commissie uitzonderlijk ten opzichte van andere gemeenten. Wanneer bijvoorbeeld een gemeente de gevolgen ondervindt van de slechte economische conjunctuur of het bijstandsbestand relatief veel laagopgeleiden telt, zijn dat op zichzelf voor de commissie geen redenen om de arbeidsmarktsituatie als uitzonderlijk aan te merken wanneer veel gemeenten met een dergelijke situatie te maken hebben.

  • Bij de beoordeling kijkt de commissie vooral naar de ontwikkelingen van de laatste twee jaar (2011-2013 ten opzichte van de landelijke ontwikkeling. Bij de budgetverdeling wordt namelijk grosso modo al rekening gehouden met de situatie van 2011, waardoor de meer structurele situatie in de ogen van de commissie niet per definitie de oorzaak kan zijn van een tekort van meer dan 10%. Wel wordt u verzocht om ook de situatie van vóór 2011 te schetsen (bijvoorbeeld van de periode 2009-2011), zodat de commissie de ontwikkelingen tussen 2011-2013 meer in perspectief kan plaatsen. Zo wordt bijvoorbeeld een gemiddelde ontwikkeling anders gewogen wanneer dit zich voordoet tegen de achtergrond van een structureel lastige situatie dan tegen de achtergrond van een structureel gunstiger situatie.


  1. Achtergrondinformatie



1.1 Omgeving


U wordt verzocht in het kort te schetsen in welke omgeving uw gemeente ligt.

U dient in elk geval kort in te gaan op onderstaande zaken; het staat u uiteraard vrij om ook andere relevante zaken te noemen.



  1. Hoe wordt uw gemeente gekenmerkt?
    (Denk bijvoorbeeld aan zaken als stedelijk/landelijk gebied, uitgestrektheid van het gebied, woon-/werkgemeente, eventueel groei-/krimpregio)



  1. Welke omliggende gemeenten/regio’s zijn voor uw gemeente vooral relevant?



  1. Hoe verhoudt hetgeen genoemd is bij vraag 1 zich tot de situatie van omliggende gemeenten?



  1. Hoe ligt uw gemeente ten opzichte van de rest van de arbeidsmarktregio?
    (Denk bijvoorbeeld aan zaken als middenin/aan de rand van de regio, bereikbaarheid (auto/fiets/openbaar vervoer en reistijd) van relevante gebieden). De toetsingscommissie zal bij haar beoordeling ook meewegen of de gemeente hier iets aan kan doen, bijvoorbeeld het zelf organiseren van vervoer.



  1. Optioneel: overige informatie over de omgeving?


1.2 Samenwerking in de regio/keten




  1. Heeft u de uitvoering van de WWB, IOAW, IOAZ en/of Participatiebudget ondergebracht in een samenwerkingsverband? Zo ja, welke onderdelen betreft het precies?



  1. Alleen in te vullen als vraag 1 met Ja is beantwoord:
    De gemeente blijft verantwoordelijk voor de uitvoering van de WWB/IOAW/IOAZ/Participatiebudget. Op welke wijze neemt uw gemeente deze verantwoordelijkheid nu de uitvoering van (onderdelen van) genoemde wetten in een WGR-verband is ondergebracht?



  1. Alleen in te vullen als vraag 1 met Ja is beantwoord:
    Worden door uw gemeente specifiek voor uw gemeente geldende aandachtspunten aan het WGR-verband meegegeven? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet?




  1. Werkt uw gemeente samen met andere overheden (gemeenten, provincie, UWV, SVB, etc.), onderwijsinstellingen (bijvoorbeeld ROC’s) en/of ondernemers/bedrijfsleven (werkgevers, brancheorganisaties, etc.) en zo ja, met welke partijen en op welke onderdelen?


2. Arbeidsmarktsituatie


Wanneer de gemeente aan geen van de statistische arbeidsmarktcriteria voldoet, óf dit nog niet bekend is voor de datum van indiening, kan de gemeente via dit formulier aannemelijk maken dat er sprake is van een uitzonderlijke situatie op de arbeidsmarkt.

Voor het bepalen van de uitzonderlijkheid zal de toetsingscommissie steeds kijken naar het beeld van de gemeente en de regio in vergelijking met Nederland.



Wat betreft uitzonderlijkheid van de arbeidsmarktsituatie voor uw gemeente wordt u gevraagd om zoveel mogelijk specifieke argumenten te gebruiken. En deze zoveel mogelijk ook cijfermatig te onderbouwen.

2.1 Kern van de problematiek




  1. Is in uw ogen de arbeidsmarktsituatie voor uw gemeente als uitzonderlijk aan te merken?



  1. Welke argumenten heeft u hiervoor?
    (In de paragrafen 2.2 (vraagzijde) en 2.3 (aanbodzijde) kunt u dit nader onderbouwen)










2.2 De vraagzijde van de arbeidsmarkt




  1. Hoe heeft de algemene werkgelegenheidssituatie zich in uw arbeidsmarktregio ontwikkeld?
    (De commissie kijkt bij haar beoordeling vooral naar de ontwikkeling tussen 2011-2013. Om deze ontwikkeling in perspectief te kunnen plaatsen, verzoekt de commissie u daarnaast om een breder beeld te schetsen, namelijk van de laatste 4 á 5 jaar.)



  1. Zijn voor uw gemeente/regio specifieke sectoren relevant? Zo ja, welke betreft het en hoe heeft de werkgelegenheid zich in deze sectoren ontwikkeld?


2.3 De aanbodzijde van de arbeidsmarkt




  1. Zijn er specifieke ontwikkelingen tussen 2011-2013 in uw bijstandsbestand die relevant zijn voor de arbeidsmarktsituatie?
    (Denk bijvoorbeeld aan veranderingen in de bestandssamenstelling en/of leeftijdsopbouw.)



  1. Hoe verhouden deze ontwikkelingen zich tot de meer structurele situatie?
    (De commissie kijkt bij haar beoordeling vooral naar de ontwikkeling tussen 2011-2013. Om deze ontwikkeling in perspectief te kunnen plaatsen, verzoekt de commissie u daarnaast om een breder beeld te schetsen, namelijk van de laatste 4 á 5 jaar.)



  1. Wat kunt u zeggen over de ontwikkeling tussen 2011-2013 van het arbeidsaanbod vanuit het bijstandsbestand?


  1. Beleid en uitvoering



3.1 Kern van de problematiek




  1. Wat is/zijn, geredeneerd vanuit de in hoofdstuk 2 geschetste situatie, de oorzaak/oorzaken van het tekort?
    (Denk bijvoorbeeld aan hoge instroom in de bijstand, lage uitstroom, een verandering in de uitgaven die verband houdt met wijzigingen in de bestandssamenstelling.)



  1. Zijn er overige oorzaken die niet direct samenhangen met de arbeidsmarktsituatie? Zo ja, welke?


3.2 Instroombeperking




  1. Heeft u in 2013 extra maatregelen genomen op het gebied van instroombeperking? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet?



  1. Als vraag 1 met Ja is beantwoord: Wat was het effect van deze maatregelen in termen van instroombeperking? Onderbouw dit ook cijfermatig.



  1. Welke instroombeperkende maatregelen heeft u in de periode 2009/2010 t/m 2012 genomen, wanneer zijn deze maatregelen genomen en wat was het resultaat? Onderbouw dit ook met cijfers.
    (Dit dient als achtergrondinformatie, zodat de commissie de antwoorden op de vragen 1 en 2 in perspectief kan plaatsen. U mag zich hierbij vooral concentreren op de periode 2009/2010 t/m 2012.)



  1. Vul onderstaande tabel in.

Tabel: aanvragen, intrekkingen, toekenningen en afwijzingen*




2010

2011

2012

2013

Aantal aanvragen













Aantal intrekkingen (indien van toepassing)













Aantal afwijzingen













Aantal toekenningen (instroom)

=aanvragen –intrekkingen –afwijzingen













*Cijfers per ultimo van elk jaar.

Toelichting (optioneel)


3.3 Uitstroombeleid



3.3.1 Uitstroombevordering




  1. Heeft u in 2013 extra maatregelen genomen op het gebied van uitstroombevordering? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet? Wat heeft uw gemeente specifiek ondernomen gericht op jongeren en ouderen (55+)?



  1. Als vraag 1 met Ja is beantwoord: Wat was het effect van deze maatregelen in termen van uitstroombevordering? Onderbouw dit ook cijfermatig.



  1. Welke uitstroombevorderende maatregelen heeft u in de periode 2009/2010 t/m 2012 genomen, wanneer zijn deze maatregelen genomen en wat was het resultaat? Onderbouw dit ook met cijfers.
    (Dit dient als achtergrondinformatie, zodat de commissie de antwoorden op de vragen 1 en 2 in perspectief kan plaatsen. U mag zich hierbij vooral concentreren op de periode 2009/2010 t/m 2012.)



  1. Hoe heeft u de middelen uit het participatiebudget ingezet: voor welke trajecten zijn middelen ingezet, eventueel ook voor welke specifieke groepen? Als u een overschot heeft op het participatiebudget, wordt u verzocht de reden hiervan toe te lichten.



  1. Zet u naast het participatiebudget ook andere middelen in? Zo ja, welke en welke bedragen zijn hiermee gemoeid?



  1. Wat is de duurzaamheid van de ingezette instrumenten? Welk instrument gebruikt u om de re-integratieinspanningen te volgen (bijvoorbeeld de participatieladder)? Verder wordt u verzocht om het effect van re-integratieinspanningen over 2013 ook cijfermatig inzichtelijk te maken. Op welke positie/trede is de cliënt gestart en waar staat deze eind 2012?
    U wordt verzocht bij elke groep een korte toelichting te geven. Bestaat bijvoorbeeld een groep in een bepaalde trede vooral uit inburgeringsplichtigen, arbeidsgehandicapten, etc.



  1. U wordt verzocht onderstaande tabel in te vullen.

Tabel: Uitstroom




2010

2011

2012

2013

Aantal bijstands-gerechtigden uitgestroomd naar regulier werk*













Waarvan met voorafgaand traject













Aantal bijstandsgerechtigden dat terugvalt na 6 maanden













* Onder uitstroom naar regulier werk wordt verstaan: de uitstroom naar niet door de gemeente gesubsidieerd werk.

Toelichting:



3.3.2 Ontheffingenbeleid


Bij de beantwoording van onderstaande vragen dient u, naast de formele ontheffingen, indien van toepassing, ook in te gaan op het gebruik van informele ontheffingen (zoals rustperioden).

  1. Heeft u in 2013 extra maatregelen genomen om het aantal ontheffingen te beperken? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet?



  1. Als vraag 1 met Ja is beantwoord: Wat was het effect van deze maatregelen? Onderbouw dit ook cijfermatig.



  1. Welke maatregelen heeft u in de periode 2009/2010 t/m 2012 genomen om het aantal ontheffingen te beperken, wanneer zijn deze maatregelen genomen en wat was het resultaat? Onderbouw dit ook met cijfers.
    (Dit dient als achtergrondinformatie, zodat de commissie de antwoorden op de vragen 1 en 2 in perspectief kan plaatsen. U mag zich hierbij vooral concentreren op de periode 2009/2010 t/m 2012.)



  1. U wordt verzocht onderstaande tabel in te vullen.

Tabel: ontheffingen van de arbeidsverplichting*




2010

2011

2012

2013

Aantal bijstandsgerechtigden













Aantal volledige ontheffingen













Aantal gedeeltelijke ontheffingen













Aantal informele ontheffingen, indien van toepassing













Indicatie van de duur van een ontheffing













*Cijfers van ultimo december.

3.4 Handhavings- en sanctiebeleid




  1. Welke extra maatregelen heeft u in 2013 genomen op het gebied van elk van onderstaande punten?

  2. Wat was het effect van deze maatregelen? Onderbouw dit ook cijfermatig.

  3. Welke maatregelen heeft u in de periode 2009/2010 t/m 2012 genomen op elk van onderstaande punten, wanneer zijn deze maatregelen genomen en wat was het resultaat? Onderbouw dit ook met cijfers.
    (Dit dient als achtergrondinformatie, zodat de commissie de antwoorden op de vragen 1 en 2 in perspectief kan plaatsen.)

U dient deze 3 vragen bij elk van de onderstaande onderwerpen te beantwoorden:

  1. Fraude-alertheid



  1. Controle

(dit betreft controle in brede zin, dus niet alleen financiële controle, maar ook controle op het nakomen van opgelegde verplichtingen)

  1. Opsporing, handhaving en afdoening



  1. Het opleggen van bestuurlijke boetes, de incasso daarvan dan wel de verrekening met bijstand/uitkering



  1. Het verplicht terugvorderen van (bijstands)uitkering die ten onrechte of tot een te hoog bedrag is ontvangen als gevolg van het niet of niet behoorlijk nakomen van de informatieverplichting door belanghebbende



  1. De mate waarin de gemeente gebruik maakt van de mogelijkheden tot terugvordering van ten onrechte verstrekte uitkeringen



  1. De mate waarin de gemeente gebruik maakt van de mogelijkheden tot verhaal van uitkeringen



  1. De inspanningen van de gemeente om haar uitstaande vorderingen daadwerkelijk te innen;


3.5 Signalering en sturing


De toetsingscommissie beschikt over cijfers m.b.t. toegekende budgetten en bestedingen (SiSa-gegevens) en daarmee over cijfers over de hoogte van tekorten van de afgelopen jaren. Deze cijfers hoeft u dus niet in te vullen. Wel wordt van u een analyse van de situatie van de afgelopen 2-4 jaar gevraagd, waarbij in ieder geval de volgende aspecten belicht dienen te worden:

  1. Wanneer en op welke wijze heeft u gesignaleerd dat een tekort werd verwacht?



  1. Wat zijn de belangrijkste maatregelen die zijn genomen ter terugdringing van het tekort en wanneer zijn deze maatregelen genomen?



  1. Op welke wijze zijn de effecten van de maatregelen gemonitored?



  1. Is sprake geweest van tussentijdse bijsturing en zo ja, wanneer en op welke wijze?



  1. Welke financiële effecten werden in 2013 beoogd en in hoeverre zijn deze behaald? Licht hierbij ook toe waardoor resultaten eventueel niet zijn behaald.


  1. Samenvatting




  1. Is naar uw mening sprake van een uitzonderlijke situatie op de arbeidsmarkt voor uw gemeente en zo ja, wat zijn hiervoor de belangrijkste argumenten?



  1. Voor gemeenten met een inwonertal tussen 10.000 en 40.000:
    Bent u van mening dat beleid en uitvoering alsnog aanleiding kunnen geven om tot een positief advies te komen? Zo ja, wat zijn hiervoor naar uw mening de belangrijkste redenen?



  1. Voor gemeenten met een inwonertal >40.000:
    De commissie kan alleen tot een positief advies komen, indien de commissie van oordeel is dat sprake is van een uitzonderlijke arbeidsmarktsituatie en wanneer beleidskeuzes m.b.t. beleid en uitvoering dan wel de uitvoering daarvan (met inbegrip van het handhavings- en sanctiebeleid) niet mede oorzaak zijn van het tekort.
    Wat zijn uw belangrijkste argumenten waarom beleid en uitvoering niet mede oorzaak zijn van het tekort?








De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina