Andjenie Bhaggoe 302212 & Wandana Nejal 306188



Dovnload 255.18 Kb.
Pagina7/11
Datum20.08.2016
Grootte255.18 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11

4.4 Empirie Cross border: Waardecreatie of waardedestructie?


Het is moeilijk om bij cross border F&O’s waarde te creëren, redenen hiervoor zijn ten eerste dat er door de marktintegratie een toename in de mate van concurrentie is, waardoor er minder synergievoordelen kunnen worden behaald. En ten tweede kan een cross border F&O leiden tot een toename in managerial, agency problemen en informatie asymmetrie (Denis, Denis & Yost, 2002). We zullen een aantal factoren bespreken die van invloed zijn op de waarde van een F&O.

4.4.1 Lange termijn & korte termijn


In veel empirisch onderzoek wordt er bewijs gevonden voor relatief weinig waardecreatie voor aandeelhouders op lange termijn, als het gaat om nationale F&O’s (Loughran & Vijh, 1997). Cross border F&O’s zijn in vergelijking met nationale F&O’s gecompliceerder, waardoor het nog moeilijker is om waarde te creëren.

Ook komt naar voren dat vriendelijke deals en cash overnames het beter doen op lange termijn, grotere acquirers beter presteren dan kleinere en er meer synergievoordelen zijn wanneer een acquirer met strenge corporate governance, targets overneemt in een land met een zwakkere corporate governance (Chakrabarti, Jayaraman & Mukherjee, 2005). Bij cross border F&O’s wordt er bij de acquirer eerder waarde vernietigd dan gecreëerd. Op de korte termijn ( 7 en 11 dagen) worden positieve abnormale rendementen gevonden. De indruk wordt gewekt dat de markt deze positieve abnormale rendementen corrigeert, door negatieve abnormale rendementen te genereren op de lange termijn (Black, Carnes & Jandik, 2001).


4.4.2 Culturele aspecten


Er is onderzoek gedaan naar de effecten die de verschillen in cultuur hebben op de lange termijn (en korte termijn) op de prestatie van cross border F&O’s. Uit het onderzoek komt naar voren dat overnames op de lange termijn tot een beter resultaat leiden als de acquirer en de target van landen komen waar er culturele verschillen bestaan. Dit komt doordat de ondernemingen van elkaars zwakke en sterke punten leren. Dit effect is niet terug te zien in het aankondigingseffect. De positieve impact van de culturele verschillen is niet opgenomen in het rendement van de aankondigingsperiode (Chakrabarti, Jayaraman & Mukherjee, 2005). Uit onderzoek blijkt dat cross border F&O’s in gerelateerde industrieën niet leiden tot waardedestructie, terwijl bij de niet gerelateerde cross border transacties waarde wordt vernietigd. Tot slot vinden ze dat er ongeacht het type overname, waarde voor de aandeelhouders van de target wordt gecreëerd (Dos Santos, Errunza & Miller, 2008).

4.4.3 Grootte en prestatie


Zoals eerder is besproken, is de grootte van een onderneming van belang bij F&O’s. De waarschijnlijkheid van cross border F&O’s neemt toe met de grootte en de prestatie van de acquirer. Grote, goed presterende ondernemingen kiezen er eerder voor om een overname in het buitenland te doen dan in eigen land (Donker, 2008). In dit onderzoek worden significant positieve abnormale rendementen gevonden voor de acquirer. Het gemiddelde abnormale rendement rond de tijd van de aankondiging is hoger bij cross border dan bij nationale F&O’s.

4.4.4 Wijze van betaling


Bij F&O’s geschiedt de betaling vaak in aandelen om zo de hoogte van informatie asymmetrie tussen de acquirer en de target te verkleinen (Hansen, 1987). Bij cross border F&O’s is de target meestal niet gewillig om de buitenlandse aandelen te accepteren. Dit heeft als gevolg dat de acquirer met cash betaalt (Gaughan, 2002).

Het positieve signaal dat uitgaat van het betalen met cash zal dan verminderen of zal er zelfs niet meer zijn. De waarde die de wijze van betaling kan toevoegen bij nationale F&O’s, geldt dus niet bij cross border F&O’s.


4.4.5 Industrie


Markides en Ittner (1994) vinden een positief verband tussen rendement en het feit dat de acquirer en de target in dezelfde industrie zitten. Dit verband wordt bevestigd in het onderzoek van Dos Santos, Errunza & Miller (2008). Hieruit volgt namelijk dat cross border F&O’s die tussen niet gerelateerde industrieën plaatsvinden, waarde vernietigen, terwijl er bij gerelateerde cross border F&O’s die plaatsvinden in gerelateerde industrieën geen waarde wordt vernietigd. Tot slot vinden de auteurs dat er ongeacht van het type overname, waarde voor de aandeelhouders van de buitenlandse target gecreëerd wordt, wat dus betekend dat bij niet gerelateerde cross border F&O’s voor de acquirer waarde wordt vernietigd.

4.4.6 Corporate governance structuur en premie


Wanneer het beleid in het land waar de target gevestigd is relatief minder restrictief is, worden hogere rendementen behaald dan wanneer het target land een restrictief beleid voert, omdat er minder agency problemen en informatie asymmetrie zijn (Moeller & Schlingemann, 2004). De corporate governance structuur is ook van invloed op cross border F&O’s. Het eerste wat uit onderzoek naar voren komt is dat hoe meer anti takeover provisions (ATP) een acquirer heeft, des te hoger de premie die zij betaalt bij een cross border overname aan de aandeelhouders van de target. De managers van een acquirer die meer ATP’s hebben, vernietigen eerder waarde bij een cross border overname. Verrassend is wel, dat de markt positiever reageert bij een aankondiging van een overname door een acquirer met meer ATP’s (Choi & Huang, 2008). Onderzoek uit het verleden wijst uit dat de betaalde overnamepremies bij cross border hoger uitvallen, dan bij nationale F&O’s (Dewenter, 1995).

Bris & Cabolis (2008) stellen dat bij cross border overnames, de overname premies positief samenhangen met superieure management capaciteiten die een acquirer kan overbrengen, aan agency kosten en informatie -asymmetrie doordat er geen grote aandeelhouders zijn bij de acquirer, maar heel veel kleine aandeelhouders, door de moordende concurrentie in de thuismarkt van de acquirer en verschillen in de onderhandelingskracht.


4.4.7 Accounting standaarden


Internationale verschillen in de accounting zorgen voor bias in de opbrengsten, waardoor het moeilijker is om een financiële analyse uit te voeren (Choi en Levich, 1991).

De hypothese die de auteurs stellen is dat de factoren die ervoor zorgen dat accounting data minder relevant zijn (door verschillen in de regelgeving), het ook moeilijker zullen maken voor de acquirer om de waarde van de target zo accuraat mogelijk te bepalen. Uit het onderzoek van Choi en Levich komt naar voren dat abnormale rendementen over een periode van 3 en 5 jaar, negatief zijn voor de acquirer in cross border F&O’s. De auteurs vinden ook dat de negatieve rendementen kleiner zijn wanneer de regelgeving over de accounting bij de target alleen door overheid instanties wordt opgedragen. Hoe minder GAAP vergelijkbaar is tussen target en acquirer, des te moeilijker het bod is te bepalen en des te negatiever zullen de lange termijn abnormale negatieve rendementen zijn.

Een mogelijke verklaring hiervoor is dat door het gebrek aan relevantie van de accounting data in het land van de target, de kosten van kapitaal in deze landen hoger is (Black, Carnes, Jandik, 2001).



1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina