Andjenie Bhaggoe 302212 & Wandana Nejal 306188



Dovnload 255.18 Kb.
Pagina8/11
Datum20.08.2016
Grootte255.18 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11

5 Case studie: Arcelor- & Mittal Steel

De fusie van Arcelor en Mittal leverde veel controverse op in de Westerse landen. Maar is deze controverse vanuit economisch oogpunt wel gerechtvaardigd? Om hierachter te komen zullen wij het fusieproces aan de hand van de financiële verslaggeving doorgronden. Maar voordat wij dit gaan doen zullen we eerst de historie van Arcelor en Mittal bespreken om een beeld te krijgen van de afzonderlijke ondernemingen. Daarna zullen wij het proces tot de fusie behandelen. Tot slot zullen wij een aan de hand van accounting variabelen een analyse maken van de situatie voor de fusie en na de fusie om zo een antwoord te kunnen geven op de vraag of deze fusie succesvol is geweest en waarom het een succes was of niet.


5.1 Historie


Om de toegepaste strategie van een bedrijf te begrijpen, moet er enig inzicht zijn in de herkomst van een bedrijf. We zullen daarom eerst kort de historie van Arcelor en Mittal schetsen. Arcelor is ontstaan uit de fusie tussen Arbed (Luxemburg), Aceralia (Spanje), en Unisor (Frankrijk). De drie Europese groepen waren vastberaden om hun technische, industriële en commerciële resources te mobiliseren met als doel om een wereldleider in de staalindustrie te worden. De fusie startte officieel op 19 februari 2001 en de keuze voor de naam Arcelor werd bekend gemaakt om 12 december 2001. Op 18 februari 2002 was de introductie van Arcelor op verschillende aandelenmarkten en op deze datum ging de fusie dus feitelijk van kracht.

Het hoofdkantoor van de onderneming stond in Luxemburg en de Fransman Guy Dollé kreeg de leiding. In januari 2006 nam Arcelor, Dofasco, de grootste staalproducent van Canada over. De fusie vond plaats vlak voor de fusie met Mittal, waardoor Dofasco ook een onderdeel is geworden van ArcelorMittal.

Mittal was voor de fusie met Arcelor al één van de grootste staalbedrijven in de wereld. Ze heeft haar positie te danken aan fusies en saneringen van een groot aantal kleinere staalondernemingen in vele landen zoals China, Mexico, Canada en nog 14 andere landen. Mittal is ontstaan door een fusie tussen twee familiebedrijven namelijk LNM Holdings en ISPAT International. Het hoofdkantoor van Mittal staat in Londen. Arcelor en Mittal opereren in dezelfde sector, waaruit je kunt opmaken dat er sprake is van horizontale integratie.

Ondernemingen gaan zich bij horizontale integratie richten op waar ze echt goed in zijn. De vereniging van de twee grootse staalproducenten op de wereld kan dus gezien worden als een strategische zet om globaal meer macht en invloed te verkrijgen.


5.2 Proces1


ArcelorMittal brengt nummer één staalproducent, Mittal Steels (hierna: Mittal) en nummer twee staalproducent, Arcelor Steels (hierna: Arcelor) samen. In januari 2006 komt Mittal, uit het niets, met een bod van 18.6 miljard dollar om Arcelor Steels over te nemen. Het management en de politiek hebben het er maar moeilijk mee. Het management denkt dat Mittal de lange termijn doelen die Arcelor gesteld heeft zal vervangen door korte termijn doelen. Vakbonden zijn bang dat er ontslagen gaan vallen en veranderingen komen in de sociale voorwaarden. Arcelor pleit bij de Luxemburgse overheid om een regeling waardoor Mittal geen kant meer op kan, en haar bod moet intrekken. Arcelor overweegt andere ondernemingen over te nemen om het zo moeilijk voor Mittal te maken om door te gaan met de overname. Ook de aandeelhouders mogen meestemmen, er wordt een vergadering gehouden over de overname waarbij 50% (relatief hoog percentage) voor moet stemmen, voordat het bod aanvaard kan worden. Als reactie hierop verhoogt Mittal haar bod tot 26.5 miljard dollar (bijna het dubbele van het initiële bod). De aandeelhouders gaan akkoord met het bod, in augustus 2007 werd de fusie een feit. ArcelorMittal werd geboren als de nummer één staal producent van de wereld, met ruim 320.000 werknemers in meer dan 60 landen. De onderneming is leider in grote wereldmarkten zoals de auto industrie en de verpakking industrie en staat aan kop als het gaat om onderzoek & ontwikkeling en technologie.

Ook heeft de onderneming een uitstekend distributie netwerk en is ze aanwezig in al de omvangrijke staalmarkten, van opkomende markten, zowel in die van China en India als in de ontwikkelende markten. ArcelorMittal staat genoteerd op de beurs van New York, Amsterdam, Parijs, Brussel, Luxemburg en op de Spaanse beurzen van Barcelona, Madrid, Bilbao en Valencia.


5.3 Financiële verslaggeving2

Om een goed antwoord te kunnen geven op de vraag of de fusie een verstandige keuze is geweest, is het essentieel dat er wordt gekeken naar de financiële verslaggeving om zo de financiële status van beide bedrijven vast te stellen. Wij zullen de balans, de winst & verliesrekening, de ingaande en uitgaande kasstromen, de rentabiliteit en de solvabiliteit die hieruit komen analyseren. We zullen het jaar 2005 voor beide ondernemingen analyseren, omdat vanaf 2006 speculaties van een fusie tussen beide ondernemingen de ronde deden, waardoor je gekleurde cijfers krijgt. Door 2005 te nemen, wordt dat voorkomen en krijg je toch redelijk relevante cijfers, omdat 2005 niet te ver in het verleden ligt. In augustus 2007 werd de fusie een feit en vanwege de kredietcrisis die in 2008 begint, hebben we besloten om de verslaggeving van 2007 van ArcelorMittal te gebruiken om de verschillen voor en na de fusie aan te duiden. Wij wijzen er op dat wij dus uitspraken zullen doen op korte termijn en dat over de lange termijn de resultaten naar verachting niet overeen zullen komen met de door ons gevonden resultaten.


5.3.1 De balans


We zullen beginnen met de analyse van de balans van Mittal. Uit de balans kan worden opgemaakt waarmee de activa gefinancierd zijn en of de financiering voornamelijk uit uitgegeven aandelen (eigen vermogen) of uit vreemd vermogen bestaat.
Tabel 1 Balans overzicht

 

Mittal Steels (2005)

Arcelor Steels (2005)

ArcelorMittal (2007)

Totaal aan bezittingen (in mld)

$31.042,00

$35.916,00

$131.996,00

bezittingen

 

 

 

Vlottende

37,70%

49,30%

34,34%

Vaste

63,30%

50,70%

65,66%

 

 

 

 

schulden gefinancierd door

 

 

 

vreemd vermogen

67,30%

51,90%

53,40%

eigen vermogen

32,70%

49,10%

46,70%

 

 

 

 

Financial leverage*

2,06

1,06

1,13

 

 

 

 

* (vreemd vermogen /eigen vermogen)
In Tabel 1 is een overzicht gegeven van de bezittingen en schulden van de ondernemingen apart en gezamenlijk. De activa van Mittal bestaan voor 37,7% uit vlottende activa en voor 62,3% uit vaste activa. De grootste bezitting op de balans van Mittal over de afgelopen tien jaar is gebouwen, terreinen (property plant) en machines (equipment). Dit is te verwachten, omdat Mittal terreinen, gebouwen en machines nodig heeft voor de productie van staal. De vlottende activa bestaan voornamelijk uit contante (cash) en cash equivalents, debiteuren (accounts receivables) en voorraad (inventories). De belangrijkste activiteit van Mittal is het produceren van staal. Het percentage van de voorraden ten opzichte van de vlottende activa is in 2005 ruim 50%. En met de dalende prijzen door de financiële crisis is het aanhouden van grote voorraden pijnlijk, omdat deze zijn gekocht in dure tijden. De voorraden worden dus in tijden van economische crisis gedumpt, tegen prijzen die onder de marktprijs liggen. Dit betekent dus dat Mittal zeer waarschijnlijk tegenvallers op haar voorraden gaat melden.

Mittal is voornamelijk gefinancierd met schulden, namelijk 67,3% en 32,7% is gefinancierd met eigen vermogen. De financiële hefboom van Mittal is dus redelijk hoog. Het vreemd vermogen kan men indelen in lange termijn en korte termijn schulden. 70,5% van de schulden van de onderneming zijn lange termijn schulden. De rest zijn korte termijn schulden. Een staalproducent heeft veel vaste activa. Vaste activa zijn heel liquide, waardoor het makkelijker is voor Mittal om vreemd vermogen aan te trekken. Dat verklaart het percentage van financiering door middel van schulden. De totale waarde van de bezittingen per 31-12-2005 Mittal is ruim 31 miljard.

Arcelor is ook een staalbedrijf, dus verwachten we ongeveer dezelfde cijfers als bij Mittal. De activa van Arcelor bestaan voor 49.3% uit vlottende activa en voor 50.7% uit vaste activa. De grootste bezitting op de balans is wederom de gebouwen, terreinen en machines. De verklaring hiervoor ligt in de aard van de staalindustrie, die vraagt om investeringen in vaste activa. Ook de vlottende activa die op de balans staan komen overeen met die van Mittal.

Als er wordt gekeken naar de financiering van Arcelor valt het op dat de percentages van de financiering door vreemd vermogen en van de financiering door eigen vermogen heel dichtbij elkaar liggen. Namelijk, 49.1% door eigen vermogen en 50.9% door vreemd vermogen. De financiële hefboom is dus vrij laag. Als we gaan kijken naar het vreemd vermogen zien we dat 45.28% van de schulden, lange termijn schulden zijn. De overige 54.71% zijn korte termijn schulden. Dit kan nadelig uitwerken, omdat er geld nodig is om de korte termijn schulden te kunnen betalen. De totale bezittingen per balansdatum bedraagt voor Arcelor ruim 36 miljard.

Zoals in tabel 1 te zien is bedragen de totale bezittingen van ArcelorMittal in 2007ongeveer 132 miljard dollar. De financiële hefboom van de onderneming is relatief laag, zij heeft namelijk een schuldfinanciering van 53%, de rest is gefinancierd met eigenvermogen. Deze verdeling tussen schulden en eigenvermogen komt bijna overeen met de verdeling die Arcelor op de balans had staan. Het bod van Mittal op Arcelor bedroeg 26.5 miljard dollar. Gekeken naar de waarde van de bezittingen op de balans van Arcelor, kan er geïmpliceerd worden dat de prijs die Mittal betaald heeft voor de fusie laag is.

5.3.2 De winst & verliesrekening


Om te kunnen zien waaruit de opbrengsten en de kosten voornamelijk uit bestaan zullen we de winst & verliesrekeningen van de ondernemingen apart en gecombineerd bekijken. De opbrengsten van Mittal bestaan voornamelijk uit de verkoop van staal, het gaat hier om 28,1 miljard dollar. In 2004 had Mittal fabrieken in 14 landen verspreid over 4 continenten. Ze generen dus niet alleen nationaal, maar ook internationaal opbrengsten. Ook de opbrengsten van Arcelor bestaat uit de verkoop van staal. Het gaat om 27.9 miljard dollar.

Om te kunnen produceren maken Mittal en Arcelor verschillende kosten.


Tabel 2 Kostprijs verkopen t.o.v de operationele kosten

 

Mittal Steels (2005)

Arcelor Steels (2005)

ArcelorMittal (2007)

kostprijs verkopen

90,4%

54,6%

89,06%

In de bovenstaande tabel (jaarverslagen ArcelorMittal 2004-2007) zijn de kostprijs verkopen te zien. De kostprijs verkopen voor Mittal zijn 91,9% van de operationele kosten en voor Arcelor is dit een veel lager percentage namelijk 56,6%. De kostprijs verkopen bestaat voor beide bedrijven voornamelijk uit de inkoop van halffabricaten. Hoewel de verkopen van Mittal gedurende 2002 tot en met 2005 zijn gestegen, zijn de inkoopkosten van de opbrengsten als percentage van de verkopen juist afgenomen.

Dit kan een gevolg zijn van het grotere productie volume, waardoor Mittal schaalvoordelen kan behalen, wat meteen een reden kan zijn om tot een F&O over te gaan. Op de activa van Mittal wordt door de toename van het gebruik meer afgeschreven. Mittal maakt naast de kostprijs verkopen ook uitgaven voor de verkoop- , de administratie- en andere algemene kosten. Deze uitgaven zijn als percentage van de verkopen tot 2005 afgenomen wat aan kan duiden dat er met relatief weinig extra uitgaven aan verkopen grotere opbrengsten gegenereerd kunnen worden. Het operationele inkomen stijgt over de voorgaande jaren dus niet alleen door een toename van de verkopen, maar ook door een kleine afname in de kostprijs verkopen.

Bij Arcelor was het anders, de verkoop van goederen en het percentage kostprijs verkopen ten opzichte van de totale verkopen zijn over de jaren 2002 tot en met 2005 ongeveer gelijk gebleven. Ook de overige kosten zijn als percentage van de verkopen ongeveer gelijk gebleven. Het gelijk blijven van de verkopen doet de vraag rijzen of Arcelor wel groeipotentie heeft. Als dit niet zo is, zou dat nadelig zijn voor Mittal, aangezien zij wel een groeiende onderneming is. Uit een ander perspectief kan het ook zijn dat de kennis en vaardigheid die nodig zijn om te groeien bij Arcelor niet aanwezig waren, maar bij Mittal wel. In dat geval zou Arcelor kunnen leren van Mittal (know-how).

De kostprijs verkopen van ArcelorMittal over het jaar 2007 bedraagt 89,06%. Dit percentage ligt in vergelijking met het percentage van Arcelor veel hoger en komt ongeveer overeen met die van Mittal. De verkopen, administratie en andere algemene uitgaven zijn als percentage van de verkopen na de fusie toegenomen. Wanneer de verkopen toenemen, worden er dus relatief meer kosten gemaakt.

5.3.3 De ingaande en uitgaande kasstromen.


Uit het kasstroomoverzicht van een onderneming kunnen inkomende en uitgaande kasstromen nader worden bekeken om te beoordelen of er voldoende werkkapitaal is om uit liquiditeitsproblemen te blijven. We gaan de kasstroomoverzichten van Mittal en Arcelor van 2004 met die van 2005 vergelijken en die van ArcelorMittal in 2007 bekijken.

De netto kasstroom uit operationele activiteiten is voor beide bedrijven positief en is licht gestegen. Doordat de netto kasstroom uit operationele activiteiten positief is gebleven, kunnen wij de aanname doen dat de kasstroom niet onderhevig is aan fluctuaties. Dit is vooral van belang bij het aantrekken van vreemd vermogen, omdat op deze manier aangetoond kan worden dat het bedrijf stabiel is. De grootste inkomende kasstroom uit operationele activiteiten van Mittal en Arcelor bestaat uit het netto inkomen.

De kasstroom uit investeringsactiviteiten van Mittal was in 2004 relatief lager (minder negatief) dan in 2005 (zie bijlage 2). Dit verschil wordt vooral veroorzaakt door netto winsten van dochterondernemingen. De aankoop van terreinen, gebouwen en machines is de belangrijkste uitgave van de investering activiteiten, omdat investeringen in kapitaal noodzakelijk zijn om de staalproductie draaiende te houden. Bij Arcelor is deze kasstroom ook lager in 2004 ten opzichte van 2005, dit komt voornamelijk door de post aanwinst van materiële en immateriële activa.

De kasstroom uit financiering activiteiten was voor Mittal in 2004 negatief. De kosten uit financieringsactiviteiten bestaat voornamelijk uit betalingen van de schulden. Zoals eerder vermeld bestaat de financiering van Mittal voor 67,3% uit vreemd vermogen. In 2005 is de kasstroom uit financieringsactiviteiten positief, omdat er geld word ontvangen uit lange termijn schulden. Bij Arcelor is in 2004 de kasstroom uit financieringsactiviteiten positief en in 2005 negatief. Dit betekend dat er meer is uitgegeven dan is ontvangen. Dit is vooral te danken aan de post kapitaaltoename van Arcelor S.A. Deze post krimpt met 1132 miljoen euro naar 0 euro. Ook is er meer dividend betaald dan het jaar ervoor.

De operationele kasstroom van Mittal dekt de investeringen en financieringen in 2004 wel, maar in 2005 schiet de operationele kasstroom tekort om de financierings en investerings activiteiten te dekken (zie bijlage 1). De financieringsactiviteiten kunnen in 2005 wel gedekt worden door de operationele activiteiten. Dit is belangrijk, omdat de schuldeisers moeten worden betaald. Investeringen zijn ook belangrijk, maar eerst moeten de financieringen betaald worden, voordat er investeringen gedaan kunnen worden. Het tekort is relatief gezien laag als dit wordt vergeleken met het overschot in het jaar 2004 en wordt volledig gecompenseerd door de opgebouwde overschotten van de afgelopen jaren. Bovendien heeft dit de bedrijfsvoering van Mittal niet in gevaar gebracht.

Bij Arcelor kan de operationele kasstroom de investerings- en financieringsactiviteiten dekken. Ook Arcelor hoeft zich dus geen zorgen te maken over haar verplichtingen. Aan de hand van het kasstroomoverzicht kun je zeggen dat beide onderneming er gezond uitzien en geen onverantwoorde uitgaven hebben gedaan, die de bedrijfsvoering in gevaar hadden kunnen brengen.

De operationele kasstroom van ArcelorMittal is voldoende groot om zowel de financierings- als de investeringsactiviteiten te kunnen dekken. Er blijft zelfs een reserve over van ruim een miljard dollar (zie bijlage 1). De fusie heeft dus niet gezorgd voor financiële problemen, die de bedrijfsvoering in gevaar zouden kunnen brengen.

5.3.4 Rentabiliteit en Solvabiliteit


Door te kijken naar de rentabiliteit en de solvabiliteit van een onderneming, kan er worden bepaald in hoeverre een bedrijf winstgevend is en kan voldoen aan haar verplichtingen (zie bijlage 3).
Return on Assets (ROA)

De ROA is op te splitsen in twee componenten, namelijk de marge en de asset turnover. De asset turnover voor Mittal is 0,91. De marge is gelijk aan 11,96%. Uit deze gegevens kun je de ROA afleiden, namelijk 10,84%. Dit impliceert dus dat Mittal zijn producten tegen relatief hoge prijzen aanbiedt, om zoveel mogelijk winst te maken. De asset turnover van Mittal is laag. Dit houdt in dat Mittal relatief veel bezittingen heeft in verhouding tot de verkopen. Mittal opereert dus in een kapitaal intensieve sector, waarbij dure machines en dergelijke vereist zijn. In verhouding tot de verkopen heeft Mittal veel activa nodig om te kunnen produceren. Door de combinatie van een relatief hoge marge met een lage asset turnover is de bedrijfsvoering van Mittal winstgevend.

De ROA van Arcelor bedraagt 10.71%, met een asset turnover van 0.91 en een marge van 11.79%. De asset turnover van beide onderneming is gelijk, maar de marge van Arcelor is wat lager, waardoor de ROA ook lager uitvalt.

ArcelorMittal heeft een marge van 9.85% en een asset turnover van 0.79, wat neerkomt op een ROA van 7.78%. Zowel de marge als de asset turnover zijn nadelig beïnvloed door de fusie. Een oorzaak hiervan kan gelegen zijn in de complexheid en de problemen die het integratieproces met zich meebrengt.


Return on Equity (ROE)

De ROE is de vergoeding die de aandeelhouders eisen voor het lopen van risico. Deze vergoeding moet minimaal gelijk zijn aan de risicovrije voet plus een risico premie. De aandeelhouder investeert in Mittal door de aankoop van aandelen en krijgt hiervoor de netto winst terug.

De ROE van Mittal is 33,15%. Dit is een stuk hoger dan de ROA van 10.84% en wordt veroorzaakt door de hefboomwerking. Mittal is voor 67,3% gefinancierd met schulden, aangezien schuldeisers voorrang hebben op de aandeelhouders bij betalingen is het geëiste rendement een logisch gevolg van het risico dat de aandeelhouders lopen.

De ROE van Arcelor bedraagt 21.81%. De ROE van Arcelor is lager dan die van Mittal. Dit kan worden verklaard door de hoogte van de financiering door schulden.

Deze verhouding is bij Mittal groter dan bij Arcelor. Bij Arcelor is er een vrijwel gelijke verdeling van financiering door vreemd vermogen en door eigen vermogen. De aandeelhouder van Arcelor lopen dus minder risico dan de aandeelhouders van Mittal, hetgeen het verschil in ROE verklaart.

ArcelorMittal heeft een ROE van 19,26%, dit valt lager uit dan de ROE die de afzonderlijke ondernemingen hadden. Een deel van de verlaging wordt veroorzaakt door de lage financiële hefboom en het ander deel ligt in de netto opbrengsten, die in verhouding dus lager uitvallen. De synergievoordelen die met een fusie samengaan zijn bij ArcelorMittal tot op heden dus niet gerealiseerd.


Solvabiliteit

De mate waarin Mittal aan haar betalingsverplichtingen kan voldoen, kun je op verschillende manieren beoordelen. Ten eerste de schuldratio deze hebben wij al eerder besproken (tabel 1) Ten tweede zijn er drie ratio’s die met elkaar in verbinding staan. De eerste is de operating cashflow/vreemd vermogen ratio. Deze ratio van Mittel is gelijk aan 20,85%. Dit wil zeggen dat Mittal in ongeveer 5 jaar al haar schulden kan aflossen met haar operationele kasstroom. Dit is noodzakelijk om haar verplichtingen na te kunnen komen. Bij Arcelor is deze ratio gelijk aan 24,42%, Dit wil zeggen dat Arcelor in ongeveer 4 jaar al haar schulden kan aflossen met haar operationele kasstroom. Omdat het niet nodig is alle schulden tegelijk af te lossen kan ook de operating cashflow/financial debt ratio beoordeeld worden. Bij Mittal is deze ratio gelijk aan 28,1%. Dit wil zeggen dat Mittal iets minder dan 4 jaar nodig heeft om aan de financiële verplichtingen te voldoen. Zolang binnen de afgesproken termijn de financiële schulden nagekomen worden, ontstaan er geen problemen. Bij Arcelor is deze ratio gelijk aan 46.72%. Dit wil zeggen dat Arcelor iets meer dan 2 jaar nodig heeft om aan haar financiële verplichtingen te voldoen en geldt voor Arcelor dus hetzelfde als voor Mittal. Als laatste is er de ratio operating cashflow/short-term financial debt. De voorwaarde die bij deze ratio geldt, is dat deze hoger dan 1 moet zijn, anders is de onderneming niet in staat om binnen een jaar aan haar korte termijn schulden te voldoen. Mittal heeft een ratio van 1,28 en kan dus binnen een jaar aan haar korte termijn schulden voldoen. Hieruit kunnen wij concluderen dat Mittal een stabiel en gezond bedrijf is. Arcelor is naar aanleiding van deze ratio niet zo stabiel zij heeft een ratio van 0,99. Arcelor kan net niet binnen een jaar aan haar korte termijn schulden voldoen. Dit zou op de korte termijn voor liquiditeitsproblemen kunnen zorgen.

De operating cashflow/vreemd vermogen ratio van ArcelorMittal is 23.46%, de operating cashflow/ Financial debt ratio is 36,34% en de operating cashflow/short-term financial debt ratio is gelijk aan 1.02.

De eerste twee genoemde ratio’s zorgen niet voor twijfels, maar de laatste ratio wel. Hoewel deze net boven de 1 ligt, zou het liquiditeitsproblemen kunnen opleveren voor ArcelorMittal, als hier in de toekomst geen verandering in komt, vooral met de kredietcrisis. De liquiditeitspositie van Mittal was beter voor de fusie.




1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina