Andjenie Bhaggoe 302212 & Wandana Nejal 306188



Dovnload 255.18 Kb.
Pagina2/11
Datum20.08.2016
Grootte255.18 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11

2.1 Definities


Een fusie is het samensmelten van twee of meer ondernemingen tot één onderneming. Het doel van een overname is het verwerven van een meerderheidsbelang in een andere onderneming door het verkrijgen van alle aandelen of het grootste deel van de uitgegeven aandelen (Defeen, 2007). Bij een overname zijn er twee partijen, de kopende partij, de acquirer en de verkopende partij, de target. Een fusie of overname is een manier waarop een organisatie externe groei kan bereiken. Uit de bovenstaande definities kan worden afgeleid dat het verschil tussen een fusie en een overname zich uit in het eigenaarschap. Bij een fusie zijn na de samensmelting de aandeelhouders van de nieuwe onderneming eigenaar, dit in tegenstelling tot een overname, hierbij zijn de aandeelhouders van de overnemende partij de eigenaar.

2.1.1 Integratie


In de praktijk zijn er drie integratiemogelijkheden. Deze integratiemogelijkheden zijn verticale integratie, horizontale integratie en conglomerate integratie. Onder verticale integratie wordt verstaan het voorwaarts of achterwaarts integreren van twee ondernemingen in dezelfde bedrijfsketen door middel van een F&O (Defeen, 2007). Een onderneming kan besluiten tot een F&O om directe controle te verwerven over de input die nodig is om te kunnen produceren of om controle te krijgen over de distributiekanalen van haar producten. De gedachte die hierachter schuilt, is dat de manager er zo voor kan zorgen dat beide ondernemingen naar hetzelfde doel toe werken. Er is sprake van horizontale integratie als er F&O’s plaatsvinden in dezelfde sector (Church, 2008). Ondernemingen gaan zich richten op aspecten waar ze echt goed in zijn en stoten op deze manier de niet-kern activiteiten af.

Er is sprake van conglomeraten integratie als er F&O’s plaatsvinden van ongerelateerde ondernemingen. De voornaamste reden voor conglomeraten F&O’s is diversificatie, maar omdat aandeelhouders veel gemakkelijker kunnen diversifiëren dan ondernemingen, is deze reden niet acceptabel (Bartel, 2002).


2.2 Historie


Hoewel er in het recente verleden veel F&O’s plaatsvinden, zijn er ook vijf andere periodes te onderscheiden waarin er veel F&O’s waren. In figuur 1 zijn de F&O activiteiten van 1981 tot 2007 uiteengezet (Kummer & Steger, 2008).
Figuur 1 : Aantal F&O’s ( 1981- 2007)

Zoals hierboven is te zien zijn er door de jaren heen een aantal pieken geweest, de eerste golf was in de periode 1897 tot 1903. De oorzaak voor het grote aantal F&O’s in die tijd was het behalen van meer efficiency (Banerjee & Eckard 1998). De tweede golf was in de jaren dertig, met als oorzaak de Grote Depressie. In tijden van crisis kunnen ondernemingen gered worden door F&O’s. De derde golf vond plaats in de jaren zestig en zeventig. Deze periode werd gekenmerkt door conglomeraten F&O’s. De vierde golf is te plaatsen in de jaren tachtig en wordt gekenmerkt door vele vijandige F&O’s (Harford 2005). Conglomeraten ondernemingen die slecht presteerden werden opgekocht, om vervolgens de individuele business units te verkopen tegen een prijs die relatief hoger was dan de aankoopprijs. De laatste periode begon in de jaren negentig en is nu nog steeds voelbaar. Deze F&O’s zijn meestal van vriendelijke aard, worden gepleegd uit strategisch of globaal perspectief en vinden plaats in dezelfde sector (Floegel, Volker, Johanning, Lutz & Gebken, 2005). In figuur 2 is een overzicht van de maandelijkse F&O trends van begin 2008 tot begin 2009 weergegeven (Thompson One Banker). In de onderstaande figuur is een piek in juli en in december 2008 te zien, zeer waarschijnlijk als reactie op de kredietcrisis.

In februari 2009 heeft het aantal voltooide en aangekondigde F&O’s zijn minimum bereikt in vergelijking met het voorgaande jaar.
Figuur 2: aangekondigde en voltooide F&O’s (02/2008- 02/2009)

2.3 Motieven en de samenhangende synergievoordelen


Er bestaan verscheidene motieven waarom er F&O’s plaatsvinden. De voornaamste reden zijn synergievoordelen. Deze voordelen zijn op te splitsen in financiële en operationele synergieën (Damodaran, 2005). Een aantal voorbeelden zullen wij hieronder bespreken.

2.3.1 Operationele synergievoordelen


Operationele synergievoordelen zijn de synergieën waarmee een onderneming met haar bestaande bezittingen in staat is om haar operationele inkomen en/of haar groei te laten toenemen. Deze komen onder andere voort uit schaalvoordelen, voordelen van het hebben van een monopolistische positie en functionele krachten (Damodaran, 2005). Wij zullen deze voordelen kort toelichten.
Schaalvoordelen en Economies of scope

Een grote onderneming kan haar vaste kosten reduceren, door het vergroten van haar afzet wanneer haar kosten gelijk blijven, dit zijn de zogenoemde schaalvoordelen. Voor kleine ondernemingen is dit niet weggelegd. Grote ondernemingen kunnen ook kosten reduceren door de marketing en de distributie activiteiten van verschillenden gerelateerde producten te combineren. Behalve de kostenbesparing en de toename in de opbrengsten, kunnen er ook kosten zijn die samenhangen met de grootte van een onderneming. Grote ondernemingen zijn over het algemeen moeilijker te sturen dan kleine ondernemingen (Zhihao, 2005).


Monopolistische positie

Als een onderneming met relatief veel marktmacht fuseert met een andere onderneming in diezelfde sector kan het haar marktmacht vergroten ten opzichte van de rest van de ondernemingen in die industrie, voornamelijk wanneer er weinig soortgelijke ondernemingen zijn in die sector. Het hebben van een grotere marktmacht vermindert concurrentie wat resulteert in hogere marges en operationele inkomen. Dit zal resulteren in gunstige monopolistische opbrengsten. Sommige landen hebben bepaalde wetgeving om een dergelijke monopolistische positie van ondernemingen te voorkomen (Murry, 2006).


Functionele krachten

Met functionele krachten worden de sterke kanten van een onderneming bedoeld. Als twee ondernemingen in krachten verschillen kunnen zij zich sterker maken door te fuseren. De functionele krachten van een onderneming zijn overdraagbaar naar andere ondernemingen.


2.3.2 Financiële synergievoordelen


Bij financiële synergieën vindt er een toename plaats in de kasstromen en/of nemen de kosten van kapitaal (cost of capital) af. Financiële synergievoordelen komen onder andere voort uit diversificatie, overmatige cash en het hefboomeffect (Damodaran, 2005). Hierna lichten wij deze termen toe.
Diversificatie

Diversificatie is de meest controversiële bron van financiële synergie en meestal een reden voor conglomeraten integratie. Het voordeel dat hieruit voortvloeit is risico reductie. Omdat risicovolle investeringen tegenover niet risicovolle investeringen komen te staan, wordt het risico verspreid. Voor grote ondernemingen is de kans kleiner om failliet te gaan, omdat zij een goede gediversifieerde portefeuille hebben met meer mogelijkheden. Als laatste is de toename in liquiditeit binnen het bedrijf een voordeel van diversificatie, omdat er een buffer ontstaat waaruit de korte termijn schulden betaald kunnen worden.


Overmatige cash

Het hebben van overmatige cash is een klein onderdeel van financiële synergievoordelen.

Wanneer een onderneming overmatig cash heeft, maar geen investeringsmogelijkheden, kan zij waarde creëren door een F&O van een onderneming die dit wel heeft, maar niet de middelen heeft om deze uit te voeren.

Deze synergieën komen meestal voor wanneer een grote onderneming een kleinere onderneming overneemt of bij overnames van private door publieke ondernemingen.


Hefboomeffect

Bij een F&O kunnen de kasstromen van de gecombineerde onderneming stabieler en preciezer te voorspellen zijn, waardoor zij in staat is om een grotere schuldcapaciteit te hebben. Als de hefboom toeneemt, neemt ook het daarmee samenhangende belastingvoordeel toe. Dit belasting voordeel vertaalt zich meestal in lagere kosten van kapitaal.


2.3.3 Overige


Karakteristieken

De karakteristieken van een onderneming kunnen ook een motief zijn voor een F&O. Er wordt in het bijzonder gekeken naar de ervaringen van de aqcuirer. De ervaringen van een acquirer zijn positief gecorreleerde overname beslissingen. Als een acquirer merkt dat de overname synergievoordelen met zich mee brengt, zal zij eerder geneigd zijn om overnames te doen in dezelfde industrie. Stel dat een onderneming goede ervaringen heeft met verticale overnames, dan zullen ze verticale overnames blijven doen.(Yang & Hyland, 2006).


Manager self- interest

Overnames worden in de meeste gevallen gedaan om waarde te creëren voor de aandeelhouders. Alhoewel dit het belangrijkste motief is, wijzen niet alle studies uit dat dit gebeurt. Zij concluderen dat een overname voornamelijk uit egoïsme van het management (self- interest) voortkomt. De factoren compensatie en managerial hybris kunnen dit verduidelijken.Uit onderzoek is gebleken dat in industrieën met CEO´s die een hoge compensatie ontvangen bij overnames, er vaak sprake is van hogere overname activiteiten in vergelijking met andere CEO’s (Agrawal & Walking, 1994). Dit is omdat CEO´s steeds meer worden gecompenseerd als er een overname wordt gedaan en zullen daarom steeds meer ondernemingen overnemen om de verkeerde redenen.

De hoogmoed van CEO´s (Managerial Hybris) kan bij een overname leiden tot een toename van de premiums die worden betaald aan de target met als gevolg dat er teveel waarde wordt toegekend aan de target (Hayward & Hambrick, 1997). Managers die er heel erg zeker van zijn dat zij een succesvolle overname doen, betalen hierdoor vaak te veel voor de overname en maken zodoende waarde destructieve beslissingen ( Malmendier en Tate, 2008).



1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina